|
PANORAMA 16
eert ZWEMPLAATS VOOR GEMOBILISEÈRDEN.
Door het „Comité voor ontwikkeling en ontspanning der gemobiliseerde troepen” is te Haarlem op
plechtige wijze in tegenwoordigheid van talrijke militaire en civiele autoriteiten een zwemplaats voor
de soldaten der forten geopend in de oostelijke kom van het Spaarne, de „Mooie Nel’ geheeten. De
zwemplaats was keurig versierd en bij de openingsplechtigheid werden er onder leiding van den heer
A. J. Meijerink verschillende oefeningen gehouden. Wij geven hierboven een foto van de groep autoriteiten
en genoodigden.
„Lottie!” riep Horton uit en bedekte het gelaat met de
handen.
„Ik deed verkeerd,” las Crawford voort. „Hoeveel moeite
ik deed mijn liefde voor hem te dooden ; ze werd steeds sterker
. . . geloof ik, als een onderdrukt vuur. Ik heb met je
gespeeld, Rodney. ïk ben een slechte vrouw. Ik ben wreed
en zelfzuchtig 1 ïk zie nu eerst hoe schandelijk ik gehandeld
heb. Jij bent jong en ik heb mijn best gedaan jouw jonge
leven te verwoesten. Hoe zul je me verachten. Maar, Rodney,
als je ouder geworden zult zijn, zul je me dankbaar zijn. Ik
kan niet gaan, lieve vriend. Ik kan mijn man niet verlaten ;
zelfs al geeft hij niets om mij, ik kan niet van hem scheiden.
Ik weet niet of je mij vergeven kunt, want ik heb onuitsprekelijk
slecht gehandeld. Ik ben vreeselijk beschaamd ; ik wou
dat ik dood was ...”
„Het is waar,” barstte ze los. „Rodney je moet niet slecht
over mij denken. Nu ik er op terugzie, begrijp ik het eerst
goed. Ik begrijp niet, hoe ik er toe gekomen ben, hoe ik alles
vergeten kon : mijn man, mijn plicht, mijn zelfrespect, mijn
medelijden met jou. Ik kan nu niet anders handelen ; Rodney,
want ik heb je niet lief. Dat zie ik nu eerst. Ik bemin
alleen hèm.”
Ze wees met bevenden vinger naar haar man, die aan zijn
schrijfbureau zat.
Crawford keerde zich tot hem.
„Ons plan, ons treurspel is geëindigd in een klucht,”
zei hij, grimlachend. „De verliezer heeft gewonnen. Ik feliciteer
je ! De overeenkomst gaat niet door. Ik wensch je een
lang leven . . .’
Hij keerde zich lachend om en keek naar het glas melk.
Daarna zonder een woord meer te zeggen, zonder haar met
een blik te verwaardigen, verliet hij de kamer.
Horton sprong op en liep zijn neef na.
„Rodney!” riep hij.
Doch de voordeur werd dichtgeslagen, en Horton keerde
tot zijn vrouw terug.
„Lottie, Lottie, kan het waar zijn ?” fluisterde hij, terwijl
hij de kamer binnentrad.
Op hetzelfde oogenblik sprong hij echter op zijn vrouw af
en pakte haar bij de polsen beet, dat ze het van angst en pijn
uitschreeuwde. Zij had het glas met melk van tafel genomen
en bijna uitgedronken. Hij wrong haar het glas uit de handen
en wierp het in scherven op den grond. Zijn gelaat was verHETSLUITEN
DER MARINEWERF.
Langzamerhand verdwijnt alles uit Amsterdam wat aan de Marine
herinnert. Voor eenige jaren verlieten de „Wassenaar’’ en het
wachtschip „Prins Maurits” de hoofdstad. Thans is ook de beslissing
over de Marinewerf gevallen en zal zij vanaf 5 Juli gesloten
zijn. De Werf, met haar oude gebouwen, werkplaatsen en
bassins, heeft een heele geschiedenis, die ons te ver zou voeren,
wanneer wij die hier gingen afschrijven. Gelukkig blijven die typische
oude gebouwen bestaan, en het gezellige binnenplaatsje
met het standbeeld van Maarten Harpertszoon Tromp, waarvan
wij hier een foto geven, blijft dus onaangeroerd.
wrongen van angst en zijn oogen met bloed doorloopen.
„Heb jij ... dat . . . uitgedronken ?”
EENZESDAAGSCHEMARSCH.
