Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1411 tot 1415 van 11897
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
03
Tekst
147 PANORAMA De Engelschen aan de Dardanellen en in de Koloniën DE STRIJD IN EGYPTE. De berichten die ons vanuit Egypte bereiken zijn zeer schaarsch, doch wel valt er uit op te maken, dat er in de laatste dagen slechts kleine schermutselingen worden geleverd. Voor zoover ook weer uit de bovenstaande foto’s blijkt, heeft de Engelsche regeering wel groote maatregelen genomen om een aanval van de Turken te weerstaan. De foto links geeft het brengen van voedsel in ijzeren potten naar de mannen in de loopgraven; de foto rechts: het vervaardigen van loopgraven in de buurt van Alexandrië. ihbkoseh- Gojj vgn SAROS kjUfMtw KOUM KALEN \ ScPPUl ---- ---- --------------- ' '---- -——^Batterijen EU R OPA MArro5jS-^~> ----- - ------------- TCHAM-BQltiHoU < d3r de PARDANfl i FN T ------- --------------- Barbiers Baai / chanak J*$\Abydos Baai ----- —------------------—MydosFr AZIATISCHE KUST HET FORCEEREN VAN DE DARDANELLEN. Een nieuw gezichtspunt in den reuzenoorlog is geopend, doordat een Engelsch en Fransch eskader erin geslaagd is, enkele van de Dardanellen-forten tot zwijgen te brengen en troepen te landen Mocht het den Geallieerden gelukken de verbinding met Rusland door de Zwarte Zee te herstellen, dan beteekent dit ongetwijfeld een groote verandering op het oorlogstooneel. DE VERDEDIGING VAN EEN BLOKHUIS. Een Engelsch blokhuis in Britsch Oost-Afrika, evenals versterkte punten in Europa, door prikkeldraad omgeven. DE STRIJD IN BRITSCH OOST-AFRIKA. Ook daar speelt een stukje van den geweldigen wereldkrijg. Versterkingen zijn en worden ook daar aangebracht en de inboorlingen helpen druk daaraan mede. Op onze foto links ziet men hoe door blanken en zwarten gezamenlijk een kanon in stelling wordt gebracht. De foto rechts geeft de Engelschen in een hinderlaag.
PDF
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 148 DE DUITSCH-OOSTENRIJKSCHE STRIJDMACHTEN KONINKLIJK BEZOEK. Koning Ludwig van Beieren bij een bezoek aan de artillerie-vuurlinie, in gesprek met een artillerist. IN DE KARPATHEN. Een afdeeiing Oostenrijksche troepen gekampeerd op een bergplateau. AARDAPPEL-TENTOONSTELLING. In Berlijn is een aardappel-tentoonstelling geopend, waar 21 soorten aardappelen ge­ ëxposeerd worden, die in Duitschland verbouwd kunnen worden. DE VERSTERKING VAN BELGIË. Blijkbaar worden er in België nog steeds nieuwe versterkingen aangelegd. Op onze foto ziet men de mannen, die bezig waren met het maken van loopgraven, hun middagmaal gebruiken. DE MEELVOORRADEN. In Berlijn is nu een centrale opgericht, waaruit alle bakkers hun meel moeten betrekken. DE GENEZING OER GEWONDEN. Duitsche soldaten worden op de plaatsen waar zij gewond waren, gemasseerd, geëlectriseerd enz., om de stijfgeworden ledematen weer lenig te maken. LOOPGRAVEN MET TW E E VE R Dl E PI N GE N. De loopgraven die nu aan het Oostelijke front opgeworpen worden, bestaan voor een groot gedeelte uit twee verdiepingen. DE TERUGTOCHT DER RUSSEN. Bij den buit, dien de Duitschers op de Russen in Oost-Pruisen behaald hebben, bevond zich ook een trein, die volgeladen was met meubels enz. van de bewoners van Oost-Pruisen.
