Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1566 tot 1570 van 11897
Nummer
1915, nr.37, 6 mei. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 294 DE RIJKSKWEEKSCHOOL VOOR ONDERWIJZERS TE HAARLEM. De le Mei was voor deze school een buitengewone feestdag; men vierde n.1. het 50-jarig bestaan der inrichting, terwijl tevens^de directeur, de heer P. H. van der Ley, zijn gouden jubileum vierde. Ook had op dezen feestdag de in gebruikneming plaats van het nieuwe gebouw aan de Leidsche Vaart. Hierboven een foto v. d. directeur temidden zijner leeraren, leerlingen, oud-leerlingen en genoodigden. VERKOCHT? et werd gevonden in het kreu pelhout niet ver van den grooten weg. Een man viel er over en werd door zijn beidemetgezellen uitgelachen want ze kwamen van een jaarfeest en waren niet heel vast meer ter been. Ze haalden het uit het kreupelhout te voorschijn, bekeken het bij het maanlicht en vonden het afschuwelijk, zoo afschuwelijk, dat hun wangen even bleek werden als ze te voren rood waren geweest. De weekhartigste van de drie spoedde zich heen om den dokter en den veldwachter te gaan halen, terwijl de beide anderen de wacht hielden, op- en neerstappende en elk voor zich wenschende dat de ander mocht voorstellen maar heen te gaan. En toen de morgenzon haar eerste lichtstralen over de pijnboomen wierp, was het den omstanders duidelijk, dat terwijl de boeren feest vierden, hun vrouwen wachtten en hun kinderen sliepen, hier in het bosch van Sir Roland Wayvil tusschen twee mannen een ontmoeting had plaats gevonden, die twee vrouwen tot weduwen had gemaakt. Twéé vrouwen, want het was niet mogelijk dat Prince, de strooper, na Wynne, den boschwachter, te hebben vermoord, nog in leven zou blijven. Zijn schuld was duidelijk en klaar en de politie zocht hem in alle richtingen. Sir Roland was de eerste aan wien de moord verteld werd en hij knarste op de tanden. Reeds driemaal was het Wynne gelukt de hand te leggen op Prince wegens stroopen en driemaal was de strooper vrijgesproken door de plaatselijke justitie op zuiver technische gronden. ,,Op den deurpost van deze haarkloovers zal het bloed van Wynne een onuitwischbare smet achterlaten,” riep hij woedend uit, terwijl hij zich haastig aankleedde. ,,Heeft vrouw Wynne het treurig nieuws al vernomen?” Hij haastte zich het haar voorzichtig te gaan meedeelen; een taak die gemakkelijker op te nemen dan te volbrengen was, want langen tijd daarna bleef hem de herinnering bij van het doodsbleeke gelaat, den van smart saamgetrokken mond en de koortsachtig schitterende, droge oogen van de arme weduwe. De vrouw van den strooper werd door een politieman de misdaad van haar man meegedeeld. Hij had een knuppel bij zich, die op de plaats des onheils gevonden was en dien iedereen als het eigendom van Prince herkende. De hardvochtige politieagent hield den knuppel aan het dunne eind voorzichtig vast, want aan het andere einde zat bloed en dat bebloede einde moest als bewijs dienen. De taak van den politiedienaar was aan vrouw Prince te vragen of ze den knuppel herkende als het eigendom Van haar man, voordat zij de werkelijke toedracht der zaak vernam. Vrouw Prince was evenwel een slimme vrouw, bij wie vrees voor de politie, door de liefde welke zij haar man toedroeg en door de kennis van zijn gevaarlijk beroep, had plaats gemaakt voor minachting en vijandschap. Zoodra de man der wet haar dan ook den stok vóórhield, beweerde zij hem niet te herkennen; wel had haar man ook een dergelijken knuppel, of dit echter de stok van haar man was, kon ze niet bevestigen. Ze werd echter krijtwit en viel bewusteloos neer, toen haar vingers het dikke einde van den knuppel beetvatten, dat rood en kleverig was van het geronnen bloed. Aangezien het niet mogelijk is een bewustelooze vrouw te ondervragen, wist de politieman niets beters te doen, dan de vrouw tegen den deurpost Het nieuwe gebouw der Rijkskweekschool voor Onderwijzers te Haarlem. te zetten en aan de buren te vragen de beklagenswaardige vrouw hulp te verleenen. De buren maakten evenwel bezwaar om de vrouw van een moordenaar behulpzaam te zijn en sloten hun deuren, en de eenvoudige