Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1711 tot 1715 van 11897
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 ARMENZORG EN WELDADIGHEID. in de groote zaal van het Kon. Zool. Bot. Genootschap te ’s-Gravenhage heeft de Vereeniging voor Armenzorg en Weldadigheid op 1 en 2 juli haar algemeene vergadering gehouden. Uit het 7e Jaarverslag, dat in 'n huishoudelijke vergadering werd uitgebracht, bleek dat ’t jaar 1914 getuigde van weder oplevende activiteit. Onder de talrijke autoriteiten, die aanwezig waren, werden o.a. opgemerkt de burgemeester van ’s-Gravenhage en de vertegenwoordiger van den Min. van Binnenl. Zaken, mr. Peerbolte, terwijl H. M. de Koningin-Moeder door haar persoonlijke aanwezigheid blijk gaf van haar groote interesse voor alles wat betreft de zorg voor ’t Nederlandsche volk, dat vooral in deze ernstige omstandigheden zwaar wordt beproefd. Wij geven links een overzicht van de vergadering en rechts H. M. de Koningin-Moeder op de vergadering van 2 Juli. Een fatale Misrekening NAAR HET Engelsch VAN A.C. GREENWOOD fjel, Jimmy.” De ernstige, grijze oogen van mijn oom keken mij onderzoekend aan. Hij iag achterover in een hoogen leeren leunstoel en bewoog zich niet; zijn handen lagen elk op een leuning en zijn beenen uitgestrekt voor het vuur. „Geef je mij geen hand ?” vroeg ik. „Neen !” „Ik ben gekomen om mij te verontschuldigen.” „Om te bedelen !” Ik had mij voorgenomen oprecht te zijn. Het was geen geheim op welke wijze ik Eaton Square verlaten had. We hadden een hoogloopenden twist gehad, tien jaar geleden, en de schuld was aan mijn kant geweest, geheel aan mijn kant. Ik was alles aan mijn oom verplicht. Toen ik als een wees van drie jaar achterbleef, had mijn oom mij tot zich genomen, mij gevoed, gekleed, op school gedaan, verzorgd; kortom, mij behandeld als zijn eigen zoon. Hij had mij nooit verborgen dat zijn plan was, mij tot zijn erfgenaam te maken. Alles ging gewoon zijn gang tot ik zestien jaar geworden was. Toen kwam alles wat er rusteloos en slecht in mij verborgen geweest was aan de oppervlakte. Ik begon te drinken, te dobbelen met kaarten, paarden, roulette ; ik bracht mijn tijd door met vrouwen en champagne, en ik werd berucht om mijn wilde en dwaze streken. Mijn oom maakte veel met mij door. Ik ging in het leger. Mijn verblijf daar was kort en weinig eervol. Ik werd gedwongen oneervol ontslag te nemen. Dit hij was in ’t minst niet boos — maar ernstig, veeleer treurig. „Jij moet je eigen weg gaan, en ik den mijnen. Ik trek mijn handen van je af. Ter wille van je overleden moeder heb ik hiermee lang geaarzeld. Voortaan, zoolang je buitenslands bent, zal ik je een toelage geven* van zesduizend gulden ’s jaars.” Zelfs deze edelmoedigheid stemde mij niet zachter. Ik pochte dat ik zijn geld niet noodig had, dat ik het dubbele kon verdienen, dat ik zijn aanbod niet aannam, dat ik geen bedelaar was ; maar toch streek ik tien jaar lang dit jaargeld tot den laatsten penning op. TORPEDOJAGERS TE SCHEVEN I N GEN . Verleden week gingen ’s middags langs de Scheveningsche kust twee torpedojagers voorbij, die zich niet weinig mochten verheugen in de belangstelling van de strandbezoekers, voor wie het natuurlijk een ongewoon schouwspel was. (foto Syes.) ik was niet bekwaam om te werken. Ik was een doorbrenger, een luiaard, niet in staat mij nuttig te maken in de maat schappij. . Gistermorgen kwam ik weer in het vaderland terug : gisteravond drong ik tot mijn ooms studeerkamer door. Geen woord van wat hij zei, kon mij beleedigen. Hij had het recht mij te vervloeken. Geen benaming kon mijn woede opwekken. Ik had alles verdiend. ,,ïk kom geen geld leenen,” zei ik dapper, „ik kom u slechts dit vertellen : ik schaam mij over alles wat ik gedaan, en al wat ik gezegd heb. Ik verdedig geen enkel woord of daad Ik heb steeds gehandeld als een gemeene schurk en u is immer een toonbeeld van edelmoedigheid geweest.” „Jimmy, je moet niet denken dat ik zoo erg onnoozel ben,” zei hij kalm. „Denkt u, dat ik u wil bepraten ?” „Ja,” antwoordde hij. „En daarom waarschuw ik je dat dit tijd vermorsen is. Mijn besluit van tien jaar geleden is onherroepelijk Niets, zelfs geen mirakel, kan mij weer ver trouwen in je doen stellen. „Dat is een deel van mijn straf,” zei ik gelaten. „Wat geef jij daarom, wat gaf jij daarom,” ging hij in een vlaag van woede voort. „Ik ben een oude gek geweest, die zich door jou liet bedriegen. De liefde die ik voor jou had was een nuttig instrument om door jou te worden uitgebuit. Welnu, deze liefde is dood. Voor mij ben je tien jaar geleden gestorven.’