Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1576 tot 1580 van 11897
Nummer
1915, nr.38, 10 mei. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 304 — Zijn gelaat een straal van OUD DEN HAAG. Binnenkort is er nabij den Haag (gem. den Haag) wederom een boerenwoning minder in deze schilderachtige omgeving. Deze woning, de „Haagwoning”, dateert uit 1631 en wordt nu gesloopt om plaats te maken voor straten. tracht haar te vinden. willen af2weren?’ verhelderde door hoop. „En als ik dit deed, kleine Violette, en dan aan het einde van dien tijd je vroeg mij datgene te geven wat ik jou allang geschonken heb, je groote onvergankelijke liefde, wat zou je dan antwoorden?” „Als je mij die eer aandeed, zou ik slechts één antwoord hebben. Je hebt een aangeboren gave voor muziek, dit zal je groot maken. Als je nu nog een volkomen overwinning op jezelven kunt behalen, dan zul je steeds voor mij zijn de grootste en nobelste man ter wereld!” „Dat zal ik, omdat jij ’t mij vraagt!” antwoordde hij. „En dan.... Doch stil, wat is dat voor een leven in de straat?” Hij liep naar het venster en naar buiten ziende, zag hij beneden zich een groote volksmenigte, schamel gekleed, half verhongerd, mismaakt door zwaren, slechtbetaalden arbeid. Op ditzelfde oogenblik trad Dietrick haastig de kamer binnen. „Gauw!” riep hij uit. „Het volk begint eindelijk te ontwaken. Duquesne is aan het hoofd. Duquesne, de schurk, die slechts rijp is voor de bijl. Zij beschuldigen je dat je een spion bent in dienst van den koning. Ik heb getracht hen te kalmeeren, doch Duquesne schreeuwde slechts vervloekingen tegen jou uit en zei dat je twee dagen geleden nog op audiëntie was bij den koning. Ik heb hen gezegd dat het een leugen was!” De Lisle stond daar onverschrokken. „Een leugen ?” herhaalde hij. „Het is de waarheid! Ik werd door mijn commandant naar het paleis gezonden met een depêche.” „De waarheid! Mijn God! Ze zullen je dooden!” „Ik ben niet bang!” Toen, zonder een woord meer te zeggen, ging hij naar het raam, opende dit en stapte op het balkon. D^elijk steeg een storm van verwenschingen uit de joelende .menigte op. „Burgers van Straatsburg,” riep hij uit, „ik groet je! Luistert!” De slanke figuur, die daar een minuut lang stond als een doelwit voor de steenen, die uit de woedende menigte naar boven geworpen werden, scheen door de majesteit van zijn tegenwoordigheid het bandelooze volk te imponeeten, ten minste het gehuil stierf weg in een gemurmel. En nu, met een hand op de borst, begon Rouget de Lisle te zingen, zoodat zijn machtige stem trilde over de duizendkoppige menigte beneden hem in de straat en ieder man ademloos luisterde, betooverd door den rhythmus van het machtige lied, dat daar over hen ruischte. „Allons, enfants de la patrie, Le jour de gloire est arrivé. Contre nous de la tyrannie L’étendard sanglant est levé.” Een ander vers volgde en daarna weer een ander en het volk stond daar, luisterende, doodstil, tot het eindelijk na het laatste couplet in een donderend gejuich uitbarstte en onder het zingen van: „Aux armes, Citoyens Formez vos bataillons!” heentrok de stad door. En overal klonk het refrein van den oorlogszang, die spoedig als „Marseillaise” heel Frankrijk in vlam zou zetten. Rouget de Lisle keerde in de kamer terug. Een glimlach van triumf om de lippen. „Je ziet, ik