Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1651 tot 1655 van 11897
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 380 Denemarken De nieuwe Grondwet Vrouwen en mannen gelijke rechten KOPENHAGEN. e 5e Juni is hier in Denemarken immer een dag van beteekenis. Men herdenkt dan de uitvaardiging van de Grondwet in 1Ö49 door Erederik VII. Altijd vinden er dien dag optochten met kleurige vaandels en in het oog vallende opschriften plaats en in Sondermarken, een groot park buiten de stad, worden gloeiende redevoeringen door verschillende partijleiders gehouden. Dit jaar was de 5e Juni echter een bijzonder belangrijke dag. Immers, de Grondwet werd herzien en den Deenschen vrouwen het „Burgerrecht” verleend.... Reeds eenige jaren hadden de vrouwen in verschillende steden het recht haar stem te doen gelden bij het verkiezen van Gemeenteraadsleden, doch nu hebben zij gelijke rechten als de mannen verkregen. Alle, zoowel vrouwelijke als mannelijke, Deensche onderdanen, die den leeftijd van 25 jaar hebben bereikt, in Denemarken vaste woonplaats hebben en niet door den Staat onderhouden worden, hebben stemrecht bij het verkiezen der leden voor Folketing en Landsfing, welke (e zamen den Rijksdag vormen. * * * Indrukwekkend was hef, den onafzienbaren stoet Deensche vrouwen van verschillende standen en beroepen, rustig en kalm, doch zegevierend en voldaan voorbij te zien trekken, op weg naar het Koninklijk paleis om den Koning hare dankbaarheid bij het aanvaarden van het nieuw verleende recht, te betuigen. Voorop ging een groep jonge dames in hef wit gekleed, met breede roode linten getooid, dragend den schoonen, rood-wiffen „Dannebrog” en het vaandel van den „Deenschen Vrouwenbond”. Dan volgden de banieren van de „Vereeniging voor Lichamelijke Oefeningen’, „Vrouwer.-Gymnasfiekbond ’, „Christelijke Geheelonthoudersbond voor Vrouwen” en daarachter, de deputatie die den Koning hare opwachting zou maken, namens de Deensche vrouwen. DE GRONDWETHERZIENING IN DENEMARKEN. — DE DEENSCHE VROUWEN OP HET SLOTPLEIN. Verder zag men in den langen stoet een groep verpleegsters, vrouwelijke Studenten met haar wit met rood gebiesde petjes, Kopenhaagsche gemeente-onderwijzeressen enz. enz. Tegen half 2 hadden alle zich op hef ruime plein voor het Kon. paleis opgesteld, doch men moest een tijdje wachten, daar Z. M. zich juist naar het Paleis van Christiaan IX begeven had, om daar in tegenwoordigheid van den Staatsraad de nieuwe Grondwet te onderteekenen. Het duurde echter niet lang ol de zware deuren van hef Oude Slof werden opengeworpen en Koning Christiaan X reed naar buiten om zich onder geestdriftig gejuich der duizenden op hef slotplein, naar zijn Paleis aan de overzijde te begeven, waar de vrouwendepufafie Hem wachtte, en Fröken Henni Forchhammer, in naam der Deensche vrouwen, hef Adres aan hun Koning, voorlas. Met vriendelijke woorden dankte Z.M. zeggend dat hij overtuigd was, dat de vrouwen van hun nieuw verworven recht goed gebruik zouden'maken, hetgeen trouwens reeds uit de resultaten bij de Gemeenteraadsverkiezingen gebleken was. „Op één plaats echter kunnen de vrouwen „onmogelijk gemist worden’, ging de Koning voort, „en dat is in „het huisgezin; daar kunnen wij den invloed der vrouw niet onf- „beren, want uit de liefde van „het kind voor zijn thuis, spruit „de liefde voor ons aller, gemeenschappelijk tehuis. Denemarken, voort.’ Verder dankte Z. M. nogmaals voor de hulde, hem gebracht en verzocht den dames de verzamelde vrouwen namens hem en de Koningin te danken. Ondertusschen had men op hef slotplein vaderlandsche liederen gezongen ... Daar werden de balcondeuren wijd open geworpen en de hooge gedaante des Konings met de Koningin en zijn beide zoons aan zijn zijde, verscheen op het balcon. Een oorverdoovend gejuich barstte los; er scheen geen einde aan te zullen komen.... doch de Koning wilde spreken en oogenblikkelijk was er doodsche stilte onder die duizenden daar verzameld. Klaar en duidelijk klonken ’s Konings woorden tot zijn volk: „Ik dank U allen voor „de hulde ons heden gebracht. „Ja, hef is een groote dag „en wij willen hopen, dat de „komende geslachten, zegen „mogen inoogsten onder de „nieuwe Grondwet, die heden „bevestigd is geworden. God „zegene ons oude Vaderland. „Het leve !.. Een donderend hoera uit duizenden kelen steeg op. Daarop bracht Fröken Eline Hansen een „Lang leve Koning Christiaan” uit, dat luide instemming vond. En de Koninklijke familie trok zich van het balcon terug. In dezelfde voorbeeldige orde waarmee de lange stoet van omtrent 12000 vrouwen naar hef Paleis ópgetrokken was, begaf men zich daarop naar het Rijksdaggebouw om ook de Regeering voor de nieuwe Grondwet, die met 111 stemmen tegen 1 aangenomen was, te danken. Des avonds verzamelde zich een groot aantal dames in „Grundwigs Huis”, waar leden van den „Deenschen Vrouwenbond en afgevaardigden uil andere landen, redevoeringen hielden. En hiermee is dus .voor Denemarken een nieuw tijdperk ingetreden en hebben de vrouwen in dit kleine, doch zeer vooruitstrevende land geleidelijk verkregen de rechten, waarvoor de vrouwen in andere landen zoo hevig moeten strijden. EEN ZELDZAAM JUBILEUM. Het welbekende Haagsche Hotel „De Twee Steden”, in vroeger eeuwen de woning van de afgevaardigden van Alkmaar en Enkhuizen in de Staten van Holland, bestond 10 Juni 250 jaren. Foto links: Een groep van de directie en het personeel, (x) Jacques Ninaber, de bekende conducteur van de hotelbus, die 25 jaar geleden in dienst trad. Foto rechts : Het hotel ter gelegenheid van het jubileum versierd. UITBREIDINGSPLAN DER GEMEENTE SLIEDRECHT. Door het gemeentebestuur van Sliedrecht werd ons bovenstaande foto van het uitbreidingsplan der gemeente toegezonden. Een woord van hulde voor een dergelijk bestuur dat op zulk flinke wijze het welzijn van de gemeente tracht te bevorderen, is hier ongetwijfeid niet misplaatst.
