Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1446 tot 1450 van 11897
Nummer
1915, nr.23, 19 mrt. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 182 VOOR DEN KLEINEN MIDDENSTAND. In tegenwoordigheid van H. M. de Koningin werd Zaterdag j.l. te ’s-Gravenhage een vergadering gehouden van vertegenwoordigers van crediet-insteilingen, uitgeschreven door een commissie bestaande uit de ministers van Financiën, Treub, van Oorlog, Bosboom, en van Landbouw, Posthuma, den president van de Nederlandsche Bank, Vissering, den president van de Nederlandsche Handelsmaatschappij, Van Aalst en den voorzitter van de Commissie van het Kon. Nat. Steuncomité, De Vooys, mede tegenwoordig en zittend op de voorste rij op onze foto. De vergadering werd belegd met het doel om de voldoening aan de credietbehoeften van den kleinen middenstand als gevolg van de oorlogscrisis te vergemakkelijken. EEN GOEDE BELEQGDNG ^illem Verkoren was een knappe jongeman en zjjn manieren waren even innemend als zijn : uiterlijk. Jammer genoeg is deze combinatie, hoe goed ook, niet voldoende in onze koude zakenwereld. Zijn inkomen bedroeg slechts 1 een schamele tweeduizend gulden, terwijl zijn vader hem niets had nagelaten dan een onbevlekten naam en een in Atjeh verworven eeresabel. Tot overmaat van ramp werd hij verliefd, nu juist geen ongewoon ding voor een jongeman, maar het ergst hiervan was, dat hij verliefd werd op de dochter van een Indischen Nabob, welke laatste (daar waren beide geliefden het roerend eens ovetj niets zou willen hooren van een huwelijk met zulk een armzaligen candidaat. Ze smeedden allerlei soorten plannen, doch Amelie bleef ten opzichte van papa’s gezindheid zeer sceptisch gestemd. „Papa," zei ze, „wil dat we allen goede huwelijken doen, en sedert Mina, mijn oudste zuster, met den schatrijken jonkheer van Botersloot getrouwd is, verwacht hij, dat ik minstens met een graaf zal huwen." Enfin, deze bezwaren beletten den jongeman niet om zijn liefdesdroom voort te droomen, totdat Amelie, op een dag dat hij haar op de tennisclub ontmoette, hem uit zijngeluksdroomen ruw ontwaken deed door de mededeeling dat haar papa, die voor zijn zaken nog steeds in Indië had moeten verVOOR DE BELGISCHE VLUCHTELINGEN. Onder de steden, waar de Belgische vluchtelingen een goed onthaal gevonden hebben, neemt ongetwijfeld Haarlem een eerste plaats in. Aanvankelijk ten getale van ongeveer 7000, thans nog ongeveer 1000, werden de vluchtelingen in hoofdzaak bij burgers ondergebracht. Er werd een comité gevormd met de onderafdeelingen huisvesting, arbeid, voeding, onderwijs, inlichtingen en algemeene zaken. Wij geven hierboven een foto van het comité. Zittend. Ie rij van rechts naar links: mevrouw J. M. Sterck-Troot, presidente Dames-Comité, mej. S. M. Hoevenaar, freule C. C. Th. v. d. Wyck, secr. Dames-Comité, mevr. Stokhuyen, de heer J. J. Cock, dr. G. E. A. Broese v. Groenau, leden van het Nederl. Comité, H. Stinis, hoofdleider, N. J. Dalmeyer, penningm., C. v. Niel, chef alg. zaken, J. P. v. d. Eykhoff, chef kledingmagazijn, H. v. Niel, chef commissie van arbeid, J. C. Caderius. v. Veen, chef van de kweekschool, J. M. Latenstein, chef commissie voor voeding. Robijn, chef Kolonie Nassaulaan. blijven, plotseling naar Holland op reis was gegaan en nu wel een wakend oog op zijn dochter houden zou. Het zou nu voor Verkoren ónmogelijk wezen nog bij zijn geliefde aan huis te komen, zooals hij twee- of driemaal in de week gewoon was te doen. Gedurende de volgende weken zag Willem zijn meisje slechts een paar maal in haar loge in den schouwburg en moest zich tevredenstellen met een knikje van verstandhouding op verren afstand. Zijn eenig vertier bestond nu in het op- en neerwandelen langs Amelies huis in de hoop haar aan het venster te zien. Op een avond, dat hij de hoop opgegeven had haar nog even te aanschouwen en spijtig de straat overstak, ontsnapte hij nog juist aan het gevaar