Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1646 tot 1650 van 11897
Nummer
1915, nr.47, 10 juni. 1915
Blad
07
Tekst
375 PANORAMA Open klasse: Whippets. De Teven: Siegerin Fly von der Hallerhule en Damsel Fly Elaphros en de reu Golden Fly Elaphros. Een curiositeit: de Griffon Bruxellois, die te koop was voor f3000.— DE HONDENTENTOONSTELLING TE 'S-GR AVEN H AGE. In den Dierentuin te ’s-Gravenhage is er op Zondag 6 Juni een Hondententoonstelling gehouden met speciale medewerking van de Nederlandsch-Duitsche Doggenclub en de Nederl. Vereeniging voor Duitsche Herdershonden. De tentoonstelling werd ook vereerd met een bezoek van Z. K. H. Prins Hendrik, die na een bezoek aan de groote zaal gebracht te hebben, ook een kijkje nam in de verschillende keurings-ringen. Onze foto stelt voor: Prins Hendrik in den ring voor de Duitsche Herdershonden in gesprek met den keurmeester Th. Bömelburg. Bij den Prins staat Kapt. Jhr. Meyer. Niet gestroomde Boxers. Ie prijs Jeugdklasse „Victoria’s Aramis”, eig.: Mevrouw v. d. Broek d’Obrenan, Den Haag. Chow-Chows. Johny. Twee le prijzen, eig. Mr. E. F. Sick. boven op is. Een man, die zijn schaapjes op het droge heeft. Een man, die er warmpjes inzit. Een man, die zijn kost voor het kauwen heeft. Een man .... een man .... Wat let me. Wat let me . . . Hij leek ten prooi aan een aanval van het delirium tremens. Zijn oogen glommen als spionnen in het zonlicht, zijn handen gebaarden krampachtig. De arme vrouw, bij wier vele emoties door zijn woorden thans ook nog die van grootheidswaanzin was gevoegd, stotterde als een .... als een stotteraar, in één woord. Vaag zweefden haar door den ontwrichten geest oude verhalen van arme lieden, die de honderdduizend getrokken hadden en op de plaats doodgebleven waren van blijdschap; van sukkelaars, die bij het vernemen dat een erfenis hun onmiddellijk beschoren was, door waanzin waren aangegrepen. Zij dacht aan een dwangbuis, koudwater-compressen, bloedzuigers, kinadroppels, ja zelfs, met permissie, aan een lavement voor den armen echtgenoot. (Den ,.patiënt” noemde zij hem reeds in gedachten). Allengs kwam mijnheer Loofsma echter tot een weinig kalmte, en al spoedig was hij nu* in staat een verstaanbaar relaas van het gebeurde te geven. Het bleek nu, dat hij aan zijn kantoor het bezoek van een notaris ontvangen had, bij welk bezoek gebleken was, dat een overleden bloedverwant hem de somma van vierhonderd, zegge vierhonderd gulden had nagelaten. „En hèb je ze al ?” viel mevrouw hier in. „Of ik 1” juichte mijnheer, en tastte naar zijn binnenzak. Daar zijn beven reeds aanmerkelijk bedaard was, kwam hij ook werkelijk daar terecht na niet langer dan eenige minuten slechts in de armsgaten verward te zijn geweest. Hij haalde een aantal banknoten te voorschijn, en spreidde deze voor de verbaasde vrouw uit; hij las de nummers voor, en den heelen tekst tenslotte; zij telde de hooge nummers op, en galmde luid de schier onuitsprekelijke uitkomsten, en het was een wilde extase die zich daar uitte in de kleine huiskamer der familie Loofsma. „Nu kunnen we al onze schuld betalen,” jubelde Mijnheer. „O, o, hoe is het gosmogelijk,” zong mevrouw. „Geen kwitanties meer”, cursiveerde hij. „Geen hartkloppingen meer!” deed zij schier ijlend. „Neen,” beaamde hij. „Geen duizelingen meer 1” „Neen.” „Geen schande en geen vroegtijdige dood van de oppe zenuwen.” — „Neen, neen.” Zoo ging het nog een tijd verder met de door haar in sopraantoon jubelend gezongen opsomming van al het leed dat door de erfenis was afgeweerd, waartegenin zijn basstem dan telkens een donderend „neen” herhaalde, tot ten P. W. RANIE. M. TONKES. De heer P. W. RANIE, procuratiehouder bij de firma A. R. Bunge & Co. te Amsterdam, herdacht op 1 Juni j.l. den dag waarop hij voor 40 jaar bij deze firma in dienst trad. — Woensdag 8 Juni herdacht de heer M. TONKES te Amsterdam, den dag waarop hij voor 40 jaar bij de firma Bensdorp & Co. aldaar in dienst trad. slotte beide stemmen zich paarden tot een ontroerend unisono vibreerend van een beduidende temperatuurverhooging. Dien middag aten ze