Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1726 tot 1730 van 11897
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
05
Tekst
PANORAMA 4 De vrijwilligers in Engeland. ïn Engeland is men er natuurlijk wat kazernes betreft, niet op ingericht een zoo groot aantal manschappen als er momenteel geoefend en afgericht moeten worden, te huisvesten, waarom men de' soldaten heeft ondergebracht in groote, uitgestrekte kampen in de omgeving der steden. Een dergelijk kampement ziet men op onze foto. Links ziet men de mannen met hun eetketels staan wachten om hun rantsoen in ontvangst te nemen. GEILLUSTREERD-C Uit het bez« RusDuitsche soldaten die door een straat in Wilkowischki (Russisch !en) t bespannen is om de moeilijke begaanblteid c Fransche strijdmiddelen. Een interessante foto van een in de omgeving van Metz uit een Fransche vliegmachine neergeworpen bom, die niet explodeerde. Bovenaan het werktuig is een stuur van plaatijzer aangebracht, met vleugels en een trechter. De gezamenlijke hoogte van de bom bedraagt 1.65 Meter; het gewicht 40 K.G. Een nieuwe Fransche helm. In den tegenwoordigen loopgravenoorlog, waarbij betrekkelijk alleen het hoofd der mannen als doelwit wordt gezien, is een solied en sterk hoofddeksel, van groot belang. Daarom heeft men in Frankrijk nieuwe helmen ingevoerd, zooals men op de foto zien kan. Uit (?ruis< Duitsche krijgsgevangenen. Onze foto, die in een- haven van een Fransche stad genomen is, toont Duitsche krijgsgevangenen aan boord van een schip, dat hen van hun werk heeft afgehaald en ze nu weer terugbrengt naar hun verblijfplaats. Na den strijd. Een Duitsche soldaat die bij een aanval op een Fransche loopgraaf in het Boisle-Prêtre gesneuveld is en voor de prikkeldraadversperring is blijven liggen. Een Italiaansch kamp. Een troep Italiaansche soldaten, die in een dorpje in het bezette gebied enkele oogenblikken rust nemen na ’n vermoeienden marsch. Een straattooneeltje in het plaatsje Soldau (Oost-Pruisen). Inplvan d langsstrate Russischgsgev Gevangengenomen Russen te Darkehmen, die onder toezicht vanche r hierdoor r.ele v
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
06
Tekst
5 PANORAMA 0 OORLOGSNIEUWS ch Pelen) trekken. Men lette op den wagen links op de foto, die met 4 paarden n basheid der wegen in deze streken. Düitschland en het Voedingsvraagstuk. Als antwoord op de Engelsche maatregelen ter zee, die Düitschland van de wereld afgesloten houden, is men in laatstgenoemd land begonnen om ieder stukje grond productief te maken. Tot schoolkinderen werken hieraan mede. Na schooltijd gaan ze naar de gemeenschappelijke tuinen, waar ieder, onder toezicht, een eigen afdeeling te verzorgen heeft. (Foto V.F.B.) it Oost-Pruisen. Verdwaald. Een patrouille Duitsche Uhlanen, die in het vijandelijk gebied in N.-Frankrijk op ’n verkenningstocht verdwaald zijn, vragen ’n boerenvrouw om inlichtingen. De macht van het kind. Er is een bekend gezegde dat luidt: „zelfs voor den grootsten pessimist is een kinderlach muziek”. Deze uitspraak kwam ons in de gedachte bij het beschouwen van bovenstaande foto: moede, door den oorlog gevoelloos gemaakte krijgers, voor een oogenblik door den invloed van het kind vergetend heel het ruwe van hun tijdelijke bestaan. Zoo gezien, met op den achtergrond het nevelige woud, gelijkt deze foto een idylle-in-beeld. (Foto's V.F.B;) nplaak van de winkels, die verwoest zijn, heeft men kraampjes opgeslagen ings I; straten. --------------------------------------------------------------------------------------------- 1 sche i njgsgevangenen. van bitsche militairen allerlei werk moeten verrichten. Natuurlijk genieten zij □r webnkele voordeelen. (Foto's V. F. B.). Onbruikbaar materiaal. In den huidigen oorlog, waarin het geschut een zoo belangrijke rol