Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1746 tot 1750 van 11897
Nummer
1915, nr. 59, 22 juli 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 8 (Verve?” Pon pag. 5). Wat had ze gedaan ? Zij, die beweerde Cecil lief te hebben, had zijn werk van maanden, zijn hoop op fortuin en roem vernietigd en misschien .,. ja......... dat zelfzuchtige „misschien” overweldigde haar met zulk een kracht, dat de schoone misdadigster ellendig door twijfel en schuldgevoel naar haar kamertje terugsloop en zich snikkende op haar bed wierp, waar ze laat in een onrustigen slaap viel, waaruit 'ze eerst door Cecil’s voet stap gewekt werd. Zij ontwaakte met een schok. Zij dacht aan den ezel. Zij durfde niet naar hem toegaan; ze wilde wachten, tot de eerste uitbarsting Gedurende langen tijd was atelier. Eindelijk niet langer in staat haar onrust te dragen, klom ze de trap op en opende voorzichtig de deur van het atelier. Alle sporen van haar schandelijke vernielzucht waren ver dwenen, en ze wachtte nederig en geduldig de volheid van toorn af, die ze begreep zoo rijkelijk verdiend te hebben. In plaats hiervan lachte Cecil gelukkig, toen hij haar zag en liep haar te gemoet. „Zoo, ben je daar, liefste ! Kom hier en zie eens wat een misdadige hand gedaan heeft.” BALTHAZARVERHAGEN. De heer Baithazar Verhagen uit den Haag, schrijver van „Marsyas,” ad junct-co’mmles aan de afdeeling Handel van het departement van Landbouw, Nijverheid en Handel, is benoemd tot directeur der Tooneelschool te Amsterdam. (foto Hymans.) „Neen, neen,” antwoordde Ninette. „Ik kan er niet naar kijken. O, Cecil, je hebt me gek gemaakt van jaloezie!” „Jaloezie, schat? Waar spreek je toch eigenlijk over ? Geloof je niet, dat ik je liefheb, vurig liefheb ?” „Stil ! Je noemde haar „dear” Cecil, antwoord nu oprecht : Heb je de blonde Julia lief, die zit voor „De morgenstond ?” „Of ik haar liefheb ? Natuurlijk, maar niet zoo lief als jou !” „Dus — je bekent? Ik wil jouw liefde niet met haar deelen. Ik had eerst berouw dat ik het gedaan heb, maar nu ben ik blij.... blij,! Jij zoudt beroemd geworden zijn door haar portret en zij zou gelukkig met jou zijn. Is ’t niet zoo? Durf ’t eens te loochenen !” „Maar, Ninette. wat praat je vreemd ! Zou Julia niet verheugd mogen zijn met het succes van haar broeder?” OEFENINGEN IN DE STELLING AMSTERDAM. Bij een militaire oefening op 15 Juli in dé groep Purmerend van de stelling Amsterdam is door een afdeeling Genie, onder leiding van Sergt v. Arum, een brug geslagen over het N. H. Kanaal,'waar een groot gedeelte der aan de oefening deelnemende troepen overtrok. De brug was voorzien van een uhvaarbaar vak, dat juist voor een motorboot (links op de foto) die passeeren moest, was uitgevaren, (foto Coppens). van woede voorbij was, er absolute stilte in het „Broeder !” riep Ninette ten hoogste verbaasd uit. „Broeder 1 Is ze jouw zuster, Cecil ?” „Maar. mijn lieve kind, wist je dat dan niet ?” ,.Waarom heb je mij dat nooit verteld?” ..Waarom ? Wel, ik had geen flauw vermoeden dat je het niet wist. Iedereen weet het, en jij hebt nooit gesproken als nu.” J. D. L.E FÈBRE H. W. GROENEVELD Den 15den juli herdacht de heer J. D. LE FÈBRE te Amsterdam den dag waarop hij voor 25 jaar in dienst kwam op de particuliere drukkerij van firma v.h, Roeloffzen, Hübner en van Santen. Den 15den Juli nam de heer H. W. GROENEVELD. Leeraar in de Nederlandsche taal en Aardrijkskunde aan de tweede H. B. S. met 3-jarigen cursus aan de Marnixstraat te Amsterdam op 65 jarigen leeftijd afscheid van het