Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1721 tot 1725 van 11897
Nummer
1915, nr. 56, 12 juli 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 16 VERGADERING VAN LEDERFA BRI KANTEN De Vereeniging van Lederfabrikanten hield op Woensdag 7 Juli te Waalwijk een drukbezochte vergadering. De vergadering was met het oog op de tijdsomstandigheden en de daarmede verbandhoudende voortdurende stijging van de lederprijzen van zeer groot belang. blijvend 1” — Marwood negeerde deze interruptie., hoewel een wrevelige trek zijn gelaat verduisterde. „Ik verloor,” ging hij voort. „Je gooide jezelf weg aan dien kinkel Fraser (tot zijn teleurstelling kwam er geen verontwaardigd protest van haar lippen) en verliet de stad om hier te gaan wonen. „Maar ik zwoer mij- te zullen wreken.” Zijn stem klonk nu luider en dreigender. „Ik hield je in ’t oog en wachtte mijn tijd af. Die tijd kwam toen mijn oom mij zijn fortuin naliet onder de bepaling dat ik zijn naam zou aannemen. Dit vergemakkelijkte mijn wraak. Ik kwam hierheen en zorgdragende door jou noch door je man te worden gezien, kocht ik je woning en de fabriek waar je man werkte.” Wreede voldoening blonk uit de oogen van den man. Hij moest iemand zijn van een hatelijke natuur. „Ik wilde jouw trots breken,” ging hij voort. „Toen ik je voorstelde, smeekte, dien kerel, dien Fraser te laten loopen, weigerde je. Je kletste van ware liefde, die meerwaard was dan al het geld ter wereld en durfde mij toevoegen, dat ik je alleen wenschte als een tijdpasseering, een speeltuig.” „Ik wilde je vernederen,” ging hij voort met een stem trillende van haat, „en, bij den hemel, het is me gelukt. Eindelijk ben je hier gekomen om aan mijn voeten te kruipen en te smeeken om genade. Aha ! mijn tijd, het oogenblik der wraak is aangebroken.” Zijn wreede woorden rakelden al het vuur der verontwaardiging in de arme vrouw op. Ze sprong van haar stoel op en naderde hem met gebalde vuisten en vlammende oogen. „Je liegt!” riep ze uit, „Ik kwam niet hier om te kruipen. Ik heb nooit om medelijden gesmeekt en zal het nimmer doen aan iemand als jij 1” Hij keerde haar den rug toen en liep naar haar kind, dat nog steeds in den stoel te slapen lag. Hij schoof den doek een weinig terzijde, zoodat hij de kleine in het magere gezichtje zien kon. SCHOOL VOOR LEDERBEWERKERS. Te Waalwijk is een school gesticht voor lederbewerkers, die in September zal worden geopend. HET VERDWIJNEN DER MARINEWERF. In aansluiting met de foto die wifin een onzer vorige nummers gaven naar aanleiding van het verdwijnen der Marinewerf te Amsterdam, geven wij hier nog een overzicht van het uitgestrekte terrein der Werf. „Arme kleine bedelaar,” zei hij met de ploertige bedoeling de jonge vrouw in haar moederliefde te wonden, „Arme kleine schooier. Half verhongerd, zwak, slecht gekleed. Binnen een, jaar ben je dood -—of nog erger, j$ slijt je leven later in een gekkenhuis.” Nellie sprong op als een tijgerkat; ze sprong op hem af met zoo’n woede, dat hij een paar passen achteruittrad. „Hij is niet arm en hij is niet half verhongerd,” schreeuwde zij hem toe, „Hij is de mooiste jongen ter wereld. Hij is mijn jongen, van mij en van Jim en jij zult geen gruwelijke dingen van hem zeggen.” En zij viel op de knieën en drukte de kleine aan haar hart, terwijl ze met een vijandigen, uitdagenden blik naar den aterling opzag. Marwood glimlachte en zonder een woord te spreken liep hij naar de deur, ontsloot die en ging de kamer uit. Nellie hoorde de deur aan de buitenzijde weer op slot doen en wist dat ze nog steeds gevangen was. Twee minuten later keerde Marwood weer terug in zijn armen een zuigeling iets jonger dan die van Nellie, maar o, zoo flink, met ronde blozende koontjes; een scherp contrast met het schamel gekleede werkmanskindje. „Zie je, ik heb ook een zoon en erfgenaam,” schamperde Marwood voor de arme vrouw stilstaande. „O, neen, ik was niet zoo ongelukkig dat ik geen andere vrouw Op Woensdag 7 Juli kon trouwen I Dat was je me niet waard ! Een half jaar later was ik ook getrouwd. „Kijk eens naar mijn jongen,” ging hij voort. „Vergelijk hem eens met dat schamele wurmpje van jou 1 Zie eens wat geld doen kan. Ik kan hem volop voedsel, verzorging geven, ik kan hem alles geven wat een kind gezond en gelukkig maken kan. Jouw kind