PDF
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
13
Tekst
381 PANORAMA Het van gewapend beton vervaardigde fort II van Przemysl zooals het er na de beschieting door het zware Oostenrijksche geschut uitziet.. PRZEMYSL. WEER IN OOSTENRIJKSCHE HANDEN. Een Russisch vestingkanon, dat onder een betonkoepel was opgesteld, door een 42 c.M. projectiel getroffen. De kathedraal van Radynno, die middenin de gevechtslinie lag, heeft zeer ernstig van het vuur der kanonnen te lijden gehad. DE BRUG OVER DE SAN BIJ WISLOK. Voor het transport van munitie en levensmiddelen is er door de Duitschers en Oostenrijkers naast de gedeeltelijk vernielde en weer herstelde spoorbrug een brug voor voetgangers gelegd. EEN SCHOOL VOOR ÉÉNARMIGEN. Onder leiding van een bekend Oostenrijksch architect is te Weenen een school geopend voordeongeJukkigen die in den oorlog een arm verloren hebben. Onze foto is genomen tijdens een eerste schrijfles. PARADE DER DUITSCHE BEZETTINGSTROEPEN IN NAMEN. WERK VAN DE ARTISTEN AAN HET FRONT. Te Parijs is een tentoonstelling geopend van werken, vervaardigd door aan het front vertoevende artisten. Links: President Poincaré bij zijn bezoek a. d. tentoonstelling. Rechts: een der werken v. d. tentoonstelling: het portret v. gen. Joffre. BEGRAFENIS ACHTER HET FRONT. Teraardebestelling van het stoffelijk overschot van een gesneuveld Fransch officier. De baar is met de Fransche driekleur bedekt. Geïllustreerd Oorlogsnieuws
PDF
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 382 Te ’s-Gravenhage is op 7 Juni in tegenwoordigheid van vele nieuwe DE „VAN KARN EBEEK-BRON” ONTHULD. genoodigden op plechtige wijze de „Van Karnebeek-bron” onthuld. Het fraaie gedenkteeken (foto rechts) is een sieraad voor het stadsdeel Zorgvliet. De foto links geeft de groep genoodigden bij de bron. pF'<^.......... EEN TEGENVALLER 3 DOOR LESLIE THOMAS BhA en van tweeën : óf je betaalt öf je gaat het huis uit.” De heer George Hurley was geen aangename verschijning, terwijl hij daar stond te schelden aan de deur van de eenvoudige achterkamer. Hij had een voorkomen om alle arme huurders schrik aan te jagen. Als huisheer was hij al bijzonder weinig populair. De kalmte van de armelijk gekleede vrouw bracht hem buiten zichzelf. „Je moet naar je klanten van morgen, je gaat er altijd Zaterdags heen om geld te ontvangen, dat weet ik.” Hij wees naar een stapeltje blouses op de waggelende tafel. „Nou, als je terugkomt vind je de deur gesloten.” Hij lachte triumfantelijk en viel haar dadelijk, toen ze spreken wilde, in de rede : „Da’s duidelijk genoeg ! Die smoesjes van jou hangen me een el de keel uit. Ik begrijp niet hoe ik zoo gek geweest ben om jou nog zoo lang in huis te houden, weken achter „ e D en at .. k .* omt omdat je niemand kon krijgen, die zooveel huur voor die ellendige kamer betalen wilde, als ik. Dat is ’t!” Hij werd woedend, omdat de opmerking raak was. „Denk er om,” bulderde hij, „dat al die ouwe rommel in die kist hier blijft, ’t Is wel geen rooie cent waard, maar ik zal het toch hier houden, tot je je achterstallige huur hebt afbetaald.” „’t Zijn allemaal erfstukken, sommige zijn nog van mijn grootmoeder . . . .” „Wat kan mij dat schelen ! Ik moet mijn centen hebben, juffrouw Rendal, of ik zet je op straat.” De huisheer smeet de deur achter zich dicht en juffrouw Rendal begon weer met een zucht aan haar naaiwerk. Vroeger was ze nooit in gebreke geweest om haar huishuur te betalen, maar de tijden waren slecht, alles even duur, oude klanten gingen dood of vertrokken, nieuwe kreeg ze er niet bij en die ze nog had, betaalden haar minder, vanwege den oorlogstijd, of zooals ze zeiden : omdat haar werk niet meer zoo goed was. „Ja, mijn oogen worden ook slechter,” stemde juffrouw Rendal dan toe. Toen kwam het ongeluk, dat ze een week of vier ziek kwam te liggen, en nu kwamen de zorgen. Vier weken zonder verdiensten hadden haar een heel eind in de schuld gebracht. „Maar nou ben ik weer in orde,” zei ze tot zichzelf, „en ik zal mijn schuld gauw betaald hebben, als hij mij den tijd maar laat.” Dr. R. P. MEES R. Azn t Te Rotterdam overleed een dezer Jhr. Mr. O. Q. VAN SWINDREN dagen op 81-jarigen leeftijd de heer - Dr. R. P. MEES R. Azn. De