|
PANORAMA 338
rol der artillerie in dezen oorlog is wel
een zeer belangrijke. Geweldige artillerie gevechten
gaan telkens aan de stormaanvallen
der infanterie vooraf om graafwerk en versperringen
op te ruimen, personeel en materiaal
te vernietigen en ook tijdens de attaque
zelf wordt door het zware wapen ai het mogelijke gedaan
om het voetvolk, de koning van het slagveld, in zijn
bovenmenschelijke taak te steunen.
Of in dit helsche concert der artillerie de „Veld” het
gewichtigste instrument is, dat de bediening bespeelt, zal
eerst na den oorlog uitgemaakt kunnen worden, als meer
betrouwbare gegevens ter beschikking staan. Want ook
de middelbare en zware artillerie weren zich geducht.
Evenwel, dit kan ook nü wel gezegd worden, dat
niettegenstaande de aanwezigheid der grootere kanonnen
op het slagveld, het veldgeschut niet gemist zou kunnen
worden. In de eerste plaats is het de „Veld”, die onder
alle omstandigheden, dank zij het geringe gewicht van
het stuk en de bespanning van zes paarden, de infanterie
overal kan volgen. Tevens stelt het kleine kaliber der
veldartillerie (tegenwoordig p.l.m. 7.5 cM.) haar in staat
een groot aantal projectielen mee te voeren, zoodat dit
wapen aan de infanterie een vrij wel onbeperkten steun
kan verleenen. Daartoe zouden de zwaardere kalibers niet
bij machte wezen, omdat hun munitieuitrusting door de
veel grootere projectielen uit den aard der zaak veel geringer
is en zij eigenlijk ook alleen dienen tot het onder
vuur nemen van speciale doelen.
De „Veld” beschiet alles, kan alles beschieten, zoowel
infanterie, cavalerie en artillerie als muurwerk, loopgraven
en anderszins, al zal van zelf haar uitwerking op meer
weerstandbiedende doelen beperkter zijn. Dat dit zoo is,
blijkt wel uit de vereering, die de Franschen hun veldkanon,
hun „soixante-quinze” toedragen, op welk kanon
zij in het begin van den oorlog aangewezen waren, want
toen was het met hun zwaar geschut maar armenlijk
gesteld. Schitterend heeft dit geschut het er afgebracht.
De infanterie en de „soixante-quinze” hebben eigenlijk
den slag aan de Marne gewonnen.
Waaraan danken wij nu de verhoogde beteekenis der
Officier der veldartillerie in oude uniform.
DE VELD-ARTILLERIE
MET PENTEEKENINGEN VAN DEN SCHILDER S. M. LUIJT
artillerie, speciaal der veldartillerie in dezen oorlog? Dit
is voornamelijk te wijten aan het feit, dat het hedendaagsch
geschut snelvuurgeschut is, d.w.z. dat één stuk
in staat is in den zeer korten tijd van één minuut pl.m.
25 welgerichte schoten af te geven. En aangezien elk
projectiel bij het springen op zijn beurt weer in een groot
aantal scherven of kogels èn scherven wordt verdeeld,
kan er in een korte spanne tijds een ontzettende hoeveelheid
metaal naar den vijand worden geslingerd, waarvan
haast iedere kogel en scherf het vermogen heeft een
mensch of dier buiten gevecht te stellen.
Het is dan ook dit reusachtig schietvermogen der moderne
artillerie, waaraan zij haar beteekenis ontleent.
Daarom zijn de tegenwoordige stellingen zoo sterk, omdat
ze met zulke wapens worden verdedigd. De stormaanvallen
moeten we’ verbloeden, wanneer de aanvaller er
niet in geslaagd is de snelvuurkanonnen en machinegeweren
van den verdediger te vernietigen. Vandaar de
artilleriegevechten vóór den stormaanval om alles, wat
zoo’n verdedigende stelling aan afwerende kracht bezit, te
vernielen en haar zoodoende stormrijp te maken.
Dat dit evenwel een moeilijk en dikwijls een onbegonnen
werk is, spreekt van zelf, want de verdediger zal alles
doen om kanonnen en mitrailleurs zoo gedekt mogelijk
op te stellen.
Dat is een der consequenties van het snelvuurgeschut,
het zoó gedekt mogelijk opstellen der kanonnen. „Une
artillerie vue est une artillerie perdue” zeggen de Franschen,
en terecht. De hoeveelheid munitie, die in zeer
korten tijd naar een doel geslingerd kan worden, is zoo
groot, dat geen enkel ontdekt doel het in zoo’n hel kan
uithouden. Wordt b.v. een aangespannen batterij door
dit vuur verrast, dan is de uitwerking verschrikkelijk.
Zelfs al slaagt ze er in de kanonnen in veiligheid te
brengen, dan nog is haar gevechtswaarde voor geruimen
tijd tot een minimum gereduceerd.
Een aangespannen stuk.
Voor alles moet dus de veldartillerie gedekt optreden.