speelt, is het niet te verwonderen, dat, bij het voortdurend-in-actie-zijn der kanonnen meermalen een stuk door oververhitting uit elkaar springt. Onze foto brengt een dergelijk geval met een Russisch kanon in beeld. Op een sluiptocht gewond. Een patrouille Duitsche Uhlanen is op een verkenningstocht met den vijand in aanraking gekomen. Een hunner, door een schot aan het hoofd gewond, wordt, na voorloopig verbonden te zijn, door zijn beide makkers naar zijn afdeeling teruggebracht. In staat van verdediging. Een in de buurt gelegerde afdeeling Duitsche Uhlanen heeft bij de nadering van een vijandelijke patrouille den tuin van een hoeve in het Argonnerwoud in allerijl in staat van verdediging gebracht en wacht nu, verdekt opgesteld, tot de vijand onder schot is. (Foto's V. F. B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
07
Tekst
PANORAMA 6 DE BESTE PRIJS =°8 =^8 DE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST. Verleden week heeft de Nederiandsche Maatschappij tot bevordering der geneeskunst te Amsterdam haar 66e Algemeene Vergadering gehouden. Naar aanleiding van dit feit geven wij hierboven een foto van het Hoofdbestuur in de nieuwe bestuurskamer in het „Medische Huis" aan de Raadhuisstraat te Amsterdam. V. 1. n.r. :dr. J. H. Pinkhof, lid v. d. Cent. Comm. v. d. Beroepsbelangen; dr. J. D. Heffing ; dr. E. J. Thomas, Voorz. Cent. Comm. v. d. Beroepsbelangen ; dr. B. A. P. v. Dam, Voorz. raad v. Beroep; dr.J.C. Bolle; dr. J. D. E. Koch ; dr. A. R. Cohen ; dr. V. Winkler Prins, Voorz. CC. v. d. Beroepsb.; dr. M. Juda, Eerelid ; dr. A. Sikkel, Ondervoorz. H. Bestuur; dr.J. A. Romer; prof. P. K. Pel, Voorz. H.Bestuur; dr. C. F. Schreve, Alg. Secr. H. Bestuur; dr. C. Daniels,. Bibliot. ; dr. J. W. A. ten Velthuijs; dr. L. F. N.Carol de Fouw. ^^^ff^^e leerlingen der schilderschool hadden de schilderzaal met haar bedompte atmosfeer verlaten en waren bijeen in de hal alvorens te gaan ontbijten. Zij stonden of zaten in schilderachtige groepjes enhunlichteschilderkielen en luid gebabbel gaven kleur en vroolijkheid aan de sombere hal met haar muren vol pleistervoorbeelden. „Dames, hier is een competitie, waarvoor ik uw aandacht vraag'' Aller oogen wendden zich onmiddellijk naar het achtereind der hal, waar Tilly Gray, een bekoorlijke jonge dame in een kleurige schilderskiel, zich op een piëdestal had geplaatst, de eene hand tot steun rustend op een venusbeeld, terwijl ze in de andere een vel papier omhoog hield. „Wat heb je, Tilly ? Brieven ?" — „Prentbriefkaarten?" vroeg een ander. „Er is een wedstrijd ..." begon Tilly. Een der aanwezigen, een lange, slanke jonge dame, wierp een donkeren blik op Tilly's levendig gelaat, keerde haar toen haastig den rug toe en onderbrak haar woorden door luid tot een naast haar staande studiegenoot te zeggen : „Kouwe drukte ! Ik begrijp niet dat je nog naar haar luistert 1" — Tilly keek even naar degene die haar in de reden viel, met iets als spot in haar blik. De voorname Hermine Lipton had geen reden om Tilly vriendschappelijk gezind te zijn, want het was door haar dat ze onder de leerlingen den bijnaam gekregen had van „houten Mina," wegens haar stijve houding en ongenaakbaarheid. „Er zal een wedstrijd plaats hebben in landschapschilderen, als onderwerp wordt opgegeven „Herfst." Mijnheer van Asten heeft vrijheid gegeven jelui dit reeds mee te deelen. Copieën van dit," ze wuifde met het papier in haar hand, „zullen morgen worden rondgezonden." „Mijnheer Van Asten," schimpte „Houten Mina," met een minachtend glimlachje. „Als prijs wordt een groote schilderdoos uitgeloofd," ging Tilly voort. „Kom naar beneden, .Tilly," fluisterde er een. „Daar komt mijnheer Van Asten." De jonge leeraar aan de schilderacademie, een naammakend artist, zonderde iedere maand een