had kunnen zijn als hij . . .” Hij hield even op en verlustigde zich in den aanblik van de knielende, weenende vrouw voor hem, die, over baar kind heengebogen, het uitgilde, dat bij even goed, neen, beter was dan bet rijkste kind ter wereld. John Marwood genoot met volle teugen van zijn wraak. Ja, hij wist wel hoe hij een vrouw tot in het diepst van haar ziel wonden kon. „Moet je niet eens naar mijn jongen kijken en zeggen wat een prachtige jongen hij is?” vroeg hij. „Moet je niet . .” Hij hield verschrikt op. Een zenuwtrekking misvormde de gelaatstrekken van het kind. „Hemel 1” riep hij uit. „Wat scheelt er aan ? Wat is er aan de hand ?” De angstige toon in zijn stem deed Nellie voor het eerst opzien. Het volgende oogenblik had ze haar kleinen Jim weer op den stoel gelegd en was opgesprongen. Wat ze zag deed haar vergeten dat het andere kind van den man was, die zich zoo’n schurk tegenover haar getoond had. Zij was een vrouw en bovenal een moeder. En in haar groot moederhart was plaats voor alle kinderen. „Gauw, gauw 1” riep ze uit. „’t Is een stuip I Roep de verpleegster 1” Marwood keek haar aan met een gelaat, waarin alle wreedheid had plaats gemaakt voor intensen angst. „Ik kan niet !” zei hij radeloos. R.K.-Ml DDENSTAN DSBON D „DE HANZE" hield de R.K.-Middenstandsbond „De Hanze” te Krommenie een vergadering die druk bezocht was. Hierboven een foto van de talrijke aanwezigen. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN „De verpleegster is uit. Wat moet ik doen ?” Nellie maakte een ongeduldige beweging. „Roep zijn moeder dan,” hernam ze op bevelenden toon, „en t n dokter. Begrijp je, ’t is zeer ernstig.” Hij legde het kind in Nellie’s gastvrije armen. „Houd hem een oogen blik,” zei hij. „Ik zal zijn moeder halen.” Mevrouw Marwood, een klein vrouwtje met een popperig gezichtje kwam de kamer in vliegen. „O, wat moeten we doen ?” riep ze handenwringend, toen ze de kleine zag. „Wat moeten we doen?” „Heb je om een dokter gestuurd ?” vroeg Nellie. Marwood knikte. Hij was zeer bleek. „Breng me een bad met heet water, snel 1” beval Nellie. Met een medelijdenden blik op het onbeholpen poppen mevrouwtje begon Nellie Fraser de zuigeling uit te kleeden en was hiermee klaar, toen Marwood met het badje terugkeerde. Nellie beoordeelde de temperatuur van het water met haar band en dompelde het kind er in, terwijl de vader en moeder er hulpeloos bijstonden. Ze had er juist de kleine weer uitgehaald en in een deken gewikkeld, die Marwood op haar verzoek gehaald had, toen de dokter binnentrad. „Ik ben blij dat het niet erger is, mijnheer Marwood,” zei hij. „Die prompte behandeling was uitstekend. Juffrouw Fraser — ’t is immers juffrouw Fraser ? — was hier juist te gelegener tijd. Ik mag wel zeggen dat ze uw kind het leven gered heeft.” Nellie stond op en nam haar kind dat onder alle drukte rustig doorgeslapen had op den arm. „Ik zal nu maar heengaan,” zei ze met een vijandigen blik op Marwood. Marwood aarzelde, doch toen ze de kamerdeur reeds bereikt had, trad hij op haar toe en lei haar de hand op den schouder. HET VERDWIJNEN DER MARINEWERF. Het terrein der Werf, gezien vanaf een ander punt. Het hoofdgebouw, rechts op de foto, blijft bestaan evenals enkele andere der oude gebouwen. „Juffrouw Fraser,” zei hij op min of meer verlegen toon, terwijl hij haar niet in het gelaat durfde kijken, „ik was een bruut, een schurk, en niettemin heb je mijn kind gered. Ik heb spijt over wat ik gezegd heb. Je hebt me een les gegeven, Nel. Ik vraag je vergiffenis voor mijn 'handeling, en ik zeg je dat je in je woning blijven kunt zoolang je wilt. Ik wil je man niet vragen op mijn fabriek te komen werken, want ik weet dat hij te trotsch is om zoo’n offer aan te nemen. Maar ik zal zorgen dat hij op een andere fabriek een betrekking krijgt en een goede ook. Ik heb al mijn invloed aangewend om dat te voorkomen ; ik zal nu het tegenovergestelde doen 1” Nellie deinsde achteruit. Dat was meer dan ze had kunnen of durven verwachten. Ze keek den man die eens be weerd had haar te beminnen en haar nu zoo diep gegriefd had met uitdagenden blik aan. Haar besluit stond vast. „Liever sterf ikl” zei ze op verachtelijken toon. Toen vloog ze haastig de gang in, het heerenhuis uit, terug naar haar schamele woning, naar armoede en tegenspoed.