heb overwonnen,” zei hij tot Violette. „Over een jaar, een jaar na dezen dag zul je het ook zeggen.” FILM FABRICAGE. Doordat er natuurlijk in de oorlogvoerende landen geen sprake van is dat films uit vijandelijke landen mogen worden opgevoerd, moeten de neutralen in het filmgebrek voorzien. Bovenstaande opname werd genomen in ’tCooi, waar de film in scène werd gezet. Bouwmeester ziet men bij den hooiberg. A. J. R. DE VREDE, t H. L.. BERCKENHOFF. W. M. WEYN E. Voor eenige dagen is de gep. Luit.-Koi. en Prov. Adj. van Noord-Brabant, A. J. R. DE VREDE, overleden. — De bekende journalist, de heer H. L. BERCKENHOFF, verbonden aan de Nieuwe Rotterdamsche Courant, is 1 Mei uit het corps der medewerkers van dit blad getreden, al werden dan ook niet alle relaties verbroken. — De heer W. M. WEYNE. de in den Haag algemeen bekende gymnastiek- en dansonderwijzer. herdacht 1 Mei j.1. onder groote belangstelling het feit, dat hij gedurende 40 jaar als zoodanig in de residentie werkzaam was. Hem werd, daar in den crisistijd geen gouden medaille wordt ter beschikking gesteld, de zilveren Gemeente-medaille verleend. (foto C. J. L. Vermeulen ). Achttien maanden waren sedert verloopen en Frankrijk, het in stof getreden Frankrijk was ontwaakt en zou weldra het groote Frankrijk worden, dat in het begin der 19de eeuw van zich zou doen spreken. Het volk bestond niet langer uit slaven, poppen die door Louis behandeld werden zooals hij het wenschte. En overal door den- lande klonk het lied dat Rouget de Lisle aan de wereld geschonken had. De schoone Violette had hij niet meer ontmoet. Hij had vernomen dat Dietrick, de maire van Straatsburg, het hoofd onder de guillotine verloren had en dat het volk de „Marseillaise” gezongen had. toen hij stierf. Ook Rouget de Lisle werd in de gevangenis geworpen, onder verdenking een royalist te zijn. Hij wist evenwel te ontsnappen en lag nu, aan hevige koortsen ten prooi doodziek in een kleine boerenwoning in de Alpen. Hij opende de oogen op een vroolijken zonnigen zomermorgen en dronk van het water dat zijn moeder hem in een beker voorhield. „God zij gedankt!” zei zij. „Je wordt beter! Kijk, hier is een roos, door een eenvoudig boerenmeisje gisteren voor je gebracht.” Hij drukte een kus op de bloem. „Van de kleine Violette,” mompelde hij. „Niemand anders zou mij een roos zenden, haar geliefkoosde bloem.” „Kleine Violette?” riep de vrouw aan zijn zijde verwonderd uit. „Wie is dat?” Hij richtte zich op in bed. „Er is slechts één vrouw waardig dezen zoeten naam te dragen,” zei hij. „De vrouw die ik het meest bemin in de wereld. Ga heen en Hemel! dat ik thans aan dit bed gekluisterd ben, terwijl elke dag, elk uur uitstel haar mij voor goed ontrooven kan.” De oude vrouw boog zich tot hem over en luisterde naar de beschrijving die hij van het jonge meisje gaf; daarna verliet ze het vertrek onder belofte haar op te sporen, die den vorigen dag de roos gebracht had. Zij ging echter niet verder dan den tuin en daar staande tusschen de bloemperken vervloekte zij het meisje, die tusschen haar en haar zoon getreden was. „Heb je haar gevonden?” vroeg De Lisle, toen zijn moeder de kamer weer binnentrad. „Helaas, neen! Ik kwam te laat! Zij heeft gisteren het dorp verlaten.” De Lisle viel achterover en kreunde, en eerst tegen den avond viel hij in slaap. Een