PDF
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
05
Tekst
149 PANORAMA VAN HET FRONT DER GEALLIEERDEN DE AANVOER VAN LEVENSMIDDELEN. Verwonderlijk in dezen oorlog is, hoe geregeld de troepen van voedsel en ammunitie worden voorzien. Voor een groot gedeelte moet dit ongetwijfeld worden toegeschreven aan het gebruik van auto-treinen, zooals men er hierboven een ziet afgebeeld. MET VERLOF NAAR HUIS. De stoombooten die tusschen Boulogne en de Engelsche kust varen, vervoeren geregeld een groot aantal Engelsche militairen, die met verlof gaan of ervan terugkeeren. Op onze foto ziet men de aankomst van een boot te Boulogne. Verschillende Tommie’s staan gereed om hun uitstapje te maken. Oorlogs-Kroniek. 1 Febr. Aan het Westel. front blijven de Duitschers bij La Bassée een groote activiteit ontwikkelen. Zware kanonnen zijn door hen in stelling gebracht. De toestand is echter nog ongewijzigd. — Aan het Oostelijke front: aan de Oost-Pruisische grens viel niets bijzonders voor. Ten Noorden van de Weichsel, in de streek ten Zuidwesten van Mlawa, zijn de Russen uit eenige plaatsen, die zij een dag te voren voor het Duitsche front bezet hadden, verdreven. In Polen wonnen de Duitschers ten Zuiden van de Weichsel verder terrein. Ten Zuiden van de Pilitza hernieuwden zij hun aanvallen. 2 Febr. Van het Westelijke front: De Duitschers ontwikkelden groote activiteit in de streek van Fontaine Madame en het bosch La Grurie in de Argonne. Een Duitsche aanval in de richting van Bagatelle werd afgewezen. In de Vogeezen en den Elzas werden geen gevechten geleverd, door de groote massa gevallen sneeuw. — Van het Oostelijke front: aan het front tusschen de dorpen Makof en Dyblin werden de Duitschers teruggeworpen op de linie der dorpen Welize en Nasignewo, ten Noord-westen van Wloclawek. Aanvallen der Russen op andere deelen van het front werden afgeslagen. De gevechten in de Karpathen duren met groote heftigheid voort. De Oosten rijkers hebben hier belangrijke versterkingen geconcentreerd. — In den Kaukasus heeft over het geheele front geen enkel gevecht van beteekenis plaats gehad. 3 Febr. Van het Westelijke front: In België toonde de Duitsche zware artillerie zich in het bijzonder actief op het front der Belgische troepen en vooral tegen verschillende steunpunten, waarvan de Belgen zich sedert eenigen tijd hebben meester gemaakt. In de streek van de Yser, rondom Yperen was het kanonvuur zeer hevig. Gedeelten van een Duitsch regiment deden een aanval op de Engelschen bij VELDLAZARETTEN ONDER DEN GROND. Ook de Roode-Kruis lazaretten achter de vechtlinies worden nu in den grond ingearaven, waardoor het mogelijk is de gewonden rustig een voorloopig verband aan te leggen. Quinchy en wierpen hen eerst terug, maar na een reeks tegenaanvallen hernamen de Engelschen het verloren terrein. — Aan het Oostelijke front: aan de Oost-Pruisische grens hebben géén belangrijke gebeurtenissen plaats gehad. In Polen, ten Noorden van de Weichsel, hadden in de streek van Lipno en Sierpo botsingen met de Duitsche en Russische cavalerie plaats. Ten Zuiden van de Weichsel winnen de Duitsche aanvallen verder terrein. 