Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1416 tot 1420 van 11897
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 152 EEN TRIPTIEK. ik reeds het voorrecht had, aan het r | e|nje van mijn eerste knutselpraatje op te .,^1 merken, verdient het wellicht aanbeveling, LÖft Sl het paard niet achter den wagen te spannen, in casu : de lastige zaakjes, waaronder terecht boekenkasten zijn te rangschikken, later te behandelen, en met gemoedelijker werkjes aan te vangen. Wat dunkt u van een driedubbele portretlijst? Om te specificeeren: van de triptiek, waarvan hierbij het geenszins geflatteerd portret gaat (fig. I) en die aan een mijner kamerwanden lang geen kwaad figuur maakt? Laat ik beginnen met eerlijk op te biechten en te bekennen dat de vorm niet mijn geestelijk eigendom is: ik zag, jaren geleden — er was toen nog geen auteurswet; deze opmerking voor omzichtige naturen — een dergelijke lijst in een onzer fijne winkels en besloot fluks, het aardig ding na te maken, met behulp van dik karton en hout van sigarenkistjes. Dit laatste kan men, desgewenscht, vervangen door dunne plankjes ebbenhout voor houtzaagwerk, hetgeen zéér fraai staat, maar aanmerkelijk duurder uitkomt. Ook kunt ge het prachtige, muisgrijze ahornhout gebruiken, dat buitengemeen fraai is, steeds kleur houdt, maar dan ook zeer duur is. Voor degenen, die dit soort figuurzaaghout niettemin willen gebruiken, noteer ik hier even de prijzen: Zwart ahorn kost ƒ 2.50 p. vierk. meter prima en / 2.— secunda kwaliteit, ter dikte van 2—4’/2 m.M. (De laatste dikte is juist voldoende voor ons doel; dunner mag het niet zijn). Zilvergrijs ahorn kost respectievelijk 13.— en / 2.50 per vierkanten meter, van dezelfde dikte. Met minder dan een derde'van een vierkanten meter zoudt gij waarschijnlijk niet toekomen, en dan nóg zou het zijn bezwaren hebben de lijst uit één stuk te zagen. Trouwens kurt ge sigarenkistjes-hout fraai zwart beitsen, en te zijner tijd zullen wij elkaar daar wel eens nader over spreken. Ziehier de maten van onze triptiek, die gij begint met uit te zetten op het zwaarste bordpapier dat gij kunt krijgen (/ 0.15 per vel): grootste hoogte 44 c.M., grootste breedte 68 c.M., dikte ongeveer 1 c.M., zijnde twee lagen karton plus de plankjes-dikte. Het vel karton kunt ge door midden snijden, want aan de twee helften hebt ge juist genoeg. Probeer om alles wat u lief is niet om karton van deze dikte te knippen, want gij zoudt binnen weinige minuten rijp voor een sanatorium zijn en wijders het grootste ongenoegen krijgen met den eigenaar van de schaar — die menigmaal een eigenares is, wat de zaak er nu niet bepaald vroolijker op maakt, in vele gevallen. Op ieder der beide halve vellen teekent gij den omtrek van de lijst af, die uit foto I genoegzaam blijkt. Op af beelding II is, dunkt mij, de indeeling van het eerste vel zóó duidelijk aangegeven, dat ik mij haast schaam, er nog eenige opheldering aan toe te voegen. Destippel- 1 ij n t j e s geven aan. waar en hoe de sigarenkistplankjes worden opgelijmd, de volle lijnen, hoe de gaten voor de foto’s in het karton gesneden worden. Gij krijgt, daar de openin gen in omtrekgrootte een weinig verschillen, een soort verzinking, die ten doel heeft, de dekglazen ter bescherming van de foto’s, de gravures, de aquarellen of welke andere soort afbeeldingen gij wenscht te gebruiken, op te nemen. Deze glazen kunt ge bij iederen drogist-ruitinzetter zeer goedkoop krijgen. Maar fotografeert gij, of hebt gij vrienden, die deze uitnemende kunst beoefenen, dan is er volstrekt niets tegen, dat gij drie waardelooze negatieven 13 bij 18 tot dekglazen promoveert door ze even in heet water te leggen, zoodat de gelatine er afweekt, ze met schoon water na te wasschen en ze vlekkeloos rein te poetsen met