Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1406 tot 1410 van 11897
Nummer
1915, nr.18, 3 mrt. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 142 „DE OPVLAMMING", BIJ DE KON. VER. ..HET N EDERLAN DSCH TOONEEL". Mevr. Rika Hopper - Monique Feit, H. Schwab - Van links naar rechts: Mevr. Fie Carelsen - Thérése Denian, Cv. Kerkhoven Jr.- B..de Meunt, Mevrouw Rika Hopper - Monique Feit, Ko van \\ , Laurentius - Maire van Myouse, H. Schwab - Mons. Jussy, KaartJr. -Justin, Ko van Dijk - Pierre _... .Etr < r-v r- ia. Monseigneur Jussy. Feit, Mevr. Rika Hopper - Monique Feit. (foto's Couvêe). Dijk - Lt.-Kol. Pierre relt. Met groot succes wordt door het Nederlandsch Tooneel „De Opvlamming” opgevoerd. Vooral Mevr. Rika Hopper en Ko van Dijk houden met hun prachtig spel het publiek in spanning, dat met alle aandacht de worsteling van Rika Hopper volgt voor het geluk van den man, dien zij in haar groote liefde haat en in zijn ongeluk als een kind beschermt. JANSEN’5 WAARSCHUWING HUMORESKE DOOR Z. et was de laatste dag van mijn vrijgezellenleven. De gelukwenschen van mijn collega’s en bovenal een practisch cadeau in den vorm van een paar bankbiljetten van mijn patroon hadden mij in een vroolijke stemming gebracht. Inbreuk makende op de kantoorregels liet ik eenige flesschen port en een kruikje Bols aanrukken en noodigde iedereen uit de welgemeende gelukwenschen op de gebruikelijke wijze kracht bij te zetten. Na een lange toespraak, die ik gehouden had staande op een der lessenaars, en mijn stem in het algemeen gejuich was verloren gegaan, zag ik opeens achter de lachende gezichten mijner collega’s de verweerde physionomie van den ouden Jansen, onzen kantoorlooper. Hij stond in de deuropening en bekeek ons vroolijke groepje met een uitdrukking van medelijden en teleurstelling op het gelaat. ,,Hé, Jansen 1” riep ik hem toe, denkende dat het lang gezicht, dat hij trok, zijn oorzaak vond in het feit, dat er een flesch „ouwe klare” werd doodgeslagen, zonder dat daarbij zijn krachtige welgemeende hulp werd ingeroepen. ,,Hé Jansen ! kerel, moet jij mij geen geluk wenschen ?” De oude schudde het hoofd en zag mij met een meewarigen blik aan. ,,Ach, meneer,” zei hij, „is het werkelijk waar? Ga je ook al denzelfden weg als de rest ?” „Ja, kerel,” riep ik vroolijk uit, „dat geluk valt mij ook te beurt.” „Geluk?” echode Jansen, terwijl hij een glas ouwe klare aannam en met critischen bliK tegen het licht beschouwde. „Noodlot, m’neer ! Nou, dat je ’t onder de oogen mag zien met den noodigen moed, want dat zul je noodig hebben. En als een wensch van mij je helpen kan. dan hoop ’k dat je je ongeluk geduldig dragen zal.” Een schaterend gelach volgde op deze met allen ernst gesproken woorden en we verdrongen ons allen om den oude, die onderwijl met smaak zijn glaasje leegdronk. „Zoo, Jansen, jij bent ook ai geen goeie huwelijksmakelaar !” zei mijn vriend Burgers, terwijl Jansen zijn ledig glaasje neerzette. „Reden voor, m’neer!” antwoordde Jansen wijsgeerig. „Jij? Ha, ha, ha! Wat weet jij van het huwelijk af? Zoo’n verstokte vrijgezel!” De looper grinnikte voor zich heen en schudde weer met het hoofd. „Nou,” zei hij, „van het huwelijk heb ik geen ondervinding, gelukkig niet! Maar ’t gevaar heeft me op de hielen gezeten. Ik was er net zoo dicht bij als u, en gek hè, ook in