4 Febr. Aan het Westelijke front: Op het front tusschen de Noordzee en Reims vonden slechts artilleriegevechten plaats. De hernieuwde aanvallen der Franschen bij Perthes werden onder verliezen afgeslagen. Ten Noorden en Noordwesten van Massiges (Noordwestelijk van St. Menehould) ondernamen de Duitsche troepen gisteren een aanval, braken in stormloop door drie achter elkander gelegen loopgravenlinies heen en nestelden zich in de hoofdstelling der Franschen over een breedte van 2 K.M. Alle tegenaanvallen der Franschen, die ook des nachts werden voortgezet, werden afgeslagen. De Duitschers namen 7 officieren en 601 man gevangen en veroverden 9 machinegeweren, 9 kanonnen van klein kaliber en materiaal. — Aan het Oostelijke front is de toestand ondanks hevige aanvallen van beide partijen, niet veranderd. In de Karpathen strijden de Duitsche troepen schouder aan schouder met de Oostenrij kschHongaarsche legers. Ook daar is de toestand ongewijzigd. 5 Febr. Aan het Westelijke front: Aan het front tusschen de Noordzee en Reims vonden slechts artillerie-gevechten plaats. De aanval der Duitscheis bij Notre Dame de Lorette en het bombardement van den weg Atrecht-Béthune werden door de Franschen verhinderd. ‘— Aan het Oostelijke front hadden slechts weinig beteekenende acties plaats. Over het algemeen is de toestand niet of zeer weinig veranderd. De Russen hebben Voliachidlowska bezet. DE „ANTWERPSCHE DUIVEL” HERSTELLENDE. Hierboven het portret van twee Belgische aviateurs, die zich aan het front zeer verdienstelijk gemaakt hebben en thans in een Fransch hospitaal worden verpleegd. In bed is de bekende aviateur Jan Olieslagers bijgenaamd „de Antwerpsche Duiver’; naast hem Jules Tyck. IN HET KAMP DER AUSTRALIËRS. Het meel dat benoodigd is voor het brood der Australiërs in Egypte, wordt door de Egyptenaren met de hand tusschen twee steenen gemalen, een methode die zeker zoo oud is als Egypte zelf.
PDF
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 150 HET VERBORGEN KOPER TE ROTTERDAM. In ons vorig nummer plaatsten wij een foto van de Rijnaak „Hanna", waarin het koper verborgen was. Na veel moeite gelukte het ons nu ook van de autoriteiten toestemming te krijgen in het schip te fotoarafeeren terwijl de politie en de douane met het onderzoek bezig waren. Op onze foto ziet men hoe het koper onder den nu weggebroken vloer verborgen was. BLOEMENTENTOONSTELLING IN „KRASNAPOL5KY". In „Krasnapolsky” te Amsterdam is wederom een schitterende bloemententoonstelling ingericht. Onze foto geeft een groep tulpenboomen, waarvan de bloemen op het opengaan staan Onderaan een groep azalea’s. ’N JEUGDHERINNERING DOOR P. VAN DER LELIE endrik Hageman had een langen baard en een jonge, aardige vrouw. Zijn baard was kastanje-bruin, imponeerend en ... . had veel meegemaakt; zijn vrouw — Bertha heette ze — was blond, brutaalblond, was zeer onervaren en hield zeer veel van den baard van haar man. Ze waren sinds zeven maanden getrouwd, en nog altijd vond Hendrik zijn vrouwtje blond en zij zijn baard mooi en manlijk. Maar de baard had veel meegemaakt, en zooals vanzelf spreekt, wat de baard ondervonden had, was door Hendrik Hageman óók ondervonden, en alles wat Hendrik ondervonden had, was door hem, iedere gebeurtenis opzichzelf, vastgelegd in een novelle en in een of ander tijdschrift wereldkundig gemaakt. En hij had