|
PANORAMA 6
DE „TURBINIA”.
D
itmaal geen getorpedeerd schip, doch een schip
dat getuigenis aflegt van Hollandsche energie
en kunde. De „Turbinia” toch is het eerste schip
dat geheel, met turbines en al, geheel in Holland
gebouwd geworden is. De Droogaok-Mij. voerde dit
werkje uit voor de Rotterdamsche Lloyd, daarmee
een bewijs gevende dat het niet aan "kennis, noch
aan vertrouwen ligt, dat Hollanders dikwijls van ’t
buitenland afhankelijk zijn. Turbines hebben verschillende
voordeelen boven andere machines. Hunne
samenstelling is veel eenvoudiger, lang niet zoo verbijsterend
ingewikkeld als de geweldige „gewone”
stoommachines. Zij zijn zuiniger in gebruik en trillen
veel minder. Het beste bewijs is dat onze foto genomen
werd met draaiende machine. Zij laten veel grooter
snelheid toe en worden daarom voor torpedo-booten
en snelle passagiersschepen bij voorkeur gebruikt.
Doch — en hier zit juist de interessante bijzonderheid
— voor de Turbinia is geen groote snelheid
vereischt en toch wilde men de turbines toepassen.
Vandaar een „uitvinding” (die nog niet in ’t buitenland
werd uitgevoerd) om door middel van kamraderen
de snelle draaiing der assen verdaagd over te
brengen op de schroefas. Terwijl de eersten b.v. 2000 omwentelingen per minuut doen, doet de schroefas er 70. Dat j| Foto links: Het nieuwe schip; foto rechts: Een kijkje bij de oogenschijnlijk zeer samengestelde doch in werkelijkdaardoor
het turbine-systeem ook voor vrachtschepen van belang wordt, ligt voor de hand. De proeftocht, een | heid eenvoudige machine; men ziet op deze foto de twee cylinders, waarin zich de turbine-assen bevinden die het
scheepvaart-evenement zou men gerust kunnen zeggen, werd o.a. meegemaakt door den Minister van Marine, jjschip voortdrijven. Achterin isde kast voor de vertraagde overbrenging der turbine-assen naar de schroefas.
zullen die ruime kast in de logeerkamer nemen ; we krijgen
toch nooit logé’s. Geef maar eens even een zwaar, zwart
gordijn !”
„Een zwaar, zwart gordijn,” herhaalde Lien verschrikt.
„Jó, dat heb ik niet.”
„Zeur nou niet Lien,” zei ik een beetje kregelig, „geef
me zoo’n zwart gordijn. Stuur me nou niet den heelen boel
in de war met telkens te zeggen : „dat hebben we niet.”
Doe nou tenminste ook wat.
„Maar man, we hebben toch geen zware zwarte gordijnen ;
waar moet ik dat nou in ’s hemelsnaam ineens vandaan
halen ?”
„Tjasses, vervelend is dat nou weer, jullie hebben nooit
es wat in huis 1”
„Jongen, wie heeft er nu toch in vredesnaam zware zwarte
gordijnen in voorraad ?” vroeg Lien.
„Nou ja, heb-ie dan niet iets anders zwarts !” zei ik,
zonder nadere aanduiding of ik een neger of een kachelplaat
wenschte.
„’k Zal eens kijken,” antwoordde mijn vrouwtje.
Ik ging onderwijl de kast inspecteeren en bevond ze zeer
donker, en toen Lien aan den binnenkant een ouden zwarten
rok tegen de deur hing was ’t er bepaald helsch donker.
Ik stak de roode lamp aan, zette er een tafeltje met een
stoel neer en. . . voelde me fotograaf.
„Wat doe je?” klonk gedempt destemvan
Lien aan den anderen kant van de deur.
Ik was, ik weet niet hoe ’t kwam, in een
tamelijk prikkelbare stemming dien middag
en antwoordde :
„Lien, zeur nou niet telkens als ik es in
die kast zit van „wat doe je”, „wat doe je.”
Ik ben hier met dien rommel bezig, natuurlijk.
Dat geduiveljaag van jou I”
„Wat zeg-ie ?” riep ze.
Men herhaalt zooiets gewoonlijk niet, dus
zweeg ik. Toen deed Lien plotseling de deur
open en ik schrok.
„Jongen, Piet, ik hoorde niks meer,” zei
Lien, „ik dacht dat je gestikt was 1”
„Lien, la- me je nu waarschuwen”, zei
ik diep ernstig, „dat je nooit, als ik in die
kast ben de deur opent. . . . Dat kan het
grootste gevaar opleveren.”