Door een aanlal landweermannen uit Bergen op Zoom is een kranig stukje werk geleverd, dat typeerend
is voor het uithoudingsvermogen der mannen. Maandagochtend van de vorige week begaf
men zich onder leiding van luitenant De Jonge op weg om den tocht Bergen op Zoom-Amsterdam en terug
loopend. met marschvaardige bepakking, af te leggen. Woensdag kwam de wakkere troep in volmaakten
welstand te Amsterdam, waar zij door Generaal Ophorsf werd gecomplimenteerd. Donderdag werd de
terugtocht naar Bergen op Zoom weder aanvaard.
„Bertram ! . . . Bertram !” riep ze vol vrees uit.
Hij viel op een stoel neer en verborg zijn hoofd in zijn han
den. Geen tegengift! Een braakmiddel verhaastte het proces.
Zes druppels. In wanhoop en onmacht brak het zweet
hem uit.
Hij had haar teruggekregen, om haar dadelijk weer te
verliezen. Hij had een glimp van hernieuwd geluk gezien.
,,Ik bemin hem !” En nu ? Hij sidderde als had hij de koorts ;
zijn hersenen gloeiden. Nu werden haar handen op zijn schouders
gelegd en hoorde hij haar overredende stem :
„Vergeef me ! Vergeef me ! Jou alleen heb ik lief, jou !
Ik deed verkeerd ... ik ... !”
Hij richtte zich op en sloeg zijn arm om haar heen. Daar
viel zijn oog op de tube met het overschot van het vergif.
Dat bracht hem tot een besluit! Hij zou haar volgen. Hij
kon niet zonder haar leven. Zulk een leven zou een hel voor
hem zijn. Hij had haar, die hem het liefste was op aarde,
vermoord !
Daar ging de deur open I
„O, mijnheer, mevrouw, kom eens even kijken naar de
kat !” Met deze woorden op verschrikten toon geuit, trad de
tweede meid de kamer binnen. „Hij is niks niet goed, hij
ligt op één kant en wil niet loopen. Hij mankeerde een half
uur geleden nog niemendal. Hij kwam daar straks deze kamer
uit, toen u en mijnheer Crawford in mevrouws kamer waren.
Ik heb hem nog weggejaagd, want hij zat op de tafel van een
glas melk te drinken. Toen was er nog niks met ’m aan de
hand. Ik had nauwelijks den tijd om de rest van de melk weg
te gooien en een schoon glas te krijgen, toen ...”
„Ik denk, dat het zijn tijd zal zijn, arme Peter,” zei Lottie.
, ,Hij begon oud te worden. Hij is . .
„Hij is zoo dood as ’n pier,” vulde de keukenmeid, die
intusschen ook verschenen was, aan. „Hartstikkedood!”
* * *
*
Boven knielde Lottie voor haar man neer, haar handen
in haar schoot, de zijne om haar hals.
„Het was alles mijn schuld. Ik was een bruut,” zei hij berouwvol.
„Ik heb een goede les gehad en zal die nimmer vergeten
— nimmer !”
Hij sloot de oogen bij de herinnering aan den angst en
de wroeging van daar straks, daarna kuste hij haar eerbiedig.
Buiten lag er een kat, stil en stijf, die voor haar diefstal
zwaar gestraft was ; gestraft met den dood.
HET WEGEN.
AARDBEIENVEILJNQ
i ge
rijf
is ’n reusachtige electrische klok, welke in de oogen van den leek de bescheiden plaats van achterdoek van dit
kleine tooneel inneemt Het eenige wat de man heeft te doen is de klok met een handeltje aan den gang zetten.
