|
PANORAMA 412
DE LOSPRIJS
NOVELLE DOOR P. SCHRAVESANDE
OO öö
een der levendigste buurten van New-York
verzamelden zich enkele nieuwsgierigen voor
het hoofdbureau van politie, waar men juist
een biljet aanplakte van den volgenden inhoud
:
2000 DOLLARS BELOONING
voor dengene, die William Starting, kassier
der James & Fern Bank arresteert, of
zulke aanwijzingen geeft, die tot arrestatie
van genoemden William Starting leiden.
Bijna iedereen uit de financieele wereld was het bekend
dat de hier bedoelde William Starting sinds eer.ige dagen
plotseling verdwenen was en met hem een bedrag van
50000 Dollars en thans loofde de Bank waar hij voorheen
werkzaam was een bedrag van 2000 Dollars uit aan dengene.
die de politie op zijn spoor bracht. Velen kenden
hem en bovendien was een zeer duidelijk portret op de
aankondiging afgedrukt. De pers had echter de vrees uitgesproken
dat Starting New York verlaten had alvorens
zijn diefstal ontdekt was en hij misschien thans reeds op
weg was naar een ander werelddeel.
Onder de belangstellenden bevond zich ook een lang,
blond persoon, die met cynischen glimlach de aankondiging
las en, zich tot een der omstanders wendende, met een
eenigszins vreemd accent zeide:
,,Ik voor mij geloof zeker, dat Starting zich nog in New
York bevindt.”
Verwonderd keerde de eenvoudige handwerksman zich
tot den schijnbaar voornamen vreemdeling en antwoodde :
„Ik bemerk wel dat IJ een vreemdeling in New York
bent en ons politiecorps niet naar waarde schat. Ik geef U
de verzekering dat hij in New York geen vijf en twintig
pas zou doen of hij was ingerekend.”
„’t Is mogelijk,” was al wat de vreemdeling zeide. Hij
keerde zich om en wandelde verder.
„Ziezoo” zei Starting bij zichzelf, „niemand herkende
me. ofschoon ze mijn portret vlak voor zich hadden, stommelingen
!” Dit laatste woord had hij gevoeglijk kunnen
weglaten, want in den langen, lichtblonden heer met puntigen,
lichten baard en langen knevel zou men bezwaarlijk
William Starting herkennen met zijn donkeren Italiaanschen
kop en gladgeschoren gelaat.
,,’t Was gewaagd”, mompelde hij. „maar ’k heb nu tenminste
een doorslaand bewijs van mijn onherkenbaarheid,
’t Is nog tijds genoeg naar Europa over te steken als die
vervloekte speurhonden niet meer aan de treinen staan en
de zaak een weinig is doodgebloed!”
Hij verveelde zich. Onwillekeurig wandelde hij den weg,
dien hij tweemaal daags ging toen hij nog zijn goedbetaalde
betrekking had en .... een eerlijk man was. Een rimpel
vertoonde zich tusschen zijn wenkbrauwen.
Nu * alsjeblieft geen sentimenteele gedachten. Vroeger
verlangde hij altijd veel geld te bezitten en onafhankelijk
te zijn. Nu had hij immers dit doel bereikt ' Hij fcon tevreden
zijn. Hij was intusschen de straat genaderd waar het huisje
zijner moeder stond, voor wie hij zijn vader beloofd had te
werken en te zorgen. En ook voor zijn ziekelijke zuster had
hij zijn vader beloofd een goed en liefhebbend broeder te
zijn. En hoe had hij de belofte, aan zijn stervenden vader
gedaan, gehouden 1 Hij werd kregelig. Wat waren dat voor
gedachten? Het was nu gebeurd en er was eenvoudig niets
meer aan te veranderen. Hij wenschte er ook absoluut niets
aan te veranderen ! Hij was financieel geborgen voor zijn
gansche leven. — \^at wilde hij meer ?
Hij bleef als uit gewoonte stilstaan en gaf zich geen rekenschap
van het feit, dat hij op heel gevaarlijk terrein was.
Voor het huis van zijn moeder 1 Haastig keek hij om zich
heen, doch niemand lette op hem.
OP WEG NAAR HET FRONT
Ten einde voor den vijand op verkenningstochten zooveel
mogelijk onzichtbaar te zijn, hebben Engelsche soldaten hun
auto met groen bedekt.
EEN TREURIGE ZAKENBLOEI.