door een voorbijsnorrenden auto te worden aangereden. Niet zoo gelukkig was evenwel een oude straatveger; deze werd door een der spatborden geraakt en op den grond geworpen. Willem vloog op den ouden man toe, doch vond hem niet in staat vei der te gaan. Hij riep dus een rijtuig aan en nam hem mee naar zijn eigen jonggezellenwoning, die slechts een kwartier van de plaats des ongevals verwijderd was. De oude had de knie een weinig bezeerd, en was verHET NIEUWE RAADHUIS TE MUIDEN. De vorige week is het nieuwe raadhuis te Muiden, gebouwd door den architect Jan Stuyt te Amsterdam, met eenige feestelijkheden, officieel in gebruik, genomen. Onze foto geeft den Burgemeester met familieleden en genoodigden voor het nieuwe gebouw. der zeer verschrikt. Na eenige rust kwam hij weer tot zichzelven. „Onaangenaam werk moet dat toch zijn om in weer en wind de straat te vegen," begon Verkoren om hem wat op zijn gemak te brengen. „Ja," zuchtte de oude . „Verdien je daar nu voldoende mee?" vroeg Verkoren verder. VOOR HET KON. NATIONAAL STEUNCOMITÉ. Het Gemengd koor „Mendelssohn Bartholdy", directeur Piet Mostert, te ’s-Gravenhage, heeft de vorige week een concert gegeven, waarvan de opbrengst ten bate van het Kon, Nationaal Steuncomité is gekomen, „Niet de moeite waard was het antwoord. „Hoeveel heb je vandaag wel verdiend als ik niet al te onbescheiden ben ?" ,,Niemendal,*’ antwoordde de oude stakkerd. „Met dit mooie weer is er weinig te doen." Toen, Verkoren’s smaakvol gemeubeld apartement eens rondziende, zuchtte hij : „Het moet toch wel heerlijk zijn zoo’n rijke jonge man als u te wezen." „Maar ik ben in het geheel niet rijk," antwoordde zijn Jonge gastheer. Hij had schik in den oude, die zich bij hem zoo op zijn gemak scheen te gevoelen. „Mijn inkomen bedraagt maar. een paar duizend gulden ’s jaars en dat is nu niet zoo heel schitterend." ^„Maar dat is ook niet wat men arm noemt," antwoordde de straatveger met een nauw bedwongen glimlach op het gerimpeld gelaat. „Och, zoolang men vrijgezel is gaat het wel, maar als men trouwplannen koestert, dan is dit al zeer onvoldoende." En tot zijn eigen verwondering begon hij den ouden baas van zijn wanhopige liefde te vertellen. Onderwijl voorzag hij zijn ongewonen gast van eenige hartversterking, zoodat deze na eenigen tijd van den schrik bekomen en voldoende uitgerust opstond en den vriendelijken jongeman bedankte voor diens welwillende gastvrijheid. „Hier, je hebt vandaag niets verdiend en zult morgen misschien nog te stijf zijn om je werk te doen, neem dit," zei Verkoren en drukte den armen straatveger ondanks diens protest een tientje in de hand. De oude was zeer geroerd en dankte hem herhaalde malen; toen, na de vermaning ontvangen te hebben voorzichtig op de trap te zijn, verliet de oude man met dankbaar hart de woning. Nadat hij zich overtuigd had. dat zijn gast goed en wel op straat was, stak Verkoren een sigaret op en mompelde.' „Deze week niet naar den schouwburg. Enfin, daarom niet getreurd; de oude stumperd zal beter gebruik van het geld maken, dan ik gedaan zou hebben." * ♦ * Den volgenden morgen de post naziende, vond Verkoren daaronder een brief van Amelies vader, die hem verzocht dien middag tusschen drie en vijf uur bij hem aan te komen. „Zoo, dat is gedaan," bromde hij. „De oude bullenbij ter heeft zeker mijn verhouding tot zijn dochter gemerkt en zal me nu allen verderen omgang verbieden. In allen geval zal ik er heen gaan. Ach, ach, waarom is mijn vader ook niet in de tabak gaan doen ? Wat heb ik nu aan een eeresabel?" Precies klokke drie uur stond Willem Verkoren op de stoep van het imposante huis, waar de rijke tabakker, de vader van Amelie. woonde en trok zenuwachtig aan de bel. Tegen alle verwachting en tot zijn groote vreugde vond hij in de kamer waar hij werd binnengelaten zijn beminde Amelie. „O Wim !" riep ze uit, terwijl ze hem om den hals vloog, „wat heb je toch tegen papa gezegd ?" „Tegen uw vader gezegd ?" vroeg Willem verwonderd, terwijl hij het blozende meisje teeder omhelsde. „Ik heb je vader nog nooit gezien !" „O.jou ondeugende jongen, hoe durf je dat zeggen? Hij kwam gisteravond thuis over niemand anders pratende dan over jou. Hij heeft mij een heel kruisverhoor doen ondergaan. Ik moest wel bekennen dat ik je liefhad en dat jij geen cent