onderwijs. „Neen, ik kon het niet verdragen over haar te spreken, en ik verstond niets van jullie gesprekken. Ik ken geen Engelsch ! En nu ... o, Cecil! Cecil ! VEREENIGiNG „DIE HAGHE". Verleden week bracht de Vereeniging „Die Haghe”, onder leiding van.den heer Mr. Verspyck Mijnssen, een bezoek aan Brielle, waarvoor bij de leden veel belangstelling bestond; (x) de leider van den tocht; (xx) de archivaris van Brielle, de heer Joh. Been. Het schilderij, die schendende hand . . . „O ja, da’s waar! Ik vergat de geheele schilderij ! Zeg, Ninette, wat 'n geluk, dat ik „De morgenstond” gisteren van den ezel genomen heb !” Ninette barstte in een zenuwachtig lachen uit, „Van den ezel genomen ? O, Cecil, zeg dat nog eens. Het was weggenomen en ’t was niet haar schilderij ’ dat ik . . .o. wat zou ik hebben moeten doen ?” Nu begreep de schilder pas, wat zij voornemens was geweest. „Jou kleine heks!” zei hij ernstig. „Heb jij dat gedaan ? Wilde jij „De morgenstond” vernietigen? Hoe duister zou inderdaad de morgenstond voor mij geweest zijn. Jij kleine gekkin ! Ik heb gisteravond nog laat het schilderstuk afgenomen en zoolang een ander doek op den ezel gezet. O, Ninette was jij werkelijk zoo slecht ?” Maar Ninette luisterde niet. Zij wist hoe ze met hem weer vrede moest sluiten. Dr. J. J. LE ROY. De heer Dr. J. J. LE ROY. directeur en leeraar aan de H.B.S. met 5-jarigen cursus te Deventer, nam een dezer dagen, na een diensttijd van 42-jaar, bij het eindigen van den cursus afscheid van leeraren en leerlingen. Tei herinnering werden hem talrijke kostbare, stoffelijke blijken van belangstelling aangeboden. VOOR ONZE NIEUWE ABONNÉ’S Door de Uitgevers van PANORAMA zijn MAPPEN verkrijgbaar gesteld, om de nummers te bewaren totdat zij gebonden worden. Deze Mappen, gemaakt naar hetzelfde ontwerp als de bekende prachtbanden, zijn zoo vervaardigd, dat men de nummers zonder deze te schenden erin bevestigen kan, en op deze wijze dus het beschadigen kan voorkomen. De prijs bedraagt slechts 50 Cents. Waar geen boekhandelaar gevestigd is, bestede men rechtstreeks aao: A. W. SIJTHOFF’S U1TGEVERS-MIJ DOEZASTRAAT 1 - LEIDEN OPENLUCHTSPEL OP DEN HONDSBERG. Groep van eenige leiders van den Katholieken Kunstkring en medespelenden in het Bijbelsch tooneelspel van Pater Willem Smulders „De Verloren Zoon”. Midden zittend : Kapelaan Huybers, hoofdleider van den kunstkring. Van de overige personen noemen wij nog de spelers: Willem van der Veer, Berghegge, Coen Hissink en Tourniatre. SCHAAKWEDSTRIJD TE SCH EVEN I N GEN. Verleden week is te Scheveningen een Schaakwedstrijd gehouden, waarvan wij hierboven de deelnemers geven. Zittend v. 1 n. r.: H. Steffelaar, L. Gans, F. L. G. d’Aumerie (Voorz. S. S. S.), M. Censer. Staand v. 1. n. r.: M. Marchand, G. J. R. v. d. Gaag (Comm.). K. Geus. G, j. van Gelder, G. S. Fontein, H. van Hartingsveld. Mr. G. C, A. Oskam, O. Garsehagen, Mr. A. Rueb, J. van Wijk (Secr.). NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr. 60, 26 juli 1915
Blad
01
Tekst
No. 60 (4b) ABON­ 26 JULI NEMENT 1915 f//f/sf ,r/^yf/// PER KWARTAAL AFZONDERLIJKE 26 NUMMERS 7‘/2 CENT i^y Gei llustreerd-weekblad NUMMERS f 1.30 rZ\ W ^IvJ’TMORR'^ UITGEVERS M/XATSOM/XPRU-LEIDEirS *• • V V « 1 W 1 1 l » 8 1 I xw.,.rrx L.—. V-r U I x J * I Z x < 1 V—X t | / \ ? | B V/ I—■■i U—— 1 1 — * * SllIS Zie het artikel op pag, 16. FRANS HOGERWAARD ITALIAANSCHE BINNENPLAATS
PDF
Nummer
1915, nr. 61, 29 juli 1915
Blad
01
Tekst
