Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1556 tot 1560 van 11897
Nummer
1915, nr.36, 3 mei. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 284 HET TIENJARIG BESTAAN VAN „ONZE VLOOT”. Te Rotterdam had j.l. Donderdag de jaarvergadering plaats van „Onze Vloot”. Op de vergadering werd nog gememoreerd wat de vereeniging op het oogenblik voor onze militairen doet (zie het artikel in Panorama No. 14 van 17 Febr. 1915). Hierboven een foto van Z. K. H. den Prins en den Burgemeester van Rotterdam, te midden van het Hoofdbestuur van „Onze Vloot”. (foto Su>art.) EEN N I EUW GASTH UIS. Het groote nieuwe St.-Franciscus-Gasthuis aan de Schie te Rotterdam, dat een dezer dagen geheel gereed komt. HET FRANCISCUS-GASTHUIS. De fraaie monumentale ingang van het nieuwe St.-Franciscus-Gasthuis te Rotterdam. HET TIENJARIG BESTAAN VAN „ONZE VLOOT.” Prins Hendrik aan boord van de „Columbus’’ tijdens den haventocht. (foto Sivart). HOLL. MAATSCHAPPIJ VAN LANDBOUW. Den 29en April hield de Hollandsche Maatschappij van Landbouw haar 94e algemeene vergadering in het Americain Hotel te Amsterdam. HET WESTERKWARTI ER TE AMSTERDAM. De vorige week heeft de opening van het speelterrein van het V/esterkwartier feestelijk plaats gehad. Er had een optocht plaats, waaruit wij hierboven geven: De Amsterdamsche stedemaagd, die met haar kinderen naar het terreip trekt. DE TUNNEL ONDER BEUKELSDIJK GEOPEND. Een bericht dat ook niet-Rotterdammers interesseeren zal: Eindelijk dan is de tunnel er,eindelijk! Terwijl andere steden, zelfs minder groote, zooals Utrecht, zonder dralen het verkeersvraagstuk van spoorweg-overganaen oploste door van den over-gang een onder-gang te maken, tobde het vooruitstrevende Rotterdam met een dubbel stel afsluitboomen over den drukken verbindingsweg Westen-Noorden. Wanneer men 10 minuten gewacht had, blij was te kunnen passeeren, strandde men op een eilandje tusschen twee afgesloten gedeelten en weer gingen dan soms 10 minuten heen. Niet zonder reden was Beukelsdijk berucht Doch nu is er een fiksche, breede, lichte tunnel. Kon zoo het euvel van open bruggen in Rotterdam ook maar worden opgelost....
PDF
Nummer
1915, nr.36, 3 mei. 1915
Blad
13
Tekst
285 PANORAMA GEÏLLUSTREERD OORLOGSNIEUWS DE STRIJD OM YPEREN. Dorp na dorp wordt in het nog onbezette stukje België verwoest. Hierboven een foto van het dorpje Zonnebeke, dat bij de laatste gevechten zooveel te lijden heeft gehad. DE MODERNE STR IJ DW E R KTU I GE N . Een der mortieren die door de Engelschen in den strijd tegen de Turken in Egypte gebruikt zijn. Oorlogs-Kroniek. 1 April. Aan het Westelijke front is de algemeene toestand onveranderd. — Ten Westen van de Njemen duren de gevechten voort. In de Karpathen zetten de Russen hun offensief voort. De Russische Zwarte Zeevloot heeft Zonguldak, Kozla, Kilimli en Eregli beschoten. In de Boekowina wordt verwoed gevochten. Aan de Dardanellen heerscht betrekkelijke rust. Het Britsche stoomschip „Flaminian” werd 50 mijlen van de Sicily-eilanden getorpilleerd. 2 April. Op het front voor Dompierre, ten Zuid-Westen van Peronne, is de strijd het hevigst. De Franschen deden met succes 4 mijngangen in de lucht springen. — Tusschen den Lupkowerzadel en den Uzsokpas duren de gevechten voort. Aan het front in ZuidOost Galicië is de toestand ongewijzigd. — Het Fransche stoomschip „Emma” werd voor Bevezier getorpilleerd. — In den Kaukasus hadden slechts artillerieduels plaats. 3 April. De gevechten in en om het woud van Le Prêtre worden voortgezet. Een Duitsch vliegtuig werd ten Oosten van Soissons tot dalen genoodzaakt. — Aan het Oostelijke front is de toestand ongewijzigd. In de Karpathen wordt hevig gestreden. — Het Britsche stoomschip „Seven Seas” en drie Engelsche trawlers zijn door Duitsche onderzeebooten tot zinken gebracht. De Noorsche bark „Nor” werd door de „U 20” in brand geschoten. 