Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1676 tot 1680 van 11897
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
05
Tekst
405 PANORA* T Gewestelijke Turnbetooging te Zaandam. Op Zondag 20 Juni is er te Zaandam een Gewestelijke Turnbetooging gehouden, waarvoor de animo bij het publiek en de deelnemers zeer groot was. Onder de aanwezigen werden o.a. ook opgemerkt de Burgemeester van Zaandam, de heer K. ter Laan, die de turnsters en turners met een kort woord welkom heette, de Wethouders D. Donia en D. R. van der Laan, kolonel van Thiel en afgevaardigden van de technische commissies der overige gewesten. Wij geven hierboven links: overzicht vrije- en orde-oefeningen voor dames; midden: sprong over den bok en rechts: overzicht vrije- en orde-oefeningen voor heeren. De Wedstrijden van de „Koninklijke”. Hierboven geven wij enkele foto’s van de Roeiwedstrijden, door de Koninklijke Nederlandsche Roei- en Zeilvereeniging op 19 en 20 Juni op den Amstel gehouden. Onder begunstiging van onovertroffen weer en een regelmatig verloop der wedstrijden, is den talrijken roeiliefhebbers een bij uitstek aangename dag bezorgd. Links: op den voorgrond de winnende Damesploeg van .Nereus4’; midden: de „Nereus’’-ploeg, die tegen ieders verwachting de „Laga'-ploeg achter zich liet; rechts: Jhr. Six deelt de medailles uit aan de jongens van de Julianagarde. VAN TONGEREN, die kampioen werd voor Nederland in snelwandelen over 10 K.M. Athletiekwedstrijden te Deventer. Onder begunstiging van schitterend weer en enorme belangstelling — ongeveer 4500 menschen waren tegenwoordig, waaronder verschillende autoriteiten van gemeente, leger enz. — had de eerste wedstrijd om de Gouden Plak te Deventer plaats. De wedstrijd was keurig geregeld, alles op tijd afgeloopen en de prestaties der verschillende deelnemers waren, het begin van het seizoen in aanmerking genomen, bepaald goed. Op het program stond o.a. hardloopen met en zonder hindernissen, snelwandelen, vèrspringen, discus- en speerwerpen, enz. Wij geven hierboven links het nummer snelwandelen: midden onderaan’ R. v. d. Heuvel, winnaar van het nummer hardloopen met hindernissen (110 M.), rechts „U. D. 1.” uit Deventer, de winnende ploeg van het estafette-nummer. De Wedstrijden op de Kagerplassen. Jo"ker en Zoon>- Begunstigd door goed weer, hoewel de wind iets krachtiger had kunnen zijn, hadden Zondag 20 Juni de onderlinge Motorboot- en Zeilwedstrijden plaats op de Kagerplassen, uitgeschreven door de Zeil . Roei- en MotorsportVereeniging „De Kaag". Links: Start overdekte kiel- en middenzwaardjachten. le prijs: „Woelwater", eig. H. B. Gescher en J. A. C. van Haagen. Rechts: Start jachten der A. B. C.-klasse. le prijs: „Loja", eig. C. D. Schuddeboom. HET SPORT-PANORAMA
PDF
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 406 INSPECTIETOCHT VAN DEN OPPER-BEVELHÊBBER. De vorige week hield de opper-bevelhebber van land- en zeemacht, generaal Snijders, die o. m. vergezeld was van den commandant van het veldleger, luit.-gen. Buhlman, een inspectie-tocht in Limburg. Foto links: Een groep van Hoofdofficieren en officieren te Roermond. V. 1. n. r. Kapitein Quanjer, Luit.