Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1516 tot 1520 van 11897
Nummer
1915, nr.31, 15 april. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 24-4 Dr. D. F. SCHEURLEER, te ’s-Gravenhage, herdacht den Men dezer den dag, waarop hij vóór veertig jaar aan de bekende firma Scheurleer & Zoonen verbonden werd. HET NIEUWE KOLONIAAL-MILITAIR TEHUIS TE NIJMEGEN. Op het Sumatra-plein te Nijmegen is een nieuw gebouw verrezen, dat met recht een sieraad voor de omgeving genoemd mag worden, n.1. het nieuwe Koioniaal-militair Tehuis. Het gebouw ziet er binnen en buiten keurig netjes uit en zal ongetwijfeld aan zijn doel, het geven van een tehuis aan militairen, beantwoorden. Voor de ontspanning is voldoende gezorgd o.a. is er een kegelbaan aangelegd. EEN FRIESCHE TURNSTER. G edurende 5 jaren bestaat in het Friesche dorpje Knijpe, de damesgymnastiekvereeniging O. D. A., wier leden kranige turnsters blijken te zijn. Immers in dat korte tijdsbestek werden 27 - meest eerste prijzen - in verschillende wedstrijden behaald en won deze club verleden jaar op de uitvoering van het Gewest Friesland van het Nederlandsch Gymnastiek Verbond te Joure voor de eerste maal de wisselmedaille uitgeloofd door het Min. v. Binnenlandsche Zaken. Deze medaille moet 3 maal achtereen of 5 maal in het geheel gewonnen worden, voor ze het eigendom der club wordt. De voorturnster van deze vereeniging is de 18-jarige juffrouw Pietje de Vries, een boerendochter, die mede de koeien melkt en verder medehelpt in het boerenbedrijf harer ouders. Dus een Friesch boerinnetje! Op de genoemde uitvoering te Joure haalde zij van de ongeveer 100 concoursturnsters verreweg het hoogste aantal punten en won zij daardoor de zilveren medaille, door het Ministerie van Oorlog aangeboden. Wij geven hier verschillende gymnastische standen van „Piet”, zooals zij in de Friesche turnwereld genoemd wordt. Deze standen spreken voor zichzelf genoeg. Er blijkt duidelijk uit, dat niet alleen de Zweedsche Gymnastiek mooie zweefstanden tot resultaat heeft. Immers, de leider van deze damesclub, de heer L. de Jong, gymnastiekonderwijzer te Heerenveen, volgt niet het Zweedsche stelsel. Het Friesche dorpje Knijpe kan met recht trotsch zijn op O. D. A., haar kwieke voorturnster en uitstekenden leider, die op zoo pakkende wijze de lichamelijke opvoeding der vrouwelijke sekse propageert. DE LICHTINGEN 1913 EN 1931 GEMOBILISEERD. Een onzer abonné’s zendt ons bovenstaande leuke foto uit een der hoofdkwartieren van het Nederlandsche veldleger aan de Brabantsch-Belgische grens. 1 HET ONLANGS DOOR DE ENGELSCHEN HERNOMEN NEUVE-CHAPELLE. Van het door de Engelschen hernomen dorpje Neuve-Chapelle zijn er zooals onze foto doet zien, na gevechten, die er rondom en in gehouden zijn, niet veel meer dan ruïnes over.
PDF
Nummer
1915, nr.31, 15 april. 1915
Blad
05
Tekst
245 PANORAMA DUITSCHLAND EN DE OORLOG HOE EEN INFANTERIE-AANVAL GESCHIEDT. De manschappen gaan sprongsgewijze voorwaarts, werpen zich een 50-tal meters .verder plat neer en schieten. Teneinde zich meerdere dekking te verschaffen, trachten zij zich tusschen het schieten door, in te graven. Oorlogs-Kroniek. 22 Febr. Aan het Westelijke front had van de zee tot de Aisne een kanonnade plaats. Op verschillende punten werden door beide partijen infanterie-aanvallen gedaan, die werden afgeslagen. Duitsche vliegers wierpen vanuit luchtschepen bommen op Calais en doodden 5 burgers. — Op het Oostelijke front is de toestand ongewijzigd. In den Kaukasus hadden kleine gevechten plaats tusschen de Russen en de Turken in de streek aan de overzijde van den Tschorokh. 23 Febr. Van het Westelijke front: de Duitschers bombardeerden Reims. Tusschen de Leie en de Aisne maakten de Franschen nieuwe vorderingen op het front Souain-Beauséjour, waar zij een loopgravenlinie en twee bosschen bezetten. In den Elzas veroverden zij het grootste gedeelte van het dorp Stossweir. Bij Ailly-Apremont werden de Franschen. nadat zij aanvankelijk eenige successen hadden behaald, op hun stellingen teruggeworpen. In de Vogeezen namen de Duitschers stormenderhand een heuvelkam ten Noorden van Mühlbach. — Aan het Oostelijke front: op de wegen van Lomza maakten de Russen zich meester van Edvabuo; op de wegen van Raciaz naar Plonsk namen zij na een gevecht verscheidene dorpen en maakten meer dan 500 Duitschers gevangen. In West-Galicië wordt een hevig artillerie-duel voortgezet. In de Karpathen is de toestand ongewijzigd. Ten Oosten van Plock maakten de Duitschers vorderingen in de richting van Wyszogrod. 24 Febr. Aan het Westelijke front is de dag betrekkelijk kalm verloopen. Reims werd opnieuw gebombardeerd. — In Russisch Polen en in de Karpathen viel niets van beteekenis voor. De gevechten ten Zuiden van de Dnjestr duren voort. In 3oekowina hebben de Oostenrijksche autoDE VREEMDE MAN. Nog altijd is kleine zus geen goede maatjes met de vreemde soldaten, hoe zij haar ook aanhalen. MARKTTE HASSELT. Langzamerhand wordt er getracht weer eenig leven in den Belgischen handel te brengen o.a. door het houden van markten. De Duitsche soldaten vormen een groot gedeelte van de bezoekers. ACHTER DE LOOPGRAVEN. In hun vrijen tijd trachten de soldaten zich met een stukje muziek den tijd te korten. „GOTT STRAFE ENGLANd". Een onzer correspondenten in den Oosthoek van ons land, zendt ons een foto van de veelbesproken Duitsche steenkool-briketten, waarop het „Gott strafe England” voorkomt. riteiten hun werkzaamheden hervat. — In den Kaukasus hadden in de streek van Transchorok gevechten plaats, waarbij de Turken over de rivier Itskalu werden geworpen. 25 Febr. Aan het Westelijke front maakten de aanvallen der Duitschers op Sulzern en Ampfersbach vorderingen. In Champagne, ten Noorden van Mesnil, maakten de Franschen nieuwe vorderingen. — Aan het Oostelijke front: het gelukte den Russen ten Zuid-Oosten van Augustof op twee plaatsen over de Bobr vooruit te komen. In de streek van Krasnybor wordt nog hevig gevochten. 26 Febr. Aan het Westelijke front werden door de Franschen opnieuw vorderingen gemaakt tusschen de Argonne en de Maas. In Champagne werden de door hen behaalde voordeelen behouden, ondanks de hevige tegenaanvallen der Duitschers. — Aan het Westelijke front duren de gevechten met groote hevigheid voort in Oost-Pruisen, Oost-Galicië en in de Karpathen. — In den Kaukasus werden aanvallen der Turken, bij de Itechal, afgeslagen. 27 Febr. Aan het Westelijke front: De Franschen maakten vorderingen in Champagne en wonnen terrein in een bosch ten Noord-Westen van Perthes. en ten Noorden van Mesnil-les-Hurlus. De gerechten in het dal van de Maas duren voort. Verder geen gebeurtenissen van belang. — Aan het Oostelijke front ontwikkelen zich gecombineerde acties op het rivierfront aan de Njemen, Bobr, Narew en Weichsel snel tot een der grootste slagen van dezen oorlog. In Russisch Polen en de Karpathen is de toestand ongewijzigd. — De vloot der Gealliëerden beschoot met groote tusschenpoozen het aan den ingang der Dardanellen liggende fort Sedi-Bahr. EEN UITKIJKPOST. Een prachtig gevormde boom om als uitkijkpost dienst te doen. Niet alleen vormt het dikke hout een tamelijk goede dekking, doch de takken onttrekken den soldaat aan hei gezicht van den vijand. DE COMMANDANT v. d. ,,U 29". t Met den vernietigden Duitschen onderzeeër ,.U 29“ is ook de heele bemanning verongelukt, w.o. de comm. Otto v. Weddingen, die v. h. torpilleeren v. d. drie Eng. kruisers Aboukir, Hogue en-Cressy ’t IJz. Kruis le en 2e kl.verwierf.
