Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1621 tot 1625 van 11897
Nummer
1915, nr.44, 31 mei. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 350 OEFENING VAN DEN VRIJWILLIGEN LANDSTORM. Bijna 2000 vrijwillige landstorm-soldaten hebben gedurende twee dagen gekampeerd, geoefend en geschoten op het landgoed „Ockenburgh” bij Loosduinen. De vrijwillige landstorm toonde geheel met het militaire leven vertrouwd te zijn en de manschappen maakten een uitstekenden indruk. Foto links geeft het uitrukken ; rechts ziet men een paar manschappen, die hun portie eten gehaald hebben 'om Toni, kleed je nu in vredesnaam aan ! ’t Is waarachtig al bijna zes uur !” Verstralen peuterde zenuwachtig aan zijn boordenknoopje, dat’m telkens parten speelde. Gebliksem 1 dat die Toni ook nou weer zoo eeuwig zat te zeuren voor die toilettafel 1 Wat verwachtte ze dan toch eigenlijk van hem ? Dat hij een speech zou afsteken? Een loflied zou zingen op het 12^-jarig bestaan van hun echtvereeniging ? Groote Mozes.1 dat moest er nog bijkomen! Hij kón nu eenmaal niet huichelen, zou het ook nooit leeren, zelfs niet op dezen gedenkwaardigen dag. Hij peuterde verder, vermaande nog eens, iets zachter: „kom nu Toni !” maar ze bleef doodkalm zitten. Haar lange, breede vingers speelden nerveus met de flacons op de toilettafel, overigens verried niets haar gejaagdheid. Ze zat een heel stuk van Verstralen af, aan ’t eind van de groote slaapkamer, en hij kon daardoor niet goed de uitdrukking van haar gelaat zien. Ze toonde hem slechts een stukje van haar wang en een lange streng van het gladde zwarte haar, die over haar linkerschouder was gegleden ; bovendien zag hij de aldoor spelende, groote hand. „Groote vrouw is ze toch!” dacht Verstralen bijna met bitterheid.Eigenlijk niets liefs aan,” philosopheerde hij, „groote handen, groote voeten, breede schouders. Wonderlijk toch, ik had best vooruit kunnen zeggen dat ’t tusschen ons nooit goed zou gaan ! Niet om die grootte natuurlijk.........overigens was ze vóór haar trouwen veel slanker en fijner, dat is waar, maar wat de geestelijke harmonie betreft . . . .” „Groote góden, Toni! Komt er nu nog wat van? Wacht je ergens op ?” Maar Toni speelde kalm verder en de haarlok bleef onbeweeglijk over haar schouder hangen. „Wat een humeur !” peinsde Verstralen verder . „En te denken dat ik daar nu al 12A jaar mee rondtob! Een vrouw is een eigenaardig wezen als ze probeeren wil een man te vangen ! ’t Eene oogenblik koel en zoo stom als een visch, ’t andere oogenblik zóó in actie, dat je je niet weet te bergen voor al haar liefdesbetuigingen. Ik houd niet van dat soort stemmingen, vooral niet van de laatste ! Als een vrouw ziet, dat ze haar man niet boeien kan, hoewel hij van zijn kant toegevend is, dan moet ze zich in géén geval opdringen! Er is niets stuitender in het leven dan een vrouw die haar liefde wil opdringen. Bovendien heeft het de tegengestelde uitwerking.” „Mevrouw Verstralen, mag ik u beleefd doen opmerken dat het tien minuten over zes is ? Om half zeven komt het rijtuig en Uwe Genade is nog verre van gereed !” De hand bleef spelen. „Studeert u voor spfinx ? poseert u ?” vroeg Verstralen, met zijn kalmste stemgeluid, dat echter met ieder woord iets van die kalmte verloor. „Kan ik ook iets voor Uwe Hoogheid doen? Gevoelt Uwe Majesteit zich niet wel?” De hand rustte even, verdween, verscheen weer en pakte behoedzaam de treurende haarstreng. „Ik zal wel voortmaken, hoor hartelijke man !” klonk het vanachter de toilettafel en Toni stond op. „Hartelijke man ?” bromde Verstralen, „nee, hartelijk ben ik nooit geweest en ’k zal het ook wel nooit worden. Nuchter geboren, zal vermoedelijk nuchter sterven !” „Heerlijk