|
PANORAMA 304
— Zijn gelaat
een straal van
OUD DEN HAAG.
Binnenkort is er nabij den Haag (gem. den Haag) wederom een boerenwoning minder in deze schilderachtige
omgeving. Deze woning, de „Haagwoning”, dateert uit 1631 en wordt nu gesloopt om plaats te maken voor straten.
tracht haar te vinden.
willen af2weren?’
verhelderde door
hoop.
„En als ik dit deed, kleine Violette,
en dan aan het einde van dien
tijd je vroeg mij datgene te geven
wat ik jou allang geschonken heb,
je groote onvergankelijke liefde, wat
zou je dan antwoorden?”
„Als je mij die eer aandeed, zou
ik slechts één antwoord hebben. Je
hebt een aangeboren gave voor
muziek, dit zal je groot maken.
Als je nu nog een volkomen overwinning
op jezelven kunt behalen,
dan zul je steeds voor mij zijn de
grootste en nobelste man ter wereld!”
„Dat zal ik, omdat jij ’t mij
vraagt!” antwoordde hij. „En dan....
Doch stil, wat is dat voor een leven
in de straat?”
Hij liep naar het venster en naar
buiten ziende, zag hij beneden zich
een groote volksmenigte, schamel
gekleed, half verhongerd, mismaakt
door zwaren, slechtbetaalden arbeid.
Op ditzelfde oogenblik trad
Dietrick haastig de kamer binnen.
„Gauw!” riep hij uit. „Het volk
begint eindelijk te ontwaken. Duquesne
is aan het hoofd. Duquesne,
de schurk, die slechts rijp is voor
de bijl. Zij beschuldigen je dat je een spion bent in dienst
van den koning. Ik heb getracht hen te kalmeeren, doch
Duquesne schreeuwde slechts vervloekingen tegen jou uit
en zei dat je twee dagen geleden nog op audiëntie was bij
den koning. Ik heb hen gezegd dat het een leugen was!”
De Lisle stond daar onverschrokken.
„Een leugen ?” herhaalde hij. „Het is de waarheid!
Ik werd door mijn commandant naar het paleis gezonden
met een depêche.”
„De waarheid! Mijn God! Ze zullen je dooden!”
„Ik ben niet bang!”
Toen, zonder een woord meer te zeggen, ging hij naar het
raam, opende dit en stapte op het balkon. D^elijk steeg
een storm van verwenschingen uit de joelende .menigte op.
„Burgers van Straatsburg,” riep hij uit, „ik groet je!
Luistert!”
De slanke figuur, die daar een minuut lang stond als een
doelwit voor de steenen, die uit de woedende menigte
naar boven geworpen werden, scheen door de majesteit
van zijn tegenwoordigheid het bandelooze volk te imponeeten,
ten minste het gehuil stierf weg in een gemurmel.
En nu, met een hand op de borst, begon
Rouget de Lisle te zingen, zoodat zijn machtige
stem trilde over de duizendkoppige menigte
beneden hem in de straat en ieder man
ademloos luisterde, betooverd door den
rhythmus van het machtige lied, dat daar
over hen ruischte.
„Allons, enfants de la patrie,
Le jour de gloire est arrivé.
Contre nous de la tyrannie
L’étendard sanglant est levé.”
Een ander vers volgde en daarna weer een
ander en het volk stond daar, luisterende,
doodstil, tot het eindelijk na het laatste couplet
in een donderend gejuich uitbarstte en
onder het zingen van:
„Aux armes, Citoyens
Formez vos bataillons!”
heentrok de stad door. En overal klonk het
refrein van den oorlogszang, die spoedig als
„Marseillaise” heel Frankrijk in vlam zou
zetten.
Rouget de Lisle keerde in
de kamer terug. Een glimlach
van triumf om de lippen.
„Je ziet, ik heb overwonnen,”
zei hij tot Violette.
„Over een jaar, een
jaar na dezen dag zul je het
ook zeggen.”
FILM FABRICAGE.
Doordat er natuurlijk in de oorlogvoerende landen geen sprake van is dat films
uit vijandelijke landen mogen worden opgevoerd, moeten de neutralen in het
filmgebrek voorzien. Bovenstaande opname werd genomen in ’tCooi, waar
de film in scène werd gezet. Bouwmeester ziet men bij den hooiberg.
A. J. R. DE VREDE, t H. L.. BERCKENHOFF. W. M. WEYN E.
Voor eenige dagen is de gep. Luit.-Koi. en Prov. Adj. van Noord-Brabant, A. J. R. DE VREDE, overleden.
— De bekende journalist, de heer H. L. BERCKENHOFF, verbonden aan de Nieuwe Rotterdamsche Courant,
is 1 Mei uit het corps der medewerkers van dit blad getreden, al werden dan ook niet alle relaties verbroken.
— De heer W. M. WEYNE. de in den Haag algemeen bekende gymnastiek- en dansonderwijzer. herdacht
1 Mei j.1. onder groote belangstelling het feit, dat hij gedurende 40 jaar als zoodanig in de residentie werkzaam
was. Hem werd, daar in den crisistijd geen gouden medaille wordt ter beschikking gesteld, de zilveren
Gemeente-medaille verleend. (foto C. J. L. Vermeulen ).
