Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1606 tot 1610 van 11897
Nummer
1915, nr.42, 24 mei. 1915
Blad
15
Tekst
335 PANORAMA REGEERI N GS BROODIn den Haag hadden de ambtenaren, belast met de invulling en verificatie der broodkaarten, reeds den eersten dag handen vol werk. Een onafgebroken stroom van gegadigden kwam zich aan het bureau vervoegen. GEHEELONTHOUDERS-PROPAGANDA. Zondag 16 Mei hield de afdeling Amsterdam van de Nationale R.-K. Geheelonthoudersvereeniging van het R.-K. personeel van Spoor- en Traipwegen en van Gend & Loos een propagandadag. een enkele eens luider jubel aanhief, kwamen bijkans alle handen gelijktijdig op zijn mond terecht als even zoovele sourdines. „En nu aan den slag”, beval Jaap, terwijl hij fluks den kurketrekker greep. Ook wij brachten onze zakmessen te voorschijn en velden onze kurketrekkers. In een oogwenk waren de glazen volgeschonken, en een ieder koos : Port of Sherry, of borrel. In eenige rad gefluisterde woorden werd Jaap toegedronken.......... .. Als ware er niets geschied, met zoo onnoozele gezichten slopen wij ongemerkt de ontvangkamer weer binnen en KONINKLIJK BËZOEKAAN ROTTERDAM. H. M. de Koningin-Moeder bracht j.1. Woensdag een bezoek aan Rotterdam, waar door H. M. ook het van ’t Hoff-monument werd bezichtigd. verspreidden ons onder de menigte, om temidden daarvan een poosje ons te vervelen. Om oprecht te zijn, die menschen waren heel innemend en goedmoedig, hun gesprekken waren zelfs niet zonder verhevenheid, maar wij, mannetjes van de kletstafel, hadden niet den knobbel of het zintuig om hen te waardeeren. Af en toe verdween een onzer spoor loos, soms ook slopen eenigen gelijktijdig weg om in de kast van den overvloed zich een weinig te vertreden. En het aantal dergenen dat uitsneed vermenigvuldigde zich onrustbarend, en de duur van hun wegblijven werd beangstigend. Doch wat het zeerst ten hemel schreide, was onze aanwassende onverschilligheid of de geheel-onthoudende gasten onze onwettige slemppartij bespeuren zouden. Bij eiken terugkeer werden onze gang en gebaren vrijmoediger, bij elk heengaan spraken wij onbevangener over het doel van ons tijdelijk verdwijnen. Om ons henen begon men te mompelen. Men rook lont, of eigenlijk : men rook alcohol, want allengs verspreidden wij een krachtig drank-aroom, hetwelk wien niet drinken dadelijk opvalt. Onze gezichten werden een weinig rooder, de toch al eenigszins schuwe gladharige maagden maakten zich nog smaller dan zij reèds waren als ze langs ons henen gingen, en bezagen ons daarbij met(afgrijzen, als hadden wij een besmettelijke ziekte onder de leden. Veelzeggende blikken en gebaren van weerzin, van walging, van wanhoop, van opkomende waanzinnigheid werden gewisseld, veelbeduidende steken onder zoowel als boven water werden toegediend, maar het noodlottige van een dergelijken toestand was, dat hoemeer de verontwaardiging reden had om zich te luchten en zich ook luchtte, hoe minder wij, vlegelachtige jongelieden, ervan bespeurden. En het publiek schandaal werd gansch en al voltrokken toen de zachtzinnige schoonvader, die door de dames erop was uitgestuurd om het tooneel onzer misdaden op te speren, door ons met gejuich tot de onzen werd overgehaald. De goede man, zelf nog niet zoolang geleden bekeerd, zondigde uit zachtzinnigheid, evenals hij uit zachtzinnigheid