dezelfde vroolijke stemming, — driedubbele ezel !” Zonder hem te vragen of dit vleiende epitheton soms ook op mij betrekking hebben kon, schonk ik zijn glas nog eens Tilly Lus als Jantje. vol, terwijl mijn collega’s hem toebrulden : „Vertellen, Jansen ! Vertellen? Nee, niet uitknijpen, houdt hem vast, jongens!” Jansen die een vergeefsche poging gedaan had om te verdwijnen, maar door verschillende ijverige handen in een bureaustoel was geduwd, schikte zich in zijn lot en na bedachtzaam en met smaak zijn tweede glaasje te hebben leeggedronken, begon hij: „Wel heeren, je mot dan weten, dat zat ’m zoo : ’t ging me in mijn jongen tijd niet voor den wind en daarom heb ik er nooit over gedacht naar een vrouw uit te kijken. Toen ik wat ouder werd, begon ik er eens over na te denken. Het was toch eigenlijk maar beter om een vrouw te zoeken, dan behoefde je tenminste als je oud werd je beenen niet onder een vreemde tafel te steken. „Nou was er in de straat waar ik woonde een klein boekwinkeltje, waar ik iederen dag een krant kocht. De eigenares van het winkeltje was een weduwe en een knap wijf ook ! „Iederen dag als ik mijn krantje kocht, maakte ze een praatje met me, en iederen dag begon ik er meer over na te denken. Ik was niet heel sterk en dacht aan den naderenden winter. Wat zou ik een kou vatten als ik iederen dag aan die open deur met de weduwe een praatje moest maken. „En dan dacht ik hoe prettig het zou wezen als ik in de kleine huiskamer achter den winkel kon zitten voor een flink vuur een lekkeren pijp rookende en op mijn gemak mijn krantje lezende en tegen den middag een wandeling makende om een flinken eetlust op te doen. „Ik had er nooit over gedacht te trouwen, maar nou liep ik er eiken dag over te prakkezeeren. Iederen morgen zat juffrouw Wiggers, zoo heette ze, achter de toonbank tegen me te lachen en te knikken als ik aankwam, en ’s avonds als ik van kantoor thuis kwam, stuurde ze den loopjongen met een boodschap of ik een kopje koffie bij haar kwam drinken. „Op een avond had ik een bijzonder sentimenteele bui en vertelde ik haar dat ik mijn geheele leven al alleen was geweest en hoe eenzaam ik me gevoelde. Ze beklaagde me en ging toen zelf aan het vertellen van haar huwelijk en hoe slecht haar man voor haar geweest was. Het was laat in den avond toen ik huiswaarts keerde; maar toen dat gebeurde, had juffrouw Wiggers beloofd mijn vrouw te worden. „Van nu af begon ik allerlei plannen voor de toekomst te maken. Ik besteedde een groot deel van mijn spaarduiten aan verschillende cadeaux voor mijn aanstaande en dan een nieuw pak voor mezelven. HEIJERMANS' „UITKOMST” BIJ „DIE H AGH ESPELERS” Van links naar rechts: Mevr. Ranucci Beekman - Sien, Tilly Lus - Jantje, Mevr. v. d. Horst- Van 1. n. r.: A. v. d. Horst - Thys Banes, Mevr. Ranucci Beekman - Sien, Mevr. v. d. Horst - Bel, Bet, Henri v. Ees - Jacob. (foto's Couvée) Anton Roemer, Lammersen - Henri van Ees - Jacob, Tilly Lus - Jantje. Heijermans’ „Uitkomst” (de dramatische uitbeelding van een kinder-koortsdroom) wordt op het oogenblik door Verkade met zeer veel succes opgevoerd. Het behoeft geen betoog dat de realiteit der kruiertjesellende, een ellende, die volkomen wordt, doordat alle rampen, die zulke arme menschen treffen kunnen, over dat ééne gezin komen, een zeer sterken indruk op het publiek maakt.
