Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1591 tot 1595 van 11897
Nummer
1915, nr.40, 17 mei. 1915
Blad
15
Tekst
319 PANORAMA H. M. de Koningin TROEPENINSPECTIE. inspecteert de troepen te Numansdorp. (foto Stranss’ KEGELEN. Op het concours, uitgeschreven door den Nijmeegschen kegelbond is het de kegelclub „De Kampioen” gelukt voor de derde maal den Beker te winnen, zoodat dit kegelpronkstuk thans voorgoed 't eigendom van „De Kampioen” is. dorp. Het was een rit van een tiental kilometers en toen ze aan het dorp kwam, was het reeds middag. Ze kende het plaatsje heel goed, was er meermalen met haar groom heengereden. Het had een schoone omgeving, en werd daarom druk door schilders bezocht. Zij herinnerde zich dat alles, terwijl ze het naderde en keek onderzoekend de weiden langs met het bosch op den achtergrond. Haar hart begon luider te kloppen. Het was toch eigenlijk een gewaagd ding, en toen ze eindelijk een artist ontmoette, die ijverig werkte, bleef ze eenige minuten besluiteloos zitten. Eindelijk steeg ze af en wandelde naar hem toe. Haar gelaat was doodsbleek en haar hart klopte wild in haar borst en toch kon ze hebben gelachen om het grappige van het geval, dat toch geen grap was. De schilder keek op, nam zijn pet af en ging toen weer ijverig aan het werk. Hij leek arm en haveloos, een tweederangs artist, die hard werken moest voor zijn schamel onderhoud en nimmer vooruit zou komen. Ze kuchte. ,,Mijnheer,” zei ze, „ik moet u spreken. Ik . . . ik ... o, ik ben in groote moeilijkheid en heb uw hulp noodig.” Hij was dadelijk opgerezen. „Tot uw dienst,” zei hij. „U weet niet wat het is 1” riep ze uit. „U weet niet wat ik van u verlang 1 Ik... ik”. Ze brak plotseling in een zenuwachtigen lach uit. „Ik wensch dat u mij trouwt 1” Hij staarde haar ten hoogste verbaasd aan en zag hoe een diep schaamrood haar lief gelaat overtoog. „O, ik weet dat het krankzinnig lijkt, maar ik kan ’t niet helpen, ’t Is de eenige weg. Het zal mijn leven verwoesten als u weigert. Ik zal u eeuwig dankbaar zijn.” Ze legde hem uit op ademloozen toon, waarom zij tot hem gekomen was met dit zonderlinge voorstel. Haar gelaat trilde van afkeer, toen zij van Jasper Dee sprak. De schilder zag dit en dat maakte dat hij later besloot te doen, zooals hij deed. „Dat is de reden,” eindigde zij. „Ik kan hem niet trouwen. Het zou mijn hart breken. En als u mij trouwen wilt en ... en.. . belooven mij nimmermeer te ontmoeten, dan .. . dan zal ik u tienduizend gulden geven.” De schilder staarde haar in de grootste verbazing aan. Zijn gelaat was plotseling zeer bleek geworden. Hij keek naar zijn schilderstuk op den kreupelen ezel, hij keek en dacht en eindigde met toe te stemmen. Tienduizend gulden! Het was meer dan hij noodig had. Hij had slechts een klein kapitaal noodig om te kunnen leven, tot hij beroemd was en dan .... Hij wendde zich weer tot haar. Ze zag er bijzonder lief uit met den diepen blos op haar wangen en de schitterende oogen, en hij werd met medelijden voor haar bevangen. Was het nobel tegenover haar? Hij aarzelde! Maar toen dacht hij aan haar afschuw voor Jasper en aan zijn eigen vooruitzichten. VOOR HET STEUNCOMITÉ. De bekende Belgische beeldhouwer W. Schoutelen heeft te ’s-Gravenhage een tentoonstelling geopend, waarvan 20 pCt. van de opbrengst ten bate van het Steuncomité komt. „Ik zal het doen als u volkomen zeker is van u zelf,” begon hij langzaam. „D heeft mij alleen noodig voor een ceremonie, natuurlijk. Ik zal u onmiddellijk daarna verlaten. Maar u moet toch de zekerheid hebben, dat ik niet reeds getrouwd ben!” Zij keek hem aan. „Als u mij zegt van niet, geloofikhet,” was haar antwoord. Hij bloosde en zijn lippen beefden. „Het is niet eerlijk, niet nobel,” zei hij, „maar... maar het geld verleidt mij. Met het geld kan ik een studiereis gaan doen, ik kan afwachten, het beteekent roem voor mij. Als u vastbesloten is, stem ik toe.” Zij was vastbesloten; toch stond hij erop een maand te wachten, om haar tijd tot beraad te geven, doch na verloop van die maand was ze nog even b loten. Zij trouwden dus op een morgen in alle stilte en na afloop der plechtigheid gingen ze elk huns weegs en