politieagent, wien het volkomen HUISVLIJT. De heer v. R. te ’s-Gravenhage, van beroep chauffeur, doch die door een ongelukkig toeval een zijner armen is kwijtgeraakt, heeft in zijn vrijen tijd een miniatuur-auto vervaardigd, die een getrouwe nabootsing is van een Minerva-auto. De voortbeweging geschiedt door overbrenging van een ketting met pedalen. Tot in de kleinste bijzonderheden is alles verzorgd. Stuurbeweging, draagveeren, portier, lakwerk, tot zelfs de bekleeding van binnen. De vier lampen worden electrisch verlicht. Is het een wonder dat vooral de jeugd dezen mooien auto bestormt? Jammer, dat we dit jaar geen huisvlijttentoonstelling hebben. DE 1 MEI-BETOOGING TE AMSTERDAM. Overzicht van den stoet genomen vanaf café De Bisschop naar het Rokin toe. toevertrouwd was ruwe klanten, dronkaards, vechtersbazen en stroopers tot de orde te brengen, was ten einde raad wat met deze jonge vrouw aan te vangen, en wist niets beters te doen dan de bewustelooze maar aan haar lot over te laten. Ondertusschen werd er overal naar den strooper gezocht. Nergens was evenwel een spoor van hem te ontdekken. Dagenlang was de politie in de weer. Zijn huisje werd bewaakt; het bosch werd nauwkeurig doorzocht, zijn vrouw werd ongemerkt nagegaan, doch de eene week na de andere verliep zonder dat het de politie gelukte de hand op den moordenaar te leggen. Er werden allerlei veronderstellingen geopperd; iedereen sprak zijn meening uit over het geval, allen waren het nochtans hierin roerend met elkander eens, dat een persoon in het dorp de verblijfplaats van den moordenaar weten moest en die persoon was vrouw Prince. Sir Roland loofde honderd pond uit aan dengene, die aan de politie zulke inlichtingen kon verschaffen dat zij tot de gevangenneming van den moordenaar leidden. Een politieagent werd naar vrouw Prince gezonden om haar mee te deelen welk een groote som er op het hoofd van haar man gesteld was. De bedoeling van deze mededeeling was duidelijk en vrouw Prince was slim genoeg om die te begrijpen. Zij verbleekte en keek met vijandigen blik den brenger van de tijding aan. „Je bedoelt dat ik dat geld verdienen kan?” vroeg ze ruw. „Ja, als je wilt!” zei de man. „Liever verdiende ik het zelf! Nee, word niet boos! Jij hebt nou ’t geluk om ’t te kunnen verdienen. Ik niet. En dat is billijk! Honderd pond! Drommels, daar kun je heel wat mee doen. Denk ereis even na! Je moet toch ergens van leven, en werk kun je niet krijgen, ten minste niet hier in ’t dorp. Honderd pond voor een enkel woordje! Geen mensch zal ’t je kwalijk nemen ! Een enkel woord! Het beteekent slechts dat we hem een paar weken vroeger in handen krijgen; want krijgen doen we hem!” „Je vergist je als je denkt, dat ik weet waar hij is!” zei ze kalm. „Je weet zeker, dat Sir Roland je uit je huisje zal zetten?” „Ja!” „Wat moet je dan beginnen? Je kunt niet ver weg zonder geld. En we weten allen te goed dat een strooper geen geld kan sparen.” „Ik ga daarheen waar zulke honden als jij me niet hoonen kunnen!” riep ze hartstochtelijk uit, pijnlijk getroffen door de woorden van den man tegenover haar. Ze trad kordaat op hem toe, een knappe flinke vrouw, zooals ze daar stond metvanwoede flikkerende oogen en een blos van verontwaardiging op het gelaat. „Ik heb deze woning nog niet verlaten, meester Bloedgeld! En zoolang ik hier woon, ben ik hier baas! En daarom, ga heen! Ga onmiddellijk heen! Of je zult ondervinden dat ik even sterk ben als groot. Ga!” „Geen beleedigingen, vrouw Prince! Ik sprak in je eigen belang. Ik zie niet in waarom jij zoudt lijden....” Ze duwde hem de deur uit en sloot deze. „Ze weet nu wat haar te doen staat,” mompelde de man een beetje verbluft. „We hebben haar in onze hand. Aan den eenen kant honderd pond, aan de andere zijde geen geld, geen huis, geen vrienden. Ze zal wel eieren voor haar geld kiezen.” Den volgenden dag kreeg vrouw Prince bezoek van Sir Roland, en hoewel deze geen moeite deed voor haar te verbergen hoe alleronaangenaamst hij het vond met de vrouw van een moordenaar te spreken, deed hij al zijn best op haar beter gevoel te werken, in plaats van haar stijfkoppigheid nog te verergeren.
