Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1541 tot 1545 van 11897
Nummer
1915, nr.34, 26 april. 1915
Blad
13
Tekst
269 PANORAMA VAN HET DUITSCHE EN OOSTENRIJKSCHE FRONT EEN RUSSISCHE LOOPGRAAF GENOMEN. Ofschoon bovenstaande foto, die waarschijnlijk door een officier genomen is, niet zeer scherp is, is zij toch buitengemeen interessant. Oostenrijksche troepen bestormen met succes een Russische loopgraaf. Links op de foto ziet men de Russische verdedigers van de loopgraaf met de handen in de hoogte. DE H YDRO-AUTOMOBI EL. De Oostenrijker L. Zeiner heeft een automobiel geconstrueerd, die te land en te water |kan gebruikt worden. Deze auto-boot zal zich uitmuntend voor verkenning leenen. De snelheid te land bedraagt 75 K.M. per uur. DE HVDRO-AUTOMO8IEL TE WATER De snelheid te water bedraagt dan pl.m. 20 K.M. IN HET HOOFOKWARTI E R VAN DEN KROONPRINS. De Duitsche Keizer brengt een bezoek aan den kroonprins (achter den Keizer met doodskop-huzarenmuts) in zijn hoofdkwartier. Rechts op de foto ziet men Prins Oskar (met pet op). KLEEREN VOOR DE SOLDATEN. Het is begrijpelijk dat er ook in Duitschland massa’s nieuwe .uniformen voor de soldaten moeten vervaardigd worden. Bij tientallen tegelijk worden de jassen enz. gesneden. DE VERVAARDIGING van uniformen geschiedt voor het grootste gedeelte door vrouwen en meisjes, DE DUITSCHE SOLDATEN BIJ DEN LANDBOUW. De Duitsche soldaten zijn in het gedeelte van België, waar zij niet tot dadelijke deelneming aan den strijd verplicht zijn, den bewoners van het bezette land zooveel mogelijk bij de bebouwing van het land behulpzaam. Velen dier soldaten zijn boerezoons en aan den landarbeid gewend. Onze foto links geeft de Duitsche militairen aan het eggen en zaaien. De foto rechts geeft hen bij het maken van boter,
PDF
Nummer
1915, nr.34, 26 april. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 270 DE VERKOOP VAN DE EMMA-BLOEM. Woensdag 21 April werd in de verschillende plaatsen van ons land de Emma-bloem verkocht ten bate van de tuberculose-bestrijding. Reeds vroeg in den ochtend zag men tal van dames post vatten om hun bloempjes voor het goede doel aan den man te brengen. Onze foto links geeft het oogenblik weer, dat een der dames het genoegen mocht smaken aan H. M. de Koningin te verkoopen. (foto Sijes). De foto rechts geeft het stadhuis te ’s-Gravenhage waar de dames hun ontvangsten kwamen afdragen. HET TOUW MET DEN --------- KNOOP.---------- ^§k zal maar beginnen met te zeggen dat ik niet verwacht, dat iemand mij gelooven zal, sinds zelfs zij die er gedeeltelijk getuigen van waren _ . over het andere gedeelte de schouders ophaalden, en het beschouwden als een product van mijn verhitte verbeelding. Het avortuur begon met den volgenden brief, dien ik laat in den namiddag ontving: Waarde P., Ik heb mij suf gepeinsd over iets geheimzinnigs, zonder evenwel een oplossing te vinden; daarom wend ik mij tot jou met verzoek te trachten het mysterie te onthullen. Het is net iets naar jouw smaak en van je journalistieke vaardigheid ben ik ten volle overtuigd. Ga dus hedenavond om 7 uur naar de Markostraat No. 5. Daar zul je zeker voldoende stof voor kopij vinden. Hierbij ingesloten is je toegangsbewijs, dat, hoe zonderling dit ook schijnen mag, toch een machtig ..Sesam open je” zal blijken te zijn. Als altijd, je toegenegen H. Het zonderlinge toegangsbewijs was een eindje touw, op een eigenaardige wijze geknoopt. Ik draaide het verbaasd glimlachende tusschen de vingers rond en was het eerste oogenblik geneigd aan een grap te denken; evenwel, H. was een intieme vriend van mij, een beste kerel en in ’t geheel niet iemand die mij mijn kostbaren tijd