Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1641 tot 1645 van 11897
Nummer
1915, nr.47, 10 juni. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 370 H. L. VAN ZANTEN, de leider van het Centraal Bureau tot afzet van visscherijproducten. VISCH ALS VOLKSVOEDSEL T-Jet is al eenige * jarengeleden, dat in de couranten voor ’t eerst een bericht onder bovenstaanden titel verscheen. Visch aXsvolksvoedsel! Voor een gewoon „burgerdat zij ten allen tijde een plaatsvervangster is geweest voor vleesch. Prof. Hamburger schrijft: ,,Het is niet aan twijfel onderhevig, dat breede kringen der bevolking, die thans dierlijk eiwit óf in ’t geheel niet, öf alleen als bestanddeel van melkproducten en dan nog slechts spaarzaam, tot zich kunnen nemen, van een gebruik van visch als voedsel buitengewoon veel voordeel kunnen hebben”. Dit eiwitgehalte, voorts de aanwezigheid van zouten (die wel in enkele groenten, doch niet in vleesch worden aangetroffen) en de gemakkelijke verteerbaarheid doen mensch”, dat niet elk dubbeltje behoeft om te keeren voor zijn voedingsuitgave, was visch meer een tractatie dan een voedingsmiddel! En daar stond nu doodnuchter een bericht betreffende een rapport der visscherij-inspectie over „Visch als volksvoedseV'. Zoo ’t al geen Aprilgrap was, geleek het toch minstens een niet te aanvaarden fantasie.... De oorlog, de groote schuldige van zooveel ellende voor de strijdende volken, óók de verstoorder van het oeconomisch evenwicht der neutrale landen brengt dit mee, dat veel maatregelen getroffen moesten worden, die in normale tijden wellicht waren achtergebleven. Daden waren noodig. En wat niemand had kunnen vermoeden: het vraagstuk ,,visch als volksvoedsel” trad meer dan ooit naar voren. Dank zij visscherij-inspectie, kon tot daden pl.m. 2 ons (200 gram) vleesch, bevattende pl.m. 40 gram eiwit en 15 gram vet. VOOR 25 CENTS HEEFT MEN: te Rotterdam (détail-verkoop) 5 ons (500 gram) visch, bevattende pl.m. 48 gram eiwit en 1.5 gram vet. te Amsterdam (vischverkoop door het Centr.-bur.), ca. 12 ons (1200 gr.) visch bev. pl.m. 115 gr. eiwit en 2.5 gr. vet. genót dan vleesch. Tegenover aardappelen en groenten is vleesch een bijschotel. Visch daarentegen is hoofdschotel. Voorts de prijzen! Wij gaven hierboven, aan de hand van het rapport, de prijzen van den vischafslag te I Jmuiden vermeerderd met 2O°/o winst voor den handel. Eilaci... uit de prijzen, die we nagingen voor een stad als Rotterdam, in normale tijden en nu, blijken andere cijfers! Twee- d driemaal zoo duur\ Daarbij komt nog het belemmerende en onafscheidelijke van vischaankoop: overvragen en dingen. Ziedaar de factoren die ons inziens het gebruik van visch als algemeen volksvoedsel in den weg staan. (Het donkere gedeelte op de schaal geeft de voedingswaarde der hoeveelheid weer). * # ♦ Vasthoudende aan de groote voordeelen van visch, zou er veel bereikt zijn, indien de belemmerende omstandigheden tot een minimum werden teruggebracht. Vandaar in andere landen (o.a. sterk in Duitschland) bemoeiingen van overheidswege. Met succes l In óns land propageert reeds lang de Rijks-Visscherij-Inspectie onder leiding van den heer Bottemanne. En in ons land is nu ook de daad. Amsterdam is voorgegaan. Door bemiddeling van ’t „CentraalBureau voor den afzet van