|
PANORAMA 4
Eén jaar duurt thans de Europeesche
oorlog, welken men
aanvankelijk geen langeren
levensduur had toegedacht
dan 3 maanden. Dan zou
. de uitputting in de strijdende
landen wel zóó groot
zijn, meende men, dat van een
verder voortzetten van den krijg
geen sprake zou kunnen wezen.
En thans zijn de Geallieerden
en de Centrale Mogendheden twaalf
maanden aan het vechten én nog
blijft voor een ieder duister, wanneer
het einde van de ellende
zal aanbreken. Zeker, de economische
toestand in de verschillende landen — en niet alleen in
de oorlogvoerende — moge verre van schitterend zijn, volhouden
kunnen ze, naar het schijnt, nog wei. Duitschland is
niet uitgehongerd, evenmin als Engelands verkeer ter zee
gestaakt is, ondanks den duikbootenoorlog. Frankrijk zet
den strijd met energie voort, terwijl de Donau-Monarchie
er niet aan denkt om in elkaar te storten, gelijk de
tegenstanders reeds lang geleden voorspelden.
De Russen konden zelfs ondervinden, hoeveel veerkracht
Oostenrijk-Hongarije nog bezit, al deed de hulp
van den Duitschen bondgenoot hier zeer veel. Met dat al
kan ’t Tsarenrijk, dank zij zijn onuitputtelijk menschenmateriaal,
den strijd nog goed volhouden.
België moge voor ’t grootste gedeelte bezet zijn, het
leger bestaat nog en verdedigt het stukje Belgisch gebied,
dat tot op heden vrij is gebleven. Kortom, ontzettende
ellende is er geleden, millioenen menschenlevens
zijn er vernietigd met het resultaat, dat de partijen nog
vrijwel op dezelfde wijze tegenover elkaar staan als in
het begin van den oorlog.
Wat hebben we dus uit de gebeurtenissen van het
laatste jaar kunnen ieeren? Dat een krijg, gelijk dezen,
gruwelijke offers eischt en een geweldigen chaos in' de
geheele wereld teweeg brengt, maar dat de verhouding
tusschen de strijdende mogendheden nagenoeg gelijk is
gebleven.
Let wel, de onderlinge verhouding. Want vraag tenslotte
niet, welk een schrikbarende ellende in elk land
op zichzelf door den oorlog veroorzaakt wordt. Waarlijk,
we gevoelen zeer veel voor de stelling, dat in een modernen
oorlog van een overwinnaar geen sprake meer kan
zijn, want hij, die op ’t slagveld wint, verliest tenslotte
economisch weer evenveel. Dat economisch verlies moge
thans nog niet zoo blijken, het zal zich na den vrede
dubbel en dwars openbaren en doen gevoelen.
Wanneer men dit alles eens nagaat, dan zal men het
een verblijdend verschijnsel achten, dat er een krachtige
beweging aan het werk is om den vrede mogelijk te
maken en niet alleen dat, maar ook om waarborgen te
verkrijgen, waardoor de kans op een duurzamen vrede
aanmerkelijk grooter wordt.
Wij doelen thans op den Anti-Oorlog Raad, over
welk lichaam wij vroeger al eens in Panorama geschreven
hebben. Terwijl het ons toen te doen was
om de oprichting van den A.-O. R. en zijn plannen te
bespreken, willen wij nu eens nagaan wat sinds de oprichting
inderdaad bereikt is.
Ook ditmaal wendden wij ons tot den secretaris, Mr. de J ong
van Beek en Donk: aan zijn vriéndelijke voorlichting danken
we het, dat we in de volgende regelen een en ander over de
resultaten van den
arbeid van den A.-O.
R. kunnen mededeelen.
Zooals indertijd
was aangekondigd,
bestond ’t hoofddoel
van den Anti-Oorlog
Raad in het tot
stand komen van één
centrale organisatie,
één internationaal lichaam,
dat de vredebeweging
zou leiden.
Dat lichaam is er nu
en wei in den vorm
van de Centrale Organisatie
voor een
duurzamen vrede. Zij
is tot stand gekomen,
dank zij het initiatief
van den A.-O. R. en
telt onder de aangesloten
Vereenigingen,
de nationale comité’s
en bonden uit
de neutrale staten,
terwijl in het uitvoerend
comité, dat
aan het hoofd staat
van de Centrale Organisatie,
ook België,
Italië, Engeland,
Duitschland, Oostenrijk
en Hongarije
De vergadering van den Nederlandschen Anti-Oorlog Raad, gehouden j.i. Dinsdagmiddag in de zaai van de Oranje-Sociëteit,
Prins Hendrikplein te ’s-Gravenhage.
Het Bestuur van den Nederlandschen Anti-Oorlog „Raad. V.l.n.r, Mr. V. H. Rutgers; Mevr. W. Asser-Thorbecke, Penningmeesteres ; Jhr.
Mr. Dr. B. de Jong van Beek en Donk, secretaris; Mr. H. C. Dresselhuys, voorzitter; j. H. Schaper, ondervoorzitter; Prof. Dr. D. van
Embden ; Mr. Dr. D. A. P. N. Kooien.
vertegenwoordigd zijn. Wat de tijdige voorbereiding betreft:
daaraan ontbreekt het niet.
Door openbare vergaderingen, door vlugschriftjes en
door de uitgave van een maandelijksch orgaan (HolNEDERLANDSCHE
ANTI-OORLOG RAAD.
(Foüxded os the 8™ of October 1914.)