PDF
Nummer
1915, nr.18, 3 mrt. 1915
Blad
15
Tekst
143 PANORAMA ONZE MILITAIREN Met de mobilisatie werd er te ’s -Gravenhage een Landweer Schaak- en Damclub opgericht, waarbij direct een 40 leden toetraden. Deze week heeft genoemde club een simultaan-séance gehouden met den bekenden heer Te Kolsté als simultaanspeler. (fcto Hipnans). „Binnen een paar maanden zouden we gaan trouwen en ik had daarom mijn kosthuis al opgezegd. Meubelen behoefde ik niet te koopen, want de weduwe zat goed in d’r spulletjes. Het was een aardig klein huisje, waar ze woonde, en ik dacht er met blijdschap aan, dat dit alles spoedig mijn eigendom zou wezen. ,Enfin, de tijd ging zoo ongemerkt snel voorbij en eindelijk reekenden we aan. Ik was bijzonder in m’n knollentuin, lederen dag was ik bij mijn bruid in den winkel, dronk er thee en bleef er ’s middags eten. Ik had al zoo’n idee alsof ik een getrouwd man was. „Maar op een dag had mijn bruid het erg druk in den winkel en zat ik alleen in het achterkamertje mijn pijp te rooken. Er stond in die kamer een soort latafel waar verschillende winkelboeken in lagen. Nou ik toch binnenkort eigenaar van ’t zaakje worden zou, was het niet kwaad eens te zien wat er wel in verdiend werd. Dat viel verbazend mee. Maar terwijl ik daar zoo in die boeken aan ’t snuffelen was, kwam me iets onder de oogen wat ik eerst niet begreep, maar wat me daarna een rilling bezorgde.” De oude man zweeg een oogenblik, de wenkbrauwen hoog opgetrokken keek hij met een afwezigen blik van zijn leeg glas naar de flesch met oude klare. „Wel Jansen, vertel verder,” zei ik. „wat was dat voor vreeselijks dat je ontdekte?” „M’neer”, antwoordde Jansen met een snik in zijn stem. „’t was een lijst — een lijst van werkzaamheden. Eerst dacht ik dat ze voor den loopjongen waren, maar ze waren voor een heel ander persoon. Ik herinner me den inhoud zoo goed hé, alsof ik hem nog voor me zie. De lijst luidde als volgt: 5 uur ; opstaan en vuur aanmaken. 5.30 „ : een kop thee bij me brengen. 6 „ ; in den winkel den vloer aanvegen. 6.30 ,, ; blinden inhalen en den winkel openzetten. 7—8 ; : kranten rondbrengen. 8 „ : brood eten. 8.30 „ ; in den winkel helpen tot één uur. 1 „ : aardappelen schillen. 1.30 „ : In den winkel tot drie uur. 3 ,, : middageten. 3.30 „ ; thee zetten en mij een kopje brengen. 5—7 „ ; kranten rondbrengen. 7.30 „ ; afrekenen. 10 „ : winkel sluiten. N. B. Hierdoor iedere week zes gulden uitgespaard van den loopjongen en bovendien man’s hulp. „Nu heeren, je kunt je zeker mijn toestand wel voorstellen. In plaats van te verbeteren, was ik op ’t punt mijn leven lang in slavernij te gaan. Ik zat er over te denken op welke wijze ik mijn mannelijke waardigheid het best zou kunnen handhaven, maar onderwijl danste de beeltenis van mijn imposante bruid met haar ontzaglijken mond en breede kin mij voor de oogen en maakte me bijna gek. Ik was zoo overstuur dat ik nauwelijks tijd had de boeken weer in de lade te bergen, toen mijn aanstaande de kamer weer binnentrad. „Ze was dien dag erg lief tegen me en had mijn lievelings- • kostje, zuurkool met spek, voor me gereed gemaakt. Het Ds. J. G. BRUINING. Ds. D. v. KREVELEN. De vorige week werd er door twee predikanten een jubileum gevierd. Ds. BRUINING te Middelharnis herdacht het feit. dat hij vóór 40 jaar tot predikant werd benoemd, terwijl Ds. VAN KREVELEN zijn 25-jarige ambtsvervulling als zoodanig te Lichtevoorde herdacht. smaakte me echter niemendal. Ik dacht maar steeds aan die lijst. Ik had het graag afgemaakt, maar dat ging zoo gemakkelijk maar niet. De volgende week zouden we trouwen. In mijn wanhoop besloot ik onmiddellijk te vluchten. „Ik zei mijn kosthuis op en vertrok naar Amsterdam. EEN NI EUWE BRANDSPUIT VOOR OEN HAAG. De nieuwe „Benz-Gaggenau" benzine-motorbrandspuit, die door de Gemeente ’s-Gravenhage is aangekocht en de vorige week beproefd. WATERLEIDING TE EGMOND AAN ZEE. Maandag j.i. had te