maand later was hij eindelijk zoover hersteld, dat hij alleen uit kon gaan. Hij haastte zich naar het dorp, doch toen hij den landweg afwandelde, hoorde hij van achter een haag een welbekend lied, zijn lied, den strijdzang van het volk. Een oogenblik later stond hij van aangezicht tot aangezicht tegenover zijn kleine’ Violette. „Violette!” riep hij in de grootste verbazing uit. „Ze vertelden me dat je het dorp verlaten had.” „Dat kon ik niet zoolang jij er verblijf hield,” antwoordde zij. „Ik heb je gevolgd van uit Parijs.” „Ik ben de gevangenis ontvlucht!” „Ik weet het. Martel was dus te vertrouwen !” „Heb je hem omgekocht?” vroeg hij. „En ik heb me tot op dit oogenblik verbaasd afgevraagd, waarom hij mij zoo behulpzaam was.” „Een handvol goudstukken is een goed tegengif tegen trouw.” „Jij hebt mij dus gered!” zei hij haar aan het hart drukkende. EEN BELGISCHE COMMISSIE voor Land- en Tuinbouw bezocht voor enkele dagen het Westland. Onze foto, genomen te Monster, geeft een groep der commissieleden. 1. Baron del Marmol. 2. Baron Peers, président de la fédération intern, de Laiterie. 3. Baron de Snoy. 4. Baron de Rotsaert. 5. Monsieur Franssen. 6. De heer van Weel. 7. De heer Wiersma. De heeren van Weel en Wiersma zijn aan deze commissie toegevoegd door den heer Dr. A. J. Swaving, inspecteur in algemeenen dienst voor de zuivelbereiding. ..Herinner je je nog dien dag in Straatsburg, toen je beloofde mij je liefde te schenken, als....” „Als je overwon! En je hebt overwonnen !” antwoordde zij. BELANGRIJK! Door de Uitgevers van PANORAMA zijn MAPPEN verkrijgbaar gesteld, om de nummers te bewaren totdat zij gebonden worden. Deze Mappen, gemaakt naar hetzelfde ontwerp als de bekende prachtbanden, zijn zoo vervaardigd, dat men de nummers zonder deze te schenden erin bevestigen kan, en op deze wijze dus het beschadigen kan voorkomen. De prijs bedraagt slechts 50 Cents. Waar geen boekhandelaar gevestigd is, bestelle men rechtstreeks aan: A W. SIJTHOFF’s UITG.-Mij. LEIDEN. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr.39, 13 mei. 1915
Blad
01
Tekst
No» 39 (46a) 13 Men 1915. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers ff 0.075 UITGAVE A. W. SDJTHGFF’S UITQEVERS=MAATSCHAPPU, LEIDEN = RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. Kapitein T. W. Turner (W.T.) HET SLOEPENDEK VAN DE GETORPEDEERDE „LUSITANIA”.
PDF
Nummer
1915, nr.39, 13 mei. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA De „Lusitania” getorpedeerd 506 n scherper sprekend opschrift van slechts drie woorden is er uit te denken dan dit. Het zegt in zijn kortheid zóó veel, dat geen lange verhandelingen er het verschrikkelijke en diepschokkende van kunnen vergrooten. De „Lusitania" getorpedeerd! Dat is de volle omvang aangegeven van de geordende ongeordendheid, welke men oorlog noemt. De „Lusitama ' getorpedeerd! Dat is de krachtigste illustratie van het klein menschelijke in het groot menschelijke. Maar ’t is meer’ Zoo krachtig en veelzeggend is deze, tot opschrift geworden uitroep, dat zelfs de omschrijving van hetgeen er in opgesloten ligt niet in enkele kolommen druks is te omperken. De „Lusitania" getorpedeerd, dat is wel de krachtschok, die alles wat wij tot nu toe in dezen oorlog meemaakten, overtrof. Dat vestingen vielen, veldslagen zich ten gunste van de een of andere