4 April. Op het Westelijke front is de toestand onveranderd. Een Fransch vlieg-eskader wierp bommen op Vigneulles HET ZINKEN VAN DE „IRRESTIBLE”. Torpedo-vernielers haasten zich naar den zinkenden oorlogsbodem „Irrestible” in de Dardanellen, ten einde de opvarenden te redden. BEGRAFENIS VAN EEN DOKTER. Russische Roode-kruissoldaten bij de begrafenis van een Russischen Roode-kruisdokter in Lodz. (Woevre). Een Engelsche vlieger werd tusschen Mechelen en Herenthals genoodzaakt te dalen en gevangen genomen. — Van het Oostelijke front valt niets te vermelden. In de Karpathen verhinderde een sneeuwstorm de Russen het offensief voort te zetten. — Het Engelsche stoomschip „Lockwood” is door een Duitschen onderzeeër getorpilleerd. De equipage werd gfered. — Het Fransche parlement heeft definitief besloten tot instelling van een oorlogskruis voor alle persoonlijke eervolle vermeldingen. 5 April. Aan het Yserkanaal ten Z. van Dixmuiden, namen de Duitschers het door de Belgen bezette plaatsje Driegrachten op den Westelijken oever. In het Bois Le Prêtre worden de gevechten voortgezet. — In de Karpathen duren de gevechten op de hoogten aan beide zijden van het Laborczadal voort. Ten Noorden van den Uzsokpas is de toestand ongewijzigd. — De Turksche kruiser „Medjidieh” is bij de Russische kust op een mijn geloopen en vergaan. — Aan de Dardanellen komen slechts enkele onbeteekenende acties voor. 6 April. Het regenachtig-mistige weer belette aan het Westelijke front elke belangrijke actie. Aan den Yser wordt hardnekkig gestreden. Het Duitsche offensief werd tot staan gebracht. — Op het front ten Westen van de Njemen wordt hardnekkig gestreden, evenals in de Karpathen. Aanvallen der Russen bij Mariampol werden door de Duitschers afgeslagen. De Amerikaansche nota aan Duitschland inzake het tot zinken brengen van de „William P. Frye” is heden openbaargemaakt. In de nota wordt als schadeloosstelling een bedrag van 228.060 dollars voorgesteld. BLOEMENMARKT TE BRUSSEL.. In de laatste weken wordt er te Brussel wederom geregeld een bloemenmarkt gehouden, die door de Duitsche officieren trouw bezocht wordt. HET TEKORT AAN MANNEN. Ter vervanging van de mannen die naar het front vertrokken zijn worden er nu in Duitschland vrouwen en meisjes opgeleid voor wagenbestuurster op de electrische trams.
PDF
Nummer
1915, nr.36, 3 mei. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 286 OEFENING VAN DEN VRIJWILLIGEN LANDSTORM. Op de heide bij Blaricum heeft de vorige week een militair-geneeskundige oefening plaats gehad van de afd. Hilversum der Ver. „Het Witte Kruis” en de afd. Hilversum-Naarden van den vrijwilligen landstorm. De foto links geeft het verleenen van eerste hulp aan een zwaargewonde op het gevechtsterrein. De middelste foto geeft een paar landstormsoldaten in verdekte stelling; op de foto rechts ziet men een parlementair, die over de overgave der stelling komt onderhandelen geblinddoekt weggeleid worden. gebeurtenissen hadden zich even snel als onverwachts afgespeeld. Er was in het atelier Ig van professor Lemaire nog nooit zoo iets dergelijks voorgevallen. Sommige studenten keken verschrikt toe; allen waren ontdaan. was een vreesejijk oogenblik. Fred Barnes stond met opgewonden gelaat en gebalde vuisten in verdedigende houding voor zijn schilderij, het voornaamste werkstuk van het seizoen ; het stuk waarop door de jury eenige minuten geleden in den hoek een kruis was geschreven als teeken van haar hooge ingenomenheid. Het was een allegorisch stuk dat door het bestuur der Sociëteit voor Beeldende kunst de eerste prijs was toegekend. Op de expositie zou het zeker alle aandacht trekken. Fred Barnes was in eens beroemd geworden. Hij had er hard genoeg voor gewerkt. Toen, nadat de jury vertrokken was, had het onaangename voorval plaats gegrepen ten gevolge van de jaloerschheid van een der andere studenten. Karl Karlowitch was reeds langen tijd de mededinger van Fred Barnes. Hij had er vast op gerekend den eersten prijs te winnen met een zeer verdienstelijk landschap. Zijn teleurstelling en woede, toen de uitslag bekend was, waren dan ook onbeschrijfelijk. Hij begon zijn mededinger en diens werk te bespotten. Van spotten kwam het tot twisten, van twisten tot beleedigen, en eindelijk, aangevuurd door sommige zijner even naijverige collega’s, verloor Karlowitch alle zelfbeheersching, en, een grooten kwast vol verf opnemend, kwam hij op het schilderstuk van Barnes toeloopeh, met het