glimlachte, en verder alles uit zachtzinnigheid deed. — „Drink uit, drink uit, Papa”, zoo klonken onze verleidende stemmen, en de oude heer willigde zachtzinnig dit verzoek in. „Geen ledige glazen, papa,” ginnegapte Jaap met een breeden mondgrijns, — „geen leege glazen. Schenk in.” — „Ledigheid is des duivels oorkussen,” gilde een an der. „Je blijft mensch,” verontschuldigde zich de gelukkige schoonvader, terwijl hij zich opnieuw inschonk. „Daar gaan jelui, vrienden,” begon hij dan te toosten, en hij voelde zich gelukzalig. „Hij is jong met de jongelieden” prees Jaap hem, terwijl hij hem voor het eerst (en misschien ook wel voor het laatst) van zijn leven over den bejaarden schedel aaide. „Hoerah,” joelden we — „driewerf hoerah voor Jaap en Jan .... Je heet immers Jan?” De eerbiedwaardige grijsaard bevestigde dit lachend, en een luid gejuich ontsteeg den jongelieden, die niet meer onder de gaspit bleven saamdringen, maar allengs de kast uitpuilden, en met een brutaliteit, een betere zaak waardig, schaamteloos door de gang, de vertrekken en portalen kuierden............ Lezers, ik schaam me eigenlijk om dit gruwelijk familieschandaal neer te schrijven, vooral omdat het waar gebeurd is en ik zelf erbij betrokken ben. En ik zal mij ook wel wachten u in onderdeelen het verloop van dit zoo te zeggen verloopen huwelijksfeest te schetsen. Ik volsta met de mededeeling dat een vriendelijke slaap zich kwam ontfermen over de boosdoeners, zij het ook op de meest ongepaste plaatsen, als de gang, de hangkast, den vloer in de ontvangkamer, de aanrecht in de keuken en erger nog, en zij terecht tot een aanfluiting voor de geheele familie en alle argelooze bezoekers waren ; en ik durf uwe goedertierenheid in te roepen, o vriendelijke lezers, voor dit snoode misdrijf, dat eigenlijk OPENING VAN HET 3e BO D DA E RT-TEH U IS TE AMSTERDAM. In de 2e Jan Steenstraat 102 is j.1. Woensdag het 3e Boddaert-tehuis geopend. Onder de aanwezigen bevonden zich o.a. burgemeester Tellegen, de dames Tellegen-Fock en Roëll, voorts verschillende dames-leden van het comité. Freule Boddaert heette de aanwezigen welkom en beschreef, hoe door de tehuizen de ouders nader tot het kind worden gebracht. Mej. A. Bouman van het 2er tehuis, herinnerde aan de goede zorgen van freule Boddaert voor het personeel en bood een vlag aan voor de Boddaert-tehuizen. zóó erg bedoeld niet was, en ik eindig met uwe vergiffenis ook voor mijzelven af te smeeken, u verzekerend dat ik me nooit of te nimmer meer voor zoo iets leenen zal. Job Steynen. A.C.v.WAGENINGENt Mr. K. POTT + Op 78-jarigen leeftijd is te ’s-Gravenhage overleden de heer A. C. VAN WAGENINGEN, oud-ass.-resident in Ned. Indië. — MR. fC POTT, een welbekende figuur in de sportkringen is op 30-jarigen leeftijd te Amsterdam overleden. DE BEZORGING VAN „PANORAMA” Waar de uitgevers en de redactie van „Panorama'' al het mogelijke doen, zooals door 2 maal per week verschijnen, enz., om de abonné’s steeds al het belangrijke nieuws zoo spoedig mogelijk te geven, stellen zij er natuurlijk grooten prijs op, dat ook de bezorging niets te wenschen overlaat. Mochten er derhalve geabonneerden zijn, die over het bezorgen klachten hebben, dan worden zij verzocht deze direct de Administratie van Panorama mede te deelen. Het adres is: Administratie van „Panorama” Doezastraat 1, 3, 5. Leiden.