nauwelijks van nerveusheid, de kop thee en de sigaar na het eten vielen niet meer, gelijk vroeger, in de goede aarde van den zoeten, innerlijken vrede. Vele uren lagen de echtelieden te koewaken in het gemeenschappelijk bed, en toen de slaap eindelijk hun vermoeide geesten bevangen kwam, bleven de echtelieden niet gespaard van een gecompliceerd weefsel van droomen, waarin onuitspreekbaar lange cijfers van bankpapier en gouden hoornen van overvloed schering en inslag waren. Een week was verloopen. Alle kwitanties waren betaald. De slager, de groenteboer, de apotheker, de melkboer, de bakker, de huisbaas, de... . de... . in één woord, iedereen was betaald. Sommigen der gefolterde loopers. tot dan toe onveranderlijk bezworen met: „Een volgenden keer,” en „ik kom het wel eens aanreiken,” konden hun oogen niet gelooven, toen mevrouw Loofsma betaalde, in haar geheel, zonder aarzeling of uitvluchten; enkelen waren zoo zeer onthutst bij den ongewonen aanblik van contant geld in de hand der arme vrouw, dat zij aan een misdaad — inbraak met moord, of lage afpersing — geloofden, en het aldus met bloed bekleefde geld nauwelijks durfden aannemen. Er werd niet meer dan hoognoodig gebeld, — voor de boodschappen, een doodenkele bezoeker, en de man die gasmeter of waterleiding kwam opnemen. De reken-séances hadden niet meer plaats; mevrouw kon, nu eenmaal de oude rekening schoon was, van het salarisje van haren echtgenoot rondkomen 1 Hunne overspannen zenuwen waren in dit voor hun zoo nieuwe, rustige leven tot kalmte geraakt, en alles zou voortreffelijk en dierbaar zijn geweest, indien .... ja indien de mensch nu eenmaal eens niet de rare, ontoerekenbare kwibus was die hij is: de echtelieden Loofsma, bijkans hun geheele leven lang gewoon, een wereld van energie en sluwheid te verspillen aan het rekenen, wikken, wegen, om het eene gat z.g. te stoppen met het andere; deze brave lieden, als het ware opgegtoeid te midden van duizelingwekkend diepe reken-problemen, en, verslaafd daaraan als aan een boeiend gezelschapsspel, elk uur benuttend om die onontwarbare rebussen tot oplossing te brengen, — deze menschen voelden zich vreemd en ongelukkig nu deze levenstaak hun ontnomen werd. Hun bestaan leek hun na de erfenis dan ook volkomen doelloos toe. Zij verkwijnden. In een paar maanden vielen ze per hoofd vele kilo’s af, ze verveelden zich nameloos. En wat ware van deze klimmende narigheid het einde geweest, wanneer mevrouw niet bijtijds de ellende gekeerd had, en den slager een nierstuk had besteld, dat, haar gewone budget te boven gaand, moest worden „opgeschreven”. Welnu, dit nierstuk bleek de hoeksteen en het fundament van een nieuwe reeks van schulden, en voor er een half jaar voorbij was, had het leven der Loofsma’s wederom een doel gekregen: als te voren benutten zij weer elk beschikbaar uur om de zware rekenstukken van hun schulden op te lossen. De oude toestand was weder ingetreden : de onbetaalde kwitantie was niet meer van de lucht. Hun speciaal in deze richting getrainde geesten hadden hun geliefde taak weer hervat: hun levenstaak. HET VROUWENKIESRECHT IN DENEMARKEN. De heer H. Borreqaard, consul-generaal van Denemarken, thans tijdelijk belast met het beheer van de Deensche legatie, in den Haag, ontvangt ten zijnen huize Nederlandsche kiesrechtvrouwen, die hun gelukwenschen komen aanbieden met het heuglijk feit, dat de Deensche grondwet werd bekrachtigd, waarbij aan de Deensche vrouwen het algemeen kiesrecht wordt verleend. Van 1. n. r. voorste rij: mevr. van Balen-Klaar. vice-pres. van de Vereen, v. Vrouwenkiesrecht; de heer H. Borregaard, consul; mevr. Borregaard-Tjaden-Emmen; mevr. J. Goudsmit-Goudsmit; mej. E. van der Hoeven. Achterste rij : mej. C. Meyer; jonkvr. S. Wichers; mevr. C. Mulder v. d. Graaf de Bruyn; mej. Borregaard, (dochter v. d. consul); mej. M. G. Kramers; mevr. J. van Diesen-Oberink. Prof. Dr. J- VERDAM, hoogleeraar in de Nederl. Taal en Middelnederiandsch te Leiden, die 22 Januari j.l. zijn 70sten verjaardag vierde, zal ^an het eind van den loopenden cursus zijn ambt als zoodanig neerleggen.
