|
PANORAMA 6 DE BESTE PRIJS =°8 =^8
DE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST. Verleden week heeft de Nederiandsche Maatschappij tot bevordering der geneeskunst te Amsterdam haar 66e Algemeene Vergadering gehouden. Naar aanleiding van dit feit geven wij hierboven een foto van het Hoofdbestuur in de nieuwe bestuurskamer in het „Medische Huis" aan de Raadhuisstraat te Amsterdam. V. 1. n.r. :dr. J. H. Pinkhof, lid v. d. Cent. Comm. v. d. Beroepsbelangen; dr. J. D. Heffing ; dr. E. J. Thomas, Voorz. Cent. Comm. v. d. Beroepsbelangen ; dr. B. A. P. v. Dam, Voorz. raad v. Beroep; dr.J.C. Bolle; dr. J. D. E. Koch ; dr. A. R. Cohen ; dr. V. Winkler Prins, Voorz. CC. v. d. Beroepsb.; dr. M. Juda, Eerelid ; dr. A. Sikkel, Ondervoorz. H. Bestuur; dr.J. A. Romer; prof. P. K. Pel, Voorz. H.Bestuur; dr. C. F. Schreve, Alg. Secr. H. Bestuur; dr. C. Daniels,. Bibliot. ; dr. J. W. A. ten Velthuijs; dr. L. F. N.Carol de Fouw.
^^^ff^^e leerlingen der schilderschool hadden de schilderzaal met haar bedompte atmosfeer verlaten en waren bijeen in de hal alvorens te gaan ontbijten. Zij stonden of zaten in schilderachtige groepjes enhunlichteschilderkielen en luid gebabbel gaven kleur en vroolijkheid aan de sombere hal met haar muren vol pleistervoorbeelden. „Dames, hier is een competitie, waarvoor ik uw aandacht vraag'' Aller oogen wendden zich onmiddellijk naar het achtereind der hal, waar Tilly Gray, een bekoorlijke jonge dame in een kleurige schilderskiel, zich op een piëdestal had geplaatst, de eene hand tot steun rustend op een venusbeeld, terwijl ze in de andere een vel papier omhoog hield. „Wat heb je, Tilly ? Brieven ?" — „Prentbriefkaarten?" vroeg een ander. „Er is een wedstrijd ..." begon Tilly. Een der aanwezigen, een lange, slanke jonge dame, wierp een donkeren blik op Tilly's levendig gelaat, keerde haar toen haastig den rug toe en onderbrak haar woorden door luid tot een naast haar staande studiegenoot te zeggen : „Kouwe drukte ! Ik begrijp niet dat je nog naar haar luistert 1" — Tilly keek even naar degene die haar in de reden viel, met iets als spot in haar blik. De voorname Hermine Lipton had geen reden om Tilly vriendschappelijk gezind te zijn, want het was door haar dat ze onder de leerlingen den bijnaam gekregen had van „houten Mina," wegens haar stijve houding en ongenaakbaarheid. „Er zal een wedstrijd plaats hebben in landschapschilderen, als onderwerp wordt opgegeven „Herfst." Mijnheer van Asten heeft vrijheid gegeven jelui dit reeds mee te deelen. Copieën van dit," ze wuifde met het papier in haar hand, „zullen morgen worden rondgezonden." „Mijnheer Van Asten," schimpte „Houten Mina," met een minachtend glimlachje. „Als prijs wordt een groote schilderdoos uitgeloofd," ging Tilly voort. „Kom naar beneden, .Tilly," fluisterde er een. „Daar komt mijnheer Van Asten." De jonge leeraar aan de schilderacademie, een naammakend artist, zonderde iedere maand een middag af om het werk van zijn leerlingen te beoordeelen. Hij liep haastig de hal door op weg naar zijn appartementen, onderwijl de groeten beantwoordende van de jonge meisjes, die het dichtst bij hem stonden. „Houten Mina" begunstigde hem met een bijzonder vriendelijken groet, dien hij evenwel veinsde niet te zien. Zijn oogen zochten Tilly, doch deze keek voor zich. , Nadat de teekenleeraar verdwenen was, werd de conversatie weer levendig en ieder kwam naar Tilly om meer bijzonderheden te vernemen. „Vertel verder, Tilly !" „Dat is alles. Er is niet meer te vertellen. Datum en andere bijzonderheden zullen morgen in de convocaties worden meegedeeld. Maar 't is een schilderdoos, kinderen 1 Mijn ziel gaat uit naar de schilderdoos !" riep ze uit met schitterende oogen. Er was *n oogenblik stilte. Alle leerlingen wisten dat Tilly, die zeer arm was, reeds langen tijd getracht had geld te sparen voor 'n schilderdoos, doch dat het haar tot nog toe niet gelukt was, er een te koopen. „Wel, Tilly," zei Betty Golding bemoedigend, „je weet dat je in landschapschilderen verreweg de beste van ons allen bent. Je hebt dus een mooie kans den prijs te winnen." „Vooral als mijnheer Van Asten te beslissen heeft," merkte Mina Lipton venijnig op, nog woedend dat haar eerste opmerking door Tilly totaal genegeerd was.