PDF
Nummer
1915, nr.31, 15 april. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 246 EEN HULDIGING. In Pulchri Studio te ’s-Gravenhage had de vorige week de viering plaats van den 70en verjaardag van den niijn-ingenieur en geoloog Dr. K. D. M. Verbeek (le rij. 4-^e persoon van links), die in 1909 doctor honoris causa in de Technische Wetenschappen is geworden. — De huldigingsconunissie bood den jubilaris zijn borstbeeld aan, dat in het gebouw vau de T. K. S. te Delft zal worden geplaatst. EEN PLECHTIGHEID. Vrijdag j.l. had in hel Physiologisch-Historisch Laboratorium aan het J. D. Meyerplein te Amsterdam een eenvoudige plechtigheid plaats ter eere van de nagedachtenis van den vorigen Directeur van dat Laboratorium Prof. Dr. Thomas Place. Er werd een plaquette van den overledene onthuld, ontworpen door Mej. Fr. Carbasius en geplaatst in het traphuis. Op de foto: voorste rij v. I. n. r.: Burgemeester Tellegen; Dr. Mr. van Leeuwen, curator; Mej. Carbasius; Den Hertog. Wethouder van Onderwijs; Prof. Dr. C. H. Kuhn. voorz. van de Commissie; Tweede rij; Dr. Delpraf. curator; Prof. Bruining, Rector Magnificus; Mr. Baud, curator; Poggenbeek; Prof. Dr. J. van Rees. penningmeester van de Commissie. DE EENIGE VROUW ik op een fraaien Junimorgen opstond, was het mij alsof ik wist, dat mij iets te gebeuren stond, wat op mijn verder leven van invloed zou wezen. Terwijl ik mijn paard besteeg om in het Bosch wat te gaan rijden, was ik er zeker van. Niet wetende of het goed of kwaad was, gevoelde ik niettemin dat deze morgen niet zou zijn als andere dagen. Ik, Egon von Stein, zou niet naar mijn woning terugkeeren zooals ik ze verlaten had. De morgen was heerlijk, onuitsprekelijk heerlijk. Er was dien nacht een milde regen gevallen, die in een geurigen damp weder opsteeg en er was geen spoor van stof. De bloemen wiegden in het zoele windje, de vogens uitten hun vreugde in lieflijk gekwinkeleer en ook ik voelde mijn hart geneigd om mee te juichen in dit natuurconcert. Het was nog heel vroeg, slechts enkele arbeiders spoedden zich met haastigen tred voort naar hun werk. Ik zette mijn paard in galop en reed zoo eenigen tijd voort tot mij opeens iets als een pijl uit een boog voorbijschoot: een meisje! Inderhaast ving ik een glimp op van bruin krullend haar, blauwe oogen, zacht blozende wangen, een slank figuur en schelmsch lachenden mond. Ik staarde de mij fier voorbijstuivende amazone in bewondering na, toen ik tot mijn schrik plotseling het paard zag struikelen en de schoone berijdster op den weg zag neervallen. In een oogenblik was ik bij haar en hielp haar op. Zij was zeer geschrikt, doch had zich niet bezeerd. Ze iachte en keek te gelijker tijd angstig rond, doch toen ze zag, dat niemand dan ik het ongeval had opgemerkt, haalde ze verruimd adem. Dit schoone meisje, of wat ze was, reed in den vroegen morgen zonder geleide. „Hebt ge u bezeerd ?” vroeg ik bezorgd. „Wilt u hier zoolang aan den weg gaan zitten, totdat ik een rijtuig gehaald heb ? Want u zult toch niet weer willen opstijgen ?” Ze keek mij aan en glimlachte, terwijl ze zich zacht uit mijn armen losmaakte. Ik wist het nu wat het was dat mij overkomen zou : ik had leeren beminnen op het eerste gezicht ; zij was de eenige vrouw voor mij op de wereld. Hoe en wat zij was, en wijl ze zonder groom reed, was ze blijkbaar niet van mijn stand, hoewel ze in alles een aristocrate leek, zij zou voor mij steeds de eenige vrouw blijven. „Ik heb mij niet bezeerd.” antwoordde ^ij met een vreemd accent, „en als dat het geval was, zou ik mijn verdiende loon gehad hebben ! Maar, o, eens even er uit te wezen, alleen en vrij, hoe heerlijk is dat!” Ik begreep niet wat ze bedoelde, ze scheen nauwlijks tot mij te spreken, ten minste zoover haar laatste woorden betrof. Het volgende oogenblik keek ze mij weer aan, met die wonderschoone diepblauwe oogen en het was of een electrische stroom mijn aderen doortrilde. „Wees mijn spiegel,” zei ze. „Zit mijn hoed recht ? Dat is altijd de eerste gedachte bij een vrouw. Een man vraagt zich af of hij gewond is. en wrijft zich de beenen ; een vrouw is slechts bevreesd dat ze er minder voordeelig uitziet.” ..Een vrees zonder den minsten grond,” antwoordde ik. „En uw hoed staat prachtig !” „Dat stelt me gerust,” ging ze voort met haar prettig vreemd accent. „Ik heb geen groom bij mij, mag ik u nog lastig vallen, met het verzoek, mij even te helpen opstijgen ?” Lastig vallen ! Zij wist blijkbaar niet, dat ze mij de gelukkigste oogenblikken van mijn leven schonk ; later zou ze mij nog heerlijker oogenblikken schenken en daarna verdriet, onuitsprekelijk verdriet. Maar nu was ik blij, dat ik haar helpen mocht. Ik vroeg geen permissie, maar eveneens opgestegen reed ik naast haar verder en ze scheen het niet onaangenaam te vinden. Zij sprak met mij als een gelukkig kind, na mij eerst gevraagd te hebben of ik haar ook vroeger gezien had. — „Nooit,” antwoordde ik en mijn hart voegde er aan toe wat mijn lippen niet durfden uitspreken: „maar ik heb mijn geheele leven op u gewacht.” Het scheen mij toe dat mijn antwoord haar geruststelde, ik begreep evenwel niet waarom. „Ik ben onbekend in Berlijn en Berlijn is onbekend aan mij. Ik vind het evenwel een heerlijke stad met haar breede straten en mooie parken. Ik zou zoo gaarne eens ronddolen door die groote stad, maar. helaas, ’t is niet altijd een zegen als vrouw geboren te zijn, geloof ik.” Ik lachte om deze vrouw die nog zoo'n kind was. „U zult in allen geval een zegen wezen — voor een gelukkigen man,” antwoordde ik stoutmoedig. W ij hebben bij den tooneelspeler Van Schoonhoven eens belet gevraagd; hij jubileerr. Zooals onze lezers weten, den 21en April zal hij zijn 40-jarig feest als tooneelspeler vieren. Een heele tijd, hè? zeiden wij, toe wij tegenover den jubilaris zaten ... En niet zonder trots vroeg de jubilaris daarop, hoe oud wij hèm dan wel taxeerden. Nu... 40 jaar... en misschien bent u met uw 15e jaar bijv. al de planken opgewandeld. 