-Gen. Buhlman, Generaal Snijders, Majoor Fortanier, Majoor Huizer, Kapitein de Ridder. Foto rechts: Generaal Snijders voor het hotel Munster te Roermond. Een ongezegelde Overdracht door Henkie DO £r. Justus Rechtmans, Officier van Justitie bij de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, had meermalen als zijn overtuiging te kennen gegeven, dat de grootste moeilijkheden voortsproten uit ongezegelde overeenkomsten en dat het aantal civiele rechtszaken zeker tot de helft zou verminderen als bij dergelijke overeenkomsten meer de wettelijke voorschriften werden gevolgd. „Men moet vooral niet uit het oog verliezen,” zei hij o. a., met een nauw merkbaar glimlachje op zijn ernstig gelaat, „dat de zegelwet niet gemaakt is om overtreden te worden, doch om ’s lands inkomsten te versterken en aan contracten en overeenkomsten een meer bindende kracht te verleenen.” Dit oordeel was door Belinfante met commentaren aan plaatselijke en andere bladen gestuurd, onder het veelzeggend hoofd: „Het oordeel van het Openbaar Ministerie over de zegelwet.” Mr. J ustus Rechtmans was het evenwel niet gegund „het oordeel der Pers” op zijn oordeel te lezen, want hij lag in zijn woning aan den Scheveningschen weg zeer ernstig ziek. Den namiddag van den zittingsdag had hij een verkoudheid gevat, die tot een bronchitis was ontaard, een ziekte die voor personen op den leeftijd van den heer Rechtmans hoogst gevaarlijk kunnen zijn. De ziekte had dan ook plotseling zoo’n ongunstig verloop genomen, dat de huisdokter na eenige dagen aan mevrouw Rechtmans met een bedenkelijk gezicht te kennen gaf, dat het verloop van dien aard was, dat zoo spoedig mogelijk de hulp van een specialist moest worden ingeroepen. Hiervoor toestemming ontvangen heb* bende, haastte de huisdokter zich het consult te vragen van een Leidsch hoogleeraar, die, toen hij den zeer verzwakten rechter gezien en onderzocht had, bedenkelijk het hoofd schudde. „Er is nog slechts één middel om den patiënt te redden,” luidde het oordeel van den hooggeleerden internist, „er moet een halve liter bloed van een gezonden jongen man in zijn aderen worden overgebracht.” De moeilijkheid was nu iemand te vinden, genegen om een halven liter van zijn bloed af te staan, doch hierin werd voorzien door den professor die meedeelde, dat hij iemand onder zijn patiënten had, die geschikt was en ook wel genegen zou zijn om zich voor dit doel beschikbaar te stellen. Daar het stadium, waarin zich de zieke bevond, geen uitstel gedoogde, werd besloten dat de dokter dadelijk met den hooggeleerde zou meegaan. In het ziekenhuis aangekomen begaf de professor zich met den geneesheer naar de ziekenzaal, waar in bed • 27 een robuste kerel lag, een berucht individu, die bij een vechtpartij met de politie ernstig gewond was geworden. „Zeg, vriend,” zei de professor, „zou je me een genoeg^ willen doen ? Wil je me veroorloven uit je arm een kleine hoeveelheid bloed af te tappen ?” „Waarvoor?” bromde nummer 27. „Ben ik nog niet genoeg kwijtgeraakt, toen die leelijke smerissen me zoo toegetakeld hebben ?” „Het verlies van een klein beetje bloed zal je meer goed dan kwaad doen,” zei de professor glimlachend. „Bovendien wil ik je er vijf en twintig gulden voor betalen.” „Waarom zeg je dat niet dadelijk ? Ga je gang maar en geluk er mee 1” Aldus toestemming ontvangen hebbende, was de kleine operatie binnen enkele minuten afgeloopen en voordat er een uur verloopen was was het gezonde bloed reeds overHET P. W. J ANSSEN-ZIEKEN HUIS TE ALMEN. In de nabijheid van het buitengoed ’t Ehze, aan een park, dat bijna 7 H.A. groot is, staat te Almen, gemeente Gorssel. het P. W. Janssen-Ziekenhuis, het