Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1691 tot 1695 van 11897
Nummer
1915, nr. 53, 1 juli 1915
Blad
03
Tekst
3 — bezoekers van de speelvesting wel invloedrijke beschermers gevonden zou hebben, als ze dat gewild had (natuurlijk was zeda ar te trotsch en te rein toe), maar die door de gretig toekijkende en belangstellend luisterende buitenwereld al voor haar heele leven gebrandmerkt was : ’n handlangster van Hannock ! Hannock, die trouwens al haar wegen naging, haar, die zooveel van hem wist, bijna als een gevangene behandelde. Totdat we, op ’n avond, een grooten slag deden. Zelfs Hannock, de ijskoude, ijzerharde, was zijn verstand kwijt. Het geld stroomde binnen, hij deelde er ons handenvol van uit, dronken van winzucht en van de champagne die hij, geheel-onthouder, in die zonderlinge, duizelig makende oogenblikken met de anderen had meegenoten. Ik denk wel dat ik dien avond meer geld in mijn zak heb gestoken dan Hannock me had toegedacht ; althans, den volgenden morgen bevond ik me in het bezit van achtduizend dollar. Nu moest het uit zijn. Het zou moeite kosten, maar ik wilde Mary vrij maken, met haar vluchten, haar trouwen — samen onze rust zoeken — vergeten ! Maar Hannock, sluwe, wreede slavenhandelaar die hij was, had zijn koelbloedigheid en zijn evenwicht na dien dronken avond spoedig en voor goed teruggevonden. Aan Mary werd een kamer aangewezen binnen de muren van zijn speelvesting, en de twee uren per dag die hij haar vrij gaf, mocht ze slechts onder geleide van een zijner vertrouwdste satellieten uitgaan. Hij volgde al mijn gangen, en aan zijn wantrouwige oogen zag ik dat ik Mary’s lot spoedig zou deelen. Juist in die dagen had hij zich met een van de berucntste New Yorker telegraaf-aftappers, Sheldon, geassocieerd tot een nieuwe onderneming, een zoo brutale zet dat al de vorige er bij in ’t niet zouden zinken. Onze hulp was er onmisbaar bij ; zijn plan vereiscnte bekwame en kalme vaklieden. Een ganschen dag dwaalde hij argwanend om ons heen, met iets tijgerachtigs in zijn bewegingen,doelde in halve woorden op zijn nieuwe plannen, sprak van Sheldon, die spoedig komen zou. Nu of nooit ! Hij zond me uit om een microfoon van nieuwe vinding die we noodig hadden, en toen ik terugkwam had ik de politie van de komende dingen op de hoogte gebracht. Dienzelfden avond deed de districts-attorney een inval, op Amerikaansche wijze : hij liet de gepantserde deuren met dynamiet springen. Wat er verder gebeurde, wat er van Hannock werd, en van Sheldon, die even vóór den inval binnengekomen was, maar zich nog niet aan ons vertoond had, dat alles hoorden we eerst later. DE DUITSCH-OOSTENRIJKSCHE VERBROEDERING. Deze bijzonder interessante foto, die genomen is tijdens den veldtocht in Galicië en waarop men (links) een Oostenrijkschen soldaat en (rechts) ’n Duitschen hun maal ziet .nuttigen, bewijst op typische wijze hoe nauw het onderling verband is, dat er op ’t oogenblik tusschen het Duitsche en Oostenrijksche leger bestaat. DE VELDTOCHT AAN DE PERZISCHE GOLF. De aankomst van een Indisch convooi te Basra, aan den Euphrat. Op den achtergrond de Britsch-Indische artillerie. We hadden onze vlucht goed voorbereid. Den volgenden dag waren we getrouwd, en een week later zaten we in Engeland. Waarom niet ? In Amerika is het leven er een van snelle, plotselinge onverwachtheden ; je leeft er met rukken en schokken. II. Die enkele dagen op de boot waren we gelukkig als kinderen. We hielden van elkaar, romantisch VAN HET OOSTELIJKE OORLOGSTERREIN. De Duitsche generaal von Linsingen, de aanvoerder van het leger, dat de Russen in Galicië teruggedrongen heeft. als de meest ouderwetsche roman-figuren. De nachtmerrie van ’t verleden was geweken, het geld rammelde in onze zakken ; we hadden de