|
295 PANORAMA
DE DRIEDAAGSCHE AFSTAN DSM ARSCH VOOR MILITAIREN MET M ARSCHVAARDIGE BEPAKKING.
Deze 3-daagsche afstandsmarsch, die onder leiding van sergeant H. N. van Leeuwen volbracht is, kan een succes genoemd worden. Alle deelnemers, die Vrijdagochtend 8 uur het Amstel-Hotel te Amsterdam verlieten, kwamen
Zondagmiddag klokslag kwart voor vier het Stadion binnenmarcheeren, waarbij de geheele troep een uitnemenden indruk maakte. Foto links: De deelnemers verlaten de Tolhuisboot te Amsterdam om hun route door Noord-Holland
te beginnen. Foto rechts: Het vertrek uit Haarlem.
„Begrijp den toestand nu goed,” zei hij. „Een vrouw en
een kind weenen om gerechtigheid voor hun doode. Politie
en justitie ontzien geen moeite en gevaren om genoegdoening
te geven aan recht en wet, die door uw echtgenoot,
in een oogenblik van blinde woede, zoo vreeselijk zijn
geschonden. Daar is voorts de geheele nabuurschap die
slechts één wensch heeft: dat de misdaad gestraft wordt;
en daar is ten slotte de Almachtige God, die tot uw geweten
spreekt en u aanmaant te doen wat de gerechtigheid van
u eischt. Hemel en aarde zijn tegen uw echtgenoot, hij kan
• niet ontsnappen. Ieder sterveling is tegen
je, omdat je een moordenaar beschermt. Voel
je je sterk genoeg om je tegen het mehschdom
te verzetten, terwijl je weet dat de
Voorzienigheid vertoornd op je neerziet, omdat
je zoo hardnekkig bent in ’t kwaad ?
Kun je hier zoo kalm zitten, terwijl je
weet dat er een bloedvlek kleeft op je
dorpel, die je kunt wegwasschen door een
enkel woord te zeggen? Ik wil hier niet
spreken, niet uitwijden over de belooning;
dit wil ik je evenwel zeggen, dat ook die een
reden voor je is om te spreken. Je toestand
is zeer zorgelijk, gebrek staat voor je deur.
Je kunt hier in deze streek niet blijven wonen
met het Kaïnsteeken van je echtgenoot op
je voorhoofd. Daarentegen is de belooning
zoo groot, dat ze je in staat stelt in een
andere streek, ver hiervandaan, een nieuw
leven te beginnen, onder goede menschen
die je zullen helpen en steunen. Het is
echter vooral de gerechtigheid, die je bewegen moet, te
doen wat ik thans van je vraag.
Vrouw Prince, ik heb Wynne gekend, toen hij nog een kleine
jongen was. Ik was aan hem gehecht en daarom kan ik het
denkbeeld niet verdragen, dat zijn bloed, dat het gras in het
woud rood kleurde, ongewroken en de moordenaar ongestraft
blijft.”
Vrouw Prince stond op en veegde met bevende hand
eenige weerbarstige haren weg, die over haar voorhoofd
hingen. Sir Roland zag dat ze zeer onder den indruk van
zijn woorden was, hoewel ze haar best deed dit voor hem
te verbergen.
„Denk je het geval eens anders en dat jij met een kind
aan de borst huilde om wraak over den dood van je echtgenoot!”
ging hij voort. „Niemand behoeft te weten dat je
gerechtigheid hebt betracht tegenover een weduwe en
kind, die door de hand van een moordenaar beroofd zijn
van een braven man en vader. Ik alleen zal het weten en
jij kunt dadelijk deze streek verlaten. Niemand zal je moeilijkheden
in den weg leggen of je vragen waarheen je gaan
wilt. Je kunt een nieuw gelukkig leven beginnen. Wat
wil je kiezen?”
Zij keek hem trots en vijandig aan, terwijl ze antwoordde:
„Ja, je zegt dit alles mooi, maar zal het zoo mooi zijn?
Zal niet zoodra ik gesproken heb mijn man gevangen genomen
en ik genoodzaakt worden tegen hem te
getuigen? Hoe zou ik hem in de oogen durven zien! Bovendien,”
ging ze haastig voort, „ik weet niet waar hij is;
ik raad er maar naar, en dat kunnen anderen ook.”
„Een vrouw kan niet gedwongen worden tegen haar man
te getuigen,” zei hij.
Een vreemde harde trek kwam op haar gelaat, terwijl
ze nadenkend in het kleine vertrek heen en weer liep, de
JE. MYER,
die sedert 1 September 1894 brandweercommandant
van Amsterdam
is geweest, heeft met ingang van
1 Mei deze betrekking verlaten.
GOUDEN BRUILOFT
De Hr. P. F. BOURGEOIS en Mej.
S. M. BROKAAR te Leiden, hopen
10 Mei a.s. hun 50-jarige echtvereeniging
te herdenken.
Mr. j. a. van gilse.
