Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1681 tot 1685 van 11897
Nummer
1915, nr.52, 28 juni. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA 410 Toto CL Berlijn Ontwerpen, „panorama lexen.” Toto 3. Blom Sens Z>ierik*ee „Zonnestraaltje" et zijn tijden van verwording waarin wij leven. Groote dingen zijn blijkbaar in voorbereiding, het zaad van wereldhervormingen gaat ontkiemen. De vreeselijke worstelingen die wij zien gebeuren, zijn het voorspel van den beteren vrede. Dat is onze hoop en het vaste vertrouwen, waardoor wij moedig en onverstoord deze tijden medemaken. En wij, ouderen, denken bij wat nu geschiedt aan de toekomst. En voor alles en boven alles aan hen, die de kleine dragers zijn van die komende dingen: Onze kinderen. * » Panorama stelt het zich tot een eer om steeds uit het volle leven de meest interessante onderwerpen naar voren te brengen. En wat isermeerinteressant, zoowel voor zijn directe omgeving, als voor de maatschappij in haar geheel, dan juist het kind? Wanneer ge die jongeren zich in de heerlijke onbewustheid van hun jeugd ziet bewegen, ziet genieten, ziet ontwikkelen, dan behoeft ge geen filosoof of diepzinnig bestudeerder van volkskracht te zijn om te begrijpen hoeveel er gelegen is aan het goede uitgroeien, aan den volkomen opbloei dier kinderen. * * * Nu meer dan ooit is het tijd aan het kind te denken, alle aandacht aan het opkomende geslacht te wijden. Zij moeten de dragers zijn van die grootere, betere toekomst, waarvan wij de grondslagen helpen medeleggen, steen voor steen, muur voor muur. Paedagogen van naam denken aan het kind. Regeerders en wetenschappelijken vergeten het niet. Panorama schaart zich, bescheidenlijk wel, maar met overtuiging, ook in de rij van die velen en het komt tot zijn lezers, maar vooral ook tot zijn lezeressen, met een nieuw plan. * * * Wij gaan weer een wedstrijd in het maken van kinderportretten uitschrijven. Wij hebben het in het eerste half jaar van ons bestaan ook gedaan. En nooit bracht ons een wedstrijd zooveelsucces, zooveel sympathie en voor ons zelf zooveel genoegen. Het doorwerken van den stapel kinderportretten ons toegezonden, in allerhande wijzen opgevat, zuigelingen bij flinke knapen en meiskens, spelend, lachend, weenend, badend, ravottend, met of zonder Oe "Nieuwe Wedstrijd ouders, in enkele leuke poses of in groepjes vereend, ’t was een genot. De kleine dragers van de groote toekomst hielden revues. Wij hebben de hoop dat het getal en de aard der inzendingen ditmaal zeker niet minder zullen zijn. Sinds dat eerste halfjaar verliep, heeft de lezerskring van ons blad zich zeer, zeer sterk uitgebreid. In vele gezinnen is Panorama een vaste gast, ook omdat de inhoud van ons blad altijd zoo is, dat elk ouder, zelfs de meest en strengst eischende, ons tijdschrift gerustelijk aan zijn kinderen in handen kan geven en ongetwijfeld eveneens omdat de aardige kinderrubriek ook het jongere deel van het gezin veel vreugde schenkt. Wij ontvangen meer dan eens berichten, die ons melden dat zelfs de kleinste kleuters Panorama’s komst met vreugde begroeten, dat het ,,plaatjes kijken”, waartoe wij zooveel gelegenheid geven, een geliefkoosde bezigheid in de kinderkamer is. Hoeveel ouders abonneerden zich niet op PanoToto Vrijman „Touwtrekken." botterdam rama om daardoor een geschiedboek van groote waarde voor hun kroost te bewaren? * * * Neen, wij hebben geen vrees en geen twijfel, dat ditmaal onze kinderportretten-wedstrijd niet een nog grooter succes zal zijn dan toen. ♦ * * Wat wij U vragen? ’t Is eenvoudig uiteengezet en vlug gezegd. Een galerij van kinderportretten, lieve, aardige, mooie, snuitige, schalksche, ondeugende (vul zelf maar aan, deze rij van adjectieven) kinderen. In allerlei poses, alléén en in groepjes, met of zonder ouders, ooms, tantes of nichtjes. Een galerij die uitmunten moet door de natuurlijke wedergave van het kind, genomen zonder geposeerdheid, ’t