wat spiritus. Echter bepaalt gij dan niet de grootte van de glazen naar die van de lijst, maar brengt ge, integendeel de afmetingen der triptiek in overeenstemming met die van de negatieven. Daar het middelste glas iets breeder en hooger is, zoudt gij daarvoor één gróóter negatief dan 13 bij 18, dus 18 bij 24, behoeven en daarvan het overtollige met een glassnijdertje (langs een liniaal s. v. p.l) afnemen, wat na eenige oefening heel gemakkelijk gaat. Zorg, dat alle openingen symmetrisch zijn, wat gij bereikt door niet direct den lijstomtrek op het karton te teekenen, maar éérst den vierhoek van 44 bij 68 c.M. en daarin zeer nauwkeurig de lijnen af te zetten, welke de openingen begrenzen.- Verder: gij moogt niet de openingen en lijstmaten naardeplankjes maken, maar ge moet juist het omgekeerde doen, wat wel zoo veilig is. Gij legt het eerste, aldus het uitgesneden vel, vlak op tafel voor u, en belegt het, naar mate gij ze op maat ge zaagd hebt. achtereenvolgens met de 15 sigarenkistplankjes. waaruit — naar gij uit fig. 11 duidelijk kunt zien — het lijstje bestaat. Alle b u i t e nkanten der plankjes mogen zéér weinig binnen den kartonrand blijven, die, als een en ander is vastgelijmd, netjes wordt bijgevijld en geschuurd met fijn schuurlinnen. Gij moet er vooral voor zorgen, dat alle plankjes volstrekt „haaksch” zijn gesneden of gezaagd, d. w. z. dat iedere twee aan elkaar grenzende zijden een zuiver rechten hoek vormen. Dit is hoegenaamd geen heksentoer, wanneer ge slechts een goeden teekenhaak daarbij gebruikt, het liefst met een z. g. „aanslag.” Gij legt dan het plarkje tegen dien aanslag (die een weinig uitsteekt), zóó, dat het andere been van den haak precies het potloodstreepje dekt, dat de maat aangeeft, en haalt dan, zooals ik in mijn eerste praatje aangaf, met zac hten druk het slöjdmes door het hout, zorgvuldig den haak volgend, die stevig met de linkerhand moet worden vastgehouden, zoodat noch haak noch plankje kunnen verschuiven. Bedenk dat zelfs de kleinste afwijking bij het begin van uw messtreek, aan het einde daarvan een verschil van een halven centimeter en méér kan beteekenen! Zijn de plankjes mooi haaksch gesneden dan moet de onderkant van de lijst een volmaakt rechte lijn vormen, als gij ze alle naast elkaar hebt gelegd. Eventueele kleine afwijkingen kunnen met een „zoete” vijl — eigenaardige term, die beduidt dat dergelijke instrumenten niet al te vlug „afnemen” — worden vlak gemaakt en tot de orde geroepen. Ik zal er zeker wel niet eens aan behoeven te herinneren, dat alle symmetrische plankjes (dus de nrs. 1 en 2, 7 en 8, 3 en 4, 14 en 15 enz.) nauwkeurig dezelfde maat moeten hebben. Eén millimeter verschil ziet men niet aan zulk een groote lijst, maar v ij f stellig wel. Nu het tweede halve vel karton. Dit is al heel gauw gemaakt: het krijgt juist denzelfden omtrek als het eerste. Middenin wordt er een stuk uitgesneden, iets grooter dan de drie openingen bij elkaar (zie fig. III) welk stuk met behulp van een opgeplakten reep taf (als kleefmiddel kan men verdunde seccotine of syndetikon, maar ook wel krachtig plakkende stijfsel gebruiken) scharnierend wordt bevestigd aan het vel, waarin het werd uit gesneden. Een linnen lipje onderaan vergemakkelijkt het oplichten, terwijl het stuk op zijn plaats wordt gehouden door twee werveltjes. Ik maakte ze uit een stuk waardelooze wekkerveer; beide einden rondde ik met een horlogemakers vijltje af, daarna sloeg ik met een stalen priem een gaatje bij ’t eene eind, vijlde de opstaande „rafels” weg, stak er een schroefje met ronden kop door en draaide dat dóór de twee lagen karton in het hout. Natuurlijk was de lengte van dat schroefje zóódanig, dat het niet door het hout heenkwam! Is u deze „metaalbewerking” voorshands te lastig, dan doet