Achttien maanden waren
sedert verloopen en Frankrijk,
het in stof getreden
Frankrijk was ontwaakt en
zou weldra het groote Frankrijk
worden, dat in het begin
der 19de eeuw van zich zou
doen spreken. Het volk bestond
niet langer uit slaven,
poppen die door Louis
behandeld werden zooals hij
het wenschte. En overal
door den- lande klonk het
lied dat Rouget de Lisle aan
de wereld geschonken had.
De schoone Violette had
hij niet meer ontmoet. Hij
had vernomen dat Dietrick,
de maire van Straatsburg,
het hoofd onder de guillotine verloren
had en dat het volk de
„Marseillaise” gezongen had. toen
hij stierf.
Ook Rouget de Lisle werd in
de gevangenis geworpen, onder
verdenking een royalist te zijn. Hij
wist evenwel te ontsnappen en lag
nu, aan hevige koortsen ten prooi
doodziek in een kleine boerenwoning
in de Alpen.
Hij opende de oogen op een
vroolijken zonnigen zomermorgen
en dronk van het water dat zijn
moeder hem in een beker voorhield.
„God zij gedankt!” zei zij. „Je
wordt beter! Kijk, hier is een roos,
door een eenvoudig boerenmeisje
gisteren voor je gebracht.”
Hij drukte een kus op de bloem.
„Van de kleine Violette,” mompelde
hij. „Niemand anders zou
mij een roos zenden, haar geliefkoosde
bloem.”
„Kleine Violette?” riep de vrouw
aan zijn zijde verwonderd uit.
„Wie is dat?”
Hij richtte zich op in bed.
„Er is slechts één vrouw waardig
dezen zoeten naam te dragen,” zei
hij. „De vrouw die ik het meest
bemin in de wereld. Ga heen en
Hemel! dat ik thans aan dit bed
gekluisterd ben, terwijl elke dag, elk uur uitstel haar mij
voor goed ontrooven kan.”
De oude vrouw boog zich tot hem over en luisterde naar
de beschrijving die hij van het jonge meisje gaf; daarna
verliet ze het vertrek onder belofte haar op te sporen, die
den vorigen dag de roos gebracht had.
Zij ging echter niet verder dan den tuin en daar staande
tusschen de bloemperken vervloekte zij het meisje, die
tusschen haar en haar zoon getreden was.
„Heb je haar gevonden?” vroeg De Lisle, toen zijn moeder
de kamer weer binnentrad.
„Helaas, neen! Ik kwam te laat! Zij heeft gisteren het
dorp verlaten.”
De Lisle viel achterover en kreunde, en eerst tegen den
avond viel hij in slaap.
Een maand later was hij eindelijk zoover hersteld, dat hij
alleen uit kon gaan.
Hij haastte zich naar het dorp, doch toen hij den
landweg afwandelde, hoorde hij van achter een haag
een welbekend lied, zijn lied, den strijdzang van het
volk.
Een oogenblik later stond hij van aangezicht
tot aangezicht tegenover zijn kleine’ Violette.
„Violette!” riep hij in de grootste verbazing
uit.
„Ze vertelden me dat je het dorp verlaten
had.”
„Dat kon ik niet zoolang jij er verblijf
hield,” antwoordde zij. „Ik heb je gevolgd
van uit Parijs.”
„Ik ben de gevangenis ontvlucht!”
„Ik weet het. Martel was dus te vertrouwen
!”
„Heb je hem omgekocht?” vroeg hij.
„En ik heb me tot op dit oogenblik
verbaasd afgevraagd, waarom hij mij zoo
behulpzaam was.”
„Een handvol goudstukken is een goed
tegengif tegen trouw.”
„Jij hebt mij dus gered!” zei hij haar
aan het hart drukkende.
EEN BELGISCHE COMMISSIE
voor Land- en Tuinbouw bezocht voor enkele dagen het Westland. Onze foto, genomen te Monster, geeft een groep der commissieleden. 1. Baron del
Marmol. 2. Baron Peers, président de la fédération intern, de Laiterie. 3. Baron de Snoy. 4. Baron de Rotsaert. 5. Monsieur Franssen. 6. De heer
van Weel. 7. De heer Wiersma. De heeren van Weel en Wiersma zijn aan deze commissie toegevoegd door den heer Dr. A. J. Swaving, inspecteur
in algemeenen dienst voor de zuivelbereiding.
..Herinner je je nog dien
dag in Straatsburg, toen je
beloofde mij je liefde te
schenken, als....”
„Als je overwon! En
je hebt overwonnen !” antwoordde
zij.
BELANGRIJK!
Door de Uitgevers van
PANORAMA zijn MAPPEN
verkrijgbaar gesteld,
om de nummers
te bewaren totdat zij gebonden
worden. Deze
Mappen, gemaakt naar
hetzelfde ontwerp als de
bekende prachtbanden,
zijn zoo vervaardigd, dat
men de nummers zonder
deze te schenden
erin bevestigen kan,
en op deze wijze dus het
beschadigen kan voorkomen.
De prijs bedraagt
slechts 50 Cents. Waar
geen boekhandelaar gevestigd
is, bestelle men
rechtstreeks aan:
A W. SIJTHOFF’s
UITG.-Mij. LEIDEN.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
|