Egmond aan Zee de opening plaats van de waterleiding. Voor deze badplaats is de moderne watervoorziening een groote aanwinst, die niet alleen gewaardeerd zal worden door de geregelde bezoekers, doch er zeker toe zal bijdragen het aantal badgasten te vermeerderen. Bovenstaande afbeelding stelt voor den gemeenteraad, met adviseur en Directeur der waterleiding op den openingsdag op het terrein der waterleiding met op den achtergrond den sierlijken op een hoog duin staanden watertoren. V. 1. n. r. raadslid G. de Groot, Directeur. J. Blaau boer, adviseur A. J. Lafeber uit Bussum, wethouder G. E. A. van Hall burgemeester C. J. Eyma. wethouder H. Conijn. gemeentesecretaris W. G. Noorman v. d. Dussen. raadsleden R. Gul en A. Zwaan. Ik heb gelukkig sedert niets meer van de weduwe Wiggers gehoord.” Jansen zweeg en dronk naderhand zijn inmiddels weer volgeschonken glaasje leeg. „En daar heb je nou mijn liefdesroman, heeren,” ging onze looper voort. ,,Je begrijpt dat ik voorgoed van mijn trouwlustige bui genezen was. Een ezel stoot zich geen tweemaal aan eenzelfden steen, en daarom heb ik altijd medelijden met jongelui die nog groen genoeg zijn om te denken dat de vrouwen maar uit pure liefhebberij met hen trouwen. Wel zeker! Dat vrouwenvolk is allemaal met één sop overgoten.” Deze onomwonden critiek op het schoone geslacht van onzen ouden kantoorfrik lokte onder ons, erkende bewonderaars ervan, opnieuw een bulderend gelach uit. Jansen echter liet zich niet uit het veld slaan en met zijn blik op mij gericht, riep hij uit, terwijl hij opstond : „Ik geloof niet, dat mijn lotgevallen u zullen afschrikken, meneer ! Och. een mensch ziet zijn ongeluk pas, als hij er in zit. Enfin, ik hoop dat je je ziel in lijdzaamheid mag bezitten.” „Nou, dank je wel, Jansen, voor je welgemeenden wensch,” antwoordde ik vroolijk. „Als ik je raad en voorbeeld niet navolg, komt het omdat ik de lijst nog niet gevonden heb. Overigens ben ik niets bezorgd voor mijn ongeluk.” De oude Jansen zuchtte diep; toen keek hij naar de flesch of er nog oude klare in was en ziende dat hij alle hoop op een laatste hartsversterking moest laten varen, veegde hij zijn mond nog eens met den harigen bovenkant van zijn hand af en liep heen, hoofdschuddend over de roekeloosheid der jeugd of misschien ook over de teleurstelling die hij bij zijn huwelijksplannen ondervonden had. :2J»“"‘>l|jjj||l...................................................Ii|j|||||l"",1!,(j|||||,1n»!i,|||||j||l.„„^ ► OM DER WILLE ' !► VAN EEN VROUW -■ lliuitiililI illii111111 iliilllfili it iiillilllhll i H ii ii illl llhhuiiii iiillHIllllh.iiiifp (SLOT). af dien dag waren de avonden niet eeni zaam meer voor Simon Abbyshaw, en toen de winter kwam, klonken er weer tal van vroolijke stemmen in de gelagkamer van „De Korenschoof”. Vroolijk blonk ’s avonds jic^t door vensters van de gelagkamer en scheen den reizigers, die met de diligence den heuvel kwamen afrijden., aanlokkelijk en uitnoodigend tegen. „Het is naar Nancy, dat ze komen zieiX” zeiden de betweters in het dorp. „Hij deed een verstandigen streek, die Simon Abbyshaw, toen hij Nancy trouwde. Het was een opkomst voor „De Korenschoof”. In één ding bracht de komst van Nancy geen verandering! Simon sprak er nooit over tegen zijn vrouw, het zou haar maar verontrusten, doch iederen nacht als hij‘de herberg sloot, wandelde hij naar het grasperk aan het brugje om zijn ouden vriend te groeten; en als hij soms ’s avonds van het dorp huiswaarts keerde, keek hij altijd op naar de galg, waaraan nog slechts de ledige kettingen hingen, en zei ; ..Goeden nacht, boer Hayes !” Doordat er steeds meer bezoek kwam in de herberg, wei d deze gewoonte van den waard spoedig bekend, en ofschoon niemand er ooit een woord tegen hem over sprak, prees men toch Simon’s aanhankelijkheid aan zijn ouden dooden vriend. * * * De houtblokken lagen hoog opgestapeld onder de groote wijde schouw in de