mooiste state-room op het bovendek en reisden als vorsten. Wat zou eenvoudiger geweest zijn dan ergens samen een huisje te zoeken waar we ons nieuwe leven konden genieten, en naar werk uit te zien dat pns een eerlijk bestaan verschafte ? Dom of lui waren we geen van beiden. Maar wie, die gewoon is geweest tegen den ruwen stroom van het leven in de Nieuwe Wereld op te worstelen, kan zoo spoedig tot rust komen ? Het avontuur zat ons beiden in ’t bloed ; we konden niet meer den zelfden weg gaan als iedereen, en althans voorloopig was er voor ons geen sprake van dat we als brave, ordelijke burgers een huishouden konden opzetten en ons een werkkring schappen. Daarvoor zou ik nu een lange, diepzinnige verklaring kunnen zoeken, op zielkundigen onoergrond ; maar ik wil eenvoudig weg mijn geschiedenis vertellen, de feiten neerschrijven. Ik noteer gebeurtenissen; ik zet geen roman in elkaar. Schrik, angst, ellende, ontbering hadden we gekend ; met opeengebeten tanden hadden we tegen ons noodlot gevochten. Nu wilden we nog slechts genot, en alles wat voor geld te koop was. Een paar weken zaten we in Londen, reden in den mooisten auto die er te huren was naar de theaters, soupeerden tot laat in den nacht. Toen, opeens, als een vlucht, vluchtend voor onze eigen rusteloosheid, naar Aix-les-Bains, tot we de strompelende rheumatici niet langer konden aanzien ; vandaar naar Karlsbad, te midden van Engelsch-Indische vorsten, studenten uit Petersburg en Berlijn, ondernemende jonge hertoginnen uit Parijs, niet te ontcijferen vreemdelingen uit de verste en donkerste hoeken van den aardbol. En het ergste was, dat we ons nergensalleeh voelden, dat we rust en eenzaamheid zochten, maar ervan schrikten wanneer we ze gevonden hadden, en ons dan weer midden in ’t gewoel stortten. Een oogenblik deed de koele berglucht van St. Moritz ons goed, maar ook daar achterhaalde ons de leegheid en de verlatenneid, die ten slotte misschien binnen in onszelf was, zich alleen nu en dan verschool. We hadden nood geleerd ons een doel te stellen dat eenigermate waard was nagestreefd te worden ; we konden alleen van avontuur naar avontuur snellen. De tijd ging voorbij, ons geld slonk, en onze roes was eerst geëindigd toen we in een morsig, klein Parijsch pension zaten, waar Mary haar stijfgeworden vingers zoolang op een oude piano oefende tot ze wat les kon geven aan burgerkinderen in de buurt, tegen vijftig centimes per uur. Ik liet naar achter met tachtig francs ; met de rest kon ik juist naar Monte Carlo komen. Arme, dappere vrouw ! Er was geen traan in haar oogen toen ik ging; ze glimlachte, en zei telkens: ,,ik sla me er wel door ! Als je niet gauw terug komt, kom ik bij je !” Maar de rekening in ’t pension liep naar de driehonderd francs, en de politie was al aan ons te pas geweest. Juweelen, ringen — niet een had Mary er over, en haar bonten mantel lag als onderpand in een gesloten koffer naast het bed van de pensionhoudster. Maar ofschoon ik vermoeden kon dat het haar slecht ging, eerst later wist ik hoe hard ze ’t had, want den enkelen brief, aien ik kreeg, wist ze opgewekt te stemmen, moedig schepsel dat ze was ! En intusschen liep ik in Monte Carlo rond, hongerig, ellendig ; de paar goudstukken waarmee ik, dwaas genoeg, mijn geluk had willen beproeven, waren met een greep van des croupiers vraatzuchtige hark uit mijn beurs verdwenen, en hoe ik ’t twee, drie weken uithield als pakjesdrager, wegwijzer, schoenpoetser en kolensjouwer ik begrijp ’t zelf niet meer. Aan de kolen verdiende ik nog ’t meest ; dat was mijn rijke tijd. Maar de boot vertrok nadat ik twee dagen neus en longen met het zwarte kolenstof had gevuld, en ik moest naar iets anders uitzien. En intusschen loerde ik, speurde, luisterde, altijd en overal ; van een geluid, een woord, een beweging ergens in mijn nabijheid kon mijn fortuin afhangen. Kansen zijn er overal ; het komt er maar op aan ze te betrappen. Natuurlijk had ik kunnen beproeven een plaats als telegrafist te krijgen. (Wordt vervolgd). PANORAMA VOOR DE SLACHTOFFERS. In Oostenrijk zijn hier en daar, op straat en ook in openbare gebouwen, helmen geplaatst, waarin men voor een klein bedrag een spijker slaan mag. De opbrengst komt ten goede van de invaliden. Dat deze wijze tot uitoefening van weldadigheid nogal instemming vindt bij het publiek, bewijzen de talrijke nagels die reeds in den hierboven afgebeelden helm geslagen zijn. 53 (la)
PDF
Nummer
1915, nr. 53, 1 juli 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 2 PANORAMA GEÏLLUSTREERD OORLOGSNIEUWS TROEPENREVUE IN BOEKAREST. Tot heden bewaarde Bulgarije nog zijn neutraliteit. Bij de onlangs door koning Ferdinand gehouden troepenrevue bleek evenwel, dat er met koortsachtige haast wordt gewerkt aan de uitbreiding der artillerie. Er waren verscheidene nieuwe 120 m.m. kanonnen aan ’t leger toegevoegd. EEN NIEUWE RUSSISCHE VLIEGMACHINE. Aan het Russische leger, dat volgens de laatste berichten nu ook weer wat grooteren toevoer van kanonnen en ammunitie heeft, zijn er voor de verkenningen een aantal vliegmachines toegevoegd van een geheel nieuw type. Aan de machines bevinden zich in plaats van één, ’n viertal propellers. IN BEZET RUSSISCH-POLEN. Duitsche legerauto’s in een straat van Grajewo (nabij Augustowo). ,,LI EBESGABEN”. Aankomst van een trein met „Liebesgaben” aan het station van Grajewo. ZIJN STERVENSUUR? Een Belgische Roode-Kruisdokter wacht, na een zwaargewonden Belgischen soldaat in de loopgraven voorloopig verbonden te hebben, op de komst van een ambulance, waarmede de ongelukkige naar het hospitaal kan worden vervoerd zoo dit tenminste nog noodig mocht blijken. DE STRIJD IN VLAANDEREN, Een Engelsch kanon, dat den Duitschers bij een aanval in Vlaanderen in handen gevallen is. GEVALLEN EN. Russische gesneuvelden in Galicië worden voor het vinden van herkenningsteekenen gefouilleerd. ƒ VERONGELUKTE MODERNE STRIJDWAGENS. Oostenrijksche verongelukte automobielen, die als totaal onbruikbaar maar langs den weg zijn gezet. VERSCH E TROEPEN IN BELGIË EN N O O R D-F R A N K R IJ K. Achter het front worden de Duitsche soldaten geregeld geoefend, ten einde zoo spoedig mogeltjk naar het front te kunnen vertrekken.
PDF
Nummer
1915, nr. 53, 1 juli 1915
Blad
05
Tekst
ONZE NIEUWE PREMIE. EERSTESI HET GEDENKBOEK VAN DEN OORLOG VOOR DE JEUGD. AAN DE JONGENS EN MEISJES DIE „PANORAMA” LEZEN. De vele jongens en meisjes die „Panorama” lezen, hebben ons dikwijls gevraagd, waarom wij zooveel Premies voor de ouderen beschikbaarstelden en ook niet eens wat voor de jeugd bedachten. Ziehier nu het bewijs dat wij hen niet vergeten ! Op deze bladzijde vindt ge vijftien prentjes van den grooten oorlog, de eersten van een reeks van meer dan honderd stuks, die te zamen op zes zulke bladzijden verschijnen zullen. Deabonné's op „Panorama” krijgen al deze plaatjes van ons cadeau» maar ge moet ze goed bewaren, want we kunnen ze slechts eênraaai voor niets» geven ; elk volgend stel kost zes maal vijf, dat is dertig cents» terwijl niet-geabonneerden de verzameling slechts tegen betaling van zestig cents kunnen krijgen. (Afzonderlijke vellen kunnen wij niet leveren). Wat er nu met die plaatjes gebeuren moet ? Daarvan zullen we u een volgenden keer vertellen. Denk er maar vast eens over wat een mooi figuur ze zullen maken in een prachtig Album, waarvoor de bekende kinderschrijver Johan Been een inleiding heeft geschreven, en waarin de geschiedenis van den oorlog onderhoudend wordt verteld. Wordt ge al nieuwsgierig ? Dat wilden wij juist hebben !
