Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1461 tot 1465 van 11897
Nummer
1915, nr.25, 26 mrt. 1915
Blad
05
Tekst
197 PANORAMA , van het Westelijke Front che maatregelen in het Duitsche leger. de Duitschers het meest verontreinigde water drinkbaar maken. De Fransch-Duitsche strijdlinie. n de vuurlijn gelee en dorpje, waar zulke hevige gevechten plaats grepen en nog steeds plaats grijpen. Vlak en Kilometer links'figgen de voorste Fransche loopgraven. Wat er nog overgebleven is van de huizen, wordt woning gebruikt, v'anneêr zij geen dienst in de loopgraven hebben. Deze foto werd genomen door den oussault, op zijn tccht langs het Duitsche front in Noord-Frankrijk, met eenige officieren van den Duitschen zijde, was de Heer M. genoodzaakt twee uren lang, plat op den grond, voor het op onze foto zichtbare den kelder van het dichtstbijzijnde huis door. totdat de duisternis inviel en het bombardement ophield. In het bezette gebied. et een groote *otorploeg te bewerken. Hoe grooter de eerstvolgende ald is, des te gauwer is het uithongeringsvraagstuk van de baan. Op zoek naar vijanden. Een Duitsche patrouille stelt een onderzoek in in een boerenwoning, om eventueel verscholen vijanden te ontdekken. Nieuwe telefonische verbindingen. De Duitsche arbeiderssoldaten zijn nu bezig in het bezette gebied de telefoon en telegraaf aan te leggen, tot vlak achter het front, zoodat het Groote hoofdkwartier niet alleen per veldtelefoon, doch ook per hoofdkabel met het front kan spreken. Op sluippatrouille. Duitsche dragonders die van hun paarden gestegen zijn, op sluippatrouille in het Noorden van Frankrijk. De herstellende. oogst is en Qp jen ROode-Kruissoldaat leunende, maakt een Duitsche gewonde zijn wandeling. Oorlogsellende. Een kijkje in de verbandplaatsen vlak achter het front, waar de mannen voorloopig worden verbonden.
PDF
Nummer
1915, nr.25, 26 mrt. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 198 DE BEGRAFENIS VAN BROEDER HENKEN. Zaterdag j.1. is in tegenwoordigheid van een vrij groot aantal vrienden en belangstellenden, voornamelijk verplegers en verpleegsters, op de begraafplaats Oud Eik en Duinen te ’s-Gravenhage ter aarde besteld het stoffelijk overschot van den verpleger broeder A. F. Henken, die tengevolge van vlektyphus, opgedaan op het oorlogsterrein in Servië, waar hij bij de Nederlandsche Ambulance werkzaam was. spoedig na aankomst in Holland bezweken is. Foto links: Dr. van Tienhoven (X), leider van de Ned. Ambulance in Servië, bij de begrafenis. Foto midden: De Servische consul te Rotterdam, de heer H. F. Wilkens Jr., houdt een toespraak aan het graf. Foto rechts: De consul-generaal van Servjë te Amsterdam, de heer M. Merens, brengt een krans naar het graf. SCHOUWBURG-AVONDJE è moe’ u kijkt niet eens blij! Je hebt er nou nooit eens aardigheid van als je bij u met wat bijzonders voor den dag komt!” Lien trekt met een zenuwachtige beweging het halfvuile tafellaken weg, frommelt het in elkaar en loopt met harde, woedende stappen naar de keuken. Juffrouw Zwart zucht en kijkt bedenkelijk naar haar man. die zijn stoel een eindje van de tafel geschoven heeft en al zit te knikkebollen, zijn voeten op het zijstuk van de vulkachel. Dan schommelt ze met haar gezellige dikte naar hem toe en stoot hem aar: „Hééé. Tienus’ Lien het plaase meegebracht voor den schouwburg, voor vanavond!” „Ga je