een houten werveltje het óók. Het doel dezer klap is duidelijk: zij veroorlooft, de foto’s of prentjes zoo vaak te verwisse-len als men verkiest, de glazen schoon te maken enz. Is dit alles gereed, dan zet ge uw houtlijm maar weer eens te vuur, thans flink verdund, en lijmt eerst de twee lagen karton op elkaar en daarna de plankjes op het eerste vel. Laat eer en ander onder flinken druk drogen. Een brandkast behoeft er niet op te staan (wat bij mij overigens slechts symbolisch zou gaan) maar een zeer zware stoel, of zware boeken, die niet direct op de lijst maar op een onderlaag van een paar kastplanken b. v. komen te liggen, verrichten zeer goeden dienst. Als alles goed droog is, neemt ge voorzichtig de lijmrestjes weg, vijlt de randen van de lijst volmaakt glad (daarna schuren) schuurt met zachte veegjes het sigarenkisthout schoon, boent het met meubelwas, legt er de fotos in — en ge zult werkelijk verbaasd staar over den indruk, dien uw eigen werk maakt! Hobby. A. W. DE GROOT, t referendaris aan het Dep. van .Marine, is op 62-jarigen leeftijd overleden. De overledene was Officier in de Oranje-Nassau orde. Mr. s. h. vening M ElNESZ, hoofdcomm. ter prov. griffie van N.-Holland, is benoemd tot griffier der Staten van Noord-Holland. J. VAN WESSEM. . hoofdbestuurder d. Broederschap van notarissen, herdenkt 5 Maart den dag, waarop hij vóór 25 jaar tot notaris te Sittard werd benoemd. EEN JUBILEUM. De heer Otten herdacht de vorige week den dag, waarop hij vóór 50 jaar in dienst trad bij de firma Mariens en Zn., aannemers te Haarlem. HET MIJNENGEVAAR. Bij Terschelling liep het Zweedsche stoomschip „Swarton” op een mijn, waardoor een gat in het voorschip geslagen werd. Het schip werd naar Amsterdam gebracht, waar het in het dok gerepareerd wordt. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr.20, 10 mrt. 1915
Blad
09
Tekst
No. 20 (36b) 10 Maart 15>1S. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers f 0.075 UITGAVE A. W. SIJTHOFF’S UITQEVERS-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN = RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. Het nieuwe opvouwbare Rijwiel. Bij het Engelsche leger is er een nieuw soort opvouwbaar rijwiel in gebruik genomen, dat zeer licht gebouwd is en dus op den rug kan worden meegenomen. Voor ons Hollanders heeft deze foto een bijzondere waarde, daar deze een stukje van den oorlog te zien geeft, gevoerd in de ook ons zoo welbekende duinen.
PDF
Nummer
1915, nr.20, 10 mrt. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA 154 EEN SCHOOL VOOR HET MOEDERSCHAP den avond van 18 Februari kwam ik uit Engeland terug. Ik had dien kritieken datum niet uit bravour gekozen ik moest te zijn, wat er ook wel. Mijn eenig dochtertje was ziek, yrij ernstig op dat oogenblik,-en men had me geseind terug te komen. Of ik bang was, dien gevaarlijken I8en ? Ik geloof het niet. Maar dapper, in den zin, dien de man daaraan hecht, evenmin. Ik zou bijvoorbeeld niet, als hij, wanneer het noodig was, met een bijl of een handspaak midden tusschen een troep vechtenden zijn gesprongen, of zoo iets. Vrouwelijke moed schijnt daarop niet berekend. Maar wel bezit ik die lijdzame dapperheid, die een moeder kalm afwachtend, fatalistisch bijna, op het dek doet staan, met slechts één, alles, ook de physieke vrees overheerschende gedachte: mijn kind is ziek, en ik moet er maar toe, het koste wat het wil. Dwars door mijnen en torpedo’s heen, naar dat ééne doel; desnoods zal ik naar land zwemmen — als ik er rriaar kom, als ik maar bij mijn kind kom .... Zoo stond ik daar dan, kalm, vastbesloten nog dien avond thuis gebeuren mocht. Toch was er iets dat me een weinig zenuwachtig maakte : al een uur lang liep een vrouw langs me heen, op en neer, op en neer, een dicht in doeken gepakt