Kind is het liefste als ge het neemt zooals het is. Laat dat uit de foto's, die ge ons toezendt, blijken. * * * Iedere abonné van Panorama kan mededingen. Wij stellen ter beschikking: Een len prijs van vijf en twintig gulden. Een 2en prijs van vijftien gulden. Een 3en prijs van tien gulden. Drie prijzen van vijf gulden. Vijf prijzen van drie gulden. En tien prijzen bestaande uit fraaie boekwerken. Bovendien geven wij nog een extra prijs van tien gulden voor het aardigste en best geslaagde kinderportret, waarbij Panorama een rol speelt. Zooals ge ziet, laten wij U dus heel vrij in de wijze van werken. Iedereen die dus een camera heeft en wat gevoelige platen, ga aan het werk. -Naar de onderwerpen behoeft ge niet te zoeken, ge vindt ze genoeg om U heen. En het is wel het dankbaarste „materiaal”, al is de kinderfotografie, ©e kleine dragers van een groote toekomst! wij geven het gereede toe, niet de gemakkelijkste opgave. Doch dat er heel wat goeds te bereiken is, dat zullen U de enkele, hierbij afgebeelde plaatjes bewijzen, amateurswerk, ingezonden voor onzen eersten kinderwedstrijd. Zij dienen als bewijs hiervoor, doch volstrekt niet als voorbeeld. Wij zeiden het en herhalen het: Eén ieder werke naar zijn eigen inzicht. De voorwaarden tot deelname aan den wedstrijd zijn de volgende: De mededinging is uitsluitend voor abonné’s en sluit 15 Augustus. De inzendingen geschieden onder een motto; naam en adres van inzender(ster) worden in een afzonderlijk, gesloten, couvert bijgevoegd, op welk couvert hetzelfde motto voorkomt. Kleinere foto’s dan 9x12 komen niet in aanmerking, doch van kleinere foto’s mogen vergrootingen ingezonden worden. De uitgevers van Panorama verkrijgen het volle en uitsluitende reproductierecht van de bekroonde inzendingen. Inzending van meer dan één foto door de(n)zelfde(n) mededinger(ster) is geoorloofd. De zendingen met opschrift „Fotografiewedstrijd” moeten franco geschieden aan de Redactie van Panorama voor 15 Aug. a. s., terwijl een gelijk bedrag aan postzegels als zich op het pakket bevindt voor eventueele terugzending moet worden bijgevoegd. * * • Tot zoover onze wedstrijd. Daarenboven hebben wij ook speciaal voor de kinderen zelf, (want deze wedstrijd is toch eigenlijk meer een aardigheid voor de ouders) een verrassing in bewerking, die wij in een onzer volgende nummers zullen bekend maken. Bijzonderheden mogen wij op het oogenblik nog niet mededeelen, doch zonder uit de school te klappen kunnen wij wel vertellen, dat de verrassing de jeugd een aangename en nuttige bezigheid zal verschaffen. Panorama geeft dus buiten het tijdschrift zelve oud en jong weer eenige aangename oogenblikken te meer. Toto 7Aej, Brandt Oen Haas „Op de wandeling"
PDF
Nummer
1915, nr.52, 28 juni. 1915
Blad
11
Tekst
411 PANORAMA DE STRIJD IN GALICIË r DRAADVERSPERRINGEN. Bovenstaande foto geeft een duidelijk beeld van de wijze, waarop de Russen in de omgeving van Lemberg de spoorbruggen over de Stry in staat van verdediging hadden gebracht. Men ziet duidelijk achter de draadversperring de in het bruggenhoofd uitgehouwen schietgaten. VOORLOOPIG ONSCHADELIJK. Een onzer fotografen was zoo gelukkig op een van zijn tochten langs de strijdlinie, bovenstaande, zeker zeer zeldzame foto te vervaardigen van een granaat, die in een boom geslagen was, zonder dezen ernstig te beschadigen. DE STRIJD IN GALICIË. Een door de Duitschers genomen Russische stelling in de omgeving van Sawadow. Rechts op de foto ziet men de Duitsche artillerie de pas veroverde . stelling langs trekken. Oorlogs-Kroniek. 21 Mei. In Zwitserland wordt de algemeene mobilisatie afgekondigd. — De Italiaansche Senaat neemt met algemeene stemmen het regeeringsvoorstel, dat reeds in de Kamer gevoteerd is, aan. Het scheepvaartverkeer in de Adriatische Zee wordt stopgezet. De spoorwegverbinding en de telegrafische gemeenschap tusschen Italië en Oostenrijk worden verbroken. — Admiraal von Essen, de Russische beyelvoerder van de Oostzee-Vloot, sterft aan longontsteking. 