schandelijk voornemen dit te vernietigen. De Engelschman was den Rus evenwel te vlug af. Hij schoof zijn forsche gestalte tusschen zijn werk en den razenden Karlowitch, terwijl een stoot van zijn vuist den tegenstander als een kegel in den tegenovergestelden hoek van het vertrek wierp. Karlowitch was in een oogenblik weer op de been en wilde op zijn vijand inrennen ; zijn vrienden hielden hem evenwel terug : in een vuistgevecht was de sportieve Engelschman ontegenzeglijk in het voordeel. „Neen, neen,” riepen ze „het is een eerezaak ; het moet met degen of revolver uitgevochten worden.” Terwijl de jonge mannen wild door elkander schreeuwden, stond de Engelschman dit tafereel kalm aan te zien. Hij betreurde het incident dat hij niet had uitgelokt; betreurde het te meer nu voor zijn geestesoog zich tusschen hem en zijn tegenstander het beeld van een meisje plaatste, een lief gelaat, dat hem in de maanden van ingespannen werk steeds terzijde was geweest en hem geprikkeld had te streven naar een doel, welks bereiking hij nauwelijks had durven droomen. En nu hij zijn stoutsten wensch vervuld zag, een vervulling die hem een gouden toekomst beloofde, zag hij zich plotseling de vijand van een man, wiens moeder de echtgenoote was van den vader van het meisje. — Twee jaar geleden had kolonel Galton de schoone mevrouw Karlowitch getrouwd en deze laatste had met haar weduwenstaat haar rustige woning in Zuid-Rusland verlaten en was met haar zoon naar Parijs getogen. Het was een gelukkig huwelijk, waar vrede en vriendschap woonden. Fred Barnes dacht aan dat alles en verwenschte dezen onzaligen twist. Hoe hij dezen zou eindigen, als overwinnaar of overwonnene, het vriendelijk tehuis zou voor altijd voor hem gesloten zijn. Barnes beschouwde Karlowitch slechts als den stiefbroeder van het meisje dat hij liefhad, en als zijn mededinger in, de kunst, maar de russische schilder was meer dan dat, hij was ook zijn mededinger in de liefde, want ook Karlowitch beminde het meisje, wel is waar onwaarneembaar voor elk ander, heel diep in zijn hart, maar, misschien juist daarom, des te vuriger. Fred was diep terneergeslagen door hetgeen zoo juist was voorgevallen. Allerlei gedachten jaagden door zijn verhit brein. Hoe zou Felice’s houding zijn tegenover hem? In het eerste oogenblik van zijn succes had hij dadelijk moed gevoeld het meisje te vragen zijn vrouw te worden. Binnen enkele dagen zou hij zijn toekomstig geluk aan haar ter beslissing geven en hij meende er verzekerd van te mogen zijn dat haar antwoord niet ontkennend zou zijn. Maar nu .... ? „Mijnheer, wil je me voldoening geven ?’’ Karlowitch had zich uit de handen van zijn vrienden losgeworsteld en stond nu met vlammende oogen voor hem. Barnes keek hem doordringend aan. „Ik wil niet vechten !” zei hij. Een gemompel van verwondering en afkeuring volgde ARNOLD SPOEL, de bekende toonkunstenaar en componist, vierde den len Mei zijn 30-jarig jubileum als toonkunstenaar. op deze woorden. Niemand had verwacht, dat deze Engelschman zich zoo laf zou toonen. Len Britton.een Amerikaansch student en een boezemvriend van Fred, kwam op hem toeloopen. „Neem het aan, Barnes,” fluisterde hij, „snoer den snoever den mond !” Fred schudde slechts het hoofd. „Ik zal je met de zweep afranselen,” brulde Karlowitch. Fred glimlachte en Britton naast hem schaterde het uit. „Luister !” zei Barnes. „Jij bent jaloersch op mijn succes en laat je door je woede bewegen tot den gemeenen streek om mijn schilderij te willen vernietigen. Je loon heb je daarvoor reeds ontvangen. Nu daag je me uit tot vechten, naar ik veronderstel met revolver of degen. Ik neem deze uitdaging niet aan, maar wil je e°n voorstel doen, waardoor je ten volle bevredigd zult zijn.” Alle aanwezigen waren ten hoogste opgewonden. „Wat is ’t! Wat is ’t ?” riepen ze door elkaar. „We zullen elkander overmorgen ontmoeten op de kamer van Britton,” zei Barnes. ,,Daar zullen twee revolvers liggen. Onze beide secondanten zullen een der revolvers HET 1O-JARIG BESTAAN v. d. HAAGSCHE WINKELIERSVEREENIGING. De ’s-Gravenhaagsche Winkeliersvereeniging vierde deze week in het feestlokaal Willemstraat haar 10-jarig