* ïk herinner mij elk woord dat hij zei, ik herinner mij hoe ik hem in het onverzettelijk gelaat staarde. Hij keek mij steeds aan met zijn ernstige, verwijtende oogen. Hij zat onbeweeglijk in zijn stoel. Ik gaf den moed nog niet op. Eindelijk begon die ijzige kalmte hem te verlaten. Hij ging rechtop zitten en zijn stem werd luider, zoodat Bisschop zijn oude huisknecht kwam vragen of hij iets noodig had. Th. v. o. STANG. Mr. C. R. MERKUS.t Op 1 Juli is de heer Th. v. d. STANG, directeur van de waterleidingmaatschappij te’s-Gravenhage als zoodanig afgetreden. —- Voor eenige dagen is op 80-jarigen leeftijd te Utrecht overleden Mr. C. R. MERKUS. oud-grif fier van de Prov. Staten te Utrecht enz. P. C. FICK. C. P. T. BIGOT, t Een dezer dagen vierde de heer P. C. FICK, wethouder der gemeente Oosterhout, als zoodanig zijn 25-jarig jubileum. — Op 77-jariqen leeftijd is te Amsterdam overleden de heer C. P. T. BIGOT, in breede kringen bekend als acteur en tooneelschrijver. schandaal was zeer pijnlijk voor mijn oom. Hij had zelf in het regiment eervol gediend in jonger jaren. Toen wij elkander ontmoetten was ik dwaas genoeg, slecht genoeg om hem te tarten, te lachen over zijn principes van eer en welvoeglijkheid. Ik ergerde hem bovenmate, en toen hij zijn geduld verloor, werd ik woedend, deels omdat ik wanhopig, deels omdat ik van hem afhankelijk was en ik, als hij mij zijn ondersteuning onthield, noodwendig aan lager wal moest raken. Ik zal de scène nimmer vergeten. Ze eindigde met zijn bevel het huis onmiddellijk te verlaten. Ik vertrok eri zette mij aan het drinken tot laat in den nacht. Daarna kwam zijn brief, zijn ultimatum. Zelfs nu nog, ter wille van zijn zuster, was hij genegen mij weer in genade aan te nemen maar — voorwaardelijk. De voorwaarden waren eenvoudig: alleen dat ik mij in ’t vervolg zou gedragen als een man van opvoeding. Maar ik was geen beschaafd mensch meer; ik was een wrak, een dronkaard, een groote dwaas en ik schreef hem een brief vol beleedigingen. Een week later vroeg hij mij bij hem te komen. Hij wilde mij nogmaals een kans geven. Ook nu trotseerde ik hem. „Dan is het afgedaan, Jimmy,” besloot hij niet boos,— OVERSTROOMING TE ALMELO. Door een hevige regenbui, die zich Woensdag 30 Juni boven Almelo ontlastte, kwamen verscheidene straten voor ’n groot gedeelte onder water te staan, waardoor het verkeer eenige stoornis ondervond. Onze foto doet op duidelijke wijze zien, welk een overstrooming de wolkbreuk veroorzaakte W. E. VAN KERVEL. H. I. DE JONG. De heer W. E. VAN KERVEL, hoofdinspecteur van Politie, chef van de afdeeling Voerwezen te Amsterdam, wien op verzoek eervol ontslag uit den dienst is verleend. — H. I. de JONG, die den heer van Kervel zal opvolgen in diens functie als hoofdinspecteur en chef van het Voerwezen Die interruptie scheen hem te kalmeeren. Hij keerde zich om en zei : „Ik vertel mijnheer Jimmy hier, Bisschop, dat ik niets meer met hem te doen wil hebben ; dat ik hem nimmer meer een hand wil geven of hem toe wil staan hier in huis te komen. Neen, ik heb niets noodig, Bisschop I” De oude knecht sloot de deur. „Ik heb u om niets gevraagd,” zei ik. „Ik wil u niets vragen, ik wil niets van u aannemen. Ik ben hier gekomen, om u te vertellen dat ik mij schaam over hetgeen ik u steeds heb aangedaan.........” Dokter Wheatley brak hier Jimmy Neilston’s verhaal af. „Helpt ons dat, Jimmy ? vroeg hij. Hij was een oud vriend en de medische raadgever van den ouden Roger Belgrave, Jimmy’s oom. „De oude Bisschop vertelde mij, dat hij jou en je oom hoorde twisten en daarom de kamer binnentrad.” „Ik vertel u alles wat ik weet,” antwoordde Neilston rustig. „Dat is toch het beste, nietwaar ?” Er waren drie mannen in het vertrek. Jimmy Neilston Dokter Wheatley en een detective van Scotland Yard. De laatste knikte en Jimmy ging voort. „Ik ben thans een bedelaar,” zei ik, „maar ik heb mijn
