Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1671 tot 1675 van 11897
Nummer
1915, nr.50, 21 juni. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 400 DE KUNSTSCHILDER J. J. V. D. SANDE BAKHUIJZEN. (foto's Hijmans) J. J. V. D. SANDE BAKHUIJZEN. — SCHAAPSKOOI IN DRENTHE. J ulius Jacobus van de Sande Bakhuijzen, die den 18en Juni zijn tachtigsten verjaardag vierde, behoort tot de oude garde die onze schilderschool haar grooten naam wist te geven. Hij heeft haar, met nog een of twee anderen misschien, overleefd, maar bezit de voldoening dat hij niet zichzelf overleefde; zijn werk tyordt nog heden met onverzwakte waardeering genoemd en slechts de groote bescheidenheid van den maker is oorzaak dat het op de tentoonstellingen der laatste jaren niet geregeld zijn verschijning maakt. Wij hadden het voorrecht den kunstenaar dezer dagen in zijn atelier aan te treffen, te midden van zijn werk. Aan den merkwaardigen datum, waarover wij spreken wilden, scheen hij nauwelijks te denken; al zijn aandacht was bij een reeks vroege studies die hij te voorschijn had gehaald en die hij alle overschilderen wilde zóó waren ze niet goed, vond hij. Deze frischheid van geest, deze werklust, dit nooit tevreden zijn met den arbeid van gisteren, zijn kenschetsend voor den meester. Moge hij nog vele jaren dit schoone voorbeeld geven aan het jongere schildersgeslacht! DE AMATEUR-DETECTIVE DOOR HENKIE (VERVOLG EN SLOT). oud de wacht aan de trap, ik kom dadelijk bij je !” „Zoo gezegd, zoo gedaan. Ik wacht aan de trap een heelen tijd, toen begrijpende dat de politie-beambte den weg niet vinden kon, besloot ik maar alleen den dief te arresteeren. Ik ga dus naar boven en onderzoek de eene kamer na de andere. Juist ben ik in een der slaapkamers en speur met mijn licht onder bed, toen ik buiten een sluipenden stap hoor en een man met een dievenlantaarn de kamer binnenkomt. Ik keek haastig om, het was niet de detective maar een dikke kerel. Ik had hem dus, den dief. Zonder aarzelen spring ik onverhoeds op den vent af en rol met hem op den vloer. We hadden daar een aardig onderhoud met ons tweeën in ’t donker, want onze lantarens waren door de botsing op den grond gevallen en gedoofd. Eindelijk gelukte het mij hem onder te krijgen. Ik pakte hem bij de ooren en liet zijn hoofd eenige malen zoo degelijk met den vloer kennis maken, dat hem de lust om op te staan verging. Toen raapte ik een van de lantarens op, stak die weder aan en — liet ze bijna van schrik weer vallen, toen ik zag dat naast me lag: Teunis, onze veldwachter! „Dat was een consternatie 1 En toen Teunis eindelijk van onze „ontmoeting” een beetje bekomen was, en zijn hoofd en neus bevoelde, die door mijn vuisten eenigszins bewerkt waren, ging hij te keer als een gek en zwoer bij kris en kras, dat ik de dief was, en geen mensch anders 1 Hij geloofde geen snars van hetgeen ik hem vertelde en toen ik ter Een der belangstellende lezers van Panorama in Madeira. overtuiging den detective ging zoeken, bemerkte ik tot mijn verwondering en teleurstelling dat deze verdwenen was en met hem de city-bag met tafelzilver. „Je ziet, meneer, ik had eerst wel gelijk gehad! Het was de diefjesmaat, dien ik het eerst betrapt had, en ik zou een mooie vangst gedaan hebben, als die schurk eerlijk voor de waarheid was uitgekomen. „Nu liepen de dieven vrij en ik werd voor mijn ijver gearresteerd als medeplichtige aan den diefstal. Ik werd naar Haarlem vervoerd en het heeft mijn patroon en den dominee op ons dorp heel wat moeite gekost om aan te toonen, dat ik in ’t geheel de persoon niet was om zoo iets uit te halen. , De rechter van instructie vroeg: „Is deze man nu werkelijk zoo’n groote dwaas, als hij wil doen gelooven ?” (Dat was maar over mij, meneer.) „Ja, edelachtbare, dat is hij !" zei mijn patroon. „Ik kwam vrij maar kon niet meer in het dorp blijven. Iedereen lachte me uit, behalve Teunis, die mijn verbitterde vijand geworden was. „Ik ging naar Den Haag waar ik door voorspraak van mijn patroon tramconducteur werd. En ik heb me voor altijd voorgenomen om me nooit meer met dieven in te laten.’ Familieleden en kennissen in het Buitenland. E r gaat schier geen dag voorbij, of wij ontvangen uit het buitenland brieven, waarin wij gecomplimenteerd worden over de schitterende uitvoering en den onovertrefbaren inhoud van Panorama. Deze brieven, alsmede de hiernaast gereproduceerde foto van een belangstellenden lezer in Madeira, die een onzer abonné’s ons deed toekomen, hebben ons op het idee gebracht, buitenlandsche familieleden en kennissen van onze abonné’s met een of meer nummers van ons tijdschrift te verrassen. Onze abonné’s hebben dus niet anders te doen dan ons de adressen op te geven, dan zorgen wij voor de verzending. EXPOSITIE WILLEM BROUWER. In den Grooten Koninklijken Bazar te ’s-Gravenhage is een tentoonstelling gehouden van mooi nieuw aardewerk van Willem Brouwer (Leiderdorp). In 't bijzonder bestaat de tentoonstelling uit voortbrengselen van Brouwer’s nieuwe procédé’s: het z.g. craquelé en’t kristal-glazuur, zijn tentoongesteld. Hetcraquelé vertoont aan den buitenkant gebarsten glazuur,’n oneffenheid, die echter blijkbaar door een nieuwe, doorzichtige giazuurlaag is weggenomen., Zoo ligt dan ’n warme, levendige ondergrond onder ’t buitenste glazuur. Onze foto links geeft een gedeelte van de expositie; de foto rechts laat enkele vazen in het nieuwe procédé vervaardigd, zien. (foto's Hijmans). NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
01
Tekst
No. 5B (52a) 24 Juni 15>1S. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers f 0.075 n-> vZ/Z/ 1 T9MPER KWARTAAL Geïllustreerd - Weekblad 26 NUMMERSjUO UITGAVE A. W. SIJTHDFF’S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, LEIDEN = RED. EN ADM. DOEZASTRAAT I, TEL. 1. Het 34O-jarig bestaan der Leidsche Hoogeschool Zie het artikel op pa^. 404. @POef) dep deelneemstePS Toto’s ‘Jonker @ Zoon De Iris De Elfendans De Papavers Jacoba van der Pas als Nachtvlinder „BLOEMENSPROKE” VAN F. E. A. KOEBERG
PDF
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 402 De Motorboot als vervoermiddel voor zieken en gewonden in oorlogstijd et is naar aanleiding van het bijzonder belangwekkend werkje: „De Motorboot als Vervoermiddel van den Militair Geneeskundigen Dienst” door dr. W. Teupken, dat wij onzen lezers het een en ander willen vertellen over deze wijze van ziekenen gewondentransport. De bij dit artikel gereproduceerde foto’s werden ons welwillend door dr. Teupken ter beschikking gesteld, die vóór alles met zijn studie beoogt, het wakker schudden der militaire autoriteiten, die dezen tak van dienst al te lang verwaarloosden. Terecht beklaagt de schrijver er zich over, dat in deze richting nog weinig door den M.G.D. is gedaan, zoodat bijna al ons zieken- en gewondenvervoer in tijd van oorlog langs de wegen moet geschieden, waartoe ons polderland zich gansch niet leent. Erger, vele van onze polderwegen zullen bij het in werking stellen onzer inundaties geheel onbruikbaar worden en wat moet er dan van ons gewondentransport worden, wanneer dit in tijd van vrede niet behoorlijk is geregeld? Dit boekje voorziet dan ook in alle opzichten in een leemte, en we mogen verwachten, dat na lezing, de militaire autoriteiten de handen aan de ploeg zullen slaan om hierin verandering te brengen. Het werkje zelf geeft vingerwijzing genoeg. Want dat blijkt wel uit het le hoofdstuk, dat dit transport te water grondig voorbereid moet zijn, wil men er geen fiasco mee slaan. Men moet door en door thuis zijn