Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1781 tot 1785 van 11897
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
01
Tekst
No. 64 (6b) 9 AUG. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7‘/2 CENT A.W.SIJTHOFF'S UITGEVERS MAATSCHAPPIJ - UEIDErs ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 GEÏLLUSTREERD OORLOGSNIEUWS Versche Duitsche troepen. Onze foto, die genomen werd op het Potsdammerplein te Berlijn, toont een afdeeling \ nieuw opgeroepen landstormplichtigen, die op weg zijn naar de kazerne om daar gekleed en geoefend te worden om later hun krachten beschikbaar te kunnen stellen voor de verdediging van het vaderland. Het veroverde Duitsch-Zuid-WestAfrika. Dr. Seitz, de gouverneur van DuitschZuid-West-Afrika. TYPE VAN EEN RUSSISCHEN KRIJGSGEVANGENE. (V.F.B.) De strijd in Duitsch-Zuid-WestAfrika. Generaal Botha, de aanvoerder van het Engelsche leger dat de Duitsche strijdmacht van Duitsch-Zuid-West-Afrika tot overgave dwong, onderhandelend met den burgemeester van Windhoek over de capitulatie van de stad. (V.F.B.) De strijd tusschen Oostenrijk en Italië. Een Itaiiaansche patrouille op Oostenrijksch grondgebied. (V.F.B.) 1 De Fransche verliezen ter zee. De Fransche duikboot Joule, die sedert April vermist en dus als verloren beschouwd wordt. (V.F.B.) Slachtoffers van den oorlog. Te Putney, nabij Londen, zijn roeiwedstrijï^n gehouden tusschen in den oorlog blindgeworden soldaten en blinde jongens. Onze foto toont de winnende vTer van Duntan.
PDF
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA De Roode-Kruishond in het Engelsche leger aan het werk. iet slechts het paard, doch ook de hond begint langzamerhand een belangrijke rol in het leger te vervullen. Die aan het front staat, ziet dikwijls een lange colonne mitrailleur-, patroon- en gereedschapswagens langs de wegen gaan, elk voertuig getrokken door twee flink opgeschoten, stevige hondebeesten. Dit is het mitrailleurpeloton van een Nederlandsch regiment infanterie. Voor elk paar honden loopt hun verzorger, die ze in de colonne houdt en er voor dient te waken, dat er niet geblaft wordt. Het geheel maakt een zeer „kriegsmaszigen” indruk door de lage, kleine voertuigen, die gemakkelijk dekking kunnen vinden en het geruischlooze voortbewegen. Eigenlijk van Belgischen oorsprong, hebben wij deze organisatie ook op Hollandschen bodem overgebracht en gelukkig met goeden uitslag. Dit succes is vooral te danken aan de onvermoeide werkzaamheid van den kapitein der Jagers Jhr. C. A. J. Meijer, die vrijwel alles op hondengebied in ons leger heeft geregeld. Aan hem danken wij ook de aardige foto’s, die dit artikel illustreeren. Moge de rol als waakhond in vestingen, forten en op post nog gering zijn, dit zal wel anders worden na de diensten, die de hond ook in dit opzicht in den jongsten krijg bewezen heeft. Vooral in Oostenrijk heeft men hiermee gunstige ondervinding opgedaan. Het meenemen van wachtposthonden in het Oostenrijksch-Hongaarsche leger was niet op last van de militaire overheid geschied, maar deze honden, de herdershonden uit die streken en de kruisingen dier rassen, liepen eenvoudig mee, wanneer de patrouilles er op uittogen. Deze honden ontdekken reeds op grooten afstand het nadersluipen van vijandelijke patrouilles, wat natuurlijk een groot voordeel is. Vandaar dat ook het Duitsche leger van plan schijnt dit soort honden op groote schaal in te voeren. De mooiste rol, die den hond toebedacht is, is wel die „Skulda”, van kapitein Jhr. Meijer met zijn verzorger. 10 y '' —........ ,........... ....-.................—-. Roode-Kruishonden cL'=......... ...—— .: ' .............