Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1626 tot 1630 van 11897
Nummer
1915, nr.45, 3 juni. 1915
Blad
03
Tekst
355 PANORAMA De Geallieerden in Noord-Franlrijk en Vlaanderen IN EN OM DE LO GRAVEN DER GEALLIEERDEN. Een shrapnel ontploft tusschen de boomen voor de eerste Belgische verdedigingslinie. De manschappen hebben zich in hun dekens gewikkeld en rusten een oogenblik, er op verDe takken ziet men ais lucifersstokjes breken. trouwende dat de wachten hen bij het eerste teeken van onraad zullen wekken. UITTOCHT UIT DE GETEISTERDE BELGISCHE DORPEN. Lang hebben de bewoners van de beschoten dorpen gewacht, alvorens hun huizen en erven te verlaten, ondanks het gevaar van de talrijke neervallende bommen. De overheid heeft hun nu echter gelast te vertrekken en zoo verlaten de stumperds nu hun dorpje, van hun eigendom nog meedragende wat zij maar eenigszins kunnen dragen. KRIJGSGEVANGENEN. Zoo spoedig mogelijk worden de krijgsgevangen soldaten naar de plaatsen achter het front gebracht. AAN DE FRANSCHE LINIE. Links de heer Louis Rolin, een zoon van den conservator van de bibliotheek van het Vredespaleis. Hij sneuveldeenkele dagen geleden bij een aanval in Noord-Frankrijk. TEGEN DE GASSEN. De Engelschen hebben gedurende de laatste weken speciale inrichtingen naar het front gezonden om de soldaten te behoeden voor de schadelijke werking der gassen.
PDF
Nummer
1915, nr.45, 3 juni. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 356 DE CONTROLE OVER DE MANNELIJKE BELGISCHE BEVOLKING. In de door de Duitschers bezette Belgische steden en dorpen moeten de mannen zich geregeld aan de ,, Kommandantur” aanmelden. Vooral over degenen, die nog dienstplichtig zijn, is de controle zeer scherp. DE NIEUWE BELGISCHE BANKBILJETTEN geldig tot drie maanden na het sluiten van den vrede. Als beeltenis komt Hoe het er het portret van den schilder Rubens op voor. ’T BEZETTE GEBIED. Duitsche postzegels met opdruk voor RussischPolen. VERWOEST BELGIË. plaatsje Langemark in Vlaanderen er uitziet na de hevige gevechten die er hebben plaats gehad. IN DE BOSSCH EN . Met behulp van vlotten steken de Duitsche soldaten de smalle riviertjes in de bosschen over. DE HERTOG VAN GENUA,J; die de plaats v. d. Italiaanschen koninjj die inneemt, zoolang deze aan het front ij. IN DE KANONNENGIETERIJ TE DÜSSELDORF. Met allen mogeiijken spoed wordt er in de fabrieken in Duitschland voor gezorgd het aantal kanonnen steeds te vergrooten. DE LUCHTAANVAL OP VENETIË. Het Arsenaal in Venetië, waarop door Oostenrijksche aviateurs bommen zijn geworpen. IN HET BEZETTE BELGIË. In de stille oogenblikken vermaken de Duitsche soldaten zich met hun muziekinstrumenten. ZORG VOOR DEHERS Miss Caby Dealys, de bekende Engelscht gewonden meet analen op een r DE ZWITSERSCHE NE Ook Zwitserland heeft alles ingeric’t om z wapens te verdedigen. Op onze foto ziet men zooals die overal, waar noodig, langs L
PDF
Nummer
1915, nr.45, 3 juni. 1915
Blad
05
Tekst