van dien dag tot op dit oogenblik na vijf jaar had ze niets meer van hem gehoord. En nu onherroepelijk verbonden aan een man, dien ze slechts twee- a driemalen had gezien, begon die band haar loodzwaar te drukken en voelde zij zichzelve als een slavin. Zij zou nu nimmer kunnen trouwen, hoezeer ze het ooit zóu willen. En hoe kon zij eerlijke menschen ontmoeten en zich laten noemen bij een naam die een leugen was? Mevrouw Cassilas 1 En haar echtgenoot, waar was die ? Iedereen vroeg het haar natuurlijk en stuitte het haar hoe langer hoe meer tegen de borst te liegen, dat hij aan het schilderen was buitenslands. Ze was beu van alles en nu, plotseling, scheen het haar toe, dat hij een lafaard geweest was, een verachtelijke lafaard, om misbruik te maken van den gemoedstoestand van een jong onnadenkend meisje. Ze lichte het hoofd op en zag haar oude vriendin aan. „Hij was wreed, mij zoo aan mijn woord te houden I” weende zij. * * * Dienzelfden avond was er in het landelijk pension de drukte van een nieuwen gast. Deuren werden open- en dichtgeslagen, een portemanteau stond er in de hal en de reuk van een sigaar drong tot Enids zitkamer door. Ze trok haar neus op. „We zullen moeten vertrekken,” zei ze, „ik wil alleen zijn. Ik haat menschen 1” Mevrouw Maxwel ondervroeg de hospita wie de nieuw aangekomene was en voelde zich onaangenaam getroffen, toen ze hoorde dat het een schilder was uit Londen, Villiers genaamd. Wie kon weten wat hij te zeggen zou hebben van Cassilas ? Hij zou hem-zeker wel kennen. Ze werd onrustig en angstig en beschouwde Enid met bezorgden blik. ’t Was echt onaangenaam. Wat moesten ze doen? Hier blijven, kennis met hem maken en hem vragen of hij iets wist betreffende Cassilas ? Of was het beter heen te gaan ? Enid besloot te blijven. „Misschien als ... . als hij dood is, kan deze man het ons zeggen.” De eerste dagen wachtten de beide vrouwen tevergeefs op eenig teeken van den vreemdeling ; hij ging des morgens reeds heel vroeg uit voor zijn studies en kwam eerst laat thuis. Doch eindelijk zagen ze hem op een dag thuis komen. Het was een flinke man met donker haar en baard en een blauwen bril op. Boden wij onzen waarden lezers in 1914 een gezicht op het Hyacintenveld van de firma Joh. Guldemond & Zoon te Hillegom aan, thans geven wij van ’t zelfde plekje grond een schoon-zicht op een veld Darwin-tulpen. Schooner plekje als dit veld zal wel moeilijk aan te wijzen zijn in de bloembollenstreek. Darwin-tulpen onderscheiden zich van andere tulpen, zoowel van de vroegbloeiende als van de late tulpen, van de Breeders, van de Rembrandttulpen en alle andere species, door de kleur allereerst, wijl ze steeds éénkleurig zijn, voorzoover althans b.v. rosé in wit vervloeit. — Zij zijn over ’t algemeen zeer forsch van bouw, dragen hare bloemen, die veelal bokaalvormig zijn, op loodrechten stengel, die somtijds een hoogte van 80 c.m. bereikt, terwijl de bloembladen een wasachtig matten glans vertoonen en daardoor ’toog aangenaam aandoen. — Al zijn gele en zuiverwitte weinig of niet vertegenwoordigd, toch vindt men er een ongelooflijke massa kleurschakeeringen in. Zoo heeft men honderden soorten liggen tusschen ’t diepste rood en ’t schoonste karmijn, van het helderste lila tot het donkerste purper. Zwart zou men er enkele kunnen noemen, tooverden de helle zonnestralen nog niet een tikje violet voor den dag. Onder deze kleur is La tulipe noire nog wel degeen die ’t meest ’t zwarte nadert, al geven namen als Niger en Zulu reeds aan, dat ook deze mede dingen; de Zulu is dan ook werkelijk blauw-wit. De plant van La tulipe noire is zeer stevig, massief zou men geneigd zijn te zeggen, de bloemstengel die bij groote bollen bijna een middellijn van 1 c.m. heeft, draagt trotsch zijn groote bloem, wier bloembladen drie aan drie resp. rechtop en beschermend, half cirkelvormig omgebogen liggen bij zonnige dagen. Onmiddellijk naast deze, staat zeker de eveneens donkere „Faust”, die zelfs in hoogte van den stengel en grootte der bloem de eerste overtreft. Majestueus verheft ze zich en wiegt ze zich bij eik windje. Van breken door wind, hij mag nog zoo hevig zijn, is bij Darwintulpen geen sprake.