bestaan. Met het oog op de tijdsomstandigheden geschiedde dit op meer bescheiden wijze dan anders het geval geweest zou zijn. laden, het andere blijft ongeladen. Jij en ik, Karlowitch. zullen een revolver uitkiezen en schieten, niet op elkander, maar op onszeive.” Karlowitch was zeer bleek geworden. „Dat is een kansspel,” zei hij. „Het is zoo ’t beste,” was het kalme antwoord. „In allen geval, jij hebt mij uitgedaagd, ik kan dus de condities stellen. Neem je ze aan?” Verscheidene der aanwezigen verdrongen zich om Barnes en trachtten hem over te halen zijn voorwaarden te veranderen. Om strijd toonden ze hem het bloeddorstige, het onmenschelijke er van aan, Barnes bleef echter halsstarrig op zijn stuk staan en Karlowitch, een moed veinzende, dien hij in ’t geheel niet bezat, stemde eindelijk toe. * * * Fred Barnes en Felice Galton hadden elkander liefgekregen op het eerste gezicht. Het was Karlowitch zelf geweest, die zijn stiefzuster met zijn studiemakker in kennis had gebracht op een schildersbal. Dat het niet bij die eerste kennismaking gebleven was, wist Karlowitch niet, want de volgende ontmoetingen hadden steeds in ’t geheim plaats gevonden, in het Museum voor Beeldende kunsten, in het Bois de Boulogne, op buitenpartijen enz. Het was een recht idyllische hofmakerij geweest, die beiden gelukkig maakte, want ook Felice was een artist in elke zenuw. En zoo hadden ze voortgeleefd in den zaligen roes eener eerste liefde en behalve Felices jongere zuster, Paula, die op weg naar school dagelijks de woning van Barnes passeerde, wist niemand iets van deze verstandhouding. Paula, trotsch op het vertrouwen in haar gesteld en verheugd deelgenoot van een werkelijk geheim te zijn, was steeds een gewillige „postillon d’ amour” geweest tusschen de beide minnende jongelui. „Paula ?” Het jonge meisje keerde zich op het hooren van deze stem om en een glimlach kwam op haar gelaat. Ze was meer dan half verliefd op den stoeren Engelschman met zijn knap gelaat en donkerbruin haar. „Fred I” riep ze verheugd uit en liep hem haastig te gemoet. „En waar zal de volgende samenkomst zijn ?” ging ze lachend voort. De ernstige gelaatsuitdrukking van den jongen man deed echter haar vroolijkheid eensklaps bekoelen en benam haar den moed meerdere vragen te doen. Ze ging dus.stilzwijgend naar huis, terwijl de herinnering in haar opkwam aan het gedeelte van een gesprek tusschen haar zuster en haar stiefbroeder dat ze den - vorigen avond had afgeluisterd en waarin de naam van Fred door Karl genoemd was op een toon van vreeselijken haat. Ze behoefde haar vrouwelijk instinct niet te scherpen om te begrijpen dat er iets niet in orde was. Paula bracht Fred den volgenden dag een brief van haar zuster en zag aan zijn bleek gelaat dat ze hem een onaangename boodschap had gebracht; ze zei evenwel niets. Op zijn kamer gekomen, scheurde Barnes den brief open. De inhoud was spoedig gelezen, en toen, met een kreet van smart, zonk hij in een stoel neer. De brief luidde als volgt: Fred, Karl heeft mij alles verteld. Had je met hem geduelleerd, onverschillig of je het gewonnen of verloren had, ik zou je vergeven hebben. Als Karl het mij niet zelf verteld had, zou ik moeilijk hebben kunnen gelooven, dat jij een lafaard bent. Mijn grootvader vocht in de oude garde van\ Napoleon ; mijn vader bekleedt zooals je weet een eervolle plaats in de gelederen der chasseurs. Wat moet hij van jou denken ? Wat kan ik van jou denken ? Het zou veel beter geweest zijn als je gevochten had en overwonnen was. O, Fred, waarom nam je de uitdaging niet aan ? Nu zelfs trillen in mijn ooren nog de beleedigingen, die Karl met volle recht over je heeft uitgesproken. Door je weigering met hem te duelleeren, heb je het hart gewond van mij, de dochter van een soldaat, de nakomeling van een geslacht van dappere krijgslieden, veel dieper HET DUEL IN HET ATELIER
PDF
Nummer
1915, nr.36, 3 mei. 1915
Blad
15
Tekst