357 PANORAMA rs van alle Fronten EEN BEGRAFENIS AAN DE D A R D AN E LL E N . Engelsche soldaten brengen hun bij de actie tegen de Dardanellen gesneuvelde wapenbroeders naar hun laatste rustplaats. De lijken zijn bedekt met de Engelsche vlag. S VOOR DE HERSTELLENDEN. ie bekende Engelsche actrice, onthaalt de Engelsche meermalen op een ritje met haar motor. KRIJGSGEVANGENEN. Duitsche krijgsgevangenen aan den arbeid in het krijgsgevangenenkamp bij Coëtquidan. TROEPENONTSCH EPING ,N VENETIË. In de laatste weken zijn er in Venetië, dat waarschijnlijk het uitgangspunt voor de bewegingen tegen Oostenrijk zal zijn, groote massa’s troepen ontscheept. STRIJDVAARDIG. Vertrek van een Italiaansche infanterie-afdeeling in de nieuwe oorlogsuniform. N GENUA, lanschen koning ian het front is. [WITSERSCHE NEUTRALITEIT, alles ingeric<^ om zijn neutraliteit zoo noodig met de )p onze foto ziet men een modern ingerichte loopgraaf, al, waar noodig, langs de grenzen gemaakt zijn. VAN DE DAR DAN ELLEN Terugkeer van Engelsche gewonden en invaliden. SI R H . JAC KSON . die Lord Fisher opvolgt als First SeaLord bij de Engelsche marine. BETOOGINGEN IN LONDEN. Na de oorlogsverklaring van Italië heeft er Zondag j.I. in Londen een groote betpoging plaats gehad. De Italiaansche gezant sprak de menigte toe. KRIJGSGEVANGEN TURKEN OP LIMNOS. De gevangengenomen Turken worden onder geleide van Zouaven naar het eiland Limnos getransporteerd. EEN VELDBAKKERIJ. Engelsche soldaten bezig met broodbakken voor de soldaten aan het front.
PDF
Nummer
1915, nr.45, 3 juni. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 358 OPOFFERENDE LIEFDE NAAR HET ENGELSCH VAN A. G. GREENWOOD Fernhill rees op van de sofa en staarde haar zuster aan, de eene hand krampachtig tegen de borst gedrukt; de andere met wijduitgespreide bevende vingers achter haar. „Ik ben teruggekomen, Vi!” zei Lois droevig. Ze was langer, slanker, meer gerijpt dan de schoone Violet Fernhill, die de Londensche hoogere kringen na haar huwelijk met Sir Arthur Fernhill nu ongeveer een jaar geleden stormenderhand veroverd had. De blauwe oogen van Lois hadden een treurige uitdrukking en om den ernstigen vastberaden mond waren een paar heel kleine rimpels. Lois was een schoone vrouw, maar een vrouw voor wie het leed des levens niet gespaard was gebleven. Voor een oogenblik bewoog Lady Fernhill zich niet. Toen veranderde opeens haar geheele houding en u ukking en vloog ze met uitgestrekte armen haar zuster te gemoet. „Heerlijk ! Heerlijk 1 O, wat ben ik blij !” riep ze uiL Lois Standon glimlachte, doch een weinig gedwongen en haar bleeke wangen werden zoo mogelijk nog bleeker. „Wacht, Vi, wacht even,” zei ze, en haar houding was weinig tegemoetkomend. „Je weet nog niet waarom ik hier gekomen ben.” Lady Fernhill huiverde, maar toch lachte ze. „Je bent gekomen omdat je me liefhebt; omdat we elkander liefhebben ; omdat we vijf jaar lang van elkander gescheiden geweest zijn.” Lois schudde het hoofd. „Ik ben hier gekomen, omdat ik een ander liefheb,” zei ze. Violet klapte in de handen. „Heerlijk 1 Dat is heerlijk 1 Ik bedoel als hij je liefde verdient 1” „Hij verdient ze en meer,” antwoordde Lois en zette zich min of meer treurig gestemd op de sofa neer. „Vi, ik ben hier gekomen om eens lang met je te praten. Hoeveel tijd heb je voor mij ?” „Tot baby wakker wordt, een uur ! Is dat lang genoeg ?” Lois’leunde tegen de zwart satijnen kussens achter haar. „Het is John Linley,” zei ze. „Je herinnert je de Linley’s Vergadering van het Nederlandsch Tooneelverbond op 28 Mei te Dordrecht gehouden. In het midden Jhr. van Riemsdijk, daarnaast rechts de heer Marcellus Emants. van toen we kinderen waren? John, de oudste, ^vijfendertig. Hij ging naar Ceylon