|
PANORAMA 10
N. BOSBOOM, Minister van Oorlog.
zien, heeft hij in de artikelen neergelegd. — Vervolgens
is het wetsontwerp in den ministerraad gekomen;
het is n.1. een eerste vereischte in ons staatsrecht dat de
ministers het onderling eens zijn over de voorstellen door
hen gedaan, terwijl speciaal bij een belangrijk ontwerp,
zooals thans, het tenslotte te beschouwen is als een voorstel
van de geheele Regeering en niet alleen van den minister
van Oorlog.
Nadat de Koningin, van wie immers volgens de letter
van de wet het voorstel uitgaat, het ontwerp gezien heeft,
is door Haar aan den Raad van State advies gevraagd,
door middel van den minister van Oorlog.
Van dit hooge regeeringslichaam is de Koningin presidente;
de vergaderingen plegen echter door de Koningin
nooit bijgewoond te worden, zoodat de vice-president,
thans de heer van Leeuwen, oud-burgemeester van Amsterdam
en gewezen Commissaris van de Koningin in
Noord-Holland, de leiding heeft.
Na het advies van den Raad van State, is het ontwerp
nog eens door de ministers en de Koningin behandeld,
en eerst toen kon de Tweede Kamer er een oogje in
krijgen. De minister zond het de Tweede Kamer toe,
met een bijbehoorende toelichting en de Kamer onderzocht
het ontwerp in de afdeelingen, om daarna een afdelingsverslag,
waarin de verschillende gemaakte op- en aanmerkingen,
aan den minister te zenden. Deze diende daarop
een memorie van antwoord in, waarbij hij rekening hield met
hetgeen in de afdeelingen beweerd was en naar aanleiding
van sommige aanmerkingen het ontwerp dan ook wijzigde
(zoo ten opzichte van de leeftijdsgrens van 30, inplaats
van 40 jaar, om aan te geven wie onder de bepalingen
van de wet kunnen vallen) en hierop volgde het z.g.n.
GOEMAN BORGESIUS, (met hamer in de hand),
presideert de Tweede Kamer.
Hoe een Wet tot stond komt
(Naar aanleiding van de Landstormwet)
^anneer straks de oefening begint van de jeugdige landstormmannen
en zij de burgerkleedij verwisselen met
den militairen wapenrok, dan weet een ieder, dat
die gebeurtenis een uitvloeisel is van de jongste
wet — thans nog wetsontwerp — tot uitbreiding
van den landstorm. En al zal in dit bijzonder geval
een grooter deel van het Nederlandsche volk, den voorbereidingsarbeid
voor deze wet met meer aandacht gadegeslagen hebben,
dan gewoonlijk pleegt te gebeuren, we meenen dat het toch wel
van belang is, zoo Panorama zijn lezers eens in woord en beeld
brengt hoe een wet bij ons tot stand komt. We mogen wel
aannemen dat, juist nu het wetsontwerp van den dag nog in behandeling
is, de lezers gaarne eens zullen zien en hooren, hoe het
eigenlijk precies in zijn werk gaat om het zoover te brengen,
dat uit de idee, uit de gedachte, een wet geboren wordt.
A
Mr. Dr. W. E. VAN LEEUWEN, Vice-President
van den Raad van State.
eindverslag van de afdeelingen. Men kan dus niet zeggen, dat
het voorstel onvoorbereid in openbare behandeling kwam, die
thans plaats vindt.
Daarbij is het nog mogelijk, dat er wijzigingen worden aangebracht,
door middel van amendementen, door de leden vastgesteld.
We wijzen hierbij nog even op het bestaan van een Commissie
van Rapporteurs, van wie de voorzitter tijdens de openbare behandeling
namens zijn medeleden verklaart hoe de Commissie
over de artikelen en voorgestelde amendementen oordeelt.
Nadat de verschillende artikelen afzonderlijk behandeld zijn,
waaraan eerst algemeene beschouwingen vooraf zijn gegaan, vindt
de eindstemming plaats.
Wordt het wetsvoorstel aangenomen, en daar is alle kans op,
dan gaat de Eerste Kamer, op dezelfde manier als haar collega
te werk, met dit verschil dat in de Eerste Kamer geen amendementen
kunnen worden aangebracht. Verklaart ook zij zich met
het ontwerp ingenomen, dan behoeft het nog slechts de handteekening
van de Koningin, om door plaatsing in het
Staatsblad wet te worden. Ziet daar in korte trekken,
hoe bij ons de gang van een wetsontwerp is.
Mr. P. W. A. CORT VAN DER LINDEN, Minister van Binnenlandsche
Zaken, tijdelijk Voorzitter van den Ministerraad.
J. J. G. Baron VAN VOORST TOT VOORST, Voorzitter
van de Eerste Kamer.
In het algemeen kan men wel zeggen, dat het initiatief
tot een wet genomen wordt door den betrokken minister,
d.w.z. om bij ons geval te blijven, het is de minister
van Oorlog, die het werk
op zich neemt om een
wet te maken.