gelagkamer. Het was kouder nog dan den vorigen winter; de wegen waren zoo mogelijk nog harder en het ijs was dikker in den vijver. De wind gierde door den schoorsteen en meermalen gedurende het laatste uur was Nancy Abbyshaw naar buiten gegaan in de duisternis. om te luisteren naar een haar bekenden voetstap. „Is Simon niet thuis?” vroeg er een klant. „Neen, hij is naar de jaarmarkt; maar hij komt IaatI” „Hij zal een pot ale te veel genomen hebben, voordat hij de kou instapte,” zei er een. „Misschien wel twee of drie stoopen te veel,” lachte een ander. „Geen sprake van,” antwoordde Nancy vroolijk, „hij is veel te verzot op zijn eigen ale en op . . . .” „En op zijn wijf,” klonk het in koor. „Neem hem dat ereis kwalijk ! Je gezondheid, vrouw Abbyshaw !” Het hart vo* verlangen naar vrouw en haard, reed Simon op dat oogenblik op zijn vermoeiden klepper huiswaarts. Daar zag hij eindelijk door de kale struiken langs den weg heel in de verte de eerste lichtstralen van zijn woning; hier was hij aan de brug en zag hij de donkere ómtrekken van de galg, welker kettingen knarsten als zij door den wind heen en weer bewogen werden. Simon keerde zich om in het zadel, toen hij de brug passeerde en riep ; „Goeie nacht, boer Hayes!” „Ook goeie nacht, Simon Abbyshaw,” klonk er van af de galg met een diep, hol geluid de stem van den boer, juist zooals hij het honderdmaal gezegd had. als hij vroeger „De Korenschoof” verliet. De deur van de herberg werd opengeworpen en een ijzige wind verdreef de gezellige warmte in de gelagkamer, toen Simon naar binnen wankelde. „Sluit de deur ! De grendels er op ! Laat ’m er niet in.” schreeuwde hij. „Wat is er?” vroegen een dozijn stemmen ontdaan. „Boer Hayes!” Een algemeen gelach barstte los, dat echter onmiddellijk verstomde, toen men den intensen angst zag, die zich op het gelaat van den waard afspiegelde. „Hij is teruggekomen, ik zeg je — teruggekomen, opgestaan van den dood ! Verberg mij — ergens; verberg me toch ! riep hij uit. „Hij moet mij hebben, mij ! Hij zal jou geen leed doen, Nancy ! O verberg me toch !” „Simon. Simon!” gilde zijn vrouw. „Wat is er toch? „Ik zeg, je het is mijn dood als hij mij ziet!” En de waard rukte zijn kleederen los, die hem schenen te benauwen, „’t Is zijn recht, zijn recht is ’t, om terug te komen ! Ach, jullie hebt de deur niet gegrendeld !” Op dat oogenblik werd de deur geopend en trad Jim Lomax de gelagkamer binnen. Hij lachte hartelijk om den poets dien hij den waard gebakken had, door bij de galg zijn groet aan Hayes te beantwoorden. „Vergeef me, Hayes,” smeekte Simon, terwijl hij met uitgestrekte hand naar Lomax toeliep. „Jullie hadden haar allen lief; ik ook ! Ik geloofde hetgeen de matroos vertelde, geloofde dat zij van hem hield en ik volgde hem, toen jij weg was. Hij viel neer bij den eersten slag .... en toen......... en toen werd jij veroordeeld en ik heb niets gezegd, want, ik wist dat jij haar ook liefhadt. En ga nou heen — ga heen ! Ik zal.. . Hij keerde zich om naar zijn vrouw, toen greep hij plotseling naar zijn keel. „Genade !” kreet hij. ,,G e n a de!” Hij rukte aan zijn hals als wilde hij zich bevrijden van de denkbeeldige vingers, die zijn keel omvat hielden. Toen, onder het uitstooten van een rochelend geluid, viel hij voorover op den vloer — dood. Het was een lange geschiedenis die de postiljon aan de reizigers vertelde ; „Boer Hayes hing in deze kettingen, heeren,” zei hij, wijzende naar de galg, terwijl de diligence ratelend over het brugje reed. „En het was Simon Abbyshaw, de waard uit „De Korenschoof”, die den moord beging en zijn vriend de straf liet ondergaan en dat alles om een vrouw!” „En wat is er van haar geworden ?” „Een halve mijl verder staat een huisje, aan de wegzijde geheel gesloten. Als je een knappe vrouw daar aan de deur ziet, met wit haar en een zachten maar verschrikten blik in de oogen, dan is dit vrouw Abbyshaw, vroeger gevierd als Nancy Morton.”