PDF
Nummer
1915, nr.37, 6 mei. 1915
Blad
07
Tekst
295 PANORAMA DE DRIEDAAGSCHE AFSTAN DSM ARSCH VOOR MILITAIREN MET M ARSCHVAARDIGE BEPAKKING. Deze 3-daagsche afstandsmarsch, die onder leiding van sergeant H. N. van Leeuwen volbracht is, kan een succes genoemd worden. Alle deelnemers, die Vrijdagochtend 8 uur het Amstel-Hotel te Amsterdam verlieten, kwamen Zondagmiddag klokslag kwart voor vier het Stadion binnenmarcheeren, waarbij de geheele troep een uitnemenden indruk maakte. Foto links: De deelnemers verlaten de Tolhuisboot te Amsterdam om hun route door Noord-Holland te beginnen. Foto rechts: Het vertrek uit Haarlem. „Begrijp den toestand nu goed,” zei hij. „Een vrouw en een kind weenen om gerechtigheid voor hun doode. Politie en justitie ontzien geen moeite en gevaren om genoegdoening te geven aan recht en wet, die door uw echtgenoot, in een oogenblik van blinde woede, zoo vreeselijk zijn geschonden. Daar is voorts de geheele nabuurschap die slechts één wensch heeft: dat de misdaad gestraft wordt; en daar is ten slotte de Almachtige God, die tot uw geweten spreekt en u aanmaant te doen wat de gerechtigheid van u eischt. Hemel en aarde zijn tegen uw echtgenoot, hij kan • niet ontsnappen. Ieder sterveling is tegen je, omdat je een moordenaar beschermt. Voel je je sterk genoeg om je tegen het mehschdom te verzetten, terwijl je weet dat de Voorzienigheid vertoornd op je neerziet, omdat je zoo hardnekkig bent in ’t kwaad ? Kun je hier zoo kalm zitten, terwijl je weet dat er een bloedvlek kleeft op je dorpel, die je kunt wegwasschen door een enkel woord te zeggen? Ik wil hier niet spreken, niet uitwijden over de belooning; dit wil ik je evenwel zeggen, dat ook die een reden voor je is om te spreken. Je toestand is zeer zorgelijk, gebrek staat voor je deur. Je kunt hier in deze streek niet blijven wonen met het Kaïnsteeken van je echtgenoot op je voorhoofd. Daarentegen is de belooning zoo groot, dat ze je in staat stelt in een andere streek, ver hiervandaan, een nieuw leven te beginnen, onder goede menschen die je zullen helpen en steunen. Het is echter vooral de gerechtigheid, die je bewegen moet, te doen wat ik thans van je vraag. Vrouw Prince, ik heb Wynne gekend, toen hij nog een kleine jongen was. Ik was aan hem gehecht en daarom kan ik het denkbeeld niet verdragen, dat zijn bloed, dat het gras in het woud rood kleurde, ongewroken en de moordenaar ongestraft blijft.” Vrouw Prince stond op en veegde met bevende hand eenige weerbarstige haren weg, die over haar voorhoofd hingen. Sir Roland zag dat ze zeer onder den indruk van zijn woorden was, hoewel ze haar best deed dit voor hem te verbergen. „Denk je het geval eens anders en dat jij met een kind aan de borst huilde om wraak over den dood van je echtgenoot!” ging hij voort. „Niemand behoeft te weten dat je gerechtigheid hebt betracht tegenover een weduwe en kind, die door de hand van een moordenaar beroofd zijn van een braven man en vader. Ik alleen zal het weten en jij kunt dadelijk deze streek verlaten. Niemand zal je moeilijkheden in den weg leggen of je vragen waarheen je gaan wilt. Je kunt een nieuw gelukkig leven beginnen. Wat wil je kiezen?” Zij keek hem trots en vijandig aan, terwijl ze antwoordde: „Ja, je zegt dit alles mooi, maar zal het zoo mooi zijn? Zal niet zoodra ik gesproken heb mijn man gevangen genomen en ik genoodzaakt worden tegen hem te getuigen? Hoe zou ik hem in de oogen durven zien! Bovendien,” ging ze haastig voort, „ik weet niet waar hij is; ik raad er maar naar, en dat kunnen anderen ook.” „Een vrouw kan niet gedwongen worden tegen haar man te getuigen,” zei hij. Een vreemde harde trek kwam op haar gelaat, terwijl ze nadenkend in het kleine vertrek heen en weer liep, de JE. MYER, die sedert 1 September 1894 brandweercommandant van Amsterdam is geweest, heeft met ingang van 1 Mei deze betrekking verlaten. GOUDEN BRUILOFT De Hr. P. F. BOURGEOIS en Mej. S. M. BROKAAR te