Geen der zich in dit nummer bevindende foto’s is reeds in een Nederlandsch Tijdschrift gepubliceerd. No. 61 (5a) 29 JULI 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7l/2 cent llustreerd-weekblad ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.50 /^.W.SIJTMORF'S UITGE\ZER.S MAATS C H A P P Su - LE ! D E De Nationale Lawn-Lawn-Tenniswedstrijden te Hilversum De deelnemers aan de tennis-kampioenschappen te Hilversum. Mej. L. Everts, kampioen Enkelspel. O ndanks den aarts-vijand van vrijwel alle sport en van tennis in ’t bijzonder: de regen, zijn de kampioenschappen van tennis tot een grootsch sportfestijn geworden, Grootsch, niet in de be teekenis van een toeloop van duizenden zooals bij voetbal, maar grootsch om de deelname van alle kanten, om de concentratie van bekende figuren, om het vertoonde spel. En van dat spel om het spel is in Hilversum te genieten geweest. Om slechts enkele voorbeelden te noemen: wat een formidabele smash had onze nieuwe kampioen Diemer Kool met waleen elan versloeg hij, óndanks ’n verzwikten enkel zijn taaien tegenstander Mr. van der Feen. Met ‘ welk een vastheid en zekerheid wist mej. Everts over haar tegenstandster mej. Romunde te zegevieren en haar kampioenschap tc behouden. Hoe goed slaat het dubbelpaar ScheurleerDiemer Kooi zich bij elkaar aan .... Mej. C. van Romunde, die in den eindstrijd kwam tegen Mej. Everts. Heeren Enkelspel; M. v. d. Berg in actie. De kampioen 1915, Heeren Enkelspel, A. A. Diemer Kool tijdens een van zijn geweldige smashes, (foto Vreedenburgh >?». Een karakteristieke stand van G. F. Scheurleer, die met Mej. Everts kampioen Gemengd Dubbel is. De belangstelling voor de eindwedstrijden. De leider der wedstrijden, F. A. des Tombe. Een kijkje op het veld tijdens de tea.
PDF
Nummer
1915, nr. 60, 26 juli 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 Elk stuk bebouwbaar land is overdekt met kassen en broeiramen wat alleen mogelijk is door den export naar het buitenland. |oen bijna een jaar geleden de oorlog uitbrak en ons land, hoewel niet meegesleept in den strijd, voor een oeconomische crisis van niet te overzienen omvang kwam te staan, toen was het wel de tuinbouw in ’t Westland die direct, overweldigend en verbijsterend, den terugslag te voelen kreeg. Zonder stuiptrekking stond de hartader van de streek: de export, plotseling stil. De roezig-drukke, ais een machine in elkaar grijpende handel op de veilingen, functionneerde nauwelijks meer. 'In de tuinen kwam, inplaats van de bedrijvigheid, die alles benutte voor de meest intense productie, een verslapping als nooit te voren, doordat de groenten en vruchten nauwelijks de kosten van het plukken en ter-veiiing-brengen opbrachten.... En dat alles beheerscht door den verlammenden twijfel aan de toekomst. Zou de grondoorzaak : het gebrek aan vervoermaterieel De Westlandsche Cultuur en de Oorlog groenten haar oorzaak vond in den export. Dat zijn allemaal oeconomische beschouwingen van den bekrompen burgerman. De Hollandsche groenteprijzen worden niet beheerscht door de Westlandsche cultuur. Het zeer geringe bedrag dat zij hooger zijn in prijs, ligt aan andere omstandigheden. Als morgen de grenzen gesloten zouden worden, zou er overmorgen in tal van Westlandsche producten geen handel meer zijn om de eenvoudige reden, dat de dan bedongen prijzen niet eens de kosten van oogsten en veilen zouden goedmaken. De sla-campagne heeft dat bewezen. Enorme voorraden groenten, gereed om geveild te worden op de Loosduinsche veiling. Onder onafzienbare rijen broeibakken worden de komkommers geteeld, die grootendeels naar Engeland en Duitschland worden