|
389 PANORAMA
Piet Kohier, de laatste der torero’s, geeft den stier den
genadestoot.
een jury te verschijnen met hun lek en hun gebrek. Een spektakel
was het. Zeven mededingers. Zeven Shylocken stonden
er ten slotte bij elkaar in hun wijde bontjassen, op bevende beenen.
met lijven waggelende soms als eenden, terwijl het meerendeel
der handen sluw de baarden krauwde. Dit merkwaardig stel
maakte ook nog een omgang, en daarna werd Parser als snelsten
aankleeder en grimeerder bekroond.
Hiermede was men geraakt aan de sport-symphonie, „De
eeuwige Beweging” genaamd, waarbij door acteurs en actrices
alle mogelijke sporten en openluchtspelen bedreven werden.
Hier zag men touwtrekken door de grootste vrouwen en mannen
van hun tijd ; gindsch boksten twee vermaardheden elkaar tegen
de wereld ; elders ontmoetten twee jonge-rollen elkander op de
worstelmat; weer elders stieten en hieven beroemdheden vijftig
pondshalters omhoog of ze van bordpapier zijn; weer elders
wagen lievelingen van het publiek hun beminde levens bij het
ver-springen. Anderen rijden sulky of motQrfiets; in één woord
het was een dolle dooreenmenging van allerlei sporten tot een
soort van reusachtige futuristische schilderij ; soms houdt de
toeschouwer zijn hart vast, want er waren oogenblikken waarin
menschenlevens, (en welk een mensehenlevens !) aan even zoovele
zijden draden hingen. En toen het razend tafereel ten einde was,
en deze sportnachtmerrie tot de historie behoorde, konden de
uitvoerders elkander en zichzelven geluk wenschen dat zij nog
intact en onbeschadigd na zulk een krachtproef door het leven
gingen.
De ongerustheid door deze ijselijke manifestatie bij den toeschouwer
gewekt, was nauwelijks weder wat geluwd, of een nieuwe
ontroering kwam onze zenuwen in rep en roer brengen, n.1. een
Tooneelspelersdemonstratie, een soort van propaganda-optocht,
die werkelijk komisch was. Voorafgetippeld door een stel buitenissige
zwervers, als het bestuur der vakorganisaties aangeduid,
kwam een stoet van banierdragende menschen, naar den trant
van een 1 Mei-stoet. Hun banieren droegen opschriften als :
„Geen schoon water in de kleedkamers”, „Op voor den 8» . . .10
urigen arbeidsdag”, „Eén maand salaris, twaalf maanden spelen”,
„Een criticus is iemand, die bang is voor niemand”, „De schoonste
rubriek is de tooneelcritiek”. Ook deze omgang was een succes
voor de lustige, grappige jongelui, die hem hadden bedacht en
uitgevoerd.
Na de pauze kwam het stierengevecht, een aangenaam paskwil,
door Van der Hem uitgebroed. Een soort van circus, of liever
een piste was midden op het grasvlak gebouwd. Op eenigen afstand
had men een tent van het Spaansche Roode-Kruis opgeslagen,
een tent overvloeiend van witgejaste artsen en blauwgejurkte
zusters.
Onder feestelijk trompetgeschal rijdt de stoet de arena binnen.
Eerst rijden lanciers aan. Zij dragen blauwe tunieken en blinkende
helmen. Achter hen komen kanariegeel-gekleede muzikanten.
Dan als de hoofdschotel van dezen disch der wreedaardigheid :
de arme stier in een ontzaglijke kooi, voortgereden op een staatsiewagen.
Het gefolterde beest steekt het arme bordpapieren hoofd
op, snuift met den bloedrood geverfden neus, en voert met de
Piet ,Kohier, zooals hij met
Louis Davids deelnam aan de
wagenrennen.
Een scène tijdens het Stieren
gevecht.
-gespierde achterpooten een pas de quatre uit. Achter de kooi
wandelt de bloedroode moordenaar of te wel torero, en nog wat
lui van dat slag, omgeven door hun naaste betrekkingen, vrouwen,
verloofden, goeie-kcnnissen, schoonmoeders, kinderen en
behuwdkinderen en wat verder ter tafel wordt gebracht. Te
paard komen eenige dames, die brutaal sigaretten rooken en den
rook door haar neus blazen, alguacils, matadores, picadores, en
meer van dat spul. Te voet volgen kwaje-apen in groote drommen,
net als te Amsterdam wanneer de wacht wordt afgelost. Onder
het spelen van een „Carmen”-fantaisie wordt de stier uitgelaten,
De koningin van Saba (Mevr. S. de Vries) brengt een bezoek
aan koning Salomo (Louis Bouwmeester) om den wijzen koning
te raadplegen.
hij is al spoedig in een kwaaie bui gebracht door de roode lappen,
en Willem van der Veer in zijn mooie roode pakje gaat erop los.