kind tegen zich aandrukkend. Een enkele maal schoof ze de sjaal, die het hoofdje bedekte, wat op zij; dan zag ik het vredig gezichtje van een slapend kind van nauwelijks een jaar, dat nog geen vrees kende. Zacht kuste ze haar schat, even stilstaand, terwijl de tranen haar uit de oogen liepen ; dan zette ze haar rusteloozen tocht weer voort, al maar het dek op en neer .... Eindelijk hield ik haar staande, sprak haar aan. Eerst staarde ze wezenloos naar me. barstte dan uit: ,,’t is het eenige wat ik heb, mevrouw 1 alles wat ik op de wereld bezit ! Als we straks op een mijn stooten, als een duikboot ons aanvalt .... Mijn God, mijn God !” Ik begreep haar niet. Zacht drong ik haar de trap af, en even later zaten we samen in de salon, stond het kindje trappelend op haar schoot, haar met de kleine knuistjes in ’t gezicht grijpend, schaterend van pret..........,Maar u hebt uw kind bij u," argumenteerde ik. ,,Wat kunt u méér verlangen ? Denk eens aan mij : mijn arme meisje ligt zwaar ziek, vreemde handen verzorgen ’t — wat, als ze vanavond hoort dat moeder nooit meer thuis komt?” Met bei haar handen drukte ze haar jongen tegen zich aan, in een plotselingen, heftigen greep ; „ja, ja,” zei ze, „gelukKig heb ik je bij me — als het moet, verdrinken, we samen . . . .” Gedurende de verdere reis zaten we rustig naast elkaar op het dek, pratend, en niets kon ons meer verschrikken, ook de vallende avond niet, toen signalen en commando’s in menigte van de brug klonken, en de boot, voorzichtig, haar vaart verminderde. Witter dan de sneeuw zal het zijn .... / De leerlingen der Moederschool met haar kostbare leermiddelen. Ik vertelde haar van mijr reis, vertelde haar dat ik door werken in mijn eigen onderhoud moest voorzien, op verzoek van een combinatie van doctoren en filantropen naar Worcestershire was geweest om de „Nursery School” van Miss Margesson te zien, en, thuis gekomen, een plan wilde Baby weet wel dat de spons in dit kinder-paradijs antiseptisch is. uitwerken tot stichting van een dergelijke school in ons land. Mijn nieuwe vriendin luisterde aandachtig en vergat haar angsten. Wat ik gezien had was een kinder-paradijs. Miss Margesson heeft te Barnt Green, in Worcestershire, haar school voor moederlijke kennis in de eerste plaats gesticht om, door het aangeven van wetenschappelijke grondslagen voor het grootbrengen van kinderen, de kindersterfte binnen de nauwste grenzen terug te brengen. Maar natuurlijkerwijze is haar stichting er vooral een van practijk geworden ; de theoretische cursus, die drie maanden duurt en op een diploma kan uitloopen, mag den leerlingen een schat van nuttige gegevens leeren wat betreft hygiëne, voeding, verzorging — de practische omgang met de kinderen zet de kroon op het werk. Om te beginnen leert de aspirant-moeder te Barnt Green voor zichzelf zorgen. Op de plaatjes zien we hoe smetteloos rein ze haar eenvoudige en toch een weinig kokette kleeding houdt; zonder zorgvuldig ontsmette handen wordt geen der kinderen aangeraakt. Aan het dagelijksch bad van baby word de grootste zorg besteed; ieder kleintje heeft een eigen kuip, spons, zeep en zeepbak, die alleen voor hemzelf gebruikt mogen worden. In de „provisiekamer” of melkkeuken wordt het voedsel nauwgezet op temperatuur gehouden, en het spreekt wel vanzelf dat het volgens de strengste eischen der hygiëne bereid is; bij de samenstelling er van wordt natuurlijk ook rekening gehouden met de persoonlijke eischen van ieder kind wat betreft leeftijd en gezondheidstoestand. Maar dit alles, de theoretische zijde van het opvoedingsvraagstuk, is, hoe nuttig ook, voor mij niet het mooiste wat er in Miss Margesson’s stichting te leeren valt. Met een verzameling goede boeken gewapend kan ieder zich de wetenschappelijke détails van de kwestie