PDF
Nummer
1915, nr.23, 19 mrt. 1915
Blad
07
Tekst
183 PANORAMA bezit In plaats dat hij woedend opstoof, zooals ik verwachtte, zat hij in zichzelven te grinniken. Eindelijk ging hij naar zijn kamer, waar hij een brief schreef, dien hij mij verzocht je hedenmiddag te geven.” Ze overhandigde Willem een brief en barstte in lachen uit over het verwonderde gezicht dat hij zette. „Open den brief toch, jongen !” Met bevende vingers scheurde hij de enveloppe open. „Nu wat schrijft pap, Wil ? Lees op !” — En langzaam las hij : „Als je er geen bezwaar tegen hebt om de dochter van een ouden straatveger te huwen, zal de oude straatveger zeer verheugd zijn, u als zijn schoonzoon te begroeten. Hij zal dan tevens in de gelegenheid zijn uw tienguldenstuk zoo voordeelig mogelijk te beleggen, opdat het u een behoorlijk inkomen verzekert.” „De straatveger, Amelie!” riep Verkoren uit. „Wel deze, mijnheer Verkoren,” klonk op eens een stem die hij meende te herkennen. Een portière werd op zij geschoven en daar stond, naar den laatsten smaak gekleed, zijn kennis van den vorigen avond. Met uitgestrekte hand kwam hij den jongen man te gemoet en zeide: „Geef mij de hand, mijnheer Verkoren. Ik ben er trotsch op u te hebben leeren kennen. Ik begon mijn leven als straatveger en zou dit zonderde hulp der Voorzienigheid als zoodanig geëindigd hebben. Nu, op het- toppunt van mijn voorspoed kreeg ik het verlangen mij te laten schilderen als straatveger. Ik ging daartoe naar den schilder hier dichtbij en kwam daar juist vandaan, toen ik het ongeval kreeg, waarbij u mij zoo welwillend ter zijde stond. Ik waardeer het goudstuk dat u mij gaf evenzeer als een arme hongerige straatveger zou gedaan hebben. Ik heb het een en ander over u gehoord van mijn kleine meid en ook van uzelf en ik durf haar met „Welke straatveger ?” Kart. F. J. BECKMANN.t Op 73-jarigen leeftijd overleed te Amsterdam de gepensioneerd Kapt. ter Zee F. J. BECKMANN. WIE HELPT ZOEKEN? G. Den Haerynck, Avenue Louise 202 te Brussel, zoekt zijn zoontje RAPHAEL. oud 81/2 jaar, die met zijn grootmoeder Mevr. Adelaide de Vogelaere—van de Putte bij den grooten uittocht naar Holland is gekomen. Berichten worden gaarne ingewacht aan het adres van den vader, POSTE RESTANTE, te BERCEN OP ZOOM oen gerust hart aan u toevertrouwen. Als je lust heb bij mij in de zaak te komen en je toont dat je de degelijke jongeman bent, dien ik in je zie, dan zal je inkomen spoedig groot genoeg zijn om een vrouw te onderhouden. Ik moet evenwel een proeftijd van twee jaar bedingen, alvorens we over de bruiloft kunnen spreken.” * * ♦ Twee jaar later had een schitterend huwelijk plaats tusschen de dochter van den millionnair van Mantgem en diens compagnon Willem Verkoren, en onder dehuwelijkscadeaux bevond zich een schilderstuk voorstellende „een straatveger”, door den vader van de bruid aan het jonge paar geschonken. OORLOGSLEED •EN -TROOST ’ familie; ze waren beiden ; jong en knap ! Ze waren dikwijls in elkanders gezelschap en kregen (och, 'iedereen raadt het!) natuurlijk elkander lief. Ze koosden en droomden toekomstdroomen ; het was een heerlijke zonnige tijd. Niets stond hun geluk in den weg ! Reeds was de datum van hun huwelijk bepaald, die hun geluk zou bevestigen, toen aan dit ailes op het onverwachts een einde kwam. De oorlog brak uit! Het krijgsalarm, dat zoo menig requiem van hoop en geluk in een akeligen wanklank eindigen lippen, maar met weedom in het hart. De vijand kwam en met hem de oorlogsverschrikking. Doch in het heetst van den slag, op vermoeiende