Nu werd het gelaat van deze laatste echter zeer bleek en haar donkere oogen schitterden van verontwaardiging. „Je hebt geen recht om dat te zeggen," riep ze uit. „Jawel! Je weet dat je zijn favoriete bent," antwoordde Mina vijandig. „En . . ." „St 1 Stil, Mina !" viel Betty Golding, de vredestichtster, haar in de rede. „Indien de heer Van Asten meer belang stelt in Tilly, dan komt dat, omdat zij meer artisticiteit bezit dan een van ons allen 1" „En ik zeg, dat al zond juffrouw Gray een stuk in, dat geheel buiten haar genre ligt, mijnheer Van Asten haar den prijs zou geven, omdat haar naam er op staat," hield „Houten
Mina" vol. — „Nonsens 1" zei Betty Golding. „Schaam je !" klonk er hier en daar uit den mond van de andere meisjes. Tilly Gray lachte, doch haar lach klonk dreigend en verontwaardigd. „Welnu, ik stel voor, mijn naam te plaatsen onder het
H. W. MESDAG, t I. VAN HOUTE. t M. L.v.AMERINGEN.t In den ouderdom van 84 jaar overleed Zaterdag j.l. te 's-Gravenhage HENDRIK WILLEM MESDAG, beroemd schilder, inzonderheid van Noordzeegezichten. In 1903 schonk hij aan het Rijk een prachtige verzameling schilderijen en kunstvoorwerpen, welke bewaard worden in het naar hem genoemde Mesdag-Museum. — Een dezer dagen overleed te Oostburg op 90-jarigen leeftijd de heer I. VAN HOUTE, oud-burgemeester van Oostburg en oud-lid der Prov. Staten van Zeeland. De overledene was in zijn omgeving een algemeen geacht en bemind persoon. — Op ruim 80-jarigen leeftijd is te Amsterdam overleden de heer M. L. VAN AMERINGEN, een in joodsche kringen algemeen geacht en gezien persoon. Ruim 60 jaar vervulde hij het ambt van secretaris der Nederlandsch-Israëlitische Hoofdsynagoge te Amsterdam en bovendien was hij nog in talrijke andere functies werkzaam, in welke hij zich kennen deed als een rechtschapen en plichtgetrouw man. slechts geschilderde stuk, bijv. onder dat van juffrouw Lipton; dan zullen we zien of mijnheer Van Asten werkelijk zoo'n dwaas is, als zij zegt." „Uitstekend!" riep Betty Golding lachend uit; en het voorstel werd bij acclamatie aangenomen. „En jij moet jouw naam onder Tilly's proefstuk zetten, dat zal de fopperij volmaken." Dit was evenwel niet naar den zin van Tilly.
NEDERLANDSCHE OUDHEIDKUNDIGE BOND. Onder voorzitterschap van den heer Prof. Dr. W. Vogelsang te Utrecht, werd in Musis Sacrum te Arnhem op 9 Juli de Jaarvergadering gehouden van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond. Daar Prof. Vogelsang zich niet langer als voorzitter kon beschikbaar stellen, werd als zoodanig aangewezen Mr. Dr. J. C. Overvoorde te Leiden. V. 1. n. r. zittend.: 1. Cuijpers; Jhr. Mr. van Sasse van IJsselt; Dr. Rooseboom, secretaris; Mr. M. I. Duparc, vertegenwoordiger der Regeering; Prof. Mr. W. Vogelsang, oud-voorzitter; Mr. Dr. J. C. Overvoorde, Voorzitter, E. T. A. M, Scheidius; Dr. H. I. Coster.