PDF
Nummer
1915, nr.47, 10 juni. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 376 SPORT-PANORAMA DE 35 K.M. MOBILISATIE-WANDELTOCHT VOOR MILITAIREN EN BURGERS TE ’S-GRAVENHAGE. Foto links- Het comité v. 1. n. r. zittend de hm. W. G. de Bordes Jr., Wm. v. Sutherland; staande J. A. Tuyn, M. Liermid, J. S. F. Grinzel, P. Baerends, J. W. v. Aken Jr., P. R. Guykens, W. de Geus, W. J. M Liermeed. Foto midden: Opmarsch door den Haag. Foto rechts: Generaal Snijders, de opperbevelhebber, reikt den eerstaangekomene, den 17-jarigen H. v. d. Meer, den prijs uit. (foto s ƒ. B. Hijwians). De damesploeg van Nereus, winster van de vierriems-overnaadsch, wordt een De heer van viooten (Laga), winnaar van het nummer Oude Skiff, bloemenhulde gebracht. De heer N. Guldenaar, gehuldigd voor zijn 25e overwinning als stuurman van de Lagaploeg. De Lagaploeg, die met */4 lengte het nummer Oude Acht won. De Nereusploeg, die met 2 lengten het' nummer Jonge Acht won. Een kijkje op de Braasseipermeer, het wedstrijdterrein. DE „HOLLANDIA”-ZEILWEDSTRIJDEN De start van den wedstrijd middenzwaardjachten. Op het eilandje werd op de maat van de muziek der volgbooten menig dansje gedaan. e SPORT-SNAPSHOTS SCHEVENINGSCHE WIELERBAAN Er is iets gigantesks in. Als je op ’tmidden-terrein, in de diepte haast, tusschen de steile oploopende bochten, die zware daverende motoren met hun fel-roode en groene tanks ziet gieren over de planken baan, met vlak achter hen, gebogen over hun stuur, de renners in kleurige truien, met 'n vaart van pl.m. 60 K.M. per uur, en de slanke gespierde beenen, in snel tempo, als de zuigers van ’n machine regelmatig zich op en neer bewegen, dan, in het donderend geraas der open knalpotten, dan pakt het je aan, als ’n greep in je trillend zenuwen-complex. Op de bruinhouten planken, als ’n ^oploopenden wal, waarboven, duizendkoppig, het pupliek SCHEVENINGSCHE WIELERBAAN. Start-wedstrijd met motorgangmaking, tusscheo Cor Blekemolen, Jan van Gent en Leon Vanderstuyft. schreeuwt, roept, meeleeft, op dien wal, die steil is als ’n schuin dak in de bochten, sidderen bonkend de 32-paarden motoren, die de renners gangmaken. Het pakt je, als ’t begint. In ’t midden ligt stil onder den blauwen zonpralenden hemel, het groene grasveld, het midden-terrein, vlak, besloten in de steile baanomheining. Er is weinig beweeg. Alleen de menigte, die net boven de omheining uitkomt, behalve bij de tribune, die ’n breeden schaduwrand werpt op het overigens in de zon glanzende gladde houten vlak, is levendig en wacht op de komende dingen. Smalle fietsjes worden gedragen als kinderspeelgoed, naar de schaduwplaats voor de tribune, waar de start is. Drie rijders in kleurige truien wandelen naar de plaats toe. Ferme kerels met gespierde beenen zijn het, die door het gras stappen. Aan de overzijde groepen zich enkelen om de monstermachines, waarop zware kerels, de gangmakers, zich in het zadel zetten. Dan ’n duw van vier, vijf menschen, en daverend slaan opeens de explosie’s van den eersten motor, de rust van het afwachtende, stuk... Eerst langzaam, dan opeens harder, op de bocht aan, dondert de motor, den planken vloer behamerend, voort; ’n buiging, en hij giert erdoorheen, dat ie ’m op z’n kop ziet, als zat je in ’n vliegtuig en reed hij gewoon op aen weg. Dan dondert de tweede motor aan, mengend z’n daverend geweld in ongelijke mokerslagen met den eersten .... ’n Derde en de rust van straks is verkeerd in het meest helsche lawaai van oorverdoovend motorgeweld. Daar gieren ze alle drie door de