Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1436 tot 1440 van 11897
Nummer
1915, nr.22, 17 mrt. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 172 De Gealliëerden te I Koning Albert aan het front. Koning Albert (tweede figuur van rechts), die het oorlogsleed met zijn soldaten aan het front ten voile meelijdt, inspecteert een nieuwe Roode-Kruisambulance, die bij het leger is aangekomen. Tegen koude voeten. Ook in de Fransche loopgraven wordt er nu een druk gebruik gemaakt van den periscoop, óm de bewegingen van den viiand na te gaan. Teneinde geen last van koude voeten te hebben, zit de uitkijkpost in een ton met stroo. Koning Albert in de Belgische duinen. Koning Albert (eerste figuur van links), maakt met zijn staf een inspectietocht in de duinen van het stukje België, dat nog hardnekkig door de Belgen verdedigd wordt. De voorbereidingen voc De granaten voor de groote scheepskanonnen worden door middel va oorlogsbod»5m geb Een nieuw vervoermiddel voor de gewonden. Bij het Fransche leger is een nieuw vervoermiddel in gebruik genomen om de gewonden sneller naar het hospitaal te kunnen transporteeren. Zooals men op bovenstaande foto ziet, maakt men daarbij gebruik van het motorrijwiel. Reddingsmateriaal. Alles wat kan drijven wordt vóór het gevecht aan boord van den oorlogsbodem In gebracht, zoodat de manschappen bij een onverhoopten ondergang van het schip ond zooveel mogelijk voorwerpen bij de hand hebben om zich drijvende te houden. Tegen Ixandg Gedurende de beschieting wordt het dek van den Engelschen oJRogsb< brand door de vijandelijke pro
PDF
Nummer
1915, nr.22, 17 mrt. 1915
Blad
13
Tekst
173 PANORAMA den te Land en ter Zee I i Het nieuwe Engelsche leger. Bij de regimenten infanterie, die Engeland naar het vasteland zendt, worden er ook geregeld nieuwe regimenten artillerie gevormd, die, alvorens naar het front te vertrekken, in Engeland zeer serieus worden geoefend. De voorbereidingen voor den strijd. n worden door middel van een electrische kraan aan boord van den Engelschen oorlogsbodem gebracht. van den oorlogsbodem ergang van het schip drijvende te houden. Een Fransche onderzeeër. In de laatste jaren was ook de Fransche vloot met een niet onaanzienlijk getal onderzeeërs aangevuld. Van het type, waarvan wij hierboven een foto geven, waren er bij het uitbreken van den oorlog nog enkele in aanbouw. Tegen Irandgevaar. den Engelschen oC^ogsbodem voortdurend nat gespoten, teneinde het veroorzaken van door de vijandelijue projectielen te voorkomen. Op den uitkijk. Hoewel het verkennen van de vijandelijke stellingen in den modernen oorlog voor een groot gedeelte vanuit vliegmachines geschiedt, is de gevaarvolle post van verkenner nog niet geheel uitgeschakeld kunnen worden. Houten geweren. Voor het oefenen van de recruten in bajonet-uitvallen wordt er gebruik gemaakt van een geweer waarmee niet geschoten kan worden. Het heettevenwel dezelfde afmetingen en hetzelfde gewicht als de gewone geweren Turksche gevangenen in Caïro. In de laatste weken zijn er in Caïro verschillende transporten Turksche strijders binnengebracht, die door de Engelschen krijgsgevangen waren gemaakt.