zou doen verbruiken door een vergeefsche wandeling. Bovendien was dit niet de eerste keer dat hij mij behulpzaam was stof te verzamelen voor een goed betaald artikeltje. Ik dacht niet lang na, want in werkelijkheid was de toestand van mijn kas zoo penibel, dat ik e1ke mogelijkheid om hierin verbetering te brengen met beide handen moest aangrijpen. Een blik in het adresboek deed mij zien dat de Markostraat zich in het Oosten van de stad bevond, en ik rekende uit dat ik net den tijd zou hebben om ze op het juiste uur te bereiken. De Markostraat bleek een nauwe vuile steeg te z j me. armoedige huisjes, die gedeeltelijk onbewoond waren, en No. 5 in het bijzonder zag er zeer vervallen uit. Ik begon te vreezen dat ik ten slotte toch nog de dupe van een grap geworden was. De viezige vensters vol spinrag en gedeeltelijk gebroken kleine ruiten, de deur waarvan elk spoor van verf verdwenen was, schenen mij te bespotten om mijn liohtgeloovigheid. Had ik mij soms in den straatnaam vergist? Ik tastte in mijn zak om den brief nog eens in te zien, doch herinnerde mij te gelijker tijd dat ik dezen thuis gelaten had. Alleen het merkwaardig eindje touw had ik bij mij gestoken. Enfin, eenmaal zoover was het dwaas onverrichterzake terug te keeren. Ik kon allicht aankloppen 1 Dat deed ik en — toen gebeurde er iets bijzonders: de deur ging onmiddellijk en geruisohloos open en een stem fluisterde: „Kom binnen, snel !” Te verrast om te aarzelen of na te denken, stapte ik naar binnen en het geluid van zware grendels achter me maakte me duidelijk dat terugkeeren niet meer mogelijk was. Ik bevond mij in een lange nauwe gang, waar zioh meerdere trappen bevonden, die naar benedenen bovenverdiepingen schenen te leiden. De gang was slechts zeer spaarzaam verlicht door een klein venster boven de deur. „Het teeken 1” fluisterde de portier weer met een acoent dat duidelijk den vreemdeling Ook de militairen offerden gaarne hun dubbeltje. (foto's Hijmans) verraadde. Begrijpende dat deze woorden doelden op mijn hennepen talisman, overhandigde ik hem dezen. „Je komt uit Leeds, niet waar?” vroeg hij. „Ja !” antwoordde ik, ten hoogste verwonderd, want in werkelijkheid was ik daar geboien ; hoe deze kerel dit echter te weten gekomen was, ging boven mijn begrip. Hij knikte nogmaals en met zijn hand naar het eind van -de gang wijzende zei hij : „Je weet den weg !” Dit plaatste mij voor een moeilijkheid, doch begrijpende, dat de minste aarzeling mij noodlottig kon zijn, liep ik voort, mijzelve afvragende wat ik doen moest: naai boven of naar DE BEGRAFENIS VAN DEN HUMORIST KELLY. Onder groote belangstelling is het stoffelijk overschot van den gevierden humorist Kelly ter aarde besteld. Vele kransen en bloemstukken van vrienden en vereerders dekten de baar. beneden gaan. Het geluk was met me, want op ’tpunt gekomen, waar ik kiezen moest, bereikte mij het geluid van een scherpe stem met een vreemd accent uit het onbekende duister beneden mij. Ik koos dus de trap die naar beneden liep, en, eenmaal uit het gezicht van den Cerberus, liep ik voorzichtig voort, met het voornemen eerst ongemerkt een kijkje van het gezelschap te nemen, alvorens mij er bij te voegen. De plaats zelf maakte het mij gemakkelijk dit voornemen ten uitvoer te brengen, want de trap leidde naar een andere gang, waar de dikste duisternis heerschte, slechts onderbroken door een smalle lichtstreep, die uit de kier van een deur scheen te komen. Voorzichtig duwde ik de deur een weinig meer open en bemerkte dat deze toegang gaf tot een langwerpigen kelder, spaarzaam verlicht door een paar olielampjes die van de zoldering afhingen. Het weinige ameublement bestond