op onze waterwegen, wil men succes van deze wijze van voortbewegen hebben. Een voorbeeld. „Bij een transport van troepen of gewonden per schip heeft men er nauwkeurig op acht gegeven, dat men een sluis moet passeeren. Men heeft op de afmetingen van het kleine poldersluisje goed gelet en zijn schip in overeenstemming gekozen. Maar ter plaatse aangekomen, merkt men, dat boven over de sluis dwarsbalken zijn aangebracht, wat hier en daar in slappen grond gebeuren moet, teneinde te voorkomen, dat de zijwanden der sluis meegeven en instorten. Door deze dwarsbalken boven de sluis wordt aan de hoogte van het schip een limiet gesteld, die kleiner is, naarmate de waterstand in het bovenpand hooger is. Onverwacht kan zich dus het geval voordoen, dat het schip te hoog is voor de sluis, zoodat het niet kan passeeren. en nu moge men door het innemen van ballast misschien in de gelegenheid zijn het schip dieper te laten zakken, in ieder geval zal een oponthoud ontstaan zijn, dat noodlottig kan worden.” In het broekje zijn meer voorbeelden aangehaald, waaruit blijkt, dat een grondige kennis van onze waterwegen in het polderland noodzakelijk is. Reeds 5}/2 jaar geleden schreef de officier van Gezondheid P. C. Mensonides, dat het toch zoo gewenscht was partij te trekken van onze waterwegen voor het vervoer van zieken en gekwetsten. Wij moeten niet steeds bij den buitenlander in de leer gaan, verkondigde hij, maai nagaan wat ons op eigen bodem van nut kan zijn. Ook het personeel moest niet alleen thuis zijn op de hei, doch ook op het water. De officieren van gezondheid behoorden het voorbeeld te geven en zich een juist denkbeeld van ons polderland eigen gemaakt hebben. En wat is het resultaat? Dat er in deze richting zoo goed als niets is voorbereid. Nu ja, er zijn een paar oefeningen door transportcolonnes van het Roode-Kruis in het polderland gehouden, maar dat is dan ook alles. Geen aanschaffing van materieel, geen opleiding van personeel in deze richting, geen kennismaking met, laat staan grondige kennis van onze waterwegen in het polderland door de officieren van gezondheid. Gelukkig, dat een niet militair de militaire deskundigen flink wakker geschud heeft, want waarlijk dat boekje mag er zijn. Te oordeelen naar de wijze, waarop dit werkje is geschreven, zal de schrijver met zijn verbeteringen niet aan doovemans deuren kloppen. Het is geen hol geschetter, Een glijboot met luchtschroef (systeem Charles Roux). Deze boot, die voor het Fransche leger bestemd is, is 8 M. lang, 2.75 M. breed, bezit een motor van 50 P.K. en kan een snelheid bereiken van 25 K.M. per uur. maar een gedocumenteerd betoog en voor zulk een studie is onze Generale Staf wel toegankelijk. Een bijzonder interessant hoofdstuk is de invloed der inundaties op onze verkeerswegen. Daaruit blijkt zonneklaar, dat wij op deze wegen in oorlogstijd niet te veel moeten rekenen, want dat de meeste óf onder water zullen staan óf .wel voor het verkeer van voertuigen zoo goed als ongeschikt zullen wezen. Zelfs op de spoorwegen moet men niet te veel rekenen zegt de schrijver. „In volkomen normale omstandigheden, soms zelfs zonder dat er eenig verkeer plaats heeft, zakt hier of daar een stuk spoorlijn ineen en doet het land in de omgeving rijzen. De kleine, lichte dijk voor de Hollandsche Electrische spoorweg van den Haag naar Rotterdam verzakte ettelijke malen en de spoorlijn tusschen Gouda en Schoonhoven heeft de ingenieurs 20 jaar tot wanhoop gebracht, door voortdurend in den grond te verdwijnen .... zonder dat er één trein over reed”. Dit betoog is zeer juist en daarom moeten wij. of wij willen of niet de oplossing van het vraagstuk op het water zoeken. En waarom ook niet? De waterwegen worden door het opzetten van het water dieper, dus beter