22 Mei. Bij Neuve Chapelle en Ablain vallen de Gealliëerden krachtig aan. — De operaties aan de San duren voort. — De oorlogsmanifestaties in Italië duren met onverminderde heftigheid voort. De koning van Italië beveelt de algemeene mobilisatie en onderteekent de wet, waarbij aan de regeering buitengewoon gezag wordt toegekend in geval van oorlog. 70.000 Oostenrijkers verlaten Triëst. In de Noordelijke provincies van Italië wordt de oorlogstoestand afgekondigd. Oostenrijk beantwoordt de Italiaansche nota, waarin de Driebond wordt opgezegd. De neutraliteit van Zwitserland wordt opnieuw gewaarborgd. In Oostenrijk worden alle landstormplichtigen opgeroepen van 18- en van 43—50-jarigen leeftijd. Allen aan het Vaticaan verbonden beambten van Duitsche of Oostenrijksche nationaliteit zijn door den Paus aangezegd, Rome te verlaten. — Het Engelsche zeilschip „Glenholm" getorpedeerd. 23 Mei. Yperen wordt hevig beschoten. Bij Chavli hebben belangrijke gevechten plaats. — De hertog van Avarna, de Italiaansche gezant in Weenen, verklaart namens zijn regeering aan Oostenrijk-Hongarije, dat Italië zich vanaf middernacht met de monarchie op voet van oorlog bevindt. Keizer Frans Jozef vaardigt een proclamatie uit. DE VIJAND IN ’T ZICHT. Een Oostenrijksche patrouille, die zich bij de nadering van de vijandelijke voorposten verdekt heeft opgesteld, teneinde het gunstige oogenblik af te wachten om te vuren. GEWON DENTRANSPORT. Een transport gewonde Duitsche, Oostenrijksche en Russische soldaten passeert een dorp in Galicië, op weg naar de Roode-Kruishospitalen achter het front. Aan de Oostenrijksch-Italiaansche grens hebben schermutselingen plaats. De Oostenrijksche regeering besluit een Roodboek uit te geven. — De geredden van de bemanning van de „Emden” komen te Constantinopel aan. 24 Mei. Oostenrijksche oorlogsschepen en vliegmachines doen aanvallen op Porte Corsini, Ancona en Barletta. Venetië wordt door aeroplanes gebombardeerd. Aan de Tiroolsche grens vinden kleine gevechten plaats. De Italiaansche gezant vertrekt uit Weenen. Spanje neemt de bescherming op zich van de Oostenrijksch-Hongaarsche onderdanen in Italië. — De gevechten in Polen en Galicië duren voort. — De Turken vallen de Engelsche troepen bij Kaba Tepe aan. 25 Mei. De Duitschers treden offensief op tusschen Nieuwpoort en Yperen. — De Oostenrijksche vloot doet aanvallen op de Italiaansche kust. De Italiaansche regeering verdedigt haar politiek jegens OostenrijkHongarije en verklaart gelijk met de Gealliëerden te zullen samenwerken. De Oostenrijksche artillerie beschiet de Italiaansche stellingen te Carnia. De Italianen rukken bij Friaul Oostenrijksch grondgebied binnen, bezetten Caporetto, Verza, Cervignano en Terzo. Aan de Tiroolsche en Karinthische grens vinden schermutselingen plaats. De chef van den I taliaanschen Generalen Staf, generaal Cadorna, vertrekt naar het hoofdkwartier. — Het nieuwe Engelsche kabinet is geconstitueerd. — Het Engelsche slagschip „Triumph” wordt in de Golf van Saros getorpedeerd. — Het Zweedsche s.s. „Hermodia” loopt op een mijn. 26 Mei. De Franschen en Engelschen behalen geringe successen bij Souchez en Festubert. — Aan de Boven-Weichsel duren de gevechten in de streek van Opatoff voort. Aan het front Jaroslau-Przemysl, en aan de San, wordt hardnekkig gestreden. EEN GRUWELIJK OORLOGSBEELD. Bovenstaande foto, die met levensgevaar door een onzer correspondenten aan het front in Galicië tijdens een verwoed gevecht tusschen een Oostenrijksche compagnie en de Russische voorhoede werd genomen, is zeker wel een treffend en tragisch beeld van den verbitterden wereldstrijd. Men lette op de gewonden links op de foto, die door een Roode Kruissoldaat verbonden worden. EEN KIJKJE ACHTER HET FRONT. Oostenrijksche soldaten, die achter de strijdlinie bezig zijn met het transporteeren van balen hooi naar het front.