gang maai! ga je gang maar!” is het slaapdronken antwoord, terwijl l.ian’s vader héél eventjes lodderig zijn oogen opslaat. Hij snapt de situatie niet. „Nou, wor dan wakker!” port zo hem aan, „’t Is al zeven uur, Lien is expres vroeg van kantoor gekomme, dus we motte gaan! Slapen kan je vannacht ook nog!” Even stilte, mijnheer Zwart duwt zijn rug behagelijk oen eindje dichter tegen den s£oel. zet zich heelemaal tot lekker-een-uurtje-dutten. Lien komt terug uit de keuken, kijkt met stekend-minachtende blikken naar pa. H^ar tong wordt bitter van nijd dat die akelige, nare man haar schouwburg-kaartjes zoo negeert, ’t Is toch warachies geen kinderspel, iedere plaats ƒ1.10! Dat is toch ƒ3.30 zonder piaatsbespreken en dan in de pauze draait zij natuurlijk ook nog voor de consumptie op! Pa minstens twee glazen bier, moe een kop koffie, zij een kop koffie en die man slaapt maar! „Pa, wor nou toch wakker!” roept ze met een huileiige zenuw-stem. Pa beweegt even, zit zijn gezicht in allerlei plooien te tiekker, maar de oogen blijven dicht. „O, zou je die man nou niet....!” wendt Lien zich tot haar rnoedei, terwijl ze haar zakdoek tot een onooglijk propje kneedt. „Hè meid! maak toch niet zoo’n drukkie! we hebbe de tijd nog!" „De tijd nog?” kijft Lien, „tien minuten over zevenen, jullie moeten je nog aankleeden en dan heelemaal naar ’t Rembrandtplein!” „Ankleeje?” schrikt juffrouw Zwart, „kan ik niet in me daagsche japon gaan? Ik doe toch me mantel der overheen!” „Bent u nou niet wijs? U geeft uw mantel af aan de garderobe er u doet uw zwart zijen blouse aan, hoor! ’k Zou je lekker danken om zoo armoedig in den schouwburg te zitten!” Pa geeft een hevigen snurk, schrikt er zelf van en neemt een nog gemakkelijker houding aan. Lien zucht met ten hemel geheven oogen „Hè Tienus! wor nou toch wakker!” trompettert moe, medelijden krijgend met Lien, wier oogen plotseling erg waterig staan, „’t kind geeft toch niet voor niets der goeie geld uit en we hebbe nog maar een half uur de tijd! ’t Is heelemaal op ’t Rembrandtplein!” HONDENTENTOONSTELLING TE ROTTERDAM „Simplon”, langharige St.-Bernhard, (eig. Mej. M. Borg te Rotterdam), winnaar van drie Eerste en drie Speciale prijzen. Kordaat neemt moe pa’s beenen van den kachelr. ad en schudt haar echtgenoot flink heen er weer. „Hoe iemand zoo vlak op ’t eete slaape kan - ’t is mijn een raadsel!” De manoeuvre heeft een gunstigen uitslag: pa is wakker, schurkt kouwelijk met zijn schouders, kijkt met een ongezellig gezicht om zich heen. „Kom nou pa!” moedigt Lien ijverig aan, iets zachter gestemd. Eigenlijk heeft ze medelijden met zichzelf dat ,ze zoo weinig pleizier van haar dubbeltjes heeft: 3 X ƒ 2.10 en wat er nog bijkomt! „O ja, natuurlijk! u bent altijd koud en akelig als we eens vooi een enkelen keer uit moeten!” snibt Lien, die met rappe vingers de haken er oogen van moe’s daagsche japon losmaakt, „maakt u nou maar voort!” „O, je vader het altijd de tijd!” helpt juffrouw Zwaït haar dochter, ongeduldig haar man aanziende. Pa verheft zich, gaapt met een mond als eer afgrond, rekt zijn armen als een turner en sloft naar den barometer. „Dat bliksemsche ding loopt ook weer achteruit! Regen, regen en nog eens regen!” „Maak nou voort, man!” zegt moe. „Maak nou voort, pa!” zegt Lien. Pa kijkt met een nuchter gezicht raar de beide vrouwen, zijn vrouw in een te Krap onderlijfje, haar