bevaarbaar. En waar kan een gewonde zich beter bevinden dan op het water, dat niet stoot, maar hem in tegendeel zonder schokken op den rug draagt. De gekwetste zal veel minder vaak van het eene vervoermiddel in het andere gedragen behoeven te worden, want haast alle steden en groote dorpen liggen aan waterwegen. De gekwetste is veel veiliger in een schip tusschen de dijken en het riet dan in een voertuig op de polderwegen, die meestal het hoogste punt van de omgeving vormen. Botsingen tusschen twee transporten zijn uitgesloten. Daarbij blijven dan de wegen beschikbaar voor het vervoer van valide militairen, die zoo noodig met snelverkeer getransporteerd kunnen worden. Hoe minder over die wegen gereden wordt, hoe meer kans er bestaat, dat ze intact blijven. Welke schepen moeten wij nu voor dit zieken- en gewondentransport gebruiken? Voor de ruime en breede kanalen zijn de motorvrachtschepen het meest geschikt. Ze ontwikkelen voldoende snelheid, hebben genoeg laadruimte, weinig diepgang en kunnen gemakkelijk gereinigd worden, daar men ze van ijzer vervaardigd heeft. Zij komen in ons land in grooten getale y°°r en zijn niet kieskeurig op hun brandstof. Voor de kleinere wateren zijn pramen, sloepen en roeibooten noodig, doch dan voorzien van z.g. buitenboordmotoren. Daarmee wordt veel ruimte uitgespaard. Zoo’n geladen sloep, waarin zeker twee liggende en drie zittende gewonden vervoerd kunnen worden, loopt toch nog 9 K.M. per uur, terwijl de diepgang niet meer is dan 25 cM. Een heele mooie uitvinding zijn de glijbooten met luchtschroeven, die wij in ons land helaas nog niet aantreffen en die hier juist op hun plaats zouden zijn. Daarbij wordt de diepgang, door den bouw der booten en de werking der luchtschroeven tot een minimum gereduceerd. De schrijver komt dan ook tot de conclusie, dat we dergelijke glijbooten dringend noodig hebben, die als ’t ware voor ons land gemaakt schijnen te zijn. Vervolgens wijdt de schrijver een hoofdstuk aan de inrichting van het schip en de techniek van het inladen. Plaatsgebrek noodzaakt ons helaas naar het interessante werkje zelf te verwijzen voor wat dit hoofdstuk betreft. In den breede bespreekt Dr. Teupken ook onze waterwegen in het polderland, waarbij hij tot de gevolgtrekking komt, dat ze over het algemeen aan hun bestemming beantwoorden. Jammer alleen, dat de Rijn van Utrecht naar Leiden beoosten Woerden een vuil, verwaarloosd watertje wordt. Als dat eens een 'flink vaarwater was, van welk een enorm belang zou dit voor de landsverdediging zijn. Een vaarwater, dat in rechte lijn van Utrecht naar het hart des lands voert. Want wij hebben geen enkelen goeden, korten verbindingsweg tusschen Oost en West, tenzij over Amsterdam of Rotterdam. Wordt het dan geen tijd, dat de Rijn beoosten Woerden verbreed en uitgediept wordt? Veel zouden wij nog uit het werkje willen aanhalen, maar waar moeten wij eindigen ? Alleen dit nog, dat de oprichting van een vrijwillig Militair Motorbootcorps urgent is.* In alle omliggende Rijken is een dergelijk corps tot stand gekomen en in den tegenwoordigen oorlog ziet men de Duitsche motorjachten overal aan den strijd deelnemen. Wel staan onze jachten in bruikbaarheid vèr achter bij de gewone motorvrachtbooten, wanneer het ’t vervoer betreft van troepen of gewonden, maar zij zijn bij uitstek geschikt om reeds in vredestijd ten dienste van het leger te worden gesteld om onzen officieren gelegenheid te geven ons polderland door en door te leeren kennen. *) Waartoe intusschen na de oefeningen door de Zeil-, Roei- en Motorbootvereeniging „De Kaag” te Leiden onder goedkeuring van de Militaire Autoriteiten reeds enkele stappen gedaan zijn. Gewonden en zieken worden in een motorboot vervoerd. (Oefeningen van het Nederlandsche leger).
