Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1761 tot 1765 van 11897
Nummer
1915, nr. 61, 29 juli 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 DE „TURBINIA”. D itmaal geen getorpedeerd schip, doch een schip dat getuigenis aflegt van Hollandsche energie en kunde. De „Turbinia” toch is het eerste schip dat geheel, met turbines en al, geheel in Holland gebouwd geworden is. De Droogaok-Mij. voerde dit werkje uit voor de Rotterdamsche Lloyd, daarmee een bewijs gevende dat het niet aan "kennis, noch aan vertrouwen ligt, dat Hollanders dikwijls van ’t buitenland afhankelijk zijn. Turbines hebben verschillende voordeelen boven andere machines. Hunne samenstelling is veel eenvoudiger, lang niet zoo verbijsterend ingewikkeld als de geweldige „gewone” stoommachines. Zij zijn zuiniger in gebruik en trillen veel minder. Het beste bewijs is dat onze foto genomen werd met draaiende machine. Zij laten veel grooter snelheid toe en worden daarom voor torpedo-booten en snelle passagiersschepen bij voorkeur gebruikt. Doch — en hier zit juist de interessante bijzonderheid — voor de Turbinia is geen groote snelheid vereischt en toch wilde men de turbines toepassen. Vandaar een „uitvinding” (die nog niet in ’t buitenland werd uitgevoerd) om door middel van kamraderen de snelle draaiing der assen verdaagd over te brengen op de schroefas. Terwijl de eersten b.v. 2000 omwentelingen per minuut doen, doet de schroefas er 70. Dat j| Foto links: Het nieuwe schip; foto rechts: Een kijkje bij de oogenschijnlijk zeer samengestelde doch in werkelijkdaardoor het turbine-systeem ook voor vrachtschepen van belang wordt, ligt voor de hand. De proeftocht, een | heid eenvoudige machine; men ziet op deze foto de twee cylinders, waarin zich de turbine-assen bevinden die het scheepvaart-evenement zou men gerust kunnen zeggen, werd o.a. meegemaakt door den Minister van Marine, jjschip voortdrijven. Achterin isde kast voor de vertraagde overbrenging der turbine-assen naar de schroefas. zullen die ruime kast in de logeerkamer nemen ; we krijgen toch nooit logé’s. Geef maar eens even een zwaar, zwart gordijn !” „Een zwaar, zwart gordijn,” herhaalde Lien verschrikt. „Jó, dat heb ik niet.” „Zeur nou niet Lien,” zei ik een beetje kregelig, „geef me zoo’n zwart gordijn. Stuur me nou niet den heelen boel in de war met telkens te zeggen : „dat hebben we niet.” Doe nou tenminste ook wat. „Maar man, we hebben toch geen zware zwarte gordijnen ; waar moet ik dat nou in ’s hemelsnaam ineens vandaan halen ?” „Tjasses, vervelend is dat nou weer, jullie hebben nooit es wat in huis 1” „Jongen, wie heeft er nu toch in vredesnaam zware zwarte gordijnen in voorraad ?” vroeg Lien. „Nou ja, heb-ie dan niet iets anders zwarts !” zei ik, zonder nadere aanduiding of ik een neger of een kachelplaat wenschte. „’k Zal eens kijken,” antwoordde mijn vrouwtje. Ik ging onderwijl de kast inspecteeren en bevond ze zeer donker, en toen Lien aan den binnenkant een ouden zwarten rok tegen de deur hing was ’t er bepaald helsch donker. Ik stak de roode lamp aan, zette er een tafeltje met een stoel neer en. . . voelde me fotograaf. „Wat doe je?” klonk gedempt destemvan Lien aan den anderen kant van de deur. Ik was, ik weet niet hoe ’t kwam, in een tamelijk prikkelbare stemming dien middag en antwoordde : „Lien, zeur nou niet telkens als ik es in die kast zit van „wat doe je”, „wat doe je.” Ik ben hier met dien rommel bezig, natuurlijk. Dat geduiveljaag van jou I” „Wat zeg-ie ?” riep ze. Men herhaalt zooiets gewoonlijk niet, dus zweeg ik. Toen deed Lien plotseling de deur open en ik schrok. „Jongen, Piet, ik hoorde niks meer,” zei Lien, „ik dacht dat je gestikt was 1” „Lien, la- me je nu waarschuwen”, zei ik diep ernstig, „dat je nooit, als ik in die kast ben de deur opent. . . . Dat kan het grootste gevaar opleveren.” „Waarom ?” vroeg Lien heel natuurlijk. Die eenvoudige vraag bracht mij echter van mijn stuk. „Waarom?” herhaalde ik, haar met groote oogen vanuit de donkere kast aanstarend. „Ja. . . omdat. . . eh. . . ’t is gevaarlijk natuurlijk. . . dat begrijp je toch wel. . . ineens al dat licht..... en dan. . . enfin, Lien, doe het alsjeblieft niet meer!” „O,” zei ze, „maar. . , als je nou es stikt, Piet, wat dan ?” „Leg niet te zaniken over stikken,” zei ik geërgerd, „als ik stik dan. . . eh. . „ nou dan stik ik 1” Daar was heel weinig tegen in te brengen, dus zweeg Lien. Alles was nu in orde en Zondag zou ik met mijn vrind Stok de eerste kiek gaan nemen. Ik kon twee platen in mijn toestel meenemen ; dan moest ik echter in de donkere kamer om er weer twee andere in te doen. Mijn vrind Stok was een uitstekend fotograaf en eveneens een uitstekend mensch. Alleen wat driftig. Hij toonde zich zeer verheugd toen hij van mijn plannen hoorde en was dadelijk bereid Zondag met mij van den Haag naar Scheveningen te gaan om mijn eerste kiek te helpen nemen. Ik woon namelijk in den Haag, wat ik tot nu toe verzuimde te vermelden. ’t Was prachtig weer, ’s Zondags morgens. Lien zou thuisblijven en ons met de koffie wachten. „Nu moeten we eens een verduiveld aardige kiek nemen”, zei Stok, met welk plan ik direct instemde. Na een klein uurtje wandelden we langs ’t strand en Stok liet zijn scherpen fotografenblik over het lichte duinzand dwalen. -Ik voelde mezelf in de kunst nu een klein kind, zoo samen met Stok, zonder Lien. Plotseling bleef Stok’s blik op één punt staren en ik trachtte onmiddellijk dat vaste punt te ontdekken, maar tevergeefs. „Die dame daar,” wees hij verduidelijkend met z’n wijsvinger. „Ben je gek, jö 1” riep ik verschrikt, beide handen naar mijn toestel uitstrekkend, dat hij echter buiten m'n bereik hield. „Geen dame, hoor 1” herhaalde ik. „Ben je stapel 1 Wat zou Lien wel zeggen ? De eerste kiek een vreemde dame! Nee, Stok, geef hier dat toestel, ik verlam ’t I” zei ik boos. JACOB HAMEL GEHULDIGD. De bekende directeur en oud-directeur van verscheidene zangverenigingen Jacob Hamel is j.1. Zondag in den Dierentuin te ’s-Gravenhage gehuldigd. Door een 700-tal zangeressen en zangers was een zangersfeest georganiseerd, dat volkomen geslaagd kan worden genoemd. De jubilaris werd verder ook met ontelbare kransen, geschenken, redevoeringen en telegrammen vereerd. (foto Hijmans). „Wees niet kinderachtig, Piet,” zei Stok, „een prachtige achtergrond, de zee, en dan die dame in licht toilet, zittend in ’t duinzand, je kan geen mooier kiek verzinnen ! Bovendien neem je op je tweede plaat iets anders en de eerste laat je natuurlijk niet aan je vrouw zien.” Dat was toch wel iets, dacht ik, als ’t nu een mooie kiek kon worden. „Nou, enfin”, zei ik „ga je gang, hoe doe je ’t ?” En Stok verklaarde mij van een knopje, dat je aandrukken moest wanneer je geen slang met een balletje had en van een groot en klein diafragma, tot ’t me duizelde. „Ja,” zei ik, „vooruit maar. . .” We stonden een meter of vier achter het jonge meisje, dat ons niet bemerkt had en in ’t mulle zand zat te haken, gekleed in een licht zomertoiletje. Stok stond een poos in het toestel te turen, verdraaide iets aan een knopje, trok voorzichtig een zinken plaatje uit en riep plotseling : „juffrouw 1” ’t Lukte. Het jonge meisje keek om en een oogenblik later zei Stok: „Klaar. Dank U zeer,” en den hoed even lichtend draaide hij zich om, nadat hij het blikken plaatje weer voorzichtig in het toestel had geschoven. I k was volkomen verbouwereerd. „Denk er nu om,” zei Stok, „die plaat mag absoluut niet in het daglicht komen, dan is ze totaal bedorven. Eerst leg je die glazen plaat in één van je bakjes met de vloeistof uit je fleschje „ontwikkelaar” tot alles, wat jij wit gezien hebt, zooals je flanellen broek bijvoorbeeld, goed zwart is geworden ; dan dompel je de plaat even onder in gewoon schoon water en leg je ze in een ander bakje, dat je gevuld hebt met de oplossing van fixeerzout. Je hebt het toch al opgelost ?”'vroeg hij. „Ja zeker,” antwoordde ik, aandachtig luisterend. „Dan kun je uit je donkere kamer komen en de plaat zóólang in ’t fixeerbad heen en weer bewegen tot al het wit aan den achterkant verdwenen is. Begrijp je ’t, Piet ?” „Ja,” zei ik, en dat was zoo. Ik begreep het volkomen. Toen verklaarde Stok mij de bewerking met het papier en toen hij eindelijk alles uitgelegd had brak hij plotseling af, keek met groote oogen naar mijn toestel en zei : „Verrek 1” Ik keek hem dood-verschrikt aan, denkend aan een ongeluk. „Wat is er, Stok ?” „Heb jij een tikje gehoord?” vroeg hij. „En tikje,” herhaalde ik verwonderd, „wat voor een tikje dan ?” „Man, een tikje 1 Allemachtig, weet jij niet wat een tikje, is ! ?” viel hij driftig uit. „Ik hoor niks,” zei ik verschrikt. „Heb jij daarnet, toen ik die dame fotografeerde, een knipje gezien. . . . gehoord, bedoel ik”, herhaalde hij, met den voet op den grond stampend. • „Een knipje gezien ? Neen,” zei ik, hem hulpeloos aanstarend, „neen, ik heb geen knipje gezien.” „Gehoord, zeg ik, stommeling!” brulde Stok „een knipje kan-je toch niet zien, dat mot je toch hooren ?” „Zoo,” zei ik, ook wat opgewonden, „kan jij geen knipje zien ? Maar enfin, zeg. . . . geef mij m’n toestel maar terug ; ik ga naar huis. Je wordt bepaald beleedigend.” „Ach jó,” zei Stok, direct weer bedaard, „ik meen het immers zoo niet. Ik wil maar zeggen als je daarnet, toen ik die juffrouw kiekte, geen tikje gehoord hebt, dan heeft de afsluiting van de lens geweigerd en is de plaat nog ongebruikt.” „Dus is ze verknoeid ?” vroeg ik teleurgesteld. „Neen Piet, in ’t geheel niet. Dat weigert wel eens meer. Er is nu alleen niks opgenomen. De plaat is nog leeg. Ik zal er nu jou op nemen 1” Het denkbeeld lachte me toe en op een bank in de Scheveningsche boschjes maakte Stok een kiek die móest lukken, DE VERJAARDAG VAN KONINGIN El ISABETH. Op den verjaardag van H.M. de Koningin van België is er in Amsterdam een bloemendag gehouden, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan het Belgisch Nationale Voedingscomité (Comité national d’Alimentation), dat onder rechtstreeksch beheer staat van H.M. Koningin Elisabeth. Onze foto geeft eenige der dames en heeren weer wier vrijwillig opgenomen taak het was een aanslag te plegen op de portemonnaies diergenen, die zich in de buurt van het Centraal-station te Amsterdam bewogen. {V.F.B.) VACANT! E-KIN DER FEEST. Door den Bond van Nederl. Onderwijzers is er de vorige week wederom een vacantie-kinderfeest georganiseerd voor jongens en meisjes uit de achterbuurten van Amsterdam. Ondanks regen en modder hebben de 8000 kinderen zich uitmuntend geamuseerd. (V.F.B.) r VOOR DE BELGISCHE KINDEREN. De Consul van Perzië bij ons Hof, die te Scheveningen verblijft, heeft j.1. Zaterdag aan de kinderen der Belgische school te ’s-Gravenhage een feest aangeboden aan het strand te Scheveningen. Onder groote belangstelling van het publiek hadden er verschillende spelen op het strand voor „Seinpost” plaats. Er werden ververschingen aangeboden, er was een poppenkast, dus wel te begrijpen dat de kinderen pret hadden. Links op onze foto, midden achter het tafeltje (met stroohoed op) de organisator van ’t feest gezeten tusschen de hm. Percy en Dr. Gunsberg, dir. der Belg. school, (foto Hijmans.)
PDF
Nummer
1915, nr. 61, 29 juli 1915
Blad
07
Tekst
VIER GESLACHTEN OP ÉÉN FOTO. Van een onzer correspondenten ontvangen wij bovenstaande foto, die een zeker niet alledaagsch feit weergeeft, n.1. vier geslachten op één foto vereeuwigd. Mejuffrouw de Wed. J. Buurman geb. Spiets te Nieuw-Vennep, dieziehin den gezegenden ouderdom van 95 jaar mag verheugen, heeft zich laten fotografeeren met haar dochter Mej. J. C. Nederveld, geb. Buurman, haar kleindochter Mej. K. Donker, geb. Nederveld, en haar achter-kleindochter J. C. Donker. volgens zijn beweren. Hij reikte me mijn toestel over en beloofde over een uurtje bij mij thuis te zijn om met het ontwikkelen te helpen. Hij moest eerst even naar de zaak om te zien of er nog post was. Een stout plan rijpte in mijn brein. Ik had Stok’s verklaringen goed in mij opgenomen en dacht er aan de plaat te ontwikkelen vóór hij bij mij kwam. Ik vloog naar huis. „Dag Lien 1” riep ik. „Nou zal je een kiek zien ! Ik in mijn flanellen broek op een bankje in de Scheveningsche boschjes. Prachtig, prachtig 1” „Mag ik er bij zijn, in die kast?” vroeg Lien. „Ja,” antwoordde ik ernstig, „als je niets zegt. Eerst moet ik de baden klaarzetten en de roode lamp aansteken.” Toen alle voorbereidende maatregelen waren getroffen, verdwenen Lien en ik in de kast, trokken de deur achter ons dicht en hingen Lien’s zwarten rok op. Nauwelijks had ik voorzichtig de plaat te voorschijn gebracht of er werd gebeld. Lien maakte een beweging naar de kastdeur, maar als een brieschende leeuw vloog ik op en dreigde met moord en doodslag als de kast openging. Ze liet dus bellen. Een oogenblik later dompelde ik de plaat in het bakje met „ontwikkelaar” en staarden twee paar oogen angstig op' het matbleeke oppervlak van de plaat. Wat ik bij het kieken wit gezien had, moest zwart opkomen, dacht ik bij mezelf. „Ik zie wat, Piet!” gilde Lien. Ik gaf geen antwoord. Was er op dat oogenblik ook niet toe in staat. Ik beefde zóódanig, dat het bakje vanzelf de schommelende beweging maakte, die het behoefde. Lieve Hemel, wat komt er een zwart op, dacht ik. „Ik had toch enkel maar een witten broek aan ?” vroeg ik aan Lien. „Ja, natuurlijk,” zei ze. Alle duivels, wat werd die broek breed ’tWerd één groote zwarte plek. „Had ik alleen een witten broek aan?” vroeg ik nog eens voor alle zekerheid. „Jö, wat zeur je toch,” zei Lien, je had natuurlijk nog meer aan. . , . maar dat kun je op de kiek niet zien. . . . is ’t wel?” vroeg ze er naïf achter. „Ik haal ’m er uit, hoor,” zei ik twijfelend, „’t wordt prachtig zwart.” Ik haalde de plaat uit het bakje, dompelde ze in ’t water en legde ze daarna-in het fixeerbad. Toen zei ik met zachte stem tegen mijn vrouw : „Lien, doe de kast open.” Ze maakte haar rok van de deur los en ik trad uit de kast als een overwinnaar uit zijn tent, ofschoon er van een overwinning nog geen sprake kon zijn. Want de glazen plaat ATATfS ÖCiH r?*TB5 TOOROP-TENTOONSTELLING. In de Rotonde van het Museum van Kunstnijverheid te Haarlem, is de vorige week een tentoonstelling geopend van werken van Toorop, bij welke gelegenheid er door den heer Toorop een causerie gehouden is. Wij geven hierboven een reproductie van een van zijn werken. (V.F.B.), toonde een mengelmoes van verschillende natuurtafereelen. De zee meende ik te zien, met duinzand, een bank, een licht toilet en mijn flanellen broek, alles dwarrelde door elkaar, en een bang vermoeden bekroop me. Lien begreep niets van de situatie en vroeg, zeker wei voor de twintigste maal: „Piet, waar ben jij nou ?” „Dat kan ik pas toonen als ik de plaat heb afgedrukt,” zei ik deftig, „maar ik denk niet dat ik ze afdruk, want Stok heeft ze verknoeid.” Daarvan wilde Lien echter niets weten en na het diner, toen de plaat droog was, moest ik ze in het drukraampje zetten en op papier afdrukken. Stok, dié na de koffie nog even geweest was, had de plaat bekeken en me ingefluisterd dat de lens toch open was F. DEUTMAN.t Past. J. v. BRUSSEL.. Te Laren is onlangs de bekende schilder DEUTMAN overleden. Den 4en Aug. a.s. hoopt de ZeerEerw. Heer Deken en Pastoor J. VAN BRUSSEL, den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar door Z, D. H» Mgr. Godschalk werd benoemd tot Pastoor der parochie Raamsdonksveer. DE HULDIGING VAN JACOB HAMEL. Op de voorgaande bladzijde gaven wij een foto van de deelnemers aan het zangersfeest in den Dierentuin. Ook het comité was zoo welwillend voor onzen fotograaf te poseeren; v.l.n.r. zittend, de heeren : Degen, Blom, Jacob Hamel, Berlots, Veen, Kemper; staande v.l.n.r. de heeren Spiro, Hessels, Veldhuysen, Winterdijk, Ottens, Hillesum. (foto Hijmans). geweest. ... of tóch dicht was geweest. . . daar ben ik niet zeker van, en dat ik toch het knipje had moeten jzien of iets dergelijks. . . enfin, hij nam opvallend vlug afscheid, waarom, dat heb ik achteraf pas begrepen. Toen namelijk de plaat enkele oogenblikken in de zon stond en ik dacht, dat ze goed kon zijn, opende ik met een eenigszins benepen hart het drukraam en haalde er, toch ’k Heb nog geen brieven ontvangen. Lien neemt geen notitie meer van me. VEREENIGING TOT „VERBETERING VAN HET GEITENRAS”. De vereeniging „Tot verbetering van het Geitenras” te Nieuw-Gennep heeft onlangs haar jaarlijksche premiekeuring gehouden. Deze foto geeft de bestuursleden, de