PDF
Nummer
1915, nr.40, 17 mei. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 320 „Hij zou een knap gezicht hebben,” meende Enid, „als hij niet dien afschuwelijken brtl
PDF
Nummer
1915, nr.41, 20 mei. 1915
Blad
01
Tekst
EEN STRAATTOONEEL IN LONDEN TIJDENS DE ANTI-DUITSCHE OPSTOOTJES. De politie trad krachtdadig op en hieraan is het wel te danken dat erger gebeurtenissen voorkomen zijn.
PDF
Nummer
1915, nr.41, 20 mei. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 322 KONING VICTOR EMMANUEL III. houding van Italië zou ons misschien aannemelijker — om nu maar niet te zeggen: sympathieker — voorkomen, wanneer ’t nooit de (papieren) bondgenoot van OostenrijkHongarije en Duitschland was geweest, waar het trouwens minder natuurlijk bij aansluit dan bij de Latijnsche zusternatie Frankrijk. Zooals de zaken thans staan, komt het optreden van Italië voor den nuchteren toeschouwer hier op neer: in de letter van het bondgenootschap vond het een reden om in het conflict geen partij te kiezen. Maar na maanden lang als onzijdig toeschouwer den strijd der anderen te hebben aangezien, neemt het’t oogenblik waar dat Oostenrijk zich allerminst een nieuwen vijand kan veroorloven en dwingt om het loon voor zijn — onzijdigheid! Deze opvatting van politiek fatsoen lijkt zoo zonderling dat er misschien een verklaring maar zeker geen verontschuldiging voor gevonden kan worden. * * * De verklaring ligt voor een deel in den volksaard, die vatbaar is voor de groote woorden van fantastische woelgeesten, voor een deel ook in de sterke groep halve en heele politici die jaren lang het gevoel van miskenning en achteruitzetting hebben gevoed, waarvoor de Italiaansche harten zoo toegankelijk zijn, en daarbij de schuld op Oostenrijk geschoven hebben. Er wordt gewezen op Tyrol, op Trentino, de Kustplaatsen van Istrië en Dalmatië, op Triëst vooral, waar Oostenrijk over honderdduizenden Italiaansch sprekenden heerscht; er wordt daarbij vergeten dat historisch noch geografisch voldoende aanspraak op het bezit van die streken valt te maken, dat het vooral uit een practisch oogpunt zeer twijfelachtig is, of het bezit ervan voor een land, dat zich reeds in zooveel pijnlijke avonturen stak, op den duur een vreugde zal zijn — en meer is niet noodig om Italië de rol te doen spelen van den eeuwig miskende, door iedereen beroofde. Nu, of nooit! Bij de vredesonderhandelingen valt een buit te verdeelen; het zou toch al te erg zijn zoo Italië daarvan niets kreeg. En nu Oostenrijk de handen zoo vol heeft dat het licht iets vallen laat wanneer het slechts een duwtje krijgt, acht de oorlogspartij het oogenblik gekomen om toe te slaan. Maar eer dit gebeurt moet voor alles het nooit bevredigde, het altijd klagende in den Italiaan worden gewekt, moeten de oude wonden worden opengescheurd, die eigenlijk al lang en behoorlijk genezen waren. Het is in wezen hetzelfde wat Japan deed, maar veel gecompliceerder in uiting. De Japannees, in zijn minachting voor Europeesche begrippen van eer en recht, ging met een koel, eenvoudig cynisme te werk, waarvoor het geen schoonklinkenden naam zocht. De Italiaan, verbeeldingrijker, dramatischer, wijst jammerend op de bloeddruppels die uit zijn vermeende hartewond vloeien, en wil, als een dreinend kind, niet rusten eer het met schoone geschenken wordt getroost. Geschenken, die het afdwingt van Oostenrijk, wiens zwakheid van het oogenblik het maar al te goed kent. KONINGIN HÉLÈNE. bloedig uiteengescheurd wordt dan in vrede bijeen te zijn? Het kan niet anders of een vreedzaam Italië, dat, wijs en sterk, aan zijn innerlijke kracht, samenhang en welvaart had gewerkt terwijl andere volken elkaar vernietigden, zou tot den stap dien het thans doet, niet in staat zijn geweest; het zou er te groot voor geweest zijn. En zelfs indien het thans overwinningen mocht behalen en jvingewesten aan zijn gebied toevoegen, zal het, politiek en moreel, kleiner zijn geworden. * * * Er wordt ons in deze dagen een voorbeeld van zelfbeheersching gegeven, dat, evenmin als de man van wien het uitgaat, in zijn grootheid voldoende wordt gewaardeerd. President