PDF
Nummer
1915, nr.42, 24 mei. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 336 |gSk:::S DE NIEUWE MODE. O nze foto’s 1 en 2 geven een paar zeer aardig gegarneerde zomerhoeden (model Evans, foto Pierre). Foto No. 3 geeft een hoogsteenvoudig mantelcostuum met omgeslagen halskraag. Als versiering dienen alleen de knoopen en een eenvoudig ceintuur (model Evans, foto Pierre). Foto No. 4 is van een wit-laken mantelcostuum met modernen» hoogopstaanden kraag, knoopversiering en weggeslagen ceintuur, (model Marshall & Snelgrove, foto Pierre). Foto No. 5 brengt een donkerkleurig toilet met overkleed van bijpassende kleur. De rok is voetvrij gehouden; het langere overkleed geeft daarom een zeer eigenaardig cachet, dat de charme van het luchtige versterkt. Op lijf en rok is een eenvoudige garneering aangebracht (maison Buzenet, foto Manuel). NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr.43, 27 mei. 1915
Blad
01
Tekst
DE ITALIAANSCH-OOSTENRIJKSCHE OORLOG. Italiaansche infanteristen in volle oorlogsuitrusting vertrekken uit Rome, met bestemming naar het front.
PDF
Nummer
1915, nr.43, 27 mei. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 338 rol der artillerie in dezen oorlog is wel een zeer belangrijke. Geweldige artillerie gevechten gaan telkens aan de stormaanvallen der infanterie vooraf om graafwerk en versperringen op te ruimen, personeel en materiaal te vernietigen en ook tijdens de attaque zelf wordt door het zware wapen ai het mogelijke gedaan om het voetvolk, de koning van het slagveld, in zijn bovenmenschelijke taak te steunen. Of in dit helsche concert der artillerie de „Veld” het gewichtigste instrument is, dat de bediening bespeelt, zal eerst na den oorlog uitgemaakt kunnen worden, als meer betrouwbare gegevens ter beschikking staan. Want ook de middelbare en zware artillerie weren zich geducht. Evenwel, dit kan ook nü wel gezegd worden, dat niettegenstaande de aanwezigheid der grootere kanonnen op het slagveld, het veldgeschut niet gemist zou kunnen worden. In de eerste plaats is het de „Veld”, die onder alle omstandigheden, dank zij het geringe gewicht van het stuk en de bespanning van zes paarden, de infanterie overal kan volgen. Tevens stelt het kleine kaliber der veldartillerie (tegenwoordig p.l.m. 7.5 cM.) haar in staat een groot aantal projectielen mee te voeren, zoodat dit wapen aan de infanterie een vrij wel onbeperkten steun kan verleenen. Daartoe zouden de zwaardere kalibers niet bij machte wezen, omdat hun munitieuitrusting door de veel grootere projectielen uit den aard der zaak veel geringer is en zij eigenlijk ook alleen dienen tot het onder vuur nemen van speciale doelen. De „Veld” beschiet alles, kan alles beschieten, zoowel infanterie, cavalerie en artillerie als muurwerk, loopgraven en anderszins, al zal van zelf haar uitwerking op meer weerstandbiedende doelen beperkter zijn. Dat dit zoo is, blijkt wel uit de vereering, die de Franschen hun veldkanon, hun „soixante-quinze” toedragen, op welk kanon zij in het begin van den oorlog aangewezen waren, want toen was het met hun zwaar geschut maar armenlijk gesteld. Schitterend heeft dit geschut het er afgebracht. De infanterie en de „soixante-quinze” hebben eigenlijk den slag aan de Marne gewonnen. Waaraan danken wij nu de verhoogde beteekenis der Officier der veldartillerie in oude uniform. DE VELD-ARTILLERIE MET PENTEEKENINGEN VAN DEN SCHILDER S. M. LUIJT artillerie, speciaal der veldartillerie in dezen oorlog? Dit is voornamelijk te wijten aan het feit, dat het hedendaagsch