HOLLAND NEWS
THE HAGUE, 15th of July 1915. New series, Nü. 8.
NEDERLANDSCHE ANJI-OORLOG RAAD.
(Foxdé i.e 8 Qctobre 1914).
NOUVELLES DE HOLLANDE.
LA HAYE, 15 juillet 1915. Nouvelle Série, N“. 8.
NEDERLANDSCHE ANTI-OORLOG RAAD.
(Geoküxdet 8 Oktober 1914.)
Hoilandische Nachrichten.
HAAG, 15 Juli 1915. Neue Serie, N“. 8.
Die „Hoilandische Nachrichten" werden unentgeltüch zugeschickt an die wichtigsten
Friedenszeitungen und Friedensvereine und an alle Personen, welche dieselben zu
erlangen wünschen; Beitrage zur Beförderung dieser Herausgabe werden aber geme
empfangen. Man wird gebeten slch för die Zusendung zu wenden an Dr. B. de Jong
van Beek en Donk, Theresiastraat 51, Haag (Holland).
Standpunkt der Niederlandischen Regierung hinsichtlich
zukünftiger Versuche zur Wiederherstellung des Friedens.
Rede gehalten vom Minister Cort van der Linden in der
Zweiten Kammer. (Juni 191a.)
HET MAANDELIJKSCH ORGAAN.
land News, Hoilandische Nachrichten, Nouvelles de Hollande),
wordt de publieke opinie bewerkt, terwijl studiecommissies
w.i. knappe en bekende mannen zitting hebben
genomen, de verschillende kwesties nauwkeurig onderzoeken.
De resultaten van die onderzoekingen zullen in het najaar
na den
waaraan
vrede een
dan ook de
blijken. Dan zal er nl. onder
leiding van de Centrale Organisatie
voor een duurzamen vrede, een
studie-congres te Bern bijeenkomen,
waar de concrete oplossingen
van de punten van het zgn.
minimum-programma vastgesteld
worden.
Het plan is dan, om aan de
hand van deze concrete voorstellen,
bij de komende vredesonderhandelingen
aan de vergaderde mogendheden
een verzoekschrift in te
dienen om, voor zoover betreft
de nadere regeling van een internationale
rechtsorganisatie, kort
statencongres te doen bijeenkomen,
neutrale staten zullen meedoen.
En wat betreft de punten, die terstond bij den vrede
in aanmerking genomen moeten worden, (zooals bv. het
niet-annexeeren van gebied tegen de wenschen der bevolking
in) men hoopt, dat door de gestadige propaganda,
die ook in de oorlogvoerende landen gevoerd wordt, zich
daar een publieke opinie zal openbaren, die deze principes
aanvaardt.
Tenslotte hoopt de A.-O.R. te bereiken, dat binnenkort
de Nederlandsche regeering het initiatief zal nemen tot
een samenwerking met de overige neutrale regeeringen,
in het belang van den vrede.
Twee opmerkingen wenschen we aan het bovenstaande
nog toe te voegen, en wel aan het adres van hen, die
óf met een zekere minachting, óf met een zeker .wantrouwen
het werk van den A.-O. R. gadeslaan.
Beide zijn even ongegrond. De minachting schijnt haar
oorzaak te vinden in de dwaalmeening, die er bij sommige
menschen heerscht, dat de vredesbeweging, door
den A.-O.R. geleid, onpractisch en louter sentimenteel is.
Dit is gewoon een dwaze opvatting. De A.-O. R. stelt
zich waarlijk niet voor, dat nu maar in eens de vrede
tot stand zal komen en dat er dan nooit meer gestreden
behoeft te worden. Wat zij wil, is: de voorbereiding tot ’t tot
stand komen van een internationale rechtsorganisatie op
de basis van de punten van het minimum-programma.
Waar in de staten afzonderlijk wel degelijk een rechtsorganisatie
mogelijk is, gehandhaafd zoo noodig door de
politie, daar kan dat toch even goed het geval zijn
tusschen de staten onderling, mits de grondslagen van
die organisatie hecht en stevig zijn, d.w.z. rechtvaardig
en billijk.
Ten nauwste bij dit punt aansluitend is de kwestie van
het wantrouwen. Er zijn er, die vreezen, dat men in de
kringen van den A.-O. R. naar vrede haakt, onverschillig
tot welken prijs. Dit laatste is volkomen onjuist: wil
er kans zijn voor de zooeven genoemde internationale
rechtsorganisatie op gezonde basis, dan is een
eerste vereischte, dat bij den vrede de onafhankelijkheid
van de oorlogvoerende staten
gehandhaafd blijft.
Een eventueele inlijving van België bij Duitschland
zou in A.-O.R-kringen zeer betreurd worden: zoo’n vrede
te bereiken is dan ook niet de bedoeling!
We gelooven hiermee
voldoende te
hebben aangetoond
dat het streven van
den A.-O.R. aller medewerking
verdient.
Het werk, dat hij
verricht heeft en nog
hoopt te verrichten
zal in het belang
zijn van de geheele
menschheid. Men kan
den A.-O.R. en allen
die deze Vredesbeweging
voorstaan,
ten opzichte van die
enkele ongeloovige
Thomassen, die hun
arbeid trachten te
verkleinen, toevoegen,
de woorden, die
zich in het gebouw
van het Departement
van Justitie op bet
Plein in den Haag
bevinden :
,,Treek u niet aen
wat yeder seght,
Maer doet dat
billyck is en recht.”
E. v. R.
De Nederlandsche Anti-Oorlog Raad en de weg tot den Vrede
|