partij keerden, doorbraken mogelijk bleken, beroerde ons, doch wij namen die berichten toch met andere gevoelens in ons op. „De „Lusitania" getorpedeerd", gaf ons een nieuwe sensatie. * * ♦ Waarvoor wij zeker niet dankbaar zijn. * * ♦ De menschheid is tot op heden maar heel weinig gelukkig geweest met haar geweldige zeekolossen. De ramp van de „Titanic” ligt ons nog te versch in het geheugen, dat wij bij het hooren van het „Lusitania”-verlies ook hieraan niet zouden denken, maar ondanks deze tegenspoeden moet men met de diepste bewondering vervuld zijn voor de scheppingskracht van den mensch, die rot het bouwen van zulke werken in staat is. En laten wij liever onze aandacht geven aan dat vermogen van tot stand brengen, dan al maar door te peinzen over de vérstrekkende kracht der vernieling. Wij moeten immers in ons zelf den lust en het vertrouwen houden om het opbouwen als onze hoogste menschtaak te blijven beschouwen ; wij mogen ons niet laten verslappen door overwegingen, welke, na gebeurtenissen als die met de „Lusitania”, ons onwillekeurig neerdrukken. Want zulke evenementen zijn ten slotte, hoe vreeselijk ook, toch voorbijgaand. Het andere, het opwerken, het opbouwen is het blijvende, waarnaar de toekomst ons weer terug zal brengen. * * ♦ De Cunard-lijn, welke de gezonken boot in de vaart bracht, bestaat dit jaar juist 75 jaren en haar geschiedenis is nauw verbonden met de ontwikkeling van den modernen scheepsbouw. Men behoeft slechts haar eerste schip met de latere aanwinsten te vergelijken en men vindt voor deze stelling onmiddellijk het bewijs. De „Brittania”, die 1840 in zee ging, mat 1154 ton. De ,,Lusitania” 32000! Spreken deze cijfers of doen ze het niet, vriendelijke lezers! Wij gaan hier geen beschrijving geven van de luxe dezer groote drijvende hotels. Wij zouden dan slechts in den superlatief kunnen spreken. De reizigers kunnen er al de verfijning in vinden, die hun weelderige verlangens begeeren. Maar het „put money in your pocket” is een les, die zij als contra-beleefdheid niet te vergeten hebben. Een eerste-klasse passagier op een boot als de „Lusitania” stelt geen burgermans-eischen, dies wordt ook van hem geloofd, dat men ook van hem geen kleine verwachtingen behoeft te koesteren. DE „LUSITANIA”. Onze foto van de getorpedeerde boot is daarom zoo interessant, omdat zij indertijd genomen werd. terwijl de boot de rotsen van Old Head of Kinsale (iersche kust) passeerde. En juist op 8 mijlen afstand van dit punt had de torpedeering plaats. Wij hebben de opname ontleend aan de gegevens, ons door het agentschap der Cunard-Line verschaft. DE EERSTE K LASSE-S A LO N . Deze foto geeft een goed beeld van de weelde, welke aan boord dezer moderne oceaan-hotels heerscht. Rijk gedrapeerd, keurig gemeubileerd en gestoffeerd, doet het salon in de „Lusitania” niet onder voor die in de allerbeste vaste land-hotels. DE EERSTE KLASSE-EETKAMER. Voor de eetkamer geldt hetzelfde als voor het salon. Alles is even smakelijk ingericht, aardige hoekjes en aparte tafeltjes geven er het typische restaurant idéé aan. IN DE MACHINEKAMERS. Mogen de passagierskajuiten al rijk voorzien zijn, de machinekamer mag zeker niet minder goed ingericht wezen. Want daar werkt het hart. welke den polsslag aan het leven, aan den geheelen, grooten kolossus geeft. Onze foto biedt een