voor je vrouw !” „Moet je dat nu zoo speciaal vandaag voelen ?” verbaasde PASTOOR J. J. J. v. d. BIESEN. De Z.Eerw. HeerJ.J. J. v. d. BIESEN ie Groot Zundert. hoopt den 31en Mei zijn zilveren priesterfeest te herdenken. — De ZeerEerw. Pater Michaëi (in de wereld ARTHUR KNIPP1NG uit Leuven, doch van Nederlandsche ouders die thans te PATER MICHAËL KNIPPING. A. DE BLOEME. t Albert benoemd tot Ridder in de Orde van de Kroon en tevens bevorderd tot chef-aalmoezenier. Bovendien werd hij gedecoreerd met de Belgische Leopoldsorde. De Engelsche Koning benoemde hem tot Chevalier de St. George. terwijl hij door President Poincaré benoema werd tot Ridder van het Legioen van Eer. — Te Rotterdam is dezer dagen overleden de heer A. DE BLOEME. in leven directeur der Nieuwe Afrikaansche H. V. te Rotterdam. Roermond woonachtig zijn) van de orde der ongeschoeide Carmelieten. die vanaf het begin van den oorlog als militair aalmoezenier bij het Belgische leger te velde, thans aan de Yser, werkzaam is, werd door Koning zich Verstralen, „12^ jaar zijn we nu getrouwd en juist op onze koperen bruiloft ga je je beklagen? Had dan ook geen diner besteld voor al je kennissen, dat zou een massa geld bespaard hebben !” Hij had dadelijk spijt van zijn woorden, die hem zelf eigenlijk nog meer pijnigden dan ze haar deden, maar hij liet het niet merken. De eerste jaren van zijn huwelijk had hij getreurd over zijn vervlogen illusies, vervolgens was hij in opstand gekomen, nu berustte hij erin, zoo goed en zoo kwaad als ’t ging, waarbij het noodige sarcasme hem hielp. Toni ritste den kam door haar steile haren. „Had ik ooit kunnen denken dat ik zóó’n koperen bruiloft zou hebben !” jammerde ze plotseling. De kam vloog over den grond, Toni viel weer op haar oude plaats voor de toilettafel, liet haar hoofd erop neerzinken, zoodat de haren aan weerszijden lange zwarte wallen vormden langs haar zware armen. Verstralen zette zich zuchtend op den rand van zijn bed en gaf een nijdigen pats op zijn kussen, ’t Ging precies zooals hij verwacht had : eerst stilte, dan storm ; de opklaring zou ook wel komen, maar met dat al ging de tijd toch maar om! Vooruit! dan maar weer eens met redeneeren geprobeerd! „Waarom huil je nu eigenlijk ?” zei hij bedarend. „Ben ik de schuldige ? Heb ik je onvriendelijk behandeld, onbeleefd ? Heb ik me niet genoeg uitgesloofd om alles voor dezer dag in de puntjes te hebben, zoodat de wereld zich kan koesteren in onze gulheid enz. ? Ben ik goed beschouwd niet een voorbeeldig echtgenoot en vader ? Let ik er niet iederen morgen op dat Pim zijn vingers niet in de boter steekt en Zus haar melk niet over je damast gooit ? Me dunkt, dat je in dat opzicht niet te klagen hebt! We hoeven er niet omheen te draaien — en doen het ook niet — dat ons huwelijk eigenlijk een heel klein beetje mislukt is, maar — heeft de buitenwereld er ooit iets van gemerkt ? Hebben de menschen jouw hartelijkheid niet bewonderd als ik op verjaardagen en met Sint Nicolaas overladen werd met de meest nuttige en onnuttige zaken ? en hebben ze in mij niet gezien het toonbeeld van een liefhebbend echtgenoot als ik je een gouden armband vereerde, of een broche met echte paarlen, of een Liberty-costuum dat me een fabelachtige som kostte, of ’t nieuwste model gasfornuis ? ? — Heusch Toni, je hebt niet te klagen ! Zie je mij nu ooit zoo woest doen ? Vrouwen hebben nu altijd van die bijzondere kleppen om haar zenuwachtigheid door te laten ontsnappen ! De man is misdeeld in dat opzicht!” Stilte. Verstralen keek op zijn horloge : tien minuten voor half zeven. „Kun je nu misschien ertoe besluiten je aan te kleeden, Toni?” Ze stond op, ging haar oogen betten aan de waschtafel. Er zit