|
PANORAMA 272
ONTWIKKELING EN ONTSPANNING VAN GEMOBILISEERDEN.
Van den Cursus voor Militairen te Boskoop, waaraan excursies verbonden zijn, bezocht de afd. landbouwers op Woensdag 21 April het Abattoir en de stallen der Doelekazerne te Leiden. In aansluiting met de vroeger gegeven
lessen vertoonden de H.H. Luit.-Paardenarts van Braak en Wachtm. Ass.-Paardenarts Hoogstra verschillende rassen en bijzonderheden, De excursie, geleid door den heer Jb. Hage, secr. der Ontw.-Comm., voorz. der Plaats. Schoolcornm,
te Boskoop (eenige burger op de kieken), werd vergezeld door den Kapt, Jhr, D. Mollerus. voorz. der Comm. en R. H. W, van de Walt Bake, die steeds hunne belangstelling door veel opoffering van tijd toonen. De stoomboot
..Gouwenimf” was gratis beschikbaar gesteld door de Waddinxveensche Kurkwarenfabriek.
DE NIEUWE PAPA
je me ook zeggen, kindlief, waar hier
t graf is van luitenant Van Maanen ?
Ik schrikte op, en keek in het gelaat van
n ouden beer, die mij vriéndelijk toelachte.
„Hij was,” ging hij vooit, „een oud vriend
m mij.”
„Ja, het is hier aan de overzijde.”
Hij keek de aangewezen richting uit, streek nadenkend
over zijn grijze snorren en ik meende hem te hooren
zuchten.
„Hij,” ging de oude heer voort, terwijl hij in de
richting van het graf wees, „en ik waren in onze jeugd
onafscheidelijk.”
„Dat is zeker al heel, heel lang geleden,” zei ik.
„Zie ik er dan zóó oud uit ?” vroeg hij mij lachend.
„O, neen, ten minste niet zoo erg oud. U heeft zekei veel
verdriet gehad ? Moeder zegt, zorgen en verdriet maken een
mensoh ouder dan hard werken.”
„Je moeder heeft gelijk, kleine meid. Verdriet geeft iemand
grijze haren en rimpels.”
„Is u dan nog niet oud?”
„Nog niet zoo heel oud. Wat noem ja eigenlijk oud ?”’
„Zestig !”
„Zoo oud ben ik nog niet,” antwoordde hij glimlachend,
„maar ik heb harder en veel meer moeten strijden dan een
man van zeventig.”
,0. dan is u een soldaat,” riep ik opgewekt uit. ..Vader
was ook een soldaat en heel dapper.”
„Neen, kind, ik ben geen soldaat”
„En u sprak van strijden !”
„Ja ik sprak van den levensstrijd. Als je wat ouder
bent, kleintje, zul je dat beter leeren begrijpen.”
Ik zag duidelijk zijn lippen beven. Ik geloof dat hij haast
ging schreien, doch hij wist zich te bedwingen.
„Sommige menschen moeten harder strijden dan anderen.
Plicht, eer en liefde zijn vaak reuzen, die om den mensch
rondwaren en die hij soms moet overwinnen, ten koste van
alles.”
„Moeder zegt, de dapperste van allen is hij, die zijn liefde
opoffert voor zijn plicht”
„Zei ze dat, kindlief ?” vroeg hij gretig.
„Ja en ze vertelt soms van menschen, die hun geluk opofferden
om anderen gelukkig te maken. Als ik groot ben,
ga ik een boek schrijven, een groot boek en mijn held is dan
evenals u.” - „Oud en gerimpeld ?” lachte hij.
„Mooi oud,” zei ik trotsch. „Ik ga schrijven dat hij zijn
leven opoffert voor een vrouw en daarna een groot schrijver
wordt, zoodat hij al zijn verdriet vergeet. En dan laat ik hem
sterven juist als hij beroemd is. Zoo hoort het immers, is ’t
niet ?”
„Wel, wel, wat een kleine wijsneus ben je,” en hij keek
zoo vriendelijk, dat ik niet boos op hem worden kon, omdat
hij mij wijsneus noemde.
K H. BEYNEN. t R. F. RIKKERS. t
Op 73-jarigen leeftijd is te Utrecht overleden de heer K. H. BEYNEN,
oud-archivaris der Rijn-Spoorweg-Mij. en der Maatsch. tot Expl. v. Staatsspoorwegen.
— Te Amsterdam is op 57-jarigen leeftijd overleden de heer
R F. RIKKERS. lid der bekende firma Gebr. Rikkers.
„Hoe kom je eigenlijk aan die ideeën, kind ?”
„O, moeder heeft me meermalen verteld van een man, die
verdriet had over een meisje en toen boeken is gaan schrijven.
Je moet toch heel knap zijn om beroemde boeken te schrijven,
is ’t niet ?”
„Ik schrijf ook boeken,” zei hij.
„O, heel veel menschen schrijven boeken, doch niet
allen gelukt het.”
Toen lachte hij voor het eerst hardop, ik begreep niet
waarom, doch ik had zeker iets doms gezegd.
„Bedoel je dat het mij niet gelukt is?”
„Ja, want u kijkt zoo droevig.”
„Zoo, dus je denkt dat een man gelukkig is, als hij boeken
schrijft, die goed verkocht worden.”
Hij keek mij nieuwsgierig aan.
„Ja, dat denk ik.”
JOHNSON GEEN WERELDKAMPIOEN MEER.