55 jaar dan... De heer Van Schoonhoven glimlachte, hij had een kleine binnenpret. Acht en zestig, zei hij. We moésten het wel gelooven. en wij geloofden het ook, maar acht en zestig jaar is een respectabele leeftijd, en iemand van dien leeftijd stel je je als een .... nu. als een ’n weinig bejaard uitziend heer voor. Maar zie me nu dezen jubilaris: hij lijkt niet ouder dan vijftig met zijn forschen, statigen bouw, zijn fiksch, bruin gelaat, waaruit een paar pittige, donkere oogen u aanzien, zijn krachtig en vast gebarenspel. Er is nog geen kreukel in zijn gelaat, ja, in zijn geheele persoon, mag men wel zeggen, is nog geen kreukel, geen merk van de jaren. Rustig en plezierig zat hij ons aan zijn tafel te Rotterdam bij een glaasje wijn wat te vertellen, hoe hij twee jaar bij Albrecht en Van Ollefen te Rotterdam was, en daar befaamd was om zijn vertolking der marqué-rol-„Judaël de Medicis44 in het roemruchte drama „Lazaro de Veehoeder" (zaliger). Hij kwam bij de vereeniging der Rotterdammers en Amsterdammers mede naar Amsterdam en speelde sindsdien op het Leidsche Plein. Wie kent zijn statige figuur niet. die boven alle medespelers uitsteekt als Gijsbreght, Scarpia in „Tosca", Jean Le Chantre in „’n Amsterdamsche Jongen", en in nog zoovele, zoovele rollen. Thans père noble meestentijds, legde bij zich voorheen echter meer op de marqué-partijen toe. Hij was een groot bewonderaar van Veltman en kan hem allemachtig aardig nadoen. Veel weet hij uit den ouden tijd te verhalen, ook heeft hij nog een bloèdige herinnering: mevrouw Mann heeft eens op het tooneel, toen ze hem met een bijl quasi op het hoofd moest tikken, wat erg hard doorgeslagen, met het qevolg dat onze jubilaris een gat in het hoofd met zich voerde naar dr. Tilanus, die het nog verbonden heeft. Het jubilee zal plaats hebben in een première van een nieuw, oorspronkelijk stuk. dat op het Leidsche Plein nu wordt ingestudeerd. Het heet „De pastoor van Neuvilette44 en speelt ten tijde van den Fransch-Duitschen oorlog. Dé heer Van Schoonhoven is een eenvoudig, bescheiden man. Eerlijk en onbevangen. Het kunstmatige, het opgeschroefde, vindt in hem een vijand. De dichter Binnewiertz schreef een vers op dezen tooneelspeler en noemt als wat hem leidt zoo juist: Het wortelvast besef, dat kunst noch leven bloeien. In wuft gewemel van een schitterenden schijn. Maar dat wat. groot en goed. gedijen wil en groeien, De vrije zon behoeft van „altoos eerlijk zijn”. J. WALKER. Ze scheen te sidderen, werd plotseling doodsbleek en keek mij geërgerd aan, alsof ik haar beleedigd had. „O, neen, neen !” zei ze toen. „Je begrijpt dit niet. . . . Je kunt niet weten . . zij veranderde van toon. „Ik heb geen recht hier alleen te zijn. Ik ben den . . . bedienden te slim afgeweest en heb een staljongen omgekocht mijn paard te zadelen. Mijn familie is heen en ik haakte naar een weinig vrijheid. Wat hindert het ? Niemand kent mij !” „En morgen,” vroeg ik gretig. „Kom je morgen weer !” „Dat weet ik niet,” antwoordde zij. „Ik moet nu naar huis. Als ik u niet weerzie, herinner u dan steeds, bid ik u, dat ik uw schuldenares ben,” Haar woorden beteekenden mijn afscheid, daarom verliet ik haar. Ik wist nochtans, zoo zeker alsof ik in het Boek der Toekomst las, dat wij elkander zouden weerzien, dat de komende dagen ons nadèr tot elkander brengen zouden, ofschoon zij mij al zoo na was. hart van mijn hart. En ik had gelijk ! Langer dan een week, tien heerlijke zonnige dagen reed ik iederen morgen met haar en ik liet haar in mijn hart lezen. Zij las eerst met verschrikten blik, daarna met een bekoorlijken blos en terneergeslagen oogen. Hoe beminde ik haar ! Hoewel ik niets van haar wist, zelfs haar naam niet kende, verafgoodde ik haar ! Levende alleen om haar te zien, om haar lieve stem te hoóren, dacht ik steeds aan de toekomst die mij nog grooter geluk zou brengen. Rijk, edelgeboren, knap van uitzicht als ik was, waarom zou ze mij niet leeren beminnen en haarzelve aan mij schenken — als mijn vrouw ? Op den tienden morgen was ze afgetrokken ; haar gelaat was bleek, haar oogen vermoeid, de hoeken van haar mond smartelijk verwrongen. Iets had haar verdriet gedaan. Ze lachte vermoeid, toen mijn oogen haar vragend aanzagen. „Het is vandaag onze laatste rit,” zei ze. „Hedenavond komt mijn familie terug, morgen ben ik weer een vogel in een kooi. Maakt het verschil of de kooi gouden tralies heeft ! Is er niemand die op onze paarden kan passen? Ik wil met je spreken en je vaarwel zeggen!” Er waren tranen in haar