overledene was een der veteranen uit den glorietijd der liberale beweging. Veertig jaar werkte de heer Mees als Kamerlid voor de politieke belangen van zijn partij en moest toen wegens lichamelijke gebreken voor het lidmaatschap der Tweede Kamer bedanken. — 22 Juni a.s. zal Jhr. Mr. O. Q. VAN SW1NDREN te Groningen, oudpresident van de Groningsche Rechtbank, den dag herdenken waarop hij voor 50 jaar promoveerde aan de Universiteit aldaar tot doctor in de beide rechten. _ Het was laat toen ze eindelijk van haar werk opstond en haar stijve leden uitrekte. Ze vroeg zich af of de winkel waar ze heen wilde nog open zou wezen. Haastig liep ze naar de kist, nam daar eenige voorwerpen uit, die ze in een doek wikkelde en liep treurig gestemd de trap af. „Antiquair,” stond er op het raam van den winkel waar juffrouw Rendal binnentrad en die bewoond werd door den heer Beckstein. Voor het raam lag allerlei soort oude en vreemdsoortige snuisterijen wild dooreengeworpen; een oude kookpan vol deuken werd geflankeerd door een stel ivoren schaakstukken; twee enorme blauwe vazen, die niet meer PENNING STEUNCOMITÉ. Het Algemeen Steuncomité te Amsterdam stelt een medaille verkrijgbaar waarvan de netto-opbrengst tendeele aan het Steuncomité komt en tendeele aan de mededingers van de prijsvraag. De medaille geeft aan den eenen kant de ontketende oorlogsfurie, aan den anderen kant de zegeningen van het Steuncomité. De voorzijde is van den medailleur M. Vreugde. De keerzijde van J. Radecker. De medaille werd geslagen bij de firma C. J. O. Begeer te Utrecht. PENNING KONINGIN ELISABETH. Geleid door de gedachte, dat naast het King Alberts Book een sympathiebetuiging tegenover de heldhaftigs vorstin op haar plaats was, gaf de firma Hoeke aan den bekenden medailleur Wienecke opdracht een penning ter harer eer te ontwerpen. De penning, uitgevoerd in een uitstekende techniek en geheel aan ’s Rijks Munt geslagen, geeft aan de voorzijde het gelaat van België’s Vorstin. Aan den onderrand het Roode-Kruisteeken met de passiebloem als symbool van naastenliefde. De keerzijde toont het Belgische wapen, door doornen beschadigd doch omgeven door lauweren wegens het vasthouden aan het gegeven woord en de heldhaftige verdediging. Aan Koningin Elisabeth is een gouden exemplaar gezonden. geheel gaaf waren, werden omring door een aantal deurknoppen. Menschen met veel tijd konden voorts tal van andere voorwerpen en meubelen bewonderen, zooals bureaux, stoelen, vloerkleeden, theepotten, olieverfschilderijen, sabels, pistolen, snuifdoozen, beeldjes, huiden enz. Ook in den winkel was alles volgepropt met de meest heterogene voorwerpen. Prijzen waren nergens opgegeven. Een klant die den winkel binnentrad en daarnaar vroeg, was het onderwerp van een nauwkeurig onderzoek. De heer Leopold Beckstein kon als het noodig was een uur lang over een koop praten. Hij bezat de welverdiende faam, dat hij doodbleef op een halven cent. Juffrouw Rendal aarzelde een oogenblik, toen ze voor de deur stond, daarna trad ze resoluut den winkel binnen. Een bediende verscheen. Ze begon den inhoud van haar pakje ten toon te spreiden. Hij wuifde verachtelijk met de hand. „Ik wil ’t niet voor niemendal hebben.” „Maar kijk eens naar deze oorbellen, ze zijn zeer oud,” drong juffrouw Rendal aan, haar stem beefde een weinig. „Ze werden mij gegeven door een oude dame bij wie ik gediend heb. „Bewaar ze trouw.” zei ze, „en eenmaal. ...” ” „’t Kan me niemendal schelen !” „Ik rekende er niet op dat ik er veel voor krijgen zou; maar ik dacht toch dat je ze wel wilde koopen. Enfin, dan niet.” Ze vouwde het pakje weer dicht en bond het werktuiglijk vast. Een zucht ontsnapte haar, toen was ze weer zich jlf. „Goeden avond, dan 1 Het spijt me je te hebben lastig gevallen. Mocht je nog van gedachten veranderen en me een paar duizend gulden willen aanbieden, denk er dan aan dat je moet wezen bij juffrouw Rendal, Storkstraat 3, 2 hoog.” De bediende proestte het uit van het lachen, toen de bezoekster verdwenen was, maar zijn patroon, die in zijn kantoortje het gesprek gehoord had, kwam hieruit haastig te voorschijn. „Ga haar achterna ! Gauw ! Haal haar terug, dadelijk 1” Alleen gebleven haalde de heer