Leiden, hopen 10 Mei a.s. hun 50-jarige echtvereeniging te herdenken. Mr. j. a. van gilse. Te Voorburg is de vorige week overleden Mr. J. A. VAN GILSE, oud-lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. oogen gericht op den grond en de gebalde vuisten krampachtig tegen de borst gedrukt. Plotseling bleef ze staan en keek Sir Roland uitdagend en sprakeloos aan. „Je zegt dat je niet weet waar hij is,” begon hij weer. „Maar wie geeft hem te eten? Waarom koop je zooveel brood? Je eet het zelf niet op en gasten heb je niet.” „Gebrek staat voor de deur,” mompelde zij, als tegen zich zelve. „Mijn huisraad moet weg, ik moet weg. Zonder huis, zonder brood, zonder hoop, zonder vrienden! En je biedt mij honderd pond?” „Ja!” antwoordde hij rustig. „En ik mag het land verlaten en een ander leven beginnen?” Zij ging naar het venster en staarde met droeven blik naar buiten. „Neen!” riep ze eindelijk hartstochtelijk uit. „Ik kan niet! Goed of slecht, hij is mijn echtgenoot. Als ik weg kon gaan, dit alles kon verlaten en geheel opnieuw beginnen — zonder iets meer te weten, zonder meer te hooren hoe hij gevangen genomen werd, zonder de kans iets meer te zien of te vernemen dat mij zou doen denken.... denken ! O, als ik met alles kon breken, het verleden kon vergeten, dan — dan zou ik ’t doen! Ik geloof dat het rechtvaardig is, dat alles waar is wat u zegt, mijnheer! Maar hoe zou ik het kunnen doen, en leven als het gedaan is? Neen, ik kan niet! Ik kan niet!” „Misschien zouden we er iets op kunnen vinden,” ging Sir Roland nadenkend voort. „Ik zou je het geld kunnen zenden, als je vertrokken waart, en je zou me de verblijfplaats kunnen schrijven.” „En dat zou me dan niet doen denken! O! neen, neen! Ik kan ’t niet doen!” „Ik begrijp volkomen je gevoelens, volkomen! Maar luister, goede vrouw! Ik geloof dat je volmaakt eerlijk bent en ben ten zeerste met je lot begaan. ' Als je mij je woord geven wilt, als je wilt zweren bij den hemel, dien je hoopt te verwerven, naar waarheid de schuilplaats van je man bekend te maken, dan zal ik je het geld geven en kun je dadelijk vertrekken. Je kunt ongehinderd gaan, waarheen je wilt, voordat iemand weet, dat je gesproken hebt.” Hij haalde onderwijl zijn portefeuille voor den dag en telde twintig banknoten van vijf pond voor haar op de tafel neer. „De prijs voor Ben’s lijf! Ik kènnietl” riep ze uit. Er kwam een uitdrukking van ongeduld op Sir Roland’s gelaat. „Schrijf op waar Prince zich verborgen houdt,” zei hij, „verzegel den brief en zweer me dat je de waarheid hebt meegedeeld. Ik zal den brief niet openen voor morgen en onderwijl kun je het land verlaten en een nieuw leven beginnen.” De arme vrouw zonk in een stoel neer en verborg het hoofd in de handen. Zoo zat ze der wanhoop ten prooi misschien een minuut, misschien langer. Eindelijk stond ze op, ging naar een penantkastje, trok een lade open, nam er een vel papier en een enveloppe uit en begon met een eindje potlood te schrijven. Sir Roland begaf zich naar het verste eind van het vertrek, om niet den schijn te hebben, dat hij haar bespiedde. Onderwijl stond ze daar aan het lage kastje met strak gelaat en ingezonken doffe oogen en schreef, doch somtijds was haar verdriet zoo hevig, dat haar geheele lichaam schokte en het haar onmogelijk was het potlood te hanteeren. Ze vouwde het papier dicht, keek schuin naar Sir Roland als wilde ze iets zeggen, doch zweeg, deed den brief in de enveloppe en sloot deze. Met den brief in de hand liep ze naar Sir Roland en zei op ernstig droeven toon: „Ik zweer dat ik in dezen brief naar waarheid de schuilplaats van mijn man heb meegedeeld. Zoo waarlijk helpe mij God!” Toen viel ze als een blok op den grond en barstte in een hartverscheurend snikken uit. „En ik geef u mijn woord, vrouw Prince,” zei Sir Roland, die ook diep bewogen was, „dat deze brief niet eer zal SPORTFEEST IN H ET I NTE R N E E R I N GS KA M P TE ZEIST. Het samenvallen van den verjaardag van Prinses Juliana met dien van den Belgischen Kroonprins was de aanleiding tot een groot sportfeest in het kamp der geïnterneerde Belgen te Zeist. Foto links: De wedstrijd in het balwerpen. De bal waarmede gegooid wordt weegt ruim 3 K.G. Midden: Een Belgisch officier offreert een bouquet aan Mevrouw van Stockum, de echtgenoot? van den organisator van het feest. Foto rechts: Een kijkje bij het polsstokspringen