PDF
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
07
Tekst
PANORAMA MINISTERIEEL BEZOEK TE WAGENINGEN, Vrijdag bracht de Minister van Landbouw, Handel en Nijverheid, vergezeld van de heeren P. van Hoek, directeur-generaal van den Landbouw, en dr. K. H. M. van der Zande, inspecteur van het landbouwonderwijs, het aangekondigde bezoek aan de Rijks Hoogere Land- Tuin- en Boschbouwschool, te Wageningen. — Van links naar rechts de heeren Albertson ; leeraar aan de R. L. S., Dr. K. H. M. v. d. Zande, inspecteur van het landbouwonderwijs ; Minister Posthuma; L. Broekema, Directeur R.L.S.; Dr. Otto Prisch, leeraar R.L.S.; P. Hoek, Directeur-Generaal van de afdeeling Landbouw. HERDENKING VAN DE STICHTING DER DELI TABAKSPLANTAGES. Fontéin vervaardigd ter herdenking van het feit dat het 50 jaar geleden is dat de heer jan Nieunhuys uit Amsterdam in Deli voet aan wal zette en daar de stichter werd van de groote tabaksplantages die sedert van zooveel belang werden voor den Neder iandschen handel. Het kunstwerk werd geheel ontworpen en vervaardigd door de Kon. Fabriek van de.firma F. W. Braat te Delft. VIJFTIGJARIG DOCTORAAT VAN DR. J. J. MAATS. Maandag 28 Juni was het voor „Dokter Maats*' te Purmerend een feestdag Op dien dag toch herdacht hij het heuglijk feit, dat hij 50 jaar geleden te Utrecht promoveerde tot dokter in de genees- en de verloskunde. Uit vele woningen wapperde de driekleur als een hulde voor den jubilaris. Zijn talrijke patiënten, zoowel van voorheen als thans, vereerden hem uit dankbaarheid een moderne, staande klok. ’s Avonds brachten onder groote belangstelling de beide te Purmerend bestaande muziekcorpsen een serenade aan den jubilaris. zelfrespect teruggekregen. Ik sta alleen ! Maar ik kan werken als een polderjongen. Kijk naar mijn handen. Ik kan overal mijn kost verdienen. Ik heb aan het Panamakanaal gewerkt. Ik ben van niemand afhankelijk. Ik vraag om geen aalmoes, ik vraag alleen dit: hoor naar mijn verdediging.” „Ik heb ze gehoord,” zei oom Roger. „Maar u gelooft ze niet ?” „Waarom zou ik je gelooven ? Wat reden heb ik daarvoor ? Je bent een leugenaar en bedrieger geweest je geheele leven.” Er heerschte een oogenblik stilte. Ik stak mijn hand tusschen mijn vest en maakte een knoop los. „Kijk 1” zei ik en hield hem een gouden medaille voor. Binnenin.zat het portret van mijn moeder. Het medaille was ingedeukt en beschadigd. „In Arizona schold een kerel mij uit voor leugenaar. Hij lag daarna zes maanden in het hospitaal. Mijn kogel doorboorde zijn long, de zijne bleef hier zitten.” Ik drukte op het medaillon, waarna het open ging. Oom strekte zijn linkerhand uit en nam het in zijn bevende vingers. Plotseling veranderde zijn uiterlijk. Een traan ontsnapte aan zijn oog. Zijn lippen beefden. „Zij redde mijn leven,” zei ik, „juist zooals zij, wanneer zij nog geleefd had, haar leven voor mij zou gegeven hebben, — mijn moeder 1” „Jimmy, Jimmy,” zei hij droevig. „Als je maar geweest was, zooals zij.” Ik knikte en staarde in het vuur. „Maar ik ben het niet,” barstte ik op eenmaal los. ,,Ik ben een ruwe, harde kerel, eenzaam, zonder vrienden, en ik zal dat blijven tot aan mijn dood. Het is maar hoe men begint te leven. Men kan het verleden niet goedmaken. Het verleden leeft steeds voort. Als men evenwel zijn goeden naam kwijt is, is alles weg..........” Ik wist niet dat ik luid gesproken had ; ik had hardop gedacht, bittere dingen van de laatste tien jaar. Lang keek oom naar het portretje. „Je lijkt nog op haar, Jimmy.” „Geef het mij terug,” zei ik. „Denk niet dat ik haar zal bezigen om mijn zaak te bepleiten. Als ik u niet met mijn eigen mond kan overtuigen, dan zal niets u overtuigen. Geef mij ’t portret terug ...” Haastig maakte ik het medaillon aan den ketting vast. „Het verleden leeft weer,” sprak oom zacht. „Ik had het Ik stond ook op ; een lange pijnlijke stilte volgde. — „Ik