oogen, doch ik was niet bezorgd. Mij vaarwel zeggen ? Dat zou nimmer, nimmer gebeuren. Zij zou een deel van mijn leven uitmaken en ik van het hare ! Ik riep een paar jongens, sprong uit den zadel, hielp haar afstijgen en wandelde met haar over het dauvz-bevochte gras tot waar de bladeren ruischten en de vogels zongen boven onze hoofden van liefde en leven. „Wij zullen elkander nimmer vaarwel zeggen,” zei ik eindelijk, haar hand vattende. „Nimmer ! Ik heb je lief ! Je weet dat ik Je lief heb ! Er is nooit een vrouw in mijn leven geweest dan jij ! Wil je mijn vrouw worden ? Zeg dat je mijn vrouw wilt worden, liefste ! Zeg het!” Ze zag mij aan en ik zweer dat, ofschoon haar woorden het ontkenden, er liefde, vurige liefde uit haar oogen blonk. Haar hand beefde in de mijne. „O, vergeef mij ! vergeef mij !” zei ze diep ontroerd. „Ik heb je leed gedaan ! Ik moest gedacht hebben . . . maar ik deed het niet. Geloof me, ik dacht er niet aan ! Ik was zoo gelukkig, iedere dag was voor mij bloemengeur, en zonnegoud, alles was zoo schoon, ik leefde als een lotuseter. Maar ik deed verkeerd ! Zeg dat je mij vergeeft! Je zult mij niet begrijpen en toch kan . . . durf ik je niet te zeggen . . . niet te doen begrijpen .... maar, geloof mij, ik kan je vrouw niet worden.” Ik keek rond. Behalve de vogels boven ons, bevond zich geen levend wezen in onze nabijheid. Ik vatte haar andere hand. Mijn passie drong mij haar in de armen te nemen, aan het hart te drukken, de schoone lippen te kussen, die ,neen” durfden zeggen, doch ik wilde eerst haar toestemming en die zou ze mij geven, zeker. Ik dacht dat ik haar begreep, dwaas, die ik was ! „De dagen waren vol bloemengeur en zonnegoud,” herhaalde ik, „dat was, omdat je me liefhebt. En als je mij liefhebt, is het recht en natuurlijk dat je mijn vrouw wordt! Waarom wil je mij niet trouwen ? We hebben alles wat het leven gelukkig kan maken : jeugd, gezondheid en BIJ VAN SCHOONHOVEN.
PDF
Nummer
1915, nr.31, 15 april. 1915
Blad
07
Tekst
247 PANORAMA fortuin ! Ik kan je alles geven wat een vrouwenhart verlangen kan en ik bemin je ! Lieveling, welke denkbeeldige hindernissen kunnen er tusschen ons bestaan ? Er zijn er geen groot genoeg om niet overwonnen te worden.” Het scheen haar moeilijk te spreken; eindelijk antwoordde ze ontwijkend : .,Als ik jou niet bemin, bemin ik geen enkelen man. Maar ik kan je vrouw niet worden, en ik kan je niet zeggen waarom. Maar je zult de reden weten, ik beloof je. dat je het weten zult! En dan .... dan zul je weten in welk een positie, welk een treurige positie ik mij bevind en — dan zul je mij vergeven 1” Zij verbijsterde mij; toch gaf ik mij niet gewonnen. Ze was geen vrouw om zoo spoedig opgegeven te worden en ik geen man om zoo spoedig op te geven. Als zij mijn vrouw niet werd. zou ik voorgoed met het geluk in dit leven hebben afgerekend. Ik zei dat en zooveel andere dingen. Ik pleitte om alle hindernissen uit den weg te ruimen. Ze aarzelde en werd zeer bleek. „Van avond wordt in de opera „Faust” gespeeld.” zei ze eindelijk. „Ik zal daar zijn, zorg er ook te wezen en dan zul je weten, waarom ik, hoewel ik je liefheb, want dat doe ik, nimmer je vrouw zou kunnen worden. O, ’t is wreed!, wreed 1 dat we elkander slechts hebben ontmoet om weder te scheiden 1” Toen nam ik haar in mijn armen, drukte haar aan mijn hart en kuste haar lieve, heerlijke lippen, die mijn kussen teruggaven. Scheiden! Sedert wij elkander liefhadden, nooit, nooit, nooit! Ik had luid kunnen lachen bij de gedachte. Mijn lieveling, mijn vrouwtje ! Eindelijk reed ze weg, alleen, zooals zij gekomen was. met tranen in de oogen, tranen, omdat ze dacht dat haar liefste haar verlaten zou. Dwaas vrouwtje 1 In mijn oogen waren geen tranen, en geen twijfel in mijn hart. Ik was zeker, heel zeker van mijn toekomstig geluk ! Het is begrijpelijk dat ik met ongeduld den avond verbeidde; ik was dan ook een der eersten, die het theater binnentrad, nam plaats in de stalles en keek rond. Zij was er nog niet; ze had mij wel niet gezegd, waar ik haar vinden kon. maar ik wist zeker dat ze er niet was. Ik wachtte en keek rond, de tijd yerstreek en nog steeds was zij er niet. Rondom mij werden Dr. Z. C. DE BOER. t M. J. BEELING. Te Tiel is de vorige week overleden Dr. Z. C- DL BOLR. rector van hel Gymnasium aldaar. Met Dr. Schlimmer bewerkte de overledene het Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid. Den adjudant-vaandeldrager M. J. BEELING van het öe Reg.