op zijn twintigste jaar. Nu is hij een planter, heeft een groote rubberplantage.” „En jij gaat in Ceylon wonen, lieveling?” Weer kwam er een moede, teleurstellende glimlach op Lois gelaat. Violet greep haar beide handen. „Natuurlijk zal ik je vreeselijk missen. Het is afschuwelijk, maar ....” „Ik heb zijn zuster Elizabeth ontmoet, gisteravond, voor het eerst sedert ik Engeland verlaten had,” barstte Lois los. „Ze negeerde mij.” „Ze herkende je natuurlijk niet!” „Ze herkende mij wel. Ze negeerde me, omdat ze wist dat haar broeder mij liefheeft. Ze negeerde mij, omdat ze een oude geschiedenis gehoord had van een jong meisje op een bal, een gèmaskerd bal, en haar verhouding met Anthony Hale. Van haar dwaasheid, van den champagne dien ze dronk en de wijze waarop ze zich blameerde. Ze negeerde mij, omdat mijn vader mij het huis ontzegde, wijl ik bekend had, de schuldige te zijn. Dat is ’t, Vi 1” „En .... en .... John Linley . . . weet hij hiervan ?” vroeg Lady Fernhill op zwakken toon. „Die geschiedenis? Ik denk ’t niet. Hij was buitenslands. Hij weet alleen, dat ik thuis oneenigheid had en naar het buitenland ging ... in betrekking ; dat ik voor mijn brood werkte in Amerika. Gouvernante hier, kinderjuffrouw daar, actrice .... o, van alles wat ik krijgen kon.” „En hij bewondert jouw moed. Ik weet zeker dat hij ’t doet. Net zooals ik jou bewonder en zegen eiken dag.” „Ik geloof dat hij mij bewondert. Maar hij zou niet bewonderen het meisje van het gemaskerd bal.” „Misschien niet 1” stemde Lady Fernhill aarzelend toe. „Maar dat is reeds vijf jaar geleden. Ik was toen zestien, jij nauwelijks twintig. Ik zal nimmer vergeten, hoe goed je voor mij was. Jouw bewonderenswaardige liefde, jouw zelfopofferende liefde . . . .” „Stil,” viel Lois haar zuster in de rede, „wacht tot ik alles FEESTMAALTIJD VAN M r. TH. DE MEESTER, lid vc de Tweede Kamer, aangeboden door de club der Unie-liberalen, ter gelegenheid van de herdenking van den dag, waarop de heer de Meester 40 jaar geleden promoveerde, fittend v. I. n. r. de heeren: Van Raalte, Goeman Borgesius, de Meester, Eland, Rink, Lieftinck. de nestor van onze Kamerleden, die 8 Juni zijn 80sten verjaardag viert. Naast hem de heer van Hamel. Staande v. 1. n. r. de heeren: Dolk, Eerdmans, Utto. Roodhuyzen, Patijn. Fock, Smeenge. de Jong, Jannink, Schim y. d. Loeff, de Muralt. J.SIMONS. J. J. STOOKER.t Op 5 Juni viert de heer J. SIMONS, oud-wethouder van’s-Gravenhage, zijn 70sten verjaardag. Velen zullen niet kunnen begrijpen, dat deze altijd ijverige werker, wiens arbeid als directeur van de Vereeniging van Nederl. gemeenten, van jeugdig vuur getuigt, dezen leeftijd reeds bereikt heeft. — De heer J. J. STOOKER, oud-kapitein-luitenant ter Zee, is de vorige week op 69-jarigen leeftijd te Hilversum overleden. De overledene was Ridder van de Militaire Willemsorde en verder begiftigd met verschillende buitenlandsche orden. A. L. PAULEZ. t T. DOUMA. De heer A. L. PAULEZ, eigenaar van het bekende Hotel Paulez te ’s-Gravenhage, is de vorige w^ek op 72-jarigen leeftijd aldaar overleden. — De heer ’T. DOUMA, hoofdagent van politie te Zutphen, heeft de vorige week zijn 30-jarig ambtsfeest gevierd. Vanwege den Alg. Ned. Politie-Bond werd hem de gouden medaille geschonken. VERGADERING VAN DEN BOND VOOR ZIEKENVERPLEGING. Vergadering van den Bond voor