tenminste voortgang in. dacht Verstralen en hij raapte den neergegooiden kam op, overhandigde hem gracieus aan zijn vrouw. „Als ’t je blieft!” „Merci!” zei ze. „Je hadt je moeten laten kappen !” zei hij, schijnbaar geïnteresseerd naar het toiletmaken kijkend. „En dat vindt je zoo afschuwelijk als ik mijn haar gekapt heb !” klonk haar gesmoorde stem. „Werkelijk ? — ja, dat kan wel, maar op zoo’n dag als deze !” „’t Is toch geen fééstdag?” mokte ze. „Zeker wel, lieve kind !” weerlegde hij allerbeminnelijkst, „misschien voor ons niet, maar overigens voor heel onzen familie- en kennissenkring ! Maar je hebt gelijk : ik zie je liever met een ongefriseerd kapsel!” Een rijtuig rolde voor, toen galmde luid de bel door het huis. „Half zeven, precies op tijd is die vent !” loofde Verstralen. Toni wilde schellen voor Dientje, om haar robe vast te maken. „Laat maar, Toni!” vroeg-beval Verstralen, „ik kan je immers helpen ?” „O, als je wilt!” Ze trachtte het koel en onverschillig te zeggen, maar hij hoorde er haar volgend humeur alweer doorheen. „Haha, de opklaring!” dacht hij triomfantelijk. Hij was een handige kamenier, waakte er zorgvuldig voor dat de haakjes in de goede oogjes kwamen. Aan ’t eind MUZIEKCONCOURS. Het Comité voor Ontwikkeling en Ontspanning van Gemobiliseerden hield cp den tweeden Pinksterdag te Arnhem een door duizenden biigewoonden wedstrijd voor tijdens de mobilisatie gevormde militaire muziekcorpsen in de provincie Gelderland. Onze foto geeft een groep van leden van het comité, juryleden en voorname genoodigden. 1. Gen.-Maj. Pop. 2. Mr. Dr. de Visser, Weth. der Gem. Arnhem. 3. Mr. Lugt, Secr. v. h. Comité. 4. Kapelm. Hantch. DE FRIESCHE ELFSTEDENTOCHT. Begunstigd door prachtig weer waren er Tweeden Pinksterdag voor het Hotel „De Klanderij” te Leeuwarden, een vijftigtal deelnemers aanwezig voor den Frieschen Elfstedentocht. Een dertigtal volbracht den geheelen tocht. FEEST
PDF
Nummer
1915, nr.44, 31 mei. 1915
Blad
15
Tekst
351 PANORAMA GEWEST. GYMN.-UITVOERING Z.-HOLLAND. Op „Woudestein” te Rotterdam had den 2en Pinksterdag de Gewestelijke uitvoering plaats van het Nederl. GymnastiekVerbond. Hierboven een der zeer mooie vertoonde standen. van zijn taak gopide Toni haar hoofd achterover, zoodat het bijna op zijn schouder kwam ; haar oogen schitterden. „Zie je, nou bederft ze weer alles 1” schrok Verstralen, „ze moet zich niet opdringen 1” Maar hij deed alsof hij niets merkte van haar bedoeling. „Is het niet naar je zin ?” vroeg hij vriendelijk. Ze gaf geen antwoord, boog dadelijk haar hoofd weer terüg en even later ruischte ze naar beneden, gevolgd door haar man. „’n Leuk span toch wel !” vond Dientje, die vanuit een slaapkamerraam het bruidspaar instappen zag, „en ’k geloof nooit dat het een ongelukkig huwelijk is ! Zulk soort menschen laten nu eenmaal niet aan de buitenwereld zien, wat ze voor elkaar voelen !” „Wel mogelijk !” gaf de keukenmeid toe. Ze maakten een onberispelijken indruk op alle gasten, Toni en Verstralen, zooals ze dat trouwens altijd gedaan hadden. Toni leek een blijde bruid en voelde zich ook bijna zoo, tusschen al die feestmenschen; Verstralen een waardig bruigom. Maar toch, bij zijn entree in den ontvangsalon, met zijn vrouw aan zijn arm, moest hij héél, héél even de oogen sluiten als in plotselinge pijn. Hoe kwam hij hier ? Wat deed hij hier ? tusschen al die vreemde menschen en met die groote vreemde vrouw zoo vlak bij hem ? Waar waren zijn jeugd-idealen ? Maar het duurde niet lang ; hij opende zijn oogen, zag /ie vriendelijke gezichten, sommigen al betraand, hij hoorde muziek en toen zingen en hij begreep dat het feest begonnen was. Toen zag hij vlak vóór zich Zus staan, zijn vijfjarig dochterke, met verheerlijkte oogen. omdat ze óók even pa en ma mocht komen zien hier, vóórdat ze door de gouvernante naar bed gebracht werd en in een laatste vlaag van zijn weemoedsstemming vergat hij alles, liet zijn vrouw staan en pakte het kind in zijn armen, hardop snikkend in haar blonde krullen. En de menschen vonden het erg aandoénlijk en roemden hem naderhand nog meer als ideaal-man. Verstralen speechte dien avond gloeiend ; hij bezong den huiselijken haard, had het echter bijna uitsluitend over zijn kinderen en ook dat hij hoopte nooit in zijn plichten tegenK AATSEN. Te Witmarsum werd op Pinkstermaandag de Bondskaatswedstrijd gehouden, die door ongeveer 4000 personen bezocht werd. Aan den optocht werd door verschillende vereenigingen met vaandels deelgenomen. over Toni te kort te zijn geschoten of dit ooit in de toekomst te doen. De dames zaten met proppen in haar keel en Toni huilde dikke tranen ; zelfs in enkele mannenoogen schitterde het verdacht en iedereen was voldaan, behalve de spreker. Bij het naar huis rijden leunde Toni als een blok tegen Verstralen aan, maar hij had veel wijn gedronken en nevelig roesden hem de woorden door zijn brein : „Jaja, dat hoort er nu eenmaal bij. bij zoo’n feest!” JULIA FRANK. „Huistoe” met koopjes. De vischvrouw heeft bloemetjes in haar uitverkochte manden. PINKSTERDRIE Ootferdam heeft geen „hartjesdag’ en geen * ' feestweek bij Koninklijk bezoek, zooals Amsterdam. Het heeft geen uittocht naar ..lichtjes' op koninginneverjaardag zooals Den Haag. Het heeft geen historischen gedenkdag, zooals 3 October voor Leiden. Het heeft geen studentenfeesten. Het heeft geen kermis meer.... Maar het heeft toch een dag, die anders is dan de gewone dagen, één dag met een soort traditie. En dat is Pinksterdrie. Pinksterdrie is de R’damsche bloemendag. Niet een elegant en pikant „fêfe de fleurs . zooals het mondaine Parijs, met een uitverkoren „reine des reines*’, doch een „blommetjesdag” met een eigen karakteristiek. Een dag, waarop zoowat heel Rotterdam, en speciaal de volksklasse, zich van bloemen en planten in potten voorziet. Een dag. de eenige in het heele jaar, waarop ’n heer met wit vest en gekleede jas of in een licht costuum een strooien hoedje over straat kan loopen met ’n potje geraniums, zonder nageroepen te worden; waarop n modieuse dame met laag decolleté en splitrok zich over de markt kan bewegen en in haar victoria of auto plaats kan nemen, naast ’n paar planten, zonder bekijks te hebben. Een dag waarop iedereen met bloemen-in-pot sjouwt. De burgerjuffrouw drukt ze voorzichtig tegen haar zwartzijen jak. De struische meid uit het havenkwartier draagt ze achteloos onder den arm. De jonge moeder propt alle beschikbare' ruimte in den kinderwagen vol met geraniums of plaatst in het promenadewagentje een palm, zoodat er soms een aardige idylle ontstaat van baby-in-’t groen. Kleine kleuters torsen veel te zware planten, doch willen ze persé niet overgeven. De sleeper heeft ze in ’t voorbijrijden gekocht en zit tusschen twee potjes op den bok. De vischvrouw draagt ze mee in de uitverkochte manden. De Het Calandplein rondom de fontein op „blommetjesdag’’. Pinksterdrie. fuifnummers koopen twee of drie poften tegelijk, laten ze successievelijk in de cafés slaan, of, als ze ’s avonds thuiskomen zetten ze 1 e e g e potten voorzichtig op tafel: soms ook hebben ze de planten in hef knoopsgat en de poften op eikaars koppen stukgeslagen. Ja, op dezen dag koopt zelfs de straatjongen van zijn snoepcenten eerst een potje viooltjes van 3 centen en dan pas verdoet hij de rest aan roomijs of zuur. Op het Calandplein, rondom de bruisende fontein, wordt de „blommefjesmarkf gehouden. Straat en trottoir zijn op sommige plaatsen als ’t ware bepoot met planten en bloemen. Allemaal in poften dan. De venters schreeuwen de kromste verbasteringen der feestgangers de : twee, drk^bloemklein plekje' een Latijnsche namen met bravoure de lucht in. Naar vier, vijf kanten verkoopen ze te gelijk. 