PDF
Nummer
1915, nr.52, 28 juni. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 412 DE LOSPRIJS NOVELLE DOOR P. SCHRAVESANDE OO öö een der levendigste buurten van New-York verzamelden zich enkele nieuwsgierigen voor het hoofdbureau van politie, waar men juist een biljet aanplakte van den volgenden inhoud : 2000 DOLLARS BELOONING voor dengene, die William Starting, kassier der James & Fern Bank arresteert, of zulke aanwijzingen geeft, die tot arrestatie van genoemden William Starting leiden. Bijna iedereen uit de financieele wereld was het bekend dat de hier bedoelde William Starting sinds eer.ige dagen plotseling verdwenen was en met hem een bedrag van 50000 Dollars en thans loofde de Bank waar hij voorheen werkzaam was een bedrag van 2000 Dollars uit aan dengene. die de politie op zijn spoor bracht. Velen kenden hem en bovendien was een zeer duidelijk portret op de aankondiging afgedrukt. De pers had echter de vrees uitgesproken dat Starting New York verlaten had alvorens zijn diefstal ontdekt was en hij misschien thans reeds op weg was naar een ander werelddeel. Onder de belangstellenden bevond zich ook een lang, blond persoon, die met cynischen glimlach de aankondiging las en, zich tot een der omstanders wendende, met een eenigszins vreemd accent zeide: ,,Ik voor mij geloof zeker, dat Starting zich nog in New York bevindt.” Verwonderd keerde de eenvoudige handwerksman zich tot den schijnbaar voornamen vreemdeling en antwoodde : „Ik bemerk wel dat IJ een vreemdeling in New York bent en ons politiecorps niet naar waarde schat. Ik geef U de verzekering dat hij in New York geen vijf en twintig pas zou doen of hij was ingerekend.” „’t Is mogelijk,” was al wat de vreemdeling zeide. Hij keerde zich om en wandelde verder. „Ziezoo” zei Starting bij zichzelf, „niemand herkende me. ofschoon ze mijn portret vlak voor zich hadden, stommelingen !” Dit laatste woord had hij gevoeglijk kunnen weglaten, want in den langen, lichtblonden heer met puntigen, lichten baard en langen knevel zou men bezwaarlijk William Starting herkennen met zijn donkeren Italiaanschen kop en gladgeschoren gelaat. ,,’t Was gewaagd”, mompelde hij. „maar ’k heb nu tenminste een doorslaand bewijs van mijn onherkenbaarheid, ’t Is nog tijds genoeg naar Europa over te steken als die vervloekte speurhonden niet meer aan de treinen staan en de zaak een weinig is doodgebloed!” Hij verveelde zich. Onwillekeurig wandelde hij den weg, dien hij tweemaal daags ging toen hij nog zijn goedbetaalde betrekking had en .... een eerlijk man was. Een rimpel vertoonde zich tusschen zijn wenkbrauwen. Nu * alsjeblieft geen sentimenteele gedachten. Vroeger verlangde hij altijd veel geld te bezitten en onafhankelijk te zijn. Nu had hij immers dit doel bereikt ' Hij fcon tevreden zijn. Hij was intusschen de straat genaderd waar het huisje zijner moeder stond, voor wie hij zijn vader beloofd had te werken en te zorgen. En ook voor zijn ziekelijke zuster had hij zijn vader beloofd een goed en liefhebbend broeder te zijn. En hoe had hij de belofte, aan zijn stervenden vader gedaan, gehouden 1 Hij werd kregelig. Wat waren dat voor gedachten? Het was nu gebeurd en er was eenvoudig niets meer aan te veranderen. Hij wenschte er ook absoluut niets aan te veranderen ! Hij was financieel geborgen voor zijn gansche leven. — \^at wilde hij meer ? Hij bleef als uit gewoonte stilstaan en gaf zich geen rekenschap van het feit, dat hij op heel gevaarlijk terrein was. Voor het huis van zijn moeder 1 Haastig keek hij om zich heen, doch niemand lette op hem. OP WEG NAAR HET FRONT Ten einde voor den vijand op verkenningstochten zooveel mogelijk onzichtbaar te zijn, hebben Engelsche soldaten hun auto met groen bedekt. EEN TREURIGE ZAKENBLOEI. Onder de industrieën, die door den oorlog een ongekenden bloei bereiken, neemt de vervaardiging van kunst-lcdematen lang niet de laagste plaats in. In de oorlogvoerende landen kan men zelfs in de dringendste behoefte niet blijven voorzien, waarom talrijke bestellingen aan de neutralen worden opgedragen. Waarom