|
PANORAMA 266
Sering Spdth".
Seringen,
!n ’n Duitsch tijdschrift lezen wij, dat de sering
wellicht onder Keizer Ferdinand I — 1556-’64—•
. door den gezant Busbeck het eerst in Vlaanderen
en later in het jaar 1560, ook in Weenen
werd ingevoerd. In onzen tegenwoordigen tijd
bestaan er reeds vele verscheidenheden van
de sering, die door juiste teeltkeuze en kunstmatige bevruchting
verkregen zijn. Behalve de gewone sering —
(Syringa vulgaris) en de witte variëteit daarvan (Syringa
vulgaris alba) vinden wij overal in tuinen en parken de
zoogenaamde Fransche sering (Syringa persica) met kleine
bladeren maar groote bloemtrossen.
Minder bekend is de prachtige donker purperroode
Sering ..Andenken an Ludwig Spath” of ook wel kortheidshalve,
L. Spath genaamd, terwijl de voor bloemschikking
algemeen gebruikte soorten „Marie Legray”, die zuiver wit
is en „Charles X” prachtig violet, in onze tuinen minder
worden aangetroffen, dan men met het oog op haren rijken
bloei wel zou vermoeden. Dan bestaan er verder nog de
fraaie „Syringa japonica” en zeer vele dubbelbloemige, die
men bijna nergens aantreft. Van deze laatste is v» Madame
Lemoine, een der mooiste, met groote, zuiver witte bloemtrossen.
De vroeger zoo gezochte en beroemde Sering van Rouaan
(Syringa Varina) is eene subspecies van Syringa persica
en werd te Rouaan door den kweeker Varin in het jaar
1777 toevallig uit zaad van Syringa persica gewonnen en
gekweekt. Niet onvermeld mag hier blijven, dat het witSenng
„7Aarie Segray".
gele, tamelijk harde hout van oude Syringa vulgaris-takken
mooi gevlamd is. Daar dit zich uitstekend laat polijsten
en met salpeterzuur fraai rood laat beitsen wordt het,
vooral in Duitschland, veel door draaiers en meubelmakers
gebruikt en goed betaald. Mooie stam- o.f kroon-boompjes
van de beste soorten doen het uitstekend in onze tuinen en
het verdient alle aanbeveling deze soorten te enten op uit
zaad verkregen stammetjes van Syringa vulgaris of ook
wel van Ligustrum vulgare.
Het zaad wordt in den winter of ook wel in het voorjaar,
omstreeks April, uitgezaaid. Zaait men het in den winter,
dan zorge men er voor het tegen muizenvraat in verdunde
gier te baden, dan te drogen en na het uitzaaien het bed met
koolteer te besprenkelen, alhoewel deze methode te Aalsmeer
nooit wordt toegepast.
Het zaad ontkiemt in het voorjaar vrij spoedig. Zoodra
de zaailingen de eerste blaadjes vertoonen. plant men deze
op geregelde afstanden uit elkaar en mag men niet vergeten
ze dikwijls te gieten en ze in de eerste groeiperiode tegen
al te sterke inwerking der zon te beschutten. In den herfst
of in het volgend voorjaar worden ze dan op afstanden van
50 c.M. uit de kweekerij overgeplant. Het te beplanten
kweekbed wordt 50 tot 60 c.M. diep omgespit en flink bemest.
In de maand Juli na het uitplanten, beter echter nog
een jaar later, worden de zaailingen van Syringa vulgaris
kort aan den wortelhals geënt. Ligusters daarentegen worden
op eene stamhoogte van 1.5 M. tot 2 M. geoculeerd.
Bij het enten op den wortelhals van een stevige, minstens
drie jaar oude plant, groeit de jonge scheut veel vlugger
en vormt deze spoediger een mooi kroontje, dan op een
jongere onderlaag, die eerst in het voorjaar geplant
werd.
Seringen in vollen bloei.
(foto’s ft. ‘Tepe. Seringen uit de feweefeerij
der firma G, Oud, te Galsmeer).