—=i)Ö van Roode-Kruishond. Onwillekeurig denken wij hierbij aan het verhaal van het klooster op den Grooten St. Bernard, waar de Krave honden der monniken bij sneeuwjachten er op uitgingen om verdwaalde reizigers op te spooren en ze in veilige haven te brengen. Een soortgelijke rol vervullen ook de moderne RoodeKruishonden. Zij moeten op het gevechtsveld de her en der verstrooide gewonden opzoeken, die dikwijls haast onvindbaar wegkruipen. Een dankbare taakl Het komt voor, dat zulke gewonden soms meer dan twee dagen zóó gelegen hebben en derhalve gedoemd zouden zijn een jammerlijken dood te sterven. Als echte speurders brengen de honden hen aan het licht, waardoor ze nog vaak aan het leven teruggegeven kunnen worden. Op dit oogenblik hebben zoowel de groote als de kleine mogendheden hun Roode-Kruishonden. Na den oorlog zal er wel voldoende over hun prestaties bekend worden, maar ook nu verspreidt deze of gene veldpostdienst soms belangwekkende mededeelingen. ïn de „Umschau” van 2 Januari j.1. (vertaald opgenomen in de Wetenschappelijke Bladen van Mei) komt o.a. zoo’n interessante veldpostbrief voor, waaraan wij het volgende ontleenen. „Den 17den September kwamen wij na verscheiden zware en gelukkig doorstane vermoeienissen tegen 10 uur in den ochtend te Waan, waar zich dé generale staf van het .... legerkorps bevond. Melding bij den hoofdofficier van gezondheid; deze was zeer in zijn schik, dat nu „Skulda”, de Roode-Kruishond van kapitein Jhr. Meijer. eindelijk de honden aangekomen waren. We werden onmiddellijk bij de le, 2e en 3e compagnie hospitaalsoldaten ingedeeld. De le en 3e Compagnie bleef in W. Ik kwam met drie hondenleiders bij de 3e Compagnie en wij zouden denzelfden avond nog aan het werk gaan, maar werden door den commandant, ritmeester B., teruggezonden, daar alleen een terrein, dat gemakkelijk overzien kon worden, moest worden afgezocht. Den volgenden dag werd de le compagnie hospitaalsoldaten aan het werk gezet en reeds den eersten nacht hadden wij goede resultaten. Den 19den rukten wij des avonds op naar een ander kwartier. Den 21 sten ging het weer verder. Den 26sten om 2 uur ’s nachts werd de afmarsch geblazen, den ganschen daaropvolgenden dag waren wij op de been en *s avonds weer op het slagveld. Wij moesten onze honden aan de lijn laten werken, daar wij de Fransche stelling naderden tot op 400 M. „Treu”, mijn hond, vond in korten tijd vijf zwaar- en twee lichtgewonden. Deze zouden zeker zonder hond niet gevonden zijn, daar zij weggekropen waren en zich reeds P/2 ^ag °P dezelfde plek bevonden. Kollmeyer vond door zijn hond zes, Kypke en Wendt elk drie gewonden op het moeilijkste terrein. De belletjes der honden moesten afgedaan worden, ook mochten de honden onder geen omstandigheden blaffen, daar door het minste geluid wij zelf en onze kameraads, wegens den korten afstand van de vijandelijke stelling, in het grootste levensgevaar zouden kunnen geraken. De Engelsche majoor Richardson met zijn Roode-Kruishond. Dit was in het gezicht van den vijand, die in onze onmiddellijke nabijheid was en onverbiddelijk op alles schoot wat onder zijn bereik kwam, geen gemakkelijk werk, daar onze honden van een vurig temperament zijn. De laatste nachten werkten wij bij helderen hemel en bij het licht der halve maan. Onze omtrekken waren dientengevolge bij het oversteken van zelfs geringe terreinoneffenheden voor den vijand op verren afstand zeer goed zichtbaar en wij hadden dan ook het genoegen met granaatvuur, gelukkig evenwel zonder onaangename gevolgen, vereerd te worden. Toch volvoerden wij zonder aarzelen onze opdracht, daar men zelfs met het grootste gevaar vertrouwd raakt. De officier der compagnie, zoowel als de chirurgijnmajoor zijn met de werkzaamheden onzer Roode-Kruishonden zeer tevreden en wij worden telkens naar voren gezonden.” Het is naar aanleiding van deze gunstige berichten, dat het Duitsche Ministerie van Oorlog bepaald heeft, dat voortaan elk legercorps van Roode-Kruishonden voorzien moet worden. Tot nu toe kwamen ze slechts bij enkele legerkorpsen voor. Ook heeft dit Ministerie den politieluitenant Most, den chef der dressuurschool Grünheide, de opdracht gegeven om ervaringen inzake de Roode-Kruishonden te velde bijeen te brengen en te rangschikken. Welke honden worden nu voor dat doel gebezigd? Geschikte rassen zijn de Duitsche herdershonden, de Dobermannpinchers en de Rottweilers. Airedale terriërs hebben over het algemeen te veel jachtlust. In Engeland worden door majoor Richardson ook Bloodhounds met veel succes gebruikt. Ons land beschikt op het oogenblik over een flink aantal afgerichte honden met geleiders, terwijl er nog meerdere in africhting—uitsluitend