PDF
Nummer
1915, nr.37, 6 mei. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 296 DE OPENING VAN HET ZEILSEIZOEN DER ZEIL- EN ROEIVEREENIGING „NIEUWE MEER” TE AMSTERDAM. Zondag j.1. had de opening van het seizoen door bovengenoemde vereeniging plaats met een wedstrijd op de Nieuwe Meer om het admiraalschap der vereeniging, Deze eerste zeildag bracht de deelnemers in een feestelijke stemming, die vooral tot uiting kwam bij het bekende café Meerzicht, alwaar menig dansje gemaakt werd. geopend worden, alvorens er twaalf uur verloopen zijn!” Hij stak den brief in den zak, zette zijn hoed op en verliet stil de woning, de twintig bankbiljetten op de tafel achter latende. Korten tijd daarna verliet ook vrouw Prince, met een pakje onder den arm en de rechterhand op de borst geklemd, waar zich het bloedgeld, de prijs van haar mans leven bevond, met haastigen tred de nederige woning zonder de deur achter zich te sluiten. Vroeg in den morgen van den volgenden dag bevonden zich drie politie-inspecteurs in civiel in de hal. van Wayvil Court, op order van Sir Roland, die hen daar telegrafisch had doen ontbieden. Sir Rolan \ was nog niet gereed, om hen te ontvangen en onderwijl onderhielden zich de heeren met den bottelier. „Is er iets nieuws ontdekt?” vroeg de laatste aan den oudste der drie heeren. „Er is iets wat ik niet begrijp en wat me niet bevalt,” antwoordde deze. „Ik hoop nu nog, dat wat Sir Roland te zeggen heeft ons verklaren zal, waarom vrouw Prince met de noorderzon vertrokken is!” „Is ze? Werkelijk? Sjongens, sjongens! Da’s erg verdacht!” merkte de bottelier op met een gewichtig gezicht. „Misschien kan de baron er ons uitlegging van geven. Ik weet dat hij gisteren bij haar geweest is, om haar te bepraten.” „Als Sir Roland dit op zich genomen heeft, kun je er verzekerd van zijn, dat het een goed resultaat heeft opgeleverd.” „Daar twijfel ik niet aan,” antwoordde de inspecteur droog. „Weet u zeker dat ze weg is?” „Heel zeker. Zij is gisteren in Brixley gezien; ze werd herkend aan haar omslagdoek. Toen ik het hoorde, haastte ik mij haar na te gaan. Ik vernam dat zij den laatsten trein naar Londer genomen had en aan het loket een vijfpondsnoot gewisseld had. Hoe kwam zij aan zoo’n papier? Dat is ’t waarover ik denk. Er is slechts één bevredigende verklaring voor, namelijk, dat ze haar man verraden heeft, en dat kan ik moeilijk gelooven!” „Heb je niet getelegrafeerd om haar aan te houden in Londen?” „Aanhouden? Hoe kunnen we haar aanhouden? We hebben geen volmacht daartoe. Ik heb gedaan, wat ik doen kon, ik heb getelegrafeerd haar in het oog te houden; doch van morgen ontving ik ten antwoord dat geen groote vrouw in een omslagdoek, zooals door mij beschreven was, en beantwoordende aan het signalement dat ik opgegeven had, met den laatsten trein was aangekomen. Ze is zeker onderweg uitgestapt; de trein heeft elf maal gestopt. Enfin, binnen een paar dagen kunnen we, zoo noodig, weten waar ze is.” Op dat oogenblik trad Sir Roland binnen, zond den bottelier weg en vertelde aan de inspecteurs welke schikkingen hij met de vrouw van den moordenaar getroffen had. R. W. P. DE VRIES. J. MERJENBURGH. „Zeker!” antwoordde de baron. „Als u een revolver bezit, steek ze dan bij u, mijnheer. Prince is geen man om mee te spotten.” Ze stapten dadelijk op. Zoodra zij het woud waren binnengegaan, begon de lucht zeer te betrekken, zoodat de vier mannen moeite hadden in het donkere woud de aanwijzin. gen van vrouw Prince te volgen. Eindelijk