Onder de industrieën, die door den oorlog een ongekenden bloei bereiken,
neemt de vervaardiging van kunst-lcdematen lang niet de laagste plaats
in. In de oorlogvoerende landen kan men zelfs in de dringendste behoefte
niet blijven voorzien, waarom talrijke bestellingen aan de neutralen worden
opgedragen.
Waarom zou hij niet aanbellen ? Zijn moeder wilde hij
toch nog wel zien, al zou ze hem uitstooten. Hij gaf haar
trouwens volkomen gelijk. Hij was nu eenvoudig voor de
wereld een . . . dief. en tegenover zijn moeder en zuster
bovendien nog een woordbreker, ’t Liet hem onverschillig.
Hij belde. De welbekende tred van zijn moeder naderde de
voordeur ; alleen was de tred wat slepender dan gewoonlijk.
Of verbeeldde hij zich dat ?
De deur werd geopend en toen hij zag in dat zorgvolle
gelaat, thans met roodgeweende oogen om hem, toen liet
het hem plotseling niet meer onverschillig, dat hij niet als
EEN INDRUKWEKKENDE PLEC HTI GH El D
TE LONDEN
De begrafenis te Londen van den Engelschen luitenant-vliegenier Warneford,
die voor eenigen tijd boven Gent met een ware doodsverachting
geheel alleen, een aanval op een Zeppelin deed en deze vernielde. Ongeveer
10 dagen daarna maakte hij met een Amerikaansch journalist een
proeftocht boven Parijs, waarbij beiden van een aanzienlijke hoogte dood
vielen.
vroeger haar naderen kon en vragen : „Hoe is het, moedertje,
en hoe gaat het met Kate ?”
Hij zeide niets nu en keek maar in het oude gelaat, tot
ze hem herkende, zijn moeder, en met een snik zei : „Will,
mijn jongen,”
Toen wilde hij dat hij haar open in het gelaat kon zien
en zeggen : „Moeder, de beschuldiging is valsch,” maar dat
kon hij niet. Hij kon slechts beschaamd het hoofd buigen.
Hij wilde dat zijn moeder hem de deur had gewezen, hem
had gezegd, dat haar huis nu voortaan voor hem gesloten
was, voor den . . . dief. Dan had hij gemakkelijker de deur
achter zich zien dichtvallen en had de schouders opgehaald.
Maar nu ze hem aanzag en alleen zei „Will, mijn jongen,”
toen wist hij, dat hij met het gestolen geld nooit geluk zou
hebben, zelfs niet in een verre toekomst ; toen kon hij slechts
het hoofd buigen en zeggen „Moeder.”
Hij sloot de deur en volgde haar de gezellige huiskamer
in en voelde een diep berouw in zich schrijnen ; bij eiken
stap, dien hij verder deed werd zijn berouw grooter en oprechter.
Hij zonk in den stoel zijns vaders en snikte, het gelaat
in de handen.
Toen voelde hij de hand van zijn moeder zacht op zijn
schouder en hij keek op en las in haar oogen vergeving,
zooals alleen een moeder die aan een verdoold kind nog schenken
kan.
„O jongen, waarom deed je dat ? We waren zoo gelukkig,”
schreide ze. „En nu Will, alles komt zoo ineens op
ons aan, zoo wreed. De dokter zei vanmorgen Kate zal
sterven wanneer ze niet een maand of vier naar een plaats
aan zee kan en Will, dan ben jij ook weg .... en Kate zal
sterven, want wie zal dat kunnen b’ekostigen, zoo’n langen
tijd naar een badplaats?”
Will had toen kunnen zeggen „Ik , moeder, ik ben rijk 1
Ik zal u een onbezorgden ouden dag verzekeren en Kate
zal herstellen.” Maar hij waagde het niet één woord te spreken.
Hij wist dat zijn moeder verontwaardigd zou afwijzen
het . . . gestolen geld.
„Ik moet weg, moeder.” zei hij met verstikte stem. „Ze
zullen mij hier zoeken. Groet Kate van mij.”
„Ga haar even goedendag zeggen Will,” zei Moeder schreiend.
„’k Heb geen tijd meer,” zei hij hard en hij was reeds bij
de deur. Slap liet Moeder de armen langs het lijf vallen en
keek hem na. Plotseling keerde Will terug, stond recht voor
zijn moeder en vroeg : e
„Moeder, hebt U me vergeven ?”
