|
PANORAMA
EEN EN ANDER OVEI
VOLKENRECHT
Hi^L-^i^Janneer we constateeren dat men sinds 1 Augustus
1914, dat is dus gedurende 11 maanden,
dagelijks over Volkenrecht te lezen en te
hooren krijgt, dan overdrijven we volstrekt
niet. En wat hooren we gedurende al dien
tijd, dat de oorlog nu reeds duurt, over
lat Volkenrecht? Niets anders dan alle mogelijke en . . .
ónmogelijke schendingen ervan. Nu eens zijn het luchtschepen,
die een onverdedigde stad, een z.g.n. open stad,
gebombardeerd hebben, dan weer zijn het duikbooten die
neutrale schepen torpedeeren, dan weer is het het gebruik
van verstikkende gassen, dat door een van de oorlogvoerende
partijen misbruikt is. mogen we wel zeggen,
in strijd met het Volkenrecht.
Van den meest begaafden jurist, tot den minst genialen
straatjongen toe, weet een ieder, dat ’t Volkenrecht ontelbare
malen geschonden is. Intusschen- is niet aan een
ieder bekend, wat we zouden willen noemen de historische
ontwikkeling van het Volkenrecht. Ons doel is nu,in korte
trekken een en ander daarover mede te deelen.
Wanneer we teruggaan tot den tijd der klassieken, tot
de eeuwen waarin Hellas en Rome de groote wereldrijken
waren, dan zien we dat ook toen reeds, tusschen de
verschillende volkeren, stilzwijgend vaststond, dat ze zich,
bij het elkaar beoorlogen, aan eenige regels zouden houden,
die een mildere wijze van oorlogvoeren beoogden.
We denken daarbij in het bijzonder aan het ontzien
van vrouwen, kinderen ' en grijsaards, die men voor een
HUGO DE GROOT,
Nederlandsch rechtsgeleerde en staatsman, geb. 1583. gest. 1645. Grondlegger
van het algemeen staatsrecht, de rechtsfilosophie en het volkenrecht.
bestorming van een belegerde stad, zelfs voor de belegering,
weg Het trekken. En voorts aan de gewoonte om een
wapenstilstand toe te staan, teneinde de dooden te begraven,
terwijl het niet meer dan fatsoenlijk was zoo
men den vijand de gelegenheid gaf de lijken van diegenen,
iie op het door den tegenstander bezette terrein gevallen
waren, terug te halen.
Dit gold voor Griekenland.
Wat Rome betreft, daar vinden we bovendien als geldende
regel, dat men, vóórdat men een oorlog aanving,
eerst een oorlogsverklaring moest sturen: het volk, dat
zich niet aan deze „wet” hield, werd beschouwd als een
barbaarsche natie. Tegenwoordig neemt men het echter
zoo nauw niet, gelijk b, v. blijkt uit den Russisch-Japanschen
oorlog, waarin Japan zonder oorlogsverklaring
de vijandelijkheden begonnen heeft.
Voorts —■ om op Rome terug te komen —• kende men
de onschendbaarheid van de gezanten: al deze regels dus,
die heden ten dage nóg volle kracht genieten, dateeren
reeds uit de grijze oudheid.
In de vroegste tijden dus werd het volkenrecht vrijwel
bepaald door de regels, die Hellas en Rome, in dien tijd
ongeveer de eenige beschaafde staten, als recht stelden
en die door de andere stammen aanvaard werden.
Na den val van Rome „heerschte” er op volkenrechtelijk
gebied een tijd lang anarchie, totdat de Paus, met
zijn toenemenden invloed, als hoofd van de qver de geheele
wereld verbreide kerk, z’n stem deed gelden. Hij
was het, die, vredelievend van aard als zijn godsdienst
meebracht, steeds er op uit was oorlogen zooveel mogelijk
te beperken door zich als vredes-bemiddelaar aan te
bieden, en zoo er al een strijd ontbrandde, dan waakte
hij ervoor, dat men zich hield aan de regels van ’t
volkenrecht, die althans de wreedheid en de gewelddadigheid
van den wapenstrijd iets wisten te temperen.