„Waarom ?” vroeg Lien heel natuurlijk.
Die eenvoudige vraag bracht mij echter
van mijn stuk.
„Waarom?” herhaalde ik, haar met groote
oogen vanuit de donkere kast aanstarend.
„Ja. . . omdat. . . eh. . . ’t is gevaarlijk natuurlijk. . . dat
begrijp je toch wel. . . ineens al dat licht..... en dan. . .
enfin, Lien, doe het alsjeblieft niet meer!”
„O,” zei ze, „maar. . , als je nou es stikt, Piet, wat dan ?”
„Leg niet te zaniken over stikken,” zei ik geërgerd,
„als ik stik dan. . . eh. . „ nou dan stik ik 1”
Daar was heel weinig tegen in te brengen, dus zweeg
Lien.
Alles was nu in orde en Zondag zou ik met mijn vrind
Stok de eerste kiek gaan nemen. Ik kon twee platen in
mijn toestel meenemen ; dan moest ik echter in de donkere
kamer om er weer twee andere in te doen.
Mijn vrind Stok was een uitstekend fotograaf en eveneens
een uitstekend mensch. Alleen wat driftig. Hij toonde zich
zeer verheugd toen hij van mijn plannen hoorde en was
dadelijk bereid Zondag met mij van den Haag naar Scheveningen
te gaan om mijn eerste kiek te helpen nemen. Ik
woon namelijk in den Haag, wat ik tot nu toe verzuimde
te vermelden.
’t Was prachtig weer, ’s Zondags morgens. Lien zou thuisblijven
en ons met de koffie wachten.
„Nu moeten we eens een verduiveld aardige kiek nemen”,
zei Stok, met welk plan ik direct instemde. Na een klein
uurtje wandelden we langs ’t strand en Stok liet zijn scherpen
fotografenblik over het lichte duinzand dwalen. -Ik voelde
mezelf in de kunst nu een klein kind, zoo samen met Stok,
zonder Lien. Plotseling bleef Stok’s blik op één punt staren
en ik trachtte onmiddellijk dat vaste punt te ontdekken,
maar tevergeefs.
„Die dame daar,” wees hij verduidelijkend met z’n wijsvinger.
„Ben je gek, jö 1” riep ik verschrikt, beide handen naar
mijn toestel uitstrekkend, dat hij echter buiten m'n bereik hield.
„Geen dame, hoor 1” herhaalde ik. „Ben je stapel 1
Wat zou Lien wel zeggen ? De eerste kiek een vreemde
dame! Nee, Stok, geef hier dat toestel, ik verlam ’t I”
zei ik boos.
JACOB HAMEL GEHULDIGD.
De bekende directeur en oud-directeur van verscheidene zangverenigingen Jacob Hamel is j.1. Zondag in den
Dierentuin te ’s-Gravenhage gehuldigd. Door een 700-tal zangeressen en zangers was een zangersfeest georganiseerd,
dat volkomen geslaagd kan worden genoemd. De jubilaris werd verder ook met ontelbare kransen,
geschenken, redevoeringen en telegrammen vereerd. (foto Hijmans).
„Wees niet kinderachtig, Piet,” zei Stok, „een prachtige
achtergrond, de zee, en dan die dame in licht toilet, zittend
in ’t duinzand, je kan geen mooier kiek verzinnen ! Bovendien
neem je op je tweede plaat iets anders en de eerste
laat je natuurlijk niet aan je vrouw zien.”
Dat was toch wel iets, dacht ik, als ’t nu een mooie
kiek kon worden.
„Nou, enfin”, zei ik „ga je gang, hoe doe je ’t ?”
En Stok verklaarde mij van een knopje, dat je aandrukken
moest wanneer je geen slang met een balletje had en van
een groot en klein diafragma, tot ’t me duizelde.
„Ja,” zei ik, „vooruit maar. . .”
We stonden een meter of vier achter het jonge meisje,
dat ons niet bemerkt had en in ’t mulle zand zat te haken,
gekleed in een licht zomertoiletje.
Stok stond een poos in het toestel te turen, verdraaide
iets aan een knopje, trok voorzichtig een zinken plaatje
uit en riep plotseling : „juffrouw 1”
’t Lukte. Het jonge meisje keek om en een oogenblik
later zei Stok: „Klaar. Dank U zeer,” en den hoed even
lichtend draaide hij zich om, nadat hij het blikken plaatje
weer voorzichtig in het toestel had geschoven.
I k was volkomen verbouwereerd.
„Denk er nu om,” zei Stok, „die plaat mag absoluut
niet in het daglicht komen, dan is ze totaal bedorven.
