Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1481 tot 1485 van 11897
Nummer
1915, nr.28, 5 april. 1915
Blad
09
Tekst
Afzonderlijke Nummers f Q.075 PER KWARTAAL LENTE NAAR DE SCHILDERIJ van WILLY MARTENS Eigendom van Goupil & Cie den Haag.Afzonderlijke Nummers f Q.075 PER KWARTAAL LENTE NAAR DE SCHILDERIJ van WILLY MARTENS Eigendom van Goupil & Cie den Haag.
PDF
Nummer
1915, nr.28, 5 april. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA STOKHUYZEN’S VRUCHTEN LIM. merk „RHENA”. ’t Hoosst bereikte op ’t gebied van Limonade. Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen. - Onder Rijkstoezicht. Museum PANOPTICUM, AMSTELSTRAAT. Historische Beeldengalerij. Attractie voor vreemdeling en landgenoot. Theater PANOPTICUM, Het meest Mondaine Theater van Amsterdam. IEDEREN AVOND Schitterende Voorstelling. Zaterdag en Zondag 2 uur groote Matinee. Voor Handelsdrukwerk en Kunstreproducties de Rotogravure! WINCARNIS. UITSTEKEND TONICUM. Bestaande uit prima portwijn, vleeschextract en moutextract. Bekroond met gouden medaille tr Wereld-tentoonstelling Brussel 1910. / WINCARNIS is een zeer aangenaam smakende, toniseerende wijn, aangewezen bij verschillende zwakte-toestanden, uitputting, bloedarmoede en reconvalescentie. Prijs per groote flesch ƒ 3.—; per kleine flesch ƒ 2.—. Verkrijgbaar bij alle Apothekers en Drogisten; en bij den GeneraalAgent voor Nederland: P. DESSERS, Leidschekade 67, Amsterdam. Onder voortdurende controle van Dr. P. J. SCH1EVEEN BORGMAN. Mosseltrap 2, Rotterdam. De Directeur van het Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen, brengt ter kennis van belanghebbenden, dat de N.V. tot Exploitatie der Kon. Luxe-Broodbakkerij V. h. PAUL C. KAISER, Vijzelstraat 5—13. Amsterdam, den verkoop van haar brood onder controle van het Station heeft gesteld en dat uit het onderzoek van monsters melkbrood, roggebrood en beschuit blijkt, dat deze aan de eischen, daarvoor door het Station aangenomen, hebben voldaan. Afnemers hebben recht op gratis onderzoek van monsters brood en beschuit. Aan belanghebbenden worden dienaangaande gaarne inlichtingen verstrekt. De Directeur voornoemd Wageningen, 20 Maart 1915. BOONSTRA. Mode-Academie G. D. de Leeuw van Rees. Heerengracht 419 bij het Koningsplein, Amsterdam. Opleiding Coupeuse Bestaat reeds 35 jaar. Vraagt prospectus. Abonneert U thans op De Gracieuse Het beste Nederlandsche Dames- en Modetijdschrift LEIDEN. A. W. SOTHOFF’S UITGEVERS-MAATSCHAPPD. h>/o ''KOKO "HOUDT DIT HAAR ZACHT, ZVOEAGHTIG, GOLVEND EN GLANZEND. ue-r ZAL UW EVENVEEL GOED DOEN. Houdt een flesch “Koke" op Uw Toilettafel, tebruikt het eiken dag volgens de eenvoudige gebruiksaanwyzing; let op den veranderden schyn van Uw Haar binnen 14 degen. VOOR HET Een zuivere. Heldere, Niet vette vloeistof bevordert den Haargroei Versterkt de klieren en doet dienst ais een Tonicum voor de Haarwortels Voorkomt het Splyten of Uitvallen. Hoofdzeer en Roos verdwynen, nadat men “Koko” een paar keer gebruikt heeft men sprenkelt het eenvoudig op het Haar, dan wryft men het zacht in eene nederwaartsche richting en borstelt het