|
PANORAMA 350
OEFENING VAN DEN VRIJWILLIGEN LANDSTORM.
Bijna 2000 vrijwillige landstorm-soldaten hebben gedurende twee dagen gekampeerd, geoefend en geschoten op het landgoed „Ockenburgh” bij Loosduinen. De vrijwillige landstorm toonde geheel
met het militaire leven vertrouwd te zijn en de manschappen maakten een uitstekenden indruk. Foto links geeft het uitrukken ; rechts ziet men een paar manschappen, die hun portie eten gehaald hebben
'om Toni, kleed je nu in vredesnaam aan !
’t Is waarachtig al bijna zes uur !”
Verstralen peuterde zenuwachtig aan zijn
boordenknoopje, dat’m telkens parten speelde.
Gebliksem 1 dat die Toni ook nou weer zoo
eeuwig zat te zeuren voor die toilettafel 1
Wat verwachtte ze dan toch eigenlijk van hem ? Dat hij een
speech zou afsteken? Een loflied zou zingen op het 12^-jarig
bestaan van hun echtvereeniging ? Groote
Mozes.1 dat moest er nog bijkomen! Hij
kón nu eenmaal niet huichelen, zou het ook
nooit leeren, zelfs niet op dezen gedenkwaardigen
dag.
Hij peuterde verder, vermaande nog eens,
iets zachter: „kom nu Toni !” maar ze bleef
doodkalm zitten. Haar lange, breede vingers
speelden nerveus met de flacons op de toilettafel,
overigens verried niets haar gejaagdheid.
Ze zat een heel stuk van Verstralen
af, aan ’t eind van de groote slaapkamer,
en hij kon daardoor niet goed de uitdrukking
van haar gelaat zien. Ze toonde hem
slechts een stukje van haar wang en een
lange streng van het gladde zwarte haar,
die over haar linkerschouder was gegleden ;
bovendien zag hij de aldoor spelende, groote
hand.
„Groote vrouw is ze toch!” dacht Verstralen
bijna met bitterheid.Eigenlijk niets liefs
aan,” philosopheerde hij, „groote handen,
groote voeten, breede schouders. Wonderlijk
toch, ik had best vooruit kunnen zeggen
dat ’t tusschen ons nooit goed zou gaan !
Niet om die grootte natuurlijk.........overigens
was ze vóór haar trouwen veel slanker en fijner, dat
is waar, maar wat de geestelijke harmonie betreft . . . .”
„Groote góden, Toni! Komt er nu nog wat van? Wacht
je ergens op ?”
Maar Toni speelde kalm verder en de haarlok bleef
onbeweeglijk over haar schouder hangen.
„Wat een humeur !” peinsde Verstralen verder . „En te
denken dat ik daar nu al 12A jaar mee rondtob! Een vrouw
is een eigenaardig wezen als ze probeeren wil een man te
vangen ! ’t Eene oogenblik koel en zoo stom als een visch,
’t andere oogenblik zóó in actie, dat je je niet weet te bergen
voor al haar liefdesbetuigingen. Ik houd niet van dat soort
stemmingen, vooral niet van de laatste ! Als een vrouw
ziet, dat ze haar man niet boeien kan, hoewel hij van zijn
kant toegevend is, dan moet ze zich in géén geval opdringen!
Er is niets stuitender in het leven dan een vrouw
die haar liefde wil opdringen. Bovendien heeft het de tegengestelde
uitwerking.”
„Mevrouw Verstralen, mag ik u beleefd doen opmerken
dat het tien minuten over zes is ? Om half zeven komt het
rijtuig en Uwe Genade is nog verre van gereed !”
De hand bleef spelen.
„Studeert u voor spfinx ? poseert u ?” vroeg Verstralen,
met zijn kalmste stemgeluid, dat echter met ieder woord
iets van die kalmte verloor. „Kan ik ook iets voor Uwe
Hoogheid doen? Gevoelt Uwe Majesteit zich niet wel?”
De hand rustte even, verdween, verscheen weer en pakte
behoedzaam de treurende haarstreng.
„Ik zal wel voortmaken, hoor hartelijke man !” klonk
het vanachter de toilettafel en Toni stond op.
„Hartelijke man ?” bromde Verstralen, „nee, hartelijk
ben ik nooit geweest en ’k zal het ook wel nooit worden.
Nuchter geboren, zal vermoedelijk nuchter sterven !”
„Heerlijk voor je vrouw !”
„Moet je dat nu zoo speciaal vandaag voelen ?” verbaasde
PASTOOR
J. J. J. v. d. BIESEN.
De Z.Eerw. HeerJ.J. J. v. d. BIESEN
ie Groot Zundert. hoopt den 31en
Mei zijn zilveren priesterfeest te
herdenken. — De ZeerEerw. Pater
Michaëi (in de wereld ARTHUR
KNIPP1NG uit Leuven, doch van
Nederlandsche ouders die thans te
PATER
MICHAËL KNIPPING.
A. DE BLOEME. t
Albert benoemd tot Ridder in de
Orde van de Kroon en tevens bevorderd
tot chef-aalmoezenier. Bovendien
werd hij gedecoreerd met
de Belgische Leopoldsorde. De Engelsche
Koning benoemde hem tot
Chevalier de St. George. terwijl hij
door President Poincaré benoema
werd tot Ridder van het Legioen van Eer. — Te Rotterdam
is dezer dagen overleden de heer A. DE BLOEME.
in leven directeur der Nieuwe Afrikaansche H. V. te
Rotterdam.
Roermond woonachtig zijn) van de orde der ongeschoeide
Carmelieten. die vanaf het begin van den oorlog als
militair aalmoezenier bij het Belgische leger te velde,
thans aan de Yser, werkzaam is, werd door Koning
zich Verstralen, „12^ jaar zijn we nu getrouwd en juist
op onze koperen bruiloft ga je je beklagen? Had dan ook
geen diner besteld voor al je kennissen, dat zou een massa
geld bespaard hebben !”
