|
PANORAMA
Hierna werd het feestgeschenk, een gedenkboek waarin
de geschiedenis der Vereeniging is vermeld, aan de leden
uitgereikt.
Na een gehouden pauze, tijdens welke de gemeenschappelijke
lunch werd gebruikt, werd de vergadering
voortgezet tot het afdoen van enkele huishoudelijke
zaken.
Met een woord van dank van den voorzitter werd
daarna de vergadering gesloten, nadat bésloten was een
hulde-telegram te zenden aan H. M. de Koningin.
Toen was het tegen 6 uur ’s middags weer réunie in
„Artis”. Daar had de feestcommissie in de keurig versierde
groote zaal — de versiering was van den décorateur
Haanraat, terwijl de Artis-tuinman Los de sierlijke
plantengroepen had verzorgd — een wel voorzienen disch
doen gereedmaken aan welken de leden zich nu vereenigden.
Aan een groote eere-tafel namen verschillende autoriteiten
plaats, o.a. minister Posthuma; jhr. mr. dr. A.
Roëll, comm. der koningin in Noord-Holland; gen. maj.
A. R. Ophorst, comm. der stelling Amsterdam; burg.
J. W. C. Tellegen; het bestuur; eereleden en vele anderen.
Er waren vele verrassingen op typografisch gebied. De
„dischkaart” o.a. — waarvan wij in den kop een reproductie
geven gaf twee kijkjes op den boekwinkel van
vóór 100 jaar en nu.
Elke tafel werd genummerd door een schild in den
vorm van een boek en bevatte een hulde aan de stichters
der Vereeniging: Loosjes, van der Hey en du Mortier.
De heer Loosjes heette de aanwezigen welkom bij het
Plan van het nieuwe gebouw van de Vereeniging aan de
Heerengracht te Amsterdam.
begin van den maaltijd, die zeer geanimeerd verliep
Bij het derde gerecht nam de voorzitter nogmaals het
woord en vertelde toen den eere-gasten in welk gezel
schap zij zich bevonden. Daartoe gaf hij een definitie
van hetgeen eigenlijk een boekverkooper is en las een
stuk voor uit een almanak van 1716, waarin verteld
wordt aan welke eischen een boekverkooper moet voldoen
En deze eischen zijn lang niet gering. De boekverkooper
toch is niet alleen handelaar, doch tevens de tusschen
persoon tusschen kunsten, wetenschappen, auteur en
publiek, en moet als zoodanig over een groote en uit
gebreide kennis van deze onderwerpen beschikken.
Talrijke der aanwezige autoriteiten voerden eveneens
het woord en wezen op de schoone taak der Vereeniging,
die zij op zoo lofwaardige wijze vervult.
Na afloop begon in de Koningszaal een cabaret-voor
stelling, die menigen gullen lach weerklinken deed, als er
grappen werden gemaakt op het vak der boekhandelaars.
Den derden dag der feestelijkheden stond er op het
zeer copieus programma een boottocht voor de leden
naar het eiland Marken. Prachtig zomerweer begunstigde
dit uitstapje, dat zeker niet zal nalaten een dankbare
herinnering te vestigen bij de leden ten opzichte van de
feestcommissie, die op zoo uitnemende wijze gezorgd heeft
dat het jubileum der Vereeniging op zoo aangename en
een harer waardige wijze gevierd is geworden !
Zoo behoort ook dit jubileum weder tot het verleden.
De band echter, die door de Vereeniging de Boek
handelaars bond, zal er door de -drie in gezellig samenzijn
doorgebrachte dagen, te inniger door worden, ten voordeele
van het vereenigingsleven.
De aan de Vereeniging aangeboden bloemenhulde. Omsla cabaret-uitJoering.1^3 De boottocht naar Marken. 'Het vertrek, {foto's Kreveld.)
Vabchheöd no Geschrifte
Vroolijke schets uit den mobilisatietijd door COR Z.
Is bij sommige stervelingen een kaf
Stertrek, een deel van hun zelfstandigheid.
&^^§Ze liegen ondanks alles; spotternijen, straffen
of schade, niets kan hen verhinderen telkens
Jbööfe opnieuw te liegen. Ze liegen niet om bestwil,
' : ; zooals het spreekwoord zegt maar uitliefde
tot de leugen, meestal ook om op te snijden.
Zoo’n onverbeterlijke leugenaar was ook Barend de Keizer.
Hem te scheiden van het begrip ,,leugen” en „opsnijderij”
was een onmogelijkheid. En hij was trots op die eigenschappen
als een zestienjarige jongen op het eerste dons
van zijn bovenlip.
. Als je een leugen vertellen wilt.” doceerde hij meermalen,
„vertel dan een goede, een nieuwe, een die niet dadelijk
in ’t oog loopt. Jullie moet echter
niet denken, dat ik altijd
lieg; ik ben een waarheidlievend
man, ik haat de leugen ... 1
Ik lieg alleen maar als ’t noodig
is, als ik er toe gedwongen
word.”