tweede homeoopathische ziekenhuis in ons land, waarvan dokter P. L. van der Harst directeur is. Dit ziekenhuis is allereerst bestemd voor on- en minvermogenden van Gorssel, maar ook voor betalende patiënten, die homoeopathisch behandeld willen worden, is plaats. Een vijf-en-twintig patiënten kunnen geborgen worden. Winst maken is echter niet het doel; mevr. Janssen — naar wier vader het ziekenhuis heet — heeft net geheel bekostigd en wat op de exploitatie mocht overschieten, zal voor filantropische doeleinden worden aangewend. Lijders aan longtuberculose, besmettelijke of vallende ziekten worden niet opgenomen. Architecten van het ziekenhuis waren de heeren prof. Itz uit Delft en J. P. Stok uit Rotterdam; aannemer was de heer Nieuwenhuizen uit Rotterdam. Het is opgetrokken uit rooden baksteen en maakt in alle opzichten een ruimen, prettigen en mooien indruk. Boven den hoofdingang zijn aangebracht afbeeldingen van de ratelslang, de Spaansche vlieg.de inktvisch.de kruisspin, de honigbij en de pad, die ingrediënten leveren voor de inwendige geneesmiddelen der homoeopathie. DE OPENING VAN HET P. W. JANSSEN-ZIEKENHUIS TE ALMEN. Een groep van genoodigden en autoriteiten in den tuin. gebracht in de aderen van Mr. Justus Rechtmans. Het was een „ongezegelde overdracht” en of ze goede dan wel nadeelige gevolgen zou hebben, zal uit het vervolg van dit verhaal blijken. II Van het eerste uur af, dat het krachtige bloed de aderen van den rechter doorstroomde, begon hij te herstellen. Spoedig was hij buiten gevaar en korten tijd daarna hersteld. Het eerste wat hij deed, toen hem veroorloofd werd in bed op te zitten, was papier, pen en inkt te vragen en het volgende epistel te schrijven. Aan te den President ’s-Gravenhage. van de Rechtbank Edelachtbare Heer. Den dag voor mijn ziekte eischte ik voor den beklaagde, recidivist, Jonas Hajem, beschuldigd van diefstal met braak, een gevangenisstraf van vijf jaar. Ik heb tijdens mijn ziekte over de schuld van beklaagde nagedacht en ben tot de conclusie gekomen, dat de geëischte straf veel te zwaar is. Ik roep dus de clementie van Ueledelachtbare en de Heeren Rechters in, om zijn straf tot het minimum te willen beperken. Met verschuldigde hoogachting JUSTUS RECHTMANS Officier v. Justitie. Na verloop van eenigen tijd kwam er als antwoord op dit schrijven de mededeeling dsrt de Rechtbank de straf tot op de helft van den eisch had teruggebracht. „Uitstekend, uitstekend 1” riep Rechtmans verheugd uit. „Ik kan me niet begrijpen, hoe ik er toe gekomen ben om zoo’n zwaren eisch te stellen. Goed bezien moeten dieven toch ook leven en als ze niet stalen, zouden ze misschien van honger sterven.” Mevrouw Rechtmans keek haar echtgenoot in begrijpelijke verbazing aan. „Je wordt een grappenmaker, lieve,” zei ze op. ironischen toon, terwijl ze haar wenkbrauwen hoog optrok. „Volstrekt niet! Volstrekt niet 1” was het ernstige antwoord. „Alles hangt er van af van welke zijde men een kwestie beziet. Ik durf zeggen, dat van het standpunt van den gemiddelden inbreker bezien, ik even schuldig ben als de man zelf. Denk eens aan de lange vacanties die wij hebben 1 Minstens een vierde van ons salaris nemen we aan zonder het te verdienen; dat geld ontrooven we aan de zakken der belastingbetalers. Er is principieel heel weinig verschil tusschen deze handeling en die van een inbreker, die zich vergrijpt aan een anders goed.”
