|
7 PANORAMA
EEN ZENDING WILDE DIEREN.
Een dezer dagen kwam met het stoomschip „Billiton” te Amsterdam een
zending wilde beesten aan uit Nederlandsch Indië. Op onze foto ziet men
een Maraboe, een soort van kropooievaar, die in Indië van Regeeringswege
beschermd wordt omdat hij veel lastige dieren verslindt.
te gaan. Maar de fooien zijn voor mij, hoor !” — Ze maakte
nog wat gekheid en er werd afgesproken, dat Elsa den
volgenden dag om 6 uur present zou zijn.
Al vroeg in den ochtend den volgenden dag kwamen de
vrienden van Lans uit den Haag naar het kleine dorpje
waar ze zouden jagen.
In den auto, die aan een hunner behoorde, zaten zemetz’n
vieren : Van Hall, die advokaat was, De Kort en Loos, die
beiden een betrekking aan het ministerie hadden en Van
den Wege, die van zijn rente leefde.
Ze waren in een uitbundige stemming, praatten over fuiven,
die ze kortgeleden meegemaakt
hadden, tapten moppen over aardige,
lieve meisjes, namen De Kort ertusschen,
den eenige van het gezelschap,
die nog ongetrouwd was.
„Zeg eens, kerel,” riep Van den
Wege, „ben je daar nu. heusch zoo
afkeerig van ? Waarachtig ’t is zoo
kwaad niet, je werkt of je fuift en thuis
vind je altijd weer een lief vrouwtje,
die naar al je wederwaardigheden luistert.”
„Nou maar, lief zijn ze toch allemaal
niet,” merkte Loos bedenkelijk op, die
minder prettige ervaringen op dat gebied
scheen te hebben, „dievrouwelijke
lieftalligheid,” hij zuchtte eens en zijn
vrienden vroegen hem medelijdend of
hij het dan zoo hard had.
Alleen De Kort mengde zich niet in
het gesprek, engagementen, huwelijken,
hij dacht er maar liefst zoomin mogelijk
over.
Een jaar of drie geleden was hij in stilte verloofd geweest.
Het meisje, een officiersdochter, wier ouders vroeg gestorven
waren, en die zich door werken een weg in ’t leven
had moeten banen, had hij leeren kennen toen ze bij zijn
ouders gedurende eenigen tijd hulp in de huishouding was.
Maar door het intrigeeren van zijn familie, die zoo’n meisje
zonder geld geen geschikte partij voor hem oordeelde, was
het weer afgeraakt. Toch had hij er veel van geweten en
nog steeds had hij er niet toe kunnen besluiten zich met
een ander te verloven, hoewel hij genoeg met knappe,
gefortuneerde meisjes in aanraking kwam.
De auto had intusschen zijn plaats van bestemming
bereikt.
De heeren stegen uit voor het huis van Lans, die hen
hartelijk verwelkomde. Toen, gewapend met geweer en
weitasch, trokken zij er op uit.
Om zes uur was Elsa present. Mevrouw Lans hielp haar de
japon aantrekken, strikte haar het witte schortje voor en
zette het kanten mutsje met de coquette, zwarte strikjes op
het blonde hoofdje.
„Een allerliefst dienstmeisje/’ prees ze.
„Nou, en ik zal nu eens zien met wat voor lui jouw man
omgaat,” plaagde Elsa, „ik ben nu in de gelegenheid om
ze te leeren kennen, hoor. O gut, daar zijn ze al,” en met een
gilletje stoof ze de keuken in, terwijl mevrouw Lans met een
glimlach de heeren tegemoet ging, die stoffig en luidruchtig
door de achterdeur naar binnen kwamen.
„Wacht, ik zal u even naar de logeerkamer brengen, dan
kunt u zich wat opknappen.” en gezamenlijk gingen ze naar
boven, terwijl Elsa op een afstand met warm water volgde,
dat ze bescheiden bij de waschtafels neerzette.
Een half uur later gingen ze opgefrischt en in een goede
stemming naar de eetkamer, waar Elsa aan het buffet de
soep stond op te scheppen, die ze toen ging ronddienen.
Met gespannen blik volgde mevrouw Lans al haar bewegingen.
Waarachtig, ze deed het handig, en snoezig zag ze eruit.
Die Loos scheen haar ook leuk te vinden ; hij bedankte
haar tenminste met een lief lachje voor het neergezette
bord ; dat had ze nu net gezien.
Maar ineens zag ze Elsa verbleeken en met onzekere hand
het bord voor De Kort neerzetten. Wat was dat nu, ’t was
of ze de kluts geheel kwijt was ineens; als de lui het maar
niet merkten. Maar gelukkig schenen de gasten er niets van
te zien; als echte lekkerbekken zaten ze te smullen aan
de goedverzorgde gerechten, onderwijl opsnijdend over hun
jachtavonturen. Alleen de Kort scheen niet op te gaan in
het algemeene gesprek. Verstrooid zat hij aan zijn snor te
draaien en tersluiks keek hij telkens naar het dienstmeisje
aan het buffet.
