Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1766 tot 1770 van 11897
Nummer
1915, nr. 62, 2 aug. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA DUITSCHE TROEPEN AAN HET OOSTELIJK FRONT EEN RUSSISCHE LOOPGRAAF DOOR DE DUITSCHERS GENOMEN. Zoodra er eenigsïins gelegenheid voor is, worden de gewonde vijanden, die zich in de genomen Ook wordt er direct een aanvang gemaakt met het bij elkander verzamelen van den oorlogsbuit, loopgraaf bevinden, naar het veldhospitaal gebracht, na eerst voorloopig te zijn verbonden. (V.F.B.) dien de vijanden hebben achtergelaten, zooals geweren, patronen, enz. EEN HISTORISCHE PLEK. Op de plaats, waar dit jaar de groote slag bij Tannenberg begon, staat een monument ter herinnering aan een slag, die daar in 1410 geleverd werd door ,,Hochmeister’’ Ulrich. (V.F.B) . DE ACHTERHOEDE VAN HET LEGER. In Pillkallen, aan de Oost-Pruisisch-Russische grens, ziet men iederen dag groote wagentransporten, die proviand bevatten voor de achterhoede. (V.F.B.) DE WEDEROPBOUW VAN OOST-PRUISEN. ZORG VOOR DE VERTREKKEN DEN. Aan het station te Thorn heeft de Vaderlandsche Vrouwenvereeniging een bureau gesticht, waar den mannen, die weer naar het front vertrekken, van alles verschaft wordt, wat zij noodig hebben. (V.F.B.) Voor den wederopbouw van het verwoeste Oost-Pruisen worden nu reeds de plannen gevormd en reeds is het benoodigde geld beschikbaar gesteld. Op onze foto ziet men Graaf von Nierbach, geheimsecretaris van den Duitschen keizer in gesprek met den burgemeester van Thorn, in verband met de groote plannen. fV.F.B.) ARME STAKKERDS. Een groep Russische kinderen, die hun ouders door den oorlog verloren hebben, en nu door de achtergebleven bevolking zoo goed mogelijk verzorgd wordt. (V.F.B.) IN HET BEZETTE GEBIED. Voor het contact met het voortrukkende leger is het noodig dat er zoo spoedig mogelijk spoorlijnen aanwezig zijn. Er kunnen dan steeds versche troepen en voorraden ammunitie naar het front worden vervoerd. Zoo spoedig mogelijk worden er dan ook hulpspoorbanen aangelegd. VOOR DE GEVALLENEN. Ter gelegenheid van het onthullen van een gedenkteeken voor de gevallenen in de omgeving van Wylkowischki, werd er door de troepen een parade gehouden. 62 (5b)
PDF
Nummer
1915, nr. 62, 2 aug. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 IN BRAND GESCHOTEN. Door den stoomtrawler „Hercules” zijn te IJmuiden aangebracht negen Noorsche schipbreukelingen, zijnde de geheele equipage van den Noorschen schoener „Harbo”, kapitein Ericksen, met hout van Christiania naar Sunderland, welke schoener Zondagavond op 56 graden 40 Noord en 2 graden 32 Oost door een Duitsche duikboot in brand is geschoten. Aan de bemanning werd 5 minuten tijd gegeven zich in de scheepsboot te begeven (waarin wij ze op onze foto zien, kapt. Ericksen met hoed op), en waarin zij later door den trawler werden opgepikt. f/ofo 2/70 HET PAARLSNOER G. DIETERLE gouden regen glinstert in de lente-zon. Seringen en meidoorns geuren en de dennenbosschen dekken de bergen met een mantel van blauwig zwart. Vogels, die niet te zien zijn, fluiten en, als de boomen niet zuchten, hoor ik het monotoon geklater van een waterval, die diep in het boscfr moet zijn. Ik, William Robertson, ben nu ongeveer twintig uur sporen van de stad verwijderd, die ik niet noemen wil, en nog geen vier en twintig uur is het geleden dat de schakels der boeien in het vleesch van mijn polsen drongen. Soms geloof ik dat ik gedroomd heb, maar in m’n polsen staan nog duidelijk de teekens van de ontvelling, die de boeien veroorzaakt hebben ... Ik heb een gevoel als een drenkeling, die in een draaikolk geraakt was, machteloos door het water heen en weer gegeslagen en eindelijk door een toeval op het land geworpen werd. Voor ik naar Bombay terugkeer, om daar weer als eerzame katoenplanter voort te leven, wil ik hier op deze bank in dit heerlijk noordelijk landschap, het gebeurde in de kleinste bijzonderheden in m’n geest voorbij laten trekken en dan vergeten .... 