bereikten ze toch het kleine boschje, waar Prince verscholen moest zitten. De hoofdinspecteur plaatste zijn mannen zoo, dat ontsnappen vrijwel uitgesloten was. Vervolgens trad hij het boschje een paar stappen in en riep: „Benjamin Prince, ik gelast je je over te geven!” Ieder man hield den adem in, opdat het minste geluid hem niet ontsnappen zou, en ieder man tuurde het struikgewas in, om de minste beweging in de takken op te merken. Er kwam evenwel geen antwoord en men zag niet de minste beweging, totdat de inspecteur zijn woorden nog eenige malen herhaald had. Toen hoorde men eindelijk het geluid van brekende takken en kwam de figuur van een forschen man uit het struikgewas te voorschijn. Twee inspecteurs ontdekten hem te gelijk en kwamen op hem toeloopen, doch bleven van verbazing staan, toen ze de persoon eindelijk onderscheiden konden. „Vrouw Prince!” riep Sir Roland ten hoogste verbaasd uit. Zij boog het hoofd, meer beschaamd om haar mannenkleeding dan om de list die ze had uitgehaald. „Is je man dus gevlucht?” vroeg de baron geërgerd. „Ja, met het geld dat u betaalde voor zijn leven, mijnheer! Hij zal nu wel op zee zijn,” ging ze voort. „Honderd pond is een groote som voor menschen als wij; doch niet groot genoeg om een vrouw te verleiden, haar man te verkoopen, dien ze liefheeft, hoewel ze bedroefd is over zijn zonden!” „Ik arresteer u als medeplichtige van uw man,” zei de hoofdinspecteur. „Goed! Ik ben bereid!” antwoordde de vrouw gelaten. GROOTE BRAND TE PRINCENHAGE. De groote pulp-, jam- en conservenfabriek te Princenhage bij Breda werd Maandagmorgen een prooi der vlammen, waardoor de 300 werklieden hoogst waarschijnlijk werkeloos worden. Onze foto geeft een kijkje in de totaal verwoeste drogerij. BERICHT AAN DEN LEZER! Plaatsgebrek noodzaakt ons het vervolg van het doorloopend feuilleton uit te stellen tot een volgend nummer. EEN NIEUWE INDUSTRIE. De firma Verbrugge, aan het Plein te ’s-Gravenhage, heeft een nieuwe sigaretten-industrie in het leven geroepen, mede als gevolg van de tijdsomstandigheden. Onze foto stelt het tabakssnijden voor, dat in een uitstalkast ge schiedde. De foto is van de binnenzijde genomen en het venster weerspiegelt nu zoowel de „Witte", als een gedeelte van degenen die in het magazijn aan den arbeid waren NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. A. VAN VLIET. n Ki- i—rr^.1 r\s^. Den len Mei was het 50 jaar geleden dat de heer A. VAN VLIET, lid der firma E. Windhouwer, zijn arbeid aan de Amsterdamsche koopmansbeurs begon. — De heer R. W, P. DE VRIES herdacht den len Mei den dag, waarop hij voor 50 jaar den ouden bekenden boekhandel van den heer C. weddepohl te Amsterdam overnam. — Het echtpaar MERJENBURGH—HENDRIKS te Amsterdam herdacht den 5en Mei zijn 45-jarige echtvereeniging. Beide oudjes genieten nog een goede gezondheid. G. MERJENBURGHHENDRIKS. „Welnu, zij heeft haar geld ontvangen en is vertrokken, baron!” merkte de hoofdinspecteur op. „De vraag is nu: heeft ze haar geld verdiend of ons bedrogen?” „We zullen zien! De termijn is verstreken!” Hij opende de enveloppe, haalde den brief er uit en begaf zich naar het venster om hem te lezen. „In het eschdoornbosch!” zei hij. „Er is geer plek in het eschdoornbosch waar een man zich verbergen kan,” merkte een der inspecteurs op. „Zeg dat niet zoo zeker, Jim,” antwoordde een ander. „Het is daar een donker, onherbergzaam stuk grond, en Prince zal het zeker beter kennen dan iemand anders.” „Ze schrijft,” ging Sir Roland nu voort, „als men in het woud vijf minuten naar het Zuiden loopt, komt men aan een dikken boom, Willy’s boom genoemd,” („ik ken die plek,” verklaarde Sir Roland). „Ga dan rechts het kreupelhout in, spring een sloot over en loop dan nog ongeveer een kwart mijl steeds dieper het hout in, tot ge komt aan een dichtbegroeid braambessenboschje. In dit boschje bevindt zich een vossenhol.” „’t Lijkt ’n aangename plaats. Gaat u mee, Sir Roland?”