De neger Jack Johnson, die het wereldkampioenschap boksen
op zijn naam had staan, is nu door Jess 'AZillard, eën cowboy
uit Kansas, geslagen.
EERE AAN ZIJN NAGEDACHTENIS.
Op het graf van den vermoorden agent Titseler te Amsterdam
is een monument onthuld, ter eere aan zijn nagedachtenis.
„Dat is toch niet voldoende, lieve kind.”
„Houden de menschen soms niet van u,” vroeg ik. „Is u
daarom ongelukkig ?”
„Ik ben een eenzame man, meisje, geheel alleen op de
wereld.”
„Maar ik houd van u,” zei ik, „dan moet u niet meer ongelukkig
zijn.” En ik legde mijn handje in zijn groote hand.
„Als alles niet verkeerd gegaan was,” vertelde hij, „zou
ik jaren geleden getrouwd zijn, maar nu . . . .”
Toen stond hij plotseling op, wandelde met mij naar
het graf en las het opschrift.
Ik hoorde hem mompelen : „Arme Henri, zoo jong gestorven.”
Ik was zeer begaan met zijn droefheid en om hem te
troosten, vertelde ik hem : „Hij was mijn vader.”
Hij schrok, snoot zijn neus en veegde zijn brilleglazen af.
„Dag mijnheer,” zei ik, „ik ben blij dat u vaders graf
gevonden hebt.”
„Vaarwel, kleine meid,” fluisterde hij, mij ernstig aanziende,
toen zich naar mij vooroverbuigend, gaf hij mij een
kus ön liep haastig heen.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
Toen ik moeder alles vertelde, zag ik eenige tranen op haar
werk vallen. Ik sloeg mijn armen om haar hals en vroeg
wat er aan scheelde.
Ze zei mij, dat ze een dwaze oude vrouw was en dat het
erg dom was om te gaan schreien. Moeder is nog heelemaal
niet oud, werkelijk !
„Wat zou je wel zeggen als moeder je een groot geheim
vertelde ?” vroeg ze.
„Dat zou prettig zijn,” antwooidde ik, „en ik zal het
nimmer vertellen tegen niemand, zoolang ik leef.”
„Toen ik je vader leerde kennen, meisje, maakte ik ook
kennis met een groot vriend van hem. Spoedig zag ik, dat
ze beiden veel van mij hielden. Vaders vriend vroeg mij ten
huwelijk, doch ik zei hem, dat ik hem niet dadelijk mijn antwoord
kon geven. Hij ging toen erg droevig heen, want hij
wist dat je vader mij ook liefhad. Dit veroorzaakte oneenigheid
tusschen de beide vrienden. Spoedig daarop had
je vaders vriend een ongeluk aan de beurs , hij verloor al
zijn geld en verliet de stad zonder dat we iets meer van hem
hoorden. Toen vroeg je vader mij tan huwelijk en spoedig
daarop trouwden we. Korten tijd daarna hoorden we, dat het
ongeluk dat vaders vriend getroffen had, gekomen was,
omdat hij zijn vader van den ondergang had willen redden.
Hij was te trotsch om zich te verdedigen en durfde zijn
aanzoek niet herhalen; daarom verdween hij. Eerst jaren
later vernam ik, dat hij onder een aangenomen naam
boeken schreef en dat hij daarmee beroemd was geworden.”
Ik kuste moeder verscheidene malen en toen zag ik dat
moeder veel gelukkiger was.
Drie dagen later zag ik den vreemdeling weer wandelen
in een der lanen.
„Ik dacht dat u allang vertrokken was,” zei ik na een
korte poos.
„Neen, kind, ik ben nog wat hier in de stad geblever
Hoe heet je eigenlijk.”
„Mary !”
„Mag ik je ook zoo noemen ?”
„Ja, dat vind ik prettig.”
Hij zei mij dat de lucht op ons dorp veel heerlijker was
dan in de stad. We gingen toen op een bank zitten en hij
vertelde mij allerlei mooie verhalen. Terwijl ik zoo vol aandacht
naar hem zat te luisteren, hoorde ik een vluggen voetstap
en stond moeder voor ons.
We wandelden toen samen naar huis en moeder zond mij
naar mijn kamertje om mijn lessen te leeren.
Toen ik later weer beneden kwam, stond hij over moeder
heengebogen en leek wel tien jaar jonger.
„Ik zie dat u goede vrienden met hem is,” zei ik.
„Hij . . . hij heeft mij gevraagd met hem te trouwen.
Vind-je het prettig om een nieuwen papa te krijgen ?” vroeg
moeder. — „O, ja, ja,” zei ik, „heel prettig 1”
Toen begreep ik dat hij de man was van wien moeder
veiteld had; de man, die boeken was gaan schrijven, omdat
hij niet met haar kon trouwen. En toen was ik zoo
gelukkig dat ik wel had kunnen schreien.
C. J. Th. SARTER. A. BLOKLANDER.
De heer C. J. Th. SARTER, bode-concierge In het bijgebouw van het Dep.
van Oorlog aan de J. P. Coenstraat te ’s-Gravenhage, vierde den 21en
dezer zijn 40-jarig feest als dienaar van den Staat. — De heer A. BLOKLANDER,
conciërge bij de ’s-Gravenhaagsche Credietvereen. en Depositokas.
hoopt 29 April a.s. den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar bij
genoemde instelling in dienst trad.
|