bocht, als in drie verdiepingen boven elkaar, dat je ’n oogenblik niet gelooven kunt, dat ze dat houden en je denkt dat ze op elkaar zullen vallen, de monsters van motorgeweld. Als ze aan de overzijde op het rechte eind zijn, valt ’n schot en de drie renners, die zich achter elkaar hebben geschaard, (ditmaal van Gent, Blekemolen en VandersuyftJ, rijden af, zwaar trappend hunne hoogegearde machines. Maar reeds naderen de daverende reuzenmotoren over en planken vloer aan.In ’n vaart als van projectielen werpen de gangmakers hunne zware machines om in de bocht, dat je ze weer op den kop ziet, en pikken ze hun renners op, die onmiddellijk er achter zitten, en rond aat het. De spierbeenen malen, malen met regelmatige draaiingen achter e als de beukende stormwind loeiende motoren. Het is als ’n giganten wedstrijd, dat vliegen rond den 333 M. langen cirkel, met ronden van 19 seconden! Geen loopt in. Tot opeens langzamerhand ’t rhythmisch gedonder van een der machines, versneld wordt, daarachter de kleine mensch nog sneller rondmaalt en je voelt, hoe-ie wordt voortgesleurd als ’n mensch door z’n noodlot, door de z’n tempo steeds versnellende machine. Daar loopt-ie hard, het eerste motormonster, den anderen, even nietig achter z’n zware, voortbeukende gangmachine lijkende rijder, meeren meer voorbij; ziet, daar gaan ze de bocht in. De motoren schijnen zich weer op hun zijde te werpen, de renners mee. Boven elkaar daveren ze door de bocht... Het rechte eind!.... Van de helling gaat ’t harder. Het zijn baanlocomotieven, achter zich den gewilligen tender meesleurend. Maar de tender loopt hier op eigen kracht en ’t zijn menschen-beenen die die snelheid voortbrengen, die werken onder hoogen druk.’n Donderend gejuich stijgt op; de roode heeft den groenen „gelapt". En opnieuw davert het roode motormonster voorop, naar z’n nieuwe prooi, no. 2, met de roodwit-bauwe trui, vóór hem. Die loopt hard, en telkens weer gieren ze de bochten om, twee maal in de twintig seconden, zonder elkaar op de hielen te raken. Eenmaal haast, maar in de bocht bleef de roode achter, liep de onderste weer door in het rechte eind, tot na veertig, na vijftig, na zestig ronden van voortdurenden strijd tusschen de motormonsters, gevolgd door hun renners, de bel de laatste ronde inluidt en in ’n stijgenden chaos van geluiden, van daverend motor-gedreun, van geroep, geschreeuw en gejuich, de roode over de witte eindstreep van de tribune vliegt, losgelaten door z’n locomotief, die alleen als dol nog ’n baantje rond toert, en stopt. Dan de tweede, dan ’n derde, en na het aol gedaver van zooeven, krijgen de moede zenuwen weer rust in de kalmte die weer over ’t grasveld neerdaalt, slechts door ’t wat nablijvend gejuich der enthousiasten onderbroken. Het -nummer is afgeloopen. JIMMY. SCHEVENINGSCHE WIELERBAAN. Voorgiftwedstrijd voor amateurs. Winnaar Swift. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPiJ, LEIDEN. DE ..HOLLANDIA”-ROEIWEDSTRIJDEN
PDF
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
09
Tekst
48 (50b) 14 Jams 1915. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Naammers ff 0.075 UITGAVE A. W. SUTHOFF’S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, LEIDEN - RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. DE GEALLIEERDEN OP GALLIPOLI Nieuwe troepen worden aan land gezet. Links op de foto een tentenkamp. Rechts enkele oorlogsbodems. Graven van Engelsche gesneuvelden bij de landing op Gallipoli. Bovenaan op de foto de direct opgestelde inrichting voor draadlooze telegrafie.