heb mijn plicht niet gedaan,” zei hij op hollen toon. „Jimmy . . . .” En hij stak zijn hand uit en greep de mijne. Onze beide rechterhanden omsloten elkaar ; de zijne die steeds nobele dingen gedaan had, de mijne bevlekt met het slijk van een verwaarloosd leven. „Ah 1” Het was de oude dokter, die dezen luiden uitroep hooren deed. De jonge man keek hem verwonderd aan. „Excuseer me,” mompelde dokter Wheatley, „ga voort. Je werd dus weer goede vrienden met hem ?” „Ja ten langen leste !” „En toen ?” vroeg de detective. We zaten meer dan een uur bijeen, hij aandachtig luiste rende naar mijn levensgeschiedenis, mijn strijd om het be staan. Eindelijk zei hij met moede stem : „Jimmy, je sprak daar straks van het niet te herroepen verleden. Het is zoo ! Er is iets gebeurd, jongen ... vijf jaar geleden. Ik........ik heb iemand aangenomen in jouw plaats ! Hij sprak mij van .... van een zekere Louise Kemp, ik geloof dat dit haar naam was ; een verwijderde bloedverwante, een wees evenals ik. Hij zei mij dat hij haar alles zou nalaten wat hij bezat. Ik was blij. Ik zei hem dat. Ik verlangde niets — dan zijn vergiffenis. Dat troostte hem. Zelfs toen dacht hij nog, dat mijn terugkomst uit eigenbelanggeschiedde. Dat ik kwam als de verloren zoon, omdat ik arm en hij rijk was. Hij vertelde mij een en ander van Louise, over haar armoede en dat hij tegenover haar zijn woord niet breken kon. Kort daarna bracht Bisschop een karaf whiskey, een siphon soda en twee sigaren. „Je behoeft niet op te blijven, Bisschop,” zei oom. „Het zal laat worden.” Nauwelijks was de man verdwenen of oom ging naar zijn schrijfbureau, opende dit en nam er zijn chèqueboek uit. Hij zat even te schrijven en kwam daarna bij mij terug. EEN „KRENTENBROODJE”! In de omgeving van Winterswijk is het gewoonte dat bij de geboorte van een kind aan de moeder een krentenbrood wordt aangeboden waaraan ieder bijdraagt die zich daartoe geroepen voelt. Bovenstaand brood heeft een lengte van 6 M. en demonstreert door deze lengte de sympathie die de ouders genieten onder de bekenden. vergeten. Toen zij stervende lag, kwam ik bij haar. Zij had slechts één gedachte ; niet aan zichzelve, of aan mij, of aan iemand anders die haar liefhad ; alleen aan jou, een zorgeloos kind dat speelde in de aangrenzende kamer. Jij was haar eenige zorg. „Laat hem mij,” zei ik haar hand vasthoudende. Oom stond op en leunde met zijn elboog op den schoorsteenmantel. „Jij was mij toevertrouwd, mijns zusters onderpand.” EEN NIEUWE VLEUGEL BIJGEBOUWD. Aan het gebouw van het R. K. Patronaat St. Willibrordus op de Ceintuurbaan te Amsterdam is een nieuwe vleugel bijgebouwd, die Woensdag 30 Juni plechtig is ingewijd. Wij geven hierboven een foto van den Deken, die met gevolg de kerk verlaat. BRAND IN HET URSULINENKLOOSTER TE SITTARD. Woensdag 30 Juni brak een felle brand uit in het groote klooster der Ursultnen te Sittard. De vlammen grepen snel om zich heen, zoodat spoedig het geheele gebouw in lichtelaaie stond voordat de brandweer kon optreden. Gedurende het blusschingswerk, waaraan ook de Heerlensche brandweer en militairen deelnamen, vielen twee jongens van de Sittardsche brandweer van een groote hoogte waardoor de een zijn arm brak en de ander ernstige hoofdwonden opliep. De belendende gebouwen bleven gelukkig gespaard, dank zij het flinke optreden van de Heerlensche brandweer. Het groote gebouw, waarin studiezalen der pensionnairen, slaapzalen, enz., is totaal uitgebrand. Wij geven hierboven links de beschadiging van buiten gezien, en rechts de verwoesting in het gebouw
PDF