PDF
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
07
Tekst
407 „ïk hoop maar,” merkte mevrouw- koeltjes op, „dat je je zult onthouden dergelijke theorieën in het openbaar te verkondigen. Goede hemel! De heele pers zou er wraak over roepen !” „Hoor eens,” hernam Mr. Rechtmans, „ik kan over deze kwestie nu niet verder uitweiden. Het is tien uur, ik moét naar het Paleis. Er is een groote agenda vandaag !” Toen zijn edelachtbare het Rechtsgebouw bereikt had en de kleedkamer binnentrad, was de daar aanwezige klerk verwonderd, toen hij bemerkte, dat Mr. Rechtmans het gewaad en de baret van den president van den kapstok nam. „Ex .... cuseer, mijnheer,” zei de klerk, „u vergist u 1 Hier is uw toga1” De heer Rechtmans kleurde en stotterde : „O .... ja ! ja ! Simons 1 Hoe dom van me 1” De verlegen toon van dit antwoord bleef den klerk den geheelen dag bij, en des avonds vertelde hij aan zijn vrouw, dat als het iemand anders was geweest dan de officier, hij gedacht zou hebben, dat deze zich van de toga wilde meester maken. „Ik snapte eens een zakkenroller, die me mijn horloge wilde afhandig maken,” ging Simons voort, „en ik laat me hangen, als die niet net zoo’n gezicht zette als mijnheer Rechtmans. Het was natuurlijk een vergissing. Ik vind trouwens dat hij na zijn ziekte erg verstrooid is.” Dienzelfden avond stond er in een der Haagsche bladen, dat altijd een uitgebreid verslag van de terechtzittingen geeft, het volgende te lezen : „Onbegrijpelijk zachtmoedig requisitoir. — Een merkwaardig staaltje van rechterlijke zachtmoedigheid werd hedenmiddag op de zitting van de Rechtbank te dezer stede geleverd. Het betrof de bekende zaak van David Pluim, terechtstaande wegens inbraak en diefstal van gouden en zilveren voorwerpen uit een goudsmidswinkel in de Veenestraat. Het Openbaar Ministerie, waargenomen door Mr. Justus Rechtmans, merkte in zijn requisitoir op, dat de beklaagde een man was van groote gaven, die evenwel in een verkeerde baan geleid werden. In stede van zoo’n man te straffen, moest hij verder geholpen worden de hem door de natuur geschonken gaven nuttig aan te wenden. Het geheele requisitoir, dat eigenlijk meer op een pleidooi geleek, werd door alle aanwezigen met verbazing, alleen door den beklaagde en diens verdediger met genoegen en instemming aangehoord.” Toen de Officier des avonds dit verslag las, glimlachte hij. „Arme kerel,” mompelde hij. „Waarom, voor den drommel, zou hij zich niet mogen toeleggen op inbreken, als hij ’t verkiest. Het is goed bezien een vak als ieder ander. En ik ben er nog niet zeker van of het niet veel eer de schuld van de Wet is dat de handelingen van zoo iemand strafbaar zijn. Immers als er geen wetten waren, dan waren er ook geen overtredingen. En waarvan zouden wij rechters moeten leven als er geen overtreders waren? Het is duidelijk: de wetten zijn gemaakt om overtreden te worden en de overtreders zijn onze werkgevers. Is het dan niet onze plicht hun onze dankbaarheid te toonen door de uiterste clementie in acht te nemen?” * * * Van nu af kenmerkten zich de zittingen van de Haagsche Rechtbank door de uiterst welwillende houding van het Openbaar Ministerie. En vooral als er een of ander berucht OUDHEIDKUNDIG MUSÉUM ,, DE WAAG” TE DEVENTER. Door den voorzitter der vereeniging „De Waag”, Mr. H. Kronenberg, werd de vorige week te Deventer het oudheidkundig museum „De Waag” geopend, gevestigd in het gebouw van dien naam, en als oud-gemeentehuis door tal van afbeeldingen in geheel Nederland en zelfs daarbuiten bekend als een der mooiste monumenten van bouwkunst. In de openingsrede