Beckstein een brief te voorschijn, die een buitenlandschen postzegel droeg en knikte meermalen onder het lezen. Onderwijl keerde juffrouw Rendal zich om op het hooren van haastige voetstappen. „De baas wil je spreken !” „Zoo ben jij ’t?” Haar oogen glinsterden van nieuwe hoop. „Ik dacht wel dat je je vergiste, jongmensch.” De heer Beckstein stond op de stoep te wachten. Zonder acht te slaan op zijn bediende, verzocht hij aan juffrouw Rendal hem te volgen. „Wil je me eens laten zien wat je te koop hebt ? Mijn bediende is altijd veel te haastig.” Ze maakte haar pakje open en keek hem angstig vragend aan. Hij nam een suikertang in de hand en bekeek deze. „Ah, we zullen toch nog wel zaken kunnen doen, denk ik !” Haastig onderzocht hij den inhoud van het pakje. „O, neen, geen aardewerk — is niets waard. Die oorringen ? Hemel, neen I” „Maar die suikertang . . . .” „Hm! Ja! Vijftig gulden, hm! Vijf gulden bedoel ik. Wel ? Vijf gulden ?” „Je zei vijftig !” Beckstein aarzelde en scheen een beetje in de war. Juffrouw Rendal keek hem onderzoekend aan en verborg haar blijdschap zoo goed mogelijk. „Honderd gulden moet ik hebben, geen cent minder. Deze suikertang is heel zeldzaam.” „Kom, kom! Ik moet toch ook wat verdienen, niet?” Hij wreef zich in de handen, terwijl hij haar gemoedelijk lachend aanzag. „Wel, probeer me maar niet voor het lapje te houden, want zoo onnoozel ben ik niet. Honderd gulden !” „Nee, nee ! Vijftig gulden, contant! Hier zijn ze ! Heb je nog meer ouwe dingen thuis ?” „Ja, nog een paar kandelaars, van mijn grootmoeder afkomstig. Ik zal ze even gaan halen als je ’t goed vindt,” zei-juffrouw Rendal gretig. Ze nam het geld op en hield het stevig vast als was ze bang dat ze het verliezen zou. B. Th. G. TANGELDER t E. WATERMAN t Te Nijmegen is een dezer dagen overleden de heer B. Th. G. TANGELDER, in leven directeur der Rijkstuchtschool voor jongens aldaar. — Op 60-jarigen leeftijd is te ’s-Gravenhage overleden de heer E. WATERMAN, directeur van de Petroleum-Mij. „Rembang” en van de Mijnbouw-Mij. „Atjeh” en adjunct-directeur der Bataafsche Petroleum-Maatschappij.
PDF
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
15
Tekst
383 PANORAMA „Ik ga met je mee,” zei Beckstein. „De Bruin, geef mijn'hoed eens aan,” ging hij voort tot den bediende, „en blijf in den winkel als ik weg ben !” De bediende keek met open mond het tweetal na. Juffrouw Rendal liep als in een droom naast den antiquaar en hoorde nauwelijks wat hij haar liep te vertellen. Vijftig gulden en nog meer misschien. Ze kon nu al haar schuld betalen en hield nog geld over. Toen zij de woning van juffrouw Rendal binnentraden, bemerkten geen van beiden den huisheer, die achter in de donkere gang het tweetal nakeek, terwijl ze de trap op gingen. Hij kende den antiquaar van gezicht en was niet weinig verwonderd. De heer Beckstein inspecteerde den inhoud van de kist met onverschilligen blik, toen hij evenwel de kandelaars in ’t oog kreeg, toonde hij meer belangstelling. „Om je de waarheid te zeggen, ik heb een klant die deze dingen zou kunnen gebruiken. Ik wil je er een flinken prijs voor geven. Ik...” „Ik geef ze voor geen schijntje,” zei juffrouw Rendal op scherpen toon. „Doe dus maar een flink bod.” De heer Beckstein bekeek de kandelaars zeer nauwkeurig. „Zijn ze niet prachtig ?” vroeg ze. „Massief zilver, geloof ik 1 Twee honderd gulden zou niets te weinig zijn.” Hij lachte zoo hoonend, dat ze er een kleur van kreeg _____ PIERRE MOLS, die op het oogenblik ais gast in het Louis Bouwmeester-Theater in den Haag speelt, is voor het volgend seizoen verbonden aan het Nederlandsch Tooneel te Amsterdam. Met de rol van Adam uit „Adam in Ballingschap” o.a., heeft de heer Mols reeds veel succes ingeoogst. en reeds wilde zeggen, dat ze het maar uit een grapje zei, toen hij haar beduidde even stil te zijn en op een enveloppe een berekening maakte. — „Neen, dat gaat niet 1 Honderd vijftig gulden is de uiterste priis. Geen cent meer !” De huisheer stond onderwijl te luisteren op het portaal en floot zacht voor zich heen. Hij deed zijn best door een reet van de deur heen te zien, maar tevergeefs en ten einde raad, klopte hij aan de deur en trad de kamer binnen. ZWEEFSTAN