PDF
Nummer
1915, nr.38, 10 mei. 1915
Blad
09
Tekst
No. 38 (45b) 10 Mei 1915. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers ff 0.075 1 PER KWARTAAL 1 ' Geïllustreerd - Weekblad 26 NUMMERSjUO UITGAVE A. W. SUTHOFF’S UITGEVERS=MAATSCHAPPÜ, LEIDEN - RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. DE AUSTRALIËRS IN EGYPTE. AUSTRALISCHE SOLDATEN MAKEN EEN PLEZIERTOCHTJE PER KAMEEL.
PDF
Nummer
1915, nr.38, 10 mei. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA 298 K ♦ DE SPOORWEGEN EN DE OORLOG 'an hoeveel belang de spoorwegen voor de oorlogvoering van een land zijn, heeft door de tegenwoordige worsteling weer hernieuwde beteekenis gekregen. Dit begint al bij de mobilisatie, tijdens weike ze <üenen om de militieplichtigen, die met groot-verlof zijn, snel van hun haardsteden naar hun plaatsen van opkomst te vervoeren. Dat dit vervoer in tijd van vrede grondig voorbereid moet zijn, spreekt vanzelf, want anders zou er een grenzenlooze verwarring ontstaan. Door de aanstelling van militaire stations-commandanten wordt de goede regeling natuurlijk nog bevorderd, omdat deze aangewezen zijn om de militie met raad en daad terzijde te staan. Dat deze tak van dienst bij ons in tijd van vrede behoorlijk onder de oogen was HET LOSSEN VAN HET MATERIEEL. gezien en alles minitieus was geregeld, daarvan heeft ieder zich de eerste dagen van Augustus 1914 kunnen overtuigen. Van zenuwachtige opwinding geen spoor. Alles ging even kalm en bezadigd, alsof men zich in vollen vredestoestand bevond en mobiliseeren dagelijksch werk was. Trouwens daarvoor is het legerbestuur dan ook welverdiende hulde gebracht. Toch niet slechts bij de mobilisatie, ook bij de concentratie zijn spoorwegen broodnoodig. Onder concentreeren wordt verstaan het samentrekken der gemobiliseerde troepen op zoodanige punten, waar ze met het oog op den oorlogstoestand het voordeeligst tot de eigenlijke krijgsoperaties kunnen overgaan. Zoo concentreerde Duitschland de hoofdmacht van zijn leger aan de westgrens van zijn rijk om door België heen Frankrijk beslissend te slaan. Een kleiner gedeelte werd aan de oostgrens verzameld om voorloopig tegen Rusland een defensieve houding aan te nemen. Dat Duitschland zoo snel gemobiliseerd en geconcentreerd was, heeft het, naast zijn uitstekende voorbereiding in tijd van vrede, aan zijn wel-geordend spoorwegnet te danken, bij welks aanleg men dan ook in de eerste plaats met de militaire belangen rekening hield. Maar ook voor de operaties zelve, zijn spoorwegen van het uiterste belang, zelfs onmisbaar. Hoe zou zoo’n millioer.enleger verpleegd kunnen worden, wanneer treinen niet het benoodigde aanvoerden? Waarom rolt de Russische stoomwals telkens terug? Immers, omdat ze in Polen niet over het ijzeren monster beschikken en de Duitschers in Oost-Pruisen wel. Hoe zouden de zieken en gewonden van.een leger het moeten stellen, wanneer het niet mogelijk bleek hen met de spoorwegen snel naar het achterland te transporteeren ? HET LOSSEN VAN EEN DER PONTONWAGENS. HET MATERIEEL IS GELADEN Er werd reeds op gewezen, dat voor de eigenlijke operaties van den opperbevelhebber de spoorwegen van groote waarde zijn. Hij doet er om zoo te zeggen wonderen mee en we denken hierbij onwillekeurig aan von Hindenburg, die er telkens in slaagt, dank zij een dicht net van spoorlijnen, den Russen