marschen, in zijn onrustige droomen zag hij steeds het visioen van een lief meisje, slank en teeder, lenig en aanvallig. En de hoop haar weer te zien hield hem staande in alle verschrikking. Maar terwijl hij vocht en ontberingen leed, kwam in het huis, waar de bruid wachtte en treurde om hem, dien ze minde en van wien ze niets hoorde, de zorg binnen. De kinderpokken grepen haar eenig broertje aan. Het meisje verzorgde hem met eigen hand, totdat ook zij, ondanks alle voorzorg, door deze vreeselijke ziekte aangegrepen werd. Lang lag ze terneei, terwijl haar jong lichaam worstelde tegen den dood, tot eindelijk de bijna uitgedoofde sprankelen van het levensvuur weer aanwakkerden, eerst tot een klein vlammetje en spoedig tot een laaienden gloed als te voren ! Maar o, hoe afschuweliik! De vreeselijke ziekte had haar schoonheid onherstelbaar verwoest. Niet langer lag een rosé blos over haar blank teint. Een akelig wit overdekte haar gelaat als een Oostersch lijkkleed. De gladde fluweelzachte huid was vol groeven en litteekens. En ze bad God om geduld en lijdzaamheid in haar namelooze ellende en dankte Hem tevens voor haar opnieuw geschonken leven. Daar bereikte haar het bericht dat haar vei loofde gewond en gevangengenomen was en nu zou worden uitgewisseid. Blijdschap en smart doortrilde haar bij het vernemen van deze tijding. Blijdschap over zijn terugkeer ; smart over het terugzien. N. H. TER KUILE+ In den ouderdom van 78 jaar overleed te Enschede de heer N. H. TER KUILE, oprichter en chef der firma Nico ter Kuile en Zonen te Enschede. deed, maakte ook aan den geluksdroom van dit minnend menschenpaar op ruwe wijze een einde. De hnobilisatie, die het huwelijks- en economisch leven van zoo menigeen ontwrichtte, beval ook hem zich bij zijn regiment te voegen. Het uur van scheiden kwam voor de verloofden. Woorden van troost en trouw wisselden af met tranen en kussen, en toen ging hij, met zoovele anderen, met een glimlach op de HET BEZOEK AAN DE PANAMA-TENTOONSTELLING. Hoe groot het getal bezoekers der Panama-tentoonstelling is, toont ons bovenstaande foto, aan den ingang van de tentoonstelling genomen. Als bewijs, dat er geen kosten voor deze tentoonstelling gespaard zijn, moge het feit dienen, dat alleen de kosten van grond en installatie fl 120.000.000.— hebben bedragen. En dadelijk rijpte bij haar het onherroepelijk besluit: nimmer zou ze hem trouwen ; nimmer zou zij zichzelve, een wrak van vrouwelijke schoonheid, binden aan den geliefden man. En terwijl zij peinzend neerzit in haar smaakvol boudoir, waar door de half toegeschoven gordijnen een temperlicht heerscht, komt hij binnen, onaangediend, onverwachts. Daar staat hij in de deuropening, de dierbare naam op de trillende lippen. Een kreet doortrilt de lucht en een vrouw ligt in zijn armen, snikkende van geluk en smart. Doch ’t is slechts kort, zacht maakt ze zich uit zijn omarming los. „God ! Ik had dit niet mogen doen ! Ik had vast besloten het niet te doen! Het is Gods wil! Zie mij aan ! Ik ben niei langer schoon, niet welgevallig om aan te zien 1 Mijn gelaat is afschuwelijk verminkt en wit als de dood!” Zij voert hem naar het raam on trekt de gordijnen open. „Zie, zie!” roept ze. „Je kunt niet langer zulk een monster liefhebben. Mijn schoonheid is weg! Ik geef je dus je woord terug!” Hij sluit haar nauwer in de armen, om zijn lippen speelt een lachje van vrede en berusting. „En denk je nu, dat ik jou zoo onwaardig liefheb ? Neen, neen ! Jij kunt me niet meer verlaten, leven van mijn leven I Gods wegen zijn wonderbaar! Ook ik, ik heb geleden ! Ik ben blind !” Z. VAN DEN MAN DIE ZIJN GEHEUGEN KWIJT WAS DOOR HENKIE ( Vervolg). geheelen morgen wachtte hij tevergeefs op [en chauffeur, en toen hij zich des namiddags aar het Rembrandttheater begaf, vernam tij dat de portier niet in dienst was. Alles scheen dien dag tegen te loopen. De roeder van den fietshandelaar kwam hem meedeelen, dat diens