PDF
Nummer
1915, nr.18, 3 mrt. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 14-4 Mr. P. A. BERGSMA + Te Leeuwarden is in den ouderdom van 85 jaar overleden Mr. P. A. BERGSMA, oudsecretaris dier gemeente. De overledene was ridder in de orde van den Ned. Leeuw. Ds. H. VAN DRUTEN te Rijnsburg, herdacht deze week den dag, waarop hij voor 40 jaar tot predikant der Ned. Herv. Gemeente benoemd werd. DE NIEUWE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM. Met ingang van 15 Maart a.s. is benoemd tot burgemeester van de hoofdstad, de heer J. W. C. Tellegen. De heer Tellegen werd den 21sten December 1900 benoemd tot directeur van het gemeentelijk bouw en woningtoezicht. Te voren was hij directeur der gemeentewerken te Arnhem. Hij maakt deel uit van den Raad van Toezicht op de Rijkspostspaarbank. Een werkzaam aandeel heeft hij genomen in de maatregelen ten behoeve van de bouwbedrijven tijdens den oorlogstoestand, alsmede in hetgeen te Amsterdam is gedaan voor de Belgische uitgewekenen. De heer Tellegen behoort tot de vrijzinnig-democratische partij. Hij is 55 jaar oud Dr. J. H. ZAAYER, die onlangs werd benoemd tot hoogleeraar bij de faculteit der geneeskunde aan de Universiteit te Leiden SARAH BERNHARDT, de beroemde Fransche tooneelspeelster, die een ongeval aan de knie heeft gekregen, waardoor haar been ge amputeerd is moeten worden. HET VERBORGEN KOPER TE ROTTERDAM. De rivierpolitie te Rotterdam had een vermoeden gekregen dat er in de Rijnaak,, Hanna”, geladen met phosphaat en met bestemming voor Duitschland, een partij koper verborgen was. Een onderzoek bracht aan het licht dat er in de groote ruimte tusschen de spanten en den vloer een aanzienlijke hoeveelheid koperafval verborgen was, waarbij ook een duizendtal Fransche kogels. Ook in de zich te Krimpen bevindende Rijnaak „Elize” werd een 40 è 50.000 kilo verborgen koper ontdekt. Onze foto geeft de „Hanna”, die onder politietoezicht gesteld is. DE OVERSTROOMING VAN DE TIBER. Nog versch ligt een ieder de vreeselijke aardbeving in Italië in het geheugen en wederom is dit land door een ramp getroffen, wel lang zoo verschrikkelijk niet als de vorige, maar toch wederom voor duizenden guldens schade aanrichtende. Op het eiland St-Bartelomeo steeg het water tot aan de eerste verdieping der huizen. Het gebruik van plantaardige Oliën en Vetten. Uit Delft schrijft men ons : Het is van algemeene bekendheid, dat het gebruik van plantaardige oliën en vetten zich in de laatste jaren over de geheele wereld enorm heeft uitgebreid. Dit komt niet alleen door de steeds toenemende vraag van de zijde der vegetariërs, maar ook, en vooral, omdat de dierlijke vetten sterk in prijs zijn gestegen en hoe langer hoe meer bij het groote publiek het denkbeeld vasten voet heeft gekregen, dat het gebruik van plantaardige oliën en vetten op den duur beter bevalt en de voorkeur verdient boven dat van dierlijke vetten. Indertijd is de fabriek der Delftsche Slaolie begonnen in ons land een propaganda te voeren, ten einde haar uit arachide-noten vervaardigd product een gróotere plaats in de keuken te doen innemen dan men vroeger daaraan toekende. ’ . In verschillende steden heeft genoemde fabriek door haar kok bak- en braadproeven met haar olie laten houden, waardoor de dames gelegenheid hadden zich te overtuigen, dat de huismoeder, die op het bereiden van smakelijke spijzen gesteld is en tevens op haar beurs let, goed doet de Delftsche Slaolie als bak- en b r a a d o 1 i e voor het bereiden van verschillende spijzen te gebruiken. Uit het feit dat de fabrikanten deze propaganda blijven voortzetten, mag men wel afleiden, dat de resultaten, die met de demonstraties bereikt worden, reden tot tevredenheid geven. Er wordt dan ook geen geheim van gemaakt, dat sedert de fabriek met haar bak- en braadproeven begon, de omzet van haar olie in alle streken van