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
01
Tekst
(3a) 15 VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers ff 0.075 UITGAVE A. W. SIJTHOFF’S UITGEVERS=MAATSCHAPPÜ, LEIDEN - RED. EN ADM. DDEZASTRAAT 1, TEL. 1. HET WELDADDGHEIDSTUINFEEST IN DEN HAAG De boerendans, gearrangeerd door Mejuffrouw Jacoba van der Pas Mr, Van leeuwen offert voor het goede doel prof. ftomano in sijn tent Sanderyn Snny Vrede; 8en bidder - Schwab O p Zaterdagmiddag en -avond is er in den prachtigen tuin achter de villa van Mevrouw de weduwe Taco Mesdag, aan den Scheveningschen weg te ’s-Gravenhage een in alle opzichten schitterend geslaagd tuinfeest gegeven ten bate van het Haagsche Steuncomité en van beeldende kunstenaars uit den Haag, die steun behoeven. „Die Haghespelers” vertoonden een openluchtspel’, het abele spel van Lanceloet ende Sanderyn. Er werd gespeeld op het grasveld, waarachter struikgewas was aangebracht om het geluid zooveel mogelijk te weerkaatsen. Aan de andere zijde verhieven zich amphitheatersgewijze ongeveer 450 zetels, waarvan er bijna geen enkele onbezet bleef. Tegenwoordig waren o.a. Mr. Goeman Borgesius, voorz. der Tweede Kamer; Mr. Van Leeuwen, lid van den Raad van State en de heer Sirtema van Grovestins, grootmeester van het Huis van H.M. de Koningin. De vertooning heeft geboeid en bekoord. Met fijn overleg was het „spel’’eenvoudig, maar klaar geregeld. De ' schitterende beeldspraak tusschen den valk en den bloesem, het hoogtepunt van het stuk, werd zeer goed gezegd en kwam uitstekend tot haar recht. Een 60-tal, in zeer smaakvolle zomertoiletjes uitgedoste jongedames, hadden zich in dienst der liefdadigheid gesteld en verkochten bloemetjes, terwijl men in een geimproviseerden vischvijver hengelen kon voor een goed doel. Voorts waren nog in een ander gebouwtje tentoongesteld een 50-tal prijzen, schilderijen door de vervaardigers afgestaan voor de verloting. Op een tweetal plaatsen deed een orkestje van amateurs zich hooren, terwijl de jonge dames handen te kort kwamen om de hongerige en dorstige gasten te spijzen en te laven.