middag af om het werk van zijn leerlingen te beoordeelen. Hij liep haastig de hal door op weg naar zijn appartementen, onderwijl de groeten beantwoordende van de jonge meisjes, die het dichtst bij hem stonden. „Houten Mina" begunstigde hem met een bijzonder vriendelijken groet, dien hij evenwel veinsde niet te zien. Zijn oogen zochten Tilly, doch deze keek voor zich. , Nadat de teekenleeraar verdwenen was, werd de conversatie weer levendig en ieder kwam naar Tilly om meer bijzonderheden te vernemen. „Vertel verder, Tilly !" „Dat is alles. Er is niet meer te vertellen. Datum en andere bijzonderheden zullen morgen in de convocaties worden meegedeeld. Maar 't is een schilderdoos, kinderen 1 Mijn ziel gaat uit naar de schilderdoos !" riep ze uit met schitterende oogen. Er was *n oogenblik stilte. Alle leerlingen wisten dat Tilly, die zeer arm was, reeds langen tijd getracht had geld te sparen voor 'n schilderdoos, doch dat het haar tot nog toe niet gelukt was, er een te koopen. „Wel, Tilly," zei Betty Golding bemoedigend, „je weet dat je in landschapschilderen verreweg de beste van ons allen bent. Je hebt dus een mooie kans den prijs te winnen." „Vooral als mijnheer Van Asten te beslissen heeft," merkte Mina Lipton venijnig op, nog woedend dat haar eerste opmerking door Tilly totaal genegeerd was. Nu werd het gelaat van deze laatste echter zeer bleek en haar donkere oogen schitterden van verontwaardiging. „Je hebt geen recht om dat te zeggen," riep ze uit. „Jawel! Je weet dat je zijn favoriete bent," antwoordde Mina vijandig. „En . . ." „St 1 Stil, Mina !" viel Betty Golding, de vredestichtster, haar in de rede. „Indien de heer Van Asten meer belang stelt in Tilly, dan komt dat, omdat zij meer artisticiteit bezit dan een van ons allen 1" „En ik zeg, dat al zond juffrouw Gray een stuk in, dat geheel buiten haar genre ligt, mijnheer Van Asten haar den prijs zou geven, omdat haar naam er op staat," hield „Houten Mina" vol. — „Nonsens 1" zei Betty Golding. „Schaam je !" klonk er hier en daar uit den mond van de andere meisjes. Tilly Gray lachte, doch haar lach klonk dreigend en verontwaardigd. „Welnu, ik stel voor, mijn naam te plaatsen onder het H. W. MESDAG, t I. VAN HOUTE. t M. L.v.AMERINGEN.t In den ouderdom van 84 jaar overleed Zaterdag j.l. te 's-Gravenhage HENDRIK WILLEM MESDAG, beroemd schilder, inzonderheid van Noordzeegezichten. In 1903 schonk hij aan het Rijk een prachtige verzameling schilderijen en kunstvoorwerpen, welke bewaard worden in het naar hem genoemde Mesdag-Museum. — Een dezer dagen overleed te Oostburg op 90-jarigen leeftijd de heer I. VAN HOUTE, oud-burgemeester van Oostburg en oud-lid der Prov. Staten van Zeeland. De overledene was in zijn omgeving een algemeen geacht en bemind persoon. — Op ruim 80-jarigen leeftijd is te Amsterdam overleden de heer M. L. VAN AMERINGEN, een in joodsche kringen algemeen geacht en gezien persoon. Ruim 60 jaar vervulde hij het ambt van secretaris der Nederlandsch-Israëlitische Hoofdsynagoge te Amsterdam en bovendien was hij nog in talrijke andere functies werkzaam, in welke hij zich kennen deed als een rechtschapen en plichtgetrouw man. slechts geschilderde stuk, bijv. onder dat van juffrouw Lipton; dan zullen we zien of mijnheer Van Asten werkelijk zoo'n dwaas is, als zij zegt." „Uitstekend!" riep Betty Golding lachend uit; en het voorstel werd bij acclamatie aangenomen. „En jij moet jouw naam onder Tilly's proefstuk zetten, dat zal de fopperij volmaken." Dit was evenwel niet naar den zin van Tilly. NEDERLANDSCHE OUDHEIDKUNDIGE BOND. Onder voorzitterschap van den heer Prof. Dr. W. Vogelsang te Utrecht, werd in Musis Sacrum te Arnhem op 9 Juli de Jaarvergadering gehouden van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond. Daar Prof. Vogelsang