Twee factoren van belang werkten er toe mee, dat het
recht tusschen de volkeren in mildheid en tevens in
omvang toenam. De kruistochten, die den ridderstand in
macht deden toenemen, leidden ertoe, dat ridderlijke opvattingen
van oorlogvoeren verbreid werden. En het toenemend
handelsverkeer, dat aan de kruistochten te danken
Is., maakte het noódzakelijk, dat tusschen de verschillende
landen de rechtsverhoudingen werden uitgebreid en. in
meerdere mate vastgesteld werden.
Zoo zien wc in verband met het zeerecht verschillende
regels opkomen: vaste bepalingen omtrent gewettigde en
ongewettigde kaapvaart kwamen tot stand, in deze tijden
10
Mr. J. DE LOUTER.
bekend Nederlandsch rechtsgeleerde, oud-hoogleeraar in de rechtswetenschap
aan de Universiteit te Utrecht, maakte in ’t bijzonder studie van het
Volkenrecht en was o, a. voorzitter van het 20ste Wereldcongres voor
den Vrede.
merken we bovendien voor het eerst iets van consulaten,
gelijk we die thans overal kennen.
Een reactie op dezen vooruitgang volgde echter, dank
zij den invloed van den beroemden, en ook beruchten,
staatsman Macchiavelli. De verkondiging van zijn ideeën
viel juist in de jaren, dat de invloed van den vredelievenden,
vredestichtenden Paus, sterk afnam.
Macchiavelli dan, die een man van de daad was, d.w.z.
een man die alleen lette op datgene wat er gedaan moest
worden en daarbij minder aandacht schonk aan de vraag
op welke wijze het doel bereikt werd, steeds even eerlijk
en fatsoenlijk was, hield er op het gebied van het oorlogsrecht
zeer harde theorieën op na. Uitgaande van het idee,
dat men, eenmaal in oorlog zijnde, den vijand zooveel
mogelijk afbreuk moest doen, deinsde hij voor geen enkel
middel terug. Het verwoesten van steden, het verdelgen
er van tot aan den grond toe, zonder vrouwen en kinderen
te sparen, de meest mogelijke wreedheid tegenover
krijgsgevangenen, zietdaar eenige punten van zijn niet
zeer zachtzinnig programma. Een programma, dat helaas
WILLIAM JENNINGS BRVAN,
N.-Amerikaansch staatsman, geb. 1860, leed als dernocr. candidaat de neder
laag bij de presidentsverkiezingen van 1896 en 1900 tegen Mac-Kinley,
1904 tegen Roosevelt en 1909 tegen Taft. Onlangs afgetreden als eerste
staatsminister der Vereenigde Staten naar aanleiding van een meeningsverschil
met President Wilson inzake de protestnota over het „Lusitania’-geval.
al te zeer insloeg bij verschillende volkeren in Europa
en dat o.a. op voorbeeldige wijze werd uitgevoerd in den
dertigjarigen oorlog.
Gelukkig bleef ook in het volkenrecht de gewone gang
van zaken, waarbij actie en reactie elkaar afwisselen, niet
achterwege.
Wanneer wij spreken over het nieuwe bloeitijdperk
van ’t volkenrecht dat volgde op z’n tijd van verval, dat
ontstaan was door den Italiaan Macchiavelli, dan is er
een man dien we in ’t bijzonder moeten vermelden: de
Hollander Hugo de Groot, het Delftsch orakel.
Terwijl iedere Nederlander zal weten te vertellen dat
Hugo de Groot in een boekenkist uit het slot Loevestein
„gevlucht” is, zuilen er vele vaderlanders zijn, die van
het leven en werken van den wereldberoemden Grotius
niets anders weten.
intusschen heeft hij zijn wereldroem toch heusch aan
iets anders dan aan zijn listige ontvluchting te danken.