PDF
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
03
Tekst
403 PANORAMA geïllustreerd oorlogsnieuws RUSSISCHE LOOPGRAVEN IN POLEN. Hierboven een tweetal foto’s die een zeer eigenaardig beeld geven van de inrichting der Russische loopgraven. Op de foto links ziet men het Fonogorijski Regiment in de vooruitgeschoven loopgraven. De foto rechts geeft een overzicht van een Russische loopgravenstelling. In het midden ziet men een officier door een veldkijker de vijandelijke stellingen bestudeeren. Een eigenaardig gezicht leveren wel de boven de loopgraven uitstekende bajonetten op. Oorlogs-Kroniek. 8 Mei. De Engelsche stoomschepen „Truro’’ en ,,Don’ door duikbooten getorpedeerd. De bemanning gered. 9 Mei. Op het Westelijk en Oostelijk front is de toestand onveranderd. — De trawler „Hellenic” op de Noordzee opgeblazen. — China aanvaardt het Japansche ultimatum. 10 Mei. De Franschen maken nieuwe vorderingen bij Carency en Neuville. — De Duitsche en Oostenrijksche legers trekken over de Wisloka op de Sanlinie aan. — Zeppelins werpen bommen op Southend en Westcliff. Een Zeppelin verschijnt boven Romford, op korten afstand van Londen. — De Engelsche stoomboot „Queen Wilhelmine” bij Blyth in den grond geboord. De bemanning gered. 11 Mei. De Russen trekken zich terug van het Nida-front in Zuid-Polen. 12 Mei. De Russen rukken voorwaarts in Oost-Galicië. — Gevecht voor den Bosporus tusschen de „Göben” en de Russische Zwartezee-Vloot. — De Deensche kolenboot „Lilian Drost” loopt op een mijn. De bemanning wordt te IJmuiden binnengebracht. — De Amerikaansche regeering zendt een nota aan Duitschland inzake de „Lusitania”. — Opstootjes in Engelsche en ZuidAfrikaansche steden, waar de winkels, aan Duitschers toebehoorend, vernield worden. 13 Mei. Het Britsche slagschip „Goliath” in de Dardanellen getorpedeerd; 500 menschen om ’t leven gekomen. Een Engelsche onderzeeër torpedeert twee Turksche kanonneerbooten en een Turksch transportschip in de zee van Marmora. Het ministerie Salandra in Italië verzoekt ontslag. — Windhoek, de hoofdstad van Duitsch Zuid-WestAfrika, door Botha veroverd. 14 Mei. De Russen trekken terug op de San en ontruimen het Nida- en Pilitsa-front in Polen. De Duitsche voorhoede voor Przemysl. 15 Mei. De Franschen behalen eenig succes ten N. van Yperen en nemen Carency. — Italië zegt het Driebondsverdrag op. De Italiaansche koning draagt Marcora de kabinetsformatie op. — In Portugal breekt een revolutie uit. De vloot bombardeert Lissabon. — De voorste troepen van generaal Mackensen staan voor Przemysl. DE KROONPRINS VAN BELGIË IN HET LEGER. Om verschillende redenen levert natuurlijk het vervaardigen van een portret van een vorstelijk persoon aan het front zijn eigenaardige moeilijkheden op, zoodat foto’s hiervan zeer zeldzaam zijn. Het is ons nu evenwel gelukt de hand te leggen op een foto van den Belgischen Kroonprins (X) te midden van zijr strijdmakkers van het regiment, waar Z. K. H. bij ingedeeld is. 16 Mei. De Gealliëerden zetten het offensief bij Yperen voort. — De koning van Italië handhaaft het kabinetSalandra. — In Portugal duurt de revolutie voort; het kabinet-de Castra treedt af. Joao Chagas wordt kabinetsformeerder. 17 Mei. De Franschen handhaven zich bij Steenstraete. Een Zeppelin werpt bommen op Ramsgate. — De Russen houden hun stellingen aan de San en behalen successen in Oost-Galicië. Te Triëst breekt een oproer uit, dat tegen de Oostenrijksche regeering is gericht. 18 Mei. De Franschen zetten het offensief bij Neuville voort. De gevechten aan de Pruth tusschen Pilica en Weichsel duren voort. In Boekowina worden de Oostenrijkers teruggedreven. De Russische Zwartezee-Vloot beschiet Kepkhen en Eregli. In Italië vinden voortdurend oorlogsbetoogingen plaats. Te Triëst vinden anti-Oostenrijksche betoogingen plaats. — De Britsche duikboot „A. E. 2” zinkt in de Zee van Marmora. 