flink. EENE 27 JARIGE EERLVKE REPUTATIE. ‘ Koko’* e het eenige Haarpreparaat dat Geteekende Koninkiyke Getuigschriften bezit. PRIJS: Fl. 0.75, fl. 1.60. en fl. 3.00 per flacon. Alleen Vertegen*oornigers Voor N. en Z. Holland. Utrecht. Zeeland, X. Brabant en Limburg. P. DE68ER8. Amsterdam Voor Friesland, Groningen, Drenthe, Overysel en Gelderland. Finss B MEINOERSMA, 8neek mmr hef Amsterdam: A. D. den Boer, Overtoom 91. L. Westerhoff, Haarlemmerdijk 19. L. Simons, Amstelstr. 49. Th. R. de Zwart, Nassaukade 361. Leiden: Gebr. Christiaanse. Den Haag: Gebr. Blokpoel, Noordeinde. G. J. R. v. d. Gaag, Groenmarkt. Rotterdam: S. Wulff. Westnieuwland8. H. Witiens, Binnenweg 101a. J. Rooster & Zn. Hoogstr. 107-109. F. v. Santen Kolff, K. Hoofdsteeg 3.J. Snabilie Groote Markt. i ■*>!<* Geknipte Normaal-Patronen voor de | Abonnées op „De Gracieuse” van ALLE afbeeldingen van af No. 7 (het eerste — nummer van het nieuwe kwartaal). Slechts een kleine vergoeding van 5 Cents per patroon van rok of taille voor porto en administratiekosten moet bij het bestelbiljet gevoegd worden. Geen Mode-Tijdschrift noch hier te lande, noch in het Buitenland kan zijnen Abonnées dergelijke voordeelen aanbieden. Abonnementsprijs slechts f1.375 per kwartaal van 6 nummers. De Gracieuse geeft tweemaal per maand een volledig overzicht van alles wat de Mode voorschrijft. De Gracieuse geeft in elk seizoen een of meer gratis Kindernummers. De Gracieuse stelt alle geknipte Normaalpatronen gratis en handwerken tegen zeer lagen prijs verkrijgbaar. De Gracieuse geeft een Supplement vol met knip- en handwerkpatronen. De Gracieuse geeft practische Raadgevingen op het gebied van Huishouding en Keuken en heeft een Vragenrubriek. De Gracieuse geeft bijlagen en omslag in Koperdiepdruk met modeafbeeldingen uit Londen, Parijs en Weenen. Alle Boekhandelaren nemen bestellingen aan. Proefnummers en Prospecti op aanvraag verkrijgbaar. Abonneert U nog heden op „DE GRACIEUSE".
PDF
Nummer
1915, nr.28, 5 april. 1915
Blad
11
Tekst
panorama - *Paaschnummer - Opstanding en we het vorig jaar. onder t schrijven van ons kerstartikel, aan den somberen kerstboom onzer g gedachten de vrooiijke lichtjes van hoopvolle verwachtingen trachtten te ontsteken, hadden we een g betrekkelijk lichter taak dan thans. Kerstmis, de herdenking der telkens weer herboren christelijke liefde, gaf ons recht blijmoedig en hoopvol gestemd te zijn. Het zou. het moest immers alles beter en anders worden. Kerstmis herinnerde aan onzen hoogsten menschelijken plicht, de genegenheid tot onzen naaste; de ster die daarheen leidde, zou door velen gezien worden. Het * Vrede op Aarde klonk als een ernstige, manende roep, verkondigend dat de wereld opnieuw uit zonde, haat en tweespalt verlost kon worden — zoo de menschen daar beneden slechts luisteren walden .... Maar de tijd is voorbijgesneld en de roep is niet verstaan. De gansche geschiedenis van lijden en sterven heeft zich herhaald ; vrede en liefde zijn wederom aan het kruis geslagen, en de zware zerk van verblinding en onverstand heeft zich over hun graf gesloten. Nu luiden de Paaschklokken .... Verkondigen zij ook thans de opstanding? De opstanding van oneindige liefde uit eindigen haat? Zal dan toch onsterfelijk blijken wat voor altijd vernietigd en uitgedoofd leek? Het valt ditmaal zoo moeilijk te gelooven. Sedert den Kersttijd zijn bange, bloedige maanden over ons heengegaan, verwoesting en dood hebben hun vernielingswerk met onverminderde felheid voortgezet, en ook wie niet kleinmoedig is heeft zijn oogenblikken van twijfel en vrees. Zou het dan werkelijk waar zijn wat enkelen, aan wier w'oorden hun hooge plaats in de maatschappij gezag geeft, ons willen doen gelooven: dat de weloverlegde massa-moord, die oorlog heet en daarom straffeloos is, een noodzakelijk, ja nuttig en wenschelijk verschijnsel is in het bestaan der menschheid? Is, uit hun diepen val, voor de volkeren dezer aarde geen opstaan mogelijk? Als dat zoo ware, als het mogelijk kon zijn dat onze edelste gevoelens niet dan een tijdelijke weelde, onze schoonste gedachten slechts een bedrieglijke schijn mochten heeten — wij zouden liever uit den bangen droom, die het leven dan was. gewekt willen worden tot een ontwaken in den dood. * * * De Paaschklokken luiden. De Natuur, wijzer en standvastiger dan ons wankel, tastend verstand, geeft ons. ook nu, ook te midden van ons verwoestingswerk, haar eeuwig, onveranderbaar voorbeeld van verjonging, vernieuwing. Ook zij biedt ons het schouwspel van opstanding na sterven. Geen geweld van menschenhanden kan haar weerhouden; zij welft haar groen boven het slagveld en doet haar zaden ontkiemen tusschen de bouwvallen. Met bloemen en zonneschijn bestrijdt zij den dood, en overwint hem. Met oneindige liefde, die geen wederliefde vergt, brengt zij ons de blijde boodschap der opstanding. De opstanding, die eeuwig en onafwendbaar is. En wij menschen, die zooveel goedheid nauwelijks waard zijn, zouden niet grijpen wat ons ook nu weer geboden wordt, trots onze verblindheid en onze verdoling: de zekerheid dat wij nogmaals verlost kunnen worden ? * ♦ * Dan geen twijfel meer en geen vrees. Maar een aandachtig luisteren naar de stem binnen in ons, waarvan de zuivere intuïtie ons verstand in wijsheid overtreft. Want dit is het goddelijke in den mensch — niet zijn steeds scherper aangespitst verstand, niet zijn ten top gevoerde wijsheid, maar het in de diepte van zijn hart onuitroeibaar levend instinct dat hem rusteloos, zonder ophouden tot zijn hoogere bestemming roept. Dat instinct is het vaste vertrouwen, dat gelooft zonder gezien te hebben, het is het Geloof zelve, hooger en beter dan gekweekt verstand en aangeleerde wijsheid. Het zegt ons dat de opstanding nabij is. * * * Thomas, een van de twaalven, wilde, alvorens gezien te hebben, het bericht der opstanding niet aannemen dat de andere discipelen hem brachten. Hem ontbrak het Geloof, dat scherper oogen heeft dan het verstand. Maar wie naar de stem in zijn binnenste luistert, ook voor hem zal het »Vrede zij ulieden weerklinken, al heeft hij zich, uit vrees voor den vijand, achter gesloten deuren verborgen. Want zalig zijn zij, die niet zullen gezien en nochtans zullen geloofd hebben.
