Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1706 tot 1710 van 11897
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
01
Tekst
HET MUNITIE=VRAAGSTUK IN ENGELAND 5* genomen, van groot belang is voor de Gealli- ■f eerden. Ook vrouwen en meisjes bewijzen thans hun diensten in het maken van de ■ verzendingsmiddelen voor granaten en shrap- ■ nels. Onze foto’s, die in verband met het in " Engeland allesoverheerschende munitie-vraagstuk thans van groot belang zijn, geven een paar kijkjes in de werkplaatsen der munitiefabrieken. Boven *. het maken van de houten blokken, die in de kisten geplaatst worden om het schudden der granaten te voorkomen ; midden : het controleeren der afmetingen ; onder: de houten blokken worden in kisten geplaatst enverder afgewerkt H et zijn hoogstmerkwaardige woorden, die Lord Curzon sprak, toen hij de tweede lezing indiende, die den toestand beschreef, «H waarin Engeland zich op 't oogenblik bevindt Wij zeggen merkwaardig, omdat hij ruiterlijk en S zonder omwegen verklaarde, dat deze toestand ,,hoogst gevaarlijk” was en „het land zich in ern- 1 stig gevaar bevond’’. Volgens Lord Curzon was deze toestand voor een groot gedeelte ontstaan door het gebrek aan munitie, dat zich voord Engelsche leger op merkbare wijze gevoelen deed. Men kan dus begrijpen dat de Engelsche munitiewet, die Vrijdag in alle lezingen door het parlement is aan
PDF
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA j UIT HET ZWARTE BOEK ‘ j VAN ’N TELEGRAFIST , DOOR J. T. VAN LEIDEN (Vervolg). iaar mijn begeerten gingen verder: een slag wilde ik slaan, niet gebonden zijn aan een kruk binnen de wanden van een nauw kantoor, en juist genoeg verdienen om niet te sterven. Alleen nog in de ruimte kon ik leven, met wijde horizonnen van steeds grooter mogelijkheden om me heen. En ten laatste kwamen er geen brieven meer van Mary, en ik kon niet naar haar toe vliegen om haar te redden. Ik zag haar in gedachten op straat, hongerig, ellendig als ik, nagejaagd misschien door de politie. . . Het was ondraaglijk. Zoo ging een maand voorbij, en nog had ik weerstandsvermogen genoeg om de beminnelijke voorstellen van mede-zwervers — mijn kameraden in dien tijd! — af te slaan, die de vernuftigst uitgedachte, onfeilbaar gelukkende plannen tot diefstal, inbraak en oplichting voor me ontvouwden. Enkele daarvan waren niet van bekoring en romantiek ontbloot, en wanneer je gebrek lijdt vervormen zich je begrippen van moraal op merkwaardige manier. De deugd van een mensch zetelt ongetwijfeld in zijn maag. Op een avond — ik had er ernstig over gedacht of ’t toch maar niet wenschelijk zou zijn mee te doen aan dat plan om dien eeuwig-dronken grootvorst van wat goudstukken te ontlasten, die altijd en hoorbaar in al z’n zakken dansten (wat zou hij daar nu minder van worden ?} — op een avond slenterde ik voor de honderdste maal tusschen deboulevardiers: de geparfumeerde prinsen, zij aan zij met onaantastbaar kuische Amerikaansche schoonheden ; de geheimzinnige Oostenrijksche graven met hun in punten gedraaide knevels, die zich neerbogen tot bejuweelde Engelsche tooneelspeelsters ; de pasja’s en bey’s in Oostersch weelderige dracht die arm aan arm flaneerden met van hoofd tot teen in Jaeger gestoken Duitsche gymnasiumleeraren... . heel de schare gemonocle-de dieven, parasieten, valsche spelers, aie hier hun beroep uitoefenden. En voor de honderdste maal luisterde, loerde ik .... nu zou mijn kans komen. Toen — Een automobiel schoof langzaam, voorzichtig door de dichtemenigte; „LadyChisselden, de