PDF
Nummer
1915, nr. 53, 1 juli 1915
Blad
06
Tekst
5 PANORAMA DE 12 UREN-RIT VANUIT GRONINGEN. Zondag 27 Juni heeft men van Groningen uit een 12 uren-rit per rijwiel gehouden, waaraan ruim 150 personen deelnamen, waaronder leden van de Vrijwillige Rijwielbrigade te Groningen en een aantal huzaren uit Doetinchem. De tocht begon heel vroeg: om half zes moesten de deelnemers aanwezig zijn om den ruim 200 K.M. langen rit te beginnen. Met de rusttijden mede, duurde de tocht 13 uur. Slechts 8 deelnemers gaven het op. Wij geven hierboven links: de huzaren uit Doetinchem met luit. Colthoff onderweg. Midden: v. 1. n. r. de heeren A. Strüber, Vicevoorz. Gr. Rennerclub; H. Mucia, Consul Ned. Wielerbond: Luit. Colthoff; Luit. Wigeri van Edema; L. Brommet Secr. Gr. Rennerclub; P. T. de Jong, Leiden, le. Secr. Ned. Wielerbond. Op den voorgrond de krans, die aan Luit. Colthoff en zijn manschappen is aangeboden. Rechts: de aankomst te Groningen. (foto's Kramer). DE OPENING VAN DE AMSTER DAMSCH E WIELERBAAN. Na een sluiting van bijna 2 maanden heeft B. en W. na verschillende herstellingen toestemming gegeven de Amsterdamsche Wielerbaan nog dit jaar te exploiteeren, zoodat Zondag 27 Juni de openingswedstrijden gehouden konden worden. JammLr genoeg was de opkomst en de houding van het publiek nu juist niet van dien aard, dat uit een sportief oogpunt van een goed geslaagden dag kan worden gesproken. Hierboven links: De Start van de ontmoeting over 75 K.M. in 3 manshes tusschen v. d. Stuyft (links) en Jan van Gent (rechts). Midden: Wedstrijd voor onafhankelijken en profs over 5 K.M. met een finale over 10 K.M. Rechts: Een typisch kijkje op de baan. DE WANDELWEDSTRIJD !S-GRAVEN HAGE"AMSTERDAM. De op Zondag 27 Juni gehouden wandelwedstrijd ’s-Gravenhage—Amsterdam, een afstand van 60 K.M. was zeker voor sportliefhebbers de clou en het glanspunt van den dag. Een schitterende uitslag bekroonde de onderneming: van de 262 deelnemers, die den tocht begonnen, passeerden er 241 voor 6 uur de contröle. Een zeer bevredigend resultaat dus’ Links: Een 14-jarig jongmensch en de 82-jarige veteraan, de heer W. van den Bor, die beiden den tocht schitterend volbrachten. Midden links: De start om 6 uur ’s morgens aan de Groenmarkt te ’s-Gravenhage; rechts op de foto het gezamenlijk comité en de jury. Midden rechts: van Tongeren, die het eerst in het Stadion aankwam. Hij legde den tocht in 6 uur 57 r,..nuten af. Rechts: Korporaal v. d. Hurté, de eerst-aangekomen militair. HET SPORTFEEST IN HET STADION. Onder begunstiging van prachtig zomerweer is er Zondag 27 Juni een sportfeest in het Stadion te Amsterdam gehouden, waarvoor de belangstelling van het publiek nu wel niet „schitterend,” maar toch in ieder geval bevredigend was. Het was intusschen een dag van groot sportief genot voor de toeschouwers en het bekende spreekwoord van de afwezigen die ongelijk hebben, kan ook ditmaal worden toegepast. Wij geven hierboven enkele foto’s van de verschillende wedstrijden, die vlot van stapel liepen. Links: Start van den wedstrijd 1609 M. hardloopen. 1ste M. G. van Riel. Midden: v. Riel passeert als eerste de eindstreep in den wedstrijd 1609 M. hardloopen. Rechts: de winnende ploeg van den estafette-loop. HET SPORT=PANORAMA
PDF
Nummer
1915, nr. 53, 1 juli 1915
Blad
07
Tekst
