Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1586 tot 1590 van 11897
Nummer
1915, nr.40, 17 mei. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA 314 Voor velen is het een zware gang. .. |en winderige ochtend in Maart. In de volksbuurt. Een klein joggie, amper vijf, sjouwend, schokkend en sleepend met ’n emmer, die veel te zwaar voor hem is. Om de tien passen rust ’t sjofele kereltje . .. Wanneer hij een stoep ziet, sjort hij daar den emmer heen en hijgt even wat uit. . . Dan gaat een smoezelig handje aarzelend naar den emmer. Het smalle snuitje onder de veel te groote pet buigt voorover. Voorzichtig wordt het deksel opgelicht, ’n Wolk etensdamp ‘omhult een oogenblik het tengere kopje heel en al. .. ’t deksel gaat dicht. En weer open. En nog eens . . . Als we ’m aanspreken en vragen, waar hij dat lekkere eten vandaan haalt, krijgt hij een kleur. Alsof hij betrapt is. Maar bij horten en stooten hooren we ’t toch. Elke twee dagen mag-ie daar (’t groezelige handje wees naar ’n gemeente-gebouw) eten komen halen. „Met de kaart” voegt hij er stellig bij. „Vroeger dee moeder ’t eten zelf, maar nou ’t oorlog was, niet. Zoo’n hoop menschen niet, die haalden ’t allemaal dè&r.” Dan sjouwt hij weer, ’n beetje haastig verder ... We kijken. En waarlijk, we z i e n nu den hoop menschen dien we eerst niet opmerkten. We zien nu een komen en gaan van speelsche kinderen en oude schuifelende vrouwtjes; van fiksche volksmeiden en moeders met twee, drie kinderen aan de rokken. En allen met ’n schaaltje of pannetje, openlijk of in ’n krant en onder ’n omslagdoek. „Als er geen couranten en tijdschriften met platen waren; dan merkte je hier niks van den oorlog.” We hoorden die uitdrukking eens van ’n welgedanen meneer tusschen een fikschen slok bier en ’n smakelijken trek aan z’n sigaar. We hoorden een uiting in dien geest van statige ambtenaren op de soos; van jongelingen op een sportterrein; van dames op ’n tea. En al hechten we geen onbetwistbare waarde aan de bewering van iemand, die in genoeglijke café-stemming is, noch aan die van ’n ambtenaar, die met rustige zekerheid z’n tractement ontvangt, noch aan die van jongelui en dames, welke langs het groote leven leven — er ligt toch een grond omdat de bioscopen geregeld vol zitten en een rentelooze leening van 125.000 gulden voor een sportterrein in 8 dagen, in deze tijden, volteekend was, maar omdat die grond van waarheid ligt in het niets merken. Er is geen oproer, neen, er zijn zeifs zoo goed als geen betoogingen, ook geen „bedelpartijen” op groote schaal. Maar de stille armoede, die geleden wordt, v-alt buiten de waarnemingsfeer van „het publiek”. Van den omvang der maatregelen, welke regeering en gemeente daartoe treft,' heeft men, behoudens het lezen van ’n bericht, geen flauw besef. Even rusten en kijken wat het menu voor vandaag is. Een voorproefje uit den goed gevulden ketel. Een van die maatregelen is de zorg voor eten voor duizenden, ’n Stad als Rotterdam lijdt enorm door den oorlog. Denk even na: nauwelijks !