veel, veel meegemaakt, want 33 novellen waren door hem geschreven, alle 33 op die eigenaardige Fransche manier, fijn, kort en piquant. Bij de 34ste novelle echter scheen zijn talent voor het korte genre hem in den steek te laten, want de vroolijke geschiedenis — op slechts enkele pagina’s berekend — eindigde met een huwelijk, en eindigde dus in werkelijkheid niet dan met zijn dood. Maar aan zoo’n tragisch einde — nu in werkelijkheid het einde — dacht Hendrik vooreerst niet. Wie zou het hem kwalijk nemen ? Het afscheid nemen van een zoo aardig vrouwtje als Bertha is te tragisch, om daar, als je zeven maanden getrouwd bent, reeds aan te denken. Ten minste in den regel doe je dat niet. Maar Bertha was nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar de 33 in tijdschriften uitgegeven novellen. En wat is natuurlijker dan dat zij zich interesseerde voor haar 33 collega’s, die door de tijdschriften, waarin zij ,,verschenen” waren, beroemd waren geworden? Maar Hendrik had nog tot voor korten tijd steeds zorgvuldig zijn handschriften voor haar verborgen gehouden, en al haar nasporingen om de 33 novellen in handen te krijgen waren vergeefsch geweest. Totdat hij op een avond zijn handschriften bij elkaar had gepakt, ermede naar beneden was gegaan, en begonnen was zijn vrouw aan haar 33 collega’s — natuurlijk een voor een — voor te stellen. Maar ook nu gaf hij zijn novellen niet uit handen, maar hij las ze haar voor als zij samen, in het halfdonker van de schemerlamp, zaten thee te drinken en nog wel zeer voorzichtig, nooit meer dan een tegelijk en hoogstens twee of drie minuten achtereen. De gezellige avondjes, waarop de voorlezing plaats had, hadden voor Bertha een eigenaardige bekoring. Zelfs de moeite, die het haar kostte, om de ijverzucht, die haar soms bij een al te levendige schildering overviel, te onderdrukken, vervulde haar met een zekeren trots en hoogmoed. En steeds klom haar aandacht bij het einde van een novelle zoodanig, dat het handwerkje, dat zij bij het begin in haar hand gehouden had, haar ontglipte en haar fijne, blonde kopje zich vol kinderlijke nieuwsgierigheid en heimelijk leedvermaak, dat ook déze hem niet had kunnen voldoen, vooroverboog en haar blauwe sprookjesoogen ingespannen voor zich heenzagen, zoodat zij dikwijls, als het einde reeds daar was, nog peinzens-stille zat.... Zulk een avond was het ook nu. Het jonge vrouwtje had zich, evenals voor ieder van die voorlezingen, ook voor deze op z’n voordeeligst gekleed en men kon het haar oogen aanzien, dat zij den novellist in de gelegenheid wilde stellen zijn vergelijkingen te maken, zooals zij zelf dat ook dikwijls deed. Hendrik wachtte nog slechts om te beginnen totdat het theewater behaaglijk raasde, Betha haar handwerkje ter hand genomen had, waaraan zij zich voorgenomen had haar oogen te bederven, en totdat de pendule tien slagen sloeg. Hij schikte zich toen wat in zijn fauteuil, smakte een UIT SPANJE. Een hoogst eigenaardige foto. Een vogelvluchtfoto van de arena van Madrid, genomen vanuit een vliegmachine. paar maal oneindig melancholisch met zijn tong en begon toen zijn geschiedenis uit droomverloren jeugd. „De Blonde haarvlecht.” „Zoo,” zei Bertha, was dus ook blond ? — zóóals ik ?” „Neen,” zei hij