nieuwe Amerikaansche schoonheid”, hoorde ik iemand achter mij zeggen. Er ging als een gegons door de wandelaars ; vingers wezen, hoofden bogen zich om beter te zien. En de groote, violet gelakte toerwagen, waarvan het metalen beslag en de kristallen lantarens schitterden in de avondzon, stond naast me stil, trillend, hijgend. De chauffeur maakte een handbeweging, als noodigde hij de menigte uit hem door te laten. Op dat oogenblik zag Lady Chisselden mij aan, en nauw merkbaar hief ze den vinger, als tot een waarschuwing ; haar strak op mij gerichte oogen zeiden een seconde lang : zwijgen! De automobiel, vrijgekomen, sprong plotseling vooruit, was honderd, duizend meters ver eer ik het begreep, en ik stond daar nog, met bonzende slapen, hijgend als had ik hard geloopen — en in mijn hersens was maar éen gedachte : Mary ! III. Als in een droom ging ik den weg dien de auto langs gesneld was, als kon ik hem inhalen.En mijn verschrikte gedachten wisten niet anders te herhalen dan dit eene woord : Mary ! In dien grooten, violetten automobiel had ze gezeten en haar bonten mantel gedragen als een vorstin ; en de wandelaars hadden met eerbied en afgunst en bewondering gezegd: „Lady Chisselden I” Men kende haar al, haar faam ging rond — en hier stond ik, haarman, en wist niet wat dit alleste beduiden had. O — het kon niet anders dan goeds zijn, omdat zij het deed ; en toch.........Als zij het wachten moe was geworden, als het avontuur haar gegrepen had. . . , ? Maar natuurlijk : nog dien avond zou ik het weten , niets zou eenvoudiger zijn dan in de vreemdelinge^* lijst na te zien waar Lady Chisselden logeerde. En ik trachtte mijn angst en mijn twijfel te verdringen. Aan de zee vond ik mezelf terug, als ontwakend in de vraag waarom ik eigenlijk al een kwartier lang naar een motorjacht stond te kijken. Ik wilde wegslenteren, maar over de loopplank kwam ’n man, ’n heer in marine-costuum, die ine vluchtig aanzag. zich toen Richard Polak. — "Terug van de Markt". Neen, lezer, het is geen Gerard Dou, geen Vermeer of Metsu, zelfs geen schilderstuk dat wij hier reproducee'ren. ’t Is een specimen van het kunstvolle fotografische werk, dat onze landgenoot, de heer Richard Polak, met zooveel smaak weet in elkaar te zetten. De appreciatie van zijn werk bleef niet beperkt tot binnen de grenzen van ons eigen land, vooral in Engeland telt zijn werk vele bewonderaars. Een goed bewijs hiervoor was de belangstelling in de tentoonstelling van zijn fotografieën te Londen door het bekende tijdschrift „The Amateur Photographer” georganiseerd. De heer Polak heeft in zijn woning te Rotterdam een oud-Hollandsch intérieur doen inrichten, waar hij zijn tafereeltjes enscèneert. Hij weet op meesterlijke wijze de belichting te bereiken en moet wel een goed kenner van de oud-Hollandsche gewoonten, zeden en drachten zijn, om zulke resultaten te bereiken. Feitelijk doet hij fotografisch hetzelfde, wat een tableau vivant geven wil. Doch dat is juist het knappe in Polak’s oeuvre. Bij hem mist men het tooneelmatige, opzettelijke, dat de „levende beelden” vaak minder gestaagd doet zijn. Dank zij ook zijn voortreffelijk medewerkende „modellen”, lukt het den fotograaf om het leven in zijn groepen te gieten. En dat is voorwaar geen kleine kunst. omwendde tot iemand, wiens hoofd juist boven een luik uitstak, en zei : „ja, de een of andere monteur, ’n practicus in elk geval.........ik zal er wel een vinden.” Z’n accent klonk kenschetsend Amerikaansch. Ik ging op hem toe. „Wat is er gaande ? Ik ben in ’t