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 2 UIT HET ZWARTE BOEK VAN ’N TELEGRAFIST DOOR J. T. VAN LEIDEN IP.. (Vervolg). te beginnen moest ik de kieren van deuren en ramen met kleeren, dekens, met de Perzische tapijtjes die op den vloer lagen, dichtstoppen, opdat mijn gehamer zooveel mogelijk zou gesmoord worden. Op den tast opende ik de spiegeideur van de kleeren- • kast, bedacht me toen weer. ..... Stel, dat mijn pogingen gelukken, dat de deur week en ik veilig in ’t vertrek daarnaast terechtkwam — zou men dan niet aan de verwarring van kleeren en dekens merken dat............. Op dit oogenblik bewoog er iets in de kast, een krakend geluid deed zich hooren — ik stond onbeweeglijk, luisterde gespannen. Er was iemand in de kast — dat leed geen twdjfel; ik voelde liet met meer zekerheid dan wanneer ik het gezien zou hebben. Nu ruischte er even iets, alsof een vrouwenrok bewoog, en in mijn kloppende, strakke ooren zwol dat kleine geluid aan als tot een windgolf. „Ik wachtte, ademloos. Dat Andere en ik waren daar alleen in de kamer, in de zwarte duisternis, wetend eikaars aanwezigheid. Zwijgend daagden we elkaar uit tot een daad. En in dit oogenblik, misschien alleen door die tusschendeur gescheiden van Mary, die ik tot eiken prijs bereiken wilde, voelde ik hoe begeerig ik aan hetleven hechtte. Als door de hulp van een zesde zintuig wist ik de aanwezigheid van dat Andere, en mijn zenuwen waren zoo sterk gespannen — ik was nu eenmaal geen inbreker van beroep — dat ik bijna een meter achteruit sprong toen een ratelend geluid de stilte doorknarste. Het wTas een klokje op den schoorsteenmantel dat begon te slaan en bijna lachte ik om mijn schrik, ondertusschen het ding verwenschend dat zoo tergend luid en langzaam sloeg en me belette de nadering van het Andere te hooren. Want het naderde, het kwam uit de kast en naar mij toe, langzaam......... Toen, met ’n ruk, greep ik naar mijn lucifers, voelde in plaats daarvan de revolver, die ik vergeten wras , tusschen mijn vingers. En op ’t zelfde oogenblik deed het Andere wat ik had wallen doen : tegenover me brak een blauwgeel vlammetje de duisternis. Onmiddellijk legde ik juist boven het licntje aan, een weinig naar rechts. Nu mocht komen wat wilde. De lucifer brandde helderder, de vingers die de vlam beschutten gloeiden rosé tevoorschijn. En nu bloeide een gelaat op uit de duisternis, een vrouwengelaat onder een grooten, gevederden hoed. Twee witte gezichten staarden elkaar aan, met groote, holle oogen, waarin de waanzin loerde, .... De lucifer doofde en viel; duisternis en stilte wikkelden de Andere en mij als in een tastbare omhulling. Maar met een enkelen sprong was ik bij haar en greep haar handen en hijgde : „Mary.........!” „Stil!” fluisterde ze en legde de hand, die ik kuste, op mijn mond. „Spreek heel zacht! We zijn hier nog ruim een uur veilig, maar wees stil!” Ze leidde me voorzichtig naar de deur, ontstak het electrisch licht. „Het kan geen gevaar —ik hoorde je de blinden sluiten.” „Maar de buitendeur.........” waarschuwde ik. „Die kan niemand anders openmaken dan hij. . .” „Wie. .. .r „Hij — graaf Saninovitch ; het is een slot dat hij zelf heeft laten aanbrengen. Hij is nu in de speelzaal ; vóór elf uur komt liij nooit terug.’’ „Maar wat beteekent dit alles, Mary ? Wie is Saninovitch, wat ben jij zelf hier, in déze omgeving ?” Het gevoel van betrekkelijke veiligheid had ons een weinig tot kalmte gestemd, en, naast elkaar op de sofa zittend, konden we zelfs een oogenblik schertsen over onzen angst van daareven, onzen angst voor — elkaar ! Maar Mary zag moe en bezorgd, en haar handen voelden koud ; ze trilde in mijn arm dien ik om haar heen had geslagen. „Waarom schreef je me niet meer ?” vroeg ik. „Ik wist niet, op ’tlaatst, of je nog leefde.........En hoe kom je hier, wat doe je hier in Monte Carlo, onder