1 usschen’ de potjes door slingert zich een rij roomijswagens en stalletjes met zuur. „’n Cent een mop ’. „’n Cent ’n prik ”, ’n Cent voor een groote, zure augurk! Er is evenveel animo voor als voor de roomijswafels. Kinderen van amper twee jaar, in den kinderwagen nog. bijten er in en sabbelen er op, dat je er zelf bijna t zuur van krijgt. De ballonnen- en molen!jeskooplui schreeuwen oorverdoovend. n Kermis zonder kramen, midden in de stad. En al maar schuifelt de kooplustige massa door de nauwe paden. Zoo nu en dan breekt alleen een troepje regelmaat dier massa. Uitgedost met papieren bloemen en molentjes potten liefderijk omarmend, dansen ze op een dronkemans-cancan, vertrappen enkele potjes en betalen die met een grandioos gebaar. Doch dat is de minste zij van „blommetjesdag*’. De meesfen gaan vergenoegd met hun koopje, dat ’n balconnetje of kamer of alcoof sieren moet, huistoe. Zelfs de „diender van het Calandmonumenf“ doet vergenoegd zijn plicht. Die toch veel zwaarder is dan anders, want onafgebroken doet de jeugd, als hij aan den anderen kant is, stormaanvallen op den fonteinbak, om de verhitte hoofden, soms met pet en al, in ’t bruisende water te dompelen of den zoeten snoepsinaak weg te spoelen met een fikschen slok. ♦ * * Zoo is hef alle jaren. Zoo was ’t gelukkig ook nu. De zon brandde met tropische hitte, de verkoopers schreeuwden zich schor, de menschen dongen, verheugden zich op koopjes en sjouwden met poffen en potjes. De karakteristiek handhaafde zich. ondanks oorlog en mobilisatietijd. ’t Was een ouwerwetsche „Pinksterdrie”. Sommigen maken er een uitgaansdag van, echter „met bloemen!” Een fijne zure prik voor zijn snoepcenten, maar toch eerst bloemetjes gekocht voor thuis! De bestorming van de fontein als de „diender van het Calandmonument” aan den anderen kant is.
PDF
Nummer
1915, nr.44, 31 mei. 1915
Blad
16
Tekst
tarvuge - AnderrnpÜ mteriafon tipLuqen è\$£ Maurice )rin'; ftrunecJ^- »'*/“ i»v Moffió*''* iurL -J$leibuii? ~* Bres ï$%, ütnuü> rano Karlstadt' iei, lUMt Funfkirchart, DSare Essèl Turk Broa W/A, > O Csabt. ’N G zGED/N Arad Temes var OraadLi WA Golf v. Genmi. IJVORNO\ yossart Model) BOLC wrintdro \Rovenna \cirvia. . Rimint ■Qd/hals ^Cadjopa^o g ,JBl FLORENCE JPesoero -FO.r>c vCecina óini$a$lit A karlsburt R IJ Hermanstadt i'-" l .J /_ Tirgtrizt ( (Orsora. KronsLadt^ \*v'' Kmpolunt (BoèkQdr&sdh O Sardinië Ie Pte 5eu$ tori o Tunis o Stenaa \raillonica. ffongoneOrbelello Qj Q&Z^Jilerbo* Civho Vecdiï e < OS'Stil PeruQta AtKOna aLerelo 'rata Tera Aquita \QME Troont d€ r* Seht ntèo Apalado <£? bLosniezo. zromikf Waljewo' ^doulari irarróf n» wanfredonia And _r/ Ta ra^ m^^' BH Altomuro. Fason^f^f1 tPolenxa, * MattraBR/Nof 'iTMNret Antivart 1 p "P . rt> • »F ,' DuraidK “Z~ Übesyin J/,kub 'x-—5 Istib '« Bibotia ,f' • / salo/w iVald a_ wpêT /' '~J Drafirar La{°o$ sres I =È3 Jeres ‘ Kadq/a Corrifhano . cosenza Colrondl /v /5$^ T- d> Limnoff o%, Cepha/onia Arfbla Zarife, Sa/ona'aX& ^trt)3
PDF
Nummer
1915, nr.45, 3 juni. 1915
Blad
01
Tekst
No. 45 (49a) 3 Juni 15>1S. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers f 0.075 UITGAVE A. W. SIJTHDFF’S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, LEIDEN - RED. EN ADM. DDEZASTRAAT 1, TEL. 1. DE GEWONDEN AAN DE DARDANELLEN. Na voorloopig verbonden te zijn, worden de gewonden aan boord van de transportschepen gebracht, die hen dan weder naar Frankrijk of Engeland brengen.