287 PANORAMA dan je ooit mijn stiefbroeder zoudt hebben kunnen verwonden.” Aldus had Karlowitch zijn werk gedaan. Hij had zonder twijfel kennis gekregen van de verhouding, waarin zijn stiefzuster tot hem, Barnes, stond en dit had zijn naijver opgewekt; en waarschijnlijk ook uit vrees voor de aanstaande ontmoeting had hij gelogen, schandelijk gelogen achter den rug van zijn vijand. Fred Barnes kon dien nacht den slaap niet vatten, rusteloos woelde hij heen en weer. Het misverstand tusschen hem en Felice behoefde slechts eenige woorden tot opheldering, doch Barnes had zijn trots, en als bij verliefde jongelui de trots spreekt, is het verstand meestal ver te zoeken. Hij was in zulk een verbitterde stemming dat hij liever gestorven zou zijn, dan een woord tot zijn verdediging te spreken of te schrijven. * * * De kamer van Britton was gevuld met jongelui, doch de vroolijke toon, die daar gewoonlijk heerschte, had thans plaats gemaakt voor een beklemmenden ernst. Britton als de secondant voor Barnes, en Chaillu voor Karlowitch. verrichtten stilzwijgend de noodige voorbereidselen voor den strijd, die geen strijd zou zijn van twee tegenstanders tegen elkander, maar een strijd tegen zichzelven. Dit duel hier zou een geheel ander karakter dragen dan gewoonlijk : het zou geen manslag zijn maar een zelfmoord. Twee glinsterende revolvers lagen op de tafel. Britton en Chaillu namen ze op en verlieten de kamer, kwamen terstond daarop terug en legden ze weer neer. „De keus is aan u,” zei Barnes. Karlowitch stapte naar voren, maar Britton trad hem in den weg. „Mijn vriend is uitgedaagd,” zei hij, „hij mag dus kiezen.” „Maar hij staat zijn recht af,” zei Chaillu. Britton bleef echter onverzettelijk op zijn stuk staan, terwijl het meerendeel der aanwezigen hem gelijk gaf. Karlowitch was eensklaps doodsbleek geworden en trok zich terug, terwijl hij mompelde : „Zooals je wilt 1” Barnes zelf drong er op aan zijn tegenstander de keus te laten, doch Britton verzette er zich tegen met onverklaarbare hardnekkigheid. Eindelijk gaf Barnes toe en naderde de tafel onder de opmerking dat hij niet begreep waarom zijn vriend zoo tegen zijn voorstel gekant was. „Hij moet eerst geblinddoekt worden I” klonk de stem van Chaillu en uit den hoek waar Karlowitch stond, klonk een goedkeurend gemompel. Barnes fronste de wenkbrauwen over deze beleediging, die duidelijk te kennen gaf, dat men veronderstelde dat hij met zijn secondant in het geheim samenspande. Stilzwijgend onderwierp hij zich evenwel aan dezen eisch, naderde toen de tafel, en de eerste revolver die hem in handen kwam, opnemende zei hij : „Ik kies deze!” Toen den blinddoek van de oogen trekkende, vervolgde . hij: „Vaarwel Britton, ouwe jongen, en mijn welgemeenden dank voor je trouwen bijstand I” Britton greep de hand van zijn vriend en kneep die hartelijk ; hij kon niet spreken. Er was een vreemde kleinmoedigheid in zijn houding, die een groot contrast vormde met zijn kordaatheid van enkele minuten geleden. Zijn gelaat had een geheimzinnige uitdrukking. Fred Barnes keek van zijn vriend naar zijn vijand, die evenals diens secondant hem ‘met een gelaat vol schrik en afgrijzen aanstaarde. Toen. de revolver op een armshoogte van zich afhoudend, richtte de Engelschman op zijn hart, vuurde en stond ongedeerd. Hij had den ongeladen revolver gekozen. Nu was de beurt aan den Rus. Karlowitch echter kroop in een hoek achter de anderen weg, sprakeloos van schrik. „Karlowitch ! Karlowitch !” Allen behalve diens intieme vrienden laakten den Rus, wiens laffe houding zoo’n scherp contrast vormde met zijn vroegere woorden en het kalme gedrag van den Engelschman. De sympathie was plotseling van den eersten op den laatsten overgegaan en ze drongen er op aan dat Karlowitch zijn woord gestand zou doen. Doch nu kwam Fred Barnes tusschenbeide. De geladen revolver grijpende, zei hij: „Neen, neen S Luister een oogenblik. Er waren eenigen onder jelui, die mij eergisteren een lafaard noemden, omdat ik niet duelleeren wilde. Weet je wrat hiervan de reden was? A propos, Felix, er zit te veel asch aan je sigaar 1” Snel als de gedachte richtte hij zijn revolver; een schot klonk en de kogel vloog in de deurpost, doch de asch was weggeschoten van de sigaar, die Felix nog tusschen de lippen hield. „Ik wilde Karlowitch een kans geven, want de partijen waren niet gelijk,” zei Barnes kalm. „Mijn voorstel gaf hem deze. Je