PDF
Nummer
1915, nr.22, 17 mrt. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 174 TENTOONSTELLING JAN BOGAERTS. De kunsthandel Boussod, Valadon & Cie. in den Haag, directeur de heer ï. Tersteeg, houdt gedurende de maand Maart een belangwekkende tentoonstelling, waartoe het plan reeds lang bestond, maar die eerst nu is kunnen ingericht worden omdat in normale tijden het materiaal ervoor nooit in voldoende hoeveelheid aanwezig was. Het werk van den begaafden jongen schilder Jan Bogaerts is in binnen- en buitenland zeer gewild, en zoo kwam het dat veel ervan reeds verkocht was, als het nauwelijks zijn atelier verlaten had. Bovengenoemde kunsthandel heeft ook thans niet zoo heel veel schilderijen en teekeningen van den kunstenaar bijeen kunnen houden, maar kwalitatief staat deze tentoonstelling hoog. Interessant zijn vooral de landschappen die Bogaerts uit Versailles en St.-Cloud meebracht, waar hij in opdracht van het huis Boussod, Valadon & Cie., dat al zijn werk koopt, een deel van den voorlaatsten herfst doorbracht. Behalve in talrijke particuliere verzamelingen is Bogaerts wien de verdienste toekomt het stilleven en het interieur geheel nieuw te hebben opgevat — vertegenwoordigd in verscheiden Europeesche en Amerikaansche museums. De stichter van het prachtige museum te Toledo (OhioJ. dat louter kunstwerken van den eersten rang bevat, bracht dezen zomer, ondanks de moeilijke tijdsomstandigheden, een opzettelijk bezoek aan den Haag om zich het bezit te verzekeren van een groot stilleven van Bogaerts, waarvan hem toevallig een fotografie in handen gekomen was. 8^ IN VOLSLAGEN DUISTERNIS allo! Hallo! Ja, juffrouw! 9376, als ’t u blieft. Toen, zooals dat de gewoonte is aan de groote-stadstelefoon’s, ging er een geruime tijd voorbij, in welken Kerson zichzelven nijdig afvroeg of de telefoonjuffrouw in slaap gevallen of misschien aan een nieuwen roman begonnen was. Ha, eindelijk hoorde hij wat, eerst eenig geruisch, toen verschillende stemmen dooreen. Hij begreep het, zijn draad had ergens op de lijn contact met andere draden. De stemmen waren eerst zeer vaag, doch plotseling hoorde hij zeer duidelijk: „Afgesproken — reist met den boottrein — mooi! Ik zal aan ’t station zijn !” „Heeft hij ze bij zich?” „Ja!” „Wie heeft de leiding?” „De Spin zelf!” „Wat? Zal hij zelf....? Zoo, dan is de zaak belangrijker dan ik dacht.” „Hij vertrekt van Charing Cross en gaat recht door!” „Dus een kwartier voor de trein vertrekt van avond! Hè? O! en zeg eens....” (toen boos),, Neen juffrouw, sluit nou niet af! Juffrouw, juffrouw, wat drommel, ik ben nog niet klaar, ik....” toen was het stil. Kerson hing den hoorn aan den haak en stond met zichzelf in beraad. Hij had onvoorziens een gedeelte van een gesprek gehoord, waarvan hij, op het vernemen van den naam „spin”, gaarne ook het einde zou zijn te weten gekomen. Hij viel neer in een gemakkelijken stoel en floot zacht voor zich heen. „Hoe is ’t mogelijk?” mompelde hij zacht voor zich heen. „Op mijn woord, ik hecht niet veel geloof aan schikkingen van het lot, nochtans — zou ik me al zeer moeten bedriegen, als die fout in de telefoonleiding mij het leven niet gered had. De „Spin” zelf! Hoe is de zaak uitgelekt? Ik snap ’t niet.” ♦ Er niet meer aan denkende, het gesprek te voeren dat hij voornemens was geweest, wandelde hij van de club naar huis. Eenmaal daar, door niemand bespied, haalde hij uit een aktentasch een lange, officieel uitziende enveloppe. Met wat vaardigheid en tien minuten hard werken had hij weldra een andere enveloppe gereed, die zoo sprekend op de eerste geleek, dat hij er voor alle zekerheid Jkvr. A. VAN HOGEN- b de VRIES, t DORP. T In den ouderdom van 73 jaar is te 's-Gravenhage overleden Jkvr. A. VAN HOGENDORP. De overledene was een zeer bekende persoonlijkheid in de vrouwenwereld, waar zij een eerste plaats innam. Op 78-jarigen leeftijd is overleden de heer B. DE VRIES, de nestor der Haagsche journalisten. VOOR HET STEUNCOMITÉ. Het bordje, waarvan de afbeelding hierboven, is ontworpen en uitgevoerd