zou hij niet aanbellen ? Zijn moeder wilde hij toch nog wel zien, al zou ze hem uitstooten. Hij gaf haar trouwens volkomen gelijk. Hij was nu eenvoudig voor de wereld een . . . dief. en tegenover zijn moeder en zuster bovendien nog een woordbreker, ’t Liet hem onverschillig. Hij belde. De welbekende tred van zijn moeder naderde de voordeur ; alleen was de tred wat slepender dan gewoonlijk. Of verbeeldde hij zich dat ? De deur werd geopend en toen hij zag in dat zorgvolle gelaat, thans met roodgeweende oogen om hem, toen liet het hem plotseling niet meer onverschillig, dat hij niet als EEN INDRUKWEKKENDE PLEC HTI GH El D TE LONDEN De begrafenis te Londen van den Engelschen luitenant-vliegenier Warneford, die voor eenigen tijd boven Gent met een ware doodsverachting geheel alleen, een aanval op een Zeppelin deed en deze vernielde. Ongeveer 10 dagen daarna maakte hij met een Amerikaansch journalist een proeftocht boven Parijs, waarbij beiden van een aanzienlijke hoogte dood vielen. vroeger haar naderen kon en vragen : „Hoe is het, moedertje, en hoe gaat het met Kate ?” Hij zeide niets nu en keek maar in het oude gelaat, tot ze hem herkende, zijn moeder, en met een snik zei : „Will, mijn jongen,” Toen wilde hij dat hij haar open in het gelaat kon zien en zeggen : „Moeder, de beschuldiging is valsch,” maar dat kon hij niet. Hij kon slechts beschaamd het hoofd buigen. Hij wilde dat zijn moeder hem de deur had gewezen, hem had gezegd, dat haar huis nu voortaan voor hem gesloten was, voor den . . . dief. Dan had hij gemakkelijker de deur achter zich zien dichtvallen en had de schouders opgehaald. Maar nu ze hem aanzag en alleen zei „Will, mijn jongen,” toen wist hij, dat hij met het gestolen geld nooit geluk zou hebben, zelfs niet in een verre toekomst ; toen kon hij slechts het hoofd buigen en zeggen „Moeder.” Hij sloot de deur en volgde haar de gezellige huiskamer in en voelde een diep berouw in zich schrijnen ; bij eiken stap, dien hij verder deed werd zijn berouw grooter en oprechter. Hij zonk in den stoel zijns vaders en snikte, het gelaat in de handen. Toen voelde hij de hand van zijn moeder zacht op zijn schouder en hij keek op en las in haar oogen vergeving, zooals alleen een moeder die aan een verdoold kind nog schenken kan. „O jongen, waarom deed je dat ? We waren zoo gelukkig,” schreide ze. „En nu Will, alles komt zoo ineens op ons aan, zoo wreed. De dokter zei vanmorgen Kate zal sterven wanneer ze niet een maand of vier naar een plaats aan zee kan en Will, dan ben jij ook weg .... en Kate zal sterven, want wie zal dat kunnen b’ekostigen, zoo’n langen tijd naar een badplaats?” Will had toen kunnen zeggen „Ik , moeder, ik ben rijk 1 Ik zal u een onbezorgden ouden dag verzekeren en Kate zal herstellen.” Maar hij waagde het niet één woord te spreken. Hij wist dat zijn moeder verontwaardigd zou afwijzen het . . . gestolen geld. „Ik moet weg, moeder.” zei hij met verstikte stem. „Ze zullen mij hier zoeken. Groet Kate van mij.” „Ga haar even goedendag zeggen Will,” zei Moeder schreiend. „’k Heb geen tijd meer,” zei hij hard en hij was reeds bij de deur. Slap liet Moeder de armen langs het lijf vallen en keek hem na. Plotseling keerde Will terug, stond recht voor zijn moeder en vroeg : e „Moeder, hebt U me vergeven ?” „Ja Will,” zei ze onmiddellijk. „Mijn huis zal altijd voor je blijven openstaan, je bent mijn kind.” „Dank, Moeder.” Hij kuste haar op het voorhoofd en wankelde naar de deur. Na enkele oogenblikken was hij buiten en, alsof hij thans met een vast doei liep, stak hij de straat over en belde aan een ander huis. „Is Mr. Keiler thuis ?” vroeg hij de hospita, die opendeed. „Ja, mijnheer, wien kan ik aandienen?” „Niet aandienen, 'k weet den weg,” zei hij kort. Wat had een moeder toch scherpe oogen. Niemand herkende hem, de hospita niet en ook John zelf niet. die lui in een langen stoel cigaretten te rooken lag en plots opstond, met een beleefde buiging. Wrevelig rukte Will pruik, snor en baard af. Twee, drie schreden deed Mr. Keiler van schrik