Visscherij-producten”, aan het hoofd waarvan de heer van Zanten onvermoeid bezig is, wordt Amsterdam sinds enkele maanden op een nieuwe wijze voorzien van visch. In een aantal kramen, op verschillende punten van de stad opgesteld, wordt visch tegen vasten prijs verkocht. de voorbereiding der worden overgegaan. prof. Hamburger dan ook tot de conclusie komen „dat visch een volksvoedsel is van den eersten rang.” Duizenden wijtingen worden per dag voor leger en kampen schoongemaakt en gebakken. De geschiktheid van een artikel als voedingsmiddel voor het volk, m. a. w. voor menschen met beperkte inkomsten, hangt voornamelijk af van twee factoren: de voedingswaarde en den prijs. We kunnen hier geen diepgaande beschouwing houden over de samenstelling van visch uit een voedingsoogpunt, al zouden we aan de hand van het uitvoerige „Rapport der Visscherij-Inspectie” gaarne bewijzen aanvoeren voor de, niet algemeen aangenomen, groote voedingswaarde van visch. We stippen dus slechts aan, dat visch dezelfde voedingsbestanddeelen als vleesch, n.1. eiwit en vet in ruime mate bezit. Zooals bekend, vormen eiwit en vet met koolhydraten de voornaamste voedingsstoffen voor den mensch. Vooral eiwit is van belang, omdat het niet te vervangen is door een der beide andere en omdat het door zijn stikstofgehalte een noodzakelijke voedingsfactor is. Juist de omstandigheid, dat vleesch een groote mate eiwit in gemakkelijk verteerbaren vorm bevat, heeft den mensch ertoe gebracht, onbewust en door alle eeuwen, vleesch als sterke voedingsstof 'te nuttigen. Het feit nu, dat visch eveneens bijzonder veel eiwit bevat, eveneens in gemakkelijk verteerbaren vorm, verklaart volkomen De belangstelling in Amsterdam voor den vischverkoop namens het Centraal-Bureau. Naast die conclusie rijst nu de nuchtere en practische factor: de prijs! M. a. w.: kan visch met voordeel vleesch vervangen, nu dit door zijn groote duurte zijn plaats verliezen gaat? De algemeene opinie is juist dat visch „een veel duurder eten” is dan vleesch. Het bovenaangehaalde rapport toont, uit een oogpunt van voedingswaarde, het tegengestelde aan in een serie interessante vergelijkingen. Nagegaan is in de eerste plaats, wat de samenstelling is van vleesch en van visch. Daaruit volgt hoe groot de hoeveelheden zijn, die evenveel voedingsstoffen bevatten. Rekening houdende met waterverlies door koken, met De verkoop langs de straat in Rotterdam. graten en anderen afval, blijkt b.v., dat om in voedingswaarde gelijk te komen met 1 pond rundvleesch bruto gekocht moet worden: 2 pond schelvisch {2xj2 pond kleine) 2 pond kabeljauw, 2xj2 è 3 pond schol enz. Oogenschijnlijk zal men hierin het bewijs zien van meerdere duurte doch aan de hand van bestede prijzen blijkt het tegendeel. Immers voor die twee pond schelvisch enz. zou men mogen besteden plm. f 0.65 a f 0.70, zijnde voor ’t oogenblik de prijs van 1 pond vleesch. En uit de prijzen, besteed aan den vischafslag te IJmuiden en vermeerderd met 20P/ö voor den handelaar blijkt, dat die prijzen waren van 19 tot 8 cent voor schelvisch, van 12 tot 9 cent voor kabeljauw, van 26 tot 6 cent voor schol, al naar de grootte. * » ♦ Waarom visch nu toch als duur geldt? Ons inziens zit in de wijze van gebruik en in de prijzen de kneep. In de wijze van gebruik, omdat visch