Het is zijn meesterlijk werk op volkenrechtelijk gebied
dat hem zijn grooten naam verschaft heeft,
Hugo de Groot is de grondlegger van het moderne
volkenrecht. Hij heeft althans in zijn werken Mare librum
en De Jure belli et pacis theorieën uiteengezet, die heden
ten dage nog van het grootste belang zijn en soms - en
we denken hierbij aan de „vrije zee” nog ten volle
gehandhaafd worden.
Met Grotius kwam er een nieuwe opbloei van het
recht tusschen de volkeren. Hij was de eerste schrijver
en denker, die ten opzichte van contrabande een zeer
practische definitie gaf.
Zijn' ideeën over annexatie van gebied en over de
rechten van neutralen, tegenover wie, volgens hem, geen
enkele daad van vijandelijkheid geoorloofd is, zijn nog
steeds van actueel belang.
Geen wonder dus, dat men hem op volkenrechtelijk
terrein, als een der eersten vereert.
Sinds zijn tijd veranderde er echter veel op internationaal
gebied. De verhoudingen tusschen de Staten
onderling is in vele opzichten gewijzigd en zoo ging het
ook met het volkenrecht.
De negentiende eeuw is de eeuw van conferenties en
tractaten. Ze zijn te veel om alle op te noemen: we
NICCOLO MACCHIAVELLI.
■ Italiaansch staatsman en geschiedschrijver, geb. te Florence 1469, aldaar
overleden 1527, schreef buiten zijn werk over het volkenrecht „II Principe” (De
Vorst, 1535), een pleidooi voor onbeperkte, louter verstandelijke vorstenmacht.
brengen hier slechts in herinnering het verdrag van
Genève, ten opzichte van gerechtigde en niet-gerechtigde
strijdmiddelen, de beide vredesconferenties, de declaraties
van Londen, in verband met bepalingen omtrent contrabande
van belang en omtrent het recht vijandelijke
handelsschepen te vermeesteren.
Zeer merkwaardig is ook het verschijnsel van de z.g.n.
Bryan-tractaten, welke de Vereenigde Staten reeds met
verschillende mogendheden gesloten hebben en die ten
doel hebben een oorlog tusschen de contracteerende partijen
zooveel mogelijk te verhinderen, door onderwerping
van de geschilpunten aan een arbitrage-commissie. Het
Hof van Arbitrage, dat reeds eenige malen handelend is
opgetreden, is ook een instelling op volkenrechtelijk gebied,
die van jongen datum is: het is een uitvloeisel van
de vredesconferentie te den Haag gehouden.
Volkenrechtelijke - geleerden van naam zijn er velen;
tot de bekendsten behooren wel de Duitscher Von Liszt,
de Rus De Marlens, bekend door zijn arbeid op de vredesconferentie,
de Franschman Renault, de Amerikaan Bryan
en last not least de Hollanders De Louter en Van Vollenhoven,
de man van de internationale politiemacht.
De oorlog van 1914 brengt het volkenrecht weer een
heel eind terug; doch op deze reactie moet en zal ook
weer een actie volgen, die ons verder zal brengen dan
we waren, voor de reactie aanving.
Het was de Nederlander Hugo de Groot, die in de
zeventiende eeuw den grooten stoot heeft gegeven tot
herleving van het volkenrecht. Op het oogenblik wordt
het volkenrecht vertreden. Dat het echter na den strijd
er weer bovenop zal komen, ja meer dan dat, in bloei
zal toenemen, we zijn er heilig van overtuigd.
Het land van Hugo de Groot, het land waar het vredespaleis
staat, wacht een grootsche taak. Aan de Nederlandsche
geleerden om mee te werken tot de vervulling
er van : ze verrichten dan een werk waarvoor de geheele
beschaafde wereld hun eeuwig dankbaar zal zijn.
v. R.
|