ziet hoe hij ervan geprofiteerd heeft. Maar hij zal niet ontsnappen. Het zou jammer zijn van de heeren hier vereenigd, die zoo van sport houden, z als ze onvoldaan vertrekken moesten en hun gewaardeerde belangstelling onbeloond bleef. Kan iemand ons aan een ONGELUK TE AMSTERDAM. Aan de Kattenburgerbrug te Amsterdam sprong een der lantaarns door een ontploffing in stukken. Een kind werd door een der wegspringende stukken gedood. paar degens helpen ?” — Louis Stéphan vloog weg naar zijn kamers eenige huizen verder en kwam spoedig met twee degens terug. Barnes bekeek ze met critischen blik. „Wil je kiezen, Karlowitch ?” . De Rus aarzelde even, doch hij kon het voorstel niet afslaan, dat zou hem bij zijn kunstbroeders geheel onmogelijk hebben gemaakt. Met tegenzin nam hij een der wapens op. „Verdedig je 1” Eindelijk kwam het dan toch nog tot een strijd zooals zij zoo gaarne gewenscht hadden en vol verwachting vormden ze een kring. Karlowitch begon het gevecht met een woedenden aanG. REHLv. DRANEN KS.CHAGEN. f Op 57-jarigen leeftijd is voor eenige dagen overleden de heer G. REHL VAN DRANEN, in leven kapelmeester van het 6e Regiment infanterie. — Te Medemblik is de vorige week de alleenwonende 7O-jarige heer K. SCHAGEN vermoord. val en trachtte door de snelheid en hevigheid van zijn stoeten een spoedige overwinning te behalen ; geen twee minuten waren er echter verloopen of het was voor elk der aanwezigen duidelijk dat Karlowitch volkomen aan de genade van zijn tegenstander was overgeleverd. Barnes speeide met hem ; na een paar minuten zou hij er een eind aan maken en ... . Het einde kwam ; een snelle draaiing van het handgewricht en Karlowitch’s degen viel kletterend op den grond. Het volgende oogenblik vond den Rus tegen den muur met de punt van Barnes’ degen tegen de borst. Een grimmige lach speelde om Barnes’ lippen, een glimlach die alle toorn en minachting uitdrukte, die hij voor zijn tegenstander gevoelde. Hij trad een paar passen terug. „Wil je hem zijn degen eens geven, Britton !” zei hij. Maar Karlowitch had er genoeg van. FEEST TE ROME. In het stadion National werd de vorige week het feest „Natale di Roma" gevierd demonstratie namen 4000 kinderen deel. Meer dan 10.000 personen, waaronder familie, woonden het feest bij. „Neen, neen 1” riep hij uit. „Ik vecht niet meer! Ik ga heen 1” „Niet voordat je mij je verontschuldiging hebt aangeboden.” „Dat doe ik niet!” „En je wilt niet vechten? Dan blijft mij geen andere keus over dan dit.” Plotseling, met een opwaartsche beweging van zijn wapen, scheurde hij met de degenpunt Karlowitch’s wang open van zijn mond tot zijn oor. De wond was maar gering, weinig meer dan een diepe schrap, doch ze toonde Freds meesterschap op den degen en zou een litteeken achterlaten, dat voor den bezitter een blijvende herinnering zou zijn aan dezen dag. Ondanks den gunstigen afloop van de ontmoeting met zijn tegenstander was Fred Barnes toch in geen vroolijke stemming, toen hij een uur later tegen donker, nadat door Britton en een half dozijn vrienden zijn schitterende overwinning gevierd was, naar huis terugkeerde. Hij was in de oogen van zijn vrienden volkomen gerehabiliteerd, hij had de beleedigingen van Karlowitch schitterend gelogenstraft, maar daarvan wist het meisje dat hij beminde niets. En voor al het geld der Indische nabobs zou hij zich niet hebben willen vernederen om het haar te vertellen. Terwijl hij zoo mijmerend voortliep, voelt hij opeens den druk van een zachte hand op zijn arm. Hij keert zich om, het is Felice. „O, Fred, vergeef me, vergeef me ! Ik weet alles! Ik ben zoo verdrietig !” Hij drukte haar in den arm, terwijl zij snikte van zelfverwijt. „Ik was trotsch, onbillijk, maar Karl sprak zoo overtuigend. Maar Paula vernam vandaag de waarheid en nu was ik zoo bang voor jou, dat ik naar Brittons kamers vloog om het afschuwelijk duel tegen te houden. Ze wilden mij evenwel niet binnenlaten. Een van je vrienden kwam naar buiten, en vertelde mij van het lafhartig gedrag van Karl en dat hij een paar degens ging halen. Toen heb ik gewacht en gewacht en gebeden . .. .” „Daar, daar heb je je loon,” zei Fred, terwijl hij de tranen