Roode-Kruishonden—zijn. Er wordt nu rechtstreeks onder het Hoofdcomité van het Roode-Kruis gewerkt. „Spits” van kapitein Jhr. Meijer heeft een „gewonde” ontdekt en wacht tot er hulp komt. H r is bijna geen „liefhebberij” die in onze dagen door jong en oud meer beoefend wordt dan fotografeeren. En geen wonder: want het is zeker ook wel de meest loonende sport. Daarom hebben wij, gedachtig ook aan het succes van onzen eersten wedstrijd, wederom een wedstrijd uitgeschreven in het maken van KINDERPORTRETTEN. De volledige voorwaarden tot deelname hebben wij in ons nummer 52 (52b) van 28 Juni 1.1. uiteengezet. — Ter herinnering voor de deelnemers, vooral voor de nieuwe abonné’s, doen wij in ’t kort ________________________________ nog eens de voornaamste punten hieronder volgen: De mededinging is uitsluitend voor abonné’s op PANORAMA en sluit 15 Augustus a.s. De inzendingen moeten geschieden ondereen motto ; naam en adres van de(n) inzender(ster) worden in een afzonderlijk gesloten couvert bijgevoegd, op welk couvert hetzelfde motto moet worden vermeld. De volgende prijzen worden ter beschikking gesteld: Een 1e prijs van ..... f 25.— Een 2e „ 99 • a • a a - 151 ara— Een 3e „ 99 ...................■ 10.— Drie Prijzen van a e a a a - 5«Ta— Vijf 99 a a a a a - 3«ra— Tien prijzen best uitfraaie boekwerken. Bovendien ’n extra prijs v. f10. voor ’t best geslaagde kinderportret, waarbij Panorama ’n rol speelt. Inzending van meer dan één foto door eenzelfde(n) inzendenster) is geoorloofd. Kleinere foto’s dan 9 x 12 komen niet in aanmerking; doch van kleinere foto’s mogen vergrootingen worden ingezonden. De uitgevers van PANORAMA verkrijgen het volle en uitsluitende reproductierecht van de bekroonde inzendingen. Niet-bekroonde foto’s worden teruggezonden, mits postzegels worden ingesloten voor terugzending. De inzendingen met opschrift „FotografieWedstrijd” moeten franco geschieden aan de Redactie van PANORAMA, DOEZASTRAAT 1, 3, 5, LEIDEN. Inzendingen na 15 Augustus a.s. ontvangen komen niet in aanxnerlcing. Voor iederen abonné, die fotografeeren kan, is het dus zaak aan dezen wedstrijd deel te nemen! Onze nieuwe Foto-Wedstrijd
PDF
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA De opmarsch der Duitschers en Oostenrijkers in het Oosten EEN SCHIJNKANON. Teneinde de aandacht van den vijand van een bedreigd punt af te leiden, nemen de strijdende legers dikwijls hun toevlucht tot het oprichten van z.g.n. schijnbatterijen, die bestaan uit nagemaakte kanonnen, waarop de vijand dan zijn kruit doelloos verschiet. Hierboven ziet men zoo’n schijnkanon in gebruik bij het Oostenrijksche leger. (V.F.B.J MODERN OORLOGSTUIG. Een Oostenrijksch bestuurbaar luchtschip, dat voor een opstijging wordt uitgerust. Men lette op het eigenaardige, slappe model van het vliegtuig, dat speciaal nog in Oostenrijk in gebruik is, terwijl men in Duitschland het stijve, Zeppelin-type gebruikt. {V.F.B.} OORLOGSWEE. Medelijden en afschuw wellen in onze ziel op bij het beschouwen van bovenstaande foto. genomen op een soldatengraf in Oost-Pruisen, die op zoo pijnlijke wijze de ellende van den oorlog in beeld brengt. Wij vragen ons af: hoe lang nog zal onze beschaving het wreede oorlogsgebeuren kunnen dulden? Is de tijd nog niet daar, waarin het menschelijk gevoel weder zegevieren kan over het huidige barbarisme? (V.F.B.} UIT H ET OOSTEN RIJ KSCH E LEGER. Aartshertog Frederik van Oostenrijk aan het Oostelijk front in gesprek met Freiherr von Kirchbach-Lauterbach (V.F.B.) KRIJGSGEVANGEN. Een zoo juist aan het front krijgsgevangen gemaakte Rus wordt door twee Duitsche soldaten naar den bevelvoerenden officier van Lowitsch (Russisch Polen) gebracht, om gehoord te worden over den toestand van het Russische leger. VAN DE OOSTEN RIJ KSCH-ITALI AANSCH E GRENS. Oostenrijksche cavalerie, die op verkenning is in het Oosten rijksch-ltaliaansche grensgebied. Wegens de groote moeilijkheden van het te verkennen terrein, worden de paarden aan den teugel meegevoerd. (V.F.B.) 64 (6b) DE DUITSCHERS IN HET OOSTEN. Duitsche kurassiers, met volledige uitrusting, trekken, op weg naar het front, door het plaatsje Lowitsch (nabij Warschau).