dien aangenomen naam ? Vertel me alles.........” „Luister : ik werd uit dat pension gezet, omdat ik H. W. Mesdag — Schemering. Ter gelegenheid van het overlijden van den grooten Hollandschen zeeschilder Mesdag, reproduceeren wij hierboven een van zijn werken, overgenomen uit het indertijd bij A. W. Sijthoff’s Uitgevers-Maatschappij te Leiden verschenen Mesdag-album. In Panorama no. 19 van den eersten Jaargang plaatsten wij een der laatst genomen portretten van den nu overleden schilder, over een volle pagina, terwijl wij nu op pagina 6 van dit nummer een goed gelijkend portret van hem brengen, uit den tijd waarin hij zeer op den voorgrond begon te treden. niet betaalde ; mijn piano-lessen wogen niet tegen de rekening op en mijn bonten mantel bleef achter. . . . Natuurlijk bekommerde niemand zich om je brieven, en zoo wist ik van jou evenmin iets. Wat ik nog had aan een of twee armbanden en ’n paar ringen, verkocht ik, totdat ik ten slotte op straat zwierf, opgepakt zou worden als er geen redding kwam. Ik begreep dat ik den een of anderen doortastenden maatregel moest nemen, niet zoeken en rondloopen, maar ergens ’n slag slaan. . . ’n Oogenblik dacht ik over ’t Amerikaansch Gezantschap, maar daar zouden ze misschien te veel van me willen weten — en te wreten kómen — dus, zonder veel met mezelf te redeneeren, stapte ik de Engelsche Ambassade binnen, ’t Kostte me heel wat leugens eer ’t me gelukte eerst bij den secretaris, toen bij den gezant te w’orden toegelaten. Maar ’t lukte, en ik liet me niet verdrijven, ofschoon de gezant me herhaaldelijk zei dat „gevallen” als ik bij den consul thuishoorden. Ik deed verontwaardigd, zei dat ik geen aalmoes wou hebben, dat ik werken wilde, dat elk baantje aan ’t gezantschap voldoende voor me was, zelfs dat van werkster.........Zijne Excellentie lachte, en hij scheen er schik in te hebben dat ik gemakkelijk sprak en niet dom bleek te zijn. Maar toch stuurde hij me naar den consul. Die wilde me afschepen met vijf pond, en een half uur later stond ik weer op de stoep van den gezant. Ik wachtte tot ik hem uit de cour zag komen en liep zónder, aarzelen tegen hem aan, als bij ongeluk. Z’n wandelstok, dien hij onder den arm had terwijl hij zijn handschoenen aantrok, trof me vrij pijnlijk aan mijn wang, en hij was te veel gentleman om me niet aan te spreken en z’n leedwezen te betuigen. Nu kwam hij zoo gemakkelijk niet van me af. „De consul wil me een fooi geven, Excellentie,” zei ik verontwaardigd. „Kunt u me niet één, hoogstens twee weken iets te doen geven, totdat mijn man terug is ? Ik kan machineschrijven, stenografeeren, uw telefooncentrale bedienen.........” Hij zag me een oogenblik glimlachend aan, zei toen : „ik bewonder uw vasthoudendheid — kom morgenochtend terug!” „Nu had ik vasten grond onder de voeten. Hij zou me niet zoo gemakkelijk weerkwijtraken En den volgenden morgen zat ik op ’t kantoor van den tweeden secretaris, waar me de onnoozelste dingen werden opgedragen : opbergen van vijf jaar oude correspondentie, overschrijven van landbouwrapporten die niemand ooit lezen zou. Maar gedurende de vele uren dat de secretarisin ’t kabinet van den gezant confereerde, maakte ik me den tijd met beter werk ten nutte ; ik ben er de vrouw niet naar me lang met kleinigheden op te houden. Van een gebroken electrischen waaier die onder in ’n kast lag, nam ik tien meter draad, en ’n ongebruikten telefoonhoorn vond ik op ’n middag . in de portiersloge. Na wat gezoek in de donkere gang die naar de kamer van den gezant leidde, en na drie dagen voorzichtig werken, had ik bij stukjes en brokjes de particuliere leiding van Zijne Excellentie aan de mijne geschakeld. En toen gebeurden er groote dingen ! De heele geschiedenis van graaf Saninovitch lijmde ik aaneen : de man isin geheimenFranschen dienst; men zegt dat hij ’t is die Kitchener’s