|
PANORAMA 112
ONZE BOEKENTAFEL
J. B. Schuil, De A. F. C.-ers.
Amsterdam, H. J. W. Becht.
het teveel gezegd, dat Panorama in alles
vooraan is? Het boek dat wij hier bespreken,
is nog niet verschenen !
De uitgever, die ons eenige geïllustreerde
boeken zond, waarover wij in een volgend
nummer ons oordeel zullen geven, zal verwonderd
zijn hier een recensie te vinden over een zijner
toekomstige uitgaven, die hij ons niet toezond. trouwens
nog niet zenden kon.
Wij zijn, als meer journalisten, onbescheiden geweest en
hebben ’t manuscript van ,,De A. F. C-ers” te pakken gekregen.
Hoe — dat moge ons geheim blijven. De uitgever
vergeve ’t ons, maar toen we eenmaal aan ’t lezen waren,
konden we niet uitscheiden, en nu we daartoe wel gedwongen
werden omdat ook aan dit kostelijke boek, helaas,
een einde was, is ’t ons onmogelijk er niet over te schrijven.
Het moet ons van ’t hart: „De A. F. C.-ers”, waai uit we,
nu de onbescheidenheid eenmaal ,,en marche” is, tevens
maar ’n paar illustraties overnemen ook — „DeA. F. C. ers”
is het jongensboek bij uitnemendheid.
Er is een groot succes geweest voor de vele jongensboeken
van de laatste jaren, waarin terecht gebroken werd met de
verre wildernis en haar opgeschroefde romantiek, en die
onzen echten Hollandschen jongen zoo reëel mogelijk
plaatsten in zijn eigen tijd en zijn eigen goeie land. Dat
was inderdaad toe te juichen. Wij voor ons echter waren
dankbaar, maar niet voldaan. Veel, en veel aardigs, werd
erin verteld van de prachtige ondeugende streken, die onze
onvolprezen Hollandsche H. B. S.-er of kostscholier kan
uithalen; het bleef evenwel alles zoo uiterlijk. en we zochten
dikwijls vergeefs naar een diepere aanduiding van wat er
op den bodem van de Hollandsche jongensziel aan ridderlijks,
goeds en edels verborgen ligt. Waar bleef de paedagodg,
die, zonder te preeken, ons de schoonheid daarvan
zou weten te toonen ?
De heer J. B. Schuil, de voortreffelijke tooneelschrijver,
die zulk een scherpen kijk op menschelijke karakters heeft,
luidde een nieuwen tijd in voor het jongensboek met zijn
drietal „Uit den kostschooltijd van Jan van Beek”, „De
Katjangs” (op deze beide werken komen wij later terug) en
„De A. F. C.-ers”. Dit zijn nu de boeken die niet alleen
onze jongens, maar die vooral ook onze opvoeders en onderwijzers
moeten lezen, en waarmee menig ouder zijn voordeel
kan doen.
Hoe kent deze schrijver het jongenshart, hoe heeft hij
zijn papieren wildzangen lief, hoe goed begrijpt hij dat
„geven en nemen” de grondslag der opvoeding moét zijn!
Zoo van ganscher harte leeft hij met z’n jongens mee, dat
hij ze een paar maal bij voorbaat in bescherming neemt
tegen knorrepottige lezers, als ze ’t wat héél bont gemaakt
hebben. Weet hij dan niet wat strengheid is? Als oud-officier
beter dan wie ook — maar voor hem beteekent strengzijn
niet: vrees aