Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1751 tot 1755 van 11897
Nummer
1915, nr. 60, 26 juli 1915
Blad
03
Tekst
PANORAMA 0e invloed van den oorlog op het maatschappelijk leven der Vrouw Be vrouwelijke leerlingen van de ‘Tuinbouwschool in Sussex in haar werkpakje. Be dames aan den arbeid, ï~\e groote oorlog, waarvan wij de onwillende getuigen zijn, is naast de oorzaak van al *—f het leed dat — om niet — geleden wordt, ook oorzaak van de gedeeltelijke omwenteling in den normalen gang van zaken in onze — naar wij meenden —- welingerichte, volgens 2öste-eeuwsche begrippen georganiseerde maatschappij. Afgezien nu van de vraag of in een goed geordende maatschappij een oorlog als wij nu beleven mogelijk zou zijn geweest, treft ons telkens, wanneer wij de nieuwsberichten uit de oorlogvoerende landen lezen, wat op ’t oogenblik daar gedaan wordt door de vrouw, die er thans, nu het overgroote deel der mannen naar het front is, een plaats, de plaats van den man inneemt, waarom zij vroeger, bij het begin van den „emancipatie-tijd”, heel wat te verduren zou hebben gehad. Nietwaar, wij gunden de vrouw thans ook wel een „baantje”. Zij moest toch, als zij ongetrouwd bleef, in haar eigen onderhoud kunnen voorzien, maar dat zij thans nu letterlijk den man in alle opzichten vervangt, dat, , . dat hadden zelfs de verwoedste voorvechtsters der emancipatie niet durven dröömen. Hadden wij ons’voor den oorlog kunnen indenken, dat de vrouw den conducteur op de tram zou vervangen, dat zij brood zou gaan bakken, ja zelfs dat zij zich- zooals Engeland gebeurd is — zou aanbieden om „dienst” te nemen voor het vaderland? Hoe hadden wij zooiets Bloemen, bestemd voor de markt. cHet leiden van klimrosen, met ons mannen-geweten en onze mannen-eer in overeenstemming kunnen brengen ’ En thans ? Wel, men is ze eenvoudig dankbaar dat zij bereid zijn de taak der mannen over te nemen. En na den oorlog ? Ach, wie weet. De gang van zaken op deze wereld is nu eenmaal niet van te voren af te bakenen. — Op deze pagina brengen wij u wederom eenige foto’s van de vrouw, werkzaam in een tot heden uitsluitend mannelijken werkkring. Het zijn Ook het zwaardere werk wordt door de meisjes verricht. weer de Engelsche vrouwen die daartoe het initiatief namen. Het oorspronkelijke doe’ ‘ *’ ’ ' idee- is uitg.egaan van gravin Wolseley, dochter van veldmaarschalk graaf Wolseley. Op een uitgestrekt stuk grond in de nabijheid van Lewes Sussex, stichtte zij een school voor vrouwelijke tuiniers en landbouwers. Het aantal leerlingen bedroeg aanvankelijk 22. Dagelijks worden er nu bloemen en groenten naar de markt gezonden, die door de tuiniersters zelf . gezaaid en gekweekt zijn. Op de foto’s kunt u de resultaten zien van haar arbeid en tevens dat de vrouw ook in deze omgeving niets van haar natuurlijke bekoorlijkheid verliest, maar er integendeel zeer goed tot haar recht komt. Voor de groententeelt xijn er speciale bakken gemaakt. 60 (4b)
PDF
Nummer
1915, nr. 60, 26 juli 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA MILITAIRE BEGRAFENIS. Onder groote belangstelling is Dinsdag 20 Juli te Nijmegen de begrafenis met militaire eer geschied van de beide slachtoffers van het treurig ongeluk dat voor eenige dagen plaats greep in de H.B.S.-kazerne te Nijmegen en waarbij de korporaal C. van Hoftc uit Oud-Beierland en de kanonnier 2e kl. J. Mets uit Amsterdam doodgeschoten werden, door een kameraad die bezig was zijn geweer schoon te maken. H. J. F. MIRANDOLLE. t Voor eenige dagen is te Hilversum overleden de heer H. J. F. MIRANDOLLE, in leven oud-zeeofficier en oud-ambtenaar der H.S.M. De overledene, die algemeen geacht en bemind was, had in verscheidene liefdadigheidsvereenigingen ’n werkzaam aandeel. (V. F. B.) EEN NIEUW STATION TE MAASTRICHT Wij brengen hierboven een foto van het nieuwe station te Maastricht, dat weldra klaar zijnde, in alle opzichten een aanwinst zal blijken te zijn voor de Limburgsche hoofdstad. (V. F. B) AVONDSCHOON . DOOR JOB STEYNEN .— ’ h< lh reesje heette ze. Maar de romantisch aangelegde, hooggestemde mijnheer Ekman, haar onderwijzer, had haar ,,Avondschoon” gedoopt. Overdag zag het meisje wat bleek, want heel sterk was ze niet; haar gezichtje leek dan smal, en groot en diep deden de oogen daarin, maar ’s avonds, ’s avonds 1 Ge hadt haar dan moeten zien onder de les, met haar van inspanning roode wangen en blinkende oogen ; het zachtbruine krulhaar maakte het kopje van Trees tot iets ongemeen fijns. „Avondschoon,” fluisterde de zachtzinnige onderwijzer dan, terwijl hij zijn teedere oogen bijna geheel sloot, en het kind langzaam over de glanzende haren streek. ,,Avondschoon, ik heb een bloem voor je meegebracht,” heette het een andermaal, - ,,een fijne, mooie bloem, net als jijzelf bent.” En het meisje bloosde dan diep, en werd bevangen van een zoete verrukking om zooveel vriendelijkheid van iemand tegen wien zij als tegen een verheven wezen opzag. Indien er iets van twist of onaangenaamheid tusschen de andere kinderen heerschte, beduidde Ekman baar, dat zoo iets te ver beneden haar was dan dat zij zich de fijne blanke handjes ermede bezoedelen zou. „De wereld is groot, kindje, wantrouw haar,” zoo ried hij' haar welmeenend, - ,,bemoei je zoo weinig mogelijk met de menschen, want je kunt er niets dan grofheid en eigenbaat van leeren ; jij bent oneindig veel beter dan die anderen. Je bent voor iets beters bestemd, dat voel ik. Er is iets, ik weet niet wat voor bijzonders in jou.” Allengs had het meisje, hoe verbaasd in den aanvang ook, zich gewend aan de teedere woorden, aan den zachtzinnigen blik, en aan de weeke hand, die haar het hoofd streelde. Allengs was zij gaan gelooven, dat zij werkelijk iets bijzonders was, beter dan de anderen, en dat het leven een ongewoon geluk voor haar had weggelegd. De vriendinnen waren haar DE VELDTOCHT IN DUITSCH ZUI D-WEST-AFRIKA. Enorme ovaties zijn er Generaal Botha door zijn officieren en manschappen gebracht, bij het vernemen der laatste successen, die Botha’s leger tegen het Duitsche leger in Duitsch Zuid-West-Afrika behaald heeft. EEN TURN BETOOGING. Te Deventer had Zondag 18 Juli op het voetbalveld van „U. D.” een Gewestelijke Tumbetooging plaats vanwege het Middengewest van het Ned. Gymnastiek-Verbond. Ondanks de minder gunstige weersgesteldheid, namen ongeveer 500 turnsters en turners aan de betooging deel. Wij geven hierboven de turnsters tijdens het werken aan de ringen. EEN PROCESSIE. (K F. Te Rome is onlangs met groote plechtigheid een processie gehouden, waarbij de zegen is afgesmeekt voor de Italiaansche wapenen. EEN TREURIG OORLOGSBEELD. Een blik in een Belgische loopgraaf na een door de Duitschers ondernomen stormaanval, die werd afgeslagen. De soldaten, die op den grond liggen, zijn öf gewond, óf gestikt door de vergiftige gassen. vreemden, wederzijds was minachting in de onderlinge verhouding ; omgang had ze niet, ze hield van niemand uit hare omgeving ; mijnheer Ekman vergoodde ze, maar te hoog was deze boven haar verheven dan dat van uitwisseling eener vertrouwelijke genegenheid sprake kon zijn. Hij had haar dag-in dag-uit voorgehouden, de vogels, de bloemen, den maneschijn en het mooie diepe grachtwater lief te hebben, en ook muziek, schilderkunst en nog velerhande fraaie zaken. welke te begrijpen haar ten eenenmale niet gegeven was, want haar gezichtje mocht zoo nobel en schoon wezen als het was, een innerlijk weerspiegelde het zeker niet. Dat fijne, edele gezichtje behoorde aan een heel gewoon kind, dat voor hoegenaamd niets aanleg had, haarledigheid doorstilzwijgen dekte, en juist in hare weeke onbestemdheid eén verzetlooze prooi moest worden van een idealist gelijk die verheven Ekman. Thuis vond het kind ook geen vertrouwelijkheid, en schonk zelve die ook aan niemand. Haar vader en moeder waren, nu ja, misschien wel goeie menschen, maar erg gewoon’ De vader rookte sigaren en des avonds trok hij soms naar een naburig koffiehuis om een glas bier te drinken, en bier en sigaren waren, naar Ekman’s zeggen, beide verwerpelijke leelijkheden, op bet onzedelijke af. Thuis las hij de courant of speelde met de moeder dominee, — een laf vermaak voor leege hoofden en arme harten, zooals Ekman dat noemde. De moeder was, zoo mogelijk, nog onbeduidender dan de vader; zij deed niets dan huishoudelijke bezigheden, en, wat het ergste was, ze deed die nog met pleizier ook, ze zong of neuriede onderhaarwerk en vond vreugde aan allerlei onbeduidende voorvalletjes. Een geluk mocht het heeten, dat Trees geen broers of zusters bad, want met zulk een vader en moeder zouden die kinderen onuitstaanbaar van alledaagschheidzijn geweest, en haar bijna onafgebroken hebben getreiterd met hun zingen» hun lachen, hun praten, in één woord, met hun bestaan. Zwijgend en nukkig kon het meisje soms urerr lang in een hoek zitten. „Wat scheelt er toch, meidlief ?” vroeg de moeder dan. „Niets,” antwoordde het kind norsch. „Kom, je kunt ’t mij gerust vertellen, als er wat aan scheelt,” zoo trachtte ze het meisje te overreden. Maar niets hielp, en de moeder zag er gaandeweg vanaf haar tot vertrouwelijker omgang te brengen ; ze hield Treesjes sombere buien voor nukken, wel aan meisjes van haar leeftijd eigen, en welke later wel zouden uitslijten. De gezonde, eenvoudige vrouw, hoe kon ze' vermoeden, dat dit meisje al een afschuw van het leven kreeg, en in de uren van haar mokkend zwijgen dien afschuw al denkend tot iets moois en benijdenswaardigs verhief, iets wat voor gewoon voortlevende kudde-menschen onbereikbaar was, doch baar met haar bijzonderen aanleg bereikbaar. En ze meende, dat het niet het minste haar levensinzicht was wat haar verre verhief boven ieder dien zij kende. Zoo leefde zij voort tot haar zestiende (Zie vervolg op pag. 16.)
PDF
Nummer
1915, nr. 60, 26 juli 1915
Blad
05
Tekst
13 PANORAMA HÉT M AR! E-TH ÉR ÈSEHO5PITAAL TÉ BUDAPEST. Een onzer geachte lezers te Budapest zond ons bovenstaande foto’s, genomen in het Marie-Thérèsehospitaal te Budapest (O.-H.), waar tot zelfs dames wit de hoogste kringen zich hebben opgegeven om bij de verpleging der gewonden behulpzaam te zijn. Linker foto, v.l.n.r., staande: jonkvr. Semseï, dr. Revaï, gravin Semseï (geheel rechts). Zittend : de bekende dr. Herzk Midden staand, een assistent. Foto rechts: de beroemde dr. f. de Revaï, bezig een gewonde aan het hoofd te opereeren. NEDERL. VERPLEEGSTERS IN DÉN VREEMDE. Bovenstaande foto ontvingen wij eveneens van geachte zijde. De foto is genomen in Bohemen, waar gewonde Oostenrijksche soldaten door Nederlandsche pleegzusters worden verpleegd, (x) Zuster van Dillen, hoofdverpleegster van het gebouw. EEN TREURIGE, INTOCHT, Bij den inval der Russen in Galicië vluchtten talrijke inwoners der dorpen met have eh goed dieper het land in. Nu de Russen weder door de Oostenrijkers verdreven zijn, keeren zij naar hun haardsteden terug. Wat zal er echter van hun huisje en verdere , bezittingen geworden zijn? OOK IN DEN DOOD GEEN RUST. Na een bloedig gevecht in de Karpathen werden de gesneuvelden in één massagraf begraven en een eenvoudig houten kruis er op geplaatst Bij het hervatten der vijandelijkheden ontplofte een granaat op het graf, omwoelde den grond, terwijl de regen de laatste rustplaats der gevallen helden in een poel veranderde. (Mo Ver. Fotobur.) IN DE VOGEZEN OP WEG NAAR HET FRONT. Een reserve-afdeeling Duitsche cavalerie met bestemming naar het front, trekt door Posen (in de Duitsche provincie Posen). (Foto Ver. Fotobur.) RUSSISCHE KRIJGSGEVANGENEN AAN DEN ARBEID. Russische krijgsgevangenen die onder toezicht van Duitsche soldaten in Oost Pruisen bezig zijn met het transporteeren van balen hooi voor de Duitsche legers in Polen. (foto Ver. Fotobur.) HET DUITSCHE ROODE-KRUIS. Een van de belangrijkste doch tevens moeilijkste werkzaamheden in tijd van oorlog is het vervoeren van de gewonden. In het Duitsche leger gebruikt men thans Roode-Kruisauto’s met aangehaakte volgwagens, waardoor dus een zoo groot mogelijk aantal gewonden met de meeste snelheid kan worden vervoerd. (foto Ver. Fotobur.) IN DE VOGEZEN. DE HOOIOOGST. In de Vogezen is thans iedereen die maar eenigszins er voor in de gelegenheid is, bezig met het binnenbrengen van het hooi. Tot zelfs soldaten helpen in hun vrijen tijd hieraan mede. De bergen op den achtergrond zijn door de Franschen bezet. FREIHERR VON WANGEN H El M. De Duitsche gezant te Konstantinopel, Freiherr von Wangenheim, die wegens gezondheidsredenen, tijdelijk mét verlof gaat. O. BERNHARD D ER N BURG. Voor eenigen tijd is de vroegere Staatssecretaris van Duitschland D. Bernhard Dernburg van zijn reis naar Amerika in zijn Vaderland teruggekeerd. Zijn reis naar de Vereenigde Staten gold uitsluitend Duitsche belangen. (V. F. B.). HET GEWONDENVERVOER Vooral in bergachtige streken is het vervoer der gewonden op de gewone wijze aan te groote moeilijkheden onderhevig. In de Vogezen wordt door de Duitschers dan ook gebruik gemaakt van wagentjes, die langs staaldraden worden voortbewogen. De Duitschers en Oostenrijkers aan het Oostelijke Front
PDF
Nummer
1915, nr. 60, 26 juli 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 14 DE KONINGIN OP INSPECTIE IN LIMBURG. (V.F.B.) Op Dinsdag 20 dezer heeft H. M. de Koningin een inspectie-tocht door Limburg gehouden. In de stad Maastricht, waar H.M. eenige uren heeft vertoefd, is haar een buitengewone ovatie ten deel gevallen. In de voormalige Jekerkazerne werden de paarden bestegen en vandaar werd in draf naar het exercitie-terrein de Kommen gereden, waar duizenden toeschouwers te wachten stonden op het militaire schouwspel. Wij geven hierboven H.M. de Koningin met gevolg het défilé der troepen gadeslaand. De Ham vam tante Jeanne EEN VERHAAL VAN DEN DAG DOOR JOHAN W. BROEDELET n den eersten roes van ’t oorlogsgevaar had tante Jeanne, naast tal van andere eetwaren, ! ook een half dozijn overheerlijke banketham- ; men ingeslagen. Ze wogen 5 a 6 pond het stuk, zoodat ze daar voorloopig wel genoeg aan had. Met een troostend gevoel van veiligheid — zij zou in deze benarde tijden tenminste geen honger lijden! —- was ze aan de eerste begonnen. O, ze smaakte deli\ Tante smulde ervan. En ’t leek wel, of haar wangen nog gevulder werden. Ook de tweede ham ging er nog wel in, al gaf die réeds wat meer moeite, ’s Morgens ham, ’s middags ham, bij den eten ham, ’s avonds ’n sneetje na, alweer met ham, je moest een heel bijzonder mensch zijn om dat vol te houden. En toen de derde ham op tafel kwam en de vierde, was ’t met tante’s zalige gewaarwording al geheel gedaan. Ze zat, wat men noemt, leelijk voor den mast. Ze deden er bij haar dan ook zoo lang over, want ze woonde alleen met ’n bejaarde meid. Eigenlijk heette ze mevrouw van Drimmelen, doch, hoe ’t zoo gekomen was, ieder noemde haar tante Jeanne. Men heeft nu eenmaal menschen, die met iets tanteachtigs in de wereld komen. Ik ken zelfs mannen, die zooiets over zich hebben. Met het geslacht heeft het dus niets te maken. Dames, die daarmee behept zijn, worden haar leven lang tante geheeten, zelfs al beschikken ze over niet één neef of nicht. Tegen het Lot valt nu eenmaal niet te kampen. Toen ham nummer vijf op de operatie-tafel lag, werd ’t tante Jeanne werkelijk somber te moede. Hoe kwam ze ook weer door dézen berg ‘van overvloed heen ? Wanneer ze ’t woord „ham” maar hoorde, werd ze al naar. ’s Nachts droomde ze ervan. Dan zag ze zich van alle kanten door ontzaglijke porties van dat edele varkens-product bestookt, welke boosaardige duivels haar dwongen op te eten. En overdag bleek de werkelijkheid al niet veel minder erg. Dat was op den duur niet om uit te houden. Ook werd ze langzamerhand bang voor bederf. Tante Jeanne zuchtte. Wat had ze ook zoo’n enorme hoeveelheid ingeslagen I Ja, dat had haar vrees voor gebrek gedaan. Altijd, van haar prilste jeugd af, was ze bang geweest, dat ze te kort kwam. Dat zat in haar bloed. Steeds had ze voor zichzelf gezorgd en voor zichzelf alléén. Aan andere menschen dacht ze nooit. „Leelijk egoïstje” noemde rnen haar dan ook reeds als kind. Ze trok er zich echter weinig van aan. Ach, ach, vijf en een half pond ! Voor weken was ze er weer mooi mee. Al deed ze nog zoo haar best en al gaf ze Bet in de keuken nog zulke dikke plakken, wègtoo- ,,M E ZUSTER” * (V.F.B.) Met zeer veel succes wordt op het oogenblik in het Grand Théatre te Amsterdam de klucht „Me zuster!” opgevoerd. Wij geven hierboven een scène uit dit stuk, dat avond aan avond de toehoorders doet schudden van het lachen, zoo geestig en pittig weten de spelers de dolle verwikkeling — méér is het niet — te vullen met onweerstaanbaren humor. veren kon je de „délicatesse” niet. En dan dreigde altijd nog ham nummer zes ! Tante zeeg neer in haar stoel. O, die zesde en laatste kwelling ! Neen, wat ook gebeuren mocht, daar zou ze niet aan beginnen. Nooit, nooit, nooit! Maar wat dan ? Ze had er al over gedacht, die mooiste en zwaarste van haar half dozijn weg te geven. Doch aan wie ? Arme menschen kende ze niet en voor geen geld ter wereld haalde ze ze aan. Gaf je dien één vinger, dacht ze, dan namen ze je heelen arm en verdere ledematen erbij, ’n Gesticht? Ja, dat was misschien nog niet zoo kwaad. Maar dan wisten ze daar meteen je adres en kreeg je natuurlijk elke week gebedel met lijsten en zoo meer. Nee, dat was alles te gevaarlijk. Als ze dién weg uit wilde, kon ze de ham wel aan Bet cadeau doen. Die had familie te kust en te keur. H.M. DE KONINGIN OP INSPECTIE IN LIMBURG. (V.F.B.) Het défilé der troepen op het exercitie-terrein de Kommen. Bij de aankomst der Koningin stonden in orde van parade opgesteld de garnizoenstroepen en de Limburgsche vrijwillige landstorm, aan welk corps H.M. een vaandel heeft uitgereikt. i Ze waagde zich echter liever niet op een hellend vlak. Tante Jeanne peinsde en peinsde. Daar ging haar een licht op. Neef Johan! Anders was ze niet erg op familieleden. Vóór alles moest je dié van je lijf houden, vond ze altijd. Dat schreef de zucht naar zelfbehoud je voor. Doch in dit speciale geval! Ze hakte den knoop maar ineens door. En ’s avonds nog ontving neef de volgende briefkaart: „Beste Johan, Wat zie ik je den laatsten tijd weinig. Foei, foei, je eigen familie zoo te vergeten ! En je bent nog wel mijn petekind. Nu, ik zal je maar weer vergeven en noodig je uit, a. s. Zondag gezelligjes bij me te komen koffiedrinken. Twaalf uur. Niet later, hoor ! Je toegenegen tante Jeanne.” De koffietafel zag er keurig uit. Er waren vruchten, kleine broodjes, er was tulband en .... vooral .... veel ham. Neef Johan zat aan met ’n bleek gezicht. Hij was werkelijk alles behalve goed. De laatste maanden sukkelde hij doorloopend aan de maag. Het werd nog een kwaal. Dieet houden was het eenige, had de dokter gezegd. Neef hield zich echter flink, liet niets merken. Hij wist dat tante, die zelf immers altijd zoo gezond als een visch was, niet van klagen hield. En hij wilde haar in haar humeur houden. Je wist nooit, waar ’t goed voor was ! ’t Gebeurde toch al zoo zelden, dat ze vriendelijk deed. J a, waar had hij die onverwachte invitatie eigenlijk aan te danken ? Had tante misschien plots een familiezwak gevoeld ? Dat moest hij dan vooral cajoleeren. Wellicht wachtte hem straks nog een ver- ' rassing! Neef trachtte er dus, niettegenstaande hij juist weer ergen last van z’n maag had, zoo vroolijk mogelijk uit te zien. Toch trok hij even een bedenkelijk gezicht, toen tante hem ongevraagd een portie ham toediende, waarmee je wel vier boterhammen beleggen kon. Hoe haaide ze het in haar hoofd ? Vettigheid was hem nog wel ten stelligste verboden ! „Tast nu maar goed toe, hoor, jongen” zei tante vriendelijk. „Op jouw leeftijd ! ’t Is je gegund. Ik — vrouwen hè ? — neem ’n speculaasje.” Waarlijk, tante was buitengewoon zacht gestemd. Dat mocht hij niet verbruien ! Neef zette zich moedig aan z’n taak. Hij had ’n gevoel, alsof hij ’n vestingwerk moest nemen. Met energie komt •men echter alles te boven, ook anderhalf ons ham. „Smaakt ’t niet?” vroeg tante belangstellend. „Je eet zoo langzaam.” „O, overheerlijk !” haastte neef zich te zeggen, terwijl hij zich bijna verslikte. „Maar u praat zpo gezellig.” Tante lachte gevleid. Aardige jongen toch wel, vond ze. Bijna jammer, dat hij familie was. Daar moet je altijd zop voorzichtig mee zijn ! Neef had z’n bord leeg. Hoeveel zelfverloochening ’t hem had gekost, zou tante nooit weten. Even draaide hij zich om, teneinde een plantje te bewonderen, waar tante hem op wees. Toen hij zich weer omkeerde, schrok hij bepaald. De lieve gastvrouw had hem opnieuw voorzien ! „Maar tante !” protesteerde hij benauwd. „Ach, wat!” zei ze luchtig, „Mannenkost! En als je er toch zooveel van houdt 1 ’k Heb ze expres voor jou genomen. Ik — vrouwen, hè ? — neem maar weer ’n speculaasje.” Johan onderwierp zich andermaal als een man telaar. Maar straks zou hij uitkijken! Anders ging hij er nog onder door. De derde aanval van tante mislukte dan ook. Alles goed en wel, doch zelfs de verknochtheid aan je familie mocht niet
PDF
Nummer
1915, nr. 60, 26 juli 1915
Blad
07
Tekst
15 PANORAMA AUG. BELINFANTE. De heer AUG. BELINFANTE te ’s-Gravenhage, hoopt 1 Augustus a.s. zijn 50-jarig jubileum te vieren als administrateur aan het Departement van Binnenlandsche Zaken. De heer Belinfante, die als hoofd der afdeeling expeditie een belangrijke functie bekleedt, is een in zijn omgeving zeer bemind en geacht persoon. (foto Hijmans). te ver gaan. Neen, hij nam niéts meer! En met een onaangenaam gevoel van zwaarte zette hij zich, nu ’t koffiedrinken, den hemel zij dank, achter den rug was, in de zonnige serre. Tante nam tegenover hem plaats. Ze knikte vergenoegd en was een en al gezellige babbel. Daarop zei ze haast moederlijk : „Nu, jongen, ik wil je niet langer ophouden. Je hebt je vrijen dag en dien mag ik niet bederven. Maar ’k heb een kleinigheidje voor je. Ik wil, dat je dit meeneemt.” Johan had moeite, zich te bedwingen. Dus niet voor niets had hij zich door al die vleeschwaar heen geworsteld ! Nu kwam de belooning ! Een oogenblik vergat hij zijn maagpijn, die door de overdadige lunch toch aanmerkelijk verergerd was. Misschien schoot tante wel met een tientje uit haar slof. Je wist nooit. En hij kon ’t gebruiken. Zijn traktement aan ’t ministerie veroorloofde hem niet de minste buitensporigheid. Tante belde de meid. Bet verscheen. „Breng — je weet wel wat! — eens binnen !” De vertrouwde dienstmaagd was ingelicht. Met een verheugd gezicht ging ze ’t gevraagde halen. Ze was blij, dat die last althans van haar maag werd afgewenteld. Heusch, ze had er al over gedacht, haar dienst op te zeggen ! Bet verscheen weer. „Ziedaar ’t kleinigheidje, jongen” sprak tante zoetsappig. „Omdat je er zoo dol op bent. Neen, bedank me maar niet.” Doch neefs hoofd stond nog volstrekt niet naar een bedankje. Verbijsterd staarde hij naar ’t „kleinigheidje” van ruim 2| Kilo. Als tante hem het ergste had willen aandoen, had ze niet beter kunnen verzinnen. Eindelijk stamelde hij toch iets, dat z’n gevoelen moest vertolken. Weigeren mocht hij ’t geschenk in geen geval. Dus zat er niets anders voor hem op dan de verwenschte lekkernij, welke Bet keurig in een papier wikkelde, met een verheugd gezicht te aanvaarden. „Zag je wel, hoe verrast meneer keek ?” vroeg mevrouw aan B'et, toen neef Johan de deur achter zich dicht had. „Och ja, ik verwen hem eigenlijk.” Neef Johan, die de rest van den dag zou doorbrengen bij z’n nichtje Lot en haar man te Rijswijk, ging met zijn ham op stap. Hij kon niet zeggen, dat die vracht z’n wandeling bepaald verlichtte. Het was dan ook een teleurstelling geweest, kolossaal! Langzamerhand echter begon hij ’t geval rooskleuriger in te zien. Had hij op zoo n manier niet een aardig, gratis cadeautje voor Lot? Geregeld twee maal in de maand at hij Zondags bij haar en z’n beurs veroorloofde hem hoogst zelden een kleine extra-beleefdheid. Met die ham echter kwam hij schitterend voor den dag! Ja, ja, dat was een idee! Het werd hem zoo luchtig om ’t hart, dat tante*s geschenk hem niet zwaarder meer dan een half ons woog. Lot en haar man t— die aardige Beukers ! — ontvingen hem aan ’t tuinhek. Dadelijk gaf hij zijn verrassing af. „’n Kleinigheid maar” zei hij op zijn beurt. Binnen pakte Lot ’t present schielijk uit. „O, wat ’n prachtham !” bewonderde ze oprecht. „Maar Johan ! Dat had je niet moeten doen.” Johan lachte pijnlijk. Hij had er werkelijk geen schuld aan I O. R. C. M. RAUPP. Dr. L.. W. VAN DEVENTER, f Te Leeuwarden is een dezer dagen op vergevorderden leeftijd overleden de heer Dr. L het Christelijk Gymnasium te Zetten, in zijn omgeving een zeer gezien persoon. Met ing Dr. CARTIER VAN DISSEL. I W. VAN DEVENTER, oud-hoofdleeraar aan [ van 21 dezer is den heer G. R. C. M. RAUPP, Burgemeester van Tilburg, als zoodanig wegens gezondheidsredenen eervol ontslag verleend. De heer Raupp, die ridder is in de Orde van den Nederlandschen Leeuw en van Oranje Nassau, was ruim 30 jaren burgemeester, waarvan ruim 8 jaar te Tilburg, — Te Lochem is een dezer dagen overleden de heer Dr. CARTIER VAN DISSEL, een alom beminde en bekende persoonlijkheid. EEN OORKONDE. Hierboven brengen wij' een reproductie van de oorkonde, die, met één exemplaar van alle thans in Nederland gangbare muntsoorten, in een looden koker is geborgen in den eersten steen van het Raadhuis te Rotterdam, gelegd door H.M. de Koningin. Op de Oorkonde komen naast Haar handteekening en die van den Prins, die van Cort v, d. Linden, (min. v. B. Z.); Sweerts, (Comm. Kon. Z.-H.); de Monchy, (Griffier v. d. Staten van Z.-H.); Henri Evers, (Bouwmeester,); A. J. Th. Kok, (Architect); Zimroerman, (Burg.), D. Havelaar, A. v. d. Hoeven, J. v. d. Molen, H. Stulemeyer, A. de Jong, (Wethouders); Heynsius, (gem.-secr,), voor. ’t Dagje te Rijswijk verliep verder hoogstgezellig. Den volgenden morgen kwam Beukers wat laat beneden. Hij had zorgen. Door den algemeenen toestand stonden de zaken stil. Hij had dringend een vrij belangrijk bedrag noodig. Zijn oog viel het eerst op de ham. „Onzin van je neef, om zoo uit te halen” merkte hij hoofdschuddend op. „In deze tijden !” Daar bracht hij voorzichtig het gesprek op zijn geldnood. Konden ze er samen niet iets op verzinnen ? „Tante Jeanne!” bedacht Lot zich opeens. „Die?” ‘smaalde Beukers. „Ja, die schuift nogal gauw af.” Maar, na eenige overdenking, gaf hij toe, dat haar inval misschien toch zoo kwaad nog niet was. ’t Was waar, tante jeanne stond allesbehalve als gul bekend. Doch in deze dagen van algemeene hulpvaardigheid, niet waar? ’t Was hem trouwens slechts om een zeer tijdelijke leening te doen. „’t Vervelende alleen is” maakte . Beukers bezwaar, „dat we in geen maanden iets van ons hebben laten hooren. We hebben haar schandelijk verwaarloosd. En om nu opeens met zóó iets aan te komen 1” Weer viel z’n oog op de banketham. Z’n oogen schitterden. „Weet je wat ?” nam hij plots een besluit. „We zijn toch niet erg ham-achtig en maar met ons tweeën en tante kent geen grooter genot dan smullen — ’t is immers zoo’n eerste lekkerbek ? —- we sturen haar de ham ! Dat opent voor mij den weg en dan kan ik van de week te gemakkelijker bij haar aankloppen.” Lot vond het uitstekend. En de ham werd weer ingepakt. „Mevrouw, < pakje voor u!” Tante jeanne keek nieuwsgierig op van haar breiwerk. Wat bracht Bet daar binnen ? Tante teekendeaf. Daarop maakte ze het pakket eenigszins zenuwachtig open. Wat kon dat zijn ? Ze verwachtte niets. Plots gaf ze een kreet. Zag ze goed ? Maar dat was haar ham ! Zelfs het papier herkende ze. Als men haar een levende brilslang op ’t lijf had gestuurd, had ze niet erger kunnen schrikken. Zoodra ze weer tot zichzelve kwam, las ze ’t begeleidende briefje. O, nu begreep ze alles ! Neef Johan, nicht Lotje, jawel! O, o, wat werd ze bezocht! Ze belde. Bet verscheen weer. „We eten vandaag weer ham” sprak mevrouw van Drirnmelen straf. „Berg ze maar in den kelder.” Dezen zomer zal tante Jeanne ’n badkuur moeten doen» RUSSISCHE KRIJGSGEVANGENEN. Verleden week kwamen te Roermond een tweetal Russische soldaten aan die door de Duitschers aan het Oostelijk front waren gevangen genomen en als krijgsgevangenen naar een kamp in Pruisen overgebracht waren. Na een gevangenschap van 9 maanden wisten ze te ontvluchten en kwamen ze uitgeput aan de Nederlandsche grens aan. EEN NIEUWE KERK TE ’s-GRAVENHAGE. (foto v. Tol). Verleden week werd te ’s-Gravenhage de nieuwe, groote kerk van de H. Engelbewaarders plechtig in gebruik genomen. De kerk, waarvan wij hierboven een exterieur-opname geven, staat aan de Brandtstraat in de Transvaalwijk en is in alle opzichten een aanwinst voor de Hofstad. HET NIEUWE MINISTERIE VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN. Hierboven geven wij een foto van het nieuwe gebouw van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken dat verrezen is op het Binnenhof, waar voorheen het oude gebouw stond. Onze foto is genomen vanaf het Ministerie van Koloniën. (Foto Sifes.).
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1751 tot 1755 van 11897