zich niet langer als voorzitter kon beschikbaar stellen, werd als zoodanig aangewezen Mr. Dr. J. C. Overvoorde te Leiden. V. 1. n. r. zittend.: 1. Cuijpers; Jhr. Mr. van Sasse van IJsselt; Dr. Rooseboom, secretaris; Mr. M. I. Duparc, vertegenwoordiger der Regeering; Prof. Mr. W. Vogelsang, oud-voorzitter; Mr. Dr. J. C. Overvoorde, Voorzitter, E. T. A. M, Scheidius; Dr. H. I. Coster. „Neen, Betty, geef mij ook een kans," protesteerde zij. „Ik zou graag die doos winnen en er is niets dat mij verhindert twee proefstukken in te zenden, één onder mijn eigen en één onder juffrouw Lipton's naam." „Dat gaat niet," zei Betty beslist. „Mijnheer Van Asten zou dadelijk de grap begrijpen, want je weet dat het zelden voorkomt, dat een leerling twee proefstukken inlevert. Maar, Mina zal je natuurlijk de schilderdoos teruggeven als jouw schilderstuk met haar naam den prijs wint. Da's afgesproken, nietwaar, Mina?" Mina Lipton knikte slechts, wat door de anderen voor een toestemming werd gehouden. Ze was met die verwisseling van namen niet erg ingenomen en het speet haar dat ze eerst zoo gauw had toegestemd. Betty Golding had echter een wijze van doen die onweerstaanbaar was. „Jij hebt al twee schilderdoozen Mina", ging Betty voort, „je hebt dus geen ander noodig." „Ik denk er niet over," mompelde Mina. — „Bovendien, als Tilly wint, en ze heeft alle kans, dan heb jij er de eer van, en zij alleen de doos. Jouw naam zal als de winner bekend worden gemaakt en je vrienden en kennissen zullen je gelukwenschen. Wat zullen ze verrast zijn 1 Maar dat hindert niet 1" „Houten Mina" keerde zich woedend om, niet begeerig langer de opmerkingen van Betty aan te hooren, verscherpt als ze werden door het gelach van de anderen. Het gordijn voor de schilderzaal werd met een geritsel der koperen ringen weggeschoven en de heer Van Asten vertoonde zich in de opening. „De modellen zijn gezeten, dames!" zei hij en df, jonge meisjes gingen weer aan het werk. Het was de laatste dag voor de zomervacantie en de laatste dag om een werkstuk in te zenden voor den „Herfst"-wedstrijd. Betty Golding en Mathilde Gray waren de eersten die de kleedkamer binnentraden. „Hier is het stuk van Mina dat jij moet onderteekenen," zei Betty. „Ze komt vandaag niet." Ze zette een klein schilderstukje op den schoorsteenmantel, waar het licht erop viel, en stapte achteruit. Tilly bekeek het een oogenblik stilzwijgend. „O 1 o 1 Betty 1 Moet ik?" riep ze'uit. Betty lachte. „Ja, zeker moet je," antwoordde ze op haar gewone besliste wijze. „Houten Mina" moet een les hebben en genezen worden van haar dwaze achterdocht. Dat vod zal zeker geen prijs krijgen, zelfs met jouw naam erop, Tilly." Mathilde zuchtte. Ze keerde zich om, zette haar hoed af en nam een doek op dat tegen den muur geleund stond. „Ik wou dat we nimmer deze dwaasheid begonnen waren," zei ze en plaatste haar werkstuk naast dat van „Houten Mina." — Betty Golding gaf een kreet van verrassing. „Tilly 1" riep ze uit. „Dat is het fijnste stuk werk dat je ooit gemaakt hebt. 't Is wondervol 1 De koloratuur, het artistieke van jouw borstelwerk ... 1" Ze zweeg om het schilderstuk opnieuw te beschouwen. De voorstelling was eenvoudig : een man, die een kudde schapen voor zich uit dreef op een landweg waar langs eenige boomen stonden in al hun herfstpracht, terwijl men in de verte een boerenhoeve zag. „Wel, wel, de arme heer Van Asten zal verschillende schokken te verduren hebben," zei Betty eindelijk. „Ik weet niet hoe hij dit schilderstuk in overeenstemming zal brengen met het werk dat hij tot nu toe van Mina Lipton gezien heeft. Maar we moeten voortmaken. Mina komt niet en hier is mijn schilderdoos; ik zal dus haar naam er maar opkrabbelen, zoo heel klein in dit hoekje. Nou zet jij jouw naam op haar knoeiwerk."