korte armen in de hoogte om den kam te hanteeren die het feestkapsel wrochten zal, zijn dochter bespiedend iedere beweging en iedere draai van moe’s vingers. Dan loopt hij onder ’t mompelen van de veelzeggende woorden: „de wereld is een speeltooneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel” naar zijn kleerkast. „O, als ’t u blieft niet!” schrikt Lien, die er bijzondeie principes op na houdt, „alle slagers en suikerbakkers loopen ’s Zondags in hun gekieede jas, doet u uw blauwe pak nou maar aan!” „Och, och!” zucht pa, met liefkozende blikken zijn beste pak streelend, „hoe kaler hoe royaler!” „Maak voort, man!” raadt moe waardig en koud, terwijl ze de haren uit den kam haalt, die op een dotje rolt en in de kachel gooit. „Vieze gewoonte!” meent pa. „Zoo? nou, dan wordt ’t tijd dat je daar eens aan went!” geeft moe terug, niet in ’t minst gepikeerd, „maar maak nou toch in hemelsnaam voort!” In „Den Doelen” te Rotterdam heeft de 9e Intern. Hondententoonstelling van de Kynologenclub plaats gehad. Niet minder dan 550 honden waren ingeschreven. Foto links: Algemeen overzicht van den tuin. waarin de ..Keuringsringen”. Foto rechts: Keuring der Gordonsetters (Jeugd-en Nieuwelingsklasse). Sylva, (eig. Corn. Staelenberg’s-Bosch). Ie prijs; Lucia (eig. Mevr. H. Jongmans. den Haag), 2e prijs.
PDF
Nummer
1915, nr.25, 26 mrt. 1915
Blad
07
Tekst
199 PANORAMA ..Ja pa, maakt u nou toch voort!” ,,De wacht is op jullie!” valt pa getergd uit, „ik ben niet van plan me te verkleeden in die kouwe achterkamer! Gaan jullie zoometeen nou even naar achter, dan kan ik hier voort! ’t Duurt geen vijf minuten.” ..Laten we dan maar gaan, moe!” dringt Lien aan, in doodsangst dat ze te iaat zullen komen. De klok slaat half acht, moe moet nog in haar blouse eeperst worden. Lien staat nog in haar kantoorjapon, omdat ze moe tot kamenier wil dienen, er pa loopt met het kalmste gezicht van de wereld in zijn huisplunje rond. Lien en moe verdwijnen naar de achterkamer en maken in de kou verder toilet, pa helpt zichzelf pruttelend in zijn feestkleedij. „We komen vast en zeker te laat!” zucht Lien, als ze om kwart voor acht moe’s dikke, warme vir gers in de nauwe zwarte glacé’s wrijft. Dan krijgt ze plotseling een glorieus denkbeeld. ,’k Moet nog even telefoneeren hiernaast!” zegt ze, moe staan latend met een handschoen half-aan. half-uit. „Waar was dat nou goed voor?” informeelt moe, als Lien met een hoogroode opwindingskleur terugkomt. ..Och, ik had een boodschap vergeten, voor kantoor!” jokt Lien. Nu zijn ze eindelijk alle drie klaar: moe met haai daagschen hoed en mantel, omdat in die garderobe toch alles bederft, pa in zijn blauwe pak, zijn beste oveijas en schoenen met lak neuzen aan. Lien met een rooden avondmantel en een zwierig doekje om ’t hoofd. „Ben jij poesmooi! je lijkt wel een jonge van dertig!” moet moe nog even zeggen, met een zijdelingschen blik op haar knappen echtvriend. „Moet je nog even hatelijk zijn?” vraagt pa. den sleutel uit de deur halend en aan den anderen kant weer erin stekend. Inwendig is hij eenigszins gestreeld door dien bedekten lof en voelt zijn humeur aanmerkelijk beteren. Op ’t tochtige portaal, waar een bibberend hanglampje spaaizaam de smalle trap verlicht, wachten moe en Lien tot pa de deur gesleten heeft. „Is ’t gaskiaantje wel goed dicht, pa?” vraagt Lien. „En ’t haakie op de