DEN. In ons nummer van 15 April j.1. (42aJ komen twee zweefstanden voor van Mej. P. de Vries, voorturnster der Dames-Gymnastiekvereen. „O. D. A.” te Knijpe, welke algemeen werden bewonderd. Heden hebben we het genoegen, één dezer zweefstanden te laten zien van ’n zestal dames, leden der Dames-Gymnastiekvereen. „N.E. A.” te Purmerend, die onlangs dezen stand uitvoerden op den feestavond der Mobilisatievereen. aldaar. Juffrouw Rendal wendde zich om naar den binnenkomende. . „O, excuseer 1 Ik wist niet dat u bezoek had,” mompelde de huisheer. „Ik wilde u even spreken ! Ik zal evenwel later nog wel eens terugkomen.” „Nou ’t is goed, mijnheer Beckstein,” zei juffrouw Rendal. „U kunt ze krijgen 1” „Ik heb geen geld 'genoeg bij me,” antwoordde de antiquaar, „maar kom Maandag aan den winkel, dan zal ik u betalen.” Hij liep als toevallig naar den schoorsteen, waarop een verbleekt portret prijkte. „Dat is mijn oude meesteres, mevrouw Heringa,” merkte juffrouw Rendal trotsch op. „Twintig jaar geleden was ik haar kindermeisje, toen haar zoon nog klein was. Later ben ik bij haar gebleven als tweede meid. Ze is nu al jaren dood en haar man ook. En het huis waar ze gewoond heeft is afgebroken . . . .” Ze praatte verder, terwijl de huisbaas nadenkend de trap afliep. „Hij zou geen honderdvijftig gulden voor die ouwe kandelaars bieden, als ze niet heel wat meer waard waren. Hij is nog al ’n mooie jongen om te veel te bieden. Ik denk dat zijn cliënt wel het dubbele zal moeten betalen.” Plotseling kreeg hij een prachtig idee. Hier was voor hem een mooi buitenkansje. Een half uur dacht hij na, toen klom hij de trap weer op naar juffrouw Rendal. „Is-ie weg, hè ? Kan ik je nu even spreken ? Kijk eens, ik was daar straks een beetje driftig en kwaad over de huishuur, maar je zult moeten toestemmen, dat ik er wel eenige reden toe had.” „Welnu ?” vroeg juffrouw Rendal kort. „Ik zag je binnenkomen met dien ouden vos, dien Beekstein, en ik wil je voor hem waarschuwen. Ken je hem?” „Ik had hem nog nooit te voren gezien !” „Welnu, hij zal je een loer draaien als hij kan. O, ik heb al heel wat over hem gehoord van menschen uit de buurt, die hier langer wonen, dan u ! Je wilt hem die kandelaars verkoopen, hè? Geloof me, ze zijn geld waard!” „Dat weet ik,” antwoordde juffrouw Rendal koel. „Wees maar niet bang, ik zal je mbrgen mijn achterstallige huur betalen. Goeien avond I” „Wacht even,” protesteerde de heer Hurley. „Wat die Beckstein betreft, hij is een gladde vogel. Had je niet beter gedaan, die kandelaars ergens anders aan te bieden. voordat je ze aan hem verkocht. Je had er licht meer voor gekregen. Ik wil zeggen : ik zou je er wel honderd vijf en zeventig gulden voor willen, geven.” Juffrouw Rendal keek hem ongeloo.vig aan. „Dat is vijf en twintig pop meer, hè ? Laat ons den koop sluiten. Ik trek er de huur af, geef je een kwitantie en betaal je de rest in klinkende munt.” — De vrouw aarzelde. „De heer Beckstein heeft de keus, dunkt mij. Ik heb ze hem zoo goed als verkocht.” „Kom, kom! Jullie vrouwen zijn zoo consciëntieus. Ja, ja! Ik ga gauw het geld halen en ben in een paar minuten terug.” Toen hij terugkeerde, gaf juffrouw Rendal hem de kandelaars in ruil voor een kwitantie en een stapeltje bankbiljetten. Ze zat een oogenblik sprakeloos, toen boog ze het hoofd op de tafel en weende tranen van geluk en verlichting. Ondanks haar uitdagende houding, was ze onuitsprekelijk angstig geweest. Ze was op het punt geweest allen moed te verliezen. Nu was alles weer zonneschijn voor haar. Den volgenden Maandag begaf ze zich met tegenzin naar den winkel van den heer Beckstein en bekende hem dat ze de kandelaars aan haar huisheer verkocht had. Hij hoorde haar verlegen verontschuldiging aan en schoot toen in zoo’n lachbui dat ze hem met open oogen aanstaarde. „Heeft hij ze? Je huisbaas? Ha, ha, ha ! Hij zal rijk worden, de kerel! Honderd vijf en zeventig gulden, zeg je ? Wat ’n stommeling ! Nee, die is goed, ha, ha, ha I” Hij hield de handen in de zijde van het lachen. Juffrouw Rendal begreep er niets van. „O, jawel. Het spijt me van het koopje,” ging hij voort, toen zijn vroolijkheid wat bedaard was. „Maar je hebt nog meer dingen in je kist, hè ? Meer