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
08
Tekst
7 PANORAMA BLOEIEND EDELWEISZ. Een onzer abonné’s zond ons bovenstaande foto van een schotel met 7 bloeiende Edelweiszplanten, met verzoek ze in Panorama te willen opnemen. Ze bloeien zoo prachtig wit, dat er geen onderscheid te zien is met de in de Hooge Alpen bloeiende. Zooals men weet is het Edelweisz een zeer zeldzaam plantje, met lange witte, wolachtige haren dat een Zwitsersch jongeling — dikwijls met levensgevaar — plukt voor zijn aangebedene als hij haar bewijzen wil hoe sterk de liefde is die hij voor haar gevoelt. Tilly deed het met tegenzin. „Laten we beide stukken aan den custos geven voor de anderen komen !” beval Betty. Ze liepen de hal door en gaven de beide schilderstukjes aan den custos, die ze wegsloot in een kast, waar reeds tal van andere stukken stonden. * * * Op den dag dat de uitslag bekend werd gemaakt, kwam Mathilde Cray wat laat op school. „Kom hier, Tilly ! Kom hier 1” riep er een. ,,De lijst van den wedstrijd is bekend en jouw naam staat onderaan. Ja, kijk maar !” Een luid gelach vergezelde deze woorden, want alle andere leerlingen wisten natuurlijk hoe de vork in den steel zat. Tilly was een oogenblik uit het veld geslagen, toen zij den uitslag las. „Ie Prijs Hermine Lipton, aan wie de prijs, een schilderdoos, is toegezonden.” En de laatste naam op de lijst was Mathilde Gray. Haar opgeruimdheid kreeg echter weer de overhand, toen ze er aan dacht, dat de schilderdoosspoedig in haar bezit zou zijn. „’t Is niet roemvolI” riep ze vroolijk uit. „Ik hoop maar dat Mina Lipton de schilderdoos meebrengt. Kijk, daar is ze net.” Tilly verliet den kring harer vriendinnen en ging de hal door Mina Lipton te gemoet, die zich naar de kleedkamer begaf. „Zoo, Mina, heb je mijn doos meegebracht ?” De aangesprokene wilde Tilly voorbijgaan zonder notitie van haar te nemen, doch de laatste trad haar in den weg. „Ik weet niet wat je bedoelt,” zei ze, terwijl ze Tilly met koelen blik aankeek. ,*,Wel, de schilderdoos ! De schilderdoos 1 Dat weet je toch wel!” riep Tilly ongeduldig uit. „De schilderdoos die ik gewonnen heb.” „Ik heb een schilderdoos ontvangen, die Mc gewonnen heb,” zei Mina, met een poging om zich waardig voor te doen. Ze moest echter de oogen voor Tilly’s blik neerslaan. Deze stond sprakeloos over zoo’n brutaliteit en staarde haar tegenstandster aan, terwijl een gemompel van verontwaardiging opsteeg uit de inmiddels rondom hen verzamelde collega’s. Betty Golding, het gelaat ongewoon bleek, drong door den kring heen. „Jij weet, Mina,” zei ze, terwijl ze haar de hand op den arm lag, „dat Tilly’s schilderstuk onder jouw naam den prijs gewonnen heeft, en dat haar naam onder het jouwe stond.” „Ik herinner mij, dat er over iets dergelijks gesproken is,” antwoordde juffrouw Lipton, „’t was echter te dwaas en bovendien niet in den haak. Ik heb het als een grap opgevat en ik heb geen enkel ander doek met mijn naam onderteekend. „Dat is waar,” zei Betty op koelen toon. „Ik deed het ongelukkigerwijs voor jou !” Ze keek met een verdrietigen blik Mathilde aan. „O, Tilly, wat moeten we