1 Een kleine twee jaar geleden was ik voor het afsluiten van katoencontracten te Makallah. Mijn zaken had ik afgedaan en ik verlangde naar den dag, waarop ik weer naar Bombay zou kunnen vertrekken, toen ik van den sultan van Hadramaut een uitnoodiging ontving om zijn leeuwenfeest bij te wonen. Deze uitnoodiging- had hij gezonden aan alle Britsche onderdanen, die op dit tijdstip in Makallah aanwezig waren, daar de Sultan er prijs op stelde de Engelschen als zijn vrienden te beschouwen. Ook waren er veel aanzienlijke Engelschen uit Aden genoodigd. Van een inlandschen koopman, die ook uitgenoodigd was, vernam ik omtrent het leeuwenfeest het volgende verhaal : de sultan had een paar jaar geleden van een stamhoofd uit het binnenland jonge leeuwen ten geschenke gekregen. Hij was zeer trotsch op dit geschenk en tijdens zijn bezoek aan Cairo zag hij in het Alhambra de leeuwentemster Kitty Branton optreden. Hij was zoo verrukt over de dressuur, dat bij Miss Kitty Branton een zeer hoog honorarium aanbood als zij zijn leeuwen wilde dresseeren en een Berber opleiden tot Keizerlijken dierentemmer van Hadramaut, zoodat, wanneer zij weer vertrokken was de sultan op elk uur van den dag, wanneer hij dat wenschte op leeuwen-dressuur vergast zou worden. Zij nam zijn aanbod aan en het prachtigste paviljoen van het paleis werd voor haar en hare helpers beschikbaar gesteld, terwijl hij haar nog een kostbaargeschenk beloofde, als de Berber even bekwaam in die kunst zou worden als zijn leermeesteres. Miss Branton had nu den sultan laten weten, dat zij haar taak volbracht had en op de binnenplaats van zijn paleis zou zij met den Berber en de leeuwen een voorstelling geven, waarbij een groot deel der bevolking, behalve de genoodigden, ook tegenwoordig zou zijn. Het feest had in de morgenuren plaats. Een groote menigte volk staarde van de platte daken van het paleis in de wit marmeren binnenplaats. HOLLANDSCHE INDUSTRIE. Door de „Oianda" speelgoedfabriek worden er pogingen aangewend om in het buitenland speelgoed, in Holland vervaardigd naar speciale Hollandsche ontwerpen, aan de markt te brengen. Wij geven hierbij een paar modellen, zooals die bij de firma Gebr. Simons, Kalverstraat 105 te Amsterdam, ge­ ëxposeerd worden. Bovenaan: Een Ridder-Theater. Ontwerp van den Architect Wijdeveld. De bodem van ’t theater is de onderkant van de doos, daarin zijn gaten op verschillende plaatsen. Het theater wordt in elkaar gezet op de wijze van een kermiskraam, de vlakke wanden schuiven in de stijlen, en die stijlen staan stevig in de gaten van den vloer. Het geheel kan in de doos opgeborgen worden. De figuren schuiven in gleuven in den vloer. Onderaan: Een Hollandsche boerderij met 22 figuren. Ontwerp Jan Rinke, Laren. Alle figuren zijn gezaagd van 3-deelig onbreekbaar hout en met de hand beschilderd in vroolijke, sprekende kleuren. Wij zaten op de gaanderij bij den sultan, tegenover de harem-loge, die door een zijden voorhang geheel afgesloten was. De vrouwen konden ons wel zien, maar wij hen niet en ENGELSCHE VLIEGERS GEDAALD. Onlangs is er bij Sluiskil een Engelsche vliegmachine gedaald. De twee inzittenden kapitein Hunt (pas 28 jaar oud) en luit Jackson zijn geïnterneerd en onder geleide van den len Luit. der art. Büller naar de Wierickerschans bij Bodegraven gebracht. Onze foto geeft de geïnterneerde vliegers bij een oponthoud aan het station te Leiden, (foto J. v. d. Zanden). alleen hun lachen en geroezemoes van stemmen verraadden haar aanwezigheid. De sultan was kinderlijk-blij en vol verlangen naar de voorstelling. Met ons allen sprak hij over de moedige Engelsche én wij moesten hem allerlei verhalen doen over leeuwen dressuur, zooals wij die in ons vaderland of elders gezien hadden. Hij liet door een neger mokka in kleine zilveren kommetjes opdienen en een Arabier presenteerde ons op een gouden schotel sigaretten, daarna gaf hij den twee pompeus gekleeden negers, die voor zijn voeten gehurkt zaten, een wenk. Zij stonden onmiddellijk op en bliezen op een bazuin. Het zijden gordijn, dat de Arabische poort op de binnenplaats sloot, werd geopend en Miss Branton trad binnen. Zij was een klein, tenger persoontje, gekleed in ’n witte blouse en tamelijk korten zwarten rok, en een cow-boy-hoed op het hoofd. Met haar zweep maakte zij een saluut naar den sultan, die haar een kushand toewierp, daarna keerde zij naar het gordijn terug en liet den Berber binnenkomen, die zijn vorst op Oostersche wijze begroette. De helpers van Miss Branton brachten nu de requisieten binnen, terwijl zij en de Berber zich overtuigden of de uitgangen van de binnenplaats goed afgesloten waren. De helpers verdwenen weef, het voorhang werd geheel weggeschoven en twaalf prachtige leeuwen kwamen binnen, die onmiddellijk hun plaats innamen. Miss Branton voerde eenige kunststukjes met de dieren ’ uit en gaf daarna de zweep aan den Berber. Deze liet de beesten over elkaar en door een hoepel springen, en een grooten leeuw op een rollenden bal loopen. De sultan was opgetogen van blijdschap en na afloop van de voorstelling noodigde hij Miss Branton in zijn loge en overhandigde haar een doos van sandelhout vervaardigd, waarin een paarlsnoer lag met een