/4 van het gewone aantal schepen komt binnen! Hoevelen zijn daardoor niet plotseling zonder eenige inkomsten? Energiek als in dagen van vooruitgang, heeft het gemeentebestuur ingegrepen. Het armbestuur heeft het vraagsguk opgelost om dagelijks duizenden smakelijk, krachtig voedsel te verstrekken. Dat vraagstuk was tweeledig; le. een degelijke bereiding van zulk een reusachtige hoeveelheid en 2e. de verdeeling onder de behoeftigen. Eiken dag komt hij, trouw vergezeld door z’n hondje. De bereiding gebeurt met behulp van een grooten scheepsstoomketel. Om vier uur in den ochtend al wordt daarin stoom gemaakt. En als dan om vijf uur de kok, bijkok en de helpsters komen, jaagt de stoom a! gauw in 5 groote en 3 kleinere ketels, waarin te voren baal na baal erwten of rijst, honderden kilo’s beenderen, vleesch en zout zijn gedeponeerd. Zoo luidde b.v. het recept voor erwtensoep: 450 K.G. erwten, 100 K,G. rijst, 20 K.G. zout, 500 K.G. beenderen; 275 K.G. vleesch. Voor dat vleesch en die beenderen is dan ook onafgebroken een slager met helpers bezig aan het „uitbeenen”. Tegen negen uur moet de kokerij voleindigd zijn. Dan wordt uit de dampende reservoirs de spijs overgeschept in groote ketels. Buiten wachten de spoedwagens voor het vervoer van die ketels naar de acht uitdeelingslokalen. Hooi en stroo beletten tijdens den rit de afkoeling, zoodat alles, dampend en geurig als bij het vertrek, aankomt. En daar in die uitdeelingslokalen, kunnen zij, die onderstand vroegen en wier aanvragen door het armbestuur zijn ingewilligd, hun porties halen: 1 liter voor eiken man, liter voor een vrouw, l/2 liter voor een kind. Daar staan ze in de rij: de sjofele oude vrouwtjes met gerimpelde armoe-gezichtjes, en de speelsche kinderen ; de propere werkmansvrouw, die men nog de betere dagen kan aanzien en de afgesjouwde moeders met een kind op den arm en twee aan de rokken; de stevige bootwerker, z’n pannetje onder z’n jas en het schuifelende joodje om z’n portie kauscher vleesch. Daar merk je, niet uit couranten, maar door eigen aanschouwing de ellendige gevolgen van den oorlog, want naast de voldane dankbaarheid om het warme eten, is er een wrokkende bitterheid, om noodgedwongen levensbehoeften te moeten aannemen, welke door eigen krachten gewonnen werden en welke niet door eigen schuld verloren gingen. Daar merk je de zorg van de gemeente als gemeenschap en voel je den plicht voor die zorg ’n beetje sterker dan anders voor je zelf. V. DE UITDEELING DER SPIJZEN. De voeding der armen Verschillende typen, die van de verstrekte voeding gebruik maken.
PDF
Nummer
1915, nr.40, 17 mei. 1915
Blad
11
Tekst
315 PANORAMA Oostenrijksche troepen arriveeren ter inkwartiering in een dorp aan de Oostenrijksch-1 taliaansche grens. Bersaglieri (jagers) voorzien van rijwielen, zijn in de Italiaansche grensplaatsen gedetacheerd. Langs de wegen in de grensplaatsen ziet men voortdurend afdeelingen wielrijders. De Italiaansche generaals Di Majo en Peruchetti brengen een bezoek aan ’t vliegkamp. Groote afdeelingen Italiaansche infanterie trekken met muziek en vaandels door de straten. Treinen vol Italiaansche soldaten vertrekken elk oogenblik naar de Oostenrijksche grens. Langs de Oostenrijksch-Italiaansche grens heeft Oostenrijk op korte afstanden schildwachten geposteerd. Troepenbewegingen aan de Italiaansch-Oostenrijksche Grens
PDF
Nummer