Afghanistansche grensplannen in handen wist te krijgen, en in verband stond met ’t aftreden van Lord Curzon. Verleden jaar Maart werd hij op Jamaica door de Britsche autoriteiten gearresteerd omdat hij de forten van Port Royal fotografeerde ; maar hij ontsnapte. En op ’t oogenblik is hij in ’t bezit van kaarten en plattegronden van ieder onderdeel van Gibraltar. Natuurlijk zoekt men hem en hoopt men die papieren uit zijn handen te krijgen. Ziedaar wat de telefoon me leerde. En toen ik genoeg wist, toen op ’n morgen een geheim politieman van ’t Engelsch Departement van Buitenlandsche Zaken telefoneerde dat Saninovitch in Nizza gezien was — toen stapte ik regelrecht naar den gezant. Ik zei hem wat ik wist, maar weigerde te vertellen hoe ik eraan kwam. Dat gaf me prestige tegenover hem. Hij hield zich goed, maar ik kon zien dat hij paf was. En denzelfden avond zat ik op den trein, in een gereserveerden coupé, als Lady Chisselden, voor welke rol het gezantschap me de uitstekendste papieren had meegegeven, om nog niet te spreken van een ruimen credietbrief en een koffer vol modieuze toiletten, dien eigen middag in alle haast gekocht. Et voila !” Ik had in spanning geluisterd, maar toch zag ik bezorgd naar de klok : de tijd ging voorbij en het uur zou om zijn eer we ’t wisten. „Het hindert niet,” zei Mary kalm ; „nog ’n half uur.........en in ’t uiterste geval kom ik hier nog eens terug : ik heb den tijd. Het is me om die papieren te
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
03
Tekst
ONZE NIEUWE PREMIE. TWEEDE SERIE: HET GEDENKBOEK VAN DEN OORLOG VOOR DE JEUGD. AAN DE JONGENS EN MEISJES DIE „PANORAMA” LEZEN. Ziehier het tweede vel met plaatjes. Nu zullen we u eens wat meer vertellen van het Album, waarnaar ge de vorige maa! zoo nieuwsgierig waart. In dit Album vindt ge voor elk plaatje een vaste plaats; ge moet de plaatjes netjes langs de randen uitknippen en ze dan op hun nummer plakken. De tekst' van het Gedenkboek vertelt u van iedere afbeelding de beteekenis. Hoe ge nu aan dit Album komen moet ? Ge hebt het ons slechts te bestellen onder toezending van vyf-endertig cent, een kleinigheid zooals ge zien zult, want het Album is heel wat meer waard. Maar ge krijgt het alleen voor dien lagen prijs als ge abonné op „Panorama” zijt; de niet-geabonneerden moeten zeventig cent betalen en voor hen zijn slechts weinige exemplaren beschikbaar. Van dat Album zult ge opkijken ! Het is keurig uitgevoerd en verhaalt u in het kort de Geschiedenis van den Oorlog. Wanneer ge alle plaatjes bijeen hebt, vormt het Album een Gedenkboek dat de ouderen u benijden zullen. We hopen dat de vacantie u mooi weer zal brengen ; maar mocht er eens een regendag komen, dan geeft die u een goede gelegenheid om de prentjes te gaan inplakken. Vraag dus ons „Gedenkboek voor de jeugd” als vacantie-cadeau ! h WETTIG BETAALMIDDEL. Serie 328 KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. De Mi, GULDEN. Eerlandscbe Bank Augustus 1914. Financiën ZILVERBON Groot TWEE Wordt ter en aan alle Rijkskantoren? Inwisselbaar Geregistreerd De Agent can kef Ministerie oon Financiën Het niraiVcn of rervabehea nu rikerbew «net bet oog Onrerr&hebt uit te gewen of te doen uitgerea wordt gestraft ten hoopte negen jaren. Sa
PDF
Nummer
1915, nr. 57, 15 juli 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA doen, en ik weet al waar ze te vinden zijn. . . .. Wanneer jij me niet had opgeschrikt juist toen ik er de hand naar uitstrekte, waren ze alin mijn bezit geweest.” Ze lachte, terwijl ze zich met een gewoonte-gebaar de haren van ’t voorhoofd streek, maar ik zag hoe bleek haar gezicht was en hoe moe haar oogen stonden. Ach, we waren geen van beiden geboren voor het werk dat we deden, en toch dreef het lot ons tot avonturen. . . Ik stond op. „Nu dan. . . .” Maar Mary hield me bij den arm. „Nog