uitgevoerd. naar Duitschland lager dan in 1914 om dien tijd. Snijboonen en suikerboonen waren verleden jaar duurder dan nu ! Voor sla, peen en bloemkool zijn veel lagere prijzen gemaakt. En dan wordt er waarlijk nog gezegd dat de tuinders een goed jaar zouden maken. De cijfers wijzen wel anders uit. Neem b.v. de exportveiling te Poeldijk waar in Maart, April en Mei het totaal omgezet bedrag f 65.000 bedroeg tegen f 95.000 in die maanden van 1914, dat is dus 32 p.Ct. minder opbrengst voor de tuinders, terwijl de kosten eerder hooger dan lager zijn. De oorzaak? Lagere prijzen door minder vlotten export. Misschien maken de overige maanden het eindresultaat beter. De bessen beloven veel en de tomatenmarkt is prijzig, vooral omdat er naar Duitschland geen tomaten uit Italië uitgevoerd worden en Engeland ze ook niet uit Noord-Frankrijk betrekt. En gelukkig levert onze export geen politieke verwikkelingen. Beide partijen worden Uit vredige oorden, voor ’t oorlogsland . . . Groenten, bestemd voor export. Door verschillende tijdelijke oorzaken in het buitenland, daalde plotseling de prijs enorm, zoodat ook de uitvoer niet loonend was . . . Hoeveel tuinders hebben toen hun sla niet omgewied ! Dit was één schadepost. Ging het zoo met alles, dan zou het Westland werkeloos worden. Vooruitzien is in den tuinbouw trouwens altijd- uiterst moeilijk. Zoo klonk het verleden najaar van alle kanten : ,,tuinders, teelt in 1915 vooral grove producten voor de keuken zooals aardappelen, boonen en duurzame groenten en hoedt U voor fijne voortbrengselen en teere vruchten !” ’t Waren specialiteiten die zoo spraken en niemand twijfelde. Die aanbeveling stemde geheel overeen met ieders denkwijze. En* de uitkomst ? De fijne snufjes hebben kolossale prijzen gemaakt. De eerste groenten en vruchten brachten prijzen op waarDe komkommerkassen hangen evenvol met pracht-exemplaren als in normale tijden! blijvend zijn? En welke producten zouden zich het meest aan de omstandigheden aanpassen en een loonende cultuur opleveren ? Waar zou het heengaan met ,,Europa’s fijnen groenten- en vruchtentuin”? * * ♦ De winter is benut geworden voor beschouwingen, bestudeering, navorsching. En voor het nemen van maatregelen. Zou het Westland, het oer-krachtige Westland met zijn stevige verkoop-organisatie geen uitweg zien om zijn producten, befaamd in Engeland, geroemd in Duitschland, aan den man te brengen in die landen, waarheen geen uitvoerverbod den export «in den weg stond? Want dat moest en zou gebeuren, het exporteeren, verzekerde ons een der leidende figuren uit ’t Westland in ’n interview, wilden anders de 30.000 menschen, die er van den tuinbouw bestaan, niet ten laste van het Steuncomité komen. Want de heele cultuur van het Westland is gebaseerd op export. Een rendabel afzetgebied is Holland-zelf, niet. Daarin wordt door andere streken vrijwel geheel voorzien. Alleen door den export, zoowel naar Engeland als naar Duitschland, kan er enorm veel aan de cultuur worden ten koste gelegd. Zoador den export zou het onmogelijk zijn om een hectare grond zoo kostbaar te maken met kassen, waterleiding en arbeidskrachten, dat zoo’n stukje grond duizenden guldens per jaar opbrengt. De menschen riepen om sluiting der grenzen omdat dan de groenteprijzen zouden dalen. Er is zelfs door een geïllustreerd blad geschreven dat de duurte der jonge Hollandsche fijne vruchten vinden ook nu in Engeland gretig aftrek. van men duizelde, eenvoudig omdat de primeurs niet uit het buitenland betrokken konden worden. En voor de grove