uit een lange tafel en eenige ruwe banken. Achter de tafel, die overdekt was met papieren, zat in een ouden leuningstoel de man wiens stem ik gehoord had, en die blijkbaar de vergadering presideerde, terwijl, zoover ik bespeuren kon, een tiental mannen rondom de tafel hadden plaats geromen. De president was een man van ongeveer dertig jaar, met gladgeschoren gelaat, scherpe trekken, doordringende oogen en het voorhoofd van een denker; in ’t kort, een geboren volksmenner. „Dezen nacht,” zei hij, „zal de slag worden toegebracht, die het regeerende vorstenhuis vernietigen zal. Maandenlang hebben we ons voorbereid en thans is de tijd aangebroken. Onze vrienden staan allen gereed en onmiddellijk nadat het nieuws van de gewelddaad, zooals de kranten het zullen noemen,” — hij lachte sarcastisch, — „bekend is, zullen onze gewapende vrienden de leden der regeering en de stedelijke oveiheidspersonen gevangen nemen en daardoor allen tegenstand verlammen. In alle hoofdplaatsen door u vertegenwoordigd zijn dezelfde maatregelen getroffen en ik heb verschillende oideis nader omschreven, ter aanvull.ing van die welke u reeds gegeven zijn.” Hij stond op en begon onder de aanwezigen gezegelde enveloppen rond te deelen, en onderwijl zat ik, voor de deur gehurkt, dit alles in de grootste verwondering aan te zien. Ik herinnerde mij dat er dien avond een feest ten hove was, waar alle leden der koninklijke familie en tal van grootwaardigheidsbekleeders tegenwoordig waren. Wat een afschuwelijke samenzwering was ik op ’t spoor, en wat zou ik doen ? Tot nog toe had ik niet gedacht aan het gevaar dat ik liep, doch nu werd ik door vrees bevangen en begon er aan te denken op welke wijze ik zou kunnen ontsnappen. Voorzichtig wilde ik oprijzen, doch op hetzelfde oogenblik voelde ik een paar krachtige vuisten op mijn schouders, die mij weer naar beneden drukten en hoorde ik een stem die riep : „We zijn verraden !” Het was de Cerberus, die mij heimelijk had gadegeslagen en nu door zijn kreet een heele ontsteltenis teweegbracht. Ik werd naar binnen gevoerd en daar vertelde de portier, hoe hij naar beneden komende mij voor den kelder gehurkt had aangetroffen. De president had weer achter de tafel plaats genomen en ik, doo* twee der aanwezigen vastgehouden, stond voor hem, terwijl de portier mededeelde hoe ik mij daar bevond. „Waar is het teeken?” vroeg de voorzitter. Mijn zakken waren reeds doorzocht, doch hadden weinig anders opgeleverd dan ’n notitieboekje, een vulpen, een slecht voorziene portemonraie en „last not least” het touw met den knoop. De president beschouwde dit laatste nauwkeurig en toen, mij aanziende met een scherpen, doch naar het mij voorkwam niet onwelwillender blik, vroeg hij: „Wie ben je? En waarom ben je hier gekomen ?”
PDF
Nummer
1915, nr.34, 26 april. 1915
Blad
15
Tekst
271 PANORAMA W. H. OLIVIER. (foto Hijmans). JG. . HENDERSON. (foto le Grand). De commissaris van Politie in de le afdeeling (Riviervischmarkt) te ’s-Gravenhage, de heer W. H. OLIVIER, heeft tegen 1 Juli ontslag uit den dienst aangevraagd. Het Haagsche politiekorps verliest in hem een bekwaam en humaan chef, die gedurende 38 achtereenvolgende jaren met groote toewijding, nauwgezette plichtsbetrachting en helder inzicht in zaken zijn beste krachten heeft gewijd in dienst van gemeente en justitie. — De adj. onderofficier J. G. HENDERSON, adm. van het Militair magazijn van levensmiddelen te ’s-Gravenhage, hoopt den 2en Mei a. s. den dag te herdenken, waarop hij voor 50 jaar in dienst trad. A. OENSTRA. (foto Bongenaar). J. ANKERNA. (foto Jonker &. Zn.). De heer A. OENSTRA, een welbekende figuur in de studentenwereld, hoopt op 