PDF
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 BEGRAFENIS LION SOLSER. Donderdag 5 Augustus had onder bijzonder veel belangstelling op de Israëlitische begraafplaats te Diemen de teraardebestelling plaats van Lion Solser, den op 38-jarigen leeftijd overleden humorist. Verscheidene artisten woonden de treurige plechtigheid bij. EEN INLANDSGH FLUITORKEST, Een fluitorkest van 110 Indische kinderen uit Loewack op Cel'ebes, heeft onder leiding van hun onderwijzer een reis gemaakt naar Makassar, dat voor hen natuurlijk een.„tooverstad” lijkt. Op hun eigengemaakte instrumenten speelden zij zeer verdienstelijk en oogstten veel bijval. {V.F.B.) ’t Psychologisch Momemit Naar het Engelsch VAN OLIVE LETHBRIDGE Ds. J. DRAAISMA. Een, dezer dagen overleed te ZuidBeijerlarid de heer Ds. J. DRAAISMA, predikant aldaar. De overledene was een zeer geziene persoonlijkheid in zijn standplaats en omgeving. (V.F.B.) Melville’s diamanten schitterden en flon- $ korden als duizenden lichtjes om haar hals en § haar oogen schoten vlammen, terwijl zij haar | Fransche kamenier met dreigend gelaat aan- » zag, de lippen opeengeperst van verbittering. „Mijn brieven 1” Ze haalde adem met korte, hijgende stoeten. „Mijn brieven 1” Henriëtte’s gelaatsuitdruk - king was merkwaardig. Zij geleek de beleedigde onschuld met ha®r verwonderde oogen, opgetrokken schouders en uitgespreide handen. „Ze was désolée,” verklaarde ze, „mylady zoo boos te zien. Het brak haar hart, maar wat kon de arme Henriette doen ? Hoe kon ze weten dat mylady’sMoorseh kistje zulke belangrijke brieven inhield, zulke belangrijke .... zakenbrieven ! Henriëtte had de kamer opgeruimd en ze daarna verlaten zooals zij altijd deed. En het kistje stond onaangeroerd, Henriëtte had het heel goed opgemerkt, toen ze myiady's juweelen had opgeborgen. Nooit was zoo iets gebeurd. jamais ’ Zij had bij drie Parijsche families gediend, waar de dames ook zulke belangrijke zakenbrieven bezaten, en nooit was daar iets gemist.” De diamanten aigrette in lady Melville’s haar sidderde als een verschrikte vogel. Mylady beet zich op de lippen, dat het bloed te voorschijn kwam. „Mijn blauw Paquin kostuum,” mompelde ze radeloos, „ais je mij de brieven terugbezorgt. De armband, dien jij altijd zoo bewondert! Geld ... tweehonderd, drie... vijfhonderd gulden zal ik je geven !” Toen door een vluchtigen blik, een uitdrukking, op het gelaat .van haar kamenier werd haar vermoeden zekerheid. Ze vloog op het meisje af, vatte haar bij den pols en siste tusschen de tanden : „Je liegt! Je hebt mij -verkocht1” I n panischen schrik zonk Henriëtte op de knieën en boog het hoofd voor den Onder voorzitterschap van den heer mr storm van woede algemeene vergadering gehouden van harer meesteres. VOLKSBOND TEGEN DRANKMISBRUIK. .F. W.J.G. Snijder, van Winschoten, werd Woensdag 5 Augustus den Volksbond tegen Drankmisbruik, waarbij 97 afdeelingen door 128 Hierboven een overzicht van de vergadering. „Het was haar schuld niet,” snikte zij. „In Frankrijk had ze een arme moeder en zes broertjes en zusjes, die gebrek HET NIEUWE GEBOUW VAN DE N VOLKSBON D. Hierboven een foto van het nieuwe, voor eenige dagen geopende gebouw van den Volksbond aan de Prins-Hendrikkade te Amsterdam. (V.F.B.J J. E. D. DURING. De heer J. E. D. DURING, burgemeester van Nuland, een in zijn omgeving algemeen geacht en bemind persoon, die eervol ontslag heeft aangevraagd als hoofd dier gemeente. (V.F.B.) leden. Zij had dringend geld noodig. De verleiding was gekomen en had haar geld, veel geld geboden en zij was ervoor bezweken. Heusch, ze wilde mylady niet