vak.” De man zag me nu opmerkzaam aan. „Generator defect — we zitten in ’t donker.” Ik volgde hem langs de plank. „Allright — I’ll fix it.” Na onderzoek leek ’t me een werkje van drie kwartier. Dat kon ik nog waarnemen vóór den nacht. Ik rekende uit: tien francs mocht ’t wel kosten ; dat beteekende een avondmaal en ’n goed bed. Geen vijf minuten had ik noodig om gereedschap ergens in de buurt te huren ; toen ging ik aan den arbeid. Met m’n gezicht dicht tegen ’t beschot, over mijn werk gebogen, hoorde ik gedempte stemmen in den salon daarnaast, rinkelen van glazen, ’t verschuiven van- ’n stoel. Het klonk niet onplezierig, dat wei-vertrouwde Amerikaansch, waarin overigens ook Engelsche stemmen zich mengden. Maar opeens deed een woord me de ooren spitsen : Postal-Union Telegraph bonds —dat klonk als uit Hannock’s tijd ! Ik zorgde dat ik ook in de provisiekamer te doen had, die met ’n deur van den salon gescheiden was, haalde ’n eind draad door den wand om mijn houding te redden wanneer ik gevonden werd. Nu kon ik heele stukken van ’t gesprek volgen. Het leek me of een van ’t gezelschap ’n rechterlijke autoriteit was, een ander, die zijn critische vragen beantwoordde, ’n Amerikaansch speurder, agent van een district-attomey of iets dergelijks. Ook twee politie-rechercheurs, of misschien leden van ’t een of ander detective-bureau, moesten er bij zijn ; er werd over crimineele procedure gesproken met blijkbare kennis van zaken. Nog een vijfde man was er, dien ik niet kon thuisbrengen ; hij las namen en cijfers voor van een lijst, die, zooals hij uitlegde, ergens bij ’n inbraak uit een brandkast was gestolen. „Driehonderd en twintig aandeelenNationale Handelsbank’ ’, las de stem zakelijk. „Een certificaat van zeven en veertig aandeelen United States Steel Preferred ; twee idem van h mderd idem elk Erie Railroad First Preferred ; achttien chè­ ques; zeven schuldbekentenissen; . .. „Voor ons waarschijnlijk waardeloos,”merkte ’n anderop. „Postal - Union Telegraph bonds, geschat op 102.345 pd. st.,” ging de lezer voort, en de criticus van zoo even zei: „dat is zeer belangrijk, want ’t bewijst dat de telegraaf-maatschappij en de speelzaal gedwongen zijn samen te werken! ’ ’ Ik. volgde het gesprek met gespannen aandacht, de handen opgeheven naar mijn werk, maar onbeweeglijk. „Alles te zamen een kwart millioen dollars verhandelbare waarden, als we op dit lijstje vertrouwen kunnen, wat wel ’t geval moet zijn, want het werd dien nacht van den inval uit de brandkast van Sheldon genomen.” Sheldon — de naam zond me een schok door de leden, als had ik een stroomdraad aangeraakt. Maar het gesprek ging voort. „En Morlay is in Genua, zeg je?” vroeg een Engelsche stem. „Nu, of dezer dagen,” antwoordde een Amerikaan. „Onze Milaansche agent wist afschriften van zijn telegrammen te krijgen. De meeste waren in cijfers, maar zijn vertrek naar Genua stond in elk geval vast.” „Daar zal ’t lastig zijn hem te krijgen !” „Maar als hij eerst naar Liverpool gaat, zooals je te voren zei en dan als ’t ware door een achterdeur naar huis, namelijk met ’n boot naar Quebec of Montreal . . . „Dat doet hij zeker niet. Hij is te verstandig om op Engelsch gebied te komen. Het is trouwens niet eenvoudig een kwestie van hem ’t overbrengen van zijn voorraad te beletten; wat we noodig hebben is klinkende, tastbare bewijzen. De handteekeningen van die chèques zijn.........” Dit was het laatste wat ik hoorde, maar ik wist genoeg : het zou me in de toekomst te pas komen. Mijn conclusies waren gemaakt. En op hetzelfde oogenblik haastte zich een steward met een blad met glazen naar binnen. Zijn wantrouwende oogen zagen slechts een electricien die druk aan ’t werk was. Een half uur later stond ik weer aan wal; de francsstukken rammelden in mijn zak. Als ik nu Mary zien kon en spreken, haar zeggen wat ik daar aan boord gehoord had. .... Maar — zou Lady Chisselden genaakbaar