doen ? Het was mijn schuld ! Wat een gekkin ben ik geweest!” Tilly vatte den arm van haar vriendin en wilde haar toefluisteren : „’t hindert niet1” Het was haar evenwel onmogelijk. „Juffrouw Lipton,” zei nu een der andere meisjes, „je zult toch zeker het schilderstuk niet opeischen, dat den eersten prijs gekregen heeft ?” „Ik zal het doek opeischen dat mijn naam draagt,” antwoordde Mina beslist. Er was een oogenblik stilte. „Maar dat is toch al te belachelijk,” riep een ander uit. „De werkstukken worden de volgende week tentoongesteld. Voor dien tijd moeten eenigen van ons naar den leeraar gaan en de geheele geschiedenis vertellen. Het zal gemakkelijk genoeg te bewijzen zijn wat Tilly’s proefstuk is.” „Niemand zag ’t, dan ik en Betty Golding,” zei Tilly mismoedig. „Wel dat is voldoende ! Betty Golding en Tilly Gray’s woord tegenover dat van Mina Lipton ?” Groote verontwaardiging sprak uit de woorden van de spreekster. „Zag iemand Mina’s werk ?” „Niemand dan Betty en ik,” antwoordde Tilly weer. „Welnu, wat hindert dat. Iedereen weet hoe verschillend jullie .... stijl is 1” En een honende lach ging op tegen Mina Lipton, die trachtte zich uit den kring los te maken. „Mijnheer Van Asten moet het worden meegedeeld !” was de eindbeslissing. „Neen, dames I” riep nu Tilly plotseling uit, terwijl haar donkere oogen schitterden van opgewondenheid. „Ik wil niet hebben, dat er verder over gesproken wordt. Het is alles mijn schuld. We hadden juffrouw Lipton’s naam niet mogen gebruiken. Het was, zooals zij zei, dwaas en niet in den haak. De leeraar moet er niets van weten. Juffrouw LipNEDERLANDSCHE HEIDEMAATSCHAPPIJ. Op 10 Juli hield de afdeeling Den Haag van de Nederlandsche Heidemaatschappij een excursie naar de kweekerijen te Boskoop, waarvoor bij de leden zeer veel belangstelling bestond. Wij geven hierboven ’n foto van de groep der deelnemers. ton mag desnoods den prijs en het schilderstuk houden, als ze daar den moed toe heeft.” Laat in den namiddag van dienzelfden dag lag Mathilde geknield voor het. kastje, waarin ze haar schildergereedschap wilde opbergen. De zaal was stil en verlaten, en daardoor hoorde zij reeds van verre voetstappen naderen. Het meisje keek verwonderd om, toen de naderende persoon op haar toetrad. Het was de heer Van Asten. Wat moet dat beteekenen? vroeg Tilly zich verwonderd af. „Juffrouw Gray,” begon de leeraar, „ik zou u graag een oogenblikje spreken.” Tilly had geen andere keus dan op te staan en hem te gemoet te gaan. Hij deed de deur van een zijkamer open en verzocht haar binnen te treden. „Ik was zeer verrast door het schilderstuk dat u voor de competitie hebt ingezonden, juffrouw Gray.” „Ja?” vroeg Tilly koel, hoewel de zenuwen haar naar de keel kropen. „Het was zoo geheel verschillend van uw ander werk. In werkelijkheid was het zeer zwak en leek wel amateursAAN HET STRAND. Bovenstaand snapshot brengt een klein stukje strandleven in beeld, zooals wij dit thans, bij gunstig weer, bijna iederen dag aan ons Noordzeestrand kunnen waarnemen. De juffrouw, die ge op ons plaatje zoo angstig kijken ziet, kan U met evenveel overtuiging als een