schetste Mr. Kronenberg de wordingsgeschiedenis der vereeniging. Het is ongeveer 4 jaar geleden, dat zich te Deventer enkele personen vereenigden om te trachten, aan de voorwerpen van het toen bestaande Kabinet van Zeldzaamheden een betere en meer waardige plaats te geven. De gemeenteraad stelde het Waaggebouw ter beschikking voor de op te richten vereeniging tot het stichten van een Deventer oudheidkundig museum; daarna kon de vereeniging 14 Mei 1913 worden opgericht. In rt bijzonder wijdde hij woorden van hulde aan den directeur van het museum, den heer dr. M. E. Houck, zonder wien het museum „pe Waag” nooit tot stand zou zijn gekomen. type in de beklaagdenbank zat, kon men stellig overtuigd zijn van een schitterende oratie, waarvan de slotsom was dat er door den Officier vrijspraak of een lichte straf geëischt werd. De voorliefde van den gestrengen heer Mr. Justus Rechtmans gingzelfs zoover, dat hij een vrijgesproken inbreker bij zich te dineeren vroeg. Mevrouw Rechtmans sloeg de handen van pijnlijke verbazing ineen, toen zij dit vreeselijke nieuws vernam. „Maar, Justus 1” riep ze uit. „Hoe in ’s hemelsnaam ....” „Er is niet de minste grond voor eenig bezwaar van jouw kant,” viel Mr. Rechtmans zijn wederhelft koel in de rede. „We hebben geen andere gasten dan den heer.... Brom.” De heer Rechtmans dacht even na, en vervolgde toen : BEZOEK VAN Z.K.H. PRINS HENDRIK. De vorige week heeft Prins Hendrik een bezoek gebracht aan het landgoed van de familie Van Aefferden-Brouwers bij Roermond. Onze foto geeft Z.K.H. bij het verlaten van het landgoed, (foto V. F. B. ) „Hm 1 De dienstbode kunnen we moeilijk aan tafel missen. Het beste is haar te zeggen dat we ’n . . . . vluchteling te eten hebben !” „Ik zal het probeeren,” mopperde mevrouw wanhopig, „’t Is anders een afschuwelijke dwaasheid 1 Hoe is ’t mogelijk ! Een man die een belangrijk ambt aan de Balie bekleedt, inviteert een inbreker bij zich te eten 1” „Het is mij niet mogelijk de dwaasheid hiervan in te zien,” merkte de heer Rechtmans op, terwijl hij nadenkend voor zich uit staarde „Als bijv. een letterkundige ter wille van zijn literaire studiën over het volksepos geruimen tijd in de laagste lagen der maatschappij verkeert en met tal van t oeven omgegaan heeft, zou ik dan schromen een enkelen boef bij mij te noodigen om mijn kennis der criminaliteit te vermeerderen ?” De ex-inbreker bleek zich intusschen beter te gedragen, dan aanvankelijk van hem gedacht was. Nadat de eerste verlegenheid van den man, begrijpelijk waar hij tegenover zijn constitutioneelen vijand zat, voorbij was, toonde hij een merkwaardige opgewektheid en at met smaak de verschillende gerechten die hem werden voorgezet. „Je zult je zeker verwonderen, Brom,” zei eindelijk Mr. Rechtmans, toen de champagne was ingeschonken, „waarom ik je verzocht heb bij mij te komen dineeren !” Janus Brom grinnikte. „’k Heb m’n kop er nog niet over gepijnigd,” antwoordde hij. „Maar als je me erover wilt inlichten, ben ik tot je dienst.” ,,Het is dit,” ging zijn edelachtbare voort, „ik zou gaarne eenige inlichtingen ontvangen over je werkkring. Wij rechters weten over het algemeen veel te weinig van het leven en streven van hen die wij in de rechtzaal ontmoeten. Het zou voor een goede rechtspleging eigenlijk noodzakelijk wezen, dat de leden der Balie en de leden van het inbrekersgilde in nauwer contact waren met elkander.” „Wat drommel, dat is toch onze schuld niet ? We breken bij jullie in, stelen den boel, wat wil je nog meer ?” zei Brom verwonderd. „Ik verlang nog meer dan dat,” antwoordde de heer Rechtmans op waardigen