droevig. „Zij was blonder —ach, zij was mijn eerste liefde.” „In de 14e novelle?” „Dat is het juist. Vóór haar had ik reeds menigmaal liefgehad, maar zij was mijn eerste liefde." „O,” zei Bertha verstandig. „Ja!” knikte hij. „Jazeker. — Zij is een ommekeer in mijn leven geweest. Wat vóór haar kwam, was treurig en grauw als een winterdag; wat nè haar kwam, was opgewonden en vroolijk als een avond in een variété. Zij echter was een zonnestraal, een verloren geluk uit mijn jeugd, zij was misschien het eenige waardige wezen, dat ik vóór jou heb liefgehad.” „Zeer vereerd,” zei het jonge vrouwtje. „En wanneer ik nog heden aan haar terugdenk, komt zij mij voor als een droom, als een droom over blond haar. De novellen vóór haar waren alle treurig, na haar alle vroolijk, maar zij was een droom.” Hendrik wond zich op. „Een beetje kalmer, alsjeblieft,” zei Bertha plagend. En Hendrik begon voor de tweede maal: „De blonde haarvlecht.” — „Drie dagen zijn voorbij sinds deze verschrikkelijke gebeurtenis. Nog trilt iedere zenuw van mijn lichaam bij de gedachte er aan. Maar ik wil mijn herinnering een gestalte geven en bewaren als een dierbaar en lief bezit. Ik wil doen zooals men met bloemen doet, die men uit vriendenhand ontvangen heeft: wanneer ze verwelken gaan en niet meer geuren, legt men ze in vloeipapier en droogt ze. — Ik wil vertellen. Helma is bij mij gekomen. Zij was nooit knapper dan op het oogenblik dat zij de deur achter zich sloot en de kamer binnentrad. Haar gezicht drukte vrees uit en haar oogen vreugde. Zij zeide, dat zij slechts gekomen was om mij te zeggen, dat ze wegging. Een kwartier later zaten wij in de serre met open deuren en blikten in de verte waar de ondergaande zon den hemel kleurde en er de wolken als prachtig gekleurde marmerblokken schijnen deed. Zoo zaten wij een poos zwijgend. Plotseling zei zij dat zij zeer gelukkig was. „Houdt je dan van mij ook ?” vroeg ik. „O, neen,” zei ze lachend. Ik keek haar lang en innig aan en bewonderdeT haar prachtig blonden haartooi. Aan den hemel lichtte reeds de eerste avondster. „Ben je mij trouw?” vroeg zij met een lichte siddering in haar stem. Als antwoord drukte ik haar een kus op de kersroode lippen. Zij scheen tevredert met dit antwoord. Maar na een poos vroeg zij mij : „En zal je altijd van mij houden ?” Wat moest ik daar op antwoorden ? Ik hield misschien juist daarom zoo veel van haar, omdat ik wist dat wij nooit vereenigd konden worden, omdat een oude familie-veete ons voor altijd den kans benemen zou. „Ik zal van je houden, zoolang je haren blond en je oogen blauw zijn !” Zij lachte, een weinig zenuwachtig over deze zonderlinge bepaling. Toen wendde zij zich half af en keek met haar groote, blauwe droom-oogen in den donkeren avondhemel. Ik echter keek even naar haar prachtig blond haar, dat TEGEN OEN REGEN. De chauffeurs van den militairen auto-dienst te Tilburg ontvingen de vorige week oliejassen en zuidwesters. CHINEESCHE CERAMIEK. De vorige week werd de 3e Tentoonstelling van Chineesche Ceramiek in de Kunstzalen gebouw Roos & Co. te Amsterdam bezocht door een aantal leerlingen van de Kunstnijverheidsschool te Haarlem. De heer Vecht, de verzamelaar van de collectie, hield een causerie over de techniek en de historie.