oude zeerob verklaren dat de reis zelf dikwijls niet zoo gevaarlijk is, als het binnenkomen. werk. Het verdiende dan ook ten volle de plaats onder aan de lijst!” „Ja !” mompelde Tilly, niet in staat iets meer te zeggen dan dit eene woord. De schilder leunde tegen de tafel, de handen in de zakken. „En hetwerkvan juffrouw Lipton was buiten gewoon goed,” ging de heer Van Asten voort. „Het was uitstekend werk, ongewoon voor haar.” „Werkelijk ?” vroeg Tilly. „Heb u ’t gezien ?” vroeg de leeraar. „E . .. Ja 1 Ik zag ’t!” „En hoe vind u ’t ?” „Ik .... ik denk, ’t is niet kwaad.” „Vind u dat het den prijs verdiend heeft ?” „O, ja, da’s te zeggen, ik heb de andere inzendingen niet gezien,” stamelde Mathilde. De heer Van Asten keek haar een oogenblik stilzwijgend aan, een blik dien ze waagde met onverschilligheid terug te geven. „Juffrouw Gray,” vroeg de leeraar opeens met een raadselachtigen glimlach om den mond, „hebt u wel eens opgemerkt dat het beschot dat mijn kamer van de hal afscheidt, niet geheel tot den zolder loopt ?” „Het beschot . . . niet tot den zolder ....?” herhaalde Tilly ten hoogste verbaasd. „Daaraan heb je zeker nooit gedacht, is ’t wel ?” Nu ging Tilly plotseling een licht op. „U was daar dien dag ? U heeft alles gehoord ?” „Ja, ik hoorde al die besprekingen en plannetjes om mijn eerlijkheid en gezond verstand te beproeven. Toch had juffrouw Lipton in één ding gelijk, namelijk waar ze zei dat je mijn fa . . ., welnu, laten we hier thans over zwijgen,” viel hij zichzelf in de reden, den vurigen blos op Tilly’s wangen ziende. „Ik begreep uit den traan dien je wegveegde, toen je je schilderbenoodigdheden opborg, dat de uitslag niet aan je verwachtingen heeft voldaan.” Mathilde antwoordde niet, maar deed een stap naar de deur. De heer Van Asten liet nu zijn onverschillige houding varen en trad haar in den weg. „Mijn vermoeden was dus juist? Juffrouw Lipton heeft de schilderdoos gehouden ?” „O, ja, ja!” riep Mathilde haastig. „Zeg er haar echter niets van, want het was alles mijn schuld.” „En het schilderstuk ?” ging de leeraar voort, „wil ze dat ook houden ?” „Ja, ten minste dat zegt ze,” was het aarzelend antwoord. „Dat is erger, want dat heeft waarde. Ik zal haar daarom duidelijk maken dat ze verstandig doet het aan de rechtmatige eigenares terug te geven. Wat de schilderdoos betreft, DE LANDSTORMWET. Zondagmiddag werd vanwege de afdeeling Den Haag van de „S. D. A. P.” een openbare luchtmeeting gehouden tegen de Landstormwet op het landgoed „de Binckhorst” te ’s-Gravenhage. Vertegenwoordigd waren 24 organisatie’s met 7000 leden. De meeting werd bezocht door circa 1500 personen. Wij geven hierboven een foto van Mejuffrouw Heleen Ankersmit, vanaf een geïmproviseerde tribune het woord voerend. WANDELTOCHT AMST ERDAM-DEN HAAG. Een sectie vrijwilligers van de „Prins-Hendrikgarde” heeft op 11 Juli een wandeltocht gehouden van Amsterdam naar Den Haag, welke afstand in marschtenue in 9 uren werd afgelegd onder leiding van den commandant A. Brünings. Wij geven hierboven de sectie vrijwilligers gekiekt gedurende de rust in de Alexanderkazerne in Den Haag.