keukendeur, man?” „Zaniken jullie toch niet!” valt pa uit, „ik ben hier waaraohtig net altijd de kleine jongen!” — Op straat dreunt een autotoeter en de geluiden van den remmenden wagen klinken duidelijk op in de kille gang. „Zeker weer voor die fijne madam van hiernaast!” minacht moe, met een smadelijk trekken van haar bovenlip. „Jij hebt nou ook van iedereen wat te zegger!” zegt pa. de eerste stap naar beneden doende. „Ja, jij vindt-er wel aardig!” sart moe, „zoo zijn de mannen: een knappe vrouw wordt over ’t hoofd gezien!” Pa mompelt jets tusseben zijn tanden ; ’t klinkt als „loop rond,” maar ’t kan ook wat anders wezen. „Laat mij maar voorgaan!” roept Lien geagiteerd, als pa de benedendeur open heeft getrokken en ze rent de straat op. Als pa en moe buiten komen, hooren ze baar juist met een airtje zeggen: „Rembrandt-theater! maar een beetje vlug? hoor!” EEN JUBILEUMSGESCHENK. Door de Agenten is aan de N.V. Kon. Fabrieken voorheen Wessanen en* Laan te Wormerveer, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van deze fabriek, een zilveren beeld op voetstuk aangeboden. „Wat sal me nou ovei komen?” vraagt moe, gewoon-weg „paf”. Haar voeten schijnen plotseling geplant in de straatsteenen. „Stapt u nou maar in !” dringt Lien, lachend om moe’s burgerlijke verwondering, half boos dat ze zoo treuzelt. Pa, als man van de wereld, pakt de zaak beter aan en wipt het eerste in den auto. De chauffeur tikt aan zijn pet. Dan doet moe de stoute schoenen aan en zet haar eenen dikken voet op de treeplank. „Goeien avond, meneer!” zegt ze lief tegen den chauffeur en ze laat er op volgen. met een stem die naar het angstige overslaat: „Rij ons maar niet de grachten in, hÖor!” Voor haar oogen warrelt een vreeselijk visioen van krantenverhalen: auto’s over de brugleuning n de gracht, worsteling in het water, gillen, reutelen, eindelijk verdrinken. Lien duwt moeder tot op de grijze bank, naast pa. gaat zelf tegenover hen zitten, het portier klapt dicht, de wagen schokt en trilt even, vliegt dan plotseling vooruit. „Groote genade’ daar heb je bet al!” gilt moe, die door den schok achterover is gegooid en met beide handen naar haar hoed grijpt, „da’s de eerste en de laatste maal in me leven dat ik in zoo'n satanscb ding zit!” „Ja, dat komt er nou van als je zwieren wilt!” oolijkt pa, die zich heel behagelijk voelt en met half-toegeknepen oogen achterover leunt. „Hoe kwam je der ook toe, kind?” vraagt moe, L ien’s geldelijke offer absoluut niet waardeerend. „O, is het weer niet goed?” Lien kijkt als de verongelijkte door ’t portierraampje, terwijl ze in allen ernst ’n rekensom begint. Driemaal / 1.10 en driemaal ƒ0.10 plaatsbespreken is ƒ 3.30 en ’30 is ƒ 3.60. Dan de auto. Zal wel minstens een gu’ fen wezen, plus een fooktje. Twintig centen fooi mag ze wei geven, dat is dus een gulden twintig, ƒ 1.20 en ƒ3.60 is ƒ4.80. Dan de gardetobe, komt ook minstensr op dertig cent. ƒ4.80 en 30 is ƒ5.10. Dan de consumptie: twee glazen bier is dertig, twee koffie is dertig, dat maakt zestig plus dubbeltje fooi is zeventig. Hoeveel had ze ook weer? O ja, ƒ5.10’. Nou, ƒ5.10 en 70 ;s ƒ5.80. Dan de tram nog terug, vijftien cent. Je kon gerust rekenen, dai dat avondje je op zes gulden kwam te staan; dat was warempel bij a een week salaris. Maar enfin, als ’t nou maar aaidig werd! „Lien denkt aan der verloren dubbeltjes!” plaagt moe goedig, die