Te Voorburg is de vorige week
overleden Mr. J. A. VAN GILSE,
oud-lid van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal.
oogen gericht op den grond en de gebalde vuisten krampachtig
tegen de borst gedrukt. Plotseling bleef ze staan
en keek Sir Roland uitdagend en sprakeloos aan.
„Je zegt dat je niet weet waar hij is,” begon hij weer.
„Maar wie geeft hem te eten? Waarom koop je zooveel
brood? Je eet het zelf niet op en gasten heb je niet.”
„Gebrek staat voor de deur,” mompelde zij, als tegen
zich zelve. „Mijn huisraad moet weg, ik moet weg. Zonder
huis, zonder brood, zonder hoop, zonder vrienden! En je
biedt mij honderd pond?”
„Ja!” antwoordde hij rustig.
„En ik mag het land verlaten en een ander leven beginnen?”
Zij ging naar het venster en staarde met droeven blik
naar buiten.
„Neen!” riep ze eindelijk hartstochtelijk uit. „Ik kan
niet! Goed of slecht, hij is mijn echtgenoot. Als ik weg kon
gaan, dit alles kon verlaten en geheel opnieuw beginnen
— zonder iets meer te weten, zonder meer te hooren hoe
hij gevangen genomen werd, zonder de kans iets meer te
zien of te vernemen dat mij zou doen denken.... denken !
O, als ik met alles kon breken, het verleden kon vergeten,
dan — dan zou ik ’t doen! Ik geloof dat het rechtvaardig
is, dat alles waar is wat u zegt, mijnheer! Maar hoe zou ik
het kunnen doen, en leven als het gedaan is? Neen, ik kan
niet! Ik kan niet!”
„Misschien zouden we er iets op kunnen vinden,” ging
Sir Roland nadenkend voort. „Ik zou je het geld kunnen
zenden, als je vertrokken waart, en je zou me de verblijfplaats
kunnen schrijven.”
„En dat zou me dan niet doen denken! O! neen, neen!
Ik kan ’t niet doen!”
„Ik begrijp volkomen je gevoelens, volkomen! Maar
luister, goede vrouw! Ik geloof dat je volmaakt eerlijk
bent en ben ten zeerste met je lot begaan. ' Als
je mij je woord geven wilt, als je wilt zweren
bij den hemel, dien je hoopt te verwerven,
naar waarheid de schuilplaats van je man
bekend te maken, dan zal ik je het geld
geven en kun je dadelijk vertrekken. Je
kunt ongehinderd gaan, waarheen je wilt,
voordat iemand weet, dat je gesproken hebt.”
Hij haalde onderwijl zijn portefeuille voor
den dag en telde twintig banknoten van
vijf pond voor haar op de tafel neer.
„De prijs voor Ben’s lijf! Ik kènnietl”
riep ze uit.
Er kwam een uitdrukking van ongeduld
op Sir Roland’s gelaat.
„Schrijf op waar Prince zich verborgen
houdt,” zei hij, „verzegel den brief en zweer
me dat je de waarheid hebt meegedeeld.
Ik zal den brief niet openen voor morgen
en onderwijl kun je het land verlaten en
een nieuw leven beginnen.”
De arme vrouw zonk in een stoel neer en verborg het
hoofd in de handen. Zoo zat ze der wanhoop ten prooi
misschien een minuut, misschien langer.
Eindelijk stond ze op, ging naar een penantkastje, trok
een lade open, nam er een vel papier en een enveloppe uit
en begon met een eindje potlood te schrijven. Sir Roland
begaf zich naar het verste eind van het vertrek, om niet
den schijn te hebben, dat hij haar bespiedde.
Onderwijl stond ze daar aan het lage kastje met strak
gelaat en ingezonken doffe oogen en schreef, doch somtijds
was haar verdriet zoo hevig, dat haar geheele lichaam
schokte en het haar onmogelijk was het potlood te hanteeren.
Ze vouwde het papier dicht, keek schuin naar Sir Roland
als wilde ze iets zeggen, doch zweeg, deed den brief in de
enveloppe en sloot deze. Met den brief in de hand liep
ze naar Sir Roland en zei op ernstig droeven toon:
„Ik zweer dat ik in dezen brief naar waarheid de schuilplaats
van mijn man heb meegedeeld. Zoo waarlijk helpe
mij God!”
Toen viel ze als een blok op den grond en barstte in een
hartverscheurend snikken uit.
„En ik geef u mijn woord, vrouw Prince,” zei Sir Roland,
die ook diep bewogen was, „dat deze brief niet eer zal
SPORTFEEST IN H ET I NTE R N E E R I N GS KA M P TE ZEIST.
Het samenvallen van den verjaardag van Prinses Juliana met dien van den Belgischen Kroonprins was de aanleiding tot een groot sportfeest in het kamp der geïnterneerde Belgen te Zeist. Foto links: De wedstrijd in het balwerpen.
De bal waarmede gegooid wordt weegt ruim 3 K.G. Midden: Een Belgisch officier offreert een bouquet aan Mevrouw van Stockum, de echtgenoot? van den organisator van het feest. Foto rechts: Een kijkje bij het polsstokspringen
|