1915, nr.40, 17 mei. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 316 OORLOGSNIEUWS UIT VERSCHILLENDE LANDEN PANORAMA VAN DE VESTING NAMEN. De Belgische vesting Namen is door de Duitschers weer geheel hersteld en gereed voor verdediging gemaakt. Ook de beroemde Pont de Jambes, die door de Belgen was opgeblazen, is wederom hersteld. De Feldwebel was ook juist een opname aan het maken toen onze foto genomen werd. DE TROUWE HULP DER MENSCHEN. Een Roode-kruishond wordt door een Oostenrijkschen veearts geopereerd. DE MANNEN NAAR HET FRONT. In verschillende bedrijven, o.a. de gasfabriek te Steglitz, zijn er vrouwen in dienst gesteld. DE OUDE CITADEL VAN NAMEN. Door de Duitsche bezettingstroepen worden alle ingangen van de oude citadel streng bewaakt. EEN WEVERIJ ALS KAZERNE. In een weverij in den omtrek van Yperen zijn de weefgetouwen gedeeltelijk weggeruimd en zijn er primitieve bedden voor in de plaats gekomen. IN DIENST DER GEWONDEN. Het groote gebouw bij de renbaan in het Grünewald bij Berlijn is ingericht voor gewonde Duitsche officieren. DE „GOLIATH" GETORPEDEERD. De „Goliath”, een der Engelsche pre-dreadnoughts, gebouwd in 1900, is bij de Dardanellen getorpedeerd. De bemanning telde 750 koppen, waarvan er waarschijnlijk 500 verongelukt zijn. DE ZEPPELI N-RAI D OP SOUTHEND. Een hoogst eigenaardige foto, die zoo duidelijk het resultaat van een der neergelaten brandbommen weergeeft.
PDF
Nummer
1915, nr.40, 17 mei. 1915
Blad
13
Tekst
317 PANORAMA DE „LUSITANIA”-SLACHTOFFERS TE QUEENSTOWN AANKOMST DER GEWONDEN. GERED? TREURENDEN. Vele der geredden van de Lusitania” kwamen ernstig Groote belangstelling was er voor de lijst der geredden, die door de Door de straten van Queenstown bewogen zich de geredden, gewond aan. Cunard-lijn gepubliceerdvele huilende om het verlies van verwanten. HET VERVOER DER SLACHTOFFERS. Onder de ,.Stars and stripes” der Amerikaansche vlag werd het stoffelijk overschot der Amerikaansche slachtoffers weggedragen. VOOR DE BEGRAFENIS DER SLACHTOFFERS. Wagens met doodkisten voor de omgekomen passagiers der „Lusitania” reden door de straten van Queenstown. REEDS DRIEMAAL GERED. ’n Stoker, Tone genaamd, heeft nu reeds drie groote rampen medegemaakt en is daarbij telkens gered, n.1. dien van de Titanic, de Empress of Ireland en de Lusitania. WONDERBAARLIJKE REDDING. De heer Julian de Avala, Cubaansch Consul-generaal te Liverpool, geraakte driemaal uit een reddingsboot te water, alvorens hij de boot bereikte, die hem aan land bracht. DE PLECHTIGE TERAARDEBESTELLING DER SLACHTOFFERS. In groote gemeenschappelijke graven zijn de genummerde kisten met de slachtoffers der „Lusitania” onder groote belangstelling ter aarde besteld. I
PDF
Nummer
1915, nr.40, 17 mei. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 318 □E BAMBOÊ-HOEDENINDUSTRIE IN N.O. INDIÊ. De grondstof voor deze hoeden wordt geleverd door de bamboe-tali, die in het wild groeit en dus zeer goedkoop is. De jonge, nog groene stengels worden met zorg gekozen en daarna, met gebruikmaking van slechts grove gereedschappen, in dunne reepjes gesplitst, zoodat dunne, buigzame linten ontstaan. Dit werk geschiedt in hoofdzaak door mannen (zie foto links), in tegenstelling met het vlechten der hoeden, dat meer door vrouwen en kinderen geschiedt (zie de foto rechts). ’N WANHOPIGE DAAD 3 et was lente, bijna zomer. De voorjaarswinden waren heen en het weer werd heerlijk warm, een ware zomerwarmte. Een jong meisje wierp de ramen van een groote boerenwoning open en keek naar buiten. Het was een slank meisje met zwart haar en donkere oogen, met een gelaat dat vol leven, jeugd en geluk wezen moest, doch in plaats