PDF
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
03
Tekst
voor me zijn ? Wat beteekende toch haar plotselinge verschijning hier, haar onverwachte beroemdheid — vluchtig waarschijnlijk als van zoo velen in dit zonderlinge land — en waarom reed ze mij, rijk gekleed, in dien weelderigen auto zwijgend voorbij, de vinger als tot een waarschuwing aan de lippen ? Aan een kiosk kocht ik de vreemdelingenlijst. Lady Chisselden logeerde in het Palaee Hotel. Vijf minuten later zat ik in de hall, cigaretten rookend ; de portier, een voorbij slenterende kellner mocht even licht verwonderd mijn uit hun snit gezakte kleeren bekijken, overigens bleef ik ongestoord: onder de honderden avonturiers die in dezen reuzencaravanserail dooreengolfden, werd ik nauwelijks opgemerkt. De muziek speelde slepende wijzen, nu en dan door het stemmengegons overklonken; de vleugeldeuren wentelden onophoudelijk; mannen en vrouwen, in weelderig avondtoilet, ruischten af en aan. Scherp speurend bleef ik rondzien; het kon misschien totin den nacht duren: de Lady mocht eens naar de Opera zijn gegaan, haar tijd daarna verbeuzelen aan een uitgezócht souper......... Een oogenblik werd mijn aandacht afgeleid van de rusteloos wiekende deur ; toen, als werd ik er toe gedwongen, keek ik achterom : het w7aren nog slechtstwee vrouwenvoeten die ik de breede trap zag opgaan, maar ik kende hun rhythme — het was Mary. Langzaam, beheerscht, stond ik op, legde mijn sigaret neer ; maar eenmaal op de trap, vloog ik bij vier treden tegelijk naar boven. Mary had de lift niet afgewacht ; op de derde verdieping, aan ’t eind van ’n gang, zag ik haar verdwijnen. Ik hield het punt in ’t oog waar ze even had stilgestaan, ging er snel op af. Kamer 162... Zacht draaide ik den knop om : de deur was gesloten. Ik klopte behoedzaam. Plotseling kwam een kamermeisje naar buiten, zag me wantrouwend aan : „mevrouw- wenscht niet meer gestoord te woorden vanavond.” Haar stem klonk hooghartig ; even waren haar oogen op mijn uitgeloopen schoenen gevestigd. Aan de overzijde van de gang ging een breede deur open en ik zag in een hel verlichte zaal; muziek weerklonk, dansende paren zweefden mij voorbij. Nu kwamen er verscheidene de gang in, liepen lachend en pratend op en neer, zich met waaiers verkoelingtoewuivend. Ik dacht aan Mary’s waarschuwend gebaar; een minuut later had de lift me drie verdiepingen lager gebracht. In den benedensten corridor was het stil. Ik zocht het punt dat zich verticaal onder dat moest bevinden w’aar ik zoo even, drie verdiepingen hooger, stond. Met de hinden in de zakken, neuriënd, een sigaret tusschen de lippen, liep ik heen en weer, als wachtte ik iemand. Toen stond ik een oogenblik stil, den rug naar de kamerdeur gekeerd ; geruischloos draaide ik achter me de deurkruk om. Gesloten ! Dan maar daarnaast. De deur week. Dadelijk ging ik met besliste stappen naar binnen. „Hallo, John, are you here ?” Ik vroeg ’t luid, opgewekt, een verontschuldiging voorbereidend voor ’t geval er iemand in de kamer mocht zijn. Stilte. Snel knipte ik ’t electrisch licht aan— niemand. Onbewoond. Nu schoof ik den grendel dicht en een oogenblik daarna stond ik op ’t