even.... dietusschendeur is open : ik stak een ijzerdraad in ’t slot, op ’n avond toen Saninovitch den sleutel omdraaide. Ieder oogenblik kunnen we naar mijn kamer ontsnappen. Denk eens aan,” ging ze bijna vroolijk voort ; „als ik slaag, en daarna een brief naar Rome overbreng dien de gezant me meegaf, dan ligt er vijfhonderd pond voor ons klaar — tweeduizend vijfhonderd dollars !” Ik greep haar hand. „Dat zou ons een kans geven !” En ik vertelde haarvanmijnwerk op het Amerikaansche jacht en hoe ik een rechter uit het Hoog Gerechtshof en een agent van ’t Central Office in Chicago en twee Engelsche detectives over de Sheldon-waarden had hooren spreken. „Toen de politie in Hannock en Sheldon’s speelclub een inval deed dien avond van onze vlucht, blijkt een van hen er met al de papieren vandoor te zijn gegaan, meerendeels gestolen chèques en verhandelbare waarden, die van beteekenis zijn als bewijsmateriaal tegen den gokker. Op ’n handige manier wist die man er mee rond te trekken tot de politie niet zeker meer was van zijn spoor en ten slotte kwam hij er mee in New-York, waar een helper passage voor Napels had genomen op de Slavonia. En die eerste man is — Hannock !” „Hannock !”riep Mary. „Ja — hij was den invallers te vlug af. De helper is Morlay, z’n adviseur, een vroegere advocaat, die geschrapt werd na een onregelmatigheid in ’n proces. Morlay en z’n papieren worden Vrijdag in Genua verwacht. Ik hoorde ’t een en ander op ’t jacht, en — natuurlijk was dat iets voor mij, iets dat me misschien in staat zal stellen je voor goed voor avonturen als dit te bewaren. . . . „Hetzelfde wat ik dacht, toen ik dit begon,” zei Mary. ,,Jou voor verdere avonturen bewaren . . . Maar ach — we zullen er wel altijd midden in zitten ; we zijn ertoe voorbeschikt !” Ze stond op. En in hetzelfde oogenblik bleven we bewegingloos, staarden elkaar met strakke, groote oogen aan. Bij de tusschendeur had ’n krakend geluid weerklonken, alsof een grendel verschoven werd. Mary vloog erheen, draaide de kruk om. „Gesloten ! Hoe is ’t mogelijk! Zou Saninovitch. ...” Ze luisterde een oogenblik aan het sleutelgat, ging toen naar de buitendeur, luisterde ook daar: „onmogelijk, hij kan niets weten — het moet een toeval zijn. . . .” Ze nam mijn handen, zag me wanhopig aan: „ach —wat heb ik nog veel te leeren, wat ben ik nog onbedreven in ’t vak ! Natuurlijk, het is eenvoudig ’t kamermeisje dat in haar ijver de tusschendeur sluit, zooals ze ’t de vensters doet....... Maar had ik dan ook gedacht hier zoo lang te blijven !” Ze zag naar de klok. „Nog een kwartier.. . . Vlug! Hier onder in dezen kleinen koffer moeten ze zijn, de papieren. ...” .Haastig rukte ze aan den koffer, betastte dien aan alle kanten, klopte er tegen, onderwijl voortpratend : „ergens moet ’n veer zitten, die een verborgen schuiflade opent .... Ik heb Saninovitch de NIEUWE CANADEESCHE TROEPEN NAAR EUROPA. Aankomst te Montreal van 2 Canadeesehe bataljons uit Winnipeg, die gereed zijn om direct naar Europa verscheept te worden. Eigenaardig is wel, dat de nieuw gevormde regimenten alle in het bezit zijn van een eigen muziekcorps, zooals ook op bovenstaande foto te zien is (zie de mannen bij de wagons). NIEUWE STRIJDWERKTUIGEN VOOR EUROPA. In Amerika vinden er nog steeds vele handen werk met het vervaardigen van ammunitie en nieuwe kanonnen, in hoofdzaak bestemd voor Engeland. Op bovenstaande foto zien wij een dezer stukken, waarmede proefgeschoten moet worden, van een lading voorzien. papieren er uit zien nemen op ’n avond, want ’t eerste wat ik deed, toen ’t me gelukt was een kamer naast de zijne te krijgen, was’n gaatje te boren in ’t deurkozijn. O, ik heb er tijd en geduld aan besteed ! Als je wist hoe diplomatiek ik ’t aanlegde met hem in aanraking te komen. ... De laatste dagen waren we voortdurend NA DEN VAL. VAN LEMBERG, Een bij Lemberg door