Deze klok is eigenlijk niet zoozeer een klok, al heeft zij er met haar ronde cijferplaat en grooten middenwijzer bedrieglijk
het aanzien van. Deze klok draagt officieel den naam van electrisch afmijntoestel; een fraaie benaming,
zooals ge ziet, maar nog op verre na, naar mijn oordeel, niet fraai genoeg voor zulk een bijna menschelijk vernuftig
samenstel; het is n.1. een klok met hersens als een mensch, als een verstandig mensch wel te verstaan ; het
spreken ontbreekt nog maar. Die klok-mensch is zoo glad, dat zij ineens en zonder aarzeling aanwijst wie den
kooper van een voor haar staande partij is en voor hoeveel de partij per Kilo gekocht is ; absoluut precies gelijk
deelt zij dit mee, en ik tart den verstandigsten man dit na te doen. — Het wonder geschiedt aldus: De koopers
hebben elk voor zich een electrischen knop in hun bank, die knoppen hebben elk hun nummer. Deze zelfde numWe
zijn eens te Beverwijk wezen kijken, in de drukste dagen van den export, die
week of vijf in beslag neemt. En we waren verbaasd van den omvang dien dat bedrijf ook thans
in deez’ abnormale tijden nog heeft. Ik sprak verscheidene personen, die het weten kunnen, en allen waren
zeer tevreden over den loop der zaken. Wat al vreeze toch had de harten der Beverwijkers bedrukt bij het
naderen van den export-tijd dit jaar. Een enkele trein, die tengevolge van troepen- of proviandvervoer in
Duitschland ook maar eenige uren oponthoud ondervinden zou, kon een onoverzienbare schade veroorzaken
en dat niet alleen omdat de lading aardbeien bedorven en verloren kon zijn, maar wijl zulk een tegenslag
op het bedrijf zelf zijn invloed leelijk zou doen gelden, en de koopers steeds bevreesd voor herhalingen,
nauwelijks eenige prijzen van beteekenis zouden durven besteden. Gelukkig, het liep mee. Wel moest
er nu en dan op wagons worden gewacht, maar dit euvel bleek niet erger dan andere jaren. De Duitsche
spoorwegdirectie had dan ook aan Beverwijksche ondernemers die naar Berlijn waren geweest met den
verneemstok, nogal goede toezeggingen gedaan, onder voorbehoud van een en- ander, maar de kans
voor onze Beverwijkers was gunstig ; want het is aan te nemen, dat men in Duitschland thans dubbelen
ijver toont, om den invoer van zulk een kostelijk welkom ooft niet te bemoeilijken. — Een voordeel dit
jaar is, dat van de aardbeien voor het maken van jams bestemd, de gewone inkomende rechten (10 mark
per 100 Kilo) in Duitschland niet geheven worden. Een niet te onderschatten voordeeltje. — De aardbeien
worden geplukt zooals U weet in de fraaie langwerpige manden met kort middenhengsel, de zoogenaamde
sloffen. Deze sloffen komen uit Saksen en Beieren; er wordt hier zoo jaarlijks een millioen van gebruikt.
De sloffen komen na verloop van tijd leeg terug, per spoorwagen dan natuurlijk. Een slof houdt ongeveer
3 Kilo dezer nobele, frissche vruchten in. — Het is een lieve lust het vertier bij te wonen, dat zoo’n aardbeienveiling
geeft. De veilinglokalen zijn aan de spoorbaan gelegen, aan de achterzijde althans; de vrachten
die dus voor inrijden, komen na gewogen en geveild te zijn aan de achterzijde uit het gebouw op
het plankier van den spoorweg en worden gelijktijdig in de gereedstaande wagons geladen. — Een groot
gemak zijn de electrische weegtoestellen, welke dit jaar voor het eerst in gebruik genomen werden. Ze
geven een ongehoord snel tempo aan dit heele aardbeziën-gedoe. Aan den ingang van elk veilinggebouw
staat zulk een electrisch weegtoestel; elke schaal wordt bediend vanaf een hooge houten brug, waaraan
de schalen bevestigd zijn, Onder deze toestellen rijden de karren aardbeien naar binnen. Het wegen gaat
nu zeer eenvoudig. — Vanonder het weegtoestel rijdt de zoete vracht tegelijk het veilinglokaal binnen,
een gebouw, waarin ter eenre zij op amphitheaters-wijze gerangschikte banken de koopers zitten, en ter
andre zijde op een soort van klein tooneel de afslager zich bevindt. Die afslager moge op dit tooneel de
hoofdpersoon lijken, niets is echter minder juist. De hoofdpersoon, wanneer ik het zoo uitdrukken n
HET VERZENDEN.
mag
mers staan duidelijk in cirkeltjes naast en onder elkaar midden op de klok. Rondom op de klok staan cijfers, die
telkens met een halven cent oploopen, geschilderd. De afslager behoeft nu slechts met zijn handeltje den wijzer aan
den gang te brengen en deze gaat langzaam maar zeker rond langs de cijfers, die de prijzen per kilo voorstellen.
Is de wijzer op een cijfer geraakt, dat men per kilo besteden wil, dan drukt de kooper onmiddellijk op den knop
voor hem ; de wijzer staat stil, en het nummer van de zitplaats van den kooper op de wijzerplaat wordt electrisch
verlicht. — Eenmaal geveild, kent een ieder het lot der aardbeien. Op het perron worden ze in de wagons geladen
echter niet dan nadat ambtenaren van elke vracht hier en daar sloffen hebben leeggeschud om zich te overtuigen
of onwaardige tuinders steeisgewijze koper of andere verboden vruchten tusschen de zoete Beverwijksche
naar Duitschland probeeren te sturen.
WALKER.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
|