-lnt zal den 20en April a.s. de gouden medaille voor 36-jarigen dienst worden foegekend. drukke gesprekken gevoerd; ik sloeg er geen acht op, maar toch drongen ze tot mijn ooren door. „De koninklijke familie is vandaag teruggekeerd en prins Paul is bij hen. Er wordt beweerd dat hij met zijn nicht, de schoone prinses Thea verloofd is.... Er wordt van haar beweerd dat ze alle hofetiquette haat en er zooveel mogelijk aan ontvlucht.... Er loopen allerlei verhalen over. doch je kunt alles niet gelooven. Ze zou vanavond de voorstelling bijwonen, wat dan als een officieuse bekendmaking van haar verloving moet gelden.” Het scherm ging op en nog was ze niet gekomen. Ik trachtte mijn gedachten bij de muziek te bepalen, tevergeefs. Zou ze nog komen ? Ze had het toch beloofd ? En toen, gedurende de voorstelling, kwam er plotseling beweging onder het publiek, alle aanwezigen wendden het hoofd om en ik hoorde mijn spraakzame buurdame zeggen : „Kijk, daar is ze ! Ze is heel schoon, maar erg bleek 1” Ook ik keek omhoog en zag een schoon, bleek gelaat; een paar diepblauwe droeve oogen; een kleine energieke mond, met krampachtig op elkaar geperste lippen, ik zag, zag werkelijk niets anders; de duizendkoppige menigte rondom mij doezelde weg en ik zag slechts een slanke meisjesfiguur naast haar stoel staan. Toen voelde ik mijn hart wegkrimpen van nameloos leed. Ik raakte den arm van de dame naast mij aan en met mijn oogen naar de loge wijzende, vroeg ik : „Zeg mij, wie is die dame?” . Prinses Thea.” was het antwoord. „Ze gaat trouwen met prins Paul, die naast haar staat” Eindelijk begreep ik — en begrijpende stond ik op van mijn stoel en liep versuft en op niets acht slaande het gebouw uit. Zij had gelijk. Ze kon nimmer mijn vrouw worden, maar zij beminde mij en ik haar. En zij is nog steeds de eenige vrouw. 2e BEDRIJF. H. ch Kloppers - Cornelis Indo; N. N. - Herman Indo. (foto's Couvéc). TOTOK EN Theater Verkade. „Die Haghespelers”. 3e BEDRIJF. Cor v. d. Lugt Melsert - Koeleman; Tilly Lus - Troelie. Jp ons, verbeeldmgslooze journalisten, hebben verbeeldingsvolle stukken als deze, ’n maaischen invloed. Ze maken in je wakker, wat je dacht, dat onder den grauwen nevel en mist van ons land volkomen was ingedut. En dan voel je je opeens erg... enfin, en negligé. En je denkt aan veel, waaraan je tijden lang niet gedacht hadt, waarschijnlijk omdat je die gedachten niet meer waard was, want we krijgen in ons leven nu eenmaal precies, wat ons toekomt. En al ’t mooie, dat je in je leven gehad hèbt. waarachtig en écht, redt je niet, als je de fut niet meer hebt het zelf opnieuw te scheppen. Dat kan je meeloopen, ’t kan je tegenzitten, maar tenslotte ligt het tóch weer aan je zelf. In dit stuk van Jan Fabricius loopt het méé. En daarom stemt het je te prettiger, als ’t je zelf soms eens tegenzit. Koeleman, de Totok (van der Lugt-Melsert), komt in Indië, omdat oomlief. — wat in de beste families voorkomt. — vond dat-ie genoeg voor neef opgedokt had en dezen daarom naar ’n koffieaanplanting had gestuurd, waar behalve de administrateur (Roemer), z’n vrouw (mevrouw Coelingh). en z’n charmante dochter — waarin we zonder moeite Annie van Ees herkennen.— we nog twee Indo’s, Herman en Cornelis aanwezig vinden. De administrateur, die neef werken moet leeren, is een kerel uit één stuk, dien we al meer bij Fabricius ontmoetten en dien we altijd weer met plezier terug zien. ’n donderaar, maar ’n rechtschapen kerel, die weet wat-ie wil. Heel ingenomen met Koeleman's komst is-tie niet. want oomlief, die neefje stuurde, is president-commissaris van de Maatschappij, die bezitster is van de koffie-aanplanting waarop we zijn aanbeland, en dus des administrateurs principaal. Wat hem echter niet imponeert. Wat hem echter wél imponeert, is, voor ‘hem, de principe-vaste man, die er kwam door stevige, regelvaste begrippen omtrent deugd en ondeugd, geschoord door ’n rechtschapen, waarachtig, eerlijk karakter — zonder dit laatste was ’t ’n proleet geworden, - de absolute afwezigheid van eerbied voor het eerste bij Koeleman. die in hem als mensch z’n gelijke, als planter alleen z’n meerdere ziet, temeer omdat z ij n studie dienomtrent wel wat lichtelijk losjes was geweest. Op principe-vaste menschen maken logica en humor, vereend, den indruk van vuurwerk. Hebben ze, behalve hunne principes, niets meer. dan worden ze verontwaardigd en boos: hebben ze wél nog wat, dan eindigen ze met ’t te apprecieeren. Koeleman heeft ’t een, de administrateur het andere. Vandaar dat ze goede vrienden worden. Als we dit in het eerste bedrijf, na ’n allérlevendigsten en geestigen dialoog bespeurd hebben, 'n bedrijf, dat op zichzelf al den schouwburggang waard is. voelen we ons op dit punt gerustgesteld en genieten we te meer van de geestige tooneeltjes met de Indo’s op bezoek, (Herman Indo, uitstekend vertolkt door N. N. ’t was uitmuntend!) en voorvoelen in de plotselinge komst van mevrouw Eckhart (Tilly Lus), nog ’n heelen hoop moois te goed. In het tweede bedrijf, dat in ’n inlandsche woning speelt, waar de opzichter Herman woont, krijgen we ’n tooneeltje. waaraan de Indisch-menschen in de zaal gesmuld hebben, maar waardoor schrijver dezes in de kosten is moeten vervallen van ’n cursus te volgen in de Oostersche talen voor eerstbeginnenden. ujt welke situatie gelukkig het inmiddels verschenen exemplaar van Totok en Indo hem nog juist heeft gered, want daar staat de vertaling in. Hst bedrijf begint, dat Herman bij zijn guitaar charmante liedjes zingt, in de taal, dié ik niet versta, liedjes, die. zooals we in het eerste bedrijf reeds vernamen, al de reputatie van menig meisje in splinters gestooten heeft. Het lijkt me ’n prettige manier. In Holland gaat dat minder zangerig. Herman is hier weer op z’n best. Teaen z’n vriend Corneiis vertelt-ie verliefd te zijn op Georgine, des administrateurs-dochter’ „Jongen, hoe durf je” roept z’n kameraad uit, maar hij spoort ’m aan vol te houden. Kinderen, die twee. zooals ze daar samen zijn, hoewel geen ongevaarlijke. En je kunt erin