1 Mei den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar bij de Sociëteit „Minerva” te Leiden in dienst trad. Reeds jaren is hij de bediende van het Collegium en belast met de verzorging der leeszaal. — De heer JAC. ANKERNA, hoopt op 1 Mei a.s. den dag te herdenken, waarop hij vóór 40 jaar als magazijnbediende in dienst trad bij den heer F. H. de Keuning, grossier te Leiden. Instinctief begreep ik dat de waarheid ongelooflijk zou klinken en een redelijk voorwendsel t ik niet zoo gauw te bedenken ; ik stond daar dus stilzwijgend en besluiteloos. Ter zelfder tijd klonk er een ruwe stem : „Wat voor nut heeft dit onderzoek ? De kerel heeft ons bespied, minstens een halfuur lang. Zijn tong moet het stilzwijgen opgelegd worden. Ik vraag hierover stemming.” De spreker was een stoere kerel van omstreeks veertig jaar, met een norsch uiterlijk, dat door een breeden lok zwart haar, hetwelk ver over zijn voorhoofd hing, zelfs een wreed aanzien had. Zijn woorden vonden instemming bij alle aanwezigen, behalve bij den voorzitter, die opmerkte: „Je vergeet dat hij in ’t bezit is van het teekei . We mogen onze vrienden niet dooden.” „Laat hem dan verklaren, hoe hij in ’t bezit ervan gekomen is en waarom hij ons bespiedde in plaats van zich bij ons te voegen. Ik vraag stemming, mijnheer de voorzitter I” Ik keek den kring rond en zag niets dan woederde gezichten, die mij sommigen met haat, anderen met min of meer vrees aankeken, en ik begreep dat die stemming een onnoodige formaliteit was. Mijn vermoeden bleex juist, want alle aanwezigen stemden voor mijn dood behalve de president, die een misnoegden blik in ’t rond wierp, maar verder niets meer zei. Mijn vonnis eenmaal uitgesproken, bleef nog de vraag over hoe dit uit te voeren, en dit was minder eenvoudig. Hoe moest ik sterven ? Het was gemakkelijk om als rechters op te treden en mij te veroordeelen, maar hoe fanatiek zij ook waren, schrokken ze ei voor terug het vonnis te voltrekken. Zelfs in de hachelijke omstandigheden, waarin ik mij bevond, kon ik niet nalaten dit op te merken. Eigenaardige situatie 1 Deze mannen waren aan het samenspannen om Engeland in een zee van bloed te dompelen en toch aarzelden diezelfde mannen om een enkelen ongewapenden persoon te dooden. De piesident zag met koele verachting den kring lond en zei eindelijk langzaam : „Als niet een van jullie in staat is het vonnis ten uitvoer te brengen, stel ik voor den gevangene op te sluiten in een der gewelven hierbeneden, waar hij verblijven zal tot het te laat voor hem is om onze plannen te bederven.” De uitdrukking van ontspanning die ik op sommige gezichten bemerkte, deed bij mij de hoop herleven ; doch de man die mijn dood geëischt had sprong met een vloek op, en, met zijn vuist op de tafel slaande, riep hij uit: „Die man moet sterven !” en tegelijkertijd sprong hij op mij af. De aanval was zoo plotseling, dat ik er geen weerstand aan bieden kon. Hij vatte mij bij mijn middel met het doel mij op den grond te werpen. Eenmaal op den grond liggende, HET NIEUWE ISRAËLITISCHE ZIEKENHUIS TE AMSTERDAM. Door Mevrouw Jacobson-Granaat werd de eerste steen gelegd voor het Isr. Ziekenhuis in de Frans van Mierisstraat te Amsterdam. Links op de foto Dr. Philips. gebonden als ik was, wist ik, dat het met mij gedaan zou zijn en daarom stelde ik alle pogingen in het werk om op de been te blijven. Meermalen was ik op het punt mijn evenwicht te verliezen, maar de kunstgreper, die ik vroeger bij bet worstelen geleerd had, kwamen mij nu goed te stade, want ondanks zijn zwaarderen bouw was mijn tegenstander niet in staat mij te leggen. De worsteling duurde echter maar kort, want eensklaps