beleedigen ; mylady was altijd goed voor haar geweest. En misschien was het nog niet te laat; mylady kon haar brieven nog terugkrijgen voor zij kwaad berokkenden.” Lady Melville’s fijne vingers lieten den pols los van het meisje, dat vol angst en berouw op den grond kroop. Zelfs te midden van haar doodsangst ging het haar bliksemsnel door het hoofd, dat ze nog nimmer eenig menschelijk gelaat gezien had, dat zooveel zielesmart uitdrukte als dat van haar meesteres. En evensnel kwam de vraag bij haar op : zou de ernstige lord misschien een jaloersch echtgenoot zijn ? „Jouw koopsom?” „Mylady !” Lady Melville trok aan de kanten op haar boezem alsof deze haar benauwden, „De prijs? Hoeveel hebben ze je betaald ?” „Zes duizend gulden, mylady !” „En.... wie betaalde je?” „Mylady .... ik . . „Wie?” Lager kroop het meisje. Een kleine zwarte neergebogen figuur in het schitterend boudoir, met zijn kostbaar zilver, de luxieuse toilettafel met haar flesschen, geuren, poeders en al die kleine berioodigdheden, die het mysterie uitmaken van een vrouwenvertrek. „De Heilige Maagd en al de heiligen mogen ’t mij vergeven,” fluisterde zij. „’t Was myiady’s dierbaarste vriendin, . . . mevrouw Massingham.” Een minuut ging voorbij, vijf, tien, of was ’t een eeuwigheid? Lady Melville scheen in steen veranderd; als’n beeld vol schoonheid zat ze daar; de oogen onbeweeglijk in het onbekende starende. Henriëtte brak haar snikken af om haar meesteres aan te staren als iets, iets dat haar verstane^, niet omvatten kon. Vanwaar die versteende smart, vroeg ze zich verwonderd af. Het was toch beter dan dat mylord de brieven gekregen had. Zij wist niet, dat lady Melville eerder vergiffenis en medelijden gevonden zou hebben bij haar echtgenoot dan bij de vrouw wier geluk zij had vernietigd door een oogenblik van ijdelheid en wuftheid. Eindelijk kwam er leven in het beeld, in Musis Sacrum te Arnhem de 41ste Lady Melville stond afgevaardigden vertegenwoordigd waren. op,liep haastig de ka- (V.F.B.) mer door en belde.
PDF
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
05
Tekst
15 PANORAMA HET ZWITSERSCHE DORPJE CASTELLO. Het lijkt ons niet onaardig om hier op deze pagina een paar zeldzaam schoone natuuropnamen te reproduceeren uit Zwitserland, dat, ook al bleef het evenals wij voor den oorlog behoed, toch financieel enorm van den woedenden krijg te lijden heeft. Immers, waar dat land in normale omstandigheden gedurende het reisseizoen door duizendtallen touristen bezocht wordt, is dat aantal thans tot een minimum beperkt. De reden ligt natuurlijk voor de hand. Voor ons Nederlanders echter, die er op gesteld zijn in onze vacantie van de zuivere Zwitsersche berglucht en prachtige natuur te genieten, is de mogelijkheid daartoe in geenendeele uitgesloten. Via Duitschland is het vanuit ons land zeer goed te bereiken, mits men voorzien is van een goeden pas en verdere papieren thuis Iaat. „Sta op !” siste zij. „Sta op en droog je oogen ! Moet het heele huis weten wat er gebeurd is ?” In antwoord op een tweede driftig bellen verscheen er een dienstbode aan de deur, gevolgd door een huisknecht. „Mylady ?” „Zeg Sir Leslie dat ik hem wensch te spreken. ’ ’ „Sir Leslie is uitgegaan, mylady, een uur geleden. Hij zou dineeren bij den heer en mevrouw Massingham om 8.15 vóór naar het Lagerhuis te gaan ” Lady Melville deed een stap achteruit. Ze had vergeten dat hij dien avond zijn redevoering moest houden, de groote rede, die hem op het toppunt van zijn staatkundigen roem moest brengen. Maar — te voren ! Hij zou dineeren bij mevrouw Massingham en zij had de brieven 