PANORAMA 6 VERGADERING VAN DE MAATSCHAPPIJ VAN NIJVERHEID. In hét Park Tivoli te Utrecht is de vorige week de 138e jaarlijksche algemeene vergadering gehouden van de Maatschappij van Nijverheid. In zijn welkomstwoord memoreerde de heer J. van Hasselt, voorzitter der Maatschappij, de paniek die bij het uitbreken van den oorlog ontstond, een paniek, die de ernstigste gevolgen had kunnen hebben. Zij, zeide spreker, die b.v. getuige zijn geweest van den „run*’ op de banken en van de bestorming van de winkels van eetwaren, kunnen zich eenigermate voorstellen, hoe toenmaals de stemming was. Spr. bracht voorts hulde aan H.M. de Koningin en de Regeering en ging uitvoerig de oprichting en den werkkring van het Kon. Nat. Steuncomité na, en besprak verschillende maatregelen, door de regeering genomen, o.m. de kwestie van de zilverhons. 'N MODEL-ECHTGENOOT — DOOR PIET VERSCHUUR == 3onSe mevrouw De Graaff was verdrietig gestemd. Haar verdriet was niet erg groot, het was eigenlijk geen verdriet, veeleer melancholie, teleurstelling, die een enthousiast jongmensch ondervindt, als hem zijn illusies ontnomen worden. Het was onjuist te beweren dat ze zich met een zeker welgevallen aan haar klein verdriet overgaf, hoewel erkend moet worden, dat het bewustzijn een charmante lieve jonge vrouw te zijn (zij kon niet helpen dat ze zich hiervan bewust was, want tien procent van haar huwelijkscadeaux had uit spiegels bestaan), die onder tal van kwellende zorgen gebukt ging, wel voldoende was, om medelijden met zichzelve te gevoelen. Gelukkig had ze een hartsvriendin, die in Amsterdam woonde (ze woonde zelf te Hilversum) aan wie ze op geurig luxepost met haar monogram in den hoek, al de gekreukte en verdorde rozeblaadjes beschreef, die op haar acht maanden langen huwelijksweg gevallen waren. „Lieve,” schreef ze op een achtermiddag, toen haar „verboren illusies,” haar meer drukten dan anders, „hartelijk „dank voor je laatsten lieven brief. Je zegt dat je door de re- „gels heen gelezen hebt, dat ik niet volkomen gelukkig ben. „Wel, lieve, tot zekere hoogte, - maar een heel kleine „hoogte — heb je gelijk. „Ik ben verdrietig, ontgoocheld, omdat alle poëzie tus- „schen Paul en mij verdwenen is en er niets is overgebleven „dan het koude prozaïsche gezond verstand. „Hoewel we pas acht maanden getrouwd zijn, is mijn man „aan me gewend geraakt; hij behandelt me of ik zijn zuster „ben. Hij veronachtzaamt me. Is er iets treuriger dan veronachtzaamd te worden door den man dien men liefheeft ? „frij kust me als hij ’s morgens heen gaat en als hij „’s avonds thuis komt. Maar het is een kus uit gewoonte, niets „meer. Hij belt me geen enkelen keer meer op, om me eens te vragen of „ik hem „nog liefheb” of „wat „ik zou doen als hij „stierf,” zooals hij dat „gewoon was te doen „gedurende de eerste „weken na onze hu- , .welijksreis, hij brengt „geen enkelen keer „meer bloemen mee „en kort geleden kocht „hij nog de geheele „mand leeg van een „bloemenmeisje op ’t „Damrak. Hij doet de „papegaai niet meer „na en kruipt niet „meer wegin’n hoekje „om dan op eens op „mij af te springen, en „speelt geen halma „meer met mij. „Alles is gedaan: „bloemen, papegaai- „spelen, telefoongesprekken, voetballen „met de poes, Halma, „wat we eiken avond „deden en andere dol- „ligheden, die ’t leven „zoo heerlijk maken ; „en er blijft thans „niets anders over dan „akelige dingen als „het huishouden, be- „lastingen, voeding, BOND VOOR VROUWENKIESRECHT. Op 26 Juni hield de Bond voor Vrouwenkiesrecht een druk bezochte vergadering op Duin- en Kruidberg, het bekende landgoed van den heer J. T. Cremer te Santpoort, daartoe welwillend afgestaan aan het hoofdbestuur van den Bond. De vergadering, waarvan wij hieïboven een foto geven, was zeer geanimeerd. „cheques en een praatje over het weer. Ik weet wel dat dit „alles erg dwaas klinkt, maar jij, een vrouw, zult begrijpen „welke zoete heerlijkheid ik thans mis. „Ik kan niet gelooven dat mijn jongen opgehouden heeft „mij te beminnen. O, neen, neen, dat kan niet waar wezen. „Maar het is zoo verdrietig dat hij heeft vergeten hoe mij lief „te hebben. „In de eerste drie maanden van ons huwelijk las hij niets anA. W. MIRAN DOLLE. A