intusschen wat bekome is van den schrik en het rijden, zelfs prettig begint te vinden. Maar toch houdt ze veiligheidshalve haar band. op pa’s knie. „Samen rijden, samen verongelukken!” denkt ze waarschijnlijk. Maar de pret duurt niet lang, het Rembrandtplein is al te gauw bereikt en ze stappen uit, idveeren, als Lien afgerakend heeft, door de toestroomende uitgaans mensohen en met programma’s ventende joodjes tot aan de garderobe, waar moe met een woordje van „aanbevelen in de zorg,” baar daagsohen hoed en mantel afgeeft en me een zijkammetje haar haar opkuift, terwijl pa een grapje maakt met de garderobejuffrouw. Dan wandelen ze statig de zaal in, waar het orkest al vroolijk speelt. Lien voorop, war t die weet precies waai ze zitten moeten. Als ze eindelijk, na veel getrap op teenen en vee! maagdrukkens op hun plaatsen beland zijn, haalt moe met een genoegelijk gezicht haar schoonen zakdoek uit de votiwen, giet er een scheutje eau de-cologne op en zegt, al ruikend: „Nou be« ik eigenlijk pas op mijn gemak!” Pa bestudeert den hals van een voor hem zittende dame, Lien het programma, tot het scherm opgaat en ze alle drie in weldoende rustigheid genieten van de voorstelling. 20 Januari 1915. Julia Frank. Van links naar rechts: Mien Schmidt Craus, Mad. de Charal - Ed. Verkade, Etienne Fériand - Willy Mensink, Mad. Henriette - Enny Vrede, Germaine Fériand - Cor Ruys, Pascal Delannoy. TPmoureuse, Tooneelspel in 3 bedrijven door Georges de portoriche. £>ie ?ict$hespelers - Oen Tiaag. N e pouvant supprimer l’amour. les honnétes gens ..désinfecter. et ils ont fait le mariaoe’. Dit woord van Baudelaire gens ont voulu au moins le „désinfecter, et ils ont fait le mariage’. komt je in de gedachten bij het zien van dit stuk. Het is als het leven, het begint met ’n blijspel en het eindigt met 'n compromis. We schieten elkaar niet meer dood, we plegen geen zelfmoord meer, we verlaten elkander niet meer na ’n dramatische scène, waarin zij snikt: „Adieu Jean” en hij antwoordt: „Leef wel en gedenk mijner, geliefde’’. - waarna het leven, koud voor dergelijke menschelijke uitbarstingen als het is, toch weer z’n gewonen gang gaat en lijn 13 je net zoo goed ’s nachts den slaap uit je oogen houdt met het krassen van de rails in de bocht als te voren, — maar tegenwoordig zien we verder: we sluiten een compromis. We zijn cultuurmenschen geworden. We gaan tegenover elkaar staan en vragen elkaar af: „wat wiï jij?” en „wat wil ik?” En dan wordt er wat afgedaan en wat bijgedaan en je trekt, nadat op die wijze de eerste „ius” van je verliefdheid of geliefdheid er af is, met het restant matig levend, als ideaalmenschen de nuchtere wereld door. Het hangt er nu maar van af. hoe je aangelegd bent, op welke vfijze je tot het désinfecteerende compromis komt. Geleidelijk, steeds handelend, of nadat er ’n storm door je beider harten gewoed heeft, die, na er ’n chaos veroorzaakt te hebben, je zóó snakken doet naar rust en kalmte, dat je gebroken, ontwapend tegenover elkander staat, te midden van den vertrapten Paradijstuin, dien je in het vechten om wat je beiden je rechten noemde, zoo prettig verwoestte. Dan zijn er twee dingen, die je doen kunt: grinneken, even. en er uit loopen, of blijven, om zwijgend en zonder enthousiasme, samen eenzaam, te beginnen opnieuw te bouwen en te planten, ’n nieuwen tuin, die wel nooit meer de wilde pracht