keurmeesters, alsmede de inzenders met hun geiten. DE SCHAAKWEDSTRIJD TE SCHEVENINGEN. In een onzer vorige nummers gaven wij een foto van de deelnemers aan den schaakwedstrijd te Scheveningen. Van een onzer abonné’s ontvangen wij nu nog bovenstaande zeer aardige opname, waarop voorkomen v.l.n. r.: de heeren Marchand, de winnaar van den wedstrijd te Scheveningen; F. L. G. d’Aumérie, 'president van de Scheveningsche schaaksocieteit en organisator van den wedstrijd; de Geus, een zeer bekende Nederlandsche schaakspeler. J. G. F. KRIENS. Ds. G. TIMMER. Den len Augustus a.s. hoopt de heer J. G. F. KRIENS, boekhouder aan de Stedelijke fabrieken van gas- en electriciteit te Leiden, den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar aan deze fabrieken verbonden werd. — Den 3en Augustus a.s. hoopt de WelEerwaarde Heer Ds, G. TIMMER, den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar het predikambt aanvaardde. Achtereenvolgens stond hij te Nieuwpoort, Giessen, Nieuwkerk, de Lier en Hellevoetsluis. rAINUKANA N EDERLANDSCHE INDUSTRIE. Een kijkje in de smederij en fabriek van brandwaarborgkasten, kluisdeuren hekwerken enz. van G. J. A. Trestorff, v.h. G. van Heerde, Singel 363-365, en Spuistraat 306-310-312 te Amsterdam. Dat deze in 1830 opgerichte fabriek solide werk levert, bewijst wel het feit dat gedurende dien tijd honderden kasten, zijn afgeleverd niet alleen aan particulieren, doch voornamelijk aan groote bankinstellingen, Rijks- en Gemeentekantoren, zoowel hier te lande als in de koloniën. Ook heeft zij reeds verscheidene opdrachten gekregen tot het maken van safe-deposits vgor banken. Voor wie belang stelt in hetgeen deze zaak op dit gebied presteert, is op aanvraag gratis een boekje verkrijgbaar met foto’s van brandwaarborgkasten en Safe-Deposits, door haar vervaardigd, benevens een naamlijst van bekende firma’s, aan wie deze geleverd zijn. nieuwsgierig, het papier uit. Waarachtig, daar zat ik, op de bankl „Is t-ie goed, Piet?” vroeg Lien. Ze keek onmiddellijk over mijn schouder. „Neen, ze is niet gelukt,” zei ik en maakte een beweging de foto te verscheuren. Lien was echter vlugger. Ze trok het papier plotseling uit mijn handen. „Bedrieger 1 O, o, wat een man ! Wat een monster!” snikte ze zenuwachtig. „Vrouwtje,” begon ik kalmeerend, „laat ik je nou even verklaren hoe dat komt. ...” „Hoe dat komt. .... hoe dat komt. . .” huilde Lien. „’t Geeft niets hoe het komt. Jij zit met een.... met een vrouw, met een...” en een nieuwe huilbui brak haar woorden af. En ik zat met een vrouw ; dat was zoo. De lens was zeker bij het nemen van de eerste kiek wèl opengegaan.... of wel dichtgegaan. ... ik weet het niet, maar een feit was het, dat blijkbaar de tweede kiek op dezelfde plaat genomen werd als de eerste, en het droevig resultaat was, dat ik op een bank zit en aan mijn voeten, met haar hoofdje tegen m’n knie geleund, de dame van het strand in haar licht toiletje, die juist haar gezichtje naar mij toedraait. Zeker op het moment dat die ellendige Stok „juffrouw” riep. Al mijn krachten heb ik ingespannen om Lien de zaak duidelijk te maken en ze antwoordt telkens met het stereotype : „Als jullie zóó niet gezeten hadden, zou je zóó niet op de fotografie staan.” In de „Haagsche Courant” van gisterenavond komt de volgende advertentie voor : Te koop aangeboden: een nieuw Fotografietoestel, gekost hebbende / 23.— thans te koop voor / 10.— met alle toebehooren. Brieven onder No. 4823 a. h. Bureau v.d. BI.
PDF
Nummer
1915, nr. 61, 29 juli 1915
Blad
08
Tekst