balcon, dat uitzag over een donkere binnenplaats. De situatie viel mee. Ik kon gemakkelijk op een van de blinden klimmen en, daar bovenop balanceerend, ’t hekwerk van het balcon grijpen dat een verdieping hooger lag. Maar dan.... het balcon van de derde verdieping scheen me aanmerkelijk hooger te liggen. Daar zou een ander hulpmiddel noodig zijn. Ik ging in de kamer terug, luisterde een minuut lang aan de deur. In de gang bleef alles stil. Toen trok ik een laken uit een der bedden, bond het om mijn middel onder mijn jas, en begon mijn moeilijke, vrij gevaarlijke klimpartij. Op het tweede balcon gekomen, legde ik me plat neer, begon het laken na het in de lengte te hebben doorgescheurd, te vlechten. Aan een der uiteinden maakte ik een lus, bevestigde die stevig met een stuk touw7. Als het nu maar gelukken 3 DE ENGELSCHEN TREKKEN EEN RIVIER OVER. Achter het front in Noord-Frankrijk worden de Engelsche soldaten geregeld geoefend, vooral in het oversteken van rivieren Op bovenstaande foto ziet men met behulp van eigenaardig gebouwde vlotten geweren en uitrustingen over de rivier brengen. wilde de lus over de gekrulde ijzeren stijlen van het hekwerk te gooien.......Het w-as lang niet gemakkelijk, zoo recht in de hoogte te lasseeren, maar na tien, twaalf worpen beet het laken zich vast. En weldra was ik weer een verdieping hooger, maakte ik me klein in een hoekje van het balcon Ik moest even op adem komen, maar tegelijkertijd lachte ik om de gew-eldige maatregelen die ik aan ’t nemen was louter — om mijn vrouw te spreken ! Toch — het w-as geheel in de lijn van ons avontuurlijk leven, en zou het niet veel erger zijn geHET OFFENSIEF DER DUITSCHERS EN OOSTENRIJKERS IN GALICIË. Terwijl de manschappen de over de rivier geslagen pontonbrug overtrekken, benutten de officieren den tijd met het bestudeeren van de kaart. Midden op de foto ziet men een Duitschen Uhlahnen-officier tusschen de Oostenrijksche officieren. weest wanneer ik Mary, die zoo klaarblijkelijk zelfs door mij niet in de uitvoering van een of ander groot plan gestoord wilde woorden, had gedwarsboomd door haar waarschuwing in den wdnd te slaan ? Ik loerde door de spijlen.van het hek, al luisterend aan het donkere raam. Daarnaast moest Mary zijn, maar de sprong was te ver. Het kon wel niet anders — ik zou eerst de naastliggende kamer door moeten. Zacht stond ik op, bepaalde op de gis de hoogte waar zich achter de vensterruit de spanjolet moest bevinden. Nu beschreef ik met den diamant van mijn treuring — en terwijl ik ’t deed, vroeg ik me af waarom ik dien nog niet te gelde had gemaakt, sentimenteele inbreker die ik was — een cirkel om het als juist aangenomen punt, luisterde toen weer aanda litig of er daarbinnen niemand was die ’t krassen had kunnen hooren. xAlles bleef stil. Met mijn zakdoek bedekte ik den cirkel, gaf toen met mijn mes een krachtigen tik op het middelpunt. Mijn schatting wras op een centimeter na juist geweest : mijn zoekende hand greep de spanjolet door de kleine opening heen. Een minuut lang stond ik onbeweeglijk luisterend in de volslagen donkere kamer ; zoowel de balcondeuren als de luiken had ik achter me gesloten. Geen geluid brak de stilte. Zonder mijn plaats te verlaten stak ik een waslucifer aan, hield dien boven mijn hoofd en zag om me heen. Ik was in een zitkamer ; de buitendeur had geen grendel en de sleutel stak niet in ’t slot — de bewoner had ze ongetwijfeld bij zijn heengaan van buiten gesloten, en goed gesloten ook, want op de tafel lag een horloge, een zilvei t