overzicht van een dezer machinekamers En blijkbaar hebben de oude en nieuwe wereld genoeg millionnairs of quasi-millionnairs om het in exploitatie nemen van booten, waarvan men zegt dat er 6,/2 millioen gulden bouwkosten voor noodig waren, rendabel te maken, waarbij het groote aantal der tweede- en derde-klasse passagiers, uit den aard ook een rol speelt. Al snuffelend in de gegevens, welke ons voor dit artikel dienen konden, vonden wij een beschrijving van de voorbereiding voor den bouw van zulk een reuzenschip. Nadat de lezers op de plaatjes op deze pagina het tot stand gebrachte hebben kunnen zien, zullen zij naar wij vermoeden van het tot stand brengen ook wel iets willen hooren. Een maatschappij, van de beteekenis als de Cunardline, heeft haar eigen scheepsbouwingenieurs, die de oorspronkelijke plannen uitwerken en naar wier ontwerp het eerste model wordt gemaakt. Het is te begrijpen dat bij schepen, waarvan de bouwkosten in de millioenen loopen (de „Aquitania” b.v. vroeg nog hooger dan de „Lusitania”, de bouwkosten klommen tot een 20 millioen guldens op) het over-een-nacht-ijs-gaan niet aanbevelenswaardig is. Daarom zijn de uitgaven verbonden aan het bouwen van zoo'n compleet model hun geld waard. Het model wordt ook te water gelaten opdat de bouwers kunnen zien, welke veranderingen en verbeteringen aan het oorsponkelijke ontwerp noodig zijn. Op twee dingen komt het in de allereerste plaats aan. Eerstens op den vorm van de kiel, die een vlugge, gemakkelijke vaart moet veroorloven en ten tweede op de kracht van de schroeven, welke de groote macht hebben te bewerken, waardoor de „Lusitania” b.v. in staat was om omstreeks Kerstmis 1913 in ruim 12 dagen uit en thuis, de heenen weerreis van Engeland naar Amerika te maken. Met groote omzichtigheid en geheimzinnigheid worden al die proeven ondernomen en zijn de bestellers en de bouwers het ten slotte over den vorm eens, dan gaat men de helling stellen, waarop het schip wordt gebouwd zoodat het later zonder ongelukken te water kan worden gelaten. * ** Zulks is zeker geen kleinigheid voor een boot van 32000 ton inhoud. Geweldige kranen zijn dan ook in groote getale aan beide zijden opgesteld om de vele en vaak kolossale zware staalblokken, welke voor de kiel en den opbouw noodig zijn, op hun plaats te brengen. Een heirleger van werklieden van allerhande soort en bekwaamheid is, al naar gelang dat het werk vordert, bezig zoowel op de scheepshelling als in de werkplaatsen, waar de voorbereiding en afmaking plaats vinden. Het is een hoogst interessant gezicht om dit alles te zien en te volgen. Men krijgt er een steeds hooger respect door voor de technische volmaaktheid van datgene, wat bij den bouw behoort en ook voor de ondernemingskracht van hen, die deze werken durven doen uitvoeren. De Cunard-Line staat hierin niet alleen : wat b.v. onze eigen stoomvaart-maatschappijen doen, is niet minder lofwaardig. De Holland-Amerikalijnbooten, al zijn ze niet de grootste, zij behooren evengoed tot de groote, wier bouw millioenen gouds vraagt. * * * En al dit werk, al deze scheppingskracht, die wonderlijke energie op eens verloren, weggezonken in het diepe der zee! . . . . De „Lusitania" getorpedeerd!... Was het onzerzijds overdreven dat wij die drie woorden het meest verschrikkelijke en diepschokkende opschrift noemden?
