Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1376 tot 1380 van 11897
Nummer
1915, nr.14, 17 feb. 1915
Blad
16
Tekst
PANORAMA 112 ONZE BOEKENTAFEL J. B. Schuil, De A. F. C.-ers. Amsterdam, H. J. W. Becht. het teveel gezegd, dat Panorama in alles vooraan is? Het boek dat wij hier bespreken, is nog niet verschenen ! De uitgever, die ons eenige geïllustreerde boeken zond, waarover wij in een volgend nummer ons oordeel zullen geven, zal verwonderd zijn hier een recensie te vinden over een zijner toekomstige uitgaven, die hij ons niet toezond. trouwens nog niet zenden kon. Wij zijn, als meer journalisten, onbescheiden geweest en hebben ’t manuscript van ,,De A. F. C-ers” te pakken gekregen. Hoe — dat moge ons geheim blijven. De uitgever vergeve ’t ons, maar toen we eenmaal aan ’t lezen waren, konden we niet uitscheiden, en nu we daartoe wel gedwongen werden omdat ook aan dit kostelijke boek, helaas, een einde was, is ’t ons onmogelijk er niet over te schrijven. Het moet ons van ’t hart: „De A. F. C.-ers”, waai uit we, nu de onbescheidenheid eenmaal ,,en marche” is, tevens maar ’n paar illustraties overnemen ook — „DeA. F. C. ers” is het jongensboek bij uitnemendheid. Er is een groot succes geweest voor de vele jongensboeken van de laatste jaren, waarin terecht gebroken werd met de verre wildernis en haar opgeschroefde romantiek, en die onzen echten Hollandschen jongen zoo reëel mogelijk plaatsten in zijn eigen tijd en zijn eigen goeie land. Dat was inderdaad toe te juichen. Wij voor ons echter waren dankbaar, maar niet voldaan. Veel, en veel aardigs, werd erin verteld van de prachtige ondeugende streken, die onze onvolprezen Hollandsche H. B. S.-er of kostscholier kan uithalen; het bleef evenwel alles zoo uiterlijk. en we zochten dikwijls vergeefs naar een diepere aanduiding van wat er op den bodem van de Hollandsche jongensziel aan ridderlijks, goeds en edels verborgen ligt. Waar bleef de paedagodg, die, zonder te preeken, ons de schoonheid daarvan zou weten te toonen ? De heer J. B. Schuil, de voortreffelijke tooneelschrijver, die zulk een scherpen kijk op menschelijke karakters heeft, luidde een nieuwen tijd in voor het jongensboek met zijn drietal „Uit den kostschooltijd van Jan van Beek”, „De Katjangs” (op deze beide werken komen wij later terug) en „De A. F. C.-ers”. Dit zijn nu de boeken die niet alleen onze jongens, maar die vooral ook onze opvoeders en onderwijzers moeten lezen, en waarmee menig ouder zijn voordeel kan doen. Hoe kent deze schrijver het jongenshart, hoe heeft hij zijn papieren wildzangen lief, hoe goed begrijpt hij dat „geven en nemen” de grondslag der opvoeding moét zijn! Zoo van ganscher harte leeft hij met z’n jongens mee, dat hij ze een paar maal bij voorbaat in bescherming neemt tegen knorrepottige lezers, als ze ’t wat héél bont gemaakt hebben. Weet hij dan niet wat strengheid is? Als oud-officier beter dan wie ook — maar voor hem beteekent strengzijn niet: vrees aanjagen; zijn strengheid is een onverbiddelijke zachtheid, waaraan geen kind ontkomt zonder het bedreven kwaad te belijden en te betreuren. Wie nu de „A. F. C.-ers” zijn ? Natuurlijk willen wij den inhoud nog niet verklappen van dit even geestig als gevoelig boek, waarom de jongeren zullen schateren en dat de ou deren nu en dan de oogen vochtig zal maken. Maar overigens spreekt het vanzelf : de A. F. C.