in de Plateelbakkerij „De Distel” te Amsterdam. Het zal verkocht worden op de bazaar ten bate van het Amsterdarnsch Steuncomité op 24, 25 en 26 Maart a.s. voor den prijs van f 5. . Slechts 500 exemplaren worden vervaardigd, welke alle genummerd zijn. Het metaalprocédé, waarin de symbolische teekening is uitgevoerd, geeft een fijne, zachtgroene tint aan de paté, terwijl de kleur een eigenaardige bekoring krijgt door de ongelijke inwerking van het vuur. Vandaar de naam „au hasard du feu”. De liefhebberij voor deze herinneringsborden is zoo groot, dat reeds nu 80, ongezien, besteld zijn. De dames Douairière Sloet van Hagensdorp, Sarphatikade 1, Delprat-Reynvaan, Heerengracht 256 en Heemskerk-de Zaremba, Oranje Nassaulaan 47 hebben zich dan ook bereid verklaard vóór de opening der bazaar bestellingen in ontvangst te nemen. aan den onderkant ter herkenning een klein merkteeken op zette. Daarna uit een kleerenkast een met bont gezoomde overjas te voorschijn halende, sneed hij met een pennemes voorZ. H. PAUS BENEDICTUS XV. Door den heer J. F. H. Bouchette te Arnhem is een reliëf vervaardigd naar het officieele portret van Z. H. Paus Benedictus XV. zichtig een der naden een weinig open, liet toen de origineele enveloppe in de opening glijden en naaide deze weer zorgvuldig dicht. Het pas vervaardigde duplicaat deed hij met eenige andere onbelangrijke paperassen in de aktentasch en begon zich toen in reisgewaad te steken. Hij was hiermee nauwelijks klaar, toen er aan zijn kamerdeur geklopt werd en Sir John Trailton, een deftig uitziend man van ruim vijftig jaar, de kamer binnentrad. „Haast klaar, Kerson?” vroeg hij. „Geheel!” was het besliste antwoord. De oude heer keek hem vriendelijk aan. „Begrijp je volkomen de groote belangrijkheid van deze papieren? Ze moeten, ongeschonden en ten koste van alles zoo spoedig mogelijk aan het gezantschap te Rome worden overhandigd. Als deze particuliere depêches in verkeerde handen mochten vallen, zou dit voor de Gealliëerden de onberekenbaarste gevolgen hebben.” Kerson keek verrast op. „Wel,” zei Sir John haastig, „wat is er? Je ziet toch niet tegen de verantwoordelijkheid op?” „Niet in het minst! Geheel bij toeval hoorde ik een gedeelte van een gesprek aan de telefoon en ik geloof dat een man, dien ze de „Spin” noemen, er lucht van gekregen heeft en van plan is er zich meester van te maken.” „De „Spin”? Weet je dat dit de bijnaam is van een der gevaarlijkste duitsche spionnen die ons al heel wat zorg heeft gebaard?” „Ik heb al meermalen van hem gehoord, maar hem nog nimmer gezien. Kunt u mij niet eenige persoonsbeschrijving van hem geven?” vroeg Kerson. „Neen, dat is juist het eigenaardige: de man is overal en bezorgt den geheimen dienst soms slapelooze nachten en toch heeft men geen vaag idee hoe hij er uitziet. Hij moet Hongaar van geboorte zijn, is een uiterst gevaarlijk persoon en stekeblind. Dat is alles wat ik van hem weet!” „Blind?” herhaalde Kerson in de grootste verbazing. „Ja, absoluut, ofschoon weinig menschen het opmerken. Hij heeft een heelen troep betaalde handlangers, die het mindere werk doen. Belangrijke zaken vertrouwt hij aan niemand toe, die doet hij zelf,.ondanks zijn blindheid.” Kerson glimlachte een beetje ongeloovig, en bemerkende dat het zijn tijd werd om te vertrekken, nam hij afscheid van Sir John en liet zich in een auto naar het station rijden. Er waren weinig menschen aan den trein en Kerson had zonder moeite een coupé voor zich alleen kunnen kiezen; de gedienstige chauffeur had evenwel zijn valies reeds in een coupé geplaatst, waarin zich een oude geestelijke bevond, die onder het genot van een sigaar met aandacht in een boek zat te lezen. F. J. TER LAAK. C. C.v.SCHOONHOVEN Den 15en Maart vierde de heer F. J. TER LAAK (foto Schotel), sedert 8 Mei 1905 commissaris van politie te Arnhem, zijn 25-jarig jubileum bij de politie. — De heer C. C. v. SCHOONHOVEN (foto Zimmerman) hoopt binnenkort zijn 40-jarig tooneeljubileum te vieren. Ruim 38 jaar is hij daarvan aan het Ned. Tooneel verbonden.