1 De loop der gebeurtenissen wikkelden zich snel af. De vrouw, die zij verdrongen had, had een wraakneming bedacht, even vernuftig als geraffineerd. Met één slag had zij twee dingen bewerkstelligd. Ze had Sir Leslie te dineeren gevraagd dezen avond, daardoor aan Violet Melville haar sterkste wapen om rechtstreeks naar haar echtgenoot te gaan en hem alles te bekennen ontnemende; en bovendien zou ze de brieven bezigen op het juiste moment, het oogenblik onmiddellijk voorafgaande aan dat waarop hij de redevoering zou houden, waarvan het succes van zijn politieke loopbaan afhing. In tegenwoordigheid van de bedienden dwong lady Melville haar lippen tot een glimlach. „Heel goed, Grayson ! ’t Is in orde 1 en . ... Grayson, den auto, dadelijk 1 Neen, een taxi, dat gaat gauwer I Henriëtte, mijn avondmantel, mijn waaier, mijn handschoenen 1 Talm toch zoo niet, meisje 1” ♦ * * Elke dienstbare in huis had bemerkt dat er in de hal iets te zien viel ais mylady de breede trap afdaalde. Met het wondervol instinct zoo eigen aan hun klas, hadden ze als ’t ware geroken dat er iets niet in den haak was ; en toen de buitendeur zich achter hun’ meesteres gesloten had, verzamelden ze zich allen tot een groep om elkaar hun vermoedens mee te deelen. Mary, de kinderjuffrouw, had het grootste woord. * „En ik zeg je.” deelde ze op stelligen toon mee, „dat mylady in de kinderkamer kwam, zooeven, en zewasvreeselijk bewogen. Ze boog zich over miss Estelle’s ledikantje, alsof ze er De Sustenpas. Een berghut in het Nessendal. (foto's E. Kraal) niet van scheiden kon; en ik kan er op zweren, dat ze huilde.” Simons, de bottelier, wuifde veelbeteekenend met de hand. „Wat zou dat?” vroeg hij op een toon van gezag. „Mylady is een goede moeder !” Dat was het algemeen gevoelen van lady Melville’s dienstpersoneel. En ’t was juist, mylady was een uitstekende moeder 1 II. Toen lady Melville Curzonstreet No. 400 bereikte, stonden de wijzers van haar horloge op zeven uur. Voornemens onmiddellijk na het diner naar den schouwburg te gaan, had ze zich vroeg gekleed, een omstandigheid die haar nu goed te stade kwam. „Ik heb net een uur,” zei ze tot zichzelf, „om den toestand te redden. Eén uur !” „Mevrouw Massingham is zich juist aan ’t kleeden voor het diner,” deelde de dienstbode mee, „maar als ’t dringend is . . . Lady Melville gaf haar kaartje af, waarop zij in der haast eenige woorden in ’t Fransch schreef. „Geef haar dit,” zei ze. „Ik ben zeker dat ze mij ontvangen zal.” Na een paar minuten keerde de dienstbode terug. „Wil mylady naar boven gaan ?” Violet Melville slaakte een zucht van verlichting. Zij had zich niet misrekend. De vreugde haar in wanhoop te zien was te groot dan dat Enid Massingham zich de gelegenheid daartoe, zelfs in haar kleedingsuur, zou ontzeggen. Violet volgde de dienstbode naar boven en werd in een boudoir gelaten, door zware portières van een ander gescheiden. Na een oogenblik wachtens schoven de portières open en de beide vriendinnen omarmden elkaar. De vrouw die was binnengetreden was grooter, robuster dan Violet en zeer zorgvuldig gekleed. Zij leek echter oud bij de stralende schoonheid van haar bezoekster. „Het spijt me, dat ik je moest laten wachten, Violet,” zei ze met kwijnende stem. „Het was de schuld van mijn kamenier ; ze haast zich nooit, juist als ’t noodig is. En vertel me nu eens, wat is de dringende zaak waarover je me wenscht te spreken 1 Toch niets ernstigs, hoop ik 17 „Iets .... onplezierigs 1” EEN DER SKITERREINEN IN DE OMGEVING VAN AROSA.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1781 tot 1785 van 11897