|
383 PANORAMA
„Ik ga met je mee,” zei Beckstein. „De
Bruin, geef mijn'hoed eens aan,” ging hij
voort tot den bediende, „en blijf in den
winkel als ik weg ben !”
De bediende keek met open mond het
tweetal na. Juffrouw Rendal liep als in een
droom naast den antiquaar en hoorde nauwelijks
wat hij haar liep te vertellen. Vijftig
gulden en nog meer misschien. Ze kon nu
al haar schuld betalen en hield nog geld
over.
Toen zij de woning van juffrouw Rendal
binnentraden, bemerkten geen van beiden
den huisheer, die achter in de donkere
gang het tweetal nakeek, terwijl ze de trap
op gingen. Hij kende den antiquaar van
gezicht en was niet weinig verwonderd.
De heer Beckstein inspecteerde den inhoud
van de kist met onverschilligen blik, toen
hij evenwel de kandelaars in ’t oog kreeg,
toonde hij meer belangstelling.
„Om je de waarheid te zeggen, ik heb een
klant die deze dingen zou kunnen gebruiken.
Ik wil je er een flinken prijs voor geven. Ik...”
„Ik geef ze voor geen schijntje,” zei juffrouw Rendal
op scherpen toon. „Doe dus maar een flink bod.”
De heer Beckstein bekeek de kandelaars zeer nauwkeurig.
„Zijn ze niet prachtig ?” vroeg ze. „Massief zilver, geloof
ik 1 Twee honderd gulden zou niets te weinig zijn.”
Hij lachte zoo hoonend, dat ze er een kleur van kreeg
_____
PIERRE MOLS,
die op het oogenblik ais gast in het Louis Bouwmeester-Theater in den Haag
speelt, is voor het volgend seizoen verbonden aan het Nederlandsch Tooneel
te Amsterdam. Met de rol van Adam uit „Adam in Ballingschap” o.a., heeft
de heer Mols reeds veel succes ingeoogst.
en reeds wilde zeggen, dat ze het maar uit een grapje zei,
toen hij haar beduidde even stil te zijn en op een enveloppe
een berekening maakte. — „Neen, dat gaat niet 1 Honderd
vijftig gulden is de uiterste priis. Geen cent meer !”
De huisheer stond onderwijl te luisteren op het portaal
en floot zacht voor zich heen. Hij deed zijn best door een
reet van de deur heen te zien, maar tevergeefs en ten einde
raad, klopte hij aan de deur en trad de kamer binnen.
ZWEEFSTAN DEN.
In ons nummer van 15 April j.1. (42aJ komen twee zweefstanden voor van Mej. P. de Vries, voorturnster der
Dames-Gymnastiekvereen. „O. D. A.” te Knijpe, welke algemeen werden bewonderd. Heden hebben we het
genoegen, één dezer zweefstanden te laten zien van ’n zestal dames, leden der Dames-Gymnastiekvereen.
„N.E. A.” te Purmerend, die onlangs dezen stand uitvoerden op den feestavond der Mobilisatievereen. aldaar.
Juffrouw Rendal wendde zich om naar den binnenkomende.
. „O, excuseer 1 Ik wist niet dat u bezoek had,” mompelde
de huisheer. „Ik wilde u even spreken ! Ik zal evenwel
later nog wel eens terugkomen.”
„Nou ’t is goed, mijnheer Beckstein,” zei juffrouw Rendal.
„U kunt ze krijgen 1”
„Ik heb geen geld 'genoeg bij me,” antwoordde de antiquaar,
„maar kom Maandag aan den winkel, dan zal ik
u betalen.”
Hij liep als toevallig naar den schoorsteen, waarop een
verbleekt portret prijkte.
„Dat is mijn oude meesteres, mevrouw Heringa,” merkte
juffrouw Rendal trotsch op. „Twintig jaar geleden was
ik haar kindermeisje, toen haar zoon nog klein was. Later
ben ik bij haar gebleven als tweede meid. Ze is nu al jaren
dood en haar man ook. En het huis waar ze gewoond heeft
is afgebroken . . . .”
Ze praatte verder, terwijl de huisbaas nadenkend de
trap afliep.
„Hij zou geen honderdvijftig gulden voor die ouwe kandelaars
bieden, als ze niet heel wat meer waard waren. Hij
is nog al ’n mooie jongen om te veel te bieden. Ik denk
dat zijn cliënt wel het dubbele zal moeten betalen.”
Plotseling kreeg hij een prachtig idee. Hier was voor hem
een mooi buitenkansje. Een half uur dacht hij na, toen
klom hij de trap weer op naar juffrouw Rendal.
„Is-ie weg, hè ? Kan ik je nu even spreken ? Kijk eens, ik
was daar straks een beetje driftig en kwaad over de huishuur,
maar je zult moeten toestemmen, dat ik er wel eenige
reden toe had.”
„Welnu ?” vroeg juffrouw Rendal kort.
„Ik zag je binnenkomen met dien ouden vos, dien Beekstein,
en ik wil je voor hem waarschuwen. Ken je hem?”
„Ik had hem nog nooit te voren gezien !”
„Welnu, hij zal je een loer draaien als hij kan. O, ik heb
al heel wat over hem gehoord van menschen uit de buurt,
die hier langer wonen, dan u ! Je wilt hem die kandelaars
verkoopen, hè? Geloof me, ze zijn geld waard!”
„Dat weet ik,” antwoordde juffrouw Rendal koel. „Wees
maar niet bang, ik zal je mbrgen mijn achterstallige huur
betalen. Goeien avond I”
„Wacht even,” protesteerde de heer Hurley. „Wat die
Beckstein betreft, hij is een gladde vogel. Had je niet beter
gedaan, die kandelaars ergens anders aan te bieden. voordat
je ze aan hem verkocht. Je had er licht meer voor gekregen.