toon. „Welnou, vooruit dan, ouwe snijboon,” zei Janus Brom, die alle onderscheid uit het oog verloor onder den invloed van des rechters Moët van ’95. „Geneer je niet, hoor! En als ik je helpen kan, zal ik het doen.” Mevrouw Rechtmans beefde. Zij zou het niet hebben durven ondernemen haar man „ouwe snijboon” te noemen, en daar zat nu zoo’n boef en die zei dat ongestraft. Mr. Rechtmans scheen niet in ’t minst beleedigd. Hij dronk zijn glas leeg en zei toen langzaam : „Ik wensch te weten, hoe jullie gewoonlijk te werk gaat; hoe je je inlichtingen krijgt over de woningen die in de termen vallen voor .... e ... . een bezoek ; hoe je handelt ten opzichte van het dienstpersoneel, en andere bijzonderheden die op je ... . werkzaamheden betrekking hebben.” Aldus aangemoedigd begon Brom, na zichzelven nog eens te hebben ingeschonken, aan zijn belangstellenden toehoorder allerlei mede te deelen over zijn twijfelachtigen werkkring. Mr. Rechtmans leunde voorover om vooral geen woord te PANORAMA missen van het verhaal. — Eindelijk was hij uitgepraat en eindigde hij met een grijns : „Ziezoo, Heerschap ! Nou weet je net zooveel van de zaken als ik en kun je zelf met de affaire beginnen, als je nog eens aan den grond zit.” „Hoe durf je. . .” begon mevrouw Rechtmans. Haar echtvriend keek haar evenwel bestraffend aan. „Het is bijzonder belangwekkend,” zei hij na een oogenblik stilte, waarin hij over de mededeelingen van den inbreker had zitten nadenken. Toen de ontevreden uitdrukking op het gelaat van zijn vrouw bemerkende, ging hij vergoelijkend voort: „Hm ! Ja, lieve, alle informaties zijn nuttig, onverschillig van wien ze komen. Mijn vriend Verhagens zei eens....” „Apropos, dat ik je in de reden val,” zei nu Janus Brom, „bedoel je majoor Verhagens die in dat groote huis op het Bezuidenhout woont ? Sapperloot, wat ’n mooi zaakje zou daar te doen zijn voor iemand die ’t vak kent en daar den weg weet.” De heer Rechtmans wendde opeens het gelaat belangstellend naar den spreker. „Werkelijk ?” vroeg hij. Na dit enkele woord verzonk hij in gepeins. Het scheen wel alsof de opmerking van Brom hem stof tot nadenken gegeven had. Lang nadat de gast vertrokken was, zat Mr. Rechtmans stil in gedachten verzonken in zijn gemakkelijken stoel. Mevrouw richtte meermalen het woord tot hem, doch hij verzocht haar met een handbeweging hem niet te storen en ze verliet eindelijk hoofdschuddend de kamer. „Ik begrijp er niets van,” mompelde mevrouw, terwijl ze de trap naar haar kamer opsteeg, „doch er ligt een uitdrukking op Justus gelaat, die mij doet denken aan den kerel die hier vanmiddag gegeten heeft.” Weinig vermoedde de arme vrouw hoe dicht haar opmerking bij de waarheid was. Een week ging voorbij en gedurende dien tijd werd Mr. Rechtmans hoe langer hoe meer afgetrokken. Als hij een oogenblik vrij had. bezocht hij twéede-hands-ijzerwinkels en kocht daar verdacht uitziende werktuigen, voorwerpen die men allerminst gewoon is aan te treffen bij een deftig heer als Mr. Rechtmans, Officier van Justitie. Al deze voorwerpen werden door hem zorgvuldig opgeborgen in zijn studeerkamer, en op een nacht, toen alle huisgenooten in diepe rust waren, verliet Mr. Rechtmans heimelijk zijn woning, in de hand een city-bag dragende. „Dit is pas leven — emotievol leven,” zei hij tot zichzelf. „Wie zou nu in een duffe rechtzaal willen zitten en vonnissen uitspreken als zulke avonturen binnen je bereik liggen ?” Het is pijnlijk het te moeten bekennen, maar de waarheid — de vreeselijke, ontstellende waarheid — was : dat de edelg'estrenge heer Mr. Justus Rechtmans, Officier van