ons land reusachtig is gestegen en dat nog dagelijks huismoeders, die eerst niet konden gelooven dat Delftsche Slaolie geschikt was voor het bakken en braden van vele spijzen, dure boter en de eveneens in prijs gestegen vetten voor een goed deel te vervangen, toch óók de proef gaan nemen om later trouwe verbruiksters te worden. Het vooroordeel, dat men in den aanvang had om olie in plaats van, of in combinatie mèt boter of vet te gebruiken, is bij vrijwel alle huismoeders geweken sedert deze door het nemen van proeven in eigen keuken hebben ervaren, dat Delftsche Slaolie eigenlijk niets anders is dan eenhoogst zuiver vet in vloeibaren vorm, met een fijn neutralen smaak. Wie vroeger er niet aan dacht in deze olie visch, vleesch of croquetjes te bakken, of er eiergerechten, aardappelen en pannekoeken, flensjes of andere meelspijzen in gereed te maken, die heeft tegenwoordig een flesch Delftsche Slaolie steeds voor direct gebruik in de keukenkast staan. Eenigen tijd geleden heeft de Delftsche fabriek een tweede product voor keukengebruik in den handel gebracht dat bestemd is voor bakken en braden en dat zich tevens uitstekend leent om er verschillende gerechten mee te stoven. Het is een vet in vasten vorm, dat volkomen zuiver, voedzaam en gemakkelijk verteerbaar is. Aan dit zusterproduct van de Delftsche Slaolie werd de naam Delftsch Plantenvet ,,Delfia” gegeven. Het is ook van plantaardigen oorsprong, doch uit een andere grondstof gemaakt dan de olie. De verpakking is op keurige wijze verzorgd. Zij geschiedt nl. in fraai gedecoreerde bussen van 1en 1j2 Kilogram bruto en in tabletten van J Kilogram netto. De laatste zijn in een zoo NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. smakelijk uitziend carton gewikkeld, dat men eerder gelooft een dikke plak chocolade voor zich te hebben dan een tablet plantenvet. Evenals de Delftsche Slaolie dient ook het Plantenvet ..Delfia” ter vervanging van dierlijke vetten. Men kan er verschillende spijzen mee bakken en braden, en daarnaast wordt dit vet door den kok der fabriek aanbevolen voor het stoven van groenten, het smoren van verschillende vleeschsoorten en restanten van vleesch of visch en het bereiden van gerechten der Indische tafel. Talrijke kisten met bussen en cartons hebben reeds hun weg naar de kruideniers in ons land gevonden, en verwacht wordt, dat ook deze jongste tak der Delftsche fabriek spoedig tot bloei zal komen. Wie dit stukje leest en meer wil weten van de beide bovengenoemde plantaardige producten, neme kennis van den inhoud van het receptenboekje, waarin tal van recepten en wenken voor het gebruik der Delftsche Slaolie voorkomen. Hieraan zijn, als een afzonderlijke bijlage, ook recepten toegevoegd, die betrekking hebben op het gereed maken van spijzen met het Plantenvet ,,Delfia”. Met vermelding van dit blad kan men het receptenboekje met de bijlage schriftelijk aanvragen bij de afdeeling Reclame der 01 iefabrieken Calvé Delft, waarna het onmiddellijk gratis en franco wordt toegezonden. Ten einde misverstand te voorkomen, wordt nog medegedeeld , dat deze recepten niet verkrijgbaai zijn bij de kruideniers, die de producten der fabriek verkoopen, maar alleen en uitsluitend op de demonstraties of bij de fabriek in Delft.
PDF
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
01
Tekst
No. 19 (36a) 5 Maart VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers ff 0.075 UITGAVE A. W. SIJTHOFF’S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, LEIDEN = RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. Generaal-Veldmaarschalk Von Hindenburg. Hierboven de nieuwste opname bij zijn hoofdkwartier van generaal Von Hindenburg (rechts op de foto), die naar aanleiding van het glorierijk verloop van den slag in Masuren, door Keizer Wilhelm benoemd is tot Chef van het 2e Masurische reg. infanterie No. 147.