nu eenmaal niet genuttigd wordt als vleesch. Vleesch is een noodzakelijk voedingsmiddel, dat men door den hoogen prijs zeer beperkt geniet in de overtuiging, dat men er niet buiten kan. Visch is, óók in de volksklasse, véél meer voedingsTientallen kisten (elk van 50 K.G.) worden dagelijks verzonden naar leger en kampen. Zoo b.v. schol tegen 9 cent per pond! Ook garnalen, kleine schelvisch, wijting enz. Voor een aantal minder bekende vischsoorten wordt eveneens propaganda gemaakt. Den Haag heeft een dezer dagen dat voorbeeld gevolgd. En ook daar evenals in Amsterdam een doorslaand succes. Èn de versche visch, èn het systeem van verkoop èn de lage prijzen zijn oorzaak van dat succes. Het gevolg is alreeds dat in Amsterdam de gemeentelijke overheid zich blijvend met deze aangelegenheid gaat bemoeien. De bemoeiiengen van het Centraal-Bureau gaan verder dan Amsterdam en Den Haag. Voor tal van gemeenten biedt het Bureau bemiddeling voor het betrekken van visch. Het leger en de vluchtelingenkampen worden bovendien voorzien van uitstekend gebakken visch, schoongemaakt en bereid in de vischhal aan de De Ruyterkade, vanwaar duizenden kilo’s worden verzonden. Zoowel voor ons volk als voor het visscherij-bedrijf is het te wenschen, dat de meerdere belangstelling in visch geen tijdelijke is! V. In den Haag maakten de liefhebbers queue voor de kramen, waar de van gemeentewege verkrijgbaar gestelde visch verkocht werd.
PDF
Nummer
1915, nr.47, 10 juni. 1915
Blad
03
Tekst
371 PANORAMA De Gealliëerdeo op Gallipoli EEN DER KAMPEMENTEN VAN DE LANDINGSTROEPEN DER GEALLIËERDEN OP GALLIPOLI. Een der zware Turksche kanonnen, dat door het geschutvuur der Geallieerden van zijn emplacement is geworpen en totaal onbruikbaar is geworden. Een oorlogsbeeld uit de velen, die nu ook aan de Dardanellen te aanschouwen zijn. Totaal verwoeste huizen omgeven door graven van gesneuvelden. Ook hier ontbreken de ruwhouten kruisen niet. IN EEN VERWOEST TURKSCH FORT. Troepen der Geallieerden hebben hun bivak opgeslagen binnen de vernielde Turksche verdedigingswerken. Onder de lage zeildoektentjes zoeken de mannen beschutting tegen de brandende zonnestralen.
PDF
Nummer
1915, nr.47, 10 juni. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 372 Een muziekuitvoering in de straten van Namen. PANORAMA VAN DIN ANT.^EZI EN ' De straten van het eens zoo mooie plaatsje zijn nu weer opgerand en het muur opgestapeld. Uit dit panorama ziet me: duidelijk, OP VERKENNING IN NOORD-FRANKRIJK. Een Duitsche Uhlanen-patrouille, die bij de nadering van den vijand is afgestegen om dekking te zoeken. DE BRUG OVER DEMAAS Deze brug is evenals het kerkje van Dinant, voorloopig hersteld. Het kerkj toren, waarvan slechts twee torte stukk< DE MODERNE HULPMIDDELEN. Met een autogene zuurstofvlam worden de laatste steunpunten van een brug doorgesneden, teneinde ze te doen instorten en zoodoende den vijand den pas af te snijden. EEN LUCHTVERKENNER BESCHOTEN. Beschieting van een Russisch vliegtuig in de nabijheid van Przemysl. TERREIN MOEILIJKHEDEN. In de bergachtige streken van Galicië wordt er een veelvuldig gebruik gemaakt van lastpaarden om de ammunitie naar de voorste linies te vervoeren. IN DE PUINHOOtEN VAh Tusschen de puinhoopen van de verwoeste huizen hebben de bevJners prim hun inkoopen komen d De groote Kurzaal te Namen is tot kazerne voor de Duitsche soldaten ingericht. IN BEZET BELGIË