antiek spul, dat ik nog niet gezien heb. Kom vandaag nog maar eens met het een en ander hier.” „’t Is mijn plicht,” zei de oude juffrouw een beetje CHARLESHEYNEN, die op de Soirée ten bate van beeldende Kunstenaars, onlangs in den Schouwburg te ’s-Gravenhage gegeven, op zeer verdienstelijke wijze te titelrol vervulde in de pantomime Jephté. beschaamd, „om u de gelegenheid te geven iets anders van me te koopen, ter vergoeding van de kandelaars. Ik kom straks terug, mijnheer.” Toen ze vertrokken was, haalde de antiquaar den brief met den buitenlandschen postzegel te voorschijn en begon hem te beantwoorden : Waarde heer Heringa, Eindelijk ben ik er in geslaagd ONTVOERD. Door de Groningsche politie werd onlangs in een kist onder een bedstede in een woonwagen van Zigeuners een 10 & 12-jarige knaap ontdekt. Het ventje, van Duitsche afkomst, zeidejozeph Hannscheof Hensche te heeten, is vermoedelijk 4 jaar geleden in Duitschland ontvoerd, door den kermisreiziger Christ, een der mannen die thans in hechtenis zijn. Vroeger reisde het knaapje met zijn vader in de bosschen, zoo vertelde hij en de laatste plaats waar hij met zijn vader vertoefde, was Waldeck. Zijn moeder is dood. en broertjes of zusjes heeft hij niet. De knaap, die zeer zonderling was uitgedost, is onder de hoede van den Voogdijraad geplaatst en vertoeft in het Observatiehuis te Groningen. De Duitsche Consul tracht in Duitschland de familie van het ventje op te sporen. MO BI LISATI E-M ARSCH. Door 26 militairen uit IJzendijke is onlangs een 70 K.M:-marsch in model veldtenue gehouden. Te IJzendijke teruggekeerd werden de deelnemers met militaire muziek ingehaald. Onze foto geeft de deelnemers met enkele autoriteiten. 1. De Burgemeester van IJzendijke. 2. Ie Luit. Oly, 3. 2e Res. Luit. van der Harst, die de deelnemers op zeer aangename wijze inhaalden. 4. Mil. Klip., de bekende Sparta-voetballer. X De leider en ontwerper van den marsch, Mil. Sergt. F. W. de Jong. (foto v. Hevele). KONINKLIJK BEZOEK. H.M. de Koningin Moeder heeft een bezoek gebracht aan het pas geopende Rusthuis voor ouden van dagen der Gereformeerde kerk, welk tehuis is gelegen aan de Scheeperstraat 54, te ’s-Gravenhage. Foto links: H. M. verlaat het tehuis; foto rechts: de commissieleden enz., die H.M. ontvingen en inlichtingen gaven. Zittend v. l.n. r. Mevrouw A. Swagerman en mevr. L. A. Eger, Zusters van de „Commissie van bijstand”. Mej. van der Brugge, Huismoeder. Staand v. r. n. 1.: de heeren, W. G. J. v. d. Bergh; G. v. d. Zeeuw; F. J. Verseveldt, respect, voorzitter, secr. en penningmeester der Rustende Commissie en J. F. van den Brugge, Huisvader, (foto's P. van ToL)
PDF
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 384 je oude kindermeid, Jane Rendal te vinden. Zooals je vermoedde, woont ze bij mij in den omtrek. Ze beeft reeds ƒ50.— ontvangen van de ƒ 250.— die je mij gezonden hebt. De rest zal ik haar wel op de een of andere manier in handen spelen. Je waarschuwde mij dat ze erg hooghartig is en daarom geen gift van je zou aannemen. Ik heb dus de opdracht met de noodige delicatesse behandeld. Het verheugde mij intusschen je van dienst te kunnen zijn. Je weet je overleden vader was ’n oud vriend en collega van mij. Ik sluit hierin mijn nieuwste prijscourant. Al mijn artikelen zijn genoteerd tegen de scherpste prijzen. Ik geef je bovendien 5% korting. Als altijd, je toegenegen : LEOPOLD BECKSTEIN. Laat in den avond van dien zelfden dag arriveerde de ROODE-KRUIS TRANSPORTCOLONNES. EERSTE OEFENING IN MILITAIR VERBAND. Zondag werd door de drie vrijwillige Roode-Kruis Transportcolonnes voor het eerst een groote velddienstoefening gehouden in militair verband. Deze oefening stond onder leiding van den kapitein-dokter L. v. d. Steen v. Ommeren, en had plaats op het daartoe welwillend beschikbaar gestelde landgoed „Duin en Kruidberg” van den heer J. T. Cremer, oud-Minister van Koloniën. Het doel was, het resultaat te doen kennen van den juist gesloten cursus voor militair onderricht, teneinde de colonnes te bekwamen voor werkzaamheden in militair verband. Het verdient opmerking, dat het regelmatig oefenen in militair verband, geheel op eigen initiatief der cotonne-leden geschiedde: een te waardeeren voorbeeld. — De foto geeft een groep, genomen even nadat op uitnoodiging van den leider, de heer Cremer de colonnjes had geïnspecteerd. 