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 8 „Ik benadeel haar niet door jou dit te geven» Jimmy/’ zei hij. „’t Is maar een kleinigheid in vergelijking met wat eenmaal het jouwe had kunnen zijn. Neem dit aan, mijn jongen. Weiger ’t niet. Neem het in naarn van je moeder.” Er waren tranen in zijn oogen, toen hij mij de chèque overhandigde. Het was een groot bedrag dat erop was ingevuld, honderdduizend gulden. Ik heb het hier 1” jimmy Neilston nam uit zijn borstzak ’n lederen taschje en haalde daar ’n saamgevouwen chèque uit te voorschijn. „Ik was ten hoogste verbaasd,” zei hij. Dokter Wheatley strekte zijn hand uit naar de chèque en keek onder het inzien veelbeteekenend naar den detective. ,,En ?” zei hij op vragenden toon. „Er is weinig meer te vertellen.'’ ging Jimmy voort. „Ikbe greep dat ik mijn oom diep beleedigen zou als ik zijn grootmoedige gift niet aannam. Ik wil ook wel bekennen dat ze Zaterdagmiddag 3 Juli bracht Z.Exc. de heer Pouilet. Belgisch minister van Schoone Kunsten en Wetenschappen, een bezoek aan ’s-Hertogen" bosch en de aldaar vertoevende Belgische vluchtelingen. Van 1. n. r. de heeren J. j. Dony, consul; Pouliet, minister, en Dr. Frans van Cauwelaert. me niet onverschillig was. Er zijn weinig menschen die arm en berooid een chèque van een ton zouden weigeren. Nochtans gaf het eerste motief den doorslag en ik nam het aan. Hij wilde van geen dank weten. Hij was vermoeid zei hij. Hij vroeg mij dezen morgen terug te komen. Zoo verliet ik hem en hij liet mij uit. Ik ging onmiddellijk naar mijn kosthuis bij een oud-korporaal van mijn vroeger regiment. Van morgen kwam Bisschop bij mij met een brief, dokter! Hij vertelde mij ’t vreeselijke nieuws van ooms plotselingen dood. Ik kwam onmiddellijk. Waaraan is hij gestorven ? „Aan verstikking,” zei dokter Wheatley kortaf. „Hij is gestikt met zijn eigen kussen, door een krachtig persoon.” „Maar hoe? Door wien?” „Om dat uit te vinden, ben ik hier,” zei de detective. „Hij was nog volkomen wel, toen ik hem verliet,” verklaarde Jimmy. „Dat weten we,stemde de geneesheer in. „Bisschop ivas wat bevreesd om hem met jou alleen te laten. Hij zegt, dat je er wanhopig uitzag.” „Wanhopig bedroefd, misschien,” zei Neilston. „Bisschop opende de deur op een kier en zag je oom naar boven gaan, naar zijn «slaapkamer. Van uit het raam zag hij je door de straat sluipen.” „U spreekt,” lachte'-Jimmy, „alsof ik ... ik niet gezien TE WATER LATEN „BARENTSZ”. Donderdagnamiddag werd van een der hellingen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam met gunstig gevolg te water gelaten, het stalen vrachten passagiersstoomschip „Barentsz”, in aanbouw voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij te Amsterdam. Wij geven hier een foto van de genoodigden. KAMER VAN ARBEID. Onder voorzitterschap van den heer Jos. de Sterke hield de Vereeniging van voorzitters en secretarissen van Kamers van Arbeid in Nederland op Maandag 5 Juli haar jaarvergadering in Duinoord te ’s-Gravenhage. V.l. n, r. de heeren: J. H. Schaper, (lid v. d. Tweede Kamer); H. W. Nicolai; J. v. Waardhuizen, (Bestuur, 2e Sec.); Jos. de Sterke, (Bestuur, le Voorzitter); Mr. J. H. van Zanten, (Bestuur, ie Sec.); Anth, Folmer; G. C. Schild! (Bestuur, Penningmeester); C, J, J. F. Minderrnan. (Bestuur). wilde worden. Bedoel je.... dat ik verdacht word.” „Geen sprake van. Niemand verdenkt u.” „Als dat zoo was, zou ik dubbel blij wezen met die chèque, waaruit blijkt, dat ik op den besten voet van oom afscheid genomen heb,” zei jimmy, „Is ’t wellicht deze heer, die .... Hij wendde zich tot den detective. Deze schudde echter het hoofd. / „Ik heb u in ’t geheel niet verdacht, mijnheer Neilston,” zei hij. „Om u de waarheid te zeggen, half en half verdacht ik Bisschop, den huisknecht.” Jimmy Neilston knikte, „Hij ziet er wel naar uit. Kon er niemand binnenkomen ? Was soms een der ramen niet gesloten ?” „Ja, een raam aan den achterkant.” „Ah 1” „En de voordeur was niet gegrendeld,” merkte de dokter op. „Oom Roger zal vergeten hebben ze te grendelen,” zei jimmy. „Hij volgde mij niet tot aan de deur» alleen tot boven aan de trap.” „Dat verklaart alles,” hernam dokter Wheatley, terwijl hij de chèque nog eens aandachtig beschouwde. „Mooie handteekening 1 . . . . Arme oude Roger 1” Hij gaf de chèque aan den detective en wendde zich toen plotseling tot Jimmy met de vraag : „Zag je hem zelf de chèque teekenen ?” „H^b ik dat niet verteld ? Ja, ik zag ’t 1” „Was de heer Belgrave ambidexter 1)?’’ vroeg de detective. „Neen zeker niet,” antwoordde de dokter. „Ook niet links?” ging de detective voort. „Neen 1” zei Jimmy. x „Hij teekehde dit dus met zijn rechterhand ?” OOST EN WEST Zaterdagmiddag 3 Juli hield de Vereeniging Oost. en West onder voorzitterschap van den heer R. C. Bakhuizen van den Brink in „AmericanHotel” te Amsterdam haar jaarlijksche algemeene vergadering. De Vereeniging, die beoogt een nauweren band te leggen tusschen Nederland en t zijn vrijen wil papier en pen nemen en deze chèque schrijven, de pen zooals altijd (hier lachte hij spottend) in zijn rechterhand, terwijl zijn linker de chèque beethield. Is er dog iets dat u wenscht te weten ?” Dokter Wheatley stond op. „We zijn volkomen bevredigd,” zei hij, daarna plotseling streng tot den politiebeambte : „Apropos, mijnheer, waar zijn de sleutels van den Weer Belgrave gevonden ?” „Op den schoorsteenmantel,” zei dez$. „Bisschop was zeer verbaasd. Zijn meester had ze steeds in den zak.” „De moordenaar heeft ze daar neergelegd,” ging de dokter voort. „Het opengeschoven raam had een blind. De dief moet dus in het bezit van den sleutel zijn geweest. Mijnheer Neilston ... 1” „Ja,” antwoordde deze. De dokter liep de kamer door naar het bed aan den wand. *) Ambidexter is iemand, den even vaardig is. die met beide hanHierop zag men onder een laken de omtrekken van een man. Wheatley sloeg ’t laken om? zoodat het gelaat en de borst van den doode zichtbaar werden. Over de borst waren de armen gevouwen; de linker geelachtig wit van kleur, de rechter onnatuurlijk rood. „De heer Belgrave,” sprak nu dokter Wheatley op hoogst ernstigen toon, „had eenige jaren geleden een ongeluk bij het schoonmaken van ’n oude revolver, die hij meende dat ongeladen was. Het wapen sprong uit elkaar en verbrijzelde zijn rechterhand. Hij was zeer gevoelig over dit verlies en wist dit zoo goed te verbergen, dat zelfs zijn beste vrienden het gemis niet opmerkten.” Hij boog zich over den doode; om den rechter benedenarm en hand zat een lange handschoen. Hij maakte deze los en den arm oplichtende zei hij : VOOR ’N NED. HOSPITAAL. IN FRANKRIJK. Ten bate van een Nederlandsch hospitaal, dat men binnenkort in Frankrijk hoopt te kunnen oprichten, werd 2 juli in het Hotel de l’Europe te Amsterdam door Mejuffrouw A. Savelli en den heer Joseph Holiman een matinee rnusicale gegeven, waarbij veie civiele en militaire autoriteiten aanwezig waren; „De heer Belgrave had geen rechterhand. Ik geloof.,.,” Zijn oogen ontmoetten die van den detective. Deze knikte. ê Hij tikte Jimmy Neilston op den schouder. De jonge man zag, dat het spel verloren was. Zonder verzet bood hij zijn beide polsenfaan den politieman. Men hoorde ’t geklik van handboeien. Onse fotografieWedstrijd, 0e njpuwe wedstrijd schijnt het bij onze nbonné’s „te doen”. Nu reeds komen de inzendingen bij tientallen binnen. Voor de nieuwe abonnes laten wij hieronder in hef korf de voorwaarden volgen. Voor de volledige voorwaarden zie men Panorama No. 52 van 26 Juni 1.1. De wedstrijd, die 15 Augustus sluif, bestaat uil kinderfojografieën: kleinste formaat 9 X 12. Prijzen: Een le prijs van VIJF EN TWINTIG GULDEN. Een 2e prijs van VIJFTIEN GULDEN. Een 5e prijs van TIEN GULDEN. Drie prijzen van VIJF GULDEN. Vijf prijzen van DRIE GULDEN. En tien prijzen bestaande uit fraaie boekwerken. Bovendjen geven wij nog een extra prijs van FIEN GULDEN voor het aardigste en best geslaagde kinderportret, waarbij Panorama een rol speelt. TE WATER LATEN „BARENTSZ”. Het groote oogenblik: het schip glijdt van de helling. De doopplechtigheid, waarbij talrijke genoodigden en belangstellenden tegenwoordig waren, geschiedde door Mevrouw G. A. Metzelaar-Venster. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. MINISTER POULLETTE ’S-HERTOGENBOSCH.
PDF
Nummer
1915, nr. 56, 12 juli 1915
Blad
01
Tekst
No. 56 (2b) 12 JULI 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7‘/2 CENT A . W . s I J T M O f= F ' S U I T O EL \7 E R. S MAATSCHAPPIJ - LEO EA ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS . f 1.50 (Zie bijschrift op pag. 13) DE VERWOESTING IN OOST-PRÜISEN. Gezicht op de Markt van Johannisburg in Oost-Pruisen, onlangs door de Duitschers op de Russen heroverd. Op den achtergrond het Stadhuis, dat gespaard is gebleven.