Wilson, die het voorrecht heeft niet alleen staatsman maar ook wijsgeer te zijn, heeft den moed gehad — en niet voor de eerste maal — de verhouding tusschen de eer en het levensgeluk eener natie binnen de juiste grenzen terug te brengen. Hij had daarbij aan een bijna overmachtigen drang van buiten weerstand te bieden, maar hij handhaafde zijn standpunt als een kloek, bezonnen man, die weet welk een grootheid er ligt in bedwongen toorn en ingehouden smart. Wat beteekent het of er nu ophitsende stemmen weerklinken die spotten met wat zij zijn zwakheid noemen? De geschiedenis zal van hem spreken als een heerscher die, zichzelf beheerschend, zijn volk voor een ramp behoedde. Wanneer Italië door zulk oen sterken geest was geleid, zou het schouwspel van een land, dat den vrede offert aan een waandenkbeeld aan de wereld bespaard zijn gebleven. OUD-MINISTER GIOLITTI, de verdediger van de neutraliteit van Italië. ANTONIO SALANDRA, de minister-president. Ook zonder een onzijdige, rustig toeziende houding te laten varen, kan men dit drijven weerzinwekkend noemen. Zonder er dezen naam aan te geven, heeft men in Duitschland de mogelijke gevolgen er van met practisch oog bekeken, er niet veel over gepraat, en Oostenrijk zonder omwegen geraden het groote kind dat gevaarlijke mes uit handen te nemen en het wat speelgoed er voor in de plaats te geven. Maar omdat het aangeboden geschenk niet groot en mooi genoeg is, wordt de gever met een houw over de vingers bedreigd 1 Het is waarlijk een weinig verheffend schouwspel, en ’t mag niet overbodig heeten het, hoe zacht ook, bij zijn naam te noemen, omdat onze meeningen en begrippen van billijkheid, recht en eer in dezen oorlog wonderlijke verschuivingen hebben ondervonden. Wanneer wij niet het gevaar willen loopen dat zich geheel averechtsche denkbeelden van menschelijkheid, rechtschapenheid en fatsoen in onze hersens gaan vastzetten, dienen wij zoo nu en dan onzen neutraliteitsbril even op te lichten en door onze eigen, scherpe oogen-van-vóór-den-oorlog te zien. Geen wetenschappelijke hersenverwildering van welken Nederlandschen professor met een Duitschen naam ook, mag ons meesleepen in het geloof dat ook het deelnemen van Italië aan den oorlog een „grootsch gebeuren” zou zijn. Het „deelnemen” van Italië aan den oorlog I De uitdrukking staat er alsof het de deelneming aan een gezelschapsspel of een buitenpartij ware . .. En toch wil dat meedoen van Italië niets minder zeggen dan opnieuw de slachting van honderdduizenden mannen, opnieuw de verwoesting van bloeiende landstreken en monumentale steden, opnieuw brand, dood, rouw, armoede over heel een volk! Zou er iemand zijn, die gelooft dat ’n volk dit w e n s c h t? Dat het de vernieling van zijn land verkiest boven de schoonheid er van? Dat het liever S. E. SIDNEY SONNINO, de minister van Buitenlandsche Zaken. ONBEVREDIGD ITALIË
PDF
Nummer
1915, nr.41, 20 mei. 1915
Blad
03
Tekst
323 PANORAMA ANTI-DUITSCHE RELLETJES IN LONDEN HET STUKSLAAN DER INBOEDELS TE LONDEN. De woede der Engelsche bevolking over het torpedeeren der „Lusitania” uitte zich in verschillende Engelsche steden in gewelddadigheden tegen Duitsche of Oostenrijksche inwoners. „WIJ ZIJN RUSSEN”, zoo schreef een inwoner van Salmon Lane op de blinden van zijn winkel om voor de wraak der woedende menigte gespaard te blijven. DE PROPAGANDA DOOR DE VROUW. Deze „Londensche schoone” gaat, voorzien van de Engelsche vlag, inkoopen doen, om daardoor haar sympathie en afkomst duidelijker aan te toonen. DE VERNIELING. Een Londensch agent op wacht voor een zwaar beschadigde woning. OP DE VLEESCHMARKT. De veehandelaren op de Smithfield-markt weigerden vleesch aan Duitsche slagers in Londen te verkoopen. DE BEREDEN POLITIE IN ACTIE. De politie maakte met kracht een einde aan deze relletjes, welke ook in de Engelsche pers sterk werden afgekeurd. NAAR DE INTERN EERINGSKAMPEN. De politie zag zich genoodzaakt verschillende personen van Duitsche of Oostenrijksche afkomst in hun eigen belang naar de interneeringskampen te brengen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1591 tot 1595 van 11897