edelsteen als medaillon. Wij complimenteerden Miss Branton en zij liet ons het snoer zien, dat niets minder was dan het beroemde paarlsnoer van Murat met den lichtenden nachtsteen, waarvan iedere Oostersche vorst bezitter wilde zijn. Den volgenden dag verliet ik Makallah en dacht niet meer aan het beroemde paarlsnoer en aan Miss Kitty Branton. In de stad, die ik gisteren verlaten moest, werd ik weer aan het leeuwenfeest herinnerd. Het mondaine leven van die stad is over de geheele wereld bekend. In het ,,Casino” trad Miss Branton op. Groote affiches, waarop zij, als bajadère gekleed, was afgebeeld en met een pyramide van leeuwen op den achtergrond, waren overal aangeplakt. Met het paarlEEN JUBILEUM. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de vereeniging St.-Barbara, onderafdeeling van den R. K. Volksbond te ’s-Gravenhage, geven wij hierboven een foto van het bestuur met in het midden Rector J. B. W. M. Möller. {foto v. Tol). TEHUIS St.-AGNESVEREENIGING. In het begin dezer week is door Monseigneur L. E. Jansen. Deken van Amsterdam, het Tehuis voor werkende R. K. Vrouwen en Meisjes aan de Heerengracht 469 te Amsterdam, plechtig ingewijd. In het tehuis is plaats voor 20 pensionnaires. (V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 62, 2 aug. 1915
Blad
05
Tekst
13 PANORAMA GROOTE SPORTDEMONSTRATIE. J.l. Woensdag had onder overgroote belangstelling een bijzondere sportdemonstratie voor militairen plaats op het mooi-gelegen terrein der Haagsche Cricketclub aan den Wassenaarschen weg te ’s-Gravenhage. Wij geven hierboven een foto van de Commissie van Voorbereiding. Zittend v. 1. n. r.: Kapitein der jagers J. C. Wagner, Majoor der Grenadiers H. P. J. M. Bakker (Voorz.), Kapitein der Jagers J. W. R. Schill. Staande v. 1. n. r.: Serg.-Maj. der Grenadiers Tammes, le Luit.-Adj. der Grenadiers W. A. de Groot (Secr.), Serg.-Maj. der jagers Verhey en Serg.-Maj. C. v. d. Nieuwegiessen. Aan de hiernevens genoemde Sportdemonstratie ging een 24-uurwandeltocht vooraf, eveneens voor Grenadiers en Jagers georganiseerd. De marsch ging van Den Haag naar Haarlem en terug, dus ongeveer een 80 K.M. Over het algemeen kwamen onze globe-trotters in uitstekende conditie aan en hebben dus een prestatie verricht, die ieders respect afdwingt De mannetjes werden ieder onderzocht en ook dit onderzoek gaf alle reden tot tevredenheid. Hierboven een foto na hun aankomst in het Haagsche Bosch, alwaar „rust” gehouden werd. (foto's Rembrandf) snoer werd de meeste reclame gemaakt en de kranten wisten daarover de meeste fantastische verhalen te vertellen. Haar impresario liet haar dag en nacht door detectives bewaken; beter gezegd haar paarlsnoer, daar dat de „great attraction” was, waarover de geheele,,monde quis’ amuse” spraken dat men avond aan avond bewonderde. Het zou dus een débacle voor hem en Miss Branton zijn als het gestolen werd ! Op een avond woonde ik de voorstelling bij. Haar partner werkte met de dieren, zij trad alleen bij het einde van het nummer op als Oostersche danseres. De leeuwen vormden een pyramide achter in de kooi; het licht werd gedoofd en de leeuwen alleen door een blauw-schijnsel van achter de coulissen belicht. Zij danste in het half duister......... Het was een feëriek aspect. De groote leeuwen als van azuur gemaakt; daarvoor de kleine danseres als een donkere vlinder in een maannacht, met even beneden haar hals de lichtende steen, die fel schitterde als een bruinachtige ster . . Het publiek fluisterde onder elkaar romantische verhalen ; één wist zelfs te vertellen dat zij in de gunst van een Oosterschen vorst stond, die haar overal incognito vergezelde. Na de -voorstelling ging ik naar het Casino-park, waar het nachtleven der stad hoogtij viert. De tuin was fantastisch met zijden lampions en de donkere taantjes waren met gekleurde gloeilampjes verlicht, waarvan karmijn de hoofdkleur was. In een prieel speelde een Tziganenkapel. Er waren veel bezoekers, bohémiens, momenteel in goeden doen en fraai gekleede vrouwen met hun vrienden in onberispelijke evening-dress. Champagne-kurken knalden, vrouwen lachten, of zongen de sentimenteele melodie van de zigeuner-kapel mee, en het kiezel kraakte van het ,,va et vient” der bezoekers. DE KONINKLIJKE BELANGSTELLING. H. M. de Koningin volgde evenals Z. K. H. Prins Hendrik met alle aandacht de verschillende nummers van het programma. Voortdurend liet H. M. zich inlichten door Gen. Snijders (links van H, M. op de foto), alsmede door Gen.