wel eigen maken. Alleen de practi* sche omgang met kinderen echter brengt die schoone moederlijke instincten naar voren» welke in iedere vrouw verborgen aanwezig zijn. Het is niet voldoende dat zuigflesch nummer zooveel het juiste percent melksuiker bevat en tot het gewenschte aantal graden verhit werd — want „beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.” Ook het kleinste kind kan niet van voedsel alleer leven; onbewust verlangt het naar de stem en de hand, zacht en liefkoozend, van moeder. Wanneer twee hetzelfde doen, is xSgfp' «y het resultaat nog niet hetzelfde ; " > of denkt ge dat vader de jongste zoo zacht en warm in de wieg kan I leggen en toestoppen als moeder dat doet ? I I k stond met tranen in de oogen toe te kijken, toen de fotografie gemaakt werd, die ik den lezers hier mag aanbieden, en waarop ge de aanstaande moeders zien kunt met haar troetelkinderen in de armen. Hoe straalde, als verheerlijkt, de gelukkige gezichten dier jonge vrouwen, van wie ieder zich haar hooge roeping bewust was! Ook Miss Margesson’s oogen weerspiegelden de heerlijkheid die hier geboden werd, en op eens zei ze fluisterend tot me: „ach, ziet u, mevrouw, het is niet zoo erg ongetrouwd te zijn ; maar geen kinderen te hebben — dat is erg !” De kust was in ’t gezicht gekomen, de landingsbruggen werden gelegd, we hadden, al pratend, aan geen mijnen of torpedo’s gedacht, mijn reisvriendin en ik. Alleen aan onze kinderen dachten we, aan onze taak om het toekomstig geslacht groot en sterk te maken. Wel huiverden we even toen we de militaire wacht aan de haven passeerden, huiverden bij het denkbeeld hoevele moeders hun kinderen grootbrengen om ze misschien aan dat afschuwlijk monster, den oorlog, te moeten afstaan .... Haar jongen dicht tegen zich aangedrukt, dankbaar dat het gevaar voorbij was, haastte mijn onbekende reisgenoote zich naar den trein, verdween tusschen de dichte menschen massa. Nog dienzelfden avond was ik bij mijn zieke meisje, dat me met een kreet van vreugde in de armen sloot. Dagenlang zou ik nog worstelen met den dood, die me het beste wat ik bezit, ontnemen wilde — maar ik was de sterkste. Een school voor het moederschap — zoo is voor ons moeders het leven, dat ons geen harde lessen spaart. JOHANNA TERSTRAAT. Baby’s smetteloos ontbijt.
PDF
Nummer
1915, nr.20, 10 mrt. 1915
Blad
11
Tekst
155 PANORAMA CONSTANTINOPEL EN DE DARDANELLEN DE INGANG NAAR DE DARDANELLEN. De forten van Sed-el-Bahr (zie het kaartje in ons vorig nummer), die zooals uit de berichten gebleken is, totaal vernield zijn. j\Jet als een reiziger, die in den nachttrein zittend, ondanks geschok van de wagens en gedreun der wielen in slaap gesukkeld is. toch plotseling wakker wordt bij een krachtigen stoot, is het ons gegaan, toen wij na weken van al maar dezelfde berichten van beide fronten onverwachtsde krachtige actie bij de Dardanellen onder de telegrammen zagen opgenomen. Dat was tenminste weer eens iets nieuws. En onwillekeurig werd onze aandacht gespannen. Zal het den Geallieerden lukken den doortocht tot aan Constantinopel te forceeren? Dat wordt de question brülante. die onze belangstelling wakker houdt. Deze en meerdere vragen hielden ons direct bezig en vulden de kolommen der couranten, die met begrijpelijke gretigheid dit nieuwe onderwerp bespraken. 