-ers zijn voetballers ! Echte, geboren, doortrapte voetballers, die alsukkies van acht jaar al achter ’n afgekeurden tennisbal aanholden, die bij gebrek aan beter tegen alles trapten : ’n mop turf, ’n stuk steenkool, ’n bloemkoolstronk, ja, ’n prop bijeengebonden zakdoeken. Ras-voetballers, die al de dwaasheden van het onvolprezen spel doorpokten en doormazelden : die beter schreeuwden dan speelden, ieder met minstens éen signaalfluit in den mond, zoodat er gefloten kon worden als er een goal werd gemaakt, gefloten als er géén goal werd gemaakt, gefloten ter eere van een ruize-kei, gefloten tot bespotting van ’n keeper die z’n doel uitloopt. Een verheerlijking, van het voetballen dus ? Allerminst. De kijk van een verstandig man op een normalen jongen, een noodzakelijke dosis studie en een gezond spel, benevens een poging om die drie op gelukkige wijze samen te brengen We hebben dit boek van een even levenswijzen als jonggebleven geest uitvoeriger behandeld dan in het algemeen de ruimte in deze rubriek toelaat. Maar we achten het noodig, nuttig en — plezierig, te wijzen op een werk dat tegelijk zoo frisch en kloek, zoo in de beste beteekenis lief en innig is, zoo luchthartig en zoo ernstig, zoo vol van bezonken gedachten en niettemin zoo uitgelaten vroolijk. Wanneer „De A.F.C.-ers” verschijnt — zou ’t dan niet meteen uitverkocht zijn ? — is onze jongenslileratuur met een niet genoeg te waardeeren schat verrijkt. Boekenier. Het gebruik van plantaardige Oliën en Vetten. Uit Delft schrijft men ons ; Het is van algemeene bekendheid, dat het gebruik van plantaardige oliën en vetten zich in de laatste jaren over de geheele wereld enorm heeft uitgebreid. Dit komt niet alleen door de steeds toenemende vraag van de zijde der vegetariërs, maar ook, en vooral, omdat de dierlijke vetten sterk in prijs zijn gestegen en hoe langer hoe meer bij het groote publiek het denkbeeld vasten voet heeft gekregen, dat het gebruik van plantaardige oliën en vetten op den duur beter bevalt en de voorkeur verdient boven dat van dierlijke vetten. Indertijd is de fabriek der Delftsche Slaolie begonnen in ons land een propaganda te voeren, ten einde haar uit arachide-noten vervaardigd product een grootere plaats in de keuken te doen innemen dan men vroeger daaraan toekende. In verschillende steden heeft genoemde fabriek door haar kok bak- en braadproeven met haar olie laten houden, waardoor de dames gelegenheid hadden zich te overtuigen, dat de huismoeder, die op het bereiden van smakelijke spijzen gesteld is en tevens op haar beurs let, goed doet de Delftsche Slaolie als b a k- en b r a a d o 1 i e voor het bereiden van verschillende spijzen te gebruiken. Uit het feit dat de fabrikanten deze propaganda blijven voortzetten, mag men wel afleiden, dat de resultaten, die met de demonstraties bereikt worden, reden tot tevredenheid geven. Er wordt dan ook geen geheim van gemaakt, dat sedert de fabriek met haar bak- en braadproeven begon, de omzet van haar olie in alle streken van ons land reusachtig is gestegen en dat nog dagelijks huismoeders, die eerst niet konden gelooven dat Delftsche Slaolie geschikt was voor het bakken en braden van vele spijzen, dure boter en de eveneens in prijs gestegen vetten voor een goed deel te vervangen, toch óók de proef gaan nemen om later trouwe verbruiksters te worden. Het vooroordeel, dat men in den aanvang had om olie in plaats van, of in combinatie mét boter of vet te gebruiken, is bij vrijwel alle huismoeders geweken sedert deze door het nemen van proeven in eigen keuken hebben ervaren, dat Delftsche Slaolie eigenlijk niets anders is dan eenhoogst zuiver vet in vloeibaren vorm, met een fijn