„Ja Will,” zei ze onmiddellijk. „Mijn huis zal altijd voor
je blijven openstaan, je bent mijn kind.”
„Dank, Moeder.” Hij kuste haar op het voorhoofd en
wankelde naar de deur. Na enkele oogenblikken was hij
buiten en, alsof hij thans met een vast doei liep, stak hij
de straat over en belde aan een ander huis.
„Is Mr. Keiler thuis ?” vroeg hij de hospita, die opendeed.
„Ja, mijnheer, wien kan ik aandienen?”
„Niet aandienen, 'k weet den weg,” zei hij kort.
Wat had een moeder toch scherpe oogen. Niemand herkende
hem, de hospita niet en ook John zelf niet. die lui in
een langen stoel cigaretten te rooken lag en plots opstond,
met een beleefde buiging. Wrevelig rukte Will pruik, snor
en baard af.
Twee, drie schreden deed Mr. Keiler van schrik terug.
„Duivels, Will, hoe razend gevaarlijk 1” Dit was alles
wat hij zei.
„Ik moet even ernstig met je spreken, John,” zeiStarting
gejaagd. „Binnen vijf minuten moet ons onderhoud zijn
afgeloopen. Ga dus zitten.
Werktuiglijk gehoorzaamde John Keileren na vijf minuten
was het onderhoud geëindigd. Toen schreef Will nog iets.
Samen begaven ze zich op weg naar het hoofdbureau van
politie en beiden stapten binnen.
„’k Wilde den chef spreken,” zei John Keiler, baast onwillig.
„Ik ga veel liever terug, Will.” fluisterde hij. toen beiden
alleen werden gelaten en de chef geroepen werd. „Ik zou
nog liever . . . .”
Een blik van Starting deed hem zwijgen.
De chef kwam binnen.
„Heeren, waarmee kan ik U van dienst zijn?”
„Zijn de tweeduizend dollars, die op het hoofd van William
Starting zijn gesteld, hier aanwezig?” vroeg Keiler
met tegenzin.
„Jawel” zei de chef verwonderd.
„Als ik hem U uitlever, wordt dat bedrag mij dan hier
uitbetaald?” vroeg hij verder.
„Onmiddellijk, mijnheer,” was het prompte antwoord.
„Wilt U het bedrag dan uittellen. Hier is William Starting,”
en John lichtte de pruik van Wills hoofd en trok
hem knevel en baard van het gelaat.
„In naam der wet,” zei de chef en legde de hand op Wills
schouder, een zware hand, en juist op de plaats, waar zoo
even nog de teere hand zijner moeder rustte. Will huiverde.
Tot verwondering van den chef drukte Will Mr. Keiler de
hand en plaatste zich gewillig tusschen twee rechercheurs.
De chef telde den losprijs voor John Keiler uit.
Den volgenden dag schelde John Keiler bij Mevrouw
Starting, zijn tante, aan. Slechts zelden gebeurde dit en
zij vroeg zich verwonderd af wat het doel van dit bezoek
mocht zijn, terwijl zij John voorging naar de huiskamer.
„Tante*,” zei John ernstig, en ging zitten. „Ik heb een
boodschap voor U van Will.”
Zij sloeg de oogen neer voor haar neef, demoeder van Will.
Ze had wel haar kind vergeven, maar voor de wereld, voor
de harde wereld, was ze toch de moeder van .... een dief.
John beschouwde haar toch blijkbaar niet zoo. Hij was
hartelijk en heel kiesch en overhandigde haar een brief.
Bevend opende Mevrouw Starting bet couvert en las :
Lieve moeder.
Met mijn hulp heeft John 2000 dollars verdiend, eerlijk
verdiend, moeder. Hij wil dit bedrag aan U afstaan opdat
U. terwijl ik mijn rechtvaardige straf onderga, zoudt kunnen
leven, en U beginnen kunt met Kate naar een badplaats
te zenden. Vraag John niets, lieve moeder. Het zij U genoeg
te weten, dat het geld eerlijk verdiend is. Moge de Hemel
mij bijstaan en geduld schenken, opdat ik na mijn straftijd
een zoon worde, die een moeder als U waardig is.
Uw Will.
Vier biljetten van 500 dollar vielen uit den brief en mevrouw
Starting schreide.
Ze zag op en stak de hand uit naar haar neef.
John had zacht de kamer verlaten.
DE ,,NJORD” WEDSTRIJDEN.
Een aardig groepje toeschouwers op het water.
|