van haar wangen kuste. „Het was bijna geen vechten !” „Won je?” „Dat denk ik wel 1” „Heb . . . heb je hem gedood?” Fred lachte, een helderen, muzikalen lach, die echode in de nauwe stille straat. Het meisje keek hem vragend aan. „O, hij is ongedeerd, kindlief,” zei hij. „Een simpel schrapje. Hij was vriendelijk genoeg om mij daartoe in de gelegenheid te stellen en misschien . . . vertelt hij je wel alles omtrent onze ontmoeting. Onderwijl stel ik je voor naar je huis te gaan, ik heb je vader over een belangrijke zaak te spreken.” Het verloop van het zeldzame duel was den heer Galton reeds ter oore gekomen en de oude soldaat was ten zeerste verlangend om den held de hand te drukken, ondanks het feit dat zijn stiefzoon de tegenpartij was geweest. De oude heer stond er op, dat hem door Fred met behulp van een oude sabel de verschillende poses zouden worden gedemonstreerd. Het duurde dus geruimen tijd voor Fred gelegenheid kreeg de aandacht van den kolonel te bepalen bij de eigenlijke reden van zijn komst. Dat zijn aanzoek gunstig was opgenomen, bleek genoeg uit de gelukkige gezichten van de beide minnenden, toen ze elkander „goeden nacht” wenschten. Op den trouwdag, zes maanden later, trok Britton zijn vriend ter zijde : „Het verwondert mij niets, dat Karlowitch afwezig is,” zei hij. „Geen mensch ziet gaarne dat de vijand succes en geluk heeft, dien hij eerst getracht heeft te vermoorden 1” „Vermoorden ? Waarde Britton, wat bedoel je eigenlijk?” „Je herinnert je dat revolver-idee van jou ? Het zou jou bijna je leven gekost hebben. Dat beest van een Karlowitch en zijn secondant, die schurk Chaillu, hadden afgesproken de ledige revolver te merken. Ik zag nog net, hoe hij het handvat merkte. Karlowitch hoopte het eerst te mogen kiezen. Dat had voor jou de dood beteekend. Daarom verzette ik me hiertegen met alle kracht. Chaillu, de fielt, denkende dat ik met jou een zelfde afspraak gemaakt had, eischte toen dat jij geblinddoekt zou worden. Je goed geluk deed je de ledige revolver kiezen, maar het was een dubbeltje op zijn kant. Het moordplan was niet gelukt!” Fred schudde zijn vriend de hand en zijn krachtige greep was welsprekender dan woorden zouden geweest zijn. . Aan de sportde Koninklijke
PDF
Nummer
1915, nr.36, 3 mei. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 288 SCHOOLWEDSTRIJDEN TE AMSTERDAM. Op het IJsclubterrein te Amsterdam hebben er den 29en April 1.1. schoolwedstrijden plaats gehad, uitgeschreven door den Amsterdamschen Bond voor Lichamelijke opvoeding, den Amsterdamschen Voetbalbond en den Amsterdamschen Korfbalbond. Zooals onze foto links doet zien, toonde ook Generaal Ophorst, de commandant van de stelling Amsterdam, zijn belangstelling. Op de foto rechts ziet men een BLOEMENWEDSTRIJD OP HET STRAND. Prachtig weer begunstigde den wedstrijd in het leggen van hyacinten door schoolkinderen, op het Scheveningsche strand, welke de vorige week plaats had. Tegen half drie begaven de groepen schoolkinderen: jongens en meisjes, zich onder geleide van hun onderwijzers en onderwijzeressen, vlaggen der Haagsche en nationale kleuren met zich mooien sprong maken. meevoerend, naar het strand, het gedeelte links van de Pier. Er was verbazend veel belangstelling op de Pier, langs de boulevards, en op het strand verdrong zich een talrijke menigte om de kleuters gade te slaan. Vooral zwanen, molens, kruiwagens en de Nederlandsche vlag waren Geliefkoosde ontwerpen. Het damescomité, dat dit aardige plannetje ten bate van het Steuncomité had ontworpen, had met de collecte dan ook wel succes, (foto's Hipnans) IN HET DONKERSTE UUR VAN DEN NACHT! (Vervolg). ij beefde weer, toen hij het gelaat van den dooden knaap aanschouwde, hij beefde zoo hevig dat zijn hand het ledikant waarop zij rustte heen en weer deed schudden. Dit wekte een slaper in de aangrenzende kamer en een oogenblik later bewoog zich het bleeke schijnsel van een nachtlampje door het vertrek. De inbreker stak weer de hand in den zak, waar blijkbaar een revolver verborgen zat en keerde zich gereed tot zelfverdediging naar den binnentredende. EEN AANWINST VOOR DE R OTT E R D A M SC H E DIERGAARDE. De Rotterdamsche