neutralen smaak. Wie vroeger er niet aan dacht in deze olie visch, vleesch of croquetjes te bakken, of er eiergerechten, aardappelen en pannekoeken, flensjes of andere meelspijzen in gereed te maken, die heeft tegenwoordig een flesch Delftsche Slaolie steeds voor direct gebruik in de keukenkast staan. Eenigen tijd geleden heeft de Delftsche fabriek een tweede product voor keukengebruik in den handel gebracht dat bestemd is voor bakken en braden en dat zich tevens uitstekend leent om er verschillende gerechten mee te stoven. Het is een vet in vasten vorm, dat volkomen zuiver, voedzaam en gemakkelijk verteerbaar is. Aan dit zusterproduct van de Delftsche Slaolie werd de naam Delftsch Plan tenvet „Delfia” gegeven. Het is ook van plantaardigen oorsprong, doch uit een andere grondstof gemaakt dan de olie. De verpakking is op keurige wijze verzorgd. Zij geschiedt nl. in fraai gedecoreerde bussen van 1 , en 1 ., Kilogram bruto en in tabletten van 1 , Kilogram netto. De laatste zijn in een'zoo smakelijk uitziend carton gewikkeld, dat men eerder gelooft een dikke plak chocolade voor zich te hebben dan een tablet plantenvet. Evenals de Delftsche Slaolie dient ook het Plantenvet „Delfia” ter vervanging van dierlijke vetten. Men kan er verschillende spijzen mee bakken en braden, en daarnaast wordt dit vet door den kok der fabriek aanbevolen voor het maken van gebonden soepen, het stoven van groenten en het bereiden van gerechten der Indische tafel. Talrijke kisten met bussen en cartons hebben reeds hun .NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN weg naar de kruideniers in óns land gevonden, en verwacht wordt, dat ook deze jongste tak der Delftsche fabriek spoedig tot bloei zal komen. Wie dit stukje leest en meer wil weten van de beide bovengenoemde plantaardige producten, neme kennis van den inhoud van het receptenboekje, waarin tal van recepten en wenken voor het gebruik der Delftsche Slaolie voorkomen. Hieraan zijn, als een afzonderlijke bijlage, ook recepten toegevoegd, die betrekking hebben op het gereed maken van spijzen met het Plantenvet „Delfia”. Met vermelding van dit blad kan men het receptenboekje met de bijlage schriftelijk aanvragen bij de afdeeling Reclame der Oliefabrieken Calvé Delft, waarna het onmiddellijk gratis en franco wordt toegezonden. Ten einde misverstand te voorkomen, wordt nog medegedeeld , dat deze recepten niet verkrijgbaar zijn bij de kruideniers, die de producten der fabriek verkoopen, maar alleen en uitsluitend op de demonstraties of bij de fabriek in Delft. Aan het bovenstaande kunnen wij nog toevoegen, dat in de volgende week te Leiden bak- en braadproeven met Delftsche Slaolie en Plantenvet „Delfia” zullen worden gehouden van Maandag 15 tot en met Vrijdag 19 Februari a. s., telkens des namiddags van half twee tot half vijf, in het Café Restaurant de Burcht (Concertzaal de Graanbeurs). Huismoeders en verdere belangstellenden uit Leiden en omstreken worden tot het bijwonen dezer demonstraties uitgenoodigd. De toegang is voor ieder vrij en gaarne wordt gelegenheid gegeven de bereide spijzen te proeven en aan den kok en de verdere vertegenwoordigers inlichtingen te vragen Op Dinsdagavond 16 Februari, worden in genoemde localiteit door den kok der fabriek van half acht tot tien uur bak- en braadproeven gegeven speciaal voor dienstboden. De directie der Oliefabriek verzoekt huismoeders haar dienst boden verlof tot het bijwonen van een der seriën bak en braadproeven te willen geven. Iedere serie duurt ruim oen uur.