Justitie bij de Haagsche Rechtbank, op weg was naar het Bezuidenhout, om daar bij zijn vriend, Frits Verhagens, Majoor bij den Generalen Staf en bekend als een zeer gefortuneerd man, te gaan inbreken. Hoe kwam deze eerzame, algemeen geachte man tot dezen misdadigen stap ? Wat had hem, juist hem, gebracht op dezen afschuwelijken doolweg ? Het was het bloed van den ziekenhuis-patiënt, dat HET OUDH EIDKUNDIG MUSEUM ,,DE WAAG” TE D EVENTER. Een kijkje in het Museum. De brandspuit van Jan v. d. Heyden. bruiste in de aderen van den rechter. Deze patiënt was een boef van professie en de „ongezegelde overdracht” van dit levensfluïde in het lichaam van den handhaver van het Recht had ontwijfelbaar deze noodlottige verandering ten gevolge gehad. Vreemd genoeg leek hem het avontuur niet in het minst ongerijmd; hij haakte veeleer naar een succesvolle beëindiging. Het verschrikkelijke, onlogische van zijn handeling
PDF
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 408 MILITAIRE INSPECTIETOCHT VAN H M. DE KONINGIN. Op 17 en 18 dezer heeft H.M. de Koningin een militairen inspectietocht gehouden door Noord-Brabant. Wij geven hierboven, links: de aankomst van H. M. te Goirle. Rechts van H.M. Generaal Weber. Midden: zwaar geschut, dat over een pas geslagen brug trekt. Rechts: inspectie door H.M. van de mitrailleurs met hondenbespanning. drong geen oogenblik tot zijn hersens door. Eindelijk bereikte hij de plaats van bestemming. Met groote moeite over den lagen muur klimmende, liep hij vlug den tuin door. Tot zijn verbazing bemerkte hij dat een der tuindeuren openstond. Plotseling bleef hij verschrikt stilstaan en luisterde. Voetstappen klonken door het huisenhij hoorde fluisterende stemmen. Niet wetende of hij vooruit of terug zou gaan, bleef hij besluiteloos staan Krras 1 De rechter-inbreker hoorde een slag, gedempte vloeken, een deur werd dichtgeslagen en op hetzelfde oogenblik kwam een manspersoon aanvliegen en liep precies in de armen van den ontdanen heer Rechtmans. De beide mannen rolden over den vloer, Mr. Justus ontving een hevigen slag op het hoofd, bloed gutste over zijn gelaat; toen geraakte hij buiten kennis. Z. K. H. DE PRINS OP INSPECTIE. een bezoek gebracht aan de Roode-Kruisinrichtingen van het Comité van her Nederlandsche Roode-Kruis voor Heerlen en omgeving. Achtereenvolgens werden geïnspecteerd te Wittem, het klooster der Paters Redemptoristen; te Simpelveld, het gesticht „Arme Kind Jezus” en het Damiaan-instituut (Duitsche Paters) en te Kerkrade, het St.-Elisabethsgesticht. het Klooster der Fransche Paters Franciscanen, het St.-Joseph-Hospitaal en het Seminarie Rolduc. Overal bleken de ziekenverblijven enz. keurig in orde te zijn. Onze foto is genomen kort voor het vertrek uit Rolduc. waar den Prins uitgeleide werd gedaan door den directeur, leeraren en leerlingen. Naast den Prins: de Directeur van het Seminarie Rolduc. de heer Geurts, achter den Prins: de Adjudant van Z. K. H., Jhr. Backer en Graaf d’Ansembourg, Kamerheer i.b.d. en ter zijde de heeren: De Hesselle, voorzitter van het Roode-kruiscomité voor Heerlen en omg.. dr. van Gils en dr. Verhagen, leeraren aan de Onderwijsinrichting, dr. de Wever, algemeen leider der Roode-kruisinrichtingen van het Comité, dr. Bakhuis, leeraar aan het Seminarie en Blankevoort, secretaris van het Comité. (Foto Cohnen) „Mijn waarde Justus, wat ben ik je dankbaar dat je dien inbreker in zijn vlucht hebt tegengehouden. Ze zijn nu allebei in verzekerde bewaring. Ik hoop maar dat je niet ernstig gewond bent.” Het was Majoor Verhagens, die deze woorden sprak, terwijl hij bij den