de Russen gebouwde loods voor luchtschepen werd door hen bij hun terugtocht weder vernietigd. samen ; ik reed in zijn automobiel, was de vermaarde Lady Chisselden. ...” Ongeduldig keerde ze het koffertje om en om, drukte den vinger op eiken spijker. „Gisteren- en eergisterenavond waren we in de concertzaal; vanavond wendde ik hoofdpijn voor. . . . Daar ! Ca y est !” Ze uitte een kreet van blijdschap: de geheime bergplaats was gevonden. Haastig greep ze de drie, vier papieren bij elkaar die er uitgleden, zette het koffertje op zijn oorspronkelijke plaats, zag rond. of niets onze aanwezigheid zou kunnen verraden : „en nu — langs denzelfden weg dien jij gekomen bent !” Ik rukte de balconramen open, maar op hetzelfde oogenblik knarste een sleutel in de gangdeur, met een geluid als bewoog zich een langzaam en ingewikkeld raderwerk. In een oogwenk had Mary ’t electrisch licht uitgedraaid. Ze drukte me de papieren in de hand : „vlug — op ’t balcon — zorg, dat je in veiligheid komt — met hèm zal ik wel een accoordje maken.........” Maar ik verzette me. „Neen, neen — wat er ook gebeurt : jij moet zorgen dat je wegkomt !” Ze drong me het balcon op. „Te laat.........Maak je over mij niet bezorgd ! Denk er om : de papieren breng ze uit ’t gedrang, bij ’t gezantschap in Rome — dat is de hoofdzaak !” Toen kraakte de kamerdeur open, een zware stap weerklonk, en terwijl ik wegdook op den vloer van t balcon, werd ’t electrisch licht daarbinnen opgestoken. Mary had met een snelle beweging de gordijnen dicht laten vallen, en stond er met den rug tegen aan toeft Saninovitch binnentrad. Maar door een kier zou ik, als hij licht maakte, alles kunnen zien, en ik dacht niet aan weggaan zoolang Mary in gevaar was. Waarom ook ? Met dien Rus moest afgerekend worden, want aannemen dat Marv hem haar aanwezigheid als een vriendelijke verrassing zou doen begrijpen kon ik niet, en dan was ik er toch de naaste toe om den eersten klap te geven. Maar je kon niet weten —ze was handig ; misschien liep alles goed af, en dan kon ik nergens beter zijn om uit de voeten te komen dan hier. Het electrisch licht scheen plotseling fel op ; ik zag hoe Saninovitch, verwonderd, onbeweeglijk bleef staan, en Mary aanstaarde. Kalm, glimlachend ging ze op hem toe, de hand naar hem uitstekend. „Waaraan dank ik uw bezoek ?” vroeg hij koel, gewend wantrouwig te zijn. Marv’s stem klonk betooverend ; in houding, in gebaar en intonatie was ze Lady Chisselden, en niemand anders. „Mijn migraine ging over; ik voelde me alleen...... Toen verlangde ik naar uw gezelschap !” Hij nam haar hand niet aan ; zijn blikken zwierven snel door de kamer, bleven een seconde lang op het koffertje gevestigd. „En hoe kwam u hier binnen ?” vroeg hij, vormelijk als te voren. Ze zette zich gemakkelijk in een hoek van de canapé. „Ik tikte aan onze tusschendeur, meende een ant- — en tot mijn verbazing bleek de Saninovitch ging met snelle, groote passen op de deur toe, bewoog de kruk, zette zijn zwaren schouder tegen het paneel. Het trof mij, zoo buitengewoon groot en zwaar gebouwd hij was ; elk van zijn bewegingen had diefeillooze zekerheid, die rustige „hauteur” welke alleen uit militaire of sportieve training schijnt voort tekomen. „Zonderling,” merkte hij op, „nu is ze gesloten. . . . En wilde u mij in het donker wachten?De verrassing hoezeer ik ze op prijs stel, lijkt me toch een weinig. . . . vergeef me ’t woord — indelicaat, Lady Cnisselden !” Er klonk ironie in zijn stem en hij bleef haar eenige oogenblikken met licht opgetrokken wenkbrauwen aanzien. Ik keek hem juist in ’t gelaat: zijn voorhoofd was hoog en blank, de neus lang en smal; een goedverzorgde knevel stak donker tegen de bleeke huidkleur af. (Wordt vervolgd). 57 (3a) woord te hooren deur open.........”
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1721 tot 1725 van 11897