producten kwam de voorspelling ook niet uit, van tuinders-standpunt althans. De aardappelen stonden einde Juni ondanks uitvoer voorzien, zoowel Duitscher als Brit. Groente is geen contrabande waardoor onze neutraliteit in ’ t gedrang raakt. Gelukkig maar, want ’t bloeiende „self-made” Westland, dat een en al „Cultur” en „Geschaft” is, zou zonder twijfel ondergaan . . . Zoo gaat dus vooralsnog een intense „industrie”, (want die benaming kan men aan de moderne groenten-kweekerijen gerust geven) niet al te zeer gebukt onder de oorlogsomstandigheden, hoewel ze in nauw contact staat met de strijdende volkeren. Zelfs komen er op bepaalde momenten, als plotseling een der producten in een minimum van tijd geoogst moet worden, handen te kort, daar de mobilisatie veel krachten aan het bedrijf onttrok. De vaarten hebben hun levendig en schilderachtig aspect behouden. Aan de veilingen is het handelsleven bedrijvig als weleer. De motorschuiten knallen hun roffels in het water; > de schippers duwen met taaie kracht hun volle schuiten naar de treinen. Daar worden de groenten onder toezicht van rijks-commiezen geladen en verzegeld. En dank zij alweer de krachtige organisatie in het Westland heeft men bij deze en de Duitsche regeering gedaan gekregen, dat zonder oponthoud de treinen de grens passeeren en alles frisch arriveert. Ook voor den langeren export naar Engeland, worden bijzondere maatregelen getroffen. Toch zal ook hier de „normale toestand” met vreugde worden begroet. V. Aardappelen en uien voor het buitenland gaan grif weg. De lange trein die dagelijks in den laten avond van den Loosduinschen overweg vertrekt met groenten voor Duitschland en die zónder oponthoud overal tijdig arriveert.
PDF
Nummer
1915, nr. 69, 26 aug. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 2 UIT HET ZWARTE BOEK VAN ’N TELEGRAFIST DOOR J. T. VAN LEIDEN . ........................................................ (Vervolg). : antwoordde laconiek:,,Wel — en waarom niet ?" „Waarom niet ?" Hij zag me verbaasd en medelijdend aan. „U bent nooit bij Sheldon geweest, dat merk ik wel. Als *t zóó eenvoudig was, waarde beer .... Ten eerste kunnen we op vage gegevens, bloote vermoedens, niet telkens een politiemacht op de been brengen en aan 't werk stellen, noodig voor ’t nemen van zoo’n vesting! En ten tweede: juist omdat zulk een onderneming tegenwoordig ’n stelselmatige belegering, *n ware vestingkrïjg vereischt, mogen we ons te voren wel tienmaal bedenken. Weet u wel .dat bet gernakkelijker zou zijn Gibraltar in te nemen ?" „Probeert u dat eens . . . ." antwoordde ik. „Maar in ernst : het is mijn doel niet van u te verlangen dat u voor een persoonlijke aangelegenheid mijnerzijds de geheele politiemacht van New York zult mobiliseeren. Ik raad u integendeel maatregelen te nemen in uw belang, beter gezegd in het belang van de justitie/' „In het belangvan de justitie ?" ,?Zeker. Ik kan u belangrijke aanwijzingen geven omtrent een zaak, waarover bij u, en bij andere officieele lichamen, onderzoekingen aanhangig zijn." „En welke zaak is dat ?" De attorney zagmij doordringend aan. „Die van de Sheldon-waarden." „Ik ben benieuwd. Vertel me wat u er van weet." Ik zag hem glimlachend aan. „Dacht u nu werkelijk dat ik zulk kostbaar materiaal als ik bezit klakkeloos aan u zou overgeven ? Neen, neen — de eene dienst is de andere waard !" De attorneymaakte een gebaar van drift. „We zitten hier niet om te loven en te bieden, waarde heer. Wanneer u iets weet dat van belang is voor de justitie, behoort u dat zonder meer