SCHREUTELKAMP. Voor eenige dagen overleed te Amsterdam de heer A. W. MIRANDOLLE, oprichter van het huis Mirandolle, Voute en Cie. De overledene was een algemeen bekend en geacht ingezetene der hoofdstad. — 18 Juni herdacht de heer A. SCHREUTELKAMP den dag, dat hij 50 jaar geleden bij de firma Hoogewerff, Chabot en Visser te Rotterdam, als jongen van 15 jaar in dienst trad. Sedert is hij bij de firma opgeklommen tot pakhuisbaas. Van verschillende zijden mocht de jubilaris, die zoowel bij meerderen als minderen zeer geacht en gezien is, talrijke bewijzen van sympathie ontvangen. „ders dan heel vluchtig een enkele krant, maar tegenwoordig „brengt hij heele pakken lectuur mee en zit hij den ganschen „avond met zijn sigaar achter zoo’n vervelende novelle. „’t Is eenvoudig schande ! „Nu, lieve, ik zal je niet langer met mijn klachten lastig „vallen, maar zie met verlangen eenig troostend antwoord te- „gemoet als je ten minste tijd hebt te schrijven aan je „liefhebbende maar bedroefde Nita.” Ze sloot den brief in eén enveloppe en frankeerde hem ; toen niets meer te doen hebbende (het gebeurde zoo zelden dat ze iets te doen had, en dat was jammer !) deed ze haar mantel aan, zette haar daarbij passend smaakvol hoedje op en verliet haar woning om het epistel eigenhandig op de post te doen. Vijf minuten later lag de geurige klaagbrief op den bodem van de brievenbus en keerde mevrouw De Graaff huiswaarts om geheel alleen halma te spelen. * * * Een week later, toen de heer De Graaff zijn jonge vrouw bij het vertrek naar de stad den kus „uit gewoonte” gegeven had, en reeds het tuinhek bereikt had, waar met sierlijke gouden letters de naam „Lustoord” op geschilderd stond, kwam hij haastig in huis terug en vroeg aan zijn vrouw die in de hal stond : „Zijn er nog nieuwe boeken gekomen ?” „ja, gisteravond,” was het antwoord op korzeligen toon gegeven. „Prachtig,” antwoordde Paul, onbewust van de verdrietige stemming zijner vrouw. „Ik moet vanmiddag op kantoor blijven, omdat de oude Stentsler mij bezoeken wil. Ik neem dus maar een boek mee om zoolang den tijd te verdrijven.” Hij nam een dik boekje in rood linnen gebonden en vol grappige illustraties. „Mathilde Peiling heeft dit gelezen,” merkte zijn vrouw op, „en zegt dat het een vervelend boek is.” „’t Is humor, lieve, alles humor! En er is geen vrouw in de wereld, die waren humor begrijpt; zelfs niet de hooggeschatte mevrouw Reiling,” antwoordde Paul met een anderen kus „uit gewoonte” en verliet met haastigen stap villa „Lustoord” om den trein van 9.46 naar Amsterdam nog te kunnen pakken. Nadat mevrouw De Graaff met de keukenmeid had geconfereerd, de linnenmeid een ernstig standje had gegeven voor een klein vergrijp dat verstandiger geweest was te negeeren ; nadat ze de bloemen ververscht had, haar hoedenvoorraad had nagezien en tot de conclusie gekomen was, dat ze een nieuwen dringend noodig had ; nadat ze in de courant de verschillende geboorten, huwelijken en sterfgevallen had bestudeerd, was ze eindelijk besloten zich te gaan kleeden om een wandeling te doen, toen opeens de telefoon klonk. „R-r-r-r-ing !” „Laat maar, Klaartje,” zei ze tot het kamermeisje, „ik zal wel luisteren; het zal mevrouw Mirande wel wezen”* „Hallo!” zei ze. „Wie is daar !” „Ik ben ’t I” klonk haar in ’t oor. „Wie is ik ? Wat zegt u? Hall?HalJ?” „Neen. neen ! Ik, Paul!” Paul! Paul riep haar aan de telefoon, na een stilzwijgen van vijf maanden, slechts een paar maal onderbroken, eens door een boodschap, een korte mededeeling dat hij later thuis kwam en een andere maal om haar te herinneren aan de Chateaubriandsaus „Ja, wat wil je ?” „Willen ? E ... ik wil niets, lieveling! Ik
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1691 tot 1695 van 11897