|
PANORAMA 138
FRANSCHE SOLDATEN. SPORT ALTIJD EN OVERAL,
die, na van hun wonden hersteld te zijn, tuinbouwonderricht ontvangen. Een wedstrijd in het kruk-loopen in een Engelsch herstellingskamp.
DE ZORG VOOR DE
HERSTELLENDEN.
O
ns land heeft ook van naderbij de
ellende van den oorlog gezien,
niet alleen door de vele Belgische
vluchtelingen, doch ook nu kortelings
weer in die twee groepen zwaargewonden,
welke tegen elkaar werden uitgewisseld
en onze grenzen passeerden.
Wanneer men ooggetuigen spreekt, die
deze mannen zagen voorbijgaan en hun
mededeelingen hoort, dan breekt het hart.
Krachtige, jonge kerels, in den vollen bloei
van het leven, bewust tot invaliden gemaakt,
nu zwakkelingen, zichzelf en anderen
tot last. Die huiswaartstrekkenden, vroolijk
in de verwachting hun verwanten en
hun woning weer te kunnen terugzien,
doch naar lichaam gebroken, behoorden
tot de meest gehavenden. Doch behalve
deze mannen, wier aantal niet gering is,
zijn er nog duizenden en duizenden, waarvan
het bestaan na den oorlog ernstig
bedreigd is. indien niet tijdig de maatregelen
genomen worden, welke hun terugkeer in de maatschappij
der werkers helpen bevorderen. In dezen oorlog is
de ,,panache’1, de pluim van roem en glorie, zooal niet
geheel en al verdwenen, dan toch heel erg in waarde verminderd.
Wij beleven een tijd, waarin de harde waarheid
der economische toestanden en verhoudingen den hoofdtoon
aangeeft en fanfares van voorheen haar glans verloren.
En wij houden er rekening mee.
‘t Is een gelukkig verschijnsel, dat die tijdige maatregelen
in de verschillende strijdende landen alreeds genomen werden.
't Voornaamste is, dat zooveel doenlijk de oude krachten
weer worden teruggevonden en dus de ,,beschadiging” (om
het nu maar eens heel zakelijk uit te drukken), weinig
hinderlijk blijft.
De krijgsgod laat zijn priesters er op letten of het
BEVROREN LEDEMATEN
worden door gymnastiek weer tot den normalen toestand teruggebracht.
geschonden materiaal voor zijn dienst nog op te lappen
is, de handelsgod krijgt het restant om er revue over te
houden, pikt het bruikbare uit en zet zijn vertegenwoordigers
aan het werk.
Dat alles gebeurt natuurlijk door die priesters en
vertegenwoordigers met de grootste liefde en toewijding.
Wij schreven de harde waarheid, zoo onomwikkeld mogelijk
- neer, doch de patiënt merkt niet zoo hard, welk resultaat
beoogd wordt; hem omgeven de liefde en de toewijding der
menschelijke zorgzaamheid. En de vrouw, de verpleegster
bij uitnemendheid, doet bij dit werk weer wonderen van toewijding.
Zonder haar hulp en onuitputtelijk geduld zou heel
wat minder bereikt zijn. Onze foto’s, die dit artikel vergezellen,
geven enkele zeer typische voorbeelden van
de hulp der vrouw aan de herstellenden geboden, naast
pogingen welke de gewonden zelf ondernemen
om den leegen tijd te dooden en
hun vaardigheid te vergrooten.. Met welk een groote zorg en wat een
bewonderenswaardig geduld helpt de pleegzuster
haar verpleegde de breinaalden
hanteeren. Wij mannen versmaden die
aardige tijdpasseeringen, welke de vrouwen
in haar ,,handwerkjes” vinden. Dat is
jammer voor ons mannen, ’t Zou ons heel
wat sigaren besparen en goede afleiding
bezorgen. De gewonde op ons plaatje neemt
de zaak heel ernstig op. Dat breien is hier
niet in hoofdzaak om het breisel begonnen.
Neen, ’t voornaamste is de vingervlugheid,
welke hem in het practische leven later
weer te pas kan komen. Onze zaag-artist
heeft geen assistentie noodig en het is zeker
niet voor den eersten keer, dat hij ’t dunne
stalen bandje door het hout voert. Voor
hem zal er zeker later wel zittend werk
te vinden zijn. De man toont groote nauwkeurigheid
en geschiktheid te bezitten.
Typisch Engelsch zijn de pogingen om
door een wedstrijd in kruk-loopen den sportgeest
wakker te houden. Zoolang er nog
lust voor sport is, zegt de Brit, is het
leven niet verloren. Een heel andere lichaamsbezigheid, welke
weer goede kiemen voor de toekomst in zich draagt, geeft de
tuinbouw. Ook in die richting is nog heel wat te doen. Gymnastische
oefeningen moeten in de bevroren ledematen de
bloedcirculatie weer terug brengen en zijn dus van veelwaarde.
’Wij konden ons niet weerhouden, om naast al die
voorbeelden, welke ondanks het sympathieke doel, dat er
mee moet worden bereikt, ons treurig stemmen, het alleraardigste
groepje Indiërs te geven. Wat teer en fijn, die
ranke vrouwtjes, poppetjes, in sierlijk geplooide gewaden,
naast mannen met exotische gezichten, die de westersche
verwaandheid als mindersoortig durft betitelen.
’t Groepje is als een zuidelijke zonnestraal. Dat
beetje licht meenden wij onzen lezers te moeten geven.
Nu, in die donkere oorlogsdagen.
DE KUNSTZAGER.
Een Fransche soldaat die met één hand de figuurzaag bestuurt.
INDISCHE HERSTELLENDEN.
Een interessante groep ter gelegenheid van een ontspanningsfeest genomen.
MOEILIJK WERK.
De gewonde Franschman leert van de Engelsche pleegzuster ’t breien.
|