komen, dat Koeleman. die achter Herman’s verliefdheid gekomen is, hem even onderhanden neemt, om dingen te voorkomen, die de Indo niet voelen zou. maar die toch daarom niettemin verkeerd zouden zijn. Dat-ie ’t erg véél te ruw doet, wekt ’t vermoeden, dat ’t bij hem omtrent de jonge dame in kwestie ook niet pluis is. Daar omheen andere aardige scènetjes met de liedjes en de guitaar. ja, we hooren zelfs Speenhoff zingen in die Oostersche taal, die ik niet ken. Derde bedrijf: pa en ma zijn uit de stad. de eerste opzichter met verlof, en aan Koeleman en Herman is opgedragen voor de veiligheid van huis en erf.te zorgen. We vreezen ’n beetje, want Herman heeft in 't vorige bedrijf na de hevige scène met den Totok, met ’n geweer gedreigd, en ’t kon wel eens hommeles worden. Maar 't wordt géén hommeles, integendeel. Hermanis alleen maar ’n gevoelsgeweldenaar, en geenéchte. Hij is zélf ’n instrument, net als z’n guitaar waarop hij zacht spelend, rond het huis zwerft. Koeleman komt, als Georgine en Troelie, Mevrouw Eckhart, de post aan ’t lezen zijn. Er is ’n brief van pa, dat-ie straksterugkomt en Georgine snelt weg om in de keuken orders dien omtrent te geven, waardoor we ’n tooneeltje krijgen tusschen Koeleman en Troelie (Tilly Lus), dat tot het mooiste van den avond behoort. De zaaL werd er stil van. Voor wie ééns zoc iets mee heeft gemaakt of voor wie zoo iets hadden gewenscht rnee te maken ’n importe, wat geluk imponeert ons allemaal, zelfs als het blijkt voorbij te zijn, wat hier ’t geval is. Voor één zoo’n scheiding als deze. daar geef ik heel wat huwelijken voor. Cor van der Lugt had hier een van de beste momenten van den geheelen avond en Tilly Lus.... m’n openlijken dank. Het slot? Wèl, dat we ip den prettigen en geestigen stijl van het geheele stuk de verloving van Georgine en Koeleman bijwonen bij pa’s terugkomst, nadat Herman, de ongelukkige, ’n blauwtje heeft geloopen. Dat klinkt wel allemaal èrg nuchter, maar 'k verzeker U, dat we dat nuchtere verloop zien in ’n aantal fijne scènetjes, die je verre van nuchter aandoen. Voor indisch-menschen lijkt het me om van te smullen, hoewel niet altijd de bijval van de zaal, volgens mij, op het juiste moment viel. en ’t me te vaak deed denken aan menschen, die spreken met’n verkeerden klemtoon. Voor Hollanders, inboorlingen van dit koude, drassige influenza-land was het. om er zóó uit wèg te loopen. uit het land, meen ik. Je krijgt te veel heimwee naar wat rijkdom en warmte om je, ook in sentiment. Het spel klopte als 'n bus. N. N., die den Herman speelde, kreeg in het eerste bedrijf al ’n open doekje. Het accent viel goed ditmaal. De decors waren mooi: niet dat lappen-gepruts. dat we gewoonlijk bij voorstellingen van Indische huizen gewend zijn. De reis van den heer Lebeau naar Indië heeft vrucht gedragen. De heer Roemer was ’n baas als de Administrateur: Annie van Ees, ’k zei ’t reeds, ’n charmante dochter, en Cor van der Lugt Melsert last not least the right man on the right place in deze zegenrijke voorstelling: waarbij - o wonder - het publiek de kans op ’n plaats in lijn 13 vergat, om na het vallen van ’t doek te klappen en te blijven klappen vijf. zes maal. tot de auteur buigende verscheen! Cl-DEVANT. V. 1. n. r. Annie van Ees - Georgine; Tilly Lus- Troelie. INDO.
PDF
Nummer
1915, nr.31, 15 april. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA Duizenden en Nogmaals Duizenden Guldens Schade lijden wij, als onverhoopt aan de Nieuwe Auteurswet de terugwerkende kracht niet ontnomen wordt Groote Partijen onder de vorige wet rechtmatig uitgegeven of overgenomen van andere uitgevers worden dan gelijkgesteld met nadruk en naar de papiermand verwezen. Daarom houden wij thans • Buitengewone Opruiming van Mooie, Nieuwe Boeken. Alle Werken hieronder genoemd tijdelijk voor de ongelooflijk lage Prijzen, die er achter staan, onverschillig wat ze anders kosten. Alles moet weg. Oordeel zelf en doe er Uw voordeel mede. Voor minder dan ƒ1.50 kan uit deze extra aanbieding niet geleverd worden, men kieze dus minstens voor dat bedrag. 1. OOSTERHOUT. De Fransche Omwenteling. Uitgebreid boek vol groote platen, 469 blz., vroegere prijs ƒ 1.50 nu ƒ 0.72. 2. SWIFT. Gullivers Reizen. Volledige nieuwe uitgaaf voor Oud en Jong, met PI. 307 Bladz. Uitg. pr. ƒ 1.20, nu ƒ 0.68. 3. SERVAAS DE BRUIN. Viertalig Woordenb. (Hollandsch, Fransch, Engelsch, Duitsch), in fraaien Stempelband, nu / 0.79. 4. EUG. SUE. De Verborgenheden van Parijs. Beroemde roman 6 groote geill. dln. ƒ 3.90, nu slechts ƒ 2.94. 5. SPINDLER. De Jood. Gr. Hist. roman met pl. Kolossaal Boek ƒ 3.—, nu ƒ 1.98. 6. ALB. THIJM. Een Apostel der Liefde. Oorspr. roman, in Prachtband, nu / 0.60. 7. GRANT ALLEN. Zuster Hilda, vermakelijk boek met vele illustr. ƒ Q.90, nu ƒ 0.37. 8. SIEVERDINK. ExamenOefeningen ter Vertaling in het Fransch, Engelsch en Duitsch, ontleend aan de Examens van Mercurius, Federatie, Verg. van Leeraren enz. 3 dln. ƒ 2.25, nu / 1.27. 9. Mr. v. OORDT. Wereldgeschiedenis vanaf de Oude Tijden tot den Val van Napoleon I, 4 gr., uitgebr. Dln., meer dan 2500 Blz. / 15.—, nu f 3.26. 10. MULDER. De Bouw en de Inwendige Organen van het Kinderlijk Lichaam, met illustr. en beweegbaar model / 1.50, nu ƒ0.44. 