geschut snelvuurgeschut is, d.w.z. dat één stuk in staat is in den zeer korten tijd van één minuut pl.m. 25 welgerichte schoten af te geven. En aangezien elk projectiel bij het springen op zijn beurt weer in een groot aantal scherven of kogels èn scherven wordt verdeeld, kan er in een korte spanne tijds een ontzettende hoeveelheid metaal naar den vijand worden geslingerd, waarvan haast iedere kogel en scherf het vermogen heeft een mensch of dier buiten gevecht te stellen. Het is dan ook dit reusachtig schietvermogen der moderne artillerie, waaraan zij haar beteekenis ontleent. Daarom zijn de tegenwoordige stellingen zoo sterk, omdat ze met zulke wapens worden verdedigd. De stormaanvallen moeten we’ verbloeden, wanneer de aanvaller er niet in geslaagd is de snelvuurkanonnen en machinegeweren van den verdediger te vernietigen. Vandaar de artilleriegevechten vóór den stormaanval om alles, wat zoo’n verdedigende stelling aan afwerende kracht bezit, te vernielen en haar zoodoende stormrijp te maken. Dat dit evenwel een moeilijk en dikwijls een onbegonnen werk is, spreekt van zelf, want de verdediger zal alles doen om kanonnen en mitrailleurs zoo gedekt mogelijk op te stellen. Dat is een der consequenties van het snelvuurgeschut, het zoó gedekt mogelijk opstellen der kanonnen. „Une artillerie vue est une artillerie perdue” zeggen de Franschen, en terecht. De hoeveelheid munitie, die in zeer korten tijd naar een doel geslingerd kan worden, is zoo groot, dat geen enkel ontdekt doel het in zoo’n hel kan uithouden. Wordt b.v. een aangespannen batterij door dit vuur verrast, dan is de uitwerking verschrikkelijk. Zelfs al slaagt ze er in de kanonnen in veiligheid te brengen, dan nog is haar gevechtswaarde voor geruimen tijd tot een minimum gereduceerd. Een aangespannen stuk. Voor alles moet dus de veldartillerie gedekt optreden. Een beeld der moderne artillerie is dan ook, dat de stukken absoluut verborgen opgesteld zijn achter een bosch, een dorpsrand, een dijk, zoodat de stelling door den vijand vanuit hooge terreinvoorwerpen niet ingezien kan worden. Wederkeerig zien de stukken ook niets van den tegenstander. Alleen de batterij-commandant, in een waarnemingsladder of een boom gezeten, dan wel op een toren of molen staande, ziet de doelen, die onder vuur genomen moeten worden. Door middel van nauwkeurig werkende richtinstrumenten en met behulp van .wiskunstige methodes, brengt hij de stukken in de richting, waarna bij deze in bedoelde richting achterwaarts een baak wordt uitgezet, ten opzichte waarvan de correcties, die de batterij-commandant commandeert, worden gegeven. Dus ook, terwijl de richters niets van het onder vuur genomen doel zien, heeft het schieten een vlot verloop, zelfs een veel vlotter verloop, dan wanneer dit wel het geval ware, omdat er nu geen vergissingen omtrent de juiste ligging der doelen kunnen plaats hebben en het richten op de baak oneindig vlugger gaat. Dit is het z.g. indirecte richten, terwijl vroeger het richten direct geschiedde. De batterij-commandant is dus de ziel, het oog van de batterij. Wordt hij weggeschoten, dan lijdt de batterij daardoor een zeer gevoelig verlies, gevoeliger dan wanneer een geheel stuk in de lucht geblazen zou worden. Want dit is nu ook weer een eigenaardigheid der moderne artillerie, dat niet zoozeer het aantal stukken eener batterij domineert als wel de hoeveelheid munitie, waarover men beschikt. Voert men bij een stuk de vuursnelheid zoo hoog op, dat het een vuurkracht ontwikkelt als gewoonlijk twee andere, dan is hiermee