PDF
Nummer
1915, nr. 56, 12 juli 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA EEN EN ANDER OVEI VOLKENRECHT Hi^L-^i^Janneer we constateeren dat men sinds 1 Augustus 1914, dat is dus gedurende 11 maanden, dagelijks over Volkenrecht te lezen en te hooren krijgt, dan overdrijven we volstrekt niet. En wat hooren we gedurende al dien tijd, dat de oorlog nu reeds duurt, over lat Volkenrecht? Niets anders dan alle mogelijke en . . . ónmogelijke schendingen ervan. Nu eens zijn het luchtschepen, die een onverdedigde stad, een z.g.n. open stad, gebombardeerd hebben, dan weer zijn het duikbooten die neutrale schepen torpedeeren, dan weer is het het gebruik van verstikkende gassen, dat door een van de oorlogvoerende partijen misbruikt is. mogen we wel zeggen, in strijd met het Volkenrecht. Van den meest begaafden jurist, tot den minst genialen straatjongen toe, weet een ieder, dat ’t Volkenrecht ontelbare malen geschonden is. Intusschen- is niet aan een ieder bekend, wat we zouden willen noemen de historische ontwikkeling van het Volkenrecht. Ons doel is nu,in korte trekken een en ander daarover mede te deelen. Wanneer we teruggaan tot den tijd der klassieken, tot de eeuwen waarin Hellas en Rome de groote wereldrijken waren, dan zien we dat ook toen reeds, tusschen de verschillende volkeren, stilzwijgend vaststond, dat ze zich, bij het elkaar beoorlogen, aan eenige regels zouden houden, die een mildere wijze van oorlogvoeren beoogden. We denken daarbij in het bijzonder aan het ontzien van vrouwen, kinderen ' en grijsaards, die men voor een HUGO DE GROOT, Nederlandsch rechtsgeleerde en staatsman, geb. 1583. gest. 1645. Grondlegger van het algemeen staatsrecht, de rechtsfilosophie en het volkenrecht. bestorming van een belegerde stad, zelfs voor de belegering, weg Het trekken. En voorts aan de gewoonte om een wapenstilstand toe te staan, teneinde de dooden te begraven, terwijl het niet meer dan fatsoenlijk was zoo men den vijand de gelegenheid gaf de lijken van diegenen, iie op het door den tegenstander bezette terrein gevallen waren, terug te halen. Dit gold voor Griekenland. Wat Rome betreft, daar vinden we bovendien als geldende regel, dat men, vóórdat men een oorlog aanving, eerst een oorlogsverklaring moest sturen: het volk, dat zich niet aan deze „wet” hield, werd beschouwd als een barbaarsche natie. Tegenwoordig neemt men het echter zoo nauw niet, gelijk b, v. blijkt uit den Russisch-Japanschen oorlog, waarin Japan zonder oorlogsverklaring de vijandelijkheden begonnen heeft. Voorts —■ om op Rome terug te komen —• kende men de onschendbaarheid van de gezanten: al deze regels dus, die heden ten dage nóg volle kracht genieten, dateeren reeds uit de grijze oudheid. In de vroegste tijden dus werd het volkenrecht vrijwel bepaald door de regels, die Hellas en Rome, in dien tijd ongeveer de eenige beschaafde staten, als recht stelden en die door de andere stammen aanvaard werden. Na den val van Rome „heerschte” er op volkenrechtelijk gebied een tijd lang anarchie, totdat de Paus, met zijn toenemenden invloed, als hoofd van de qver de geheele wereld verbreide kerk, z’n stem deed gelden. Hij was het, die, vredelievend van aard als zijn godsdienst meebracht, steeds er op uit was oorlogen zooveel mogelijk te beperken door zich als vredes-bemiddelaar aan te bieden, en zoo er al een strijd ontbrandde, dan waakte hij ervoor, dat men zich hield aan de regels van ’t volkenrecht, die althans de wreedheid en de gewelddadigheid van den wapenstrijd iets wisten te temperen. Twee factoren van belang werkten er toe mee, dat het recht tusschen de volkeren in mildheid en tevens in omvang toenam. De kruistochten, die den ridderstand in macht deden toenemen, leidden ertoe, dat ridderlijke opvattingen van oorlogvoeren verbreid werden. En het toenemend handelsverkeer, dat aan de kruistochten te danken Is., maakte het noódzakelijk, dat tusschen de verschillende landen de rechtsverhoudingen werden uitgebreid en. in meerdere mate vastgesteld werden. Zoo zien wc in verband met het zeerecht verschillende regels opkomen: vaste bepalingen omtrent gewettigde en ongewettigde kaapvaart kwamen tot stand, in deze tijden 10 Mr. J. DE LOUTER. bekend Nederlandsch rechtsgeleerde, oud-hoogleeraar in de rechtswetenschap aan de Universiteit te Utrecht, maakte in ’t bijzonder studie van het Volkenrecht en was o, a. voorzitter van het 20ste Wereldcongres voor den Vrede. merken we bovendien voor het eerst iets van consulaten, gelijk we die thans overal kennen. Een reactie op dezen vooruitgang volgde echter, dank zij den invloed van den beroemden, en ook beruchten, staatsman Macchiavelli. De verkondiging van zijn ideeën viel juist in de jaren, dat de invloed van den vredelievenden, vredestichtenden Paus, sterk afnam. Macchiavelli dan, die een man van de daad was, d.w.z. een man die alleen lette op datgene wat er gedaan moest worden en daarbij minder aandacht schonk aan de vraag op welke wijze het doel bereikt werd, steeds even eerlijk en fatsoenlijk was, hield er op het gebied van het oorlogsrecht zeer harde theorieën op na. Uitgaande van het idee, dat men, eenmaal in oorlog zijnde, den vijand zooveel mogelijk afbreuk moest doen, deinsde hij voor geen enkel middel terug. Het verwoesten van steden, het verdelgen er van tot aan den grond toe, zonder vrouwen en kinderen te sparen, de meest mogelijke wreedheid tegenover krijgsgevangenen, zietdaar eenige punten van zijn niet zeer zachtzinnig programma. Een programma, dat helaas WILLIAM JENNINGS BRVAN, N.