Ziekenverpleging op 27 Mei j. 1. te Utrecht gehouden, onder Voorzitterschap van Dr. J. v. d. Hoeve uit Eefde. gezegd heb, wat ik je wensch te zeggen. Bedank me niet. Wacht 1 Omdat we moederloos waren, omdat je vijf jaar jonger was dan ik, omdat ik jou liefhad en me voor jou verantwoordelijk gevoelde, heb ik aan niemand ooit verteld, dat ƒ/ƒ alleen, ondanks vaders verbod, heimelijk naar dat bal gegaan bent. Het is al die jaren ons geheim geweest. Geen sterveling weet, dat terwijl ik sliep, jij danste, jij flirte, jij . . ja, te veel dronk.” „Lois, Lois, ik was pas zestien.” „Ik weet het, dat èn mijn liefde voor jou, waren de eenige redenen waarom ik jouw schuld op mij nam.” „En ik heb er je voor gedankt, op mijn knieën ; iederen avond, iederen morgen dankte ik jou, zegende ik jou, aanbad ik jou!” „Het was verkeerd,” ging Lois kalm voort. „Van jou, nog zoo jong, was het een dwaasheid, een onverantwoordelijke roekeloosheid. V^n mij, ruim twintig jaar, was het meer: het was slecht. VaJttzou jou vergeven hebben ; de wereld eveneens. Jij was nog een kind. Mij kon niemand vergeven." „Maar je bood jezelf aan ! Ik dacht er niet aan, niet in ’t minst . . .” „Je was overspannen,” zei Lois ernstig. „Je kwam bij mij, ’t was ’s morgens vijf uur. Je praatte wild, onsamenhangend ; sprak van zelfmoord. Je bracht mij buiten mezelf van angst. En ik lag te bed met kloppend hoofd, toen jij mijn kamer verlaten had bevende, geestelijk ziek. Ik dacht aan onze lieve moeder en hoe ze mij gebeden had voor je te zorgen, jou te beschermen. Ja, dat was haar woord „beschermen.” Maar er waren twee wegen om je te beschermen, één door middel van leugen en een. ander door een krachtige, helpende en steunende hand. Dat laatste was ’t wat ze meende. Zij vroeg me niet mijn goeden naam op te offeren . . .” „Noch ik . . . noch ik ! Lois, wees rechtvaardig..........” „Jij vroeg mij niets ! Niets met woorden. Je lag alleen voor mijn bed, snikkende, wenschende dat je dood was, en ik . .” Ze hield op en verborg haar hoofd in de handen. „Opzittende in bed op dien grauwen morgen schreef ik Hale een brief en vertelde hem van mijn voornemen. Ik schreef hem dat ik vader zou vertellen dat ik het was geweest, die op het bal geflirt had en ...” „Ik weet het, ik weet het! Je liet mij den brief lezen. Je zei dat jij de schuld op je wilde nemen ; je verbood me tusschenbeide te komen en beval me te zwijgen ...” „Jij gehoorzaamde 1” Lois glimlachte en sloot de oogen. „Dat is ’t wat Elizabeth weet en dat ze voornemens is aan John te zeggen. Ze schreef ’t mij van morgen. Een klein briefje, Vi, en geen aangename. Ze schreef dat ze het haar plicht acht haar broeder bekend te maken, — bekend maken, waren haar woorden — met die geschiedenis, tenzij ik het zelf deed of er de voorkeur aan gaf . . . terug te gaan naar waar ik vandaan gekomen was ...” „Alsof hij boos zou zijn over wat vijf jaar geleden is voorgevallen, voor jullie elkander kenden, Lois 1 Dat zal toch geen verschil voor hem maken, is ’t wel ?” „Wil je dat ik ook tegen hem lieg ? Wil je, dat ik mijn eerste leugen bevestig ? Ik bemin hem, Vi. Dat schijn jij niet te begrijpen.” „Dus jij . . .” Lady Fernhill’s angstige oogen zochten die van haar zuster. „Ik kan niet dulden dat Elizabeth tegen hem kwaad van mij spreekt. En ik kan ook niet heengaan, hem verlaten en „vaarwel” zeggen.