het verlies van een stuk tenminste tijdelijk opgeheven. Maar de dood van een batterij-commandant is een heel wat gevoeliger schok, die de batterij treft. Want het mag hier wel eens gezegd worden, dat het zeer moeilijk is om een uitstekend batterij-commandant te zijn. Alleen al wat de vuurleiding betreft, moet hij eischen in zich vereenigen, die verre van alledaagsch zijn. Hij moet bijzondere kalmte aan doortastendheid en slagvaardigheid paren. Een goed waarOfficier der veldartillerie in nieuwe uniform. nemingsvermogen zij zijn deel, maar vooral moet hij beschikken over wat de Franschen noemen ,,le coup d'oeil”. Bliksemsnel dient hij te beslissen, hoe hij een'doel onder vuur moet nemen, d.w.z. op de meest doeltreffende wijze. Want het is natuurlijk niet moeilijk er wat munitie uit te gooien, maar met een minimum munitie een maximum resultaat te bereiken, dat is de zaak. Hij moet als ’tware een soort schietkunstenaar zijn, die met de batterij kan goochelen zonder ooit zijn tegenwoordigheid van geest te verliezen. Dat deze. gaven sporadisch voorkomen, wie zal het ontkennen? En uitstekende batterij-commandanten zijn dan ook zeldzaam. Goede is natuurlijk een andere zaak. Om nu nog even op het munitie-vraagstuk terug te keeren, waarover tegenwoordig zooveel wordt geschreven en gewreven. Uit de voorgaande beschouwing zal wel duidelijk geworden zijn, dat deze kwestie elke andere overheerscht. Vandaar, dat slechts die organisatie een goede is, die rekening houdt met het beschikbaar stellen van een zoo groot mogelijke hoeveelheid projectielen. In de eerste plaats moet dan de Fransche genoemd worden, die voor de 4 stukken der batterij, 12 caissons in eerste linie beschikbaar heeft. Wij hebben voor de 3 stukken onzer oorlogsbatterij 7 caissons in voorraad. De Duitsche organisatie is zeer ouderwetsch, daar zij voor haar 6 stukken slechts 6 caissons in eerste linie heeft. Ten slotte willen wij nog vermelden, dat de gedekte opstelling der batterijen van zelf leidt tot het te hulp roepen der vliegers door de artillerie. Toen de vijandelijke batterijen niet meer werkzaam onder vuur genomen konden worden, omdat men ze niet zag, kregen aviateurs de opdracht de opstellingsplaats dier kanonnen uit te vorschen en zoo noodig haar fotografisch vast te leggen. Is die plaats eenmaal bekend, dan kan mede met behulp der vliegers, welke dan voor het waarnemen der schoten gebruikt worden, de opstelling onder vuur worden genomen. Derhalve heeft de veldartillerie zich ook de laatste uitvinding der techniek ten nutte gemaakt om haar infanterie zooveel doenlijk te steunen. Want reeds beschikte ze over uitnemende richt- en waarnemings-instrumenten, telefonen enz. Alles te samen genomen, heeft ‘ de veldartillerie zich ook in dezen oorlog op de eervolle plaats, die ze altijd onder de wapens innam, schitterend gehandhaafd. Een observatiepost.
PDF
Nummer
1915, nr.43, 27 mei. 1915
Blad
03
Tekst
339 PANORAMA ITALIË IN OORLOGSTOESTAND Naar schatting ongeveer 200.000 manifesteerende personen bewogen zich door de straten van Milaan, portretten en opschriften met zich dragende. Zij trokken naar het Duitsche Consulaat, doch werden door de politie tegengehouden. Ook in andere groote plaatsen hadden soortgelijke demonstratiefs plaats. Van de huizen wapperden de vlaggen. Voor de kathedraal te Milaan verzamelden zich de manifestanten en op het standbeeld van Garibaldi verdrongen zij elkander om dit te bedekken met kransen en bloemstukken.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1606 tot 1610 van 11897