onderzoek bij de verschillende banken geen resultaat had gehad. Hij gaf den man een belooning voor zijn moeite. Toen besloot hij dien avond weer naar het Rembrandttheater te gaan. met de zwakke hoop den heer van den vorigen avond weder te ontmoeten. Zijn hoop werd niet verwezenlijkt en de eenige troost die hij ontving, was de mededeeling dat de portier den volgenden dag weer in dienst zou zijn. In den namiddag van den volgenden dag, hij zat juist in de leeszaal de couranten in te zien, kwam er een kellner hem vertellen dat er een man was om hem te spreken. Hij verzocht den man bij hem te brengen. Het was de chaufféur. ,,U wilde mij spreken, mijnheer !” zei de man. „Ja. Waarheen heb je den heer gebracht, dien je eergisteravond aan het Rembrandttheater hebt afgehaald.” „Ik bracht hem naar de Valeriusstraat.” „Waar is dat ?” „In het museumkwartier. Achter het Rijksmuseum.’’ „Breng mij er onmiddellijk heen !” En de man, die zijn geheugen niet meer had, nam hoed en jas, volgde den chauffeur en stapte in den auto. Het had dien nacht geregend, een nare druilige motregen, en de straten, vooral de geasphalteerde, waren glibberigen vet. De auto stoof den Voorburgwal af, het Koningsplein over en de Leidsche straat in. Dicht aan het Leidsche Plein, waar de straat op haar smalst en het verkeer het drukst is, komt van de Prinsengracht, met het kalme gangetje waardoor slagersjongens berucht zijn, een jeugdige bediende uit een vischwinkel op een fiets aanrennen ; op het stuur een groote mand met visch, terwijl hij op het hoofd eenige houten borden met oesters in balans houdt. Een staaltje van equilibrisme, dat in het circus bewondering zou wekken. Zonder zijn woeste vaart te verminderen, zwenkt de jongen de Leidsche straat in op het oogenblik dat de auto, waarin zich de heer Smit bevindt, er uitkomt. Een botsing schijnt onvermijdelijk, doch met bovenmenschelijke inspanning weet de chauffeur met eenen scherpen hoek uit te halen, wat echter ten gevolge heeft, dat de auto slipt en tegen den trottoirband valt. De chauffeur komt er met enkele schrammen en vervellingen vrij goed af, doch de ongelukkige reiziger, die op het laatste oogenblik uit den auto wilde springen, wordt er door den schok uitgeslingerd en valt op de straat neer, waar hij bewusteloos blijft liggen. De bewustelooze wordt een nabijzijnd restaurant binnengedragen, waar hij door in- en uitwendige toediening van brandewijn spoedig weer tot bewustzijn komt. De chauffeur, wiens kwetsuren ondertusschen verbonden zijn, nadert nu den heer zonder geheugen en zegt: „Mijnheer, u is mijn getuige dat die kwajongen de oorzaak van het ongeluk is. Mag ik uw naam en woonplaats weten, want ik moet de politie er aangifte van doen.” „Natuurlijk,” antwoordde de aangesprokene. „Mijn naam is Van Hasselt, Herman van Hasselt, Weteringschans 22. Wel, chauffeur, hoe is ’t met je auto gesteld? Kun-je me nog vervoeren 1” „Ja, mijnheer, dat zal wel gaan ; ten minste als u er niet op tegen heeft om achter kapotte ruiten te zitten, de motor is intact, alleen de spatborden zijn aan een kant er afgeslagen.” „Welnu, breng me dan maar kalmaan naar de Valeriusstraat; denk er aan: No 54.” „Wel heb ik van mijn leven,” mompelde de chauffeur ten hoogste verwonderd. „Daar straks wist hij niet eens waar de Valeriusstraat was en moest ik hem brengen bij een heer dien hij niet kende, en nu weet hij warempel het nummer van het huis. Dat is me een raadsel.” De heer stond intusschen eveneens te peinzen over een voor hem onoplosbaar raadsel. „Chauffeur,” zei hij eindelijkf „waar ben ik ingestapt?” „Hotel Suisse, Kalverstraat, mijnheer!” „Da’s gek ! Ik herinner mij daar niets van.” Hij stapte weer in, terwijl hij mompelde : „Ik ben zeker in de war door den val, want ik kan me niet herinneren in Suisse geweest te zijn. Ik moest op het Postkantoor wezen, maar.... ben ik daar wel geweest? Enfin, dat schiet me wel weer te binnen.” (Wordt vervolgd).