sigarettenkoker, een zegelring ; bij de sofa stond een halfgeopende buffelleeren tasch, waarop een gouden monogrammetkroon. Het ivoren heft van een elegante revolverstak eruit; zonder me te bedenken nam ik het wapen terleen. Op mijn teenen ging ik naar een deur in den korten wand, die op een kier stond ; bij het licht van een tweeden lucifer zag ik de aangrenzende slaapkamer. Ook die had een deur —daarachter moest Mary zijn... Ik drukte mijn oor tegen het sleutelgat, draaide voorzichtig aan den knop ; maar de deur was gesloten en erachter was niets dan de stilte. Wat had ik ten slotte bereikt ? Nadenkend vroeg ik ’t me dat af. Op de een of andere manier zou ik me hier moeten nestelen, onder het bed, in een kast.,. om dan af te wachten wat gebeuren zou.......Maar kon nietiederoogenblik de bewonerthuiskomen, de eigenaar van de drie paar verlakte schoenen die onder het bed stonden, van het marokijn-leeren scheer-étuimet zeven ivoor-gehandvatte messen, de kristallen flacons met zilveren deksels die op de waschtafelstonden ? En wat dan ? Mijn lucifer was uitgebrand en in het donker bleef ik wederom peinzend staan. Het electrisch licht ontstak ik liever niet, en het was me ook of ik in de duisternis rustiger denken kon. In de gang klonken stappen, maar gingen voorbij ; de kleerenkast kraakte. Mijn besluit was genomen. Die tusschendeur moest open, hoe dan ook. Het was stil daarnaast ; zoo ooit dan zou het nu ’t goede oogenblik zijn er binnen te dringen ; en waar zou ik me beter kunnen verbergen, dan juist daar? Ik had geduld, ik had zelfbeheersching, ik had vertrouwen in Mary, die zonder twijfel een onderneming van beteekenis op touw had gezet — maar mijn verlangen naar haar w7as sterker dan dit alles : ik moest, ik zou haar zien........... Het was nu maar de vraag of ik de pinnen uit de scharnieren kon tikken zonder te veel leven te maken ; natuurlijk waren op dit uur de meeste hotelbewroners uit — maar wat ik doen ging zou toch in elk geval niet zonder geweld kunnen plaats hebben. (Wordt vervolgd) SS PANORAMA
PDF
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 4 HET ZWEMFEEST TE HILLEGERSBÈRG. Door de Sportvereèniging Hillegersberg is Zondag 4 Juli te Hillegersberg een zwemfeest gehouden, waarop de vereeniging met genoegen kan terugzien. Het weer was uitstekend ; geen windje rimpelde het water en het zonnetje, dat flink te schijnen stond, hield het water uitstekend op temperatuur. Het programma, waarop o. a. snelzwemmen voor verschillende afdeelingen, estafettezwemmen, enz., voorkwam, werd snel en vlot afgewerkt. Wij geven hierboven links : een aardig moment gedurende den wedstrijd waterpolo ; midden : een mooien sprong ; rechts (foto Berssenbrugge): het uitreiken van den Plaswijck-beker, uitgeloofd door den heer Loos, aan den heer J. Willige, als le van het nummer snelzwemmen voor leden boven 15 jaar op vrije baan, afgel. in 473/~ sec. WANDELTOCHT DEN H A AG-ROTTERDAM OP 4- JULI. Als onderafdeling vaneen serie athlethiek-wedstrijden, georganiseerd door„Pro Patria” stond ook een afstandsmarsch van den Haag naar Rotterdam op ’t programma, die binnen 31/2 uur moest worden afgelegd. Het aantal deelnemers bedroeg ongeveer 83; binnen den vastgestelden tijd kwamen ongeveer 70 personen aan. ’s Morgens om 9.02 werd uit den Haaq vertrokken, terwijl de eerstaangekomene, de heer Coeland, reeds om 11.50 arriveerde. Wij geven hierboven een groep der deelnemers. Links (Nr. 1) staat de heer Coeland, rechts van hem de 11-jarige Korrelvink(Nr. 121 die in goede conditie te 12.08 aankwam, (foto Hijmans). DE NEDERLANDSCHE KORFBALBOND. Zondag 4 Juli hield de N. K. B. te Utrecht zijn 12e jaarvergadering tijdens welke de karnpioensmedaille werd uitgereikt. De belangstelling was, waarschijnlijk wegens het mooie zomerweer dat niet tot vergaderen uitlokte, niet zoo groot als andere jaren. 