PDF
Nummer
1915, nr.15, 19 feb. 1915
Blad
01
Tekst
No. IS (34a) 19 Februari 1915. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers ff 0.075 UITGAVE A. W. SIJTHOFF’S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, LEIDEN = RED. EN ADM. DGEZASTRAAT 1, TEL. 1. De Duitsche Keizer (links midden op de foto), bij zijn bezoek aan Lovieze aan de Dzura, in gesprek met generaal Mackensen. Keizer Wilhelm aan het Oostelijke Front.
PDF
Nummer
1915, nr.15, 19 feb. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 114 ....-= ZWARE MORTIEREN VUURMOND EN AFFUIT GESCHEIDEN. DE MORTIERWAGENS. at is er in dezen oorlog al niet vernietigd, omvergeworpen, vernield! Niet slechts mensch en dier, schoone en leelijke bouwwerken. Ook tractaten bleken maar een zeer betrekkelijke waarde te bezitten. Eveneens de door geleerden op grond van allerlei gegevens opgebouwde stellingen. De oorlog zou slechts kort duren ! De economische gevolgen van een modernen statenkrijg zouden van dien aard zijn, dat het eenvoudig onmogelijk was een oorlog lang te voeren. En wat zien wij ? Na 7 maanden denken de Mogendheden er nog niet aan vrede te sluiten. De modern bevestigde stellingen met haar steunpunten, de forten, zouden onneembaar zijn ! Had Port-Arthur het niet maanden lang tegen een overmachtigen, fanatieken, met doodsverachting strijdenden aanvaller, den Japanner, uitgehouden ? En Port-Arthur was nog niet eens modern bevestigd. Doch ook deze, in tijd van vrede, keurig opgebouwde hypothese werd omvergeworpen en thans zorgde de Duitsche nijverheid voor de verrassing. HET OMHOOGBRENGEN VAN HET PROJECTIEL. Reusachtige mortieren verschenen op het gevechtsveld, monsters, waaraan men vóór dien alle bestaanswaarde had ontzegd en tegen de projectielen uit deze geweldige monden bleek het beton der hedendaagsche forten niet bestand. Sloeg het projectiel van den 21 cM. Mortier, dat 119 KG. weegt, reeds happen van ± 0,5 M. uit het beton, hoe veel vernielender nog was de uitwerking van de granaat van den 42 cM. Mortier, die eventjes een gewicht heeft van 1000 KG. Doch ook de Oostenrijksche motor-mortierbatterijen van 30 cM. spreken een woordje mee, zoodat met betrekking tot de z.g. zware Belegeringsartillerie de Verbondenen de Geallieerden overschaduwen. Wie herinnert zich niet nog de eerste berichten omtrent het beleg der spervesting Luik. Fort op fort werd murw geschoten; het was voor de bezetting eenvoudig onmogelijk zich in het steunpunt te handhaven, want koepels, beton en muurwerk werden geheel ontwricht en in gruis geschoten. Daarbij is de hoeveelheid vergiftige gassen, die de in de granaat opgehoopte springstof ontwikkelt, zoo aanzienlijk, dat de bezetting eenvoudig bewusteloos wordt en de luchtstroom zoo geweldig, dat men tegen den grond geworpen wordt. Volgens het dagboek van Generaal Léman, den dapperen verdediger van Luik, hoorde men, als er zoo’n reuzengranaat aankwam, eerst een suizen in de lucht, dat aangroeide tot een woedenden orkaan en in een vreeselijken donderslag eindigde. Hij werd dooi den bij een ontploffing ontstanen luchtschok omvergeworpen en de gevormde verstikkende gassen verhinderden hem op te staan. Reeds in de granaat van een 21 cM. Mortier zit 20 KG. pikrinezuur. De eenige verdediging tegen deze reuzenmonsters is dan ook ze op een afstand te houden, want staan ze eenmaal op hun werkzamen geschutsafstand, dan is niets in staat den ondergang van het fort te verhoeden. Hun trefkans is zoo groot en