PDF
Nummer
1915, nr.28, 5 april. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 21fi &........- ' ........ 1... ' '.....—..................................-............................-™ ' ■ .................................................................................. ...................................................=ac Van een oud boek van oude gebruiken ÖP ■ ■ ...... . ................. ' .............-....................... -...........................oö is het buiten koud en vriest het alle nachten, toch toont de lente steeds meer haar invloed en haar macht. In het groenen van het blad. in ,\^jjaacï. ontjuiken van je eerste bloemen, wordt voorjaarsheerschappij gemeld en herleving ons verkond. Herleving, opstand, bevrijding ... Deze drie gedachten beheerschen het feest der lente. En terwijl de Christenheid herleving en opstanding in haar Paaschviering terug vindt, is ’t Pesach van de Joden in de allereerste plaats aan de herdenking der bevrijding uit het Slavenland gewijd. De uittocht uit Mizrajim, het door mythe en overlevering als Egypte aangeduide land, wordt telkens weer als den aanvang van het volk-zijn herdacht. Wanneer dat feest komen gaat, dan is het vooraf al weken lang in de huizen der wetgetrouwe Joden een spannende tijd. Alles moet worden schoongemaakt, geen hoekje mag worden vergeten. Niet alleen omdat de huisvrouw haar woning helder, haar huisraad blinkend wil zien, neen, de wet schrijft voor, dat op den 14den Nissan, de lentemaand, geen kruimpje gedeesemd brood meer in de woning aanwezig mag zijn. Daarop is al het werk gericht. En ’t is waarlijk geen sinecure. Als alles dan ten-slotte in orde kwam, het gezuurde brood was gebannen, gistende stof weggebracht, of tijdig nog opgegeten (een feest vaak voor kleinen en voor grooten), dan mag het Paaschfeest binnentreden, het huisgezin is voor de ontvangst bereid. •» * ♦ Als voor een werkelijk waardig feest worden de laatste voorbereidselen getroffen. De disch is keurig gedekt, de beste stoffen zijn uit de kasten gehaald en het hagelwitte linnen siert de tafel, waarop zilver en kristal het licht van de huislamp weerkaatsen. De gemakkelijke stoel, waarin de vader zitten zal, ais vrij man geleund op den linkerarm, staat klaar. Daar straks zal de paaschviering beginnen naar oud gebruik en naar door eeuwen vastgestelde volgorde ♦ * ♦ Dan komt ook een oud boek voor den dag, de Hagada, waarin alles opgeteekend staat, met primitieve prentjes verlucht. Hoe de wonderen door Mozes en zijn broeder Aaron in Egypte werden volbracht, hoe de strenge, meedoogenlooze Pharao niet toegeven wilde alvorens een rij van plagen over zijn volk en hemzelf werd uitgestort, hoe een volk van zesmaal honderdduizend man, rijk met geschenken beladen, geheel vrij het land der strenge dienstbaarheid verliet om den moeilijken tocht te ondernemen door de woestijn, met al zijn ver schrikkingen, hoe naar Sinaï werd getogen waar de wet hun gegeven worden zou. Vol Oostersche warmte is het verhaal van de wonderbaarlijke doorklieving der Roode Zee. Psalm en loflied, worden met de traditioneele melodie gezongen, de spijzen, die de moeilijke dagen met hun bitterheid, de bezwaren van den overhaasten uittocht met zijn opofferingen symboliseeren, worden in bepaalde volgorde genoten. Het is een feest van het huisgezin, en de Hagada, dat oude boek. is het boek van het gezin geworden, waarvan de inhoud in de hoofden is geprent en de zangen welbekend zijn. * * * Men moet zoo’n Paaschavond-viering in