Hij doet zijn best, als altijd, dat moet ik zeggen, maar het geeft
niet veel ; na een edel en manmoedig gevecht van man tegen
man met den stier, stoot laatstgenoemde zijn belager een zijner
kartonnen hoornen in de heldenborst. De torero draait als een
tourniquet en valt dood. Een gillende verloofde stort zich op
zijn lijk, doch wordt verwijderd en het eerste lijkie wordt op een
brancard naar de Roode-Kruistent gedragen. Het is een wreed
tafereel, maar de stier lapt dat aan zijn laarzen, en alsof er geen
vuiltje aan de lucht is, zoo gaat hij op zijn achterste zitten om
uit te rusten. Maar lang rust hij niet, een tweede torero gaat
hem te lijf. Na een ijselijk gevecht zakt oók hij als een baksteen,
en na een diepdroeve afscheidsscène van zijn balkende weduwe
wordt ook hij als overledene weggedragen. Een derden torero
treft hetzelfde lot, m. a. w. hij was er, hij is niet meer. Maar
dan is er nog maar één zoo’n vent over, en het wordt dus tijd
dat de stier zelf gefnuikt wordt. Wat dan ook geschiedt, en zulks
tot ieders genoegen ; goddank, er is nog een vergelding voor het
kwaad. Het beest valt dus, doorstoken, bloedend, en wordt op
zijn beurt weggedragen met de kwaadaardige stierenpooten in
de lucht, en bij zijn lijk was er zelfs niet eens een weduwe die
hem beschreide. Dit alles ten bewijze van de waarheid der spreuk:
wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan anderen niet.
Dit schoone eji ware woord is, heb ik Piet van der Hem wel begrepen,
de moraal van deze aangrijpende stieren-tragedie. En
daarmee was het uit. Hoe jammer ook. Maar enfin, een volgend
jaar hopen we het weer te hervatten. Artisten en artistengenooten.
ge zijt wel bedankt voor den aardigen achtermiddag. Voor nu
en nog een keer. En nu ajuus. STEYNEN.
Mevrouw Wilhelmina Duymaer van Twist, doet den aftrap bij den aanvang van den
voetbalwedstrijd, (foto's Bern. F. Eilers en V. F. B.) dansen uitvoeren.
Adeline, (eig. de Heer B. v. d. Bergh Oisterwijk) winster van
den Haagsche-tramprijs (wisselbeker).
van. Ze verbeelden zich dat ’n schouwspel mondain wordt,
alleen door het feit, dat ze er zich in ’n smart dress heen
begeven.
Ze willen èlles mondain. Duindigt was uit zich zelf
mondain.
Helaas is Duindigt ter ziele; de paardenrennen bestaan
in ons land niet meer. Maar 'n Hagenaar verbeeldt zich,
dat, als hij zich met ’n nette jas en ’n goed gekleede
vrouw, van de halve op de heele wereld, ergens vertoont,
(al zou het bij een mesthoop zijn), daardoor al ’n mondain
evenement te scheppen.
Zoo ook hier.
Wat op Houtrust door deze Paardensport-Vereeniging
„Houtrust” gegeven wordt, is ’n goede oud-Vaderlandsche
Paarden-harddraverij, waarbij we onder de nummers door
’n ringstekerij met sjeezen zouden kunnen verwachten,
waarbij ’n publiek van vroolijke boeren en boerinnen in
het geheel niet misplaatst zou zijn en zelfs er ’n pittoresk
aanzien aan zou hebben gegeven, geheel in goed Hollandschen
stijl.
Harddraverijen zijn altijd aardig. Er zit kracht in.
De gekleurde buizen van de boerenrijders, heereboeren
en anderen, zijn kleurig op ’t wijde groene veld onder
den blauwen hemel.
Er was nu al vrij veel publiek, en de tribunes waren
aardig bezet.
U
dacht, dat de paardensport dood was? Dat na de verbanning van
bookmaker of totalisator geen paardenrennen meer plaats vonden en
het paard, nu ook het trampaard ontslagen is, verdrongen door de motorkarren,
zich uit het publieke leven teruggetrokken had? Het had er allen
schijn van. Maar geen werkelijke sport laat zich kisten door reglementen,
en de menschen, die eens het paard africhtten te hunner dienste — la plus
belle conquête de l’homme — weten altijd wel weer ’n gaatje, dat er rennen
gehouden kunnen worden, zij het in den vorm van draverijen.
Zoo bestaat dan de Paardensport-Vereeniging „Houtrust”, en zoo worden
er op dit uitstekende terrein harddraverijen georganiseerd, die een landelijk
karakter dragen en geheel in het genre zijn van de soort sport, die er
wordt uitgeoefend.
Rare lui toch, die Hagenaars! Ze maken toch overal ’n mondain geval
Betty Brook, (eig. de Heer H. Verdegaal te Lisse) passeert als eerste de eindpaal.
Adeline wint de 2e serie van den Haagsche-tramprijs.
Bij goede opkomsten van de rijders is er wat aardigs
van te maken.
Het draven van de sterke dieren voor de lichte karretjes
is ’n stijlvolle sport. Maar naar paardenrennen ga je,
zegt de Hagenaar, met ’n binocle en ’n hoogen hoed, of
tenminste met ’n goed gekleede vrouw, en zoo krijgen we
„la note gaie”, aat op deze draverij ’n gansche tramlading
quasi-Duindigt-publiek met Longchamps-verbeeldingen
en tooneelkijkers rondliep.
Zelfs waren er mannequins, die met de nieuwste modellen
van ’n modiste van de Kalvermarkt, op de N. O. Buitensingel
prijkten, en nu met z’n allen hun best deden „de
chic” voor te stellen.
Maar dat doet aan ’t loffelijke streven van de Vereeniging
„Houtrust” niet af.
Ik hoop dat die Vereeniging er in slagen mag, door
voor ’n goede opkomst van de rijders te zorgen, dat de
werkelijk vrij talrijke opkomst van het publiek en de
gebleken belangstelling groeien zal.
Dat kan van prettigen invloed zijn op de paardensport
en op het Sportleven in het algemeen. En wij zullen er
eenige goede sportmomenten méér door hebben !
JIMMY.
SPORT-SNAPSHOTS
Harddraverijen op Houtrust
|