1-2, de hr. en mevr. Cremer. 3, dr. L. v. d. Steen v. Ommeren. (fotoD.v.Kreveld). heer Hurley. Hij bood een paar kandelaars te koop en vroeg daarvoor driehonderd gulden. „Je hebt die dingen noodig voor een van je klanten, meen ik. Daarom was ik je voor met den koop. Ik hoop niet dat je er kwaad om bent!” „Neen, heelemaal niet”, verklaarde de heer Beekstein, „integendeel 1 Driehonderd gulden I Ha, ha, ha 1 Ik geef je er geen driehonderd centen voor. ’t Is volkomen waardeloos goed. Zilver ? kun je begrijpen. Weet je wat, breng ze bij een goudsmid. Ha, ha, ha 1” Eindelijk werd de heer Hurley overtuigd, dat hij een kat in den zak gekocht had. Hij verliet woedend den winkel de geheele wereld haat zwerende. „Ze hebben me bedrogen, schandelijk bedrogen! ’ ’ De trap opvliegende naar juffrouw Rendals kamertje,duwdehij ruw de kamerdeur open om het vertrek leeg en verlaten te vinden. Op den schoorsteenmantel lag bij eenige geldstukken het volgende briefje: „Hier is de huur van de laatste week. In plaats dat jij mij de huur opzegt, doe ik het. Ik ga ergens anders wonen, deze kamer voldoet niet langer aan uw welbekende J. Rendal. EEN GROMPOT door PIET VERSCHUUR (Slot) ik sluit mezelven op in mijn kamer, Piet!” riep oom Jacob in doodsangst. „Haal gauw de politie !” Onderwijl oom naar boven vloog, deed ik de voordeur open en vroeg op verontwaardigden toon en met een breed gebaar aan den kapitein wat dit alles te beduiden had. „Dat zal ik je zeggen,” riep de kapitein verbolgen uit. „Er komt een halfuur geleden iemand om mijn vrouw te spreken. Het kon me niet schelen wie het was, doch toen ik kort daarna de gang doorliep, hoorde ik in de huiskamer een mans stem, die tegen mijn vrouw riep: „Schat.” Ik gooi de deur open en wat zie ik ? Die ouwe gek en mijn vrouw staan daar elkanders handen te streelen. Zeg hem maar dat als ik hem binnen tien meter van mijn huis vind, zijn laatste uur geslagen is. En nu ga ik naar huis om het zaakje met haar op te knappen.” , Ik sloot de huisdeur en ging naar boven, waar'ik mijn waarden oom vond, der wanhoop nabij. „Is.... t-ie.... weg?” mompelde hij. „Ja, hij is onmiddellijk heengegaan, maar hij uitte de vreeselijkste verwenschingen als hij u weer ontmoette. Wat heeft u toch eigenlijk gedaan om hem zoo woedend te maken ?” „Niets, Piet I Heelemaal niets I Ik was juist aan ’t 'NTWAAKT, NEDERL. VEREENIGING „ONS LEGER”. Door het Bestuur van bovengenoemde vereeniging zijn in het licht gegeven een fraai propaganda-biljet benevens prentbriefkaarten en sluitzegels naar dit biljet vervaardigd. Allen die, sympathiseerend met het doel der vereeniging, haar propaganda voor het Nederlandsche Leger willen helpen bevorderen, kunnen dit doen door het aanschaffen van deze prentbriefkaarten en sluitzegels en door deze te verspreiden op de wijze, die elk het meest doeltreffend voorkomt. Voor exemplaren van beide propagandamiddelen wende men zich tot de firma J. H. de Bussy te Amsterdam, die zich namens het Bestuur met den verkoop belast en gaarne de gewenschte aantallen zal toezenden. De prijzen zijn voor de Prentbriefkaarten f 0.25 per dozijn en voor de Sluitzegels f0.25 per 30 stuks. ONTVLUCHTE RUSSISCHE KRIJGSGEVANGENEN GEÏNTERNEERD. Nabij Swalmen (L.) zijn er deze week twee Russische soldaten over de Hollandsche grens gekomen, die uit het Duitsche krijgsgevangenenkamp ontvlucht zijn. Zij waren met hun vieren ontvlucht, doch 2 hunner waren door de Duitsche schildwachten nabij de Hollandsche grens doodgeschoten. Na veel omzwervingen bereikten de twee anderen 't Hollandsche grondgebied. praten met mevrouw Blommers over het genezen van de rheumatiek.” „Maar hij hoorde dat u tegen zijn vrouw „schat” zei, en zag dat je beiden elkanders handen streelden.” „Leugens, op mijn woord 1 Ik heb het woord „schat” in ’t geheel niet gebruikt, da’s te zeggen niet in die beteekenis 1 Ik zei tegen haar : gezondheid is een schat 1 En ze wreef mijn hand met haar olie in juist op ’t oogenblik dat die dolleman binnenkwam en me de kamer uitjoeg.” „Erg onvoorzichtig van u,” merkte ik wijsgeerig