Een beeld der moderne artillerie is dan ook, dat de
stukken absoluut verborgen opgesteld zijn achter een
bosch, een dorpsrand, een dijk, zoodat de stelling door
den vijand vanuit hooge terreinvoorwerpen niet ingezien
kan worden. Wederkeerig zien de stukken ook niets van
den tegenstander. Alleen de batterij-commandant, in een
waarnemingsladder of een boom gezeten, dan wel op een
toren of molen staande, ziet de doelen, die onder vuur
genomen moeten worden. Door middel van nauwkeurig
werkende richtinstrumenten en met behulp van .wiskunstige
methodes, brengt hij de stukken in de richting,
waarna bij deze in bedoelde richting achterwaarts een
baak wordt uitgezet, ten opzichte waarvan de correcties,
die de batterij-commandant commandeert, worden gegeven.
Dus ook, terwijl de richters niets van het onder vuur
genomen doel zien, heeft het schieten een vlot verloop,
zelfs een veel vlotter verloop, dan wanneer dit wel het
geval ware, omdat er nu geen vergissingen omtrent de
juiste ligging der doelen kunnen plaats hebben en het
richten op de baak oneindig vlugger gaat. Dit is het z.g.
indirecte richten, terwijl vroeger het richten direct geschiedde.
De batterij-commandant is dus de ziel, het oog van
de batterij. Wordt hij weggeschoten, dan lijdt de batterij
daardoor een zeer gevoelig verlies, gevoeliger dan wanneer
een geheel stuk in de lucht geblazen zou worden.
Want dit is nu ook weer een eigenaardigheid der moderne
artillerie, dat niet zoozeer het aantal stukken eener
batterij domineert als wel de hoeveelheid munitie, waarover
men beschikt. Voert men bij een stuk de vuursnelheid
zoo hoog op, dat het een vuurkracht ontwikkelt
als gewoonlijk twee andere, dan is hiermee het verlies
van een stuk tenminste tijdelijk opgeheven. Maar de dood
van een batterij-commandant is een heel wat gevoeliger
schok, die de batterij treft. Want het mag hier wel eens
gezegd worden, dat het zeer moeilijk is om een uitstekend
batterij-commandant te zijn. Alleen al wat de vuurleiding
betreft, moet hij eischen in zich vereenigen, die verre
van alledaagsch zijn. Hij moet bijzondere kalmte aan
doortastendheid en slagvaardigheid paren. Een goed waarOfficier
der veldartillerie in nieuwe uniform.
nemingsvermogen zij zijn deel, maar vooral moet hij beschikken
over wat de Franschen noemen ,,le coup d'oeil”.
Bliksemsnel dient hij te beslissen, hoe hij een'doel onder
vuur moet nemen, d.w.z. op de meest doeltreffende wijze.
Want het is natuurlijk niet moeilijk er wat munitie uit
te gooien, maar met een minimum munitie een maximum
resultaat te bereiken, dat is de zaak.
Hij moet als ’tware een soort schietkunstenaar zijn,
die met de batterij kan goochelen zonder ooit zijn tegenwoordigheid
van geest te verliezen.
Dat deze. gaven sporadisch voorkomen, wie zal het ontkennen?
En uitstekende batterij-commandanten zijn dan
ook zeldzaam. Goede is natuurlijk een andere zaak.
Om nu nog even op het munitie-vraagstuk terug te
keeren, waarover tegenwoordig zooveel wordt geschreven
en gewreven. Uit de voorgaande beschouwing zal wel
duidelijk geworden zijn, dat deze kwestie elke andere
overheerscht. Vandaar, dat slechts die organisatie een
goede is, die rekening houdt met het beschikbaar stellen
van een zoo groot mogelijke hoeveelheid projectielen. In
de eerste plaats moet dan de Fransche genoemd worden,
die voor de 4 stukken der batterij, 12 caissons in eerste
linie beschikbaar heeft. Wij hebben voor de 3 stukken
onzer oorlogsbatterij 7 caissons in voorraad. De Duitsche
organisatie is zeer ouderwetsch, daar zij voor haar 6
stukken slechts 6 caissons in eerste linie heeft. Ten slotte
willen wij nog vermelden, dat de gedekte opstelling der
batterijen van zelf leidt tot het te hulp roepen der
vliegers door de artillerie. Toen de vijandelijke batterijen
niet meer werkzaam onder vuur genomen konden worden,
omdat men ze niet zag, kregen aviateurs de opdracht de
opstellingsplaats dier kanonnen uit te vorschen en zoo
noodig haar fotografisch vast te leggen. Is die plaats eenmaal
bekend, dan kan mede met behulp der vliegers, welke
dan voor het waarnemen der schoten gebruikt worden,
de opstelling onder vuur worden genomen.
Derhalve heeft de veldartillerie zich ook de laatste uitvinding
der techniek ten nutte gemaakt om haar infanterie
zooveel doenlijk te steunen. Want reeds beschikte
ze over uitnemende richt- en waarnemings-instrumenten,
telefonen enz.
Alles te samen genomen, heeft ‘ de veldartillerie zich
ook in dezen oorlog op de eervolle plaats, die ze altijd
onder de wapens innam, schitterend gehandhaafd.
Een observatiepost.
|