-Maj. Klerk ae Reus, die beiden door H. M. in de loge waren genoodigd. (V.F.B.) DE AANVOERDERS DER OVERWINNENDE GROEPEN WORDEN DOOR H.M. DE KONINGIN GECOMPLIMENTEERD. H. M. liet de aanvoerders Luit. van Leeuwen v. Duivenbode, Serg. Maj. Henken, Luit. Withmar en Sergeant Schimmelpenninck, alsmede den milicien-soldaat van der Bij, den overwinnaar in den eindloop van den marsch, naar voren komen en gaf Hare bewondering te kennen voor hunne prestatie. Heel belangstellend informeerde Hare Majesteit verder naar hun toestand en stelde één voor één enkele vragen. (V.F.B.) Miss Branton was er ook ; zij zat met een groepje variété-artisten aan een tafeltje. Ik groette haar; onmiddellijk stond zij op om naar mij toe te komen, en onder een stortvloed van woorden vertelde zij mij dat het halssnoer haar nog meer gage bezorgde dan het waard was en dat zij een leventje als een prinses had. Ze behoefde niet meer met de leeuwen tè werken ; alleen maar een paar minuten met het collier om haar hals te dansen. Het gesprek duurde kort en met een ,,au revoir” verliet ik haar en ging aan een tafeltje bij de muziek zitten. Het geroezemoes van het leven ging langs me heen, zonder dat ik ook maar den minsten lust gevoelde om kennismaking aan te knoopen. Een tijdje had ik zoo gezeten, toen ik als geroepen naar een tafel keek, waaraan een vrouw zat, in ’t zwart gekleed, die mij aanstaarde. Haar oogen, haar en wenkbrauwen waren even zwart als haar kleeding en haar gelaat en hals waren zoo wit als albast. Ze lachte en maakte een beweging met de lippen. De vrouw had iets in haar doen, dat haar van de anderen onderscheidde. Ze was zeer elegant in haar bewegingen, op gracieuse wijze speelde ze met haar waaier, met een sierlijke beweging bracht ze haar glas aan den mond en als ze haar slank en lenig lichaam achterover leunde, was het een lust om naar haar te kijken. Ik vond dat zij er eenigszins lichtzinnig uitzag, doch enkele bezoekers, die met haar wilden flirten, wist zij met haar oogen tot een onmiddellijk heengaan te dwingen. Nadat het oogen-spel nog een poosje geduurd had, riep ze den kellner, wierp hem een zilverstuk toe en stond op. Voordat zij het park verliet, sloeg zij een zware zwarte voile neer, waarachter ik haar oogen zag schitteren. Ik vroeg den kellner of hij haar kende, maar ik schoot er niet veel mee op, daar LOOPGRAAF MET MITRAILLEURS. Bij de veie demonstraties, welke vertoond werden, behoorde o.a. ook een infanterie-aanval op een loopgraaf. Op onze foto ziet men onze mannetjes, gewapend met mitrailleurs, op de loer liggen. ACROBATISCHE TOEREN. Een mooie acrobatische stand door twee militairen. MUURWERPEN. Een demonstratie, waarbij de eene soldaat den anderen van een zwiepplank met een vaartje over een muur van 3 Meter hoogte gooit en iedereen als een kat toch op z’n pootjes terecht komt. De 24-Uurmarsch en het Sportfeest der Grenadiers en Jagers
PDF
Nummer
1915, nr. 62, 2 aug. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 14 bij alleen wist dat de vrouw een vreemdelinge was, die een paar maal per jaar in het park kwam, om, naar het scheen, het nachtleven van nabij te zien. De heeren hield zij steeds op een afstand en met de dames wisselde ze geen woord. — ,,That is all, Sir!” zeide hij. Ik ging het park uit en liep de breede allee in. Nauwelijks had ik een honderd meter geloopen of ik zag de vrouw in ’t zwart voor mij staan; ze scheen van achter een dikken boom te zijn gekomen. „Ik dacht wel dat U mij zoudt volgen, monsieur,” zeide zij. „Wie zou zich niet tot zoo’n charmante vrouw aangetrokken gevoelen,” antwoordde ik. Ze lachte... en riep . . . „mais la dompteuse !” ,,Oh, die heb ik vroeger eens ontmoet, toen zij het halssnoer verdiende 1” Zij vroeg mij nu alle bijzonderheden omtrent het leeuwenfeest te Makallah en mijn reizen. Mijn eerste gedachten, die ik betreffende haar gevormd had, werden geheel weggevaagd, daar zij op en top een lady was en bovendien een buitengewoon intelligente vrouw. Bij intuïtie gevoelde ik dat er tusschen haar en mij een groote afstand bestond, dien ik tevergeefs trachtte te definieeren. Al pratend kwamen wij op het hoofdplein der stad, waar bij de fontein een prachtige auto stond. Plotseling brak zij het gesprek met een sierlijke buiging af en voor ik wist wat er gebeurd was, was zij in den auto gestapt, die snel wegreed. Ik was op die vreemde vrouw verliefd geworden, zooals een schooljongen op een bakvischje kan verlieven. Overgelukkig was ik toen de portier mij ’s morgens een briefje bracht, waarin zij mij vroeg tegen den avond aan de rivier te komen. Tegen acht uur was ze op de afgesproken plaats. Ze was eenvoudig maar met veel smaak gekleed, het scheen dat dit toilet haar buitengewone