PDF
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA 378 HET BESTUUR VAN DE N E DERL.-KU NSTWEEFSCHOOL. V. 1. n. r. Mej. W. Fransen v. d. Putte, secretaresse; Dr. Edw. B. Koster, vice-president; Mevr. Therese BoonClemens, Presidente, Stichtster der School; J. J. L. Boudrez, lid v. d. Gemeenteraad van ’s-Gravenhage; Mej. De Nede A. C. v. Deventer, Penningmeesteresse. rl. Kunstweefschool aan de Prinsegracht te ’s-Gravenhage. 4 RS te ' D 1e heerwvon Saher, dir. van de Nijverheidsschool te Haarlem, die de feestrede uitsprak. QO......... ..............------------------------------------DO öe ‘Nederlandsche ‘Kunstweefschool te ’s-Gravenhage. Tiaar eerste fiustrum. fio * .............. .......................-on et was dezer dagen 5 jaar geleden dat op initiatief van Mevr. Therese Boon-Clemens, ’n Zweedsche van geboorte, te ’S-Gravenhage woonachtig, de Nederlandsche Kunstweefschool werd opgericht. Niet alleen het feit van het 5-jarig bestaan dat door de tijdsomstandigheden niet feestelijk herdacht werd, doch slechts in intiemen kring werd gevierd, deed mij besluiten een bezoek aan de Weefschool te brengen, maar bovenal doordat vóór korten tijd de dagbladpers met groote ingenomenheid had meegedeeld, dat er op de Kunstweefschool een Belgische wever was, die er als leermeester in het gobelin-weven aan was verbonden. Deze Belg, vluchteling als zoovelen, is de zoon van een nog al beduidend gobelin-fabrikant in Mechelen en is de gobelin-weefkunst volkomen machtig. En daar die kunst, het gobelin-weven, op de wijze zooals dat alléén in België geschiedt, n.1. op den horizontalen weefstoel, in ons land geheel onbekend is, aarzelde Mevrouw Boon, de Presidente van het Bestuur, er dan ook geen oogenblik over, dezen jongen vakkundigen, bekwamen wever aan de Kunstweefschool te verbinden. Volgens zijn opgaven en teekeningen werden een groote (voor 3 personen) en een kleinere, horizontale weefstoel (voor 2 personen) gemaakt, kwamen er eenige ontwerpen uit Mechelen... en de arbeid begon. Tot vóór de komst van den Belg was alleen de verticale gobelin-weefstoel, of haute-lisse bekend en in de Kunstweefschool in gebruik. Doch het werk vordert op de hautelisse slechts langzaam en zal de bewerksters dus met vlijtig werken niet zoo veel doen verdienen als door het werk op den horizontalen weefstoel of basse-lisse, waarop het weven oneindig veel vlugger gaat, zoodat de basse-lisse in hoofdzaak voor de industrie, voor de gobelin-weverij in ’t groot gebruikt wordt. En dan rijst direct de vraag: In het gobelin-atelier; de Belgische leermeester geeft les in de basse-lisse-techniek. zou door de basse-lisse, die thans in de Kunstweefschool te ’s-Gravenhage ingevoerd is, voor ons land een nieuwe, belangrijke industrie zich kunnen ontwikkelen? Zou zelfs de bestaande Kunstweefschool, die eenmaal op de goede banen geleid is, geen Staatsinstelling kunnen of moeten worden ? Belangrijk is wel hetgeen de heer E. von Saher, directeur van het Museum en de Nijverheidsschool te Haarlem, aan het slot van zijn feestrede op den herdenkingsdag der weefschool gezegd heeft, en dat hier wel herhaald mag worden. Na al hetgeen er in het eerste vijfjarig tijdperk zooal Het opwinden van den „ketting” op den haspel. met de school gebeurd was te hebben nagegaan, maakte .de heer von Saher met voldoening melding ervan dat de school een regeeringssubsidie heeft verkregen, terwijl ook de gemeente ’s-Gravenhage haar een subsidie toekende, dat voldoende was om daarmede de schoolhuur te dekken, doch door de toekenning der Regeeringssubsidie kon de school zich eenigszins ruimer bewegen en het noodige materieel voor gobelinweven aanschaffen. In zijn feestrede gaf de heer Von Saher ook als zijn meening te kennen dat het op den weg der Regeering ligt om de verdere ontwikkeling der school te bevorderen. De artistieke leiding van de Kunstweefschool heeft de heer Van Konijnenburg welwillend op zich genomen. Hij was ’t ook die ter gelegenheid van het 5-jarig herdenkingsfeest geheel belangeloos een fraaie plaat vervaardigde, welke moet dienen voor den band van het gedenkalbum. In het vorige jaar kenden de Prov. Staten van ZuidHolland ’n subsidie toe, waardoor de school in de gelegenheid werd gesteld vaste werksters voor de werkplaats aan te nemen en het onderwijs op meer ruime grondslagen te vestigen. Aan het slot van zijn feestrede bood de heer von Saher Mevrouw Boon-Clemens een zeer zeldzaam oudChineesch weefsel aan, hetwelk bestemd werd als een begin van een verzameling kunstweefstukken voor de school. Zeer juist had de heer von Saher ook gezegd, dat de weefkunst de oudste uiting van bedrijfskunst is. De haute-lisse (verticale weefstoel) is de oudste techniek, en als zoodanig in Vlaanderen ontstaan tusschen de 13e en ’ 14e eeuw. In Zweden werd deze weefkunst in de 16e eeuw door een Vlaamschen schipper ingevoerd die in het Zuiden van Zweden door het ijs genoodzaakt was te blijven overwinteren en uit verveling de weefkunst aan eenige boerenvrouwen leerde. Vanuit Zweden is de weefkunst naar ons land gebracht, n.1. in 1910, zooals in den aanvang dezes gezegd werd, door Mevrouw Boon-Clemens, die Zweedsche weefstoelen, en een Zweedsche onderwijzeres liet komen en in de door haar gestichte school les liet geven aan Nederlandsche vrouwen. Het gobelin-weven op de haute-lisse is zeer geschikt voor jonge kinderen, waardoor hun goede smaak en kleurgevoel ontwikkeld wordt; het basse-lisse-weven, dat door het trappen (men ziet dat duidelijk op de foto), eenigszins kracht vereischt, is daarentegen in hoofdzaak geschikt voor volwassenen. Voor blinden en zenuwlijders is het kunsthandweven met succes te leeren; in Zweden wordt het met zeer goede gevolgen in vele inrichtingen aangeleerd. Aan de Ned. Kunstweefschool werd vóór ongeveer een jaar een afdeeling opgericht die men noemde: de Nederl. Gobelins. Het atelier dezer afdeeling heeft thans zijn vaste werksters, die zelfs reeds eenig salaris genieten en wordt er werk aan de School opgedragen, dan wordt de winst onder de werksters verdeeld. Een stille wensch van het Bestuur der Kunstweefschool is het dan ook, dat deze afdeeling eens moge worden gelijk „Les Gobelins" te Parijs, een staatsinrichting, die den staat jaarlijks groote inkomsten bezorgt. Het doel der Haagsche Kunstweefschool is echter nog steeds het geven van cursussen in kunsthandweven en gobelin-weven, aan welke cursussen niet alleen door dames uit de beste kringen wordt deelgenomen, die de kunst uit liefhebberij aanleeren, maar waarvan het hoofddoel is, meisjes uit het volk gratis op te leiden tot bekwame weefsters of gediplomeerde onderwijzeressen. En als beste bewijs met welk een succes dat geschiedt, zij hier vermeld, dat er bij de oprichting alleen Zweedsche onderwijzeressen waren, die sedert lang niet meer aan de Kunstweefschool verbonden zijn, en er thans vele gediplomeerde, op de School gevormde, onderwijzeressen zijn. Voor dat succes, voor al hetgeen Mevr. Boon-Clemens voor de Nederl. Kunstweefschool geheel belangeloos gedaan heeft, breng ik haar hier dan ook gaarne mijn oprechte hulde. De Kunstweefschool is haar troetelkind; moge zij dat kind steeds voorspoedig tot een volwassene zien opgroeien 1 J. H. W. Aan den gewonen, Zweedschen weefstoel.
PDF
Nummer
1915, nr.48, 14 juni. 1915
Blad
11
Tekst
379 .PANORAMA EEN GESLAAGDE LANDING AAN ONZE KUST Door de Marine is de vorige week te Scheveningen een oefening gehouden in het landen van troepen aan de kust. Bovenstaande foto geeft een aantal sloepen, bemand met matrozen, bij aankomst aan den wal. De sloepen gemeerd aan de Scheveningsche Pier. Met muziek voorop marcheeren de gelande matrozen langs den boulevard. De terugkeer aan boord. Links op den achtergrond een der groote oorlogsschepen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1646 tot 1650 van 11897