PDF
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
07
Tekst
151 PANORAMA OEN HAAG IN STAAT VAN VERDEDIGING Van de omstandigheid, dat op den hoek van de Prinsessegracht en Korte Voorhout te ’s-Gravenhage een huis wordt afgebroken, waarvoor een nieuwe schouwburg in de plaats zal komen, hebben de militairen gebruik gemaakt, om een bijzondere oefening te houden. De foto links geeft het huis zooals het in staat van verdediging was gebracht, de foto rechts biedt een kijkje hoe het er op de binnenplaats uitzag. sterk geparfumeerd was. Ik staarde en staarde, en langzaam, zonder wille, boog ik mij naar haar over en drukte een kus in haar zijdeachtig haar. Toen sprong ze op. „Je zult mij niet in mijn haar kussen”, zei ze, rood van Kwaadheid, en stampte met haar kleinen voet op den grond. „Dat heb ik je verboden en dat wil ik niet.” •Ook ikzelf zag plotseling het onvergeeflijke van mijn misslag in. Het was waar, ze had het mij verboden. Ik stamelde eenige onbeduidende woorden. „Je hebt mijn haar geheel in de war gemaakt — ja zeker.” „Maar Helma, laat zien, ik zal alles weer goed maken; ga mee, dan zal ik licht aansteken en dan kun je het weer in orde brengen.” • „Waar is een spiegel ?” vroeg zij op bevelenden toon. „Hier naast; ik zal je bijlichten!” Ik nam een kaars en lichtte haar daarmede bij. Zij nam ze echter uit mijn hand. „Wat,” riep ik in grappige vertwijfeling, „ben ik niet eens meer waard je te mogen helpen ?” „Neen, zeker niet! Je wacht hier voor de deur tot ik klaar ben, begrijpt u, mijnheer?” Zij sloeg de deur toe. Wat te beginnen ? Ik stak een sigaret op, ging voor het raam staan en dacht na. Nog nooit in mijn leven had ik mij zoo zonderling te moede gevoeld als thans. Ik hield veel van haar. Zij was knap en het mooiste aan haar was zeker heur haar, dat zich als een gouden golf om haar hoofd slingerde. Ik kende haar reeds van uit mijn jeugd en altijd was zij, ofschoon dikwijls andere „zonnestralen” in mijn leven gekomen waren, de eenige geweest, die mij voortdurend had weten te boeien en betooverd had. En nu, wat was zij boos .... Een luide schreeuw uit de kamer naast mij drong in de stilte tot mij door. Ik sprong naar de deur, rukte ze open. Daar stond Helma, met opgeheven armen en brandende haren. Haar haar stond in brand. Ik snelde op haar toe, drukte haar op de rustbank en sloeg een kleed om haar heen. Zij wierp alles weder van zich af en sprong op. De vlam was gedoofd. Op haar hoofd waren slechts enkele haren geschroeid, rnaar haar keurige vlecht was verbrand, en half verzengde strengen hingen over haar schouders heen. Haar eerste beweging was de kaars te grijpen en naar den spiegel te gaan. Maar haar hand beefde. „Steek de lamp aan,” beval ze. Met trillende vingers stak ik de lamp aan en trad naast haar voor den spiegel. Zij bekeek zich links en rechts en zonk plotseling in een zenuwachtig schokschouderen ineen. Wat een scène! Cousaert. Schout van Haarlem en zijn vrouw — Willem Royaards en Mevr. Sablairolles. Ik voelde dat ik haar troosten moest, maar ik wist niet wat h t eerst te zeggen. Ik ging naar haar toe en streek ze over het verbrande haar, dat wel voor eeuwig zijn glans verloren zou hebben. Zij ging mij echter uit den weg. De lucht van haar verbrande haren sloeg mij in het gezicht. En krampachtig snikte zij voort. Ik wist niet wat te beginnen. En ze weende en klaagde al luider. „Ween niet,” zei ik troostend. Maar zij hield niet op. Dat maakte mij mismoedig en driftig. Hoe onverstandig. Alsof door huilen baardhaar zou groeien. „Houdt toch op !” riep ik uit en sloeg op de tafel. „Door huilen wordt de zaak niet ongedaan en je haren zullen wel weer aangroeien 1” Dat scheen haar opnieuw te ergeren. Nog zenuwachtiger en luider werd haar gesnik. Radeloos liep ik op en neer. „Schei