schoonheid nog meer deed uitkomen, dan haar zwarte kleedij. ontmoeting met u schijnt u zeer verheugd te hebben,” zeide zij. „Inderdaad zeer verheugd, Madame.” Wij liepen zonder een woord te spreken en eindje langs de rivier. Ik had haar wel willen kussen maar ik durfde niet . . . Ik snoof den heerlijken geur van haar geparfumeerde kleeren op.Ik geraakte hoe langer hoe meer in extase en ten slotte ken ik mij niet meer bedwingen. „Madame of mademoiselle, wie of wat u is, is mij onverschillig, maar ik heb u iets te zeggen,” riep ik uit. „Ik ben hier voor zaken en moet spoedig naar Bombay terug. De tijd is kort en daarom ben ik misschien wat te haastig . . . maar ik heb u lief ... Ga met mij mee naar Bombay. Weigert ge. dan vertrek ik morgen naar Engeland.” Ze zag me een tijd lang aan, alsof ze met haar oogen mijn intiemste gedachten wilde raden ; toen zeide ze : „U hebt mij lief .... Gisteren zag u mij voor het eerst en nu hebt u mij lief. ... Is uw liefde voor mij, ofschoon ze nog zóó jong is, heel sterk?” „De tijd zal u de overtuiging geven I” Weer lachte ze en antwoordde: „De tijd is kort... u heeft me voor een fait accompli gesteld.............Ik wil u op proef stellen . . . U moet mij een bewijs van uw jonge en krachtige liefde geven .... Uw liefde moet zoo groot zijn dat U zelfs uw leven voor mij zoudt opofferen als ik dat wilde . . . Ik zeg dat niet om gewild-romantisch te zijn ; verre van dat, maar omdat ik van den man, dien ik mijn hand wil schenken, eisch, dat hij elk gevaar durft trotseeren, hoe groot het ook is . . „ik wil u het bewijs geven, Madame!” Haar stem had minder gebiedend geklonken, doch nu nam zii haar trotsche houding weer aan en op gedecideerden toon sprak ze: „Morgenavond, op dezen tijd, ben ik in het Casino-park ÉEN ITALIAANSC H E BATTERIJ IN ACTIE. Dezelfde foto’s, die ons een jaar geleden bereikten van de andere fronten, komen ook nu van het Italiaansche front, zooals bovenstaande foto ook weer doet zien. bij het Hermes-beeld. . . . U geeft mij daar het paarlsnoer van de dompteuse .... Adieu, tot morgenavond . . . !” Zij boog en verwijderde zich snel in een zijlaan. Ik wilde haar achternagaan, maar met haar oogen gebood zij mij haar niet te volgen. Ik was gek............Ik wilde zoo spoedig mogelijk de stad verlaten en mijn handen niet met een misdaad bezoedelen, maar telkens, tusschen den chaos van mijn gedachten, dook het beeld van die mooie vrouw op. Tegenover Miss Branton. die niets kwaads van mij vermoedde, moest ik een valsche rol spelen, terwille van een coquette, een volleerde oplichtster en geslepen dievegge... Ik wilde me daartoe niet verlagen .... Met die vreemde vrouw, die ik niet eens bij naam kende, had ik niets uitstaan, en ik besloot mijn zaken zoo spoedig mogelijk af te doen en de stad te verlaten. Maar, daar stond haar beeld weer voor mij met een minachtenden lach om haar mond. . . Ik hoorde, EEN GROOT MOMENT VOOR DE GESCHIEDENIS IN AZIË. De zitting van de Japansche en Chineesche gedelegeerden op 25 Mei, waarin de traktaten beteekend zijn tusschen Japan en China, waardoor de oorlog voorkomen werd. Aan de linkerzijde (China) in ’t midden H. E. Lou Tsen Tsiang, minister van Buitenlandsche zaken, links Lu Piau. zijn secretaris. Rechts in de zelfde volgorde (Japan) Minister H. E. Hioki Eki, Yukieki Obata, eerste secretaris van de Japansche legatie en Toru Takao, tweede secretaris van de Japansehe legatie. (V.F.B.) • hoe zij mij hoonde.........Ik was geheel in haar netten gevangen, gevoelde me machteloos om het weefsel te verbreken, en besloot de daad te volvoeren. Ik ging naar het Casino in de hoop Miss Branton te ontmoeten, en waarlijk : zij stond voor het gebouw. Nauwelijks zag ze mij of ze kwam naar mij toe en noodigde mij uit een beetje in het park te gaan. En zooals alle artisten tegenover hun vrienden zijn, was ook zij openhartig, en ze vertelde me precies hoe zij docr detectives bewaakt werd om te voorkomen dat het collier gestolen zou worden. De directeur van het Casino moest zorgen dat niemand zich in de gang, die naar het tooneel liep, bevond, als zij moest 'optreden, en tijdens ’t reizen was het de impressario die voor de veiligheid van het paarlsnoer behoorde te waken. Nu lag het op haar kleedkamer op een tafel .... „Of ik het nog eens wilde zien ?” vroeg ze mij. „Ja, natuurlijk . . „Kom dan !” en ik volgde haar door de donkere gang, langs de leeuwen, die in hun kooi uitgestrekt lagen. Eén tilde traag den kop op en staarde ons na. Toen wij haar kleedkamer binnengingen, sloegen een paar honden aan. Ze zou het eerste maar binnengaan, want beHET