PDF
Nummer
1915, nr.19, 5 mrt. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 146 YOUR KING 8 COUNTRY NEED YOU TO MAINTAIN THE HONOURandGLORY OF THE BRITISH EMPIRE Feitelijk waren ze alle, groot en klein, waard weergegeven te worden, als typisch reclamewerk, reclame voor de grootste zaak, die de Britten kennen: „the Empire”. * * ♦ Wat verstaan onze Westelijke naburen toch meesterlijk de kunst met weinig woorden te zeggen wat zij willen. Hoe bijzonder karakteristiek is hun onverstoorbare kalmte. Bezie deze platen eens. Hoe weinig zijn er onder, die oorlogspathos geven. De hoofdzaak vormt een kernachtige tekst en een illustratie die er bij past, zoo volkomen, als een illustratie slechts bij een tekst passen kan. En nooit eentonig, aldoor maar weer op een andere wijze, met begrip gekozen, al naar de stadswijk, waarvoor ze dienen, het publiek, waarvoor ze spreken moeten. En altijd volkomen af in de uitvoering. Smakelijke voorbeelden van moderne graphiek. Deze collectie zal een goed plaatsje innemen in onze verzameling oorlogsherinneringen. Want deze verzameling spreekt boekdeelen. Laten wij het rijtje eens volgen. Eerst komen de werkelijk artistieke, waaraan een kunstenaar als Wood zijn gaven gaf. Hoe kranig is die Schot geteekend, die in een Vlaamsch stadje op wacht staat. Het onderschrift in Schotsch dialect: „Een k’jpin stukje papier, houdt Engeland gebonden”. Daarmee zou men het kunnen vertalen. Een korte, bijtende V*genste«’ ing met de bekende uitspraak van den Rijkskanselier. ‘n dan daarbij niet meer dan het: „Uw Koning en land nebben u noodig om de eer en den roem van het Britsche rijk op te houden.” Zoo’n oproep doet het in Schotland en onder de betere klassen; daarvan kan men zeker zijn. Hoe die recruteermg So de tand gewerkt wordt vorige week lazen wij in een Engelsch dagblad dat weder een nieuwe serie reclameplaten door het „Recruitingdepartment” in Londen was uitgegeven, en dat bericht deed ons de stoute schoenen aantrekken. We schreven een briefje aan den officier, die aan het hoofd dezer afdeeling staat en vroegen hem een collectie dezer biljetten te mogen ontvangen, teneinde onzen Panorama-lezers er een keuze uit te geven. Een weekje later, de post gaat bar langzaam in dezen oorlogstijd, kwam er een pak aan, dat niet het „opened by censor”-strookje droeg. Het stempel van den afzender scheen voldoende garantie voor den in houd te zijn. En uit dit pakket haalden wij een serie platen, waarvan het bezichtigen ons veel genoegen gaf. En wij kunnen u verzekeren, dat eerst na lang wikken en wegen de keuze op het zevental, hier gereproduceerd, is gevallen. schap tof paper Prussia’s Perfidy—Britain’s Bond. The Trcaty of 1839 (which the German Chancellor tore up, remarking that It was only “ a scrap of paper ”) said: “ BELGIUM .... SHALL FORM AN INDEPENDENT AND PERPETUALLY NEUTRAL STATE- IT SHALL BE BOUND TO OBSERVE SUCH NEUTRALITY TOWARDS ALL OTHER STATES.” Germany has trampled on the Treaty she signed. TIhsé «re the Stils and Sipatares rfthe Six Ritions wbfl goaranteed Belaas IudepeiRknce and fontnlity CREAT BRITAIN - Palmerston BELGIUM - Sylvain Van De Weyer AUSTRIA - Senfft FRANGE - H. Sebastiani GERMANY - Bulow RUSSIA - Pozzo Di Borgo CAN BRITONS STAND BY WHILE GERMANY CRUSHES AN INNOCENT PEOPLE? ENUST TO DAY THINK! YOU? YOU JOIN TO-DAY THERE IS STILL A PLACE IN THE LINE STH.C Aofte. vnth. THetNerrf •s caosneó LORD KITCHENER. En dan die plaat waarop dat „vodje papier” staat afgebeeld met de zegels en handteekeningen van de mannen die voor hun landen België’s onafhankelijkheid waarborgden. Knap gevonden . . . voor het doel, ook deze plaat. Pakkend, kort de daarop volgende afbeelding met Kitcheners woord: „Meer mannen en altijd meer, tot de vijand verslagen is”. Een geheel ander genre vertoont het breede biljet. Dat moet op het gemoed werken: „Zijt gij tevreden als hij voor jou vecht? Wilt gij zelf niet iets doen? We zullen winnen, maar g ij moet helpen. Neem nog heden dienst.” Zeg eens eerlijk, gaat er geen suggestie van zulk een oproep uit? De humoristische kant is al evenmin vergeten. Kijk dien grappenmaker eens aan met zijn: „Kom mee jongens.” „Doet” die het niet? Hoe heel anders wordt hetzelfde gezegd in dat zesde biljet, waarop de uitrukkende vrijwilliger, met den tekst: Volg mij, ^iw land heeft u noodig. Tenslotte dan nog de aardig gevonden, zij het dan niet hoog geestige plaat, waarop tusschen de rij soldaten een plaats is open gelaten, met als tekst: Er is nog een plaats in het gelid voor u. Wil je die vullen? * * # Meer commentaar bij deze afbeeldingen lijkt ons overbodig. Ook de meest verstokte anti-Engelschman zal moeten toegeven, dat deze specimens van aanplakbiljetten knap werk vertoonen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1406 tot 1410 van 11897