de jeugd met volle aandacht hebben meegemaakt, om het aantrekkelijke ervan te blijven begrijpen. De ,,Seider”, zooals zijn naam is, wordt nooit vergeten, door hen, die er als kinderen aan mee mochten doen, ook niet wanneer het leven hen vèr verwijderde van dien huiselijken kring, waarin deze herdenking zoo uitmuntend past. Dit aantrekkelijke wordt ontegenzeggelijk verhoogt door de eigenaardige samenstelling, welke in den Hagada, het boek van den Seider typeert. Het is geschreven voor het Oostersche gezin, dat verheugd bij elkaar zit, jongen en ouden, vrouwen en mannen, leeken en geleerden om het feest te vieren, zich verdienstelijk te maken door zooveel mogelijk over den uittocht uit Mizrajim te praten. Aan spijs en drank is daarbij naar genoegen gedacht. En ook kan er met bij .vergeten worden, dat deze feestviering slechts een herdenking is van de luisterrijke festijnen in eigen land toen in den Tempel Tioe de „Seider" werd gevierd. (74aar een oude staalgravure). Sen curieuze voorstelling van den overtocht der ‘Roode Z>ee. (*Naar een oude staalgravure). Tioe pharao en aijn dienaren met de hihvorschen gestraft werden. fNaar een oude staalgravure). nog vele Paaschoffers naar het voorschrift van de wet van Mozes konden worden gebracht. ♦ * * De Joden, die deze Hagada lezen,— zij leven in ballingschap. Daarom begint het boek met den wensch. dat spoedig weer die oude luister moge herleven. En als dit verlangen uitgesproken is, dan wordt den jongeren gelegenheid gegeven hun verbazing er over uit te spreken, dat alles in zoo’n buitengewoon feestkleed is gestoken, dat de rij der spijzen zoo anders is dan gewoonlijk. En de vader antwoordt uitvoerig naar bijbelsch verhaal. Allerlei anekdoten, uitleggingen en vertellingen vullen dit relaas ten slotte aan. Psalmzang geeft er fleur aan, de bittere kruiden worden gegeten. Men mag toch niet vergeten hoe zwaar de verdrukking was, hoe heerlijk de verlossing. ’ t Gebraden been wordt getoond als een flauwe afspiegeling van wat eens het Paaschfeest vroeg; het paaschbrood vlak en ongezouten, als ongerezen reiskost, wordt dan rondgedeeld en doet den uittocht naar de woestijn weer in gedachten komen. Vroolijker coupletten, raadseltjes ook, die natuurlijk binnen de perken van de feestvieringsgedachten blijven, worden opgegeven en beantwoord. En alles gaat volgens het rijtje. Natuurlijk. Want,,Seider” is het Hebreeuwsche woord voor volgorde: menu, programma, net zooals men het weergeven wil. * * * Elk jaar keert de Hagada terug. Elk jaar dezelfde gang. Wij willen niet beweren dat altijd, overal en door iedereen elk woord van dit boek. dat gedeeltelijk in het Hebreeuwsch. voor een ander deel in het Chaldeeuwsch is geschreven, begrepen wordt. Doch wat hindert dit! De stemming is er, en al bromt de leider van den avond, (’t is meestal de vader, die „den seider geeft ’) wel een enkel maal, als een dartel woord de mond van een der jongeren of een der vrouwelijken ontvalt, den goeden gang der dingen stoort dit niet. Wanneer de voorgelezen tekst wat langdradig en vervelend dreigt te worden, dan komt er spoedig weer een bekend wijsje aan de beurt, waaraan allen heel graag meedoen. Een andermaal is er spanning, hoe het eten van den mierikwortel, die als bitter kruid bij uitnemendheid wordt gebruikt, zal uitwerken. Menig traantje is daarbij in de oogen van den consciëntieusen Seidergast gekomen, ‘t Is een vreeselijk scherp kruid! ♦ * ♦ ’t Glanspunt van den avond is het maal, dat de twee deelen van de Hagada