Diergaarde is in het bezit gekomen van een paar vogels die nog niet in een dierentuin voorkwamen, n.1. de witnek-raven, herkomstig uit Oost-Afrika, levend op minstens 1200 M. hoogte. Zij hebban een roofvogelsnavel van ongewone grootte. Het was een vrouw, klaarblijkelijk de moeder van den knaap die met doodelijk verschrikte oogen in het schelle licht van de electrische zaklantaarn staarde, hetwelk de inbreker vol op haar schijnen liet. De dame kon van den man bijna niets bespeuren, omdat het zwakke schijnsel van het lampje geheel in het sterke electrisch licht verloren ging. De vrouw was aan de genade van den bandiet overgegeven. Hij stapte de kamer door met het voornemen de vrouw met een enkelen duw van zijn krachtigen arm terzijde te schuiven als zij hem in zijn poging om het huis te verlaten verhinderen wilde, doch iets in de gelaatstrekken van de jonge vrouw hield hem terug. Eenige seconden staarde hij haar aan; toen, in pijnlijk herkennen, deinsde hij terug, terwijl hij de lantaarn bijna vallen liet. „Nelliel” Zij kon zijn gelaatstrekken niet onderscheiden, doch zij herkende zijn stem. „Robert 1” hijgde zij. Ze was moedig genoeg geweest, toen zij de kamer binnentrad, nu beefde zij echter als een espenblad. Hij doofde zijn lantaarn en bij het flikkerend licht van den kandelaar, bevende in haar hand, keken zij elkander in nieuwsgierig verbazen aan. „Je hebt het dus. gehoord,” zei ze eindelijk, „en daarom kom je hier; maar waarom op deze wijze ?” De man was voor haar een bruut geweest tijdens hun kortstondig huwelijksleven, en menigmaal had ze in doodsangst voor hem gesidderd; thans stond hij evenwel voor haar met neergebogen hoofd en zei niets. „Kijk I” zei ze, zich naar het kinderledikantje begevende en de gordijnen terzijde schuivende, „Is hij niet schoon? Zie eens wat een heerlijke krullen. Hij stierf in mijn armen, Robert I Meermalen sprak hij over je en verwonderde er zich over dat je niet terugkwam. Hij dacht altijd aan je 1 Nog eenige minuten voor zijn dood vroeg hij naar „vadertje”. Waarom ben je niet eerder gekomen ? Zie je dit ?” Zij schoof de deken een weinig weg en daar in zijn gevouwen armen lag een zeemleeren pop. „Herinner je je dit nog ? Het was het laatste wat je hem gegeven hebt.........Het was zijn liefste speeltuig! lederen avond moest „Jim” met hem naar bed. Hij beminde het als een klein broertje, en daarom .... mocht ik hem er thans niet van berooven. Bovendien — het was een geschenk van jou,.... je laatste geschenk. Het deed de herinnering aan jou klaar en duidelijk in hem voortleven. Ik had dit noodig.” De man zei niets; het was hem onmogelijk een woord te uiten ; zijn keel was als dichtgesnoerd en bevende van berouw en schaamte viel hij voor het ledikantje op de knieën. „Maar waarom heb je niet gebeld 1 Je weet toch dat ik je <ƒƒ/ niet geweigerd zou hebben 1 Jou ... .” ze zweeg eensklaps, want het licht van den kandelaar viel op het eind NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. van een inbrekerswerktuig dat uit zijn zak stak. Dit en de zaklantaarn deden haar opeens de vreeselijke waarheid begrijpen en die waarheid verpletterde haar. „Wist je het niet ?” vroeg zij langzaam „Neen !” kreunde hij. „Dus, het was louter toeval ? Jij kwam hier om te stelen... te plunderen .... mij .... en ... . hem ?”. „Neen, neen 1 Bij God, neen 1” schreeuwde hij uit. „Zoo’n .... zoo’n laaggezonken schurk ben ik nog niet! Ik wist dat niet! Ik zweer het 1 Ik dacht dat je uren ver weg was. Niet voordat ik je'zag, van aangezicht tot aangezicht, wist ik het pas ! Het was zuiver toeval !” „Dan .... dan is er geen reden voor je om langer hier te blijven,” kreet zij. „O, waarom kon mij dat niet gespaard blijven ? Mijn lot was toch al bitter genoeg. Ter wille van hem woonde ik dan hier, dan daar, overal; maar het was immers hetzelfde. Jouw misdaden volgden onsl (Wordt vervolgd). HET NIEUWE PLEZIERVAARTUIG. Op den Amstel te Amsterdam ziet men in den laatsten tijd een werkman zich op een waterfiets bewegen. De man heeft natuurlijk veel bekijks met zijn eigenaardig pleziervaartuig.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1556 tot 1560 van 11897