„En als je er wat mee verdienen
kan, zooals bij je goudzoekerij,”
merkte Strijbosch
grinnekend op
„Als dat de eenige heldendaad
is die op jouw zakboekje
komt: „een kameraad tien
gulden afgezet,” dan vind ik dat
al erg dun?”
„’t Mag zoo dun wezen als ’t
wil,” ging Strijbosch onverstoorbaar
voort, „maar ik wou
dat ik er dagwerk van had,”
„Best mogelijk ! Ik ben niet
zoo aan de centen gehecht als
jij; mij n aspiraties gaan hooger! ’ ’
„Naar de dochter van den
torenwachter zeker?” merkte
Van Zanten op.
„Ha, ha! Als jij wist wat
ik in mijn kladboekje heb,
liep het water je uit den
mond, Van Zanten!” snoefde
Barend.
’) Zie „De man met de wichelroede”
in „Panorama” N°. 50.
„’t Zal wat wezen als ’t voor de heeren komt,” zei
Van Zanten sceptisch. „Zie je dat ?” zei Barend, terwijl
hij Van Zanten de foto van juffrouw Engelman, een
opkomende ster aan den tooneelhemel, onder den neus
duwde.
„Ja zeker,” was het antwoord, „en ik heb er in de boekwinkels
al verscheidene gezien.”
„Ja,” ging Barend voort, „maar deze is mij gegeven
door juffrouw Mimi Engelman zelf.“
„Nou breekt me klomp! Ha, ha, ha!” En Van Zanten
lachte zoo venijnig, dat Barend geraakt vroeg :
„Geloof je me soms niet ?”
„Natuurlijk niet!” antwoordde Van Zanten brutaal.
„Je verwacht toch niet dat iemand jou nog gelooven
zal ?”
„Dus je twijfelt aan mijn woorden ?” voer Barend
voort. * '
„Ho ! Ho ! Lebaudy !” riep korporaal Harsveld, „je
lijkt George Washington wel, die loog immers ook nooit ?“
„Dat weet ik niet!
Voor eenigen tijd meldden
menschenlevens te betreuren
DE RAMP DER „EASTLAND” TE CHICAGO
ons de couranten de ontzettende scheepsramp nabij Chicago der „Eastland” waarbij 1200
waren. Wij geven hierboven de passagiers die op het omgeslagen schip geklommen zijn,
wachtende totdat de ter hulp gekomen boot hen kan afhalen,
Ik ken dien vent niet !” mopperde Barend de Keizer,
„maar dat zeg ik je, dat ik ’t portret van de meid zelf
gekregen heb. Den laatsten keer dat ik met verlof was.
ben ik naar de komedie geweest.
Ik zat op de voorste rij van de . . . .”
„Engelenbak !” vulde Strijbosch aan.
„Van de stalles ....!“ verbeterde Barend.
„Stalles? Ha, ha, ha !” brulde Van Zanten. „En jij hebt
altijd de dalles !” 2)
„Als jij ’t beter weet, vertel jij ’t dan of houd anders je
menageklep dicht !”
„Ga voort, Lebaudy,” kalmeerde Harsveld. „Laat Van
Zanten maar kletsen,”
„Nou dan, ik zat vlak vooraan in de stalles en ze hield
geen oog van me af. . .
„Geen wonder, ze zal zoo’n bandietentronie daar nog
nooit gezien hebben !” viel Van Zanten weer in.
.......... Ze keek zoo dikwijls naar me,” ging Barend voort,
zonder nu op de opmerking te reageeren, „dat ze d’r partij
bijna vergat en toen ik eindelijk den schouwburg verliet,
stond er een jongen op me te
wachten met de boodschap,
dat ze me verlangde te zien.
Wat moest ik doen ?
Ik begaf mij naar den artistenuitgang
en voordat ik goed
wist wat er gebeurde, lag ze in
mijn armen.
En nou zijn we aan ’t verkeeren.”
„En? Ga voort, Barend! Lieg
door!” treiterde Van Zanten,
die blijkbaar op ruzie uit
was en al zijn best deed om
Barend uit te lokken.
„Zeg nou, dat ze je lederen
avond een bankje van vijf en
twintig in je handen stopt en
dat jullie na de mobilisatie
gaat trouwen en jij dan niets
behoeft te doen, dan je potje
bier drinken en haar van de
komedie afhalen.
Je moet de zaken nooit ten
halve doen. Dat zijn we van
jou ook trouwens niet gewend.
Als je liegt, doe je het ook
zoo goed, dat je zelf haast
gelooft dat het waar is.”
2) Hebr. bargoenseh: armoede,
geldgebreli.
{Zie vervolg pag. 14}.
|