geduchte slagen toe te brengen. Het ware veldheersgenie weet telkens tegenover de zwakke punten der vijandelijke stelling een overmacht van troepen te verzamelen, ook al moet hij daarvoor een ander deel van het front HET LOSSEN DER PAARDEN. tijdelijk verzwakken. Bij deze zetten komen hem de spoorwegen uitstekend te stade, want zij stellen hem in staat snel troepen aan een front te onttrekken en dit op een ander in te zetten, waar hij met overmacht van krachten wil optreden. Cf wel zij helpen hem troepen naar een bedreigd punt te zenden, zoodat hij daar den aanval van sterkere vijandelijke colonnes kan weerstaan. Maakt men dus van spoorwegen gebruik, dan staat snelheid op den voorgrond. Dan moet elke minuut tijdverlies geweerd worden. Derhalve dient de troep uitstekend geoefend te wezen in het laden en lossen van treinen. Voor het personeel is dit betrekkelijk eenvoudig, maar met paarden en materieel is dit een ander geval. Ook ons legerbestuur is doordrongen van het groote belang, dat het leger niet het minst in dit opzicht paraat moet zijn. Pas nog heeft het op het nut van zulke oefeningen gewezen en bijgaande foto’s zijn tijdens een dergelijke laaden losmanoeuvre genomen. De paarden worden ais regel met zijn zessen in gesloten goederenwagens vervoerd. Ze staan evenwijdig aan de rails, drie aan drie naast elkaar, met de hoofden naar elkaar toe. Gewoonlijk laden ze heel gewillig, als de geleider maar niet naar hen ziet en vol vertrouwen, dat het wel zal lukken, de laadbrug opstapt. Hoe sneller de paarden achter elkaar volgen, hoe beter het gaat. Zijn er drie in, dan wordteen boom voor hun borst gehangen en vervolgens komen de drie andere. Dan worden ze aan de boomen vastgemaakt en om het wat huiselijker voor hen te maken, worden de zware ijzeren stangen en gebitten uit de monden genomen. Een paar geleiders blijven in de wagens om te zorgen, dat er niets bijzonders gebeurt, want even rustig zijn de viervoeters niet altijd. Zelfs treft men er zeer recalcitrante elementen onder aan. die zich heftig tegen de door de menschen voorgenomen treinreis verzetten. Met eenigen tact is dit verzet echter spoedig gebroken. Een kalm en beslist optreden is noodzakelijk. Ruwheid is, zooals altijd, uit den booze. Een paar losse strengen om de achterhand en onze vriend is spoedig in den wagen. Een andere manier is het paard een doek over het hoofd te doen, even met hem rond te wandelen en hem daarna te verschalken. Van den prins geen kwaad wetend, loopt hij over de laadbrug den wagen in. Het laden van het materieel is ook ieders werk niet, vooral niet, wanneer zulke bakbeesten van wagens, als op onze foto’s voorkomen, een treinreis moeten maken. Deze pontonwagens moeten bij voorkeur met z. g. koplading geladen worden. Daartoe verbindt men de verschillende, gewoonlijk open goederenwagens door overbruggen (b. v. landgoten, koebruggen) met elkander en rijdt vervolgens de pontonwagens achter elkaar erop. Ze worden daarna met stopwiggen en touw zoodanig vastgezet, dat ze tijdens de reis niet van stand kunnen veranderen. Een andere wijze van laden is de zij lading. Deze biedt het voordeel, dat verscheidene wagens tegelijkertijd geladen kunnen worden en naast de koplading voor het kleinere materieel gebruikt worden.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1566 tot 1570 van 11897