PDF
Nummer
1915, nr.23, 19 mrt. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 184 DE NIEUWE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM. Snapshot van den nieuwen burgemeester van de hoofdstad. d. hr. Tellegen, voor het station te Haarlem, na de eedsaflegging b. d. Comm. v. H.M. de Koningin te dier stede. DE HUISVLIJTTENTOONSTELLING VAN MILITAIREN TE AMSTERDAM. In het gebouw van de firma Fred. Muller is er een huisvlijttentoonstelling van militairen. Onze foto stelt voor eenige militairen, die zonder eenige voorbereiding bezig zijn met het maken of liever knutselen van verschillende spelen, zooals damborden en dominospelen. Als grondstof wordt hoofdzakelijk gebezigd een materiaal, dat men gewoonlijk afval noemt, als courantenpapier, carton, sigarenkistjes, stukjes vloerzeil, beenderen, enz. enz. Deze expositie van den Heer PRINCE te Driebergen, welke een onderdeel vormde van de militaire huisvlijttentoonstelling te Amsterdam, had zeer veel succes. Er waren dan ook duizenden knutselarijtjes geëxposeerd. Pastoor PASCAL SCHMEITZ, te Venraai, die Zaterdag 13 Maart zijn 40-jarig jubileum als priester vierde. De heer F. VAN RIJN hoopt 20 Maart den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar tot leeraar der Israëlitische Gemeente te Tilburg werd benoemd, (foto Hijmans). Mr. TEMMERMAN.Dir. EEN BELGISCH TOONEELGEZELSCHAP Mr. J. IMMERS, Regisseur. Onder den naam van „Troupe des Réfugiés”, heeft zich te ’s-Gravenhage een tooneelgezelschap gevormd, bestaande uit dames en heeren artisten, meest Belgen, die door den oorlog hun land hebben moeten verlaten; de heer Bouwmeester heeft een paar maal in de week zijn theater in de Wagenstraat ter beschikking gesteld en daar heeft de vorige week met groot succes de eerste opvoering plaats gehad van het Fransche blijspel „Le Coup du Berger”. De zaal was goed bezet, hoofdzakelijk door een Franschsprekend publiek. (foto's J. B. Hijmans), Mme. M. NER1. Mlle LYDIA M. DELFTSCHE SLAOLIE is het zuiverste braadvet met een fijnen smaak, gemakkelijke verteerbaarheid en groote voedzaamheid. Delftsche Slaolie is geen surrogaat of mengsel van iets anders, doch een zelfstandig, plantaardig product, uit de eerste kwaliteit arachidenoten geperst. Delftsche Slaolie geeft een heerlijken smaak aan de spijzen (geen oliesmaak) en wordt door ieder, die de proef neemt om haar in de plaats van andere vaste vetten of in combinatie met natuurboter te gebruiken, gewaardeerd als een bak- en braadvet bij uitnemendheid. Delftsche Slaolie bestaat uit 100% vet, en omdat dit vet reeds vloeibaar is, behoeft het bij het gebruik niet meer vloeibaar gemaakt te worden, zooals andere vaste vetten. Delftsche Slaolie bevat dus geen waterdeelen, die bij verhitting verdampen. Zij beeft geen onzuivere bestanddeelen, die eerst moeten worden uitgebakken. Zij spat niet en geeft geen onaangenamen geur. In verhitten toestand wordt zij dun. als water en hangt daardoor niet aan. Dit alles, gevoegd bij een groot weerstandsvermogen, ook bij hooge temperaturen, maakt dat Delftsche Slaolie opvallend zuinig in het gebruik is. Delftsche Slaolie blijft, nadat er spijzen in gebakken zijn, helder, zoodat zij voor een tweeden, derden keer, enz. gebruikt kan worden. Ook daarom geeft zij bezuiniging in het huishouden. Vooral in den tegenwoordigen duren tijd neemt het gebruik van Delftsche Slaolie dan ook in alle kringen der bevolking in groote mate toe. Hoe langer hoe meer zien de huismoeders in, dat haar belang meebrengt een flesch Delftsche Slaolie steeds voor direct gebruik in de keukenkast gereed te hebben. Als men den winkelier Deiftsche Slaolie vraagt, zorge men, dat ook Delftsche Slaolie wordt geleverd, en wel in de kwaliteit, die men verlangt: Extra. Surfine of Supra, respectievelijk a een gulden, 85 en 75 cent per heele flesch van 80 centiliter inhoud. Al de etiketten op de door onze fabriek gecapsuleerde NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. en geëtiketteerde flesschen bevatten ons GEDEPONEERD HANDELSMERK Men kan bij vele winkeliers die van ons Delftsche Slaolie in vaten of in bussen afnemen, ook wel dit artikel bij de maat en in door hen gevulde flesschen koopen. doch uit den aard der zaak kunnen wij er niet voor instaan, dat steeds geleverd wordt hetgeen door den klant gevraagd wordt. Absoluut zeker is men Delftsche Slaolie in de -gewenschte kwaliteit te ontvangen, als men de van orfë handelsmerk voorziene ‘flesschen vraagt en de capsule ongeschonden is. Wié meer van de Delftsche Slaolie wil weten, vragé bij de Afdeeling Reclame der Oliefabrieken Calvé-Delft te Delft het receptenboekje aan, waarin tal van recepten van den kok der fabriek en wenken voor het gebruik voorkomen. Een bijlage betreffende het Delftsch Plantenvet Delfia is hieraan toegevoegd. Op aanvrage wordt dit boekje, dat niet bij de winkeliers verkrijgbaar is, door de fabriek gratis en franco toegezonden. Oliefabrieken Calvé-Delft te Delft.