MACHTIGE WAPEN. Uit een der lanceerbuizen van een Engelsch oorlogsschip wordt een torpedo gelanceerd. Onze foto is genomen op het oogenblik dat het projectiel de buis verlaat. Let op den rook rondom de buis. halve Hector en Pluto, twee Duitsche doggen, liep ook Sultan, haar grootste leeuw, in de kamer rond ; dat was haar bewaking. Zé nam de zweep, die aan den post van de deur hing en ging naar binnen, terwijl ik haar volgde. De honden begonnen te kwispelstaarten toen zij de beesten aansprak, doch gromden tegen mij en lieten bij elke beweging, die ik maakte, hun tanden zien. De groote leeuw lag op den grond en richtte zich snel op, toen hij haar zag. ’t Beest kreeg een slag met de zweep en sloop grommend een ijzeren kooi in, die hij geheel vulde. Het valluik van de kooi sloot zij, toen de leeuw binnen was. „Daar staat de doos, en kijk zoolang je wilt,” zeide ze, „ik ga m’n Artistenblad even doorbladeren.” Het sandelhouten étui had ik nu in mijn hand, die beefde, •terwijl mijn hart bonsde alsof het m’n borstkas zou verbrijzelen. ’t Geleek wel of ik overal de mooie, vreemde vrouw - zag en tegelijkertijd gevoelde ik een diep medelijden met Miss Branton......... Ik vond mezelf een schurk .... Miss Branton zat in haar tijdschrift te lezen. „Die goede Delcrasé!” riep zij uit, „heeft met zijn tijgers een voorstelling gegeven in Dalude. De koning van Utopia heeft de voorstelling bijgewoond en hem een lintje gegeven.........De koningin was er niet bij, zij was weer ongesteld. . . . Die mooie vrouw schijnt dikwijls ziek te zijn . . . Nou, dan ben ik toch beter af met m’n halssnoer. Wat heb je aan zoo’n lintje ..... Die brave Delcrasé is echt jaloersch op mijn halssnoer. Zeg, kan jij de doos openkrijgen ?” „Ja . . . Ik had juist het étui geopend en hetsnoer lag voor me. De bruinachtige steen was bij het daglicht van fietsen glans . . . Ik voelde geen grond meer . . . Ook m’n gedachten waren weg, alles deed ik bij intuïtie. Ik stak het snoer in m’n zak, sloot de doos en met een ruk aan de sleutel vernietigde ik het slot. Ik deed of niemand in de kamer was, of er geen gevaar bestond, want al had zij het gemerkt en ik haar met m’n revolver gedreigd, dan had zij de beesten op mij los gelaten en ik was verloren geweest. Volmaakt kalm was ik na mijn daad en zonder een enkele gedachte ; alleen had ik een vreemd licht gevoel in m’n hoofd. „Heb je de doos weer op z’n plaats gezet, want anders vind ik het ding vanavond niet,” zeide ze achteloos. Ik schrok van haar stem en ik knikte bevestigend. Zeg,” vervolgde ze, „als Sultan, Hector en Pluto hier rond loopen is het snoer beter bewaakt dan door duizend geheime politieagenten . . . ’t Zweet brak me uit. Nu werd ik warm als stond ik bij een oven, dan rilde ik weer van koude; ik had de koorts van angst voor ontdekking. Ik dacht na hoeveel meter ik moest loopen eer ik weer buiten het gebouw was, de meters geleken mij wel mijlen ........... „Mon ami, wat zie je bleek ! Scheelt je wat ?” „Ja .... ’t Is hier benauwd .... Die beesten zie je . . . daaraan ben ik niet gewend ... .Ik wou wel weg . . . „Ga maar vast naar buiten ik zal Sultan even los laten.” ïk luisterde, hoorde het valluik open gaan, het loopen van den leeuw en hoe zij de honden toesprak. Even later was ze bij mij. „ïk zal je het gebouw uit brengen anders vallen de detectives je misschien lastig.” En Miss Branton bracht den dief van haar halssnoer buiten het gebouw. Ik kon nergens meer rust vinden en liep de geheele stad doelloos rond. Even ben ik nog in m’n hotel geweest, maar ’t was er niet uit te houden ; ’t geleek wel of iedereen me met een wantrouwenden blik aanstaarde. Ik had Miss Branton het snoer terug kunnen brengen en haar alles zeggen, maar dan zag ik haar weer. Maar zij zou nu alleen van mij zijn en ik zou haar dwingen mij te volgen, anders .... Na het diner in m’n hotel verkleedde ik mij en ging naar de afgespróken plaats in het park bij het Hermes-beeld. Onderweg kwam ik krantenjongens tegen, die hun extraeditie schreeuwend ventten. „Lees den brutalen diefstal van Het halssnoer van vijf millioen francs!!” ïn het park v/as weinig publiek ; slechts een oogenblik stond ik bij het Hermes-beeld, of bij een zijlaan, die tevens een van het park was, stopte een groote auto, waarop vele koffers geladen waren. De schoone onbekende stapte uit en kwam naar mij toe. „Mon roi. . . ! Ik heb het gehoord ... Je bent een ridder . . jij bent waardig bemind te worden . . . !” „En nu ... . maar voor ik mijn vraag, die ik haar wilde doen geëindigd had, gebood ze mij : „Laat mij het snoer zien !” Ik gaf het snoer in haar