daarvan bleek, lusteloos en kwijnend was. Ze zuchtte, haar hoofd buiten het venster, opdat de oude vrouw, die in de kamer zat te breien, het niet hooren zou. Niets ontging evenwel haar scherpe grijze oogen en haastig haar breiwerk neerwerpende, stond ze op en zei : ,, Kindlief, gelóóf je niet dat het verstandiger zou wezen om naar een badplaats te gaan. Het is hier saai; ja, ik weet ’t, natuurlijk, jij vindt ’t hier prettig, maar kindlief, je moet meer van het leven genieten. Je moet weer ontwaken! In de badplaatsen is het seizoep begonnen, er zijn' daar theaters en . . . .” Enid trok haar hoofd naar binnen en keerde zich om. „Ja, ja, Merie! Ik weet er alles van. Maar wat kan mij dat schelen, ik ben beu van alles, ik ben beu van iedereen.” „Maar waarom vga je dan niet naar huis?” vroeg zij. „Jammer van het mooie huis. En de dienstboden doen niets dan je opeten. Laat ons naar huis terugkeeren, daar zul je genoeg vinden waarin je belang stelt, en we zijn er al niet geweest, sinds . . . .” Enid huiverde. » „Neen, ik weet ’t,” zei ze zacht, „we zijn er niet geweest, sinds ik van mijzelve een dwaas gemaakt heb. O, ik weet het! En de gedachte alleen maakt me gek. Hoe kun je denken dat ik het verdragen kan, terug te gaan, te voelen dat iedereen mij aanstaart, te denken aan de praatjes die ze vertellen, te zien hoe ze elkander aanstooten — o, wat was ik een dwaas ! Wat was ik een dwaas !” Ze hield plotseling op met een snik. Mevrouw Maxwel kwam naast haar staan en legde de hand op haar schouder. „Lieve,” zei ze, „neem de zaak niet zoo tragisch op. Je was dwaas, ja lieve, heel, heel dwaas, maar je had niemand die je leiden kon. Denk hoe alleen je was en dan het geld . . . Het was verleidelijk.” „Verleidelijk ?” riep Enid uit. „Het was zoo verleidelijk, dat ik er mijn leven voor verwoestte. Geld was alles wat ik verlangde ! Het leven scheen ellendig zonder dat 1 En toen, ging ik —en deed dat!” Zij huiverde en wrong de handen in haar schoot. Haar donkere oogen stonden vol tranen. „Het leek toen zoo weinig ernstig,” zei ze, „en het was zoo gemakkelijk, bijna een grap. O, ik begrijp niet hoe ik het ooit als een grap kon opnemen. Maar ik was zoo onervaren en het was een schandelijk testament — afschuwelijk, misdadig!” Ze brak in snikken uit en verborg haar gelaat aan mevrouw Maxwels borst. „Nou, nou, lieve,” zei de oude dame, „laat ons trachten het kwaad zooveel mogelijk ten goede te keeren. Het is nu drie jaar geleden en we hebben sedert niets meer van hem gehoord. Misschien is hij dood, of stervende. Er is zeker iets met hem gebeurd. En bovendien er is nog zooveel om voor te leven, buiten den man.” OVERSTROOMING OP JAVA. Eenigen tijd terug werd door de zware buien, waardoor de rivier Tjepper te Solo op Java overstroomde, het bruggenhoofd van de spoorbrug te Tjepper ondermijnd. Het stortte in en slechts de rails bleven boven de rivier hangen. De brug was 16 meter lang en werd 50 jaar geleden gebouwd. Op de foto ziet men duidelijk met hoeveel kracht het water heeft huisgehouden. Beneden ziet men de noodbrug voor voetgangers, boven het monteeren van de nieuwe brug. Ze hield plotseling op, om haar ontroering niet te doen blijken, en keek snel naar het jonge meisje. In mevrouw Maxwel’s hart was een leegte, die niet meer gevuld kon worden, een leegte, ontstaan door het overlijden van haar