verbindt. Voorzichtig worden de wijnkelken weggezet (men drinkt er vier dien avond). Een ieder krijgt een vast „wijnmerk” op zijn bordje, een stukje paaschbrood, een radijsje of iets dergelijks, want straks moeten de bekers weer dienst doen, de Hagadaboeken worden zorgvuldig weggeruimd. . . . Waarom nog nader al die kleine bijzonderheden beschrijven, zij hebben alleen beteekenis voor en geven een herinnering vol warme gezelligheid aan hen, die den Seider meemaakten .... * * ♦ Doch ook voor de buitenstaanders heeft het verhaal van deze gebruiken een zekere aantrekkelijkheid. Zij geven een dieperen kijk op het gezinsen het gemoedsleven van den kring, waarin ze tot gebruik werden en bleven. Een kijk waardoor ook heel wat te leeren valt. Men prijst, met recht, de groote huiselijkheid, den vasten samenhang van gezin en familie in Joodsche kringen. En wie dit doet, die zal bij nadere bestudeering moeten erkennen, dat de wijze waarop de Joodsche feesten en rustdagen gevierd worden, naar de voorschriften van wet en wijzen, heel veel er toe hebben bijgedragen om zulks te bevorderen en te helpen bereiken. Het heeft ’t volk gesteund en het individu van veel verleiding ver gehouden. En daaruit zijn tal van bijzonderheden te verklaren, waarvoor men anders zonder antwoord zou staan. * * * De Hagada is niet alleen een oud boek. De Seider is niet alleen een oud gebruik. Zij beide vormen een keten in den schakel, welke een groep menschen, over de geheele wereld verspreid, als met wonderbaarlijke macht te zamen hield tot het Oude Volk der overlevering.
PDF
Nummer
1915, nr.28, 5 april. 1915
Blad
13
Tekst
PANORAMA Paul C. Kaiser’s Bakkerij V=^=e 0=3=?^ Eerst kort geleden in modernen trant herbouwd en vergroot wordt deze modebinrichting thans weder aanmerkelijk uitgebreid : toen wij er een dezer dagen eens op bezoek waren, bleken de hijgebouwde en nieuwingeriehte lokalen bijna gereed. De gebouwen der firma beslaan een zeer groote oppervlakte. De voorgevel staat aan de V ijzelstraat, nu nog een nauwe straat, maar eerlang door de ophanden verbreeding in een soort van binnenboulevard te herscheppen ; de achterkant van het gebouwen-complex grenst aan de Kt. - Pieterssteeg, een voorheen roemruchte buurt, de ..Duvelshoek" geheeten. doch waarin thans geen scharrelaars, geldschieters, orgeldraaiers en wat dies meei zij verblijf houden, geheel begrensd als zij is ter eene zijde door deze bakkerijen, ter andere zijde door de Grand Bazar francais. De directies dezer beide bedrijven vragen aan Ja, ja, djat weet ifc,” antwoordde hij verstrooid en keek naar den grond, „maar eerlijk gezegd, hadl ik toen .” En Allan mompelde iets, dat zij niet verstond. Op ’t zelfde oogenblik stopte ook de lift. Lion opende de deur van Allan’s woning. Ethel deed alsof zij zeer verheugd en verrast was, ’Lion weer te ^ien. ; ; 1 5 ! „Daar heb je onzen ouden vriend Lion!” riep zij uit en reikte den ouden, mageren Chinees als een goeden bekende de hand. ,,Hoe gaat het. Lion?” „Thank you.” fluisterde de verbaasde Lion nauwelijks hoorbaar en boog diep. Allan verzocht Ethel, hem een oogenblik te verontschuldigen en Lion bracht haar in een groote; goedverwarmde kamer, waarop hij onmiddellijk weer weg ging. Ethel knoopte haar mantel los en trok haar handschoenen uit. De kamer maakte een nachteren en smakeloozen indruk. Klaarblijkelijk had Allan de meubels telefonisch bij een warenhuis besteld en de inrichting aan een behanger overgelaten. Daar kwam bij, dat de gordijnen juist afgenomen