terug. „Duivels, Will, hoe razend gevaarlijk 1” Dit was alles wat hij zei. „Ik moet even ernstig met je spreken, John,” zeiStarting gejaagd. „Binnen vijf minuten moet ons onderhoud zijn afgeloopen. Ga dus zitten. Werktuiglijk gehoorzaamde John Keileren na vijf minuten was het onderhoud geëindigd. Toen schreef Will nog iets. Samen begaven ze zich op weg naar het hoofdbureau van politie en beiden stapten binnen. „’k Wilde den chef spreken,” zei John Keiler, baast onwillig. „Ik ga veel liever terug, Will.” fluisterde hij. toen beiden alleen werden gelaten en de chef geroepen werd. „Ik zou nog liever . . . .” Een blik van Starting deed hem zwijgen. De chef kwam binnen. „Heeren, waarmee kan ik U van dienst zijn?” „Zijn de tweeduizend dollars, die op het hoofd van William Starting zijn gesteld, hier aanwezig?” vroeg Keiler met tegenzin. „Jawel” zei de chef verwonderd. „Als ik hem U uitlever, wordt dat bedrag mij dan hier uitbetaald?” vroeg hij verder. „Onmiddellijk, mijnheer,” was het prompte antwoord. „Wilt U het bedrag dan uittellen. Hier is William Starting,” en John lichtte de pruik van Wills hoofd en trok hem knevel en baard van het gelaat. „In naam der wet,” zei de chef en legde de hand op Wills schouder, een zware hand, en juist op de plaats, waar zoo even nog de teere hand zijner moeder rustte. Will huiverde. Tot verwondering van den chef drukte Will Mr. Keiler de hand en plaatste zich gewillig tusschen twee rechercheurs. De chef telde den losprijs voor John Keiler uit. Den volgenden dag schelde John Keiler bij Mevrouw Starting, zijn tante, aan. Slechts zelden gebeurde dit en zij vroeg zich verwonderd af wat het doel van dit bezoek mocht zijn, terwijl zij John voorging naar de huiskamer. „Tante*,” zei John ernstig, en ging zitten. „Ik heb een boodschap voor U van Will.” Zij sloeg de oogen neer voor haar neef, demoeder van Will. Ze had wel haar kind vergeven, maar voor de wereld, voor de harde wereld, was ze toch de moeder van .... een dief. John beschouwde haar toch blijkbaar niet zoo. Hij was hartelijk en heel kiesch en overhandigde haar een brief. Bevend opende Mevrouw Starting bet couvert en las : Lieve moeder. Met mijn hulp heeft John 2000 dollars verdiend, eerlijk verdiend, moeder. Hij wil dit bedrag aan U afstaan opdat U. terwijl ik mijn rechtvaardige straf onderga, zoudt kunnen leven, en U beginnen kunt met Kate naar een badplaats te zenden. Vraag John niets, lieve moeder. Het zij U genoeg te weten, dat het geld eerlijk verdiend is. Moge de Hemel mij bijstaan en geduld schenken, opdat ik na mijn straftijd een zoon worde, die een moeder als U waardig is. Uw Will. Vier biljetten van 500 dollar vielen uit den brief en mevrouw Starting schreide. Ze zag op en stak de hand uit naar haar neef. John had zacht de kamer verlaten. DE ,,NJORD” WEDSTRIJDEN. Een aardig groepje toeschouwers op het water.
PDF
Nummer
1915, nr.52, 28 juni. 1915
Blad
13
Tekst
413 PANORAMA
PDF
Nummer
1915, nr.52, 28 juni. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 414 DRIEMAAL DRUKKEN VOOR DE LIFT. In het Grand-Theatre te Amsterdam wordt op het oogenblik met groot succes opgevoerd het geestige tooneelstuk „Drie maal drukken voor de lift”, waaruit wij hierboven een scène geven. ZEILWEDSTRIJDEN OP DEN BERGSCHEN PLAS. Zondag j.1. werden er op den Bergschen plas bij Rotterdam verschillende zeilwedstrijden gehouden. Het zachte windje was oorzaak van weinig verschillen en daardoor van weinig spannenden kamp. Onze foto toont hoe de jachten en tjotters ..aan elkaar hingen". DE „DOG” EEN VERHAAL UIT DEN HUIDIGEN OORLOG DOOR A. SOUTAR ^ier Uhlanen, afgesneden van hun regiment, •1 omdat hun paarden onder hen waren doodgeschoten, waren aan het zwerven in het Noorden van Frankrijk. t Ze hadden geloopen van Chalons af langs aiieriei binnenwegen en paadjes, teneinde aan de vervolgende Fransche dragonders te ontkomen. Tweemaal was er in het duister op hen geschoten en Von Diesel’s voorhoofd was omwonden door een rood en wit gekleurder! zakdoek. Eindelijk hielden de vier mannen, die door hun pijnlijk