liet mijn vijand mijn middel los en vatte met beide handen mijn hals beet. Het was een ijzeren greep die mijn keel EEN NIEUWE VUILN IS-AUTOMOBI EL. De Gemeente Amsterdam neemt de volgende week een vuilnisauto in gebruik, die deze merkwaardigheid heeft, dat hij vanaf de treeplank kan worden bestuurd, zoodat de man, die het vuil in den auto werpt meteen chaffeur kan zijn, wat een besparing aan arbeidskrachten geeft. Het chas sis is van de firma Henschel en Cie te Berlijn. De ijzeren bak werd gemaakt in de smederij van de gemeente-reiniging. De belasting kan 2000 K.G. bedragen. omsloot, en nu was ik volkomen machteloos. De greep werd steeds rauwer en in de gezichten rondom mij zag ik niet het minste medelijden; slechts bloeddorst, haat of koele onverschilligheid blonken mij tegen. We sfonden nu stil en terwijl de band om mijn hals steeds nauwer weid toegehaald, voelde ik mijn weerstand verslapper, de kelder met zijn gevaarlijk gezelschap doezelde weg en ik zag niets meer dan de bloeddoorloopen oogen van mijn moordenaar. Steeds nauwer werd de greep en steeds dichter naderde mij het gelaat van mijn vijand ; zijn adem beroerde mijn gezicht en een moedervlek onderaan zijn kin groeide aan tot een groote bloedvlek. Ik wist dat ik sterven moest en met een laatste bovenmenschelijke inspanning rukte ik mijr rechterhand los en sloeg er met kracht mee tegen die bruinioode vlek voor mij. Toen verdween ze en werd alles duister. ♦ * * Toen ik weer tot bewustzijn kwam, was het nog duistei en Jag ik op een steenen vloer. Mijn bals was zeer piji lijk, doch de moorddadige vingers waren verdwenen. Met eenige moeite opstaande, stak ik een lucifer aan en keek rond. Ik bevord mij in een klein verwulf, waarin zich alleen een deui bevond, en die was goed gesloten. Mijn wanhopige slag op het laatste oogenblik had mijn leven gered, en het vooistel van den president had klaarblijkelijk gezegevierd, zoodat ik hieiheen gevoerd was. Ik moest nu traohten te ontsnappen, maar hoe? De deur weerstond elk mijner pogingen en mijn geroep om hulp kwam in zijn echo weer tot mij terug. Ik wierp mij op den grond neer en krabde aan den vloer, in een vlaag var krankzinnigheid bij de gedachte dat ik bier zou sterven van honger, terwijl de bandieten hun heilloos plan ten uitvoer brachten. Doch in de plaats van steenen voelden mijn handen ijzeren staven van een rooster, dat losliet toen ik er aan trok. Bevende stak ik een nieuwen lucifer aan en zag een vierkante opening in den vloer ongeveer gelijk aan het gat van een kolk, terwijl een geklots van water mijn oor trof. Hoe weinig aanlokkelijk het ook leek, ik was in een te desperaten toestand om te aarzelen, en, mij door het gat wringende, liet ik mij in het water glijden. De stroom waarin ik mij bevond was diep en snelvlietende, en, mijn mond boven water houdende, liet ik mij willoos meevoelen. Eenmaal mijn hoofd wat meer oplichtende, stootte iK het vrij onzacht tegen het bovengedeelte van de tunnel en ik begreep dat als ik hier niet spoedig uit kwam, het water de geheele tunnel vullen zou en ik onvermijdelijk moest verdrinken. Juist terwijl deze weinig bemoedigende gedachten mijn geest vervulden, zag ik in de verte aar» de oppervlakte van het water een glimp van licht, en eenige minuten later werd ik door het krachtig stroomend water tegen een ijzeren hek gasmeter, dat slechts weinig boven het wateroppervlak uitstak. Het gelukte mij met eenige moeite er overheen te klimmen en nu bemerkte ik tot mijn onuitspiekelijke blijdschap, dat ik mij ir Londens grootste rivier, den Theems, bevond. De rest van de geschiedenis is spoedig verteld. Ik werd weldra door een politieboot