Eerst leg je die glazen plaat in één van je bakjes met de
vloeistof uit je fleschje „ontwikkelaar” tot alles, wat jij
wit gezien hebt, zooals je flanellen broek bijvoorbeeld, goed
zwart is geworden ; dan dompel je de plaat even onder in
gewoon schoon water en leg je ze in een ander bakje, dat
je gevuld hebt met de oplossing van fixeerzout. Je hebt
het toch al opgelost ?”'vroeg hij.
„Ja zeker,” antwoordde ik, aandachtig luisterend.
„Dan kun je uit je donkere kamer komen en de plaat
zóólang in ’t fixeerbad heen en weer bewegen tot al het wit
aan den achterkant verdwenen is. Begrijp je ’t, Piet ?”
„Ja,” zei ik, en dat was zoo. Ik begreep het volkomen.
Toen verklaarde Stok mij de bewerking met
het papier en toen hij eindelijk alles uitgelegd
had brak hij plotseling af, keek met groote
oogen naar mijn toestel en zei : „Verrek 1”
Ik keek hem dood-verschrikt aan, denkend
aan een ongeluk.
„Wat is er, Stok ?”
„Heb jij een tikje gehoord?” vroeg hij.
„En tikje,” herhaalde ik verwonderd, „wat
voor een tikje dan ?”
„Man, een tikje 1 Allemachtig, weet jij niet
wat een tikje, is ! ?” viel hij driftig uit.
„Ik hoor niks,” zei ik verschrikt.
„Heb jij daarnet, toen ik die dame fotografeerde,
een knipje gezien. . . . gehoord,
bedoel ik”, herhaalde hij, met den voet op
den grond stampend. •
„Een knipje gezien ? Neen,” zei ik, hem
hulpeloos aanstarend, „neen, ik heb geen
knipje gezien.”
„Gehoord, zeg ik, stommeling!” brulde
Stok „een knipje kan-je toch niet zien, dat
mot je toch hooren ?”
„Zoo,” zei ik, ook wat opgewonden, „kan
jij geen knipje zien ? Maar enfin, zeg. . . .
geef mij m’n toestel maar terug ; ik ga naar huis. Je wordt
bepaald beleedigend.”
„Ach jó,” zei Stok, direct weer bedaard, „ik meen het
immers zoo niet. Ik wil maar zeggen als je daarnet, toen ik
die juffrouw kiekte, geen tikje gehoord hebt, dan heeft de
afsluiting van de lens geweigerd en is de plaat nog ongebruikt.”
„Dus is ze verknoeid ?” vroeg ik teleurgesteld.
„Neen Piet, in ’t geheel niet. Dat weigert wel eens meer.
Er is nu alleen niks opgenomen. De plaat is nog leeg. Ik
zal er nu jou op nemen 1”
Het denkbeeld lachte me toe en op een bank in de Scheveningsche
boschjes maakte Stok een kiek die móest lukken,
DE VERJAARDAG VAN KONINGIN El ISABETH.
Op den verjaardag van H.M. de Koningin van België is er in Amsterdam een bloemendag
gehouden, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan het Belgisch Nationale
Voedingscomité (Comité national d’Alimentation), dat onder rechtstreeksch beheer staat
van H.M. Koningin Elisabeth. Onze foto geeft eenige der dames en heeren weer wier
vrijwillig opgenomen taak het was een aanslag te plegen op de portemonnaies diergenen,
die zich in de buurt van het Centraal-station te Amsterdam bewogen. {V.F.B.)
VACANT! E-KIN DER FEEST.
Door den Bond van Nederl. Onderwijzers is er de
vorige week wederom een vacantie-kinderfeest georganiseerd
voor jongens en meisjes uit de achterbuurten
van Amsterdam. Ondanks regen en modder
hebben de 8000 kinderen zich uitmuntend
geamuseerd. (V.F.B.)
r
VOOR DE BELGISCHE KINDEREN.
De Consul van Perzië bij ons Hof, die te Scheveningen verblijft, heeft j.1. Zaterdag aan
de kinderen der Belgische school te ’s-Gravenhage een feest aangeboden aan het strand
te Scheveningen. Onder groote belangstelling van het publiek hadden er verschillende
spelen op het strand voor „Seinpost” plaats. Er werden ververschingen aangeboden,
er was een poppenkast, dus wel te begrijpen dat de kinderen pret hadden. Links op
onze foto, midden achter het tafeltje (met stroohoed op) de organisator van ’t feest
gezeten tusschen de hm. Percy en Dr. Gunsberg, dir. der Belg. school, (foto Hijmans.)
|