19 Mei. Aan de San, bij Przemysl en Jaroslaw vinden hevige gevechten plaats. De Oostenrijkers werpen de Russen aan de San terug. — Von Bülow en Macchio vragen hun paspoorten te Rome aan. Italië en Oostenrijk verzoeken den Vereenigden Staten hun belangen respectievelijk te Weenen en te Rome te behartigen. Gioletti vertrekt naar Turijn. Het Engelsche s.s. „Dumcree” wordt getorpedeerd, 20 Mei. Bij de boven-Dnjester worden de Russen teruggedreven. De Russische Zwartezee-Vloot brengt 37 schepen tot zinken. — De Italiaansche Kamer heeft met 407 stemmen vóór, 74 tegen en 1 onthouding te midden van ovaties het ontwerp aangenomen, waarbij aan de regeering buitengewone volmachten in geval van oorlog worden verleend. Te Rome heerscht groote opgewondenheid. Salandra legt in de Kamer verklaringen af omtrent de gevoerde onderhandelingen met Oostenrijk. De Koning van Griekenland is ernstig ongesteld. 21 Mei. De Franschen behalen successen bij Notre Dame de Lorette. --De Oostenrij ksch-Duitsche troepen hebben Przemysl aan drie zijden ingesloten. — De Duitsche regeering verzocht den Zwitserschen Bondsraad de bescherming der Duitsche belangen in Italië op zich te nemen. Te Pola vinden onlusten plaats. HET „LUSITANIA”-ON DERZOEK. Het Engelsche onderzoek inzake de ,,Lusitania”-ramp is afgeloopen en de jury heeft tengevolge der getuigenverklaringen geoordeeld dat den kapitein geen schuld treft. Rechts op onze foto ziet men kapitein Turner zijn verklaring afleggen. DE VERGIFTIGE GASSEN. ’n Duitsch soldaat, beladen met het toestel, dat de gassen bevat, die in den laatsten tijd in de loopgraven gebruikt zijn. EEN OORLOGSFOTO ! Van Engelsche zijde bereikte ons een dezer dagen bovenstaande foto. In de bijgevoegde beschrijving werd gewezen op het feit dat de honden, die voor de mitrailleur gespannen zijn, wel eens aan het vechten raken, en wat een gevolgen dat dan heeft. Het vermakelijke van deze „oorlogsfoto” is wel, dat het een Hollandsche manoeuvrefoto is. Zie slechts de uniformen der manschappen’.
PDF
Nummer
1915, nr.51, 24 juni. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 404 HET 68e LUSTRUM DER LEIDSCHE HOOGESCHOOL uist hadden in hei begin van Augustus van t vorig jaar de plannen, ontworpen door het L. S. C.. voor het vieren van het 6öslc lustrum der Leidsche llniversiteit, een vasteren vorm gekregen, toen opeens de verschrikkelijke wereldoorlog uitbrak. Onder den eersten indruk van deze alles-omverwerpende gebeurtenissen. besloot het Leidsche Studentencorps de leestelijke viering achterwege te laten. In de plaats van het ontwerpen van feestplannen werd er uit het Studentencorps een vrijwillige landstormafdeeling gevormd, waarvan de leden zoo noodig hun bloed zouden offeren, wanneer Neerlands neutraliteit mocht worden aangetast. In plaats van dus hun repetities voor de feesten te houden, oefenden zij zich in het gebruik der moderne wapens. Voorwaar een feit, waarop het Studentencorps trots kan zijn. want daarmede werd immers het bewijs geleverd, dat onder de leden nog steeds de vrijheidsgeest leefde der voorvaderen, die ook vochten voor de onafhankelijkheid van hun vaderland. En juist aan dien grooten strijd van voor ruim drie eeuwen is het bestaan der Universiteit te danken, daar deze immers aan de stad Leiden geschonken is als belooning voor de dappere houding der burgerij tijdens het beleg. Voor de Leidsche burgerij was hel besluit dat door het L. S. C. genomen was ook een groote teleurstelling. daar zij wel begreep, dat het niet-doorgaan van de