PDF
Nummer
1915, nr.47, 10 juni. 1915
Blad
05
Tekst
373 \N DINANT, OEZIEN VANAF DE CITADEL. nu weer opgeruimd en het puin van de verwoeste huizen is tusschen de brokken lorama ziet men duidelijk, hoe ernstig het stadje geleden heeft. HULDEBETOON. Fransche gewonde soldaten worden door de dames met bloemen versierd. IN OORLOGSUITRUSTING. Bersaglieri trekken de kazerne in een grensplaats in Tyrol binnen. UG OVER DE MAAS BIJ DINANT. rloopig hersteld. Het kerkje (midden op den voorgrond), bezat eertijds een fraaien 1 slechts twee korte stukken zijn blijven staan. DE UITWERKING VAN HET MODERNE GESCHUT. Slachtoffers van een ontplofte Russische shrapnel in Galicië. hun inkoopen komen doen. (toto's F. F, B.) DE ZEPPELIN-RAID OP HELSINGFORS. De haven van Helsingfors, op het oogenblik dat op een schip een brand gebluscht wordt, ontstaan door een geworpen Zeppelin-bom. ZOMER IN DE LOOPGRAVEN. Nu het weer mooi is, wordt het kaartje in de buitenlucht gelegd. DE VELDTELEFOON. Met behulp van een tak hebben Fransche soldaten een veldtelefoon aangelegd.
PDF
Nummer
1915, nr.47, 10 juni. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 374 DE OORLOGSTOESTAND IN NED.-INOIË. De internationale toestand heeft het ook voor onze koloniën noodzakelijk gemaakt, dat er op militair gebied buitengewone maatregelen werden genomen, om op alle mogelijke gebeurtenissen voorbereid te zijn. Wij geven hierboven links: een afdeeling Amboineesche soldaten, die gedurende den rusttijd van een langen marsch, hun middagmaal aan den eetwagen ontvangen. Rechts: het maken van een kampement voor den nacht. = ^J||,,ll|l|[|p||l|...il|jj|j||H,,,,H||iHj||H»»ni||iujHM«iMii||Jui|||i»«»MM|iu||||M»..i|||i||i||t....l||||p||U">n^; HET GEVAL LOOFSMA JOB STEYNEN 5tTItii111illlllll!i111i>itlliilliliiiimitllliiiliiuitlijm! zaten tot over hun oóren in de schulden, de Loofsma.s Wanneer je dat zoo zegt, dan lijkt dat.... nu ja, niet zoo aangrijpend tot in het apoplectische, maar je moet je indenken. Dat „ze zaten” wekt te overijld den indruk van rust: „ze zitten dan toch nog”, denk je onwillekeurig bij het lezen, — „hoe dan ook, ze zitten dan nog.” Ja, maar, als ik ook eens wat zeggen mag (en dat mag ik,) dat „zitten” is maar bij wijze van spreken, of dan bij wijze van schrijven; in werkelijkheid zaten ze niet, en als ze zaten, zaten ze in trances. Verder was het één en al beweging van den vroegen morgen tot den laten avond, loopen maar, aldoor maar loopen naar de straatdeur, waarvoor zich met korte tusschenpoozen, als bij geheime afspraak steeds maar weer gansche gezelschappen van kerels met onbetaalde kwitanties verzamelden. Soms was er geen doorkomen aan, was de toch al niet over-wijde straat zoo goed als versperd ; dan deden de Loofsma’s niet eens een poging om de samengeschoolde, dreigende menigte toe te spreken, bleven ze achter de neergelaten rolgordijnen hun lot afwachten. De vijanden reageerden op dit doodsche stilzwijgen op verschillende wijze : de brutaalsten begonnen op de deur te beuken, maar moesten het met hun vleezen vuisten tegen de duimshouten paneelen afleggen ; anderen vloekten, weer anderen riepen hoonende vocatieven naar het doodstille huis, waar achter