het steunpunt zoo goed zichtbaar, dat het fort niet aan vernietiging kan ontkomen. De Franschen hebben dit onmiddellijk ingezien en daarom wenden zij alle pogingen aan de Duitschers op zoo groot mogelijken afstand van hun versterkingen aan de Oostgrens te houden. Tot nu toe zijn ze daarin geslaagd. Ze beschouwen dus die versterkingen meer als ver schanste legerplaatsen, als uitvalspoorten voor hun veldleger. Een van de grootste bezwaren aan deze zware mortieren verbonden, is hun transport. De wegen moeten natuurlijk bijzonder goed zijn, anders is het onmogelijk hen te vervoeren. En dan nog is het noodzakelijk, dat ze in verschillende deelen gesplitst worden, zooals mortier, affuit, want anders zou het gewicht van het opgelegde stuk te aanzienlijk worden. De foto’s 1 en 2 geven een goed beeld van het hier bedoelde. In het Technisch Tijdschrift publiceerde ik een meer technische studie over dit onderwerp. De bij dit artikel gereproduceerde foto’s zijn aan deze studie ontleend, die opgenomen werd in de Februari-aflevering van het „Technisch Tijdschrift, Maandblad gewijd aan de Wetenschappelijke Techniek en haar Grensgebied, Uitgave A. Oosthoek te Utrecht.” Om te verhinderen, dat het rad in weeken bodem wegzinkt, wordt het voorzien van een z.g. radgordel. (Zie foto No. 1). In dit geval is op bijzonder vernuftige wijze om het rad een zoodanig samenstel van platte vlakken gelegd, dat bij het vervoer telkens drie op den grond rusten, die op deze wijze verhinderen dat het rad in de aarde dringt. Bij de niet te groote kalibers kan die radgordel tijdens het schieten tevens als bedding dienst doen. Zooals we weten hebben de Oostenrijkers hun 30 cM. Mortieren voorzien van motorische beweegkracht, vandaar de naam motor-mortierbatterijen. Daardoor is een samen - stel ontstaan, dat in alle opzichten aan dat der andere legers superieur is. Voortdurend duiken dan ook berichten in de pe^s op, die in uiterst vleiende termen de werkzaamheid dezer batterijen roemen. Natuurlijk zijn al deze zware mortieren snelvuurmortieren, d. w. z. dat na het afgaan van het schot de affuit stil blijft staan en de eigenlijke vuurmond achteruitloopt. Die terugloop wordt geregeld dóór een reminrichting, die bij de 28 cM. Mortieren (zie de foto’s) boven op den vuurmond is geplaatst. De stilstaande affuit stelt de Duitschers in staat hun 42 cM. Mortier op een betonvloer te plaatsen, ten einde te voorkomen, dat tijdens het schieten het geheele samenstel van vuurmond en affuit in den bodem wegzinkt. Laten we nu eens de foto’s wat nader beschouwen. Onmiddellijk moet ons de geweldigheid van deze kolossussen imponeeren. En dit zijn nog maar 28 cM.’s. Wat is er alles massief aan ' Tot de speek van het rad toe is van een solide dikte. Hoe reusachtig is het schild, dat de bediening tegen treffen moet beschermen. En hoe klein is de mensch, vergeleken met deze verderfspuwende monsters. En toch is hij het, die dit alles heeft geconstrueerd. Het paar honderd Kilo’s zware projectiel wordt door vier man in een apart karretje over rails naar het stuk gereden, (zie op foto No. 6), vervolgens door een speciale inrichting omhoog gebracht (zie foto No. 3), waarna de mortier geladen wordt (zie foto No. 4). De volgende bewerking is het richten (zie foto No. 5); op foto No. 6 ziet men het aftrekken van het schot. Voor een leek lijkt het wel, of de mortier op vliegtuigen schiet, zoo groot is de elevatie. Maar aan dergelijke doelen worden deze kostbare