„Neen, Betty, geef mij ook een kans," protesteerde zij. „Ik zou graag die doos winnen en er is niets dat mij verhindert twee proefstukken in te zenden, één onder mijn eigen en één onder juffrouw Lipton's naam." „Dat gaat niet," zei Betty beslist. „Mijnheer Van Asten zou dadelijk de grap begrijpen, want je weet dat het zelden voorkomt, dat een leerling twee proefstukken inlevert. Maar, Mina zal je natuurlijk de schilderdoos teruggeven als jouw schilderstuk met haar naam den prijs wint. Da's afgesproken, nietwaar, Mina?" Mina Lipton knikte slechts, wat door de anderen voor een toestemming werd gehouden. Ze was met die verwisseling van namen niet erg ingenomen en het speet haar dat ze eerst zoo gauw had toegestemd. Betty Golding had echter een wijze van doen die onweerstaanbaar was. „Jij hebt al twee schilderdoozen Mina", ging Betty voort, „je hebt dus geen ander noodig." „Ik denk er niet over," mompelde Mina. — „Bovendien, als Tilly wint, en ze heeft alle kans, dan heb jij er de eer van, en zij alleen de doos. Jouw naam zal als de winner bekend worden gemaakt en je vrienden en kennissen zullen je gelukwenschen. Wat zullen ze verrast zijn 1 Maar dat hindert niet 1" „Houten Mina" keerde zich woedend om, niet begeerig langer de opmerkingen van Betty aan te hooren, verscherpt als ze werden door het gelach van de anderen. Het gordijn voor de schilderzaal werd met een geritsel der koperen ringen weggeschoven en de heer Van Asten vertoonde zich in de opening. „De modellen zijn gezeten, dames!" zei hij en df, jonge meisjes gingen weer aan het werk.
Het was de laatste dag voor de zomervacantie en de laatste dag om een werkstuk in te zenden voor den „Herfst"-wedstrijd. Betty Golding en Mathilde Gray waren de eersten die de kleedkamer binnentraden. „Hier is het stuk van Mina dat jij moet onderteekenen," zei Betty. „Ze komt vandaag niet." Ze zette een klein schilderstukje op den schoorsteenmantel, waar het licht erop viel, en stapte achteruit. Tilly bekeek het een oogenblik stilzwijgend. „O 1 o 1 Betty 1 Moet ik?" riep ze'uit. Betty lachte. „Ja, zeker moet je," antwoordde ze op haar gewone besliste wijze. „Houten Mina" moet een les hebben en genezen worden van haar dwaze achterdocht. Dat vod zal zeker geen prijs krijgen, zelfs met jouw naam erop, Tilly." Mathilde zuchtte. Ze keerde zich om, zette haar hoed af en nam een doek op dat tegen den muur geleund stond. „Ik wou dat we nimmer deze dwaasheid begonnen waren," zei ze en plaatste haar werkstuk naast dat van „Houten Mina." — Betty Golding gaf een kreet van verrassing. „Tilly 1" riep ze uit. „Dat is het fijnste stuk werk dat je ooit gemaakt hebt. 't Is wondervol 1 De koloratuur, het artistieke van jouw borstelwerk ... 1" Ze zweeg om het schilderstuk opnieuw te beschouwen. De voorstelling was eenvoudig : een man, die een kudde schapen voor zich uit dreef op een landweg waar langs eenige boomen stonden in al hun herfstpracht, terwijl men in de verte een boerenhoeve zag. „Wel, wel, de arme heer Van Asten zal verschillende schokken te verduren hebben," zei Betty eindelijk. „Ik weet niet hoe hij dit schilderstuk in overeenstemming zal brengen met het werk dat hij tot nu toe van Mina Lipton gezien heeft. Maar we moeten voortmaken. Mina komt niet en hier is mijn schilderdoos; ik zal dus haar naam er maar opkrabbelen, zoo heel klein in dit hoekje. Nou zet jij jouw naam op haar knoeiwerk."
|