PDF
Nummer
1915, nr.22, 17 mrt. 1915
Blad
15
Tekst
175 PANORAMA Hij keek op, toen Kerson insteeg en ging toen weer met lezen voort. Na een klein kwartier ongeveer haalde Kerson zijn sigarettenkoker te voorschijn en stak een sigaret op. De oude geestelijke stak zijn hand naar hem uit en vroeg beleefd glimlachend: „Excuseer, mijnheer, mag ik ook een vlammetje?” Kerson streek een nieuwen lucifer aan en overhandigde dien aan den ouden heer, die er de uitgedoofde rest van zijn sigaar mee aanstak. Toen had er een klein maar zonderling voorval plaats. De oude heer had den lucifer zoolang vastgehouden tot hij bijna was opgebrand, en deze bleef, toen hij hem wilde wegwerpen, even tusschen zijn vingers vastkleven. Daardoor gebeurde het dat de brandende lucifer niet in het aschbakje aan het portier maar op het kussen van de tegenovergestelde zitplaats terechtkwam. Dit was op zichzelf niets, maar het zonderlinge van het geval was, dat de oude man zijn boek weer ter hand nam en opnieuw begon te lezen, terwijl vlak voor hem de lucifer op het kussen lag te branden. Kerson wilde juist door een uitroep zijn verwondering hierover te kennen geven, toen hem plotseling de woorden van Sir Trailton in de gedachten kwamen: „de man is stekeblind.” En plotseling doorzag hij den geheelen truc. Het boek, het gevraag om een lucifer, de vermomming van zielenherder, het was alles een krijgslist. Die man was blind, had zich evenwel het verrassende voorval met den brandenden lucifer niet voorgedaan, dan zou Kerson zijn laatsten cent gegeven hebben, om een dergelijke veronderstelling te bestrijden. Het eerste wat hem nu te doen stond, was den man niet te laten bemerken, dat hij ontdekt was. Zeer omzichtig strekte Kerson dus zijn wandelstok uit en doofde hiermede den lucifer, voordat het pluche was gaan smeulen. Zoover ging alles goed en hij had een troefkaart in de handen. Het was vies onstuimig weer, toen Kerson uit den trein stapte en zich langs de kade naar de boot begaf. Er woei een stijve bries, de wind gierde door het want van de schepen en deed de houten douanehuisjes schudden. Kerson keek voorzichtig om zich heen of hij wellicht ontdekken kon dat de geestelijke hem volgde, doch deze was niet meer te zien en spoedig bevond onze diplomaat zich aan boord van de nachtboot die hem naar Frankrijk zou brengen. Hij was eerst voornemens geweest den tijd in de rookzaal door te brengen, doch vond het bij nadere overweging veiliger een hut te nemen. Hij liet dus zijn koffers naar een dekhut brengen, sloot zorgvuldig de deur, plaatste zijn portmanteau ervoor, wikkelde zich in zijn reisdeken en trachtte wat te gaan lezen. Weldra hoorde hij aan het regelmatig stampen van de machines dat de boot ging vertrekken en bemerkte hij aan de deining dat ze zich in volle zee bevond. Terwijl hij luisterde naar het geloop op het dek en het geloei van den wind vielen zijn oogen dicht; het boek, waarin hij had willen lezen gleed hem uit de hand en hij viel in slaap. VAN DEN MAN DIE ZIJN GEHEUGEN KWIJT WAS DOOR HENKIE ( Vervolg}, »o wist de heer Smit, dat zijn nieuwe kennis Wallaart heette en dat de toekomstige mevrouw Wallaart in het buffet stond van een Of ander nachtcafé, en meer bijzonderheden, die voor een volkomen vreemde van niet het minste belang waren. De heer Smit hoorde dit alles niet alleen met de grootste belangstelling aan, maar was zelfs terstond bereid gedurende de pauze met het tweetal een rondwandeling te maken. De man, die zijn geheugen verloren had, ^rist niet waarom hij aldus handelde. Dat deze lieden niet behoorden tot degenen waarmede hij steeds gewend was geweest om te gaan, gevoelde hij instinctief; edoch, ze amuseerden hem, en bovendien, hun gezelschap was verre te verkiezen boven alleen te zitten en zijn hersens .te pijnigen met vruchtelooze pogingen om zich zijn identiteit te herinneren. Zoo wandelde het