PDF
Nummer
1915, nr.39, 13 mei. 1915
Blad
03
Tekst
307 PANORAMA DE ONTHULLING VAN ’T GARIBALDI-MONUMENT Verleden week heeft in Italië een groote nationale betooging plaats gehad ter gelegenheid van de onthulling van het standbeeld voor de duizend Garibaldianen te Quarto. De beroemde Italiaansche dichter Gabriele d’Annunzio kwam voor deze gelegenheid uit Frankrijk, waar hij reeds vele jaren vertoeft, over om de onthullingsrede uit te spreken. Een groote menigte volks, uit alle oorden des lands saamgestroomd, afgevaardigden en senatoren, waren bij deze indrukwekkende manifestatie aanwezig. De Koning, die door den ernst van den internationalen toestand verhinderd was aanwezig te zijn, zond een geestdriftig telegam. Foto links: de familie Garibaldi bij de onthulling; foto rechts, de overlevenden van de expeditie in 1866. GABRIELE d’ANNUNZIO DE ONTHULLINGSREDE UITSPREKEND. Een officieele groep: le rijv.l.n.r. gen. Massone (in burger), de burgem. v. Gênes, Marcora, pres. v. d. Italiaansche Kamer, de Fransche senator Mr. Rivet, pres. v. d. Fransch-Italiaanschen Bond te Parijs. % De enorme menschenmenigte, die vanuit bootjes de onthulling gadesloeg.
PDF
Nummer
1915, nr.39, 13 mei. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 308 GEÏLLUSTREERD OORLOGSNIEUWS VOORJAAR AAN HET FRONT. De uren, die de soldaten vrij hebben worden nu niet meer in de benauwde holen doorgebracht, doch in de frissche lucht doen de soldaten nu nieuwe krachten op voor den komenden strijd. Op de foto links ziet men de mannen aan den ingang van hun holwoning. De foto rechts geeft een rustig hoekje. Oorlogs-Kroniek. 14 April. Van het Westelijk en Oostelijk front zijn geen bijzondere mededeelingen ontvangen. — Een Engelsche en Fransche kruiser pogen de Dardanellen in te varen, maar slagen daarin niet. Duitsche luchtschepen laten bommen vallen op Northumberland. — Het Nederlandsche stoomschip ,,Katwijk” wordt bij het lichtschip Noordhinder getorpilleerd, gelijk met het Engelsche schip „Ptarmigan”. De bemanning van de ,,Katwijk” werd gered; van de „Ptarmigan” verdronken elf man. 15 April. Duitsche luchtschepen doen wederom een aanval op Engelsche kustplaatsen. Enkele personen worden gedood; de aangerichte schade is gering. — Nederlandsche stoomtrawlers, afkomstig uit I Jmuiden, worden naar Cuxhaven opgebracht maar spoedig vrijgelaten. 16 April. Een Duitsche vliegenier werpt bommen in Kent; Fransche vliegers werpen bomrr n boven Metz en beschadigen de electi.oche centrale. — De Duitsche regeering heeft de Nederlandsche regeering een onmiddellijk onderzoek toegezegd inzake het geval met de ,,Katwijk”. 17 April. Op het Westelijke en Oostelijke oorlogsterrein is de toestand onveranderd. — Het Engelsche transportschip „Manitou" wordt in de Engelsche zee aangevallen door een Turksche torpedoboot; 100 man verdronken; de torpedoboot vernield. De Engelsche onderzeeër E 15 in de Dardanellen in den grond geboord. De bemanning wordt gedeeltelijk gered. — Het Grieksche stoomschip „Ellispontos” bij den Noord-Hinder in den grond geboord. — Grensincident tusschen Oostenrijksche en I taliaansche soldaten, zonder ernstige gevolgen. 18 April. Tusschen Engelschen en Duitschers wordt hevig gestreden bij Yperen; de Engelschen veroveren den heuvel 60 bij Zwartelen. — Volgens berichten uit Fransche DE PAARDEN NAAR HET FRONT. In Berlijn ziet men met ossen bespannen wagens door de straten trekken. LANDINGSTROEPEN AAN DE DA R DA N ELLE N . Alexandrië heeft de laatste weken een zeer ongewoon aanzien. Geregeld trekken er troepen Senegaleezen enz. door, die versterkingen vormen voor de landingstroepen der Gealliëerden aan de Dardanellen. bron zijn de onderhandelingen tusschen Oostenrijk en Italië afgebroken. 