handen. De steen verspreidde zijn bruinachtigen feilen lichtglans. Een blos kwam op haar gelaat, haar handen trilden van aandoening. Zij begon het snoer te kussen . . . .’t geleek wel of ze gek geworden was . . . Ze bleef het daarna een paar minuten aanstaren en liet het in haar réticule glijden. . ■ „Vous êtes mon roi, adieu !” zij boog en keerde mij den rug toe. Met één sprong was ik bij haar en greep haar bij den pols; met de hand, die zij vrij had, trok ze een kleinen gouden dolk. Ik liet haar even los en greep nu de gewapende hand, die ik zoover omdraaide dat zij van pijn het wapen liet vallen, dat ik schielijk opraapte . . . Zij vluchtte weg en ik wilde haar achtervolgen, doch ik fS,ÏFFRE DE ..GENERAAL JOFFRE” BRUG. Over een van de stroompjes bij de Yser is een pontonbrug geslagen, die door de soldaten „Generaal Joffre” brug gedoopt is. werd op den grond geworpen en voor ik wist wat er met mij gebeurd was, zaten mijn polsen in de boeien. Ik werd door twee detectives naar den auto gebracht, waarin de chauffeur en de vreemde vrouw eveneens geboeid zaten. Ik kon niet nalaten haar toe te schreeuwen ; „jij zal je straf ook niet ontloopen 1” Een blik vol minachting was haar antwoord. Het moet voor een dief, die door de politie geknipt is, een gekke gewaarwording zijn als hij op het politiebureau
PDF
Nummer
1915, nr. 62, 2 aug. 1915
Blad
07
Tekst
15 PANORAMA door den commissaris wordt behandeld op een manier alsof het een eer voor de politie is, dat hij haar een bezoek brengt. Dat gevoel heb ik gehad. Nauwelijks waren wij voor den commissaris gebracht of hij liet de boeien los maken en hielp zelf de vrouw bevrijden. De ambtenaar legde een groote verlegenheid aan den dag, stelde den chauffeur zonder eenig verhoor af te nemen in vrijheid, en voor hij het lokaal verliet gaf de geheimzinnige vrouw in een vreemde taal een bevel. Ik werd verzocht even in de kamer naast zijn bureau te gaan, totdat ik geroepen zou worden. Ik werd niet bewaakt, doch men vertrouwde op mij, dat ik niet zou ontvluchten. Als ik niet de striemen in mijn polsen gezien had en de napijn van de boeien voelde, zou ik gedacht hebben, dat alles een fictie WILLEM KNAUP. t geweest was. M« H. J. JORDENS. Mr. a. j. m. vos de WAEL. Mr. H. j. JORDENS, griffier van de Utrechtsche Arrondissementsrechtbank* vierde den lOen Juli l.l. z’n 40-jarig jubileum als zoodanig — Tot lid van Ged.-Staten werd onlangs gekozen Mr. A. J. M. VOS DE WAEL, advocaat en procureur te Zwolle. De gekozene is tevens lid der Gemeenteraad aldaar. Gen.-Maj. CH R ISTAN . t J. J. VAN WEEL., t De heer WILLEM KNAUP, een der slachtoffers van het droevig ongeval op het Y te Amsterdam. De zoo jammerlijk om het leven gekomene was een zeer bekend en uitnemend tooneel-décorateur. Dezer dagen is te Amersfoort overleden de gep. Gen.-Maj. van het O.-I. leger W. G. A. C. CHR1STAN. Bij onderscheiden wapenfeiten werd de overledene eervol vermeld, en verschillende onderscheidingen en orden vielen hem dan ook ten deel. — In den ouderdom van 70 jaar is te ’s-Gravenhage overleden de heer J. J. VAN WEEL, oudlid van het hoofdbestuur der Zeeuwsche Mij. van Landbouw en oud-lid van het Dag. Best. van het Nederl. Landbouw-Comité. De overledene was ridder in de Orde van Oranie-Nassau. Ik had gestolen, zij was een heelster, want zij had den gestolen buit aangenomen, dat had de politie gezien, want daarop hadden ze waarschijnlijk gewacht. Maar wat was er dan toch gebeurd dat men ons meer als gasten dan als misdadigers behandelde ? Een paar minuten had ik gewacht, toen ik weer geroepen werd. De vrouw was niet meer aanwezig . . . „Mijnheer,” zeide de commissaris, „u is vrij. Het was een vergissing, wij bieden u onze verontschuldiging aan.” „Neen mijnheer, ’t was geen vergissing ... Ik heb het halssnoer gestolen. Zij heeft mij tot den misdaad gedreven en tegenover die arme Miss Branton heb ik een valsche rol gespeeld.” „Miss Branton heeft geen klagen meer, zij is voldoende schadeloos gesteld. Ik zeide dat u vrij was, maar dat is niet juist. U moet nog vanavond uit dit land vertrekken ; een paar inspecteurs zullen u tot aan de grenzen vergezellen.” „Maar wat is er dan toch gebeurd... ?” riep ik uit, terwijl ik onwillekeurig in m'n zak greep en daar den dolk voelde. Ik bracht het wapen te voorschijn en zag op het handvat den naam „Olga” gegraveerd staan, met daaronder een wapen. „U kunt den dolk als souvenir behouden en Hare Majesteit vertrouwt er op dat u met niemand een woord over de geheele geschiedenis zult spreken.” „Hare Majesteit . . . zegt u . . . dus die vrouw was een koningin ... ?” „U zult er