Een enkele maal zien
we het gebeuren dat een
Kamerlid van ’t recht van
initiatief gebruik maakt,
(zoo, om een voorbeeld uit
den jongsten tijd te nemen,
mr. Aalberse met z’n wet
op de oneerlijke concurrentie),
doch meestal is
het de regeering, die met
een wetsvoorstel aankomt.
Intusschen valt er heel
wat te doen, voor het
ontwerp in openbare behandeling
bij de Kamer
komt.
Zoo heeft minister Bosboom,
bijgestaan door een
uitgebreiden staf van ambtenaren
van het Departement
van Oorlog, eerst de
wet „in elkaar gezet”; de
verschillende ideeën, die
hij verwezenlijkt wilde
H.M. Koningin WILHELMINA. Presidente v. d. Raad v. State.
STAATSBLAD
VAN HKT
KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.
(N-. 484.) ff JK T ran den 'linten December 1918, tot
aanwijzing van de Posterijen, de Telegrafie
en Telefonie abt Staatsbedrijf.
Wij WILÏÏELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassaü, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen
, te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat bet wenscbelijk
is, den tak van Staatsdienst, omvattende de posterijen,
de telegrafie en telefonie aan te wijzen als Staatsbedrijf
in den zin der wet van 16 Februari 1912 {Staatsblad
n°. 85);
Zoo is bet, dat Wij, den Baad van State gehoord, en met
gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
H'. 151.
STAATSCOURANT.
Donderdag 1 Juli.
WETTEN, BESLUITEN, BENOEMINGEN, ENZ.
Gelet op de Vi^ovrijwet (wet van 6 October 1908, St«A-
>>lad n’. 811i, gewjjxigd bil ib- wet van 8 Februari 1912
iStautMnd n“. 681 en op het Binnenvieeeheryreglemeiit (One
besluit van 16 April 1911, StuaW'id n’. 119), laatateiyk
gewijzigd by On» besluit van 16 Juni 1915 tSlwtstrlad n“. 254);
Den Baad van State geboord (advlce van 15 Juni 1915, n". 12);
g NUverbeid;
Hebben goedgevonden en verslaan:
Artikel 1.
Artikel 27. lid 1, van het Binnenviseiheryreglenient wordt
geieaen als volgt:
„1, Tot 1 Januari 1916 is het geoorloofd in iedere provincie
te visseben met Yiwhtuigen met kleiner inaaewydte dan in
artikel 8 is bepaald, mits zy voldoen aan de verdachten,
gesteld in liet voor die provincie by dé invoering der Visschergwet
vervallen reglement, ter uitvoering van artikel 9 der
Jagtwet”.
Wanneer we er nog op gewezen hebben, dat speciaal
de voorzitter van de Tweede Kamer — waar de debatten
meestal minder rustig zijn en ook langer van duur, dan
in de Eerste Kamer — een
vermoeienden arbeid te verrichten
heeft, evenals trouwens
de minister van oorlog,
die het ontwerp verdedigen
moet, en minister
Gort v. d. Linden, die als
leider der regeering het
woord moet voeren, dan
hebben we de lezers weer
voldoende op de hoogte
gebracht van hetgeen er
komt kijken, bij de behandeling
van ditwetsontwerp,
dat straks, aangenomen,
voor de landweermannen
in het vooruitzicht stelt
binnen niet al te langen
tijd huistoe te gaan eri
dat meteen een uitbreiding
van onze weermacht bereikt.
Hetgeen dus in de practijk
een dubbel succes zal
blijken te zijn.
18 Juni 1915 W|i WILHELMINA, ku de «aan» Gul
n". 47. Koxisora do Nedolooss, Pjusass v. — OBA!Ul-XjU«Ar, EK., EK, Cl/..
Op de voordrecht van Onzen Minister van Staat. Minisl
va» Sinneniandgche Zaken, en van Onze Ministers wm Jnstn
en van Financiën, van 29 Mei 1915,
gezondheid en Armwezen, van 5 J. __________
n’. 608, en van 1« Juni 1915, n". 82. afdeeüng Generale Thesaurie,
betreffende het verzoek van de veieeniging: Woninghonwvereeniging
„Westeikwartier’’, gevestigd te ’sGrevenhage, om toelating
als vereeniging uitsluitend in het belang van verbetering
der volkshuisvesting werkzaam;
Gele! op de artt 26 en 80 der Woningwet;
„— dat uil de statuten dier vereeniging, goedgekeurd
i besluit, van 28 Januari 1916 n“. 26, biykt. dal zy oitl
ten doe! heeft in het belang van verbetering der volkswerkzaam
te ayo;
1918 iiXaatMud n°. 52);
Gedeputeerde Staten van Zuitlholiand gehoord';
de vereeniging: Woniughouwvereeniging „Westerkwartier",
gevestigd te ’s. Giavenhage, doe te laten ais vereeniging uitsluitend
iu het belaag van verbetering der volkaltujsvesting
Het Staatsblad en de Staatscourant waarin de Wet gepubliceerd wordt.
|