Hij had dadelijk spijt van zijn woorden, die hem zelf
eigenlijk nog meer pijnigden dan ze haar deden, maar hij
liet het niet merken. De eerste jaren van zijn huwelijk had
hij getreurd over zijn vervlogen illusies, vervolgens was hij
in opstand gekomen, nu berustte hij erin, zoo goed en zoo
kwaad als ’t ging, waarbij het noodige sarcasme hem hielp.
Toni ritste den kam door haar steile haren.
„Had ik ooit kunnen denken dat ik zóó’n koperen bruiloft
zou hebben !” jammerde ze plotseling.
De kam vloog over den grond, Toni viel weer op haar
oude plaats voor de toilettafel, liet haar hoofd erop neerzinken,
zoodat de haren aan weerszijden lange zwarte
wallen vormden langs haar zware armen.
Verstralen zette zich zuchtend op den rand van zijn bed
en gaf een nijdigen pats op zijn kussen, ’t Ging precies zooals
hij verwacht had : eerst stilte, dan storm ; de opklaring
zou ook wel komen, maar met dat al ging de tijd toch maar
om! Vooruit! dan maar weer eens met redeneeren geprobeerd!
„Waarom huil je nu eigenlijk ?” zei hij bedarend. „Ben
ik de schuldige ? Heb ik je onvriendelijk behandeld, onbeleefd
? Heb ik me niet genoeg uitgesloofd om alles voor dezer
dag in de puntjes te hebben, zoodat de wereld zich kan
koesteren in onze gulheid enz. ? Ben ik goed beschouwd niet
een voorbeeldig echtgenoot en vader ? Let ik er niet iederen
morgen op dat Pim zijn vingers niet in de boter steekt en
Zus haar melk niet over je damast gooit ? Me dunkt, dat je
in dat opzicht niet te klagen hebt! We hoeven er niet omheen
te draaien — en doen het ook niet — dat ons huwelijk eigenlijk
een heel klein beetje mislukt is, maar — heeft de buitenwereld
er ooit iets van gemerkt ? Hebben de menschen jouw
hartelijkheid niet bewonderd als ik op verjaardagen en met
Sint Nicolaas overladen werd met de meest
nuttige en onnuttige zaken ? en hebben ze
in mij niet gezien het toonbeeld van een
liefhebbend echtgenoot als ik je een gouden
armband vereerde, of een broche met echte
paarlen, of een Liberty-costuum dat me
een fabelachtige som kostte, of ’t nieuwste
model gasfornuis ? ? — Heusch Toni, je
hebt niet te klagen ! Zie je mij nu ooit zoo
woest doen ? Vrouwen hebben nu altijd van
die bijzondere kleppen om haar zenuwachtigheid
door te laten ontsnappen ! De man is
misdeeld in dat opzicht!”
Stilte. Verstralen keek op zijn horloge :
tien minuten voor half zeven.
„Kun je nu misschien ertoe besluiten je
aan te kleeden, Toni?”
Ze stond op, ging haar oogen betten aan
de waschtafel. Er zit tenminste voortgang
in. dacht Verstralen en hij raapte den
neergegooiden kam op, overhandigde hem
gracieus aan zijn vrouw.
„Als ’t je blieft!”
„Merci!” zei ze.
„Je hadt je moeten laten kappen !” zei
hij, schijnbaar geïnteresseerd naar het toiletmaken
kijkend.
„En dat vindt je zoo afschuwelijk als ik mijn haar gekapt
heb !” klonk haar gesmoorde stem.
„Werkelijk ? — ja, dat kan wel, maar op zoo’n dag als
deze !”
„’t Is toch geen fééstdag?” mokte ze.
„Zeker wel, lieve kind !” weerlegde hij allerbeminnelijkst,
„misschien voor ons niet, maar overigens voor heel onzen
familie- en kennissenkring ! Maar je hebt gelijk : ik zie je
liever met een ongefriseerd kapsel!”
Een rijtuig rolde voor, toen galmde luid de bel door het
huis. „Half zeven, precies op tijd is die vent !” loofde Verstralen.
Toni wilde schellen voor Dientje, om haar robe vast te
maken. „Laat maar, Toni!” vroeg-beval Verstralen, „ik
kan je immers helpen ?”
„O, als je wilt!” Ze trachtte het koel en onverschillig
te zeggen, maar hij hoorde er haar volgend humeur alweer
doorheen.
„Haha, de opklaring!” dacht hij triomfantelijk.
Hij was een handige kamenier, waakte er zorgvuldig voor
dat de haakjes in de goede oogjes kwamen. Aan ’t eind
MUZIEKCONCOURS.
Het Comité voor Ontwikkeling en Ontspanning van Gemobiliseerden hield cp den tweeden Pinksterdag te Arnhem
een door duizenden biigewoonden wedstrijd voor tijdens de mobilisatie gevormde militaire muziekcorpsen in de
provincie Gelderland. Onze foto geeft een groep van leden van het comité, juryleden en voorname genoodigden.
1. Gen.-Maj. Pop. 2. Mr. Dr. de Visser, Weth. der Gem. Arnhem. 3. Mr. Lugt, Secr. v. h. Comité. 4. Kapelm. Hantch.
DE FRIESCHE ELFSTEDENTOCHT.
Begunstigd door prachtig weer waren er Tweeden Pinksterdag voor het Hotel „De Klanderij”
te Leeuwarden, een vijftigtal deelnemers aanwezig voor den Frieschen Elfstedentocht. Een
dertigtal volbracht den geheelen tocht.
FEEST
|