opgepikt en haastte mij zoo spoedig mogelijk naai Scotland Yard, alwaai mijr vreemd verhaal vrij sceptisch werd opgenomen. Nochtans werd dadelijk eer onderzoek ingesteld en hoewel d.e zaak geheim gehouden werd, weet ik dat in de koninklijke eetzaal een helsche machine gevonden werd, waarvan de explosie een uur nadat zij gevonden werd zou hebben plaats gehad. Behalve dit werd niets bemeikt en geen arrestaties hadden ei plaats. Wat mijzelven betreft, mij was voor een bepaalden tijd, (die nu verstreken is) het stilzwijgen opgelegd en ik werd beloond met een klein doch welkom staatspensioen. HET LOUIS BOUWMEESTER-THEATER TE ’S-GRAVENHAGE. In het Louis Bouwmeester-theater te 's-Gravenhage is deze week de première gegaan van „Den Verloren Zoon”, André Wormser’s muziekdrama „L’enfant prodigue”, waarvan Michel Carré fils de schrijver is. Het is één van die oude geschiedenissen, welke telkens nieuw zijn. ... van den zoon, die niet meer aarden kan in de rustige atmosfeer van het ouderlijk huis, en, na geld van zijn vader te hebben gestolen, met een verleidelijk meisje een leventje van weelde en plezier tegemoet gaat. Wanneer ’t geld is verteerd en het meisje hem in den steek heeft gelaten, rest den zoon niets als den bedelstaf ter hand te nemen en aan het^ouderlijk huis aan te kloppen. .. om een aalmoes. Na tweestrijd des vaders wordt hij weer in vreê en vreugd als kind aangenomen, wanneer hij voor zijn misdrijf wil boeten door zich bij het leger te voegen, dat het vaderland gaat verdedigen. De hoofdrol, de jonge Pierrot, (het stuk speelt in een Pierrots-familie) wordt gespeeld door Mevr. Stine den Hartogh. Verder treden o.m. op Marie van Westerhoven (de moeder), R. Bouwmeester (de vader), Louis Bouwmeester (Phrynette, het waschmeisjej, George Verenet (de baron), S. den Hartogh (de neger). (foto's J. B. Hijmans).
PDF
Nummer
1915, nr.34, 26 april. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 272 ONTWIKKELING EN ONTSPANNING VAN GEMOBILISEERDEN. Van den Cursus voor Militairen te Boskoop, waaraan excursies verbonden zijn, bezocht de afd. landbouwers op Woensdag 21 April het Abattoir en de stallen der Doelekazerne te Leiden. In aansluiting met de vroeger gegeven lessen vertoonden de H.H. Luit.-Paardenarts van Braak en Wachtm. Ass.-Paardenarts Hoogstra verschillende rassen en bijzonderheden, De excursie, geleid door den heer Jb. Hage, secr. der Ontw.-Comm., voorz. der Plaats. Schoolcornm, te Boskoop (eenige burger op de kieken), werd vergezeld door den Kapt, Jhr, D. Mollerus. voorz. der Comm. en R. H. W, van de Walt Bake, die steeds hunne belangstelling door veel opoffering van tijd toonen. De stoomboot ..Gouwenimf” was gratis beschikbaar gesteld door de Waddinxveensche Kurkwarenfabriek. DE NIEUWE PAPA je me ook zeggen, kindlief, waar hier t graf is van luitenant Van Maanen ? Ik schrikte op, en keek in het gelaat van n ouden beer, die mij vriéndelijk toelachte. „Hij was,” ging hij vooit, „een oud vriend m mij.” „Ja, het is hier aan de overzijde.” Hij keek de aangewezen richting uit, streek nadenkend over zijn grijze snorren en ik meende hem te hooren zuchten. „Hij,” ging de oude heer voort, terwijl hij in de richting van het graf wees, „en ik waren in onze jeugd onafscheidelijk.” „Dat is zeker al heel, heel lang geleden,” zei ik. „Zie ik er dan zóó oud uit ?” vroeg hij mij lachend. „O, neen, ten minste niet zoo erg oud. U heeft zekei veel verdriet gehad ? Moeder zegt, zorgen en verdriet maken een mensoh ouder dan hard werken.” „Je moeder heeft gelijk, kleine meid. Verdriet geeft iemand grijze haren en rimpels.” „Is u dan nog niet oud?” „Nog niet zoo heel oud. Wat noem ja eigenlijk oud ?”’ „Zestig !” „Zoo oud ben ik nog niet,” antwoordde hij glimlachend, „maar ik heb harder en veel meer moeten strijden dan een man van zeventig.” ,0. dan is u een soldaat,” riep ik opgewekt uit. ..Vader was ook een soldaat en heel dapper.” „Neen, kind, ik ben geen soldaat” „En u sprak van strijden !” „Ja ik sprak van den levensstrijd. Als je wat ouder bent, kleintje, zul je dat beter leeren begrijpen.” Ik zag duidelijk zijn lippen beven. Ik geloof dat hij haast ging schreien, doch hij wist zich te bedwingen. „Sommige menschen moeten harder strijden dan anderen. Plicht, eer en liefde zijn vaak reuzen, die om den mensch rondwaren en die hij soms moet overwinnen, ten koste van alles.” „Moeder zegt, de dapperste van allen is hij, die zijn liefde opoffert voor zijn plicht” „Zei ze dat, kindlief ?” vroeg hij gretig. „Ja en ze vertelt soms van menschen, die hun geluk opofferden om anderen gelukkig te maken. Als ik groot ben, ga ik een boek schrijven, een groot boek en mijn held is dan evenals u.” - „Oud en gerimpeld ?” lachte hij. „Mooi oud,” zei ik trotsch. „Ik ga schrijven dat hij zijn leven opoffert voor een vrouw en daarna een groot schrijver wordt, zoodat hij al zijn verdriet vergeet. En dan laat ik hem sterven juist als hij beroemd is. Zoo hoort het immers, is ’t niet ?” „Wel, wel, wat een kleine wijsneus ben je,” en hij keek zoo vriendelijk, dat ik niet boos op hem worden kon, omdat hij mij wijsneus noemde. K H. BEYNEN. t R. F. RIKKERS. t Op 73-jarigen leeftijd is te Utrecht overleden de heer K. H. BEYNEN, oud-archivaris der Rijn-Spoorweg-Mij. en der Maatsch. tot Expl. v. Staatsspoorwegen. — Te Amsterdam is op 57-jarigen leeftijd overleden de heer R F. RIKKERS. lid der bekende firma Gebr. Rikkers. „Hoe kom je eigenlijk aan die ideeën, kind ?” „O, moeder heeft me meermalen verteld van een man, die verdriet had over een meisje en toen boeken is gaan schrijven. Je moet toch heel knap zijn om beroemde boeken te schrijven, is ’t niet ?” „Ik schrijf ook boeken,” zei hij. „O, heel veel menschen schrijven boeken, doch niet allen gelukt het.” Toen lachte hij voor het eerst hardop, ik begreep niet waarom, doch ik had zeker iets doms gezegd. „Bedoel je dat het mij niet gelukt is?” „Ja, want u kijkt zoo droevig.” „Zoo, dus je denkt dat een man gelukkig is, als hij boeken schrijft, die goed verkocht worden.” Hij keek mij nieuwsgierig aan. „Ja, dat denk ik.” JOHNSON GEEN WERELDKAMPIOEN MEER. De neger Jack Johnson, die het wereldkampioenschap boksen op zijn naam had staan, is nu door Jess 'AZillard, eën cowboy uit Kansas, geslagen. EERE AAN ZIJN NAGEDACHTENIS. Op het graf van den vermoorden agent Titseler te Amsterdam is een monument onthuld, ter eere aan zijn nagedachtenis. „Dat is toch niet voldoende, lieve kind.” „Houden de menschen soms niet van u,” vroeg ik. „Is u daarom ongelukkig ?” „Ik ben een eenzame man, meisje, geheel alleen op de wereld.” „Maar ik houd van u,” zei ik, „dan moet u niet meer ongelukkig zijn.” En ik legde mijn handje in zijn groote hand. „Als alles niet verkeerd gegaan was,” vertelde hij, „zou ik jaren geleden getrouwd zijn, maar nu . . . .” Toen stond hij plotseling op, wandelde met mij naar het graf en las het opschrift. Ik hoorde hem mompelen : „Arme Henri, zoo jong gestorven.” Ik was zeer begaan met zijn droefheid en om hem te troosten, vertelde ik hem : „Hij was mijn vader.” Hij schrok, snoot zijn neus en veegde zijn brilleglazen af. „Dag mijnheer,” zei ik, „ik ben blij dat u vaders graf gevonden hebt.” „Vaarwel, kleine meid,” fluisterde hij, mij ernstig aanziende, toen zich naar mij vooroverbuigend, gaf hij mij een kus ön liep haastig heen. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. Toen ik moeder alles vertelde, zag ik eenige tranen op haar werk vallen. Ik sloeg mijn armen om haar hals en vroeg wat er aan scheelde. Ze zei mij, dat ze een dwaze oude vrouw was en dat het erg dom was om te gaan schreien. Moeder is nog heelemaal niet oud, werkelijk ! „Wat zou je wel zeggen als moeder je een groot geheim vertelde ?” vroeg ze. „Dat zou prettig zijn,” antwooidde ik, „en ik zal het nimmer vertellen tegen niemand, zoolang ik leef.” „Toen ik je vader leerde kennen, meisje, maakte ik ook kennis met een groot vriend van hem. Spoedig zag ik, dat ze beiden veel van mij hielden. Vaders vriend vroeg mij ten huwelijk, doch ik zei hem, dat ik hem niet dadelijk mijn antwoord kon geven. Hij ging toen erg droevig heen, want hij wist dat je vader mij ook liefhad. Dit veroorzaakte oneenigheid tusschen de beide vrienden. Spoedig daarop had je vaders vriend een ongeluk aan de beurs , hij verloor al zijn geld en verliet de stad zonder dat we iets meer van hem hoorden. Toen vroeg je vader mij tan huwelijk en spoedig daarop trouwden we. Korten tijd daarna hoorden we, dat het ongeluk dat vaders vriend getroffen had, gekomen was, omdat hij zijn vader van den ondergang had willen redden. Hij was te trotsch om zich te verdedigen en durfde zijn aanzoek niet herhalen; daarom verdween hij. Eerst jaren later vernam ik, dat hij onder een aangenomen naam boeken schreef en dat hij daarmee beroemd was geworden.” Ik kuste moeder verscheidene malen en toen zag ik dat moeder veel gelukkiger was. Drie dagen later zag ik den vreemdeling weer wandelen in een der lanen. „Ik dacht dat u allang vertrokken was,” zei ik na een korte poos. „Neen, kind, ik ben nog wat hier in de stad geblever Hoe heet je eigenlijk.” „Mary !” „Mag ik je ook zoo noemen ?” „Ja, dat vind ik prettig.” Hij zei mij dat de lucht op ons dorp veel heerlijker was dan in de stad. We gingen toen op een bank zitten en hij vertelde mij allerlei mooie verhalen. Terwijl ik zoo vol aandacht naar hem zat te luisteren, hoorde ik een vluggen voetstap en stond moeder voor ons. We wandelden toen samen naar huis en moeder zond mij naar mijn kamertje om mijn lessen te leeren. Toen ik later weer beneden kwam, stond hij over moeder heengebogen en leek wel tien jaar jonger. „Ik zie dat u goede vrienden met hem is,” zei ik. „Hij . . . hij heeft mij gevraagd met hem te trouwen. Vind-je het prettig om een nieuwen papa te krijgen ?” vroeg moeder. — „O, ja, ja,” zei ik, „heel prettig 1” Toen begreep ik dat hij de man was van wien moeder veiteld had; de man, die boeken was gaan schrijven, omdat hij niet met haar kon trouwen. En toen was ik zoo gelukkig dat ik wel had kunnen schreien. C. J. Th. SARTER. A. BLOKLANDER. De heer C. J. Th. SARTER, bode-concierge In het bijgebouw van het Dep. van Oorlog aan de J. P. Coenstraat te ’s-Gravenhage, vierde den 21en dezer zijn 40-jarig feest als dienaar van den Staat. — De heer A. BLOKLANDER, conciërge bij de ’s-Gravenhaagsche Credietvereen. en Depositokas. hoopt 29 April a.s. den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar bij genoemde instelling in dienst trad.
PDF
Nummer
1915, nr.35, 29 april. 1915
Blad
01
Tekst
No. 35 (44a) 29 April 1915. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers f O.O75 UITGAVE A. W. SIJTHDFF’S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, LEIDEN - RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. DE ZWEEDSCHE DEPUTATIE. (f<*° Rembra^j. In het midden Mej. Anna Keeman uit Stockholm, die een der begroetingsredevoeringen uitsprak. DE GEDELEGEERDEN UIT AMERIKA.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1541 tot 1545 van 11897