mede te deelen." „Het spijt mij wel," zei ik kalm, „maar dat kunt u billijkerwijze niet van mij verwachten. Ik ben hier gekomen om uw hulp in te roepen, de hulp van de wet, waarop ieder burger in geval van nood recht heeft. U wilt, of kunt, mij die niet verleenen. Goed. Maar dan moet u niet verwachten dat ik u gratis de mijne verleen." De attorney sloeg met de vlakke hand op de tafel. ,,U durft wat zeggen ! Vergeet niet wat het verschil is tusschen ons beider positie. Sheldon is een man die sterk staat, door zijn relaties, zijn bezoekers, waaronder zich zeer invloedrijke personen bevinden. Wanneer u mij vandaag als overtuigingsbewijzen de roulettes en dobbelsteenen van Sheldon bracht — ofschoon ik ook zonder die wel weet wat hij uitvoert — dan zou ’t me, onder de tegenwoordige verhoudingen van stadsbestuur, nog onmogelijk zijn iets tegen den man te beginnen. U daarentegen hebt slechts den mond open te doen om mij te helpen. Wat u mij vraagt is ondoenlijk ; wat ik u verzoek is daarentegen gemakkelijk uitvoerbaar. Ziedaar het verschil." „Ja, ja," zei ik eenigszins spottend. „U houdt Sheldon voor onaantastbaar!" „Dat doe ik niét," zei de attorney kwaad. „Beeldt u niet in dat we niet alles in ’t werk stellen om den vogel te knippen, maar we kunnen geen wonderen doen." „U bent bang dat er te veel groote mannen gemoeid zouden zijn met een openlijk en rechtstreeksch optreden," zei ik op den man af. „Bang ben ik voor niets," antwoordde de ambtenaar koel. „Maar overigens hebt u gelijk; dat wil ik u wel ronduit zeggen. Het is een zaak waar in heel wat reputaties gespaard moeten worden, en daarom vereischt ze veel tact. En Sheldon weet dat drommels goed. Daarom juist staat hij zoo sterk." „Precies," zei ik, ópstaande. „En daarvan moeten mindere reputaties, als bijvoorbeeld de mijne, en die van de dame van wie ik u sprak, de dupe worden. Het is inderdaad heel mooi. Het verhoogt mijn eerbied voor de wet. Nu dan zal ik maar zien wat ik zelf doen kan." De attorney hield mij met een handgebaar terug. „Wacht eens even ... ik wil u toch zoo niet laten weggaan. Ik zou u twee man van mijn bureau kunnen meegeven, in burgerkleeding." Ik lachte hem in ’t gezicht uit. EEN VERDEDIGINGSWERK UIT VROEGER DAGEN GERESTAUREERD. De Drommedaris te Enkhuizen is met behulp van Rijkssteun thans geheel gerestaureerd, zoodat het massale bouwwerk in zijn schoone vormen n u prachtig te voorschijn treedt. Deze verdedigingstoren, die in vroeger tijd den toegang tot de buiten- en binnenhavens van Enkhuizen beheerschte, werd voltooid in 1540. Aan den muur hangen een paar zware ankers als herinnering aan een mislukten aanslag der Gelderschen op de stad in het jaar 1537. Vanuit den doorgang onder den toren, nu geheel hersteld, heeft men een fraai gezicht op het oude stadsgedeelte en de Zuiderzee. „Doet u geen moeite. Twee man om een vesting te nemen ! Spaar hun goeden naam, alstublieft. Er mocht eens over gepraat worden. Ik wensch u goeden middag.” „Maar u hadt me nog iets te vertellen omtrent zekere aanwijzingen," riep de attorney nog. „En weet u wel, dat u verplicht bent.........’’ „Ik weet alles," zei ik, en eer de man van zijn verontwaardiging bekwam, was ik de deur al uit. Maar ik hoorde hem nog in de telefoon zeggen : „laat dien man overal volgen, Winstone........ " En zoo reed ik weg naar mijn hotel, met een eigenaardig soort van koele woede in mijn hart, een gevoel van afkeer van de wet, de maatschappelijke orde en de autoriteiten. Het was me nu duidelijk dat ik tot het uiterste vechten moest, alleen, met eigen krachten en middelen, en dit bracht me tot een wanhopige, bijna dronkenmakende vastberadenheid. Ik moest dus mijn lot in eigen handen nemen, mijzelf zonder iemands hulp recht verschaffen. Welnu, ik zou het doen, onverschillig op welke manier. Geen weg zou te goed of te slecht zijn — wanneer hij naar mijn doel leidde, zou ik hem volgen. Wanneer het recht me in den steek liet, wanneer bureaucratie en officieele sleur me als een uitgeworpene beschouwden, dan zou ik hun toonen wat ik zonder hen vermocht. Terwijl het rijtuig snel door de drukke straten van de city ratelde, maakte ik tot in Inzonderheden mijn plan op. Ik was in een hoek gejaagd, maar nu zou ik ook voor mijn leven vechten ! En eigenlijk was ik blij dat dit alles gebeurd, dat het zoover gekomen was : mijn wil was erdoor gestaald, mijn ondernemingsgeest en stoutmoedigheid tot het uiterste erdoor opgezweept. Nu mocht komen wat wilde — ik was bereid. „En hier wonen wc nu !" zei Hannock. Mary zweeg. Gedurende den geheelen verderen rit had ze geen enkel woord met hem gesproken, onbeweeglijk naast hem zittend. Hij had haar in zijn macht ; moe en uitgeput van de worsteling, had ze zonder ontroering naar het blauwachtig glinsterende dolkmes gezien waarmee hij zat te spelen, en zijn spottend : „revolvers maken zoo’n leven, zie je," had haar koud gelaten. Ze nam den nieuwen toestand aan zooals hij was ; naarmate de gebeurtenissen zich zouden ontwikkelen moest ze nieuwe plannen vormen. Zoo was haar gewone methode, en die had meer dan eens uitkomst gebracht. „Hier wonen we nu!" Sheldon’s club lag in het kwartier ten zuiden van Washington Square en een weinig ten westen van den grooten verkeersweg Broadway, die er gedeeltelijk als een handels-, gedeeltelijk als een villawijk uitziet. Een smaakvolle maar eenvoudige deur en een breede, met eikenhout betimmerde gang die naar een eveneens eenvoudige, doch sierlijke hall leidde, deden den oningewijde in geen enkel opzicht vermoeden dat het gebouw iets anders zou bevatten dan wat het koperen plaatje naast den ingang vermeldde : , ,The NeptuneClub/' De beide vleugels van de deur stonden open, en op den drempel hield een portier in donkergroene, weinig opvallende uniform de wacht Aan de eene zijde van de deur bevond zich een weelderige sigarenwinkel, aan de andere een kapperssalon voor dames. In den winkel kon men rustig een havanna uitkiezen om daarna al rookend weg te gaan zonder zelfs flauw te vermoeden hoe dicht men bij de meest bezochte speelzaal der 32ste straat was geweest. In den salon kon men zich de prachtigste ondulation-Marcel laten maken en in den wachtenden automobiel weer wegrijden, zonder ook maar vaag te beseffen dat op enkele passen afstand fortuinen werden verloren en gewonnen. Hannock leidde Mary, die gelaten en zonder te weerstreven meeging, door den kapperssalon, haar arm met den zijne tegen zich aandrukkend en haar zoo de gelegenheid benemend te ontsnappen, al leek het dat hij niet anders dan een gemoedelijk, vriendschappelijk wandelingetje met haar maakte. Hij knikte tegen een vrouwelijke bediende die achter haar kas zat, en zwijgend drukte het meisje op den knop van een electrische bel. Een deur achter in den salon draaide open, en terwijl Hannock haar in een gang leidde, merkte ze op dat de deur geheel met zware stalen platen gepantserd was. Een volgende deur, die daarna geruischloos openging, was evenzoo gepantserd, en eerst toen deze zich achter hen gesloten
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1746 tot 1750 van 11897