PDF
Nummer
1915, nr.45, 3 juni. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 354 71. 71euff. „Zeilwedstrijd op het Brasemermeer.” „Winter". H. Heuff, door Herm. Pieck, ’anneer wij er op uit waren geweest om na de reproductie van Brandenburg’s werk, nu eens te toonen op welke verschillende wijzen de grafische kunst tot uiting kan worden gebracht, dan zouden wij wel geen gelukkigergreep hebben kunnen doen, dan door nu Heuff’s oeuvre aan de lezers van Panorama voor te leggen. Want hoewel beide zwart-witkunstenaars eigenlijk naar hetzelfde streven, is hun manier van werken toch gansch anders. Brandenburg Ti, 7feuff, is de rustige werker, die zonder al te zwaar te worden, geen onderdeel verwaarloost. Heuff, de vlugge schetser, die, schijnbaar op détail niet lettend, zijn impressie in vlotte lijnen weergeeft, heeft iets luchtigers. Het meest komen deze eigenaardigheden wel uit in het vlotte stuk „Zeilwedstrijd op het Brasemermeer”. Hoe gelukkig is de beweging getroffen en het opene van het verschiet. Ook de hier gereproduceerde ets „Napels”, bezit die rake teekenwijze. Wij kennen van Heuff een grootere prent, ook aan Napels ontleend, een straatgezicht door een breede poort bekeken. Deze bewijst hoe Heuff niet alleen voor zijn kleine etsen, welke hij met blijkbare voorliefde maakt, doch ook Grafische kunstenaars: H. Heuff voor zijn grooter werk, die vlug schetsende werkwijze volgt. De bloemenstudie „Fuchsia”, welke wij opzettelijk hier mede afbeelden, getuigt ervan, hoe raak Heuff zijn lijnen weet te zetten en hoe een ernstig werker hij is. Van een eenigszins ander karakter zijn de twee etsen „Antwerpsche Kerk” en „Winter”, (beide sterk verkleind). Maar ondanks de meerdere uitwerking van het gegeven verloochent de etser zijn aard hier niet; de rake opmerker en vlugge opzetter komt er in uit. Van Heuff zelf willen wij u eveneens iets vertellen. Zijn vriend Pieck teekende van hem -voor ons een goed gelijkend portret. Hij werd in 1875 in den Haag geboren, werkte aan de Teekenacademie aldaar en zette zijn studie onder leiding van Floris Arntzenius voort. Oorspronkelijk schilderde hij alleen. Eerst in 1908 begon hij de naald te hanteeren. En dit werk had spoedig zijn voorliefde. Zoo ontstonden de vele etsen in verschillend formaat, welke Heuff bekend maakten. Hij is ook een teekenaar van verdienste. In dezen schilder-etser heeft ons vaderlandsch landschap een warmgestemd vertolker, van wien nog heel wat goeds te verwachten is. L. E. KOS. H. Heuff. ,Antwerpsche Kerk”. Zijn zwart-wit-studies, door gekleurd krijt vaak verlevendigd, hebben een eigen karakter. *4* H. Heuff. , Fuchsia". H. Heuff. „Napels’’.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1621 tot 1625 van 11897