PDF
Nummer
1915, nr.24, 24 mrt. 1915
Blad
09
Tekst
No. 24 (38b) 24 Maart IMS. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzomderlifke Nummers ffO.075 >!/J -- PER KWARTAAL f s ' ' Geïllustreerd ■Weekblad 26mummersJ1,30 UITGAVE A. W. SUTHOFF’S U1TQEVERS-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN = RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. Wat er nu van de Kathedraal van Yperen over is. Van de eens zoo beroemde Kathedraal van Yperen is er na de laatste bombardementen niet veel meer over. Granaat na granaat heeft dit prachtige bouwwerk geheel vernield, zooals bovenstaande „intérieur”-opname doet zien.
PDF
Nummer
1915, nr.24, 24 mrt. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA 186 De Nieuwe Modes by Hirsch he gala” met „revue des modes parisiennes pendant la guerre . . .” De dagbladen hadden het eenige dagen van tevoren aangekondigd. En het was ingeslagen. Ja, ingeslagen, is hier het woord, ofschoon dat altijd voor min aangename en gracieuze zaken als bliksem en onweei gebezigd wordt: ingeslagen. Alle tafelsin den ruimen, keurigen tearoom waren dichtbezet, en zelfs op de groote galerij der tweede étage, die aan dezen tearoom grenst, was geen plaatsje zoo groot als een notedop, meer te bekomen. Het was er een gezellige drukte, een zacht gezoem van lieve damesstemmen voerde, zoo te zeggen, een ondergrondsch muziekstuk uit. Een keurige kellner gleed temidden der tafels heen en weder gelijk een veertje op den wind en serveerde de thee. En op welk een delicate wijze! Schier op religieus-aandachtige manier deed hij zijn werk. Hij had voor niets oogen dan voor de nooden zijner schoone cliënten en voor de hem toevertrouwde dierbare consumptietjes, als daar waren zalige wafelen van Zeeuwsche en Parijsche snit. Als ik zeg, dat de man die keurig voordiende, zeg ik niets, niemendal. Het was vèèl, vèèl bizonderder. Hij droeg de met gele wafelen opgetas tè^schalen zacht voor zich uit, gelijk kleine lieve bloemperken, en dan stelde hij zich bliksemsnel en toch tevens statig telkens voor de dames op ; hij plukte een roomgele wafel uit het bloemperk op de meest delicate wijze en bood die verschgeplukte wafel den dames zeer eerbiedig aan. (Ja, natuurlijk niet met de hand plukte hij, maar met een zilveren tang ; daarmede werden de wafelen geluidloos en behoedzaam op van te voren geplaatste gebakbordjes neergelaten). Deze kellner (bij nader bezien), deze bediende had eigenlijk niets van een kellner. niets van een bediende. Zijn plechtige wit-gekousde beenen, zijn onberispelijk rokkostuum en voorbeeldig smetteloos plastron, zijn rustige vriendelijke en toch stijlvolle trekken, zijn werkelijk nobele gebaren, deden eer aan een geestelijke bediening, een verbeven ambt denken. Er heerschte een pleizierige gezelligheid op deze ,,Thé- gala”. en ik wil u wel eerlijk bekennen, dat ik zelf ook allerminst onverschillig voor zulke bijeenkomsten ben. Politieke vergaderingen, wijsgeerige lezingen, openluchten andere meetings worden er waarlijk voldoende gehouden. Alleen om je eens te vertreden van al die intellectueele vergaderingen reeds vind ik zoo’n samenkomst als die bij Hirsch al dierbaar. Je zit er evenals bij die vergaderingen temidden van een beschaafd publiek, en gevoelt je op je gemak : en, wat wel het allergenoeglijkste is : je behoeft je hersens hier nu eens niet overdadig in te spannen, om tenminste er een tikje van te onthouden, en, thuis gekomen, al heb je er zoo goed als niets van gesnapt, en al is het over je hoofd heengegaan als een vliegmachine, met een gewichtig gezicht aan je huisgenooten te verklaren, dat het „heel interessant” was. Neen. Hier niets van die „blague”. Je zit aardig bijeen in een keurig ingericht zaaltje. Geurige kopjes thee worden aangeboden. Wafeltjes. Gebakjes. Je savoureert al deze genoeglijkheden. Terwijl dat waar je voor gekomen bent, de revue des modes parisiennes, tot geen enkele inspanning dwingt; je blijft rustig zitten knabbelen aan uw wafeltje, aan uw tafeltje, je proeft tevreê van uw thee, ge zit als onbewust, op-de-plaats rust, en... ge geniet zonder ook maar een greintje inspanning : de mamzellekens loopen langzaam langs u heen, met nieuwe creaties gekleed en ge bekijkt ze op uw gemak. We kiekten er een paar voor