Hij had haar herkend, onmiddellijk, toen hij de kamer
was binnengekomen.
Elsa, Elsa, zijn lief meisje, waarmede hij drie maanden zoo
gelukkig was geweest. Maar wat deed ze hier? Was ze zoo
aan lager wal geraakt, dat ze als tweede meisje was gaan
dienen ? Als twééde meisje ? God, hoe was dat mogelijk.
En hij was het geweest, die haar in die ellende had gestort.
EEN NAPOLEON-TENTOONSTELLING.
In het Stedelijk Museum te Amsterdam wordt door den bekenden verzamelaar, den heer A. Th. Hartkamp, een tentoonstelling
gehouden van portretten, prenten, curiosa, enz., betreffende den genialen keizer en veldheer Napoleon Bonaparte. De geheele
collectie is chronologisch gerangschikt, zoodat men door deze tentoonstelling een uitstekend overzicht krijgt van het leven en
de daden van den grooten Corsicaan vanaf zijn jeugd tot aan zijn sterfbed. De expositie, die 15 juli — den datum van het
inschepen aan boord der „Bellerophon" — is geopend, zal op 15 Augustus gesloten worden.
Hij had zich laf maar laten leiden door zijn familie, en positie
en fortuin verkozen boven geluk.
En daar stond ze nu in een zwarte japon met een muts op
bij het buffet in de eetkamer van een zijner vrienden, in
nederige houding de bevelen afwachtend.
Ze stonden van tafel op en volgden den heer des huizes
naar zijn studeervertrek om daar een sigaar te gaan rooken.
Maar De Kort kon niet blijven zitten. Hij moest er alles van
weten en hij sloop naar de gang en wachtte.
Daar kwam ze aan, met een blad met glazen nogal. En
hij ging aarzelend op haar toe en zei schor :
„Elsa, wat beteekent dat, wat is er met je gebeurd
?”
EEN ZENDING WILDE DIEREN.
Bij de zending wilde dieren, die onlangs te Amsterdam aankwam, was
ook een zeldzaam fraai exemplaar van een Koningstijger, die de zeereis
eveneens zonder nadeelige gevolgen heeft afgelegd. Onze foto werd na aankomst
van het schip, in het ruim genomen.
Maar er klonken voetstappen in de gang; hij keerde zich
haastig om en Elsa schoof naar binnen.
’t Was Loos, die hem lachend op de schouders tikte.
„Zeg, jij komt daar geloof ik met dezelfde bedoeling als
ik ; ’t is een lief kindje hè ?” En hij begon schetterig te grinniken.
„Ruk op,” mompelde De Kort woedend en liep knarsetandend
door.
God, ’t was om te huilen. Daar kwam ze weer uit de
keuken en nog eens ging hij naar haar toe.
„Elsa,” fluisterde hij, haar handen omvattend, „luister
nu toch eens; hoe komt dat allemaal, laat ik je helpen, zeg
me wat ik voor je doen kan, maar ga
hier toch in godsnaam weg.........”
„Ik heb jehulpen je geld niet noodig,”
zei ze kort.
„Maar, . . . .”
„Elsa,” riep een stem van binnen.
Verduiveld, daar had die mevrouw
haar weer noodig; een mooi baantje....
„Maar dat meen ik niet zoo,” ging
hij een oogenblik later voort, toen ze
weer met een schaal langs kwam.
„ïk . .., ik bedoel of we het niet allemaal
weer bij zouden kunnen leggen.
God, Elsa, ik heb zoo naar je verlangd
al die jaren. Elsa, laat het weer worden
zooals vroeger . . . .”
„Maar je gaf je liefde voor me prijs,
omdat ik maar de gezelschapsjuffrouw
van je moeder was, en wil je me nu wei
hebben, nu ik maar het dienstmeisje
van je vrienden ben ?”
„Elsa, al was je schoonmaakster, al
liep je achter een kar met appelen, jij,
jij bent de eenige, die ik tot mijn vrouw zou willen maken.”
„Meen je dat ?” vroeg ze ontroerd, en ze sloeg haar armen
om zijn hals en vertelde toen hoe alles in elkaar zat.
En toen vijf minuten later mevrouw naar haar dienstmeisje
kwam zoeken en mijnheer eens ging kijken waar die
De Kort toch wel mocht uithangen, toen stonden ze daar
nog in teedere omarming.
Allen waren het er over eens, dat het maar beter was, het
dienstmeisje verder van haar plichten te ontslaan en met
veel drukte werden de twee gelieven naar binnen gehaald,
waar met een goed glas wijn hun geluk werd beklonken.
M ART H A-STICHTIN G.
Voor enkele dagen hield de Martha-stichting te Alfen aan den Rijn, onder begunstiging van
uitstekend weer, haar 32ste Jaarvergadering, welke zeer goed bezocht was.
EEN NIEUWE VERKOOPHAL.
Verleden week is in het abattoir te Amsterdam een nieuwe verkoophal in gebruik genomen, waarvan wij hierboven
een foto brengen. De hal is zeer practisch gebouwd en is in alle opzichten een aanwinst voor het abattoir.
|