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
09
Tekst
PANORAMA 8 HET REDDI NGSHUIS v. h. LEGER DES HEILS IN DEN HAAG. ïn het ouderwetsche huis, aan de Stille Veerkade 35 te. ’s-Gravenhage. dat in gebruik is genomen door 1 het Leger des Heils en waarover wij reeds meermalen hadden hooren spreken, werden wij deze week in de gelegenheid gesteld eens een kijkje te komen nemen. In het huis zijn een groot getal, meest nog jonge, meisjes opgenomen (er zijn er bij van 12, 13 en 14 jaar), waarvoor door ouders of voogden opname is verzocht, omdat zij een ietwat oplettender leiding noodig hebben, dan hun thuis gegeven kan worden. Door de goede zorgen van de Directrice en haar officieren worden deze meisjes dan opgevoed: er worden hun verschillende huishoudelijke bezigheden geleerd, zoodat ze na een paar jaar in een betrekking kunnen gaan, waarin zij meestal door tusschenkomst van het tehuis geplaatst worden. De vele aanvragen om personeel bewijzen, dat de gegeven lessen niet tevergeefsch zijn. Het gelijkt hier soms een verhuurkantoor, verzekerde de Directrice ons lachende. Er zijn er in het huis opgevoed, die reeds meer dan 15 jaar in één betrekking zijn. Een paar maal per week komen de jonge oud-verpleegden bijeen en worden de uitgaansavondjes recht gezellig met zang en nuttige bezigheden doorgebracht. Subsidie van het hoofdkwartier ontvangt het tehuis niet, de inrichting voorziet in haar eigen behoeften door den verkoop van de door de verpleegden vervaardigde goederen, alsmede door vrijwillige bijdragen. Wanneer wij nu nagaan dat op één na alle meisjes kosteloos verpleegd worden, gelooven wij ongetwijfeld in den geest van Ensigne G. W. Willemsen te handelen, wanneer wij het tehuis bij onze lezeressen en lezers in hun aandacht aanbevelen. Foto links: De directrice G. W. Willemsen ; foto midden: de verpleegden aan het werk: foto rechts: Het tehuis aan de Stille Veerkade 35. (foto's Hifmans). AMERIKAANSCHE INDUSTRIE. Een industrie die in Amerika reeds lang tot bloei kwam, doch nu vooral door den Europeeschen oorlog 'n groote vlucht genomen heeft, is ongetwijfeld de motoren-fabricage. Wij geven hierboven een kijkje in het proefstation der Cadillac-fabriek, waar de 8 cyl.-motoren moeten inloopen en electrisch geremd worden. BEGRAFENIS SLACHTOFFER MARINESLOEP. Maandagmorgen is met militaire eer te Amsterdam begraven het stoffelijk overschot van den korporaal-stoker P. Boon, die tengevolge van het ongeval met de marinesloep in het Brielsche Zeegat, om het leven kwam. De belangstelling voor het huis van het slachtoffer, waar onze foto genomen is, was zeer groot. laat ze die houden ; een dozijn doozen zal haar niet leeren schilderen. En jij verdient ook wel een kleine bestraffing. Vind je niet ?” Tilly keek hem aan met droevige oogen en deed een poging hem te passeeren, doch op hetzelfde oogenblik voelde zij zijn arm om haar heengeslagen. „Mijn arme lieveling,” fluisterde hij haar in ’t oor, „dacht je werkelijk dat ik ’t meende ?” Tilly wilde zich uit zijn omarming losmaken, maar zijn armen waren sterk. „Weet je dat ik je bemin, lieveling? Zeker weet je dat ... Je moet dit allang hebben opgemerkt ...” „O, neen, u praat onzin !” riep ze uit. Hij liet haar los, doch vatte haar beide handen en keek haar recht in de oogen. „Onzin ? ik geloof ’t niet ging hij voort. „In allen geval ishet geen onzin voor mij. Jij moet mijn lief vrouwtje worden EEN VACANTI EREISJE. Door de hoogste klassen der M. U. L. O.-school van Franeker werd de vorige week een tweedaagsch schoolreisje gemaakt. Het behoeft geen betoog, dat de smulpartij in den „Kersentuin” bij Arnhem bij hen altijd in aangename herinnering zal blijven. en mijn eenzaam tehuis opvroolijken. Zeg dat je mij liefhebt, Tilly !” Wat Tilly las in zijn oogen stelde haar gerust, omtrent de waarachtigheid van zijn gevoelens en gelukkig vertrouwend legde zij haar hoofd aan zijn borst. „Mijn schilderdoos zal voortaan voor ons beiden dienen,” zei hij, terwijl hij haar kuste. ONZE FOTOGRAFIEWEDSTRIJD. In antwoord op de vele aanvragen deelen wij mede, dat nieuwe abonné’s het recht hebben mede te dingen in onzen fotografiewedstrijd. De wedstrijd sluit 15 Augustus a.s. Dinsdagmorgen is onder zeer veel belangstelling, ook van de zijde van autoriteiten en kunstbroeders, het stoffelijk overschot van den overleden kunstschilder H. W. Mesdag, plechtig ter aarde besteld op de begraafplaats „Oud-Eik-en-Duinen” te ’s-Gravenhage, Links Min. Loudon, vertegenwoordiger der Regeering, voert het woord; midden: de begrafenisstoet, geformeerd voor het sterfhuis aan de Laan van Meerdervoort; rechts: Willy Martens, voorzitter van „Pulchri Studio’’, zijn rede uitsprekend. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. BEGRAFENIS H. W. MESDAG.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1726 tot 1730 van 11897