man, vijf jaar geleden, en ze wist, in spijt van haar woorden, dat er zonder hem voor haar niets meer was in dit leven. Misschien voelde Enid iets van wat er in het gemoed van haar gezellin omging, want ze keek haastig op met haar wilde oogen. > „O maar jij weet wat een echtgenoot is voor de meeste vrouwen ! Jij weet hoe het een vrouweleven gelukkig maken' kan, terwijl ik . . . .” Ze hield op en lachte bitter. „Maar ik . . . .” ging ze voort. „Vervloekt is mijn leven door mijn dwaasheid en slechtheid. Want het was slecht, slecht een doode aldus te bedriegen !” Ze snakte naar adem. „Stil lieve!” suste mevrouw Maxwel. „’t Was zoo,” vervolgde Enid een weinig bedaarder. „Maar het was ook een slecht testament. Oom wist dat ik Jasper Dee haatte en daarom was het afschuwelijk ons te willen doen trouwen, zooals hij dacht dat gebeuren zou. Hij had niemand aan wien hij zijn geld kon nalaten, dan mij en daarom maakte hij de voorwaarde dat ik voor mijn meerderjarigheid getrouwd moest wezen. Hij wist wat hij daarmee bedoelde, iedereen wist het. Er was slechts één persoon en dat was Jasper. O, hoe kon hij zoo iets willen ?” Zij sidderde bij de herinnering aan hetgeen thans opnieuw haar geest bezig hield. Alle details kwamen haar weer duidelijk voor oogen. In het eerst had het haar niet zoo verschrikkelijk toegeleken. In haar eerste woede en wanhoop over haar ooms uitersten wil had ze kalm haar besluit genomen. Niets zou haar dwingen den gehaten Jasper te trouwen en niets zou haar verhinderen de erfenis te aanvaarden. Ze was groot gebracht in luxe en welvaart, hoe kon ze dan daarbuiten leven ? Haar jeugdig hart kromp ineen bij de gedachte aan de armoede die haar deel zou zijn als ze haar ooms fortuin niet erfde. Ze kon niet in haar eigen onderhoud voorzien en had slechts weinig vrienden. Ze was van af haar tiende jaar, sedert den dood harer ouders bij haar oom geweest, die haar zeer lief gehad had en het haar nimmer aan iets had laten ontbreken. Alleen bij zijn dood had hij haar wreed behandeld. Zijn testament was afschuwelijk geweest, zoo afschuwelijk, dat Enid er zich uit alle macht tegen verzet had. Ze was een dapper meisje en zonder vrees. Ze had nimmer voor iets behoeven te vreezen. Ze was vrij geweest, en gelukkig als een vogel in de lucht, totdat het testament hieraan een einde maakte. Zij en iedereen had gedacht, dat haar de nalatenschap zonder esnige restrictie zou zijn nagelaten, en iedereen was verwonderd. Enid was zeer terneergeslagen geweest en had dagenlang haar kamer niet verlaten, zich slechts aan haar verdriet en ergernis overgevende. Eindelijk had ze op een dag de zorgen van zich afgeschud en 1 evolen haar paard te zadelen. Toen de groom haar paard bracht tegelijk met het zijne, had ze hem weggezonden, zeggende dat ze alleen wilde rijden. Zij reed langs eenzame landwegen naar het naastbijzijnde UIT HET VLUCHTELINGENKAMP TE EDE. Enkele Amerikaansche dames van het Internationaal congres hebben een bezoek gebracht aan het Belgische vluchtelingenkamp te Ede. Foto links: Bezoek aan de werkkamer, waar de kleeren voor de bewoners worden gemaakt. De machines zijn een gift v. Rockefeller. Foto midden : Belgische jongens op weg naar school. Foto rechts: De Amerik. bezoeksters voor „Lustoord” in ’t Belgische kamp.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1586 tot 1590 van 11897