gezwollen voeten slechts met moeite voortstrompelden, halt voor het tuinhek van een boerenwoning. Ze zagen elkander aan, en te uitgeput om te spreken, knikten ze tegen elkaar. Liebmann, die klerk op een bankinstelling te Berlijn was, voordat de oorlog uitbrak, viel op den grond neer, leunde met den rug tegen een haag naast het hek en strekte de pijnlijke voeten, waarvan de teenen door de afgedragen schoenen gluurden, languit. Von Diesel keek naar de bebloede lappen aan zijn voeten, knikte weer, sloeg de hand aan zijn revolver en stiet het hek open. De boerenwoning was laag van verdieping en omringd door een wijngaard die zich ver achter het huis uitstrekte. Voor de woning stond een boschje rozeboompjes, die in hun laatsten bloei waren. Op het geluid van het knarsende hek, kwam een oude man met lange witte haren van achter de rozenhaag te voorschijn en naderde langzaam, een rozenschaar in de hand. Hij boog tegen Von Diesel, die hem langs het grindpad te gemoet liep. De andere Uhlanen bleven aan het hek wachten. „Hoe ver zijn we hier van Chalons?” vroeg Von Diesel. De oude man had een eerbiedwaardig gelaat; de groote oogen waren zacht van uitdrukking; de witte wenkbrauwen waren ver omhoog getrokken. ,,Je behoeft niet bevreesd te zijn ;” zei Von Diesel, „zoolang je aan onze bevelen gehoorzaamt en ons het voedsel verschaft dat we noodig hebben, dreigt je geen gevaar.” „Jullie zijn vreemdelingen voor mij,” zei de oude man. „Mijn naam is Ducroix. Te oordeelen naar jullie kleeding heb je een verre reis achter den rug. Je zult wel vermoeid zijn en kunt beschikken over het voedsel dat in huis is.” Hij keerde zich om en liep op zijn woning toe, terwijl hij mompelde ; „Het is tien kilometers van hier Cor v. d. Lugt Melsert - Perlemoer; Cor Ruys - Potasch. f/oto’s Af. M. Couvée) Van links naar rechts: Cath. Weber, Jacq. Koning, Janny Ruys - mannequins; Cor v. d. Lugt Melsert-Perlemoer; zittende: Anton Verheyen - Pasinsky; Mevr. Lobo-Braakensiek - Ruth Goldman; Cor Ruys - Potasch. POTASCH EN PERLEMOER BIJ DIE HAGHESPELERS IN ,,SEINPOST” Een Amerikaansch blijspel, of, beter gezegd, een Amerikaansche klucht, met een bijzonder grappige dialoog; een echt zomerstuk, waarom het publiek een heelen avond kan zitten schateren van het lachen. De heeren Potasch en Perlemoer zijn compagnons, die een bloeiende confectiezaak hebben in New-York. Bij hen op het kantoor is een gevluchte Rus, componist van genie. Verdacht van een bomaanslag, wordt hij, op verzoek van de Russische regeering, in hechtenis genomen. Zijn uitlevering is gevraagd. De firma stelt een borgtocht voor hem. Maar Potasch laat den jongen ontvluchten, omdat juffrouw Potasch doodelijk van hem is. De firma is nu het geld van den borgtocht kwijt en staat daardoor op het punt failliet verklaard te worden, als de Rus onschuldig blijkt en er nog veel meer prettige dingen gebeuren — naar zeer ouderwetschen trant. De „intrige” is kinderachtig; naar Chalons, hoewel ik het zelf nooit geloopen heb.” „Dat wil ik graag gelooven,” antwoordde von Diesel, terwijl hij zijn oog liet gaan over de rustige landelijke omgeving. Toen zich tot zijn metgezellen richtende, zei hij : „Ik geloof dat we goed zijn aangeland, deze oude kerel lijkt me volkomen onschadelijk. Ik wed dat hij niet eens weet dat er oorlog is ! ... Hé, Ducroix ! Wat is het laatste nieuws over den oorlog ? We hebben er al verscheidene dagen niets van gehoord.” De grijsaard bleef aan de huisdeur staan en zich omkeerende, vroeg hij : * „Welke oorlog?” Ondanks zijn vermoeidheid schaterde von Diesel het uit DE INSPECTIETOCHT VAN H.M. DE KONINGIN IN N.