Hotel Chateau „Oud Wasseneer" ..... uujxx : uuu. .u..:.:. o Wassenaar Het oord bij uitnemendheid voor kort of langer verblijf prachtig öosch, Öuin en Zee LENSVELT NICOLA. Veenestraat 23, Den Haag LUNCH- EN TEAROOM Confiserie Patisserie HAAGSCHE BESCHUIT Hotel "Kasteel „Oud-Wasseneer” (Tel. 6791 Haag) Restaurant a la Carte £unch en (Diners prix fixe Eerste Amsterdamsche Poetsdoekenfabriek, Weesperzijde (Omval) Telef. Zuid 4366. Amsterdam. Wij leveren Poetsdoeken (er vervanging van Poefskaloen, welke wij na hel gebruik aan onze fabriek weder reinigen. Vraagt offerte. Ruim 6O°/o besparing. Sigen Huis-%apel TAiddag- 'en >Pvond~Concerten Keilen, Roeien, Visschen sTutomobielen per uur, per dag, per week, per maand Vraag prospectus - Vranco toege^onden Draadlooze Telegrafie. (Examen voor LeerlingTelegrafist bij de S.A.I.T.) Sinds 1 Januari 1914 zijn van onze ÉÉN EN DERTIG (31) andidaten DERTIG 30) eslaagd, terwijl I 1 herexamen nog moet plaats vinden. Omtrent toelating tot onze school, leerjaar 1915-46 raadplege men ons PROSPECTUS X. P. THE ROTTERDAM WIRELESS TRAINING COLLEGE Gebouw Plan C, ingang Gelderschestraat 10. A. v. d. HEIJDEN s Leverpastei : DE BESTE. : STOOM-WASSCHERIJ „De Pelikaan”— Gouda CHEMISCHE WASSCHERIJ TEL 196 en 253 INT. EN VERVERIJ P. SLUIS. VOGEL-EN PLUIMVEEVOEDER STOKHUYZEN'S VRUCHTEN LIM. merk „RHENA”. ’t Hoogst bereikte op ’t gebied van Limonade. NI Slodimchtaap en Jamfabriek, llphena.il. 8. SUIKERZIEKTE. Mij. ORVIËTANOSE, Nicolaïstraat 23, den Haag. Na een driejarig bestaan kan men spreken van burgerrecht. Orviëtanose heeft dit recht verkregen temeer nu een bekend en geacht medicus te Haarlem, de Heer F. Lochnaar Docter, deze Orviëtanose in een open brief, die op aanvrage gratis wordt toegezonden, aanbeveelt Onder controle van hetBotercontró/e Station, OELDERLAND-OVERUSEL 'n DEVENTER. ONDER RIJKSTOEZfCHT. P. 3. VAN PINXTEREN, - AMSTERDAM, Keizersgracht 17. — TAILLEUR. - Telefoon 6713. ABONNEMENT VOOR ÉÉN JAAR. ECHTE GRONINGER SUCADEKOEK van 60 ets, f 1.00. f 1.50 enz. Franco per post 20 ets. verhooging. FIRMA 3. G. MEIJER, GRONINGEN. Tusschen 2 Markten Telepboon 1022 HEEREN: Een Costuum, een DemiSaison en een Pantalon, f5.50 per maand. DAMES: Een Mantel-Costuum en een Costuumrok f5.50 per maand. Alle goederen blijven het eigendom der geabonneerden. BLIKVERPAKKING voor export. GEDEPONEERD HANDELSMERK LEVERING DIRECT AAN PARTICULIEREN. FR.p P. IN GEOECOREERDE SCHUIFKISTJES DE DAM VERLICHT MET PHILIP5 „HALFWATT” LAMPEN
PDF
Nummer
1915, nr. 62, 2 aug. 1915
Blad
01
Tekst
GEVOLGEN VAN EEN JAAR OORLOGSELLENDE STEDEN EN DORPEN VERWOEST. Ter herdenking van den noodlottigen datum van het éénjarig duren van dezen verschrikkelijken oorlog, hebben wij een greep gedaan uit het door ons gepubliceerde oorlogsill.-materiaal, welke beelden één onafgebroken reeks van ellende vormen. En toch geven deze foto’s, hoe verschrikkelijk zij ook mogen zijn, slechts een zeer klein gedeelte van het leed weer, dat in werkelijkheid door den oorlog veroorzaakt wordt. VERMINKTEN. Duizenden en nog eens duizenden moeten ledematen missert en zijn voor hun verder leven ongelukkig. SLACHTOFFER VAN HET MOORDEND LOOD. Omringd door zijn onder den indruk zijnde kameraden, ligt de door den kogel getroffene bewusteloos in de loopgraaf. En nog eischt de oorlog dagelijks duizenden slachtoffers. DE GEWONDEN. Eiken dag brengt het Roode Kruis duizenden nieuwe slachtoffers naar de hospitalen. PHYSIEK GEKNAKT. Hoevelen zijn niet door vermoeidheid, pijn en overspanning tot een lichamelijken en physieken ondergang gedoemd. OP HET SLAGVELD GEBLEVEN. Dikwijls is het door de krijgsoperaties niet mogelijk de lijken der gevallenen te verwijderen en blijven deze dagenlang liggen, ten prooi van het ongedierte. EEN EENZAAM GRAF. Ver van hun geboortegrond rusten vele strijders in een eenzaam graf, waarvan de plek dikwijls zelfs den naasten verwanten niet bekend is. KRIJGSGEVANGENEN. Duizenden toeven ver van hun familieleden en haardsteden in gevangenenkampen. VOOR HET VADERLAND GESNEUVELD. Eiken dag wordt het aantal houten kruisen die achter de strijdlijn in de aarde geplant zijn, met vele vermeerderd. VAN HUIS EN HOF VERDREVEN. Door de bommen uit hun huis en hof verdreven, vinden de stakkers meestentijds bij hun terugkeer slechts ruïnes, van wat eens hun huis was. OUDE BOUWWERKEN VERWOEST. Het lot dat de kathedraal van Atrecht, waarvan wij hierboven een afbeelding geven, getroffen heeft, is het lot van honderden oude bouwwerken. DE GEVOLGEN VOOR DE NEUTRALEN. Ook in de neutrale landen zijn de gevolgen niet uitgebleven. Velen, die anders goed verdienden, zijn nu afhankelijk van uitdeelingen door gemeente- en liefdadigheidsinstellingen.