11. SERVAAS DE BRUIN. Handboek tot Beoefening der Stijlleer en Uiterlijke Welsprekendheid. 3e druk. nu ƒ 0.47. 12. OOTMAR. De ziekten van het Kind, Groot werk vol Afb. ƒ 3.50, nu ƒ 0.99. 13. ARP. Werktuigkundig en Bouwkundig Handboek. Uitgebreid Werk, 454 blz., met 280 Fig. en 198 Tab., in Prachtband, ƒ 5.25, nu / 2.56. 14. BERGHUIS. Handboek voor Steenhouwers en Metselaars, met 108 gr. Pl. In Prachtb. ƒ 8.60, nu ƒ 3.28. 15. SCHOLTEN. Het Woonhuis. Pract. Handb. voor Bouwk., vol Pl. In Prachtb. ƒ 7.— nu / 3.46. 16. GILLE HERINGA. Alph. Aardrijkskundig Woordenboek der Steden, Dorpen, Gehuchten enz. van Nederland. Gecart. ƒ 3.50, nu / 0.57. Profiteer nu 17. GROSJEAN. De Nuttige Handwerken. Leerboek v. h. Breien, Haken, Mazen, enz., met vele afb., nu ƒ 0.61. 18. VAN LENNEP. De Vertnakelijke Latijnsche Spraakkunst, geïll. / 0.90, nu ƒ 0.28. 19. BRONSVELD. Bijbelsche Geschiedenis voor de Jeugd. Gr. Boek met 24 Pl. ƒ 1.90, nu / 0.74. 20. TEN KATE. Stemmen van het Stervend Jaar. Uitg.prijs ƒ 1.90, nu t 0.48. 21. WALLACE. Ben-Hur. Speciaal bewerkt voor Jongelieden. Gr. boek met Pl. Gecart. ƒ 0.42. 22. TH. a KEMPIS. Meditatiën over het Leven van Christus. ƒ 1.40, nu ƒ0.47. 23. Ds. ULFERS. Gr. Bijljelsch Dagboek. In Pr.b. ƒ 2.75, nu ƒ 1.33. 24. CLAVEL. Geschiedenis der Godsdiensten van alle Volken der Aarde. Gr. Uitg. met vele Pl. / 4.50, nu ƒ 2.46. 25. HESBA STRETTON. De Kinderen van Cloverley. Christel. Verh., nu ƒ 0.29. 26. Bewaar het Pand U toevertrouwd. 53 Leerredenen door Afrik. Predikanten, 600 blz. ƒ 3.60 nu ƒ 0.83. 27. GALLET. Kapitein Satan of de Lotgevallen van Cyrano de Bergerac. Geïll. Roman, in Pr.b. ƒ 1.90, nu ƒ 1.18. 28. MARLITT. De Meid v. d. Schout en Thüringer Vertellingen. Fraaie Uitg. m. Pl. nu ƒ 0.52. 29. WALTERSCOTT. Ivanhoe. Groote Weelde Uitg. in fr. Prachtb., nu sl. ƒ 2.63. 30. MAARTEN MAARTENS. De Hoogste Roem, 2 dln. ƒ4.90, nu f 1.09. 31. GRAHAM. Mormonenliefde, of Veelwijverij te Utah, nu ƒ 0.46. 33. WALTON. Deed ik een goede keus? Christel. Verh. met Pl. ƒ1.25, nu ƒ0.47. 34. Keur uit Staring’s Gedichten. ƒ1.25, nu ƒ0.47. 36. SERV. DE BRUIN en DEWALD. Italiaansch—Hol iandsch en Hollandsch—Itali aansch Woordenboek in 2 Linnen Banden ƒ 4.25, nu ƒ 0.98. 37. Dr. A. S. KOK. Van Dich ters en Schrijvers. Groot Letterk. Werk, 2 dln. ƒ4.—. nu ƒ1.07. 41. LAURILLARD. Reintje de Vos. Fraaie geïll. uitg. in Prachtb. ƒ2.40, nu ƒ0.98. 42. BOUWMEESTER. Handleiding voor Muziek en Zangkunde, nu fü.%7. 43. VAN LEENT. Mazeppa. Boeiend Jongensb. met Pl. ïn Prachtb. / 1.75, nu ƒ0.86. 44. PETILLON. Lotgevallen van een Bengel. Aardig Jongensb. met Pl. In Prachtb. nu ƒ 0.62. 45. BAKER. Aan Land Gespoeld of de Lotgevallen van een Schipbreukeling. Avontuurlijk Boek met Pl. ƒ 1.50, nu ƒ 0.81. 46. CHR. DOORMAN. Indische Tooversprookjes. Fraai Geïllustr. Kinderboek. In Prachtb. ƒ 1.50, nu ƒ 0.64. 47. VAN LEENT. De Liefste van Ons Clubje. Keurig Meisjesb. met Pl. In Prachtb. nu ƒ0.74. 48. BALDWIN. Instituut Steidel. KostschoolgeSch. v. Jonge Dames, met Pl., nu slechts ƒ 0.49. 49. FELSING. China en de Chineezen of Geert Janssen’s Reisavonturen. Gr. Jongensb. met Pl. ƒ 2.90, x. nu ƒ 0.66. 50. LOUISE 'rALCOTT. Op Eigen Wieken. Groote le uitg. ƒ1.90, nu slechts ƒ0.55. 51. PFLAUM. Wat elke Amateur-Fotograaf weten moet. Pract. Handl. ƒ0.50, nu ƒ0.29. 52. BERGHUIS. De Meubelmaker. Voll. Handb. met 138 gr. Pl. In Prachtb. ƒ 8.60, nu slechts ƒ 2.90. 53. TOLLENS. Nieuwe Gedichten. 2 dln. ƒ3. nu ƒ 0.58. 54. Vóór 300 jaren. Gedenkw. Bladz. uit onze Geschiedenis, door VAN LUMMEL e. a., 2 Bundels ƒ 4.50, nu ƒ 0.92. 55. BRILL. Geschiedenis van het Israëlitische Volk, ƒ2.75, nu ƒ 0.66. 56. Reclameborden en Winkelopschriften. 40 Platen vol Voorbeelden, met Kleuren beschr. In Portret, ƒ2.50, nu ƒ1.57. 57. GROENEVELD. De Timmerman in Huis en School. Leer gang voor de Jeugd, met Pl. ƒ 1.25 nu ƒ0.47. 58. Het Groote Anecdotenboek nu ƒ0.19. 59. KEPPER. Nederland en zijne bewoners. Groot geïll. Prachtwerk in sierl. Prachtb. ƒ 11.45, nu ƒ 3-16. 60. HARTING. Leerboek der Dierkunde, geïll., als ; De Insecten. De Spinachtige- en Schaaldieren, De Wormen, De Weekdieren, De Sterdieren, De Neteldieren, De Protozoën, 7 Deelen, samen nu slechts ƒ2.17. 61. DOLMAGE. De Wonderen van den Sterrenhemel. Nieuwste werk met Pl. In Prachtb., nu ƒ2,28. 62. KNEIPP. De Kloosterkeuken van Wörishofer. Pract. Kookboek met 500 Recepten, ƒ 1 nu ƒ 0.46. 63. DISSE & LABBERTE. Gymnastiek voor Jongens. Uitst. Handb. ƒ 2.75, nu ƒ 0.49. 64. DISSE & LABBERTE. Gymnastiek voor Meisjes. 2 Dln. samen ƒ 5.50, nu slechts ƒ 0.98. 65. GERLING. Hoe kan ik Hypnotiseur worden ? nu slechts ƒ 0.24. 66. THOMAS. Aanleg en Berekening van Gewone en Centrale Verwarmings-Inrichtingen en Luchtverversching. Met 88 Afb. ƒ2.90, nu ƒ1.17. 67. PROF. JAN TEN BRINK. Geschiedenis der Noord-Nederlandsche Letteren in de 19e Eeuw, 3 zware Dln. ƒ 6.60, nu ƒ 3.96. 68. De Architect, 36 Gr. Platen en De Bouwmeester, 36 Gr. Pl. Samen in 2 Portefeuilles, ƒ 17, nu ƒ 3.32. 69. LIEBREICH. Encyclopedie der Therapie. Pract. Handl. v. Geneeskunde. Uitgebr. Werk, ook voor Leeken. 5 Dln. in 5 Stempelb. f27.25, nu ƒ4.77. 71. v. d.WI JK. Gezondheidsleer in het Dagelijksche Leven ƒ 1.50, nu ƒ0.41. 72. De Huisvriend. Het Bekende Tijdschrift vol Platen. 