-Amerikaansch staatsman, geb. 1860, leed als dernocr. candidaat de neder laag bij de presidentsverkiezingen van 1896 en 1900 tegen Mac-Kinley, 1904 tegen Roosevelt en 1909 tegen Taft. Onlangs afgetreden als eerste staatsminister der Vereenigde Staten naar aanleiding van een meeningsverschil met President Wilson inzake de protestnota over het „Lusitania’-geval. al te zeer insloeg bij verschillende volkeren in Europa en dat o.a. op voorbeeldige wijze werd uitgevoerd in den dertigjarigen oorlog. Gelukkig bleef ook in het volkenrecht de gewone gang van zaken, waarbij actie en reactie elkaar afwisselen, niet achterwege. Wanneer wij spreken over het nieuwe bloeitijdperk van ’t volkenrecht dat volgde op z’n tijd van verval, dat ontstaan was door den Italiaan Macchiavelli, dan is er een man dien we in ’t bijzonder moeten vermelden: de Hollander Hugo de Groot, het Delftsch orakel. Terwijl iedere Nederlander zal weten te vertellen dat Hugo de Groot in een boekenkist uit het slot Loevestein „gevlucht” is, zuilen er vele vaderlanders zijn, die van het leven en werken van den wereldberoemden Grotius niets anders weten. intusschen heeft hij zijn wereldroem toch heusch aan iets anders dan aan zijn listige ontvluchting te danken. Het is zijn meesterlijk werk op volkenrechtelijk gebied dat hem zijn grooten naam verschaft heeft, Hugo de Groot is de grondlegger van het moderne volkenrecht. Hij heeft althans in zijn werken Mare librum en De Jure belli et pacis theorieën uiteengezet, die heden ten dage nog van het grootste belang zijn en soms - en we denken hierbij aan de „vrije zee” nog ten volle gehandhaafd worden. Met Grotius kwam er een nieuwe opbloei van het recht tusschen de volkeren. Hij was de eerste schrijver en denker, die ten opzichte van contrabande een zeer practische definitie gaf. Zijn' ideeën over annexatie van gebied en over de rechten van neutralen, tegenover wie, volgens hem, geen enkele daad van vijandelijkheid geoorloofd is, zijn nog steeds van actueel belang. Geen wonder dus, dat men hem op volkenrechtelijk terrein, als een der eersten vereert. Sinds zijn tijd veranderde er echter veel op internationaal gebied. De verhoudingen tusschen de Staten onderling is in vele opzichten gewijzigd en zoo ging het ook met het volkenrecht. De negentiende eeuw is de eeuw van conferenties en tractaten. Ze zijn te veel om alle op te noemen: we NICCOLO MACCHIAVELLI. ■ Italiaansch staatsman en geschiedschrijver, geb. te Florence 1469, aldaar overleden 1527, schreef buiten zijn werk over het volkenrecht „II Principe” (De Vorst, 1535), een pleidooi voor onbeperkte, louter verstandelijke vorstenmacht. brengen hier slechts in herinnering het verdrag van Genève, ten opzichte van gerechtigde en niet-gerechtigde strijdmiddelen, de beide vredesconferenties, de declaraties van Londen, in verband met bepalingen omtrent contrabande van belang en omtrent het recht vijandelijke handelsschepen te vermeesteren. Zeer merkwaardig is ook het verschijnsel van de z.g.n. Bryan-tractaten, welke de Vereenigde Staten reeds met verschillende mogendheden gesloten hebben en die ten doel hebben een oorlog tusschen de contracteerende partijen zooveel mogelijk te verhinderen, door onderwerping van de geschilpunten aan een arbitrage-commissie. Het Hof van Arbitrage, dat reeds eenige malen handelend is opgetreden, is ook een instelling op volkenrechtelijk gebied, die van jongen datum is: het is een uitvloeisel van de vredesconferentie te den Haag gehouden. Volkenrechtelijke - geleerden van naam zijn er velen; tot de bekendsten behooren wel de Duitscher Von Liszt, de Rus De Marlens, bekend door zijn arbeid op de vredesconferentie, de Franschman Renault, de Amerikaan Bryan en last not least de Hollanders De Louter en Van Vollenhoven, de man van de internationale politiemacht. De oorlog van 1914 brengt het volkenrecht weer een heel eind terug; doch op deze reactie moet en zal ook weer een actie volgen, die ons verder zal brengen dan we waren, voor de reactie aanving. Het was de Nederlander Hugo de Groot, die in de zeventiende eeuw den grooten stoot heeft gegeven tot herleving van het volkenrecht. Op het oogenblik wordt het volkenrecht vertreden. Dat het echter na den strijd er weer bovenop zal komen, ja meer dan dat, in bloei zal toenemen, we zijn er heilig van overtuigd. Het land van Hugo de Groot, het land waar het vredespaleis staat, wacht een grootsche taak. Aan de Nederlandsche geleerden om mee te werken tot de vervulling er van : ze verrichten dan een werk waarvoor de geheele beschaafde wereld hun eeuwig dankbaar zal zijn. v. R.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1711 tot 1715 van 11897