Stammetjes waarop het oculeeren in den zomer mislukt
is, wat nog wel eens voorkomt, worden in het daaropvolgende
voorjaar weer opnieuw geënt, hetzij men deze oculeert
of op andere wijze veredelt. Is de veredeling gelukt, dan
snijdt men den wildeling op een stompje na geheel af en
aan dien stomp wordt de veredelde scheut gebonden, teneinde
deze te dwingen recht omhoog te groeien. Zoodra ook
die stomp overbodig wordt, wordt deze vlak boven de oculatie
afgesneden. Het stammetje mag zich nu voortaan elk
jaar' verder ontwikkelen uit den topknop. De gevormde zijtakken
worden aanvankelijk ingekort en mogen pas een
jaar later kort aan den stam geheel worden weggesneden,
omdat deze, door hare bladvorming, den groei van den stam
zeer bevorderlijk zijn. Zoo noodig, zette men er een stok
bij, om den stam te dwingen recht te blijven groeien. In
het derde jaar na de veredeling wordt gewoonlijk de kroon
in orde gebracht en worden alle onder de kroon zich bevindende
zijtakken zorgvuldig dicht aan den stam wegge
sneden.
Elke Sering-soort kan men gedurende den winter in daarvoor
speciaal ingerichte trekkassen tot een vroegen en rijken
bloei brengen en daarvoor komt wel in de eerste plaats de
Syringa vulgaris en hare diverse variëteiten in aanmerking,
maar ook Syringa persica is e wel geschikt voor, hoewel
deze er weinig voor gebruikt wordt. Voor het trekken worden
in een pot gekweekte of ook wel in Juli rondgestoken natuurstruiken,
nadat de vorst er overheen is gegaan, in de trekkassen
geplaatst. Deze kunnen dan om het andere jaar telkens
weer geforceerd worden. Wil men de Seringen reeds
heel vroeg in bloei hebben, dan wordt de methode van
Prof. W. Johansen uit Kopenhagen er op toegepast.
Volgens deze methode worden de struiken, voordat ze
in de trekkassen worden geplaatst, in een luchtdicht
gesloten ruimte, bij een temperatuur van 14 tot 18 graden
Celsius pl.m. 48 uren aan op hen inwerkende aetherdampen
blootgesteld. Terstond daarna worden de op die manier
Sering „T\adame 7Aoreir.
bedwelmde struiken, uit de aetheriseeringsruimte in de
trekkas gebracht. In plaats van de licht ontplofbare aether,
kan men ook zeer geschikt chloroform gebruiken. Bij toepassing
dezer bédwelmingsrnethode kunnen Seringen,
direct nadat de groei heeft opgehouden, nog voordat ze
een korte rustperiode hebben ondergaan, of dat de vorst
er overheen is gegaan, met goed gevolg geforceerd worden.
De meest gevolgde forceeringswijze is echter veel eenvoudiger.
Ze worden bij toepassing daarvan in een temperatuur
van 25 tot 30 graden Celsius in de kassen gebracht, waarin
dan een zeer vochtige atmosfeer moet heerschen,
terwijl men de struiken geregeld flink met warm water
besproeien moet. De zich ontwikkelende bladknoppen
worden telkens gebroken, zoodat zich alleen de bloemen
flink kunnen ontwikkelen. De eerste bloemen verschijnen
dan na3] 2a4 weken, later echter reeds na veertien dagen.
Van Syringa vulgaris zijn het voornamelijk de soorten
„Marie Legray”, ..Charles X” en „LudwigSpath”, die voor
forceering worden aangewend en ook de dubbelbloemige
soort „Madame Lemoine”.
Nergens in ons land worden meer Seringen tot vervroegden
en tevens zeer rijken bloei gebracht dan te Aalsmeer,
waar de vochthoudende grond daartoe bijzonder geschikt
is en waar moeiten noch kosten worden gespaard om
het allerbeste voor bloemschikkingsmateriaal op de markt
te brengen.
Vandaar worden dan ook dagelijks talrijke afgesneden
Seringen naar bloemisten in binnen- en buitenland
verzonden. Een der bekende Handelskweekerijen
aldaar is die van de Firma G. Oud, die mij onlangs de
Seringen toezond, die dit artikel illustreeren. Vooral de
nieuwere soorten „Madame Morell” en „Gloire de Lorraine”
wit in zacht lila overgaande, verdienen bijzondere aanbeveling.
Apeldoorn. R. Tepe.
Sering „©loire de Êorraine".
|