2 Jaargangen, groot en dik formaat. Uitg. prijs f7, nu f 1.36. 73. Woord en Beeld. Pracht Mengelwerk vol artist. Pl. Voll. J aargang, zwaar boek, ƒ9. nu slechts /1.17. 74. Dr. SINIA. Handboek der Natuurkunde, 2 Dln. met pl-, 400 Afb. ƒ2.70, nu ƒ0.73. 75. Goeverneur’s Fabelboeken ; 4 dikke Boekjes, bevattend de oude bekende versjes en vol Pl. ƒ6, nu ƒ 1.38. 76. VORSTERMAN v. OYEN. Lessen over de Cijferkunde, 3 dln., / 5.70, nu f 0.67. 77. CARMEN SYLVA. Stichtelijke Overdenkingen en Gebeden ƒ 1.50, nu ƒ 0.46. 78. SMIJTEGELT. Een Woord op zijn Tijd. Gr. Uitg., flinke druk, 2 Dln., 1250 blz. ƒ 8.75, nu / 2.28. 79. NEWTON. Van Slavenkoopman tot Evangeliedienaar, 2 flinke Dln. Uitg. pr. ƒ 3.30, nu f E36. 80. TILLOTSON. Het Uitgescheurde Bijbelblad. Verhaal voor de Jeugd uit de Geloofsvervolging. Met pl., in Prachtb. ƒ 1.50 nu ƒ 0.72. 81. GROSJEAN. Het Nieuwe Boek der Uitvindingen. Groot werk met 650 Pl., 2 zware Dln.. ƒ 9.50, nu ƒ 3.14. 82. De Onovertroffen Goochelaar en Toovenaar. Ruim 300 Kunstjes, Aardigheden enz.,- nu slechts / 0.42. 83. De Kinder-Courant. Volledige Jaargang. Groot zwaar boek met Kinderlectuur enz. Vol Platen f 3.90, nu ƒ 0.84. 84. DE BULL. Binnenhuisjes. Holl. Vertellingen. 300 Bladz., in Prachtb. nu ƒ 0.58. 85. BERGHUIS. Kappen, Daken en verdere Timmerwerken. Groot Handboek met ± 300 Afb.. in Prachtb. ƒ 8, nu ƒ 3.22. 86. PÏDERIT. Handleiding tot de Leer der Gelaatkennis. Vol Gra vuren f 0.75, nu f 0.48. 87. VAN DER VEN. Beginselen der Kosmografie, met vele Fig., f 1.50, nu / 0.39. 88. QUADEKKER. Het Paardenboek. Geïll. Handb., 1500 bladz., met 900 Afb. en vele groote gekl.Pl. 3 Groote zware Deelen ƒ 27.50, nu ƒ 5.44. 89. BüCHNER. Het Leven der Liefde in de Dierenwereld en Uit het Leven der Dieren, 2 dln. samen ƒ 3.—, nu ƒ 1.26. 90. CARMEN SYLVA. Castei Pelesch, nu ƒ 0.38. 91. EBERS. Een Woord. Roman, ƒ 1.50, nu / 0.62. 92. REUTER. De Mecklenburgsche Montecchi en Capuletti, of de Reis naar Konstantinopel. 1 Dl. met Pl., nu ƒ0.46. 93. SANKEY. Evangelieliederen, met Zang- en Orgelmuziek, gecart. ƒ 1.—, nu ƒ 0.63. 94. WELLS. De Onzichtbare. Een groteske geschiedenis, / 1.75. nu f 0.43. 95. TEN BRINK. Oost-Indische Dames en Heeren. Oospr. roman, 2 dln., ƒ 2.—, nu ƒ 0.54. 96. WILKIE COLLINS. De Boetvaardige Magdalena, ƒ 2.80, nu ƒ 0.57. 98. J. DE VRIES. Het Kasteel Èrickdale ƒ 1.25, nu ƒ 0.39. 99. MACé. De Geschiedenis van een Hapje Brood, of hoe de organen van ons lichaam hun werk verrichten, nu f 0.43. van deze zeldzame gelegenheid. Het zijn KOOPJES, KOOPJES, KOOPJES!!! Verkrijgbaar, zoolang de voorraad strekt, bij keuze van ƒ1.50 of meer, bij D- BOLLE, Bazaar van Goedkoope Boeken, Hang No. 98, te Rotterdam. Toezending geschiedt franco na ontvangst van postwissel waarop behalve verlangd(e) nummer(s) te melden: Uit „Panorama”. DELFTSCHE SLAOLIE: elftsche Slaolie is geen surrogaat of mengsel van iets anders, doch een zelfstandig, plantaardig product, uit de eerste kwaliteit arachidenoten geperst. Delftsche Slaolie geeft een heerlijken smaak aan de spijzen (geen oliesmaak) en wordt door ieder, die de proef neemt om haar in de plaats van andere vaste vetten of in combinatie met natuurboter te gebruiken, gewaardeerd als een bak- en braadvet bij uitnemendheid. Delftsche Slaolie bestaat uit 100ü/o vet. en.omdat dit vet reeds vloeibaar is, behoeft het bij het gebruik niet meer vloeibaar gemaakt teworden, zooals andere vaste vetten. Delftsche Slaolie bevat dus geen waterdeelen, die bij verhitting verdampen Zij heeft geen onzuivere bestanddeelen, die eerst moeten worden uitgebakken. Zij spat niet en geeft geen onaangenamen geur. In verhitten toestand wordt zij dun als water en hangt daardoor niet aan. Dit alles, gevoegd bij een groot weers^andsver-. mogen, ook bij hooge temperaturen, maakt dat Delftsche Slaolie opvallend zuinig in het gebruik is. Delftsche Slaolie blijft, nadat er spijzen in gebakken zijn, helder, zoodat zij voor. een tweeden, derden keer, enz. gebruikt kan worden. Ook daarom geeft zij bezuiniging in het huishouden. Vooral in den tegenwoordigen duren tijd neemt het gebruik van Delftsche Slaolie dan ook in alle kringen der bevolking in groote mate toe. Hoe langer hoe meer zien de huismoeders in, dat haar belang meebrengt een flesch Delftsche Slaolie steeds voor direct gebruik in de keukenkast gereed te hebben. Als men den winkelier Delftsche Slaolie vraagt, zorge men, dat ook Delftsche -Slaolie wordt geleverd, en wel in de kwaliteit, die men verlangt; Extra, Surfine of Supra, respectievelijk a een gulden, 85 en 75 cent per heele flesch van 80 centiliter inhoud. Al de etiketten op de door onze fabriek gecapsuleerde en geëtiketteerde flesschen bevatten ons gedeponeerd handelsmerk. Men kan bij vele winkeliers, die van ons Delftsche Slaolie in vaten of in bussen afnemen, ook wel dit artikel bij de maat en in door hen gevulde flesschen koopen. doch uit den aard der zaak kunnen wij er niet voor instaan, dat steeds geleverd wordt hetgeen door den klant gevraagd wordt. Absoluut zeker is men Delftsche Slaolie in de gewenschte kwaliteit te ontvangen, als men de van ons handelsmerk voorziene flesschen vraagt en de capsule ongeschonden is. OLIEFABRIEKEN CALVÉ-DELET TE DELFT.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1516 tot 1520 van 11897