rechter geknield lag en diens hoofdwond bette. Langzaam drong het tot den heer Rêchtmans door, waar hij was en waarom hij daar was. En nu drong zich te gelijker tijd de beangstigende vraag in hem op : hoe moet ik mijn tegenwoordigheid hier in dit nachtelijk uur verklaren ? Hij wilde juist den mond openen, op om zwakken toon een of ander voorwendsel te stamelen, toen de heer des huizes hem dit verhinderde. ,,Houd je kalm, waarde vriend,” zei hij op jovialen toon. „Ik heb alles al begrepen. Jij kwam mijn huis voorbij en met het oog van den man van het vak zag je dadelijk dat hier iets niet in den haak was.” „E.... j-u-i-s-t!” mompelde Rêchtmans. „Ga voort!” „Je moed evenaarde je scherpzinnigheid. Niet wachtende op politiehulp en vreezende dat je prooi je zou ontsnappen, klom je over den muur, volgde de dieven en redde mijn eigendom 1” Langzaam stond Mr. Justus Rêchtmans op, hij had zijn koelbloedigheid en rechterlijke waardigheid weer teruggevonden. „Het verheugt me dat. . . e . . mijn . poging succes heeft gehad,” zei hij plechtig. „Heb je wat voor me te drinken ?” * ♦ * In dezen gedenkwaardigen nacht verloor Mr. Justus Rêchtmans ongeveer een halven liter bloed en hierdoor scheen het Noodlot bevredigd. Daar hij eenmaal van een inbreker een half pond bloed had genomen, was het rechtvaardig dat een inbreker het weer van hem nemen zou. Van dit oogenblik af hervatte hij weer zijn oude gewoonten. Boeven vonden geen genade meer in zijn oogen en toen na eenigen tijd de inbrekers van het Bezuidenhout voor hem verschenen, eischte hij kalmweg de maximumstraf. Mevrouw Rêchtmans vernam nimmer wat er dien gedenkwaardigen nacht werkelijk geschied was en dit is de oorzaak dat de bedenkelijke gevolgen van de „ongezegelde overdracht” eerst nu aan de lezers van „Panorama” kunnen worden meegedeeld. © ONZE NIEUWE PREMIE. O p het omslag van dit nummer zullen onze abonné’s het begin vinden van een nieuwen roman van Ludwig Wolff, getiteld: „De oorlog in het duister**, dien wij het genoegen hebben onzen lezers als gratis premie aan te bieden. Wij kunnen dit jongste werk van den uitstekenden romancier Wolff, dat in het buitenland een enorm succes had, onzen lezers ten zeerste aanbevelen, als een interessant en onderhoudend boek, dat een zeer goeden indruk geeft van de voorgeschiedenis van den Oostenrijksch-Servischen oorlog, terwijl een groot gedeelte van den oorlog zelf ook er in wordt behandeld. BOND VAN VRIJZINNIG DEMOCRATISCHE GEMEENTERAADSLEDEN. De Bond van Vrijzinnig Democratische Gemeenteraadsleden heeft op 2Q Juni te Deventer een vergadering ge houden. Hierboven een foto van de leden . 3000 ZANGERS EN ZANGERESSEN IN HET STADION. Door den Bond van Amsterdamsche Zangvereenigingen, is op Zondag 20 Juni onder leiding van den dirigent Roeske, een zanguitvoering gegeven, waaraan door ongeveer 3000 zangers en zangeressen werd deelgenomen. Een talrijk, enthousiast publiek woonde de uitvoering bij. aan welker slot den dirigent een spontane ovatie werd gebracht. 17 luni heeft Z. K. H. Prins Hendrik
PDF
Nummer
1915, nr.52, 28 juni. 1915
Blad
09
Tekst
No. 52 (52b) 28 Jum WIS. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Affzomdertljke Nummers ff 0.075 PER KWARTAAL UITGAVE A. W. SIJTHOFF’S UITQEVERS=MAATSCHAPPIJ, LEIDEN « RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. DE BELANGSTELLING VOOJR DE UITTREKKENDE TURKEN. Een straattooneel in Damaskus. Arabieren, die vanaf hun hooge zitplaats het uitrukken der Turksche troepen, die naar het front vertrekken, gadeslaan.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1676 tot 1680 van 11897