Ik wil zeggen : ik zou je er wel honderd vijf en zeventig
gulden voor willen, geven.”
Juffrouw Rendal keek hem ongeloo.vig aan.
„Dat is vijf en twintig pop meer, hè ? Laat ons den koop
sluiten. Ik trek er de huur af, geef je een kwitantie en betaal
je de rest in klinkende munt.” — De vrouw aarzelde.
„De heer Beckstein heeft de keus, dunkt mij. Ik heb ze
hem zoo goed als verkocht.”
„Kom, kom! Jullie vrouwen zijn zoo
consciëntieus. Ja, ja! Ik ga gauw het geld
halen en ben in een paar minuten terug.”
Toen hij terugkeerde, gaf juffrouw Rendal
hem de kandelaars in ruil voor een kwitantie
en een stapeltje bankbiljetten.
Ze zat een oogenblik sprakeloos, toen boog
ze het hoofd op de tafel en weende tranen
van geluk en verlichting. Ondanks haar
uitdagende houding, was ze onuitsprekelijk
angstig geweest. Ze was op het punt geweest
allen moed te verliezen. Nu was alles weer
zonneschijn voor haar.
Den volgenden Maandag begaf ze zich met
tegenzin naar den winkel van den heer
Beckstein en bekende hem dat ze de kandelaars
aan haar huisheer verkocht had.
Hij hoorde haar verlegen verontschuldiging
aan en schoot toen in zoo’n lachbui dat ze
hem met open oogen aanstaarde.
„Heeft hij ze? Je huisbaas? Ha, ha, ha !
Hij zal rijk worden, de kerel! Honderd vijf
en zeventig gulden, zeg je ? Wat ’n stommeling
! Nee, die is goed, ha, ha, ha I”
Hij hield de handen in de zijde van het lachen. Juffrouw
Rendal begreep er niets van.
„O, jawel. Het spijt me van het koopje,” ging hij voort,
toen zijn vroolijkheid wat bedaard was. „Maar je hebt nog
meer dingen in je kist, hè ? Meer antiek spul, dat ik nog
niet gezien heb. Kom vandaag nog maar eens met het een
en ander hier.”
„’t Is mijn plicht,” zei de oude juffrouw een beetje
CHARLESHEYNEN,
die op de Soirée ten bate van
beeldende Kunstenaars, onlangs
in den Schouwburg te ’s-Gravenhage
gegeven, op zeer verdienstelijke
wijze te titelrol vervulde
in de pantomime Jephté.
beschaamd, „om u de gelegenheid
te geven iets anders van
me te koopen, ter vergoeding
van de kandelaars. Ik kom
straks terug, mijnheer.”
Toen ze vertrokken was, haalde
de antiquaar den brief met
den buitenlandschen postzegel
te voorschijn en begon hem te
beantwoorden :
Waarde heer Heringa,
Eindelijk ben ik er in geslaagd
ONTVOERD.
Door de Groningsche politie
werd onlangs in een kist onder
een bedstede in een woonwagen
van Zigeuners een 10
& 12-jarige knaap ontdekt. Het
ventje, van Duitsche afkomst,
zeidejozeph Hannscheof Hensche
te heeten, is vermoedelijk
4 jaar geleden in Duitschland
ontvoerd, door den kermisreiziger
Christ, een der mannen
die thans in hechtenis zijn.
Vroeger reisde het knaapje
met zijn vader in de bosschen,
zoo vertelde hij en de laatste
plaats waar hij met zijn vader
vertoefde, was Waldeck. Zijn
moeder is dood. en broertjes
of zusjes heeft hij niet. De
knaap, die zeer zonderling
was uitgedost, is onder de
hoede van den Voogdijraad
geplaatst en vertoeft in het
Observatiehuis te Groningen.
De Duitsche Consul tracht in
Duitschland de familie van
het ventje op te sporen.
MO BI LISATI E-M ARSCH.
Door 26 militairen uit IJzendijke is onlangs een 70 K.M:-marsch in model veldtenue gehouden. Te IJzendijke teruggekeerd
werden de deelnemers met militaire muziek ingehaald. Onze foto geeft de deelnemers met enkele autoriteiten.
1. De Burgemeester van IJzendijke. 2. Ie Luit. Oly, 3. 2e Res. Luit. van der Harst, die de deelnemers op zeer aangename
wijze inhaalden. 4. Mil. Klip., de bekende Sparta-voetballer. X De leider en ontwerper van den marsch,
Mil. Sergt. F. W. de Jong. (foto v. Hevele).
KONINKLIJK BEZOEK.
H.M. de Koningin Moeder heeft een bezoek gebracht aan het pas geopende Rusthuis voor ouden van dagen der
Gereformeerde kerk, welk tehuis is gelegen aan de Scheeperstraat 54, te ’s-Gravenhage. Foto links: H. M. verlaat
het tehuis; foto rechts: de commissieleden enz., die H.M. ontvingen en inlichtingen gaven. Zittend v. l.n. r. Mevrouw
A. Swagerman en mevr. L. A. Eger, Zusters van de „Commissie van bijstand”. Mej. van der Brugge, Huismoeder.
Staand v. r. n. 1.: de heeren, W. G. J. v. d. Bergh; G. v. d. Zeeuw; F. J. Verseveldt, respect, voorzitter, secr. en
penningmeester der Rustende Commissie en J. F. van den Brugge, Huisvader, (foto's P. van ToL)
|