19 April. Van het Westelijk en Oostelijk front zijn geen belangrijke berichten. De Duitsche regeering verklaart zich tot het uitspreken van haar leedwezen en een volledige schadeloosstelling bereid indien blijkt dat de Katwijk” door een Duitschen onderzeeër is in den grond geboord. Nederlandsche trawlers in Hamburg geïnterneerd en voor een prijsgerecht gebracht. Het Nederlandsche stoomschip „Olanda” op een mijn gestooten en vergaan. De bemanning gered. 20 April. De toestand op het Westelijke en Oostelijke oorlogsterrein is onveranderd. — In Weenen verklaren Duitsche en Oostenrijksche socialisten dat alle volkeren naar den vrede verlangen. 21 April. Op de Noordzee wordt de Engelsche trawler „Vanilla” getorpilleerd; de bemanning is verdronken. 22 April. De Duitschers doen een aanval ten Noorden van Yperen, waarbij zij succes hebben. De Gealliëerden doen een tegenaanval. — De Duitsche regeering maakt bekend dat een of meer Engelsche duikbooten in den Duitschen Bocht zijn in den grond geboord. — De scheepvaart tusschen Engeland en Nederland op last der Britsche regeering stopgezet. — De te Hamburg ge­ ïnterneerde Nederlandsche trawlers vrijgelaten. De Bondgenooten landen troepen in Enos aan de Turksche Egeïsche zeekust. De Nederlandsche regeering verzocht de Duitsche een hernieuwd onderzoek te willen instellen inzake het gebeurde met de „Zevenbergen”, omdat de resultaten van ’t Duitsche onderzoek in strijd zijn met de Nederlandsche rapporten. 23 April. De Duitschers doen een krachtigen aanval op het front SteenstraeteLangemarck. — De Russen maken vorderingen bij Lutoviesk. — Troepen der Gealliëerden landen op Enos. -- Fransche schepen beschieten Gaza. Azencs Internationale de Breiets i'lsfeitioi ei trïarïïBMe FaanQM G6VERSA t -o Rue S*.'jean,‘AN'tKRS f ' ‘ ’ Wliq-e) Villa „MafcthoP, ZUNpERT 4 f* (-(Rorëwde). rnlir Pójité- Dfrhors, *RE ace). 3 Avenbr’Dó^é'E Curloshés poor I Nos bureaav de brevet* «ont installé* b Allemande en Bclgique) b Zundert (prés de de l’enclave de Baarle) et b St Adresse, le Hai en France) Nou* sommes ainsi b la suivantrs que nou* pouvons v votre part b 1’adresse que vous. en Angleterre, ou en France. ƒ i . Une carte postale affranchie de laAérie d< vendu* au profit de la croix rouge de Belgique (70 centïml „ s’. Une carte postale affranchie de 5 timbre* beiges ordinaire*, expcdic'e recommandée de 1 enclave de Baarle (5o centimes). 3’. Une carte affranchie d'un timbre beige voisinant avec une timbre Francais tous deux oblitérés de Ste. Adresse le Havre (3 5 centimes). Pricre d’envoyer le montant en. mandatposte ou timbres poste hollandais ou anglais b J. Gever*, Villa lfariahof, Zundert (Hollandc). Imp. 330. AAN............................................. &k.. ... AY uï..........., .•......... DE LANDING AAN DE D A R DA N E LLE N . Talrijk ziin de moeilijkheden, waarmede de Gealliëerden aan de Dardanellen te kampen hebben. Onder een hevig vuur moeten zij dikwerf tot hun middel toe door het water waden, om aan land te komen of hun sloep weder te bereiken. ONBEZET BELGIË, Uit het stukje onbezet België, Baarle-Duc, dat aan alle kanten door onze grens omsloten is, is deze briefkaart verzonden, gefrankeerd met postzegels, waarvan de opbrengst ten goede van het Belgische Roode Kruis komt.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1576 tot 1580 van 11897