projectielen niet verspild. Mortiervuur dient om dekkingen door te slaan en wel speciaal horizontale. Daarvoor is dus noodig, dat het projectiel bijna loodrecht invalt en aangezien de beide helften van de kogelbaan ongeveer aan elkaar gelijk zijn, moet HET LADEN. dus ook'de elevatie zeer groot wezen. Teneinde het projectiel zoo werkzaam mogelijk te doen zijn, is het voorzien van een buis met z.g. vertraagde werking. Eerst dus nadat het projectiel een eindweegs het doel binnen gedrongen is, springt het uitelkaar en richt een ontzettende ravage aan, tengevolge van de enorme hoeveelheid springstof, die in de granaat opgehoopt is. Dat de uitvinding der zware mortieren, tegen welker projectielen de tegenwoordige forten niet bestand zijn, een groote omwenteling .in den vestingbouw tengevolge zal hebben, is ongetwijfeld. Misschien beteekent het wel het failliet van alles, wat vesting is. Het is toch wel eigenaardig, dat sterk bevestigde liniën, zooals we die in België aantroffen, in zeer korten tijd vielen, terwijl de veld- en tijdelijke versterkingskunst het maanden lang uithoudt. Willen we al het terrein van pantserkoepels voorzien, dan zullen we deze niet in forten moeten opbergen, doch ze hier en daar gedekt dienen op te stellen, zoo mogelijk over rails verplaatsbaar. Kleine, haast onzichtbare en goed gedekte doelen, dat zal voor de toekomst het parool wezen. HET RICHTEN. GEREED OM TE SCHIETEN.
PDF
Nummer
1915, nr.15, 19 feb. 1915
Blad
03
Tekst
115 PANORAMA ZIGEUNERLEVEN Op het oogenblik vertoeven er in ons land meerdere groepen van zigeuners uit het Zuiden van Frankrijk (Catalan fran£ais), die tengevolge van den oorlog nergens heen kunnen. Wij geven hierboven een paar eigenaardige zigeunertypen, alsmede in het midden een gedeelte van het nachtverblijf in de tent. OUD EN JONG VERMAAKT ZICH MET DE KAARTEN. MOEDERTROTS. De „lunch”. Ieder zorgt ervoor zijn deel te krijgen. De altijd tot bedelen uitgestoken hand,
PDF
Nummer
1915, nr.15, 19 feb. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA T16 UIT DE DUITSCH-OOSTENRIJKSCHE LEGERS HET VERVOER PER AUTO. Uit de berichten van het Oostelijke front blijkt meermalen dat het succes door Duitsche en Oostenrijksche troelen behaald, voor een groot gedeelte te danken is aan het vervoer per auto, waardoor buiten alle spoorwegen om, een voldoend aantal manschappen wordt aangevoerd. DE OOSTENRIJKSCHE JAGERS. Onder de regimenten der Oostenrijkers, die door hun dapperheid uitblinken, worden in het bijzonder de Jagers genoemd. Hierboven een groep van deze jagers bij een aanval aan de Nida in Rusland. ! DE OOSTENRIJKERS IN RUSLAND. Een Oostenrijksche wachtpost in de sneeuw bij een vernielden spoorwegbrug in Rusland OOSTENRIJKSCHE GEDECOREERDEN. Uitreiking van de Dapperheidsmedaille aan de Oostenrijksche soldaten door aartshertog Peter Ferdinand. DE GRENSPALEN. De Russische grenspalen aan de Russisch-Oostenrijksche grens worden met de Oostenrijksche kleuren beschilderd. HET OOSTENRIJKSCHE GESCHUT. Door een Oostenrijksch 30.5 c.m. projectiel, werd een gat in den grond geslagen van 15 bij 18 Meter. Vijftig mannen kunnen er in plaats nemen. IN HET WOUD. „ , , .. op veRKENN’NG, U,T ... . _ .... Dichte bosschen bieden den soldaten een uitstekende dekking en een prachtige Duitsche lanciers zijn op verkenning uit aan het front in Noord-Franknjk. gelegenheid om den vijand gade te slaan.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1376 tot 1380 van 11897