met niemand over spreken ?” ,,Op mijn woord van eer niet I” ,,Nu dan, mijnheer, die avontuurlijke vrouw was niemand anders dan de koningin van Utopia. Zij komt een paar keer in het jaar hier om de stad te bezoeken.” Bij dit laatste lachte de commissaris geheimzinnig en veelbeteekenend. „En”, vervolgde hij, ,,U kon haar schoonheid en zij den glans van den edelsteen niet weerstaan.” * * * Toen ik een oogenblik later op straat liep met de inspecteurs, liepen de krantenjongens weer met een extra editie en schreeuwden : „Het paarlsnoer is in de leeuwenkooi teruggevonden.” W GORLÉE. JAC. V. D. LINDEN. De Heer GORLÉE herdacht onlangs den dag, waarop hij voor 40 jaar in dienst trad bij de fa. Sisselaar, Stalhouderij te Amsterdam. — 5 Aug. a. s. hoopt de Heer JAC. v. d. LINDEN den dag te herdenken, waarop hij 40 jaar geleden in betrekking kwam bij de firma H. J. J. Labrée, Boekbinderij te Leiden. Op alle slagvelden in gebruik: het raderraam-De Mooy ke uitvinding van den gep. Generaal-Majoor bij den Geneeskundigen Dienst der Landmacht, Dr. de Mooy, is een weldaad voor de lijdende menschheid. De heer De Mooy, ofschoon twee en tachtig jaar oud arbeidt onvermoeid en met jeugdigen ijver aan verschillende andere vernuftige uitvindingen ten bate van gewonden en zieken. Hij doet dit zonder er eenig persoonlijk voordeel van te verwachten; op geen zijner vindingen heeft hij patent genomen. Zij zijn dan ook publiek eigendom en Dr. de Mooy wil niets liever dan de prijzen er van zooveel mogelijk te drukken. Over de geheele wereld is ziin werk bekend; ziin raderraam is op het oogenblik op alle Europeesche slagvelden in gebruik, en telkens ziet men het in buitenlandsche tijdschriften onder allerlei vormen afgebeeld. Van allerlei officieele personen ontvangt de kundige uitvinder betuigingen van dank en lof, en het is daartegenover wel merkwaardig, dat de erkenning van zijn groote verdiensten voor het gewondenvervoer in Nederland slechts zeer langzaam heeft plaats gehad. Hij stoort zich daaraan evenwel weinig en zegt dat de tegenwerking die hij van binnenlandsche collega’s ondervond, hem de heilzaamste prikkel is geweest tot grootere krachtsinspanning. De wetenschap dat, gelijk een bekend Haagsch chirurg het uitdrukte, sedert Dr. de Mooy’s uitvinding van net ziekenraam, niet langer een D' root deel der patiënten „verknoeid” in het hospitaal aankomt, is zijn grootste voldoening. Dr. de Mooy, die zoo bij uitstek werkzaam is op humanitair>gebied, neeft zijn roeping misschien daarom zoo scherp en geestdriftig gevoeld, wijl hij de ellende en het jammer van het slagveld van nabij heeft meegemaakt; hij was namelijk langen tijd in Indischen dienst. Dat hij die dienstjaren als onverschrokken soldaat vervulde, bewijst het eereteeken der Militaire Willemsorde, dat zijn borst siert. ZAp bovenstaande afbeelding ziet men dat de oude brancards in de loopgraven onbruikbaar zijn. Zij nemen te veel plaats in en blijven in nauwe doorgangen steken. Meestal wordt dan ook de brancard op de borstwering geplaatst, waar hij natuurlijk slecht gedekt is; de gewonden moeten dan door twee man er heen gedragen worden. Welk een verschrikkelijke marteling, wanneer iemand met een been- of armbreuk, een ingedrukte borstkas of een gebroken rib, vervoerd wordt als op dit plaatje aangegeven! Natuurlijk verergert die wijze van dragen zijn toestand bovendien niet zelden, zoodat in zulk een geval het middel inderdaad erger dan de kwaal kan genoemd worden. M et het raam-De Mooy kan de gewonde of zieke, waar hij zich ook bevindt, als het ware „opgeschept” worden. Geldt het een besmettelijke ziekte, dan kan de lijder zichzelf op het raam wentelen en behoeft hij dus niét met de handen aangeraakt te worden. In elk ander geval kunnen twee personen hem gemakkelijk op zijn plaats brengen en aan het raam bevestigen, dat op een raderbaar geplaatst en weggereden wordt. J-Jet ziekenraam-De Mooy is een weldaad voor zieken en gewonden, die vervoerd moeten worden. Zij kunnen er mee langs de steilste trappen en door de nauwste gangen vervoerd worden. De patiënt wordt door een even vernuftige als eenvoudige inrichting zoo op het raam bevestigd, dat zijn lichaam overal gesteund wordt en hij dus is alle houdingen rusten kan. Ligt het ziekenraam eenmaal op ’t raderstel, dan is dus, in plaats van de verouderde raderbrancard, • het moderne raderraam ontstaan, door één man gemakkelijk over elk terrein voort te bewegen. Op een onzer afbeeldingen ziet men het raam door het nauwe mangat van een onderzeeër steken.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1766 tot 1770 van 11897