maskeradefeesten natuurlijk een schadepost • voor de ingezetenen was. In het jaar, dat nu bijna verloopen is sedert de gebeurtenissen van het beruchte jaar 1914, zijn wij allen zoo langzamerhand vertrouwd geworden met de bloedige gebeurtenissen, die zich toch zoo dicht bij onze grenzen hebben afgespeeld en nog dagelijks afspelen, slechts de meest ontzettende berichten vermogen ons weer eens even op te schrikken uit onzen sleur van het automatisch belangstellen in de oorlogs­ ©e groep frissen uit; „©loemensproke” van T. 6 TT, "Koeberg, gebeurtenissen. Het maatschappelijk leven heeft zich geheel aangepast aan de buitengewone omstandigheden Zoo is het ook den Leidschen studenten gegaan. Langzamerhand is bij hen de lust ontwaakt het 6Ös,e lustrum niet geheel onopgemerkt te laten voorbijgaan. Er gingen stemmen op om tenminste één traditie in eere te houden, n.l. het bijeenkomen diergenen, die hoewel zij de academie en ook de sociëteit verlaten hebben, toch ongetwijfeld altijd nog met genoegen terugdenken aan de jaren in de oude academiestad doorgebracht, Buiten het genoegen van hel weerzien hunner oude studiemakkers moesten er toen natuurlijk nog cenige aantrekkelijkheden bedacht worden, om hun verblijf binnen de Leidsche veste zoo aangenaam mogelijk te maken en zoo ontstond langzamerhand het programma, aan welks afwerking nu begonnen is en waarvan wij op de eerste pagina van dit nummer, alsmede op deze pagina, het eerste deze belangrijke toto’s brengen. In de eerste plaats mag van deze aantrekkelijkheden genoemd woorden de ,.Bloemensproke van F. E. A. Koeberg, onder artistieke leiding van Henricus, op te voeren door Leidsche Jongedames volgens ontwerp en onder persoonlijke leiding van Jacoba van der Pas. Van deze sproke worden een viertal opvoeringen gegeven, waarvan van twee de opbrengst ten bate van het Leidsche steuncomité komt. Hier volgen enkele bijzonderheden uit de Toelichting der compositie. Het spel begint in den schemer; in het 1ste tooneel verschijnt Flora, uitgebeeld door Lena van der Pas, begeleid door twee pages, die haar naar den troonzetel voeren. Nadat de Narcissen, de ceremoniemeesters der koningin, de verschillende bloemengroepen zijn tegemoet getreden, komen achtereenvolgens binnen: de Lelies, onder langzame, statige muziek, de Roosjes (semplice), de wapperende Papavers, de Zonnebloemen. de Waterlelie en de Iris. Wanneer allen zijn vergaderd vóór Flora s troon, kondigt de muziek een regenbui aan. De Regen wordt gepersonifieerd door Dick van der Pas. Na den regen wordt hef dag. Als dageraad komt I ony Eckenhausen aansnellen ; en de bloemen die in elkander gedoken zaten, heffen haar kopjes op; naarmate het lichter wordt, komen zij meer en meer in beweging en voeren een dans uit in het helle daglicht. Na een korten muzikalen overgang wordt f weer nacht. Witte en lichtgroene eitjes komen van achter de boomen te voorschijn en zingen met een elfenlied de bloemen in slaap. Dan verschijnt een lila nacht-valeine. door Jacoba van der Pas uitgebeeld, die eerst solodansf. daarna zich met deeltjes .vereenigt. om samen met haar een luchtigen dans rond de bloemen uit te voeren. Langzaam wwdt het weer dag, bloemen, vlinders en bijen ontwaken, vormen samen een ballet, en met een apotheose eindigt de „Bloemensproke. * « * Verder worden de reünisten onthaald op een uitvoering van het Leidsche Studenfentooneel, waarvan wij op deze pagina pok enkele foto’s brengen. De Njord-feesfen hopen wij in ons volgend nummnr te memoreeren. ©e medespelenden in; ,,©e Twistappel”, ©lijspel in twee bedrijven. ©e medespelenden in „één dag Tolk”, klucht in één bedrijf.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1671 tot 1675 van 11897