-BRABANT. Bij Haar inspectietocht door Noord-Brabant, waarvan wij in ons vorig nummer eenige foto’s gaven, bracht H.M. de Koningin ook een bezoek aan de militaire mobilisatie-badinrichting, gevestigd bij de firma Josef Franken Fzn. te Tilburg. Nadat de firmanten door generaal Weber aan H.M. waren voorgesteld, werd de inrichting met groote belangstelling bezichtigd. en riep zijn vrienden toe : „Nou, wat heb ik je gezegd ?” Daarna tot den ouden man : „Weet je niet dat heel Europa in oorlog is ?” Ducroix schudde het hoofd. „Er is slechts één oorlog geweest,” zei hij, „en dat was in 1870.” Ze traden het huis binnen. Klaarblijkelijk was de oude een aanzienlijke wijnbouwer, ten minste de wijngaarden rondom waren zeer uitgestrekt en het huis was goed onderhouden en netjes gemeubeld. Von Diesel, steeds op zijn hoede, onderzocht zijn revolver voor de oogen van den oude. „Wij zijn in oorlog met de geheele wereld,” zei hij op snoevenden toon. „We zijn, mijn vrienden en ik, van ons regiment afgesneden en wenschen den weg naar onze linie terug te vinden. Voor het oogenblik hebben we brood en wijn noodig en aangezien we op dit oogenblik niet in de gelegenheid zijn om je ervoor te betalen, zul je ons zoolang krediet moeten geven.” Zelfs de vermoeide Liebmann moest even glimlachen om de woorden van zijn vriend. Feldtenheim had in een leuningstoel plaats genomen en had een van zijn pijnlijke voeten op een punt van de tafel gelegd. „Er zal je geen kwaad gebeuren,” zei de laatste tot den ouden wijngaardenier „alsje onsmaar niet tracht te bedriegen. Wie is er hier nog meer in huis ?” Ducroix schudde het hoofd, maar gaf geen antwoord. Liebmann fluisterde Von Diesel in het oor: „Die oude schijnt me niet toerekenbaar. We moesten zelf maar eens rondzien I” Von Diesel sprong op. „Haal jij brood en wijn, Ducroix ! Wij zullen onderwijl je huis doorzoeken.” Ze gingen de trap op, doch kwamen weldra terug zonder iemand gezien te hebben. Toen zij de kamer weer wilden binnentreden, waarin de oude hen het eerst had binnengeleid, zei Liebmann opeens op scherpen toon : „Wat is dat ? Hoor je niets Feldtenheim ?” „’t Is niets — niemendal,” antwoordde Ducroix, die achter hen in de deuropening stond. „Het is de dog 1” Voor een oogenblik hielden de vier Uhlanen den adem in en luisterden. Van een plaats ergens beneden kwam een gejank, soms gelijkende en soms ook weer niet op het gehuil van een hond. „Waar is het ?” vroeg Von Diesel, de revolver op Ducroix gericht. De oude man glimlachte. „’t Komt uit den kelder, heeren. Ik ga wat wijn halen. Wil je met mij meegaan ?” „Doe ’t niet!” riep Liebmann Von Diesel toe, die reeds toestemmend geknikt had. ,/t Is een hinderlaag 1” Von Diesel richtte de revolver op het hoofd van den oude. „We gaan mee,” zei hij kort. „En als ’t een truc is . . Hij tikte op den loop van zijn wapen. Ducroix toonde niet de minste vrees. Hij had een groote kruik in de linkerhand en een roestigen sleutel in de rechter. Hij lichtte in de gang een luik omhoog, waarna een keldertrap zichtbaar werd. De oude daalde naar beneden, Von Diesel volgde hem, terwijl hij tot zijn metgezellen zei: „Blijft hier staan en kijkt goed uit 1” Aan den voet van de trap zocht de oude naar het sleutelgat en opende weldra de deur. Er schenen twee kelderruimten te zijn achter elkander. Het eenige licht, dat de eerste kelder ontving, kwam uit het luik boven de trap. Ducroix liep den eersten kelder door, ontsloot de deur van den tweeden kelder en trad daar binnen onder het mompelen van : „’t is alleen de dog 1” Von Diesel Mevr. Lobo-Braakensiek - Ruth Goldman. TE SCHEVENINGEN. maar de jolige teekening der twee Joodsche firmanten is kostelijk, hun gesprekken doen de zaal daveren van het gelach en de voortreffelijke mise-en-scène draagt het hare bij tot het succes. We krijgen eerst het armoedige kantoor der firma, die in zooverre met haar tijd is meegegaan dat zij knappe mannequins in dienst heeft om de afnemers te bekoren en een eerste teekenares-ontwerpster van dameskostuums aanstelt. Dan zien wij de firma geïnstalleerd in een nieuw huis met lift en in een modern kantoorlokaal. Poiasch en Perlemoer blijven dezelfden, zoo ook de drukke Pasinsky, die voor duizenden dollars bij hen koopt, verzot als hij is op een der mannequins, en moe Potasch, die aan het kaartspel is verslaafd en tegen woekerrente geld opneemt.... nog wel als hypotheek op haar eigen huis, en in ’t geheim.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1681 tot 1685 van 11897