onze lezeressen. Ziehier een toilette van geruite zilverig grijze zijde. De rok valt zeer wijd met diepen plooi zijwaarts ; aan den rok zijn onderaan volants en halverwege is eveneens een volant aangezet; het wijd liggend jakje is insgelijks met volants afgewerkt, en wordt om het midden met een zwart zijden ceintuur vastgehouden. Om den hals staat een fameuze guimpe, die velen dames allerbekoorlijkst staat, daar ze den hals smal afsluit en de wangen mooi doet uitkomen. Onze volgende kiek geeft een zeer eigenaardig costuumnouveauté te zien. Een soort van ouderwetsch zwart zijden japon zou men bij den eersten aanblik zeggen. De uiterst ruime rok, van voren wat korter dan van achter, versterkt dien indruk van ouderwetschheid, terwijl de ruime schoot nog tot dien indruk bijdraagt. De platte wijde plooien van den schoot en de geheele ruime drapeering om de borst, de wijd uitloopende ingeknipte mouw vallen als zeer eigenaardig op ; de wijduitgesneden hals en werkelijk zwierig achteruitliggende kraag met witten binnenkraag gadou bleerd, doen als zeer stijlvol aan ; om den hals wordt hierbij een zwart lint gedragen waarvan een breed uitplooiende zwart gazen jabot afhangt. De stand, waarin ditmamzelleken gekiekt werd. een hand op de heup, met de andere keurigjes het krulletje voor het oor onder de muts uitplooiend. doet draagster en japon heel bijzonder uitkomen. Een andere kiek toont u een geheel zomersch aandoend wandelkleedje ; de rok bestaat geheel uit volants, en hangt ook mooi vrij op den voet. Het jakje is op een ruim empiè- cement afgeplooid en heeft wijde mouwen met volants diep op de hand. De ceintuur met groote sluitversiering werkt het costuumpje geestig af. Aan de achterzijde (in den spiegel op onze foto .kan men dit eerst recht goed ?ien) maakt dit costuumpje meer dan eenig ander den indruk van het oudmodische, een weinig zelfs zweemend naar den dracht uit om en bij 1830. Het donkere „costume complet,” dat het aardige per soontje bij den baret-hoad draagt, is in zijn eenvoud zeer aantrekkelijk ; rokvormig • weggesneden met achter opnaaisels, van boven gesloten met simpel zijden strikje: boven den kraag uit huift de zwierige moderne halskraag, fraai omgebogen, wat het kopje a 1 lervoordeeligst doet uitkomen. De wijde mantel, dien onze laatste foto toont, wordt „lieutenant” genoemd, een mode, die zijn ontstaan aan den oorlog dankt. Een losse militaire ceintuur van dezelfde mooie heldere blauwe stof, omvat het middel, de kraag is wit met goud, evenals de mouwen afwerking, gelijkend op militaire distinctieven. Deze mantel valt ruim, forscb en toch zwierig neer. Ai resumeerend vinden we dus als karakteristiek der nieuwe mode : wijde rokken. Oveistaan de witte kragen, uitgesneden hals, veelal met fraaien-en goed geprononceerden revers voor den mantel. Veel variatie in de versiering aan der hals. In het algemeen is de tendentie dezer nieuwe modes eenvoudig. De veelal voetvrije rok, en niet te geserreerde taille, de ruim uitstaande halskraag, de wijde mantel tot op den voet... het is alles op eenvoud aangelegd, en tevens wordt met de eischen der hygiëne zooveel a!s maar eenigszins mogelijk is, rekening gehouden. Wij gaan ook in dit opzicht vooruit. De door de firma Hirsch gebrachte modellen bewijzen echter tevens, dat aan de praotische eischen voorzeker de gratie en élegance riet behoeft te worden opgeofferd. Menige var de door de mamzellekens „aan den Ujve” vertoonde costuums zijn „allerbekoorlijkst.” Ook onder de getoonde avondtoiletten waren er verscheidene van buitengewone distinctie. Zoo zager wij er smaakvolle robes van witte tule of voilestof, met zwarte voile bewerkt of met zwarte soutache in goede ornament-motieven versierd. Veelal zeer mooi van lijn. Vergeten wij niet te vermelden, de aéroplane”-parasol, een zonnescherm, dat schuin op den stok is aangebracht, en met mindei omvangrijke gebaren te dragen is dan de rechte. Men heaft den bol slechts naar de zon te keeren, de stok kan in dezelfde richting rechtop gehouden worden. En hiermede sluiten wij ons artikel, niet echter dan nadat wij onzen lezeressen ook vGor dit seizoen al datgene hebben toegewenscht, wat haar goed kleeden mag. WILLY.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1446 tot 1450 van 11897