't Is geen kleine onderneming, dat zal men moeten erkennen, maar het einddoel, dat voor oogen gesteld wordt, is waarlijk de peine wel waard. * * * Constantinopel, het Istamboel der Turken, het Zarigrad der Slaven, het Byzantium der Romeinen, dankt zijn naam aan Keizer Constantinus. Heerlijk gelegen aan den Bosporus, door een natuurlijke haven bevoorrecht, op de heuvelen langs de kust gebouwd, biedt de stad. zoo PANORAMA VAN CONSTANTINOPEL, als onze foto’s trouwens wel doen zien, een heerlijken aanblik. Constantinopel is rijk aan groote moskeeën, waaronder de aloude Sophiakerk, de Aya Sophia, niet de geringste plaats inneemt. Eertijds een Christelijke kerk, in de zesde eeuw door KeizerJustianus gebouwd, werd zij na de verovering van Constantinopel door de Turken als Mahomedaansch Bedehuis ingericht. Vele sagen doen omtrent die kehsde rondte. Constantinopel met zijn voorsteden, Pera aan de overzijde van den Bosporus, waar de vreemde gezanten verblijf houden. Galata het middelpunt van den handel, is inwendig lang niet zoo fraai als het zich uitwendig laat aanzien. En ofschoon er in den laatsten tijd eenige verbetering intrad, de stad der dolende honden is nog steeds niet de stad der grootste reinheid. ♦ * * Sedert 1453 was en bleef Constantinopel de hoofdstad van het Turksche rijk. En al drongen de Bulgaren in den eersten Balkanoorlog tot betrekkelijk dicht bij de stad door, de zoo begeerde verovering werd niet bereikt. Zal het nu van de zeezijde uit gelukken ? * ♦ ♦ De weg erheen is lang evenals die naar Tipperary en bovendien met„voetangelsen klem» men”, in den vorm van sterke forten en goedbewapende batterijen, als bezaaid. DE INGANG VAN DEN „GOUDEN HOORN’ TE CONSTANTINOPEL. IN DE HAVEN VAN CONSTANTINOPEL.
PDF
Nummer
1915, nr.20, 10 mrt. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 156. DE GEALLIEERDEN EN DE OORLOG MINISTER LLOVD GEORGES IN WALES. Op de schouders van den Engelschen Minister van Financiën. Lloyd Georges, rust een zware taak. Het financieeren is in dezen oorlogstijd werkelijk geen kleinigheid. En uit het feit, dat deze staatsman ondanks de geweldige beslommeringen, die hem bezig houden, toch nog tijd vond om een tocht naar Wales te maken, mag men wel afleiden, dat het om een belangrijk werk ging. Zijn toespraak in Bangor, op Zondag gehouden (wat op zich zelf iets heel bijzonders is in het, den Zondag hooghoudend, Wales), ging tegen diegenen onder het Engelsche volk, die blijkbaar nog geen juist begrip hebben van de groote belangen, welke voor het eilandenrijk aan dezen oorlog verbonden zijn. Dat de werkstaking aan de Clyde spoedig eindigde mag een gevolg van Lloyd Georges* toespraak worden genoemd. De foto links geeft den minister op de wandeling na het houden van zijn speech; de foto rechts geeft een overzicht over de inspectie van de troepen, die Lloyd Georges bijwoonde. EEN ZEPPELIN BOVEN CALAIS. De vorige week heeft een Zeppelin wederom een bezoek gebracht aan Calais en daar eenige bommenlaten vallen. Onze foto laat de verwoesting zien die in de Rue Dognin was aangericht. EEN OBSERVATIEPOST. Fransche en Engelsche soldaten hebben een windmolen in Noord-Frankrijk tot observatiepost uitgekozen. DE SLECHTE WEGEN IN VLAANDEREN. De stand van het kanon op bovenstaande foto illustreert voldoende den toestand der wegen achter het front en welke moeilijkheden er aan het transport der kanonnen verbonden zijn. EEN WERKTUIG UIT DE OUDHEID. Fransche soldaten maken meermalen gebruik van een z.g. katapult om manifesten enz. in de vijandelijke loopgraven te schieten. HET RECRUTEERÊN IN ENGELAND. Bij alle festiviteiten in Engeland wordt er getracht zooveel mogelijk soldaten te winnen. Op onze foto ziet men een groep Schotsche muzikanten door de straten van Dalkeith trekken, waar een kermis gehouden wordt. Tusschen het publiek bewegen zich de soldatenwervers, die de mannen bewegen op de lijsten te teekenen. HET SPOOR VAN EEN TORPEDO. Meermalen reeds hebben passagiers van schepen, op welke torpedo’s werden afgeschoten, (o.a, de „Laertes’’), melding gemaakt van het spoor, dat een door een onderzeeër afgeschoten • torpedo achterlaat. Op bovenstaande foto ziet men zulk een spoor.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1416 tot 1420 van 11897