van den ouden krijgen zal, maar waarin méér van je samen zal komen, waarbij ieder méér op wat den ander toekomt letten zal en minder op de directe pracht van het geheel. Dat maakt het huwelijk. En het gaat er nu maar om, of je er tegen kunt, om wat de liefde in je leven betreft, op dieet te leven. Enny Vrede, Germaine Fériand. (foto's M. M. Couvée) Cor Ruys, Pascal Delannoy. - Ed. Verkade, Etienne Fériand - Enny Vrede, Germaine Fériand. Een dergelijke geschiedenis speelt zich af in „Amoureuse” van Georges de Portoriche. Etienne Fériand (Ed. Verkade), is de dokter, geleerde, bekend en welhaast beroemd; Germaine (Enny Vrede), zijn jonge, charmeerende, amoureuse vrouw, waarvoor moeilijk ’n betere interpretatie kon worden gevonden. Maar hoeveel hij. de oudere, van haar houdt, hij heeft niet hare permanente verliefdheid, en die, hoe werkelijk die twee - nog samen zijn, - zóó. dat je Pascal’s (de vriend. Cor Ruys, die verliefd op haar is) toespeling op ’n mogelijke echtbreuk glimlachend beschouwt als ’n los gezegde hem toch in de jaren ’n obsessie is geworden omdat ze hem verstrooit en van z’n werk houdt, dat alleen door ’n rustig doorgezette energie er komen kan. Dat verdriet hem en brengt hem tenslotte op de gevaarlijken tweesprong „Liefde of Wetenschap*4. Daarbij komt de herinnering aan ’n vroegere vrouw, die integendeel in die richting meehielp, en als Germaine’s schoonheid hem bovendien doet afzien van ’n reis naar Florence, die hem wetenschappelijk ’n grooten stap vooruit zou hebben gebracht, komt de uitbarsting. Hij wordt daarbij heftig en ruw. zooals mannen altijd worden als ze ’n gevaar willen bezweren, waartegen ze zich niet opgewassen voelen, — waardoor Germaine, die alléén de „faute de son ignorance” heeft, het sympathiekst komt te staan van de twee, ook al heeft de dokter, wat z’n bewering aangaat, wel wat gelijk.O— Zelf is hij echter daarom niet geheel zonder schuld, omdat z’n eigen zwakte er wel degelijk toe bijdraagt, hare verliefdheid aan te wakkeren. In dergelijke gevallen hebben altijd beiden schuld. Dat is juist het moeilijke, op deze moeilijkste der levensperioden. Enfin, de breuk wordt volkomen: hij smijt haar quasi in de armen van z’n vriend Pascal, die, wetend dat zij hem (Pascal) niet bemint, al desniettemin profiteert van de exaltatie, waarin zij door haar mans daad verkeert, en dankbaar het cadeautje aanvaardt. Die meneer Pascal wordt later dan ook keurig door beiden afzonderlijk het huis uit gebonjourd. Het derde bedrijf is de laatste strijd, na de scène, waarin het Etienne duidelijk is geworden, dat z’n maatregel óók Germaine tot verkeerde daden heeft doen overgaan. En het stuk eindigt op het oogenblik eenzelfde moment, als ik in m’n voorstukje beschreef het oogenblik, dat ze gehavend en ontwapend in hun verwoesten Paradijstuin, den strijd opgeven, elkaar aanzien, en vragen: Wat nu? Zij gaan verder; de strijd is uit, de liefde gedésinfecteerd; het compromis, dat werken gaat, begint. „Wéét nu, wat je doet” waarschuwt ze hem, moe. „Ja” knikt hij terug. Dit stuk behoort tot de fijnste stukken, die ik in lang bijwoonde. De dialoog is pittig, vlot en tintelend van esprit. Op ’n enkele uitzonderinq na lijkt de vertaling mij uitstekend. Voor vrouwen die niets van hun man begrijpen en ook voor mannen, die ’n vrouw als ’n bagatelle beschouwen, ’n aanbevelenswaardig stuk CI-DEVANT.