waren en men de kale vensterkozijnen zag, met drie of vier koudglinste». rende ruiten daarin. Eenigen tijd later kwam Lion weer en presenteerde thee met toast. Toen kwam ook Allan binnen. Hij had zich verkleed en de hooge laarzen met schoenen verwisseld. „Ik ben ter uwer beschikking juffrouw Lloyd,” zei hij ernstig en rustig terwijl hij ging zitten. „Hoe maakt mijnheer Lloyd het?” En Ethel zag’aan zijn gezicht,* dat zij hem onverschillig was. „Vader maakt het goed, dank u,” antwoordde zij verstrooid. Zij kon Allan nu goed zien. Hij was erg grijs geworden en zag er jaren ouder uit. Zijn. nu scherpe trekken waren onbewegelijk, als uit steen gehouwen, vol stille bitterheid en stugheid. In zijn koude, uitdrukkingslooze oogen stond absoluut niets te lezen. DE TUNNEL. 213 sporen, in de eerste weken verliet hij het gebouw absoluut niet, daarna bracht hij eenige weken in de tunnel door. Behalve met Strom ging hij met niemand om, hij had geen vrienden in Mac City. Hobby had zijn landhuis al lang verlaten, had zijn beroep er aan gegeven en een farm in Maine gekocht. In November had Allan een onderhoud van drie uur met d^n ouden Lloyd, dat zijn laatste verwachtingen den bodem insloeg. Ontmoedigd en verbitterd j>ing hij nog denzelfden dag met een stoomboot van het Syndicaat in zee. Hij bezocht de Oceaanstations en die in Europa en de couranten gaven daar korte berichten over, die niemand echter las. Mac Allan was even dood als de tunnel, nieuwe namen beheerschten de wereld. Toen hij in het voorjaar naar Mac City terugkeerde, kon dat niemand iets schelen. Alleen Ethel Lloyd! Ethel wachtte eenige weken, of hij een bezoek aan haar vader zou brengen. Toen hij echter niets van zich liet hooren, ^schreef zy hem een kort, vriendelijk briefje: Zij had gehoord dat hij weer hier was. Het zou Papa en haar veel genoegen doen, als hij hun bij gelegenheid eens opzocht. Hartelijke groeten 1 Maar Allan antwoordde niet. Ethel was verbaasd en gekrenkt. Zij liet den besten detectief van New-York bij zich komen en gaf hem de opdracht, onmiddellijk informaties omtrent Allan in te winnen. Den volgenden dag berichtte de detectief haar, dat Allan iederen dag in de tunnel werkte. Gewoonlijk keerde hij tusschen zeven en twaalf uur ’s avonds terug. Hij leefde totaal afgezonderd van de wereld en had sedert zijn terugkeer niemand bij zich toegelaten. De weg, waarlangs men hem bereiken moest, ging via Strom en Strom was onverbiddelijk als een cipier. Dienzelfden dag nog verscheen Ethel tegen den avond in de doode tunnelstad, om zich bij Allan te laten aandienen. Men zei haar, dat zij zich tot mijnheer Strom moest wenden. Ethel, die daarop rekende, had reeds voorbereidende maatregelen getroffen. Met dezen mijnheer Strom zou zij het wel klaar spelen! Zij had Strom bij Allan’s proces gezien en zij haatte en bewonderde hem tegelijkertijd. Zij /verafschuwde zijn onmenschelijke koelheid en menschenverachting, maar bewonderde zijn moed. Vandaag zou hij echter Ethel Lloyd ontmoeten! Zij had zich met groote zorg gekleed, droeg een pels van Siberischen poolvos, een vossenkop en klauwen op haar muts. Zij zag er verleidelijk en zelfbewust uit, overtuigd, Strom onmiddellijk te verblinden. „Heb ik de eer, mijnheer Strom te spreken?” begon zij met haar innemendste stem. „Mijn naam is Ethel Lloyd. Ik zou gaarne mijn heer Allan bezoeken.” Maar Strom vertrok geen spier van zijn gezicht. Noch haar almach 27*
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1481 tot 1485 van 11897