drietal dus op en neer, de toekomstige mevrouw Wallaait in het midden arm in arm met haar twee mannelijke paranimfen, tot zij, tegen het einde der pauze zich weder naar hun plaatsen willende begeven, een groepje heeren ontmoetten, in avondtoilet, waarvan er een hen doordringend, beslist brutaal, aankeek. Aanvankelijk meende de heer Smit dat de attentie de toekomstige mevrouw Wallaart gegolden had, doch toen hij weder op zijn plaats gezeten was, kwam hij tot de zekerheid, dat die blik niet op het blonde meisje maar op hem gericht was geweest. Het gezicht van dien heer had DE WAGNER-OPVOERINGEN TE ROTTERDAM. Met groot succes is de vorige week te Rotterdam Richard Wagner's „Fliegende Hollander” opqevoerd. Hierboven een foto van het koor. (foto's Jansen) DE SOLISTEN ENZ. UIT DE ,, FLIEGENDE HOLLANDER”. Bovenaan: de heer v. Eldik (stuurman). Middelste rij v. I. n. r. Opernsanger Wolff (Erik), kapelmeester Diamant, Opernsangerin Tietjen fSenta). Opernsanger Stury (Hollander). Onderaan: Oberregisseur A. Reinboth, Mevr. v. d. Meer-Offers (Mary). de grootste verwondering uitgedrukt en als een electrische schok ging hem opeens de gedachte door het hoofd : die heer kende hem, was misschien een zijner vrienden. Met begeerigen blik monsterde hij het schouwburgpubliek, en ju.: in een der loges zag hij den heer zitten; hij staarde dezen aan, en de heer staarde hem aan, maar toen deze niet door het minste teeken blijken liet, dat hij hem kende, wendde Smit eindelijk teleurgesteld het hoofd om. De hoop van den man die zijn geheugen kwijt was, dat hij eindelijk iemand ontmoet had, die hem het verlorene zou teruggeven, was weder vervlogen. Nochtans wilde hij een poging doen den heer weder te ontmoeten ; toen dan ook het stuk ten einde was. nam hij haastig afscheid van zijn nieuwe kennissen, zeer tot- hun spijt, en spoedde zich naar den uitgang, waar hij postvatte om den vreemden heer op te wachten. Zijn poging werd met succes bekroond, hij zag den heer-aankomen en begaf zich naar hem toe om hem aan te spreken, doch deze heft, zoodra hij den'heer Smit ziet, ziedend van woede zijn wandelstok omhoog en, onder den uitroep : „jij verachtelijk mispunt!” slaat hij er den man, die zijn geheugen verloren heeft, mee in het gezicht. Deze, op zulk een ontvangst niet voorbereid, deinst achteruit, en voor hij van zijn verrassing bekomen is, heeft de andere het theater verlaten. Er gingen eenige minuten voorbij, gedurende welke de heer Smit als vastgenageld op dezelfde plaats stond, slechts Toen hij eindelijk ontwaakte was het met schrik. De hut was in volslagen duisternis, terwijl hij met opzet het electrisch licht had willen laten branden. Het was zoo duister om hem heen, dat hij zelfs de omtrekken der voorwerpen niet onderscheiden kon. Hij was overtuigd dat hij niet meer alleen was »in de hut. Iemand had de deur geforceerd en bevond zich in zijn onmiddellijke nabijheid. Hij hield den adem in en luisterde, doch het geraas buiten was te groot. Voorzichtig strekte hij de hand uit, toen, opstaande, begaf hij zich langzaam naar de deur. Hij bevond zich nu in het nadeel : de „Spin” was blind en dus aan de duisternis gewend, terwijl hij er zeer door belemmerd werd. Van een ding was hij nochtans zeker, dat degeen die ongemerkt de hut was binnengedrongen, deze niet zou verlaten, zonder dat ’ze met elkander zouden hebben afgerekend. De boot rolde vreeselijk, en af en toe klonk het gekletter van het een of ander vallend voorwerp. De duisternis scheen door zijn ontstelde zenuwen nog dikker te worden — ieder oogenblik verwachtte hij eenige centimeters koud staal tusschen zijn ribben te voelen, want de „Spin” was op zijn hoede en het was onmogelijk dat hij niet van elke beweging van Kerson op de hoogte was. Toen kwam opeens een stortzee, die ’t schip nog erger opzij slingerde, iets zwaaide voorover en raakte hem even aan, maar