PDF
Nummer
1915, nr.25, 26 mrt. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 200 A. F. HENKEN.t de Nederlandsche verpleger, die na zijn terugkeer uit Servië te ’s-Gravenhage is overleden. F. W. A. JANSEN, telegraafopzichter bij de N. Br. Duit sche Spoorw.-Mij. te Gennep, hoopt den len Mei a.s. zijn40-jarig ambtsjubileum bij die Maatschappij te herdenken. W. J. J. WIERTS, pastoor te Wellerlooi, herdacht den 22en Maart den dag, waarop hij voor 25 jaar de Heilige Priesterwijding mocht ontvangen. DE OPGEBRACHTE „BATAVIER V”. De „Batavier V”, die de vorige week door den Duitschen onderzeeër „U 28” is opgewacht (6 uur had de onderzeeër liggen wachten, wetende, dat de Batavier moest komen) en opgebracht is naar Zeebrugge, gelijk met het, eveneens Nederlansche, stoomschip „Zaanstroom”. Als gevolg van dezen maatregel zullen de Batavier-booten voorloopig niet varen. J. PIETERS. 1 April a.s. hoopt de heer J. PIETERS, majoor in de gevangenis voormannen te Scheveningen den dag te herdenken, waarop hij voor 25 jaar in dienst trad CENTR. INLICHTINGENBUREAU v. GESNEUVELDEN EN VERMISTEN. Hierboven een foto van het gebouw van het Intern. Comité van het Roode-Kruis, met ervoor den staf van beambten. Ieder die iets wil weten omtrent vermiste -soldaten der oorlogvoerende landeh, kan zich tot deze cèntrale, gevestigd te Genève, wenden. DE NIEUWE VEERPONT TE AMSTERDAM. De nieuwe Gemeente-veerpont maakte de vorige week een proeftocht vanaf de Javakade via Handelskade tot aan het Mariniersplein. j Mr. M. DE PINTOt Te ’s-Gravenhage is in den ouderdom van 64 jaar overleden Mr. M. DE PINTO, ’n bekende persoonlijkheid op ‘t gebied van de vredesbeweging en als zoodanig een der voormannen van den bond „Vrede door Recht” en medeoprichter van den Anti-Oorlogsraad. De overledene was Ridder in de Orde van den Ned. Leeuw. MAATREGELEN IN MAROKKO. Er gaan geruchten, dat het ook in Spaansch-Marokko broeit. Er heeft een bijeenkomst plaats gehad van Moorsche en Spaansche aanvoerders, waarvan wij hierboven een foto geven. JAC. MUSLY. + Op zijn buitengoed onder Wassenaar is op 46-jarigert leeftijd overleden de heer JAC. MUSLY, lid van de Firma Weise & Co. De overledene was zeer gezien in de sportkringen en heeft vroeger ook een zeer werkzaam aandeel gehad in de organisatie van de handels- en kantoorbedienden. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ. LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr.26, 31 mrt. 1915
Blad
09
Tekst
No. 26 (39b) 31 Maart 191S. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers f 0.075 UITGAVE A. W. SUTHOFF’S UITQEVERS=MAATSCHAPPU, LEIDEN = RED. EN ADM. DDEZASTRAAT 1, TEL. 1. H. K. H. Prinses Juliana met Freule v. d. Poll en Zuster Marting in Artis te Amsterdam.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1461 tot 1465 van 11897