PDF
Nummer
1915, nr. 62, 2 aug. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 DE BIBLIOTHEEK. DE STUDIEZAAL. ---------- IN EEN------------ INTERNEERINGSKAMP E r zijn er verscheidene. Hef eene is waf grooter dan hei andere, hef andere is waf kleiner dan hef eene. Ook in onderdeden is er verschil, maar in groote lijnen gelijken ze op elkaar, en wat ze mef elkaar gemeen hebben, is dat er veel gedaan wordt om de menschen goed bezig te houden en fe vermaken. „Ontwikkeling en ontspanning’ is hef parool, evenals op de forten van onze eigen piotten. Ontwikkeling en ontspanning ! Die fwee begrippen omvatten uiteraard veel, wat met de schoone kunsten verweven is, en dus veel. wat voor ons artikel belang heeft. Bij ontwikkeling staat lezen vooraan, en zoo voert het ons zelf tof kennismaking van de litteraire Kunst. Bij ontspanning komt de tooneel-, zang.- voordrachtkunst op de eerste plaats; en dan zijn er nog een aantal vakken van Kunstnijverheid, welke door de uitgewekenen beoefend worden, ja, ook de beeldende kunst vindt onder de in Holland geïnterneerde naburen hare begaafde werkers. „De zalen der bibliotheken enzoovoorts’’, zoo schrijft de bekende Belgische intellectueel Paul Oflet. — „zijn alle gedecoreerd met muur- en paneelschilderingen, door de soldaten zelve gemaakt. De kunst, die onbedwingbare behoefte van het Vlaamsche ras, heeft zich in de kampen geopenbaard, overal waar de Belgen hebben kunnen werken en iets vóórtbrengen’. Bij ons bezoek trof ons al spoedig de eenvoudige artistieke betimmering en inrichting van een der canfines, en wij kiekten die voor onze lezers, om hun eens een kijkje te geven, hoe keurig en kunsfvol die menschen de nieuwere denkbeelden van vormingskunst hebben weten toe te passen. Hier geen doodsbleeke kalkmuren mef hier en daar de schreeuwerige kleurvlek van een of andere reclameplaat ; hier geen zoldering van slecht gevoegde planken mef een of ander vies onoogelijk verfje bedekt, overal hetzelfde, als tot staving van ons spreekwoord „Het is met één sop overgofen” ; hier geen walgingwekkende meubels in knobbeljichtof halve- gedraaiden stijl, zoo onrustig van vorm dat als hef ware de tafels van voor je aangezicht en de stoelen vanonder je achterste lijken weg te wandelen ; hier geen vensters van het type dat voor zulke groote vertrekken ten onzent zoo in zwang is : hoog, breed, en dan moedernaakt, of wel afgedekt met een dubbeldikke vracht van lancaster, vifrage en tule; hier, (en dat is veel gezegd voor een vertrek van zulke afmetingen, in zoo korten tijd ingericht en voor zulk een tijdelijk doel,) hier geen zweem van smakeloosheid. Eenvoudige houten vloeren, een behoorlijke wandverdeeling, een architectonisch redelijk en aangenaam aandoende overkapping, waarvan de effen vlakken mef sobere goede motieven beschilderd zijn; de vensters zijn vriendelijk en behoorlijk van vorm en voorzien van valletjes van bontgekleurde gonje, terwijl strooken van dezelfde stof geestig langs de wanden zijn gefronst. Onze lezers kunnen zich op onze photo’s daarvan overtuigen, zij het dan ook niet zoo volkomen en op zoo gezellige manier als wij zelve dit deden, die met hef „glaoske brune” van twaalf centiemen vóór ons en de pijp gevuld mef geurige Sernois, ons ter plaatse verstrekt, al kijkend van de smaakvolle stemmigheid van dit inférieur genoten. Daarna brachten wij een bezoek aan de theaterzaal. Men had ons onderweg reeds van de voorstellingen heel waf goeds medegedeeld. Maar mef hef crifisch eenigszins wantrouwend voorbehoud, dat onder de eigenaardigheden van ons Hollanders een eereplaafs inneemt, hadden wij herhaaldelijk in ons binnenst verzet aangeteekend, en die berichten, eerlijk gezegd, als opschepperij, gequalificeerd. Wie schetst echter onze verbazing (ik schets ze, zal hef althans pogen fe doen,) wanneer wij binnentredend, een zeg maar volwassen, schouwburgzaal voor ons zagen. Een fiksche ruimte, in verscheidene rangen verdeeld, met een soort van fauteuils dorchestre, een groot tooneel als in een middelmatig flink stadstheater, dat keurig van uitvoering was met heuschelijke decors en afgesloten mef een smaakvol besfikt Khaki-gordijn, dat aan den fijnsten kunstsmaak bevredigen kon. De afscheidingen fusschen de verschillende rangen bestonden uit een soort van. lage ornheininkjes, prachtig blauw en goud geschilderd Op onze kiek ziet men rechts van hef tooneel het bioscoopdoek. Voor bef tooneel is een enorme ruimte voorhef orkest, en niet alleen dat die ruimte er is, maar ook hef orkest is. er. en wei zoo overvloedig voorhanden, dat geen stoei onbezet blijft. Een vleugel staat geopend ter rechterzijde, en juist wanneer wij met Het gezelschap dat voor de ontspanning der geïnterneerden zorgde. onzen begeleider, een Nederlandsch militair de zaal willen verlaten komt een blonde, weluitziende jonkman zich aan dien vleugel plaatsen, en zet een sonate van Beethoven in. Met hem zijn er verscheidene andere muzikanten binnengekomen. Ik vraag hun of allen leden van het orkest zijn, en zij antwoorden beamend. Het orkest blijkt saamgesfeld uit muzikanten van allerlei regimenten, die hier tot één elkander welverstaande groep zijn saamgesmolten. „Vanwaar zijt gij ?’’ zoo wend ik mij tot een hunner. — „Ik zijdek-ik van Gent.” antwoordt hij in zijn genoeglijk aanhoorenden tongval.— En gij ?—„ Ik zij n Kefjen *) van Brussel.’ En gij? „Wel, ik zijde-k-ik pourfant toch ook een Brusselaer. Ik zij bij de guides? Ik van het zooveelsfe ligne-regiment, roept er een voor hij goed en wel gevraagd is, vroolijk uit, en ieder van deze welgemoede mannen snapt zoo voor zich heen wat hij weet en waf mij wellicht dienen kan. Ik ben omringd door een kring praatgrage leutige kompeeren, en vermaak mij uitmuntend. Ons gesprek wordt onderbroken door de komst van een heer, die den muzikanten komt verwittigen dat hef uur der repetitie aangebroken is. En allen zetten zich op hun plaats, beproeven, stemmen hun instrumenten. Ik verneem van den heer, dat het Nederlandsche operette-gezelschap uit Amsterdam hier tijdelijk verblijf houdt, om voorstellingen te geven en deze des daags met dit militaire orkest te repe- *) Ketjen, is zooveel als jongen. teeren. Wij waren opgetogen over onze goede kans, die ons juist tot een bezoek in dit kamp bracht op denzelfden dag. dat een groot operette-gezelschap hier aanwezig was. We vroegen den heer ons bij de leden van het gezelschap te introduceeren, en ons fe veroorloven hef gansche arfisten complex fe conterleifen, waf ons werd toegesfaan. De zangers en zangeressen doken nu van alle kanten op, en hef was allergezelligst zoo aardig en mak zij voor ons poseerden. Bij hen voegden zich nog de luitenant voor de vermakelijkheden aangewezen, de luitenant Henri Brondgeest en eenige andere heeren. Onze lezers zullen kunnen beoordeelen of de kiek, van verscheidene bekende Amsferdamsche arfisten, temidden van de inferneeringsgebouwen opgenomen, goedgeslaagd is, en de trouwe theaterbezoekers zullen zich ongetwijfeld vermaken met hef zoeken en vinden van de hun gemeenzame persoonlijkheden. Toen ons snapshot genomen was, togen de dames en heeren van hef operette-gezelschap ter repetitie, de eèrsfgenoemden met hun witte hoofdsluiers en lichte japonnen als vriendelijke wuivende gebaren van gezelligheid temidden van de zoovele duizenden en duizenden mannen. En wij stapten nu op de gebouwen der bibliotheken toe, waarvan men ons ook zeer hoog opgegeven had, wat natuurlijk door ons ook weer op vaderlandsche critisehe wijze was opgenomen. Thans echter na ons bezoek aan zoovele grootsche en belangwekkende dingen, wier bestaan wij hier ook al evenmin vermoed hadden, waren wij williger gestemd, en onze verwachtingen waren hooger gespannen. Waar zulk een kranig theater en zulke artistiek ingerichte zalen zijn. zullen bibliotheek- en studievertrekken niet minder aantrekkelijk, doelmatig en smaakvol wezen. En zoo geviel hef ook. We stonden ook hier verbaasd en waren opgetogen om wat er tot stand was gekomen. De bibliotheek is van indeeling en versiering prettig en goed. In dit intérieur wordt veel gelezen, en het aantal boeken dat dagelijks in en uit gaaf, beloopt ongeveer 300 stuks. Van een paar geéstdriftige jonge Vlamingen. die tot de beheerders behooren, vernamen wij dat, voor zoover voorhanden, de boeken der groote moderne schrijvers veel worden uifgeleend, dat menschen, welke nimmer vóór dezen van hun eigen groote auteurs kennis namen, nu in het kamp als het ware een soort van literatuurcursus volgen, en dit is een der weinige goede dingen, welke de oorlog bracht : een volk gaaf zijn groote mannen waardeeren en liefhebben, zet zich tof het genieten hunner meesterwerken. Nevens de bibliotheken bewonderden wij de studiezaal, welke met buitengewone, distinctievolle kunst is gedecoreerd : de inrichting is uiterst beschaafd en daardoor bijzonder rustig en behaaglijk. Fraaie geschilderde landschappen sieren de wanden. Door de canfines, waar een vertier was van de druk pratende groepen, wandelen wij nog eens ten afscheid rond, om spoedig daarna hef kamp te verlaten, wel begaan mef het lot van zoovele duizenden, die door de oorlogskans hier waren saamgebracht, doch tot blijde waardeering gestemd, door alles wat men in het werk stelde, om den ballingen hun ballingschap zoo dragelijk mogelijk te maken, niet hef minst door de kunst, die milde troosteresse der beproefden. EEN ONDEROFFICIERSCANTÏNE. DE T00NEELZAAL.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1761 tot 1765 van 11897