dat was voldoende; bliksemsnel greep hij het met beide handen aan, lichte zijn knie op en sloeg het er met de kracht der wanhoop tegen aan ; het was geen tijd voor vriendelijkheden. Hij hoorde een knak, een gesmoorden kreet en een gekletter van staal: hij had den rechterpols van zijn belager gebroken ; het volgende oogenblik rolde beiden over den grond. Kerson stond snel op, liep naar het electrisch licht en in een oogenblik baadde de hut in licht, doch het was te laat; de deur stond wijd open en de „Spin” was verdwenen, als bewijzen van zijn bezoek een verscheurde aktentasch en een blinkend dolkmes achterlatende. Kerson keek snel naar zijn bontjas en slaakte een zucht van verlichting, toen hij deze ongeschonden zag hangen. Het kostbare stuk was gered, slechts de waardelooze enveloppe was verdwenen. Hij schelde dadelijk om den hofmeester en vroeg hem te willen onderzoeken, waar een oude geestelijke verblijf hield. De man kwam een half uur later terug met de mededeeling dat zich geen geestelijke aan boord bevond. De „Spin” was verdwenen. Voor het eerst van zijn leven had hij volkomen fiasco geleden. Toen Kerson in den trein zat, die hem naar Parijs zou brengen, zag hij hoe een jonge man in een fietskostuum in den trein werd geholpen. Hij droeg zijn arm in een doek en vertelde den conducteur dat hij met zijn fiets geslipt was en zijn pols gebroken had. Kerson merkte met leedvermaak op hoe in ’s mans linkerborstzak zich de duidelijke omtrekken afteekenden van een dikke groote enveloppe en zegende het slecht werkende telefoonsysteem van zijn vaderland. door één gedachte beziggehouden, die hem zoo verheugde dat hij er de pijn en de beleediging door vergat. „Hij kent mij ! Hij zou geen onbekende op deze wijze behandeld hebben,” mompelde hij en liep de straat op, den jongen man achterna. Doch het was te laat, zijn aanvaller was verdwenen. „Heeft u geen heer van mijn lengte in avondtoilet, met lichten overjas gezien ?” vroeg hij den portier. „Een heer met zwarten snor 1” „Er zijn zooveel heeren gepasseerd, die aan deze beschrijving voldoen, mijnheer I” antwoordde de portier. „Hij droeg een witte bloem in zijn knoopsgat.” „O, dan is hij zooeven in een taxi weggereden.” „Weet je het nummer van de taxi ?” „Neen, mijnheer, maar ik ken den chauffeur.” De man, die zijn geheugen kwijt was, haalde een rijksdaalder te voorschijn en gaf dezen aan den portier. „Ik zal je een tweeden geven,” zei hij, „als je mij den man morgen zendt. Mijn naam is ... Smit. Ik logeer Hotel Suisse.” Hij ging in opgewekte stemming naar zijn hotel terug. Zijn gelaat was zeer pijnlijk, de stok had het vel van zijn neus en linkerwang gedeeltelijk geschaafd, doch wat hinderde dat ? Hij had een draad in handen, die hem zijn geheugen, zijn identiteit terug zou geven. Hij behoefde nog slechts den jongen man terug te vinden en hem rekenschap van zijn houding te vragen, en hij was overtuigd dat zijn aanvaller hem zou zeggen wie hij was. Toen hij den volgenden morgen ontwaakte had zijn opgewektheid van den vorigen dag voor moedeloosheid plaats gemaakt, die in den loop van den dag nog verergerde. Zijn .geheugen was nog in denzelfden staat als toen hij in den fietswinkel tot bewustzijn kwam. (Wordt vervolgd}.
PDF
Nummer
1915, nr.22, 17 mrt. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 176 De Belgische Kanttentoon stelling bij Hirsch & Co. de groote hal van het modemagazijn Hirsch en Co. te Amsterdam, is een toonstelling van Belgische kant opengesteld. Reeds in het najaar van 1914 werd een Comiteit gevormd, om de werkelooze en tot armoede vervallen kantwerksters uit het vermaarde centrum dezer industrie tusschen Brugge en Brussel, aan het werk te zetten, en te Londen werd in October 1914 een tentoonstelling van meesterstukken van kantwerkkunst gehouden.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1436 tot 1440 van 11897