toch uit I Je maakt mij gek I” „Schreeuw niet zoo tegen mij. Daar heb je geen recht toe!” riep zij plotseling, en als een furie richtte zij zich op. Daar stond zij tegenover mij. Met haar verbrande haren en rood-geweende oogen, een toonbeeld van ellende. „Ik kan mij waarlijk niet begrijpen, hoe iemand zoo dom kan wezen zijn haren in brand te steken. Dat komt nu anders niet als door je ijdelheid !” „Wat ? je beschimpt mij nog bovendien ?” riep zij woedend uit. „Dat laat ik mij niet doen. Door jou in geen geval!” Als een woedende heks stond zij voor mij. Ik keerde mij om. „Je bent niet wijs,” zei ik kwaad. „Je bederft mijn geheelen avond !” „Omdat ik haast verbrand ben ? Dat is erg aardig van je. Dag mijnheer, ik hoop u nimmer meer te ontmoeten !” Ze ging de gang in, zette haar hoed op en liet den bediende een rijtuig bestellen. Ik liet haar gaan .... Ik wist niet wat te doen. Ik voelde dat er iets liefs en moois uit mijn leven wegging, en toch had ik niet de kracht en dacht ik niet eraan het vast te houden. „DE HEKS VAN HAARLEM" BIJ „HET TOONEEL" Bij „Het Tooneet” is voor enkele dagen de première gegeven van Van Eeden’s „De Heks van Haarlem”. Het stuk geeft den strijd tusschen vaderlandsliefde en vaderliefde. Arent van Byland, schoonzoon van den schout van Haarlem, verdient schatten gelds met de levering van contrabande. Hille Babbe, de Heks, valt het gezin van den schout binnen en vertelt, dat Arent vier schepen met contrabande bij Tessel heeft liggen. In het gemoed van den ouden man ontbrandt een tweestrijd, die eindigt met de overgave van den schoonzoon aan de rakkers van den Prins. Arent’s vrouw wordt gedood. Arent ontvlucht wederom en trekt naar Amerika. (foto’s Berssenbrugge). Het rijtuig kwam voor en rolde weg. Als in een droomstemming liep ik de kamer op en neer. Daar viel mijn oog op een stuk van haar vlecht, dat, half verbrand , op het kleed lag. Langzaam boog ik mij, raapte het op en bekeek het lang en aandachtig. Toen borg ik het zorgvuldig weg in een couvert waarin ik eens een brief van haar ontvangen had. Zorgvuldig heb ik het steeds bewaard, als een herinnering aan een schoonen droom. Haar heb ik nooit meer teruggezien.” Hendrik zweeg. Eindelijk verbrak hij de stilte en zei: „Ja, kind, dat was mijn droom in blond. En dat is mijn schoonste en reinste herinnering. Al het andere gelijkt in mijn gedachten valsch en onecht. Alleen deze glimp van de zon was echt!” Bertha had zich zoo gewend, dat een straal van het lamplicht op haar blonde haren viel. „Zij was dus werkelijk nog blonder dan ik ?” vroeg zij. „O ja, ja”. Plotseling zei ze: „Je moet mij die haren laten zien van haar.” „Jeugdherinneringen zijn heilig,” zei hij melancholisch. „Toe, iaat ze mij nu zien,” vleide zijn vrouw. Hij werd overwonnen. Uit een la nam hij een groen couvertje, haalde er voorzichtig een stuk van een blonde haarvlecht uit. Zijn vrouwtje was van nieuwsgierigheid op haar teenen gaan staan. „Daar,” zeide hij. Hij gaf haar het einde van een haarvlecht, dat met een zwart zijden bandje was tezamengebonden. En Hendrik lachte treurig. Een oude, lieve droom steeg in zijn ziel op ... . Bertha bekeek het einde van de vlecht zorgvuldig. En plotseling barstte zij in een lang en krampachtig lachen uit. Het was hem als sloeg zij hem in het gezicht. „Waarom lach-je ?” vroeg hij geraakt. „Haha, haha 1 over het eind van Helma’s blonde vlecht I” „Nu, .... waarom dan vroeg hij. „Haha,” kwam er proestend uit. „Dat heb je niet gezien! Dat heb je niet gemerkt! Haha ... Het is het bovenste eind van de vlecht.... De vlecht was valsch!” Een nauwkeurig onderzoek maakte uit, dat Bertha gelijk had. Zoo eindigde Hendrik’s schoonste droom. „Hille Babbe” — Jan Musch.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1411 tot 1415 van 11897