PDF
Nummer
1915, nr.45, 3 juni. 1915
Blad
07
Tekst
359 PANORAMA In tegenwoordigheid van Prins Hendrik en vele andere hooge autoriteiten werd verleden week ’t Koloniaal Museum te Deventer geopend. Links: Het * afgietsel van een der poorten van de Boroboedoer, het grootste en belangrijkste monument van jebouw; rechts een overzicht van de tentoonstelling. In het midden der zaal een toeddhistische kunst op Java. DE OPENING VAN HET KOLONIAAL MUSEUM TE DEVENTER. „Wat wil je dan ?” „Dit: ik wil jouw kruis, jouw straf niet langer dragen. Het is je plicht jouw man de waarheid ...” „Lois !” „ ... te vertellen en aan John en Elizabeth, nicht Agatha, tante Mary, aan de weinige intimi, die nog belang in mij stellen, den werkelijken stand van zaken uit te leggen,” „Arthur zou ’t besterven,” hijgde Violet. Lois lachte. „Zou hij boos wezen over wat vijf jaar geleden is voorgevallen, voor jullie elkander kenden ?” herhaalde zij nu de woorden van haar zuster. „Jij was nog slechts een kind ; ’t was de dwaasheid, de ontoerekenbaarheid van een kind.” „Hem te zeggen dat ik hem al die jaren bedrogen heb 1” „Beter dan voort te gaan, hem te bedriegen,” vervolgde Lois. ,,Violet, je moet ook een weinig om mij denken. Vijf jaar was ik een verworpeling, dolende in de wildernis. Nu heb ik een oase gevonden, een man die mij liefheeft. Ik kan hem niet laten gaan ; ik kan niet tegen hem liegen, hem niet bedriegen.” „Je bedroog de geheele wereld. Je vormde het plan zelf.” „Ik wist niet wat ik deed.” „Ik ook niet” snikte Violet. „Als ik alles voorzien had, zou ik je niet hebben laten doen wat je gedaan hebt. Ik zou bekend hebben.... als jij niet tusschenbeide gekomen was.” „Jij zei dat je jezelf van ’t leven berooven zoudt.” „Ieder meisje zegt dat,” riep Violet radeloos uit- „JU geloofde mij niet. Beken ’t maar. Jij was niet gek ! Als ik toen bekend had zou alles thans vergeten zijn. Je vraagt mij nu mijn huiselijk geluk ...” „Ik eisch ’t van je, lieve ! Ik moet thans eens om mijzelve denken ... en om John.” „Je drong ... je dwong mij in het paradijs van een gek en nu kom je . . .” Lois lei haar beide handen op haars zusters schouders. „Kun je nu ook niet een oogenblik om mij denken ?” — „Je bent zelfzuchtig. Jij . . . „Zelfzuchtig ? Ik ? Ben ik dat ooit geweest, Vi ?” „Neen ! Jij was altijd een engel. Ik heb altijd aan jou gedacht als aan een engel. Maar nu vraag je mij .... beveel je mij ... . dwing je mij om het vertrouwen van mijn man te ƒ• vernietigen.” z „Moet ik dan de straf voor jouw dwaasheid mijn geh
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1626 tot 1630 van 11897