op. „Ik kan me best begrijpen dat zoo’n jaloersch man als kapitein Blommers op het hooren van het woord „schat” dacht dat u er zijn vrouw mee bedoelde. Het is een afschuwelijk misverstand 1 Het zal echter noodig zijn zoolang u hier is, dat ik politiehulp inroep. Kon ik dien dollen kapitein maar tot rede brengen. Ik zal evenwel zorgen, dat hij u geen vinger aanraakt. „Ik geloof, Piet, dat het beter is als ik maar naar huis ga. Ik moet ook om mevrouw Blommers denken! Als ik hier blijf, zou die arme vrouw er de dupe van zijn. Ik denk heelemaal niet om het gevaar dat ik loop, dat laat me koud I Ik geloof dat het beste is, als ik van avond maar vertrek I” „Als u het wenscht, oom 1 Ik behoef u niet te zeggen, dat uw haastig vertrek voor ons een groote teleurstelling is. Uw beweegredenen zijn evenwel zeer delicaat en ik kan niet anders dan ze zeer op prijs stellen. Ik zal Marie zeggen, dat uw rheumatisme u verplicht een gezonder oord op te zoeken. Gelukkig is ze uitgegaan en ik geloof dat niemand dan ik zelf den kapitein gehoord heeft. Hij zal zijn woord wel houden, want hij heeft er zelf belang bij dat er hier op het dorp geen praatjes over verteld worden.” „O, ik moet dadelijk weg ! Breng mij naar den trein. Bevond zich ooit een fatsoenlijk man in zulk een positie ?” * * ♦ Laat in den avond kwam er een rijtuig voor de deur, NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. waarin ik met tal van onnoodige voorzorgen oom Jacob liet plaats nemen ; daarna stapte ook ik in en we reden haastig naar het station. Toen ik afscheid van hem nam, zinspeelde ik er op, dat ik den kapitein rekenschap zou vragen van zijn gedrag. „Neen, Piet,” antwoordde hij. „’t Is zeer vriendelijk van je, en ik apprecieer ten zeerste je toewijding, doch het zou maar laster veroorzaken.” Ik wandelde langzaam naar huis terug. Bij de woning van mijn buurman gekomen, hield ik stil, want ik hoorde diertS stem. De voordeur ging open, Blommers trad naar buiten. Toen keerde hij zich om en hij riep met een ernstige stem in de gang terug: „Mina, ik ga naar de sociëteit om mijn verdriet wat te verzetten. Ik wil niet hebben, dat je opblijft tot ik terugkom, begrepen ?” Waarop een zachte stem antwoordde: „Ja, Willem!” Voor een oogenblik stond ik verbluft; was dat dezelfde bevelende stem, die altijd vol verwijten was voor den armen kapitein. Ik liep mijn buurman te gemoet en schudde hem de hand. „Wel, is hij er in gevlogen ?” vroeg hij. — Ik knikte. „Hoorde je mijn vrouw ? Als een lam is ze nu ! Ze eet uit mijn hand 1 Weet je wat ik gedaan heb ?” ??? ” „Ik heb het vat met kruidenwijn in elkaar geslagen, daarna heb ik den geheelen middag in het salon zitten rooken en ze durfde niets te zeggen ; geen woord I Eindelijk heb ik dus vrede in mijn huis en ik geloof dat je oom voor het eerst van zijn leven nuttig is geweest. Ik heb grooten lust om zijn beeltenis in hout uit te snijden en in mijn huiskamer te hangen. Het zou haar een waarschuwing wezen.” Ieder jaar zend ik oom Jacob de vriendelijkste uitnoodiging om eenige maanden bij ons door te brengen. Ik verzuim nimmer er bij te voegen, dat kapitein Blommers nog steeds naast mij woont, doch dat dit voor hem geen reden behoeft te wezen om weg te blijven. • Steeds ontvang ik dan als antwoord dat oom gaarne zou komen, doch dat mijn huis zoo vochtig is, dat hij vreest opnieuw een aanval van rheumatiek te krijgen. „Je herinnert je nog wel dien acuten aanval, waardoor mijn laatste bezoek bij jou zoo’n onaangenaam verloop had,” laat hij er dan vaak op volgen. Nu, dat voorval leeft nog steeds in aangename herinnering bij mij en ik geloof ook bij kapitein Blommers. TWEELINGEN. Een onzer abonné’s zond ons bovenstaande aardige opname met verzoek deze in ons tijdschrift op te nemen. Wij voldoen zeer gaarne aan dit verzoek en maken meteen van de gelegenheid gebruik er nog eens op te wijzen, dat wij altijd zeer gaarne alle opnamen, die de moeite waard zijn, zoowel van amateurs als van vakfotografen met genoegen ontvangen. Bij plaatsing ontvangen de inzenders een postwissel voor het honorarium, bij niet-plaatsing gaan de foto’s binnen enkele dagen terug.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1651 tot 1655 van 11897