24 vereenigingen en 2 bonden waren vertegenwoordigd, tezamen met 48 afgevaardigden. Hierboven een foto van de vergaderden. SPORTBETOOGING OP HOUTRUST. Door den ’s-Grdvenhaagschen Turnbond is Zondag 4 Juli op het Sportterrein Houtrust te ’s-Hage een goed geslaagde Sport-demonstratie gegeven, die door talrijke civiele en militaire autoriteiten werd bijgewoond. De verschillende nummers van het programma, die vlug van stapel liepen, vielen zeer in den smaak van de toeschouwers. Wij geven links: Stokoefeningen voor dames; leider de heer G. Ploeg; midden (foto Hijmans): de militaire autoriteiten: links Gen. Kleynhens, rechts Gen. Klerck de Reus, gouverneur der residentie; rechts: hoogstand aan de brug. DE NIEUWE ZWEMINRICHTING TE UTRECHT. Onder veel belangstelling, ook van de zijde van autoriteiten, is onlangs te Utrecht een nieuwe zweminrichting geopend, die in alle opzichten een aanwinst heeten mag voor de stad. Wij geven hierboven links een foto van het gebouw, waarin zich de ruime en frissche kleedkamers bevinden en rechts een kijkje op het flinke zwembassin. HET SPORT-PANORAMA
PDF
Nummer
1915, nr. 55, 8 juli 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA OORLOGSNIEUWS UIT VERSCHILLENDE LANDEN TWEE UIT VELEN. Slachtoffers van den oorlog! Twee Serviërs, die ieder een been hebben moeten missen. TURKSCHEGEWONDEN. Kijkje in een Turksch hospitaal. Ook hier ontbreken de voor geheel hun verder leven verongelukten natuurlijk niet. HULPVERLEENING DOOR HET ROODE KRUIS. Oorlogsellende ' Een Russische soldaat, die door de hevige gevechten totaal uitgeput is en krijgsgevangen is gemaakt, wordt door een Duitschen Roode-Kruissoldaat met water gelaafd. Door middel van natte doeken op het hoofd is hij bijgebracht moeten worden. ’N MOOI BOUWWERK BESCHADIGD. Ook. de prachtige bouwwerken van Italië loopen nu gevaar. De beroemde kathedraal te Ancona is bij den laatsten luchtaanval der Oostenrijkers ernstig door bommen beschadigd. DE SLACHTOFFERS. Oorlogsellende’ Hoe krachtig heeft deze haar stempel gezet op het wezen dezer door vermoeidheid, pijn en overspanning als versufte Duitsche soldaten, knappe mannen, in de volle kracht van hun leven. Hoe velen zijn er nog tot lichamelijken en physieken ondergang gedoemd, alvorens er een eind zal komen aan dezen ontzettenden oorlog waardoor, dagelijks duizenden en duizenden mannen van geheel Europa aan hun gezin en de maatschappij ontrukt worden. DE UITWISSELING DER ROODE KRUISSOLDATEN. Duitsche Roode-Kruissoldaten verlaten Londen om uitgewisseld te worden tegen Engelsche, die iniDuitschland vertoeven. TENTOONSTELLING VAN BELGISCHE OORLOGSRELIQUI EEN. Door Prinses Clementine van België is in Londen de tentoonstelling geopend van Belgische ooriogsreliquieën. — Onze foto geeft de prinses met haar echtgenoot (links achter haar), den afstammeling van Napoleon, bij de rondwandeling over de tentoonstelling. EEN GEDENKWAARDIG OOGENBLIK VOOR ENGELAND. Minister Asquith, in Guildhail, de onbeperkte oorlogsleening besprekende. Achter Min. Asquith bevindt zich de Lord Mayor van Londen. Rechts van dezen op de foto Min, Bonar Law. Links naast den open zetel de Bisschep van Londen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1706 tot 1710 van 11897