de neergelaten gordijnen de wanhoop hoogtij vierde, „zonder luidruchtig vertoon naar buiten”, zooals het in Gemengde Berichten wel van jubilea heet. Enkelen der aanvallers, zeèr enkelen, de meest verbeeldingsvollen, deinsden af in een vagen angst, dat de vertwijfeling daarbinnen door zelfmoord was bekroond, en de heer en mevrouw Loofsma met afgesneden levensdraad op het karpet van hun huiskamer lagen uitgespreid. Een failliet was tot nog toe verhoed door .... ja, door de feitelijke oppassendheid der Loofsma’s, die, hoe weinig ook, toch altijd dezen en genen eens iets afbetaalden, eens een rijksdaalder, een gulden, ja zelfs met kwartjes werd soms den slager, den bakker, den groenteboer de mond tijdelijk gestopt. Deze afbetalingen geschiedden echter uiterst langzaam, ze werden vasfcgesteld aan het eind der maand, wanneer de heer Loofsma zoo iets van een gratificatie thuisbracht, om het heilige woord salaris niet te misbruiken. Want de zachtzinnige heer Loofsma was evenals vrijwel alle zachtzinnige personen, minimumlijder in den hoogsten graad, en de afbetalingen der vorderingen mochten nauwelijks genoemd worden, tenzij dan om hun moreele waarde, daar zij de schuldeischers tenminste van den goeden wil der Loofsma’s overtuigden. Zoo was tot nog toe steeds de inbeslagname van een inboedel, of wat daarvoor door moest gaan, bezworen, en rekenend met dubbeltjes en centen, samen beramend, kijvend en zich weer verzoenend, zweefden de brave echtelieden maar GERRIT GOEDHARD t Prof. Dr. A. E. J. HOLWERDA Een dezer dagen overleed te Amsterdam de heer GERRIT GOEDHARD. De overledene was langen tijd een bekende figuur in de arbeidersbeweging, vele jaren voorzitter van den timmerliedenbond en bestuurslid van de teekenschool „Concordia Inter Nos”. — Prof. Dr. A. E. J. HOLWERDA, sinds 29 April 1896 Hoogleeraar in de archeologie, oude geschiedenis en Gr. ouhd. te Leiden, zal 21 Juli zijn 70sten verjaardag vieren en derhalve zijn ambt aan het einde van den loopenden cursus neerleggen. steeds boven den duizelingwekkenden afgrond van een failliet zonder reddeloos daarin neer te storten. Zoo,4 en niet anders, stonden de zaken, wanneer er iets zeer aangrijpends ten huize der geproefde Loofsma’s geschiedde. Het gebeurde zoo. Mevrouw zat, als naar gewoonte, wederom in hare loodzware reken-problemen neergedoken. De stoep was ledig. De omtrek was veilig als op Zondag.*) Het was het uur der thuiskomst van den heer des huizes. En werkelijk, daar wordt de sleutel in het slot gestoken. Een voetstap. Mevrouw luistert toe, het is haar of er iets vreemds aan *) De scherpzinnige lezer zal wellicht hebben opgemerkt, dat des Zondags geene kwitantieloopers met hun weerzinwekkende zwarte taschjes langs de huizen der ingezetenen gaan. dien tred is ; eigenlijk is het geen tred, eerder kon het een soort van amechtig geschuifel heeten. Ze loopt toe, en ziet haar echtgenoot naderbij komen, of beter gezegd, ze bespeurt een doodsbleek, bevend en strompelend individu, hetwelk ze, geholpen door de ervaring van een twintigtal echtelijke jaren, na eenigen tijd als haar echtgenoot herkent. Een wijle gelooft ze aan een smakelooze grap, maar, mijn hemel, waarom zou de man, die gedurende zijn jeugd, jonkmanschap en huwelijksstaat hooit ook maar een luttelste sikkepit van gevoel voor humor aan den dag had gelegd, daar nu plotseling voor komiekerik gaan spelen. Neen, het was ernst, diepe ernst. „Wat scheelt eraan, Adriaan ?” vroeg zij. (De man heette Adriaan.) „Als je dat eens wist, Mina . . ..” deed hij met een zwakke stem. (De vrouw heette Mina). „Heb je misschien een .... spoorwegongeluk of zoo gehad?” stamelde de liefhebbende echtgenoote in haar onevenaarbare verwarring. „Hihihi,” lachte de gefolterde mijnheer Loofsma, en dit zoo volkomen ongemotiveerd en onverwacht, dat zijn echtgenoote plots voor zijn geestesvermogens bevreesd was, en tegelijkertijd ook voor de hare van den weeromstuit. Zij waggelde op hare grondvesten, — of zoo men het meer prozaïsch noemen wil, op hare beenen, — en greep in het wilde naar steun; het was echter de arme gekwelde man zelven, dien zij in hare verbouwereerdheid bij den pols aanklampte, en waar deze van zijn kant ook de hand naar een steun uitstrekte, was het effect niet onverdienstelijk. In den wederzijdschen greep steunden zij elkander, dienden zij elkaar tot tegenwicht, en behoedden elkaar voor nederzijgen. Na dezen wonderwel gelukten stand (een mirakel van gymnastische kracht) lieten de echtelieden elkander los, om evenals twee vermoeide krachtpatsers tegenover elkaar op stoelen te gaan uitrusten. Het was tijd, want van hun beenspieren was een uiterste gevergd. Van hun zenuwgestel trouwens niet minder. Zoo zaten zij gedurende eenige minuten zwijgend tegenover elkaar. Maar eensklaps richtte de heer Loofsma zich op, sloeg zich brutaal op de borst, en zei: „Mina.” De aangesprokene schrikte zich een aap, zooals men dat in het dagelijksch leven noemt. Ze opende van verbazing wagenwijd den mond. „Mina,” herhaalde mijnheer, en sloeg zich nogmaals op de borst, „Mina, je ziet hier een rijk man voor je.” „Hou me vast, riep Mina nu ontzet. Doch haar echtgenoot, wel verre van aan deze uitnoodiging gevolg te geven, kon zichzelven nauwelijks meer vasthouden; hij liet zijn koorts den vrijen teugel, terwijl hij gelijk een Quaker begon te stamelen. „Een rijk man. Een Cresus. Een Rockefeller. Een .... een weet ik veel. Een man, in- een woord, die er DE OPENING VAN DE TRAMLIJN RO E R M O N D-K ESS E N ICH (BELGIË). Donderdag 3 Juni j.1. had de opening plaats van de tramlijn Roermond-Kessenich (België). Met ongeveer 200 genoodigden werd van Roermond tot de Belgische grens gereden waar door Zijne Excellentie den Commissaris der Koningin in Limburg, Jhr. Ruys de Beerenbrouck, Mr. Dr. Vermeulen als afgevaardigde van den min. van Waterstaat en Jhr. Ed. van Aefferden als lid der Gedeputeerde Staten redevoeringen werden gehouden. Uit den aard der zaak waren aan de Belgische grens geen autoriteiten. Links : (foto Weers) De Nederlandsch-Belgische grens. Midden: (foto Beckers) De groep autoriteiten: 1. Z, Exc. Jhr. Mr. G. Ruys de Beerenbrouck, Comm. der Koningin in Limburg; 2. Jhr. Mr. Edm. van Aefferden, Pres. Comm. v. d. Midden-Limb. Tramw. Mij.; 3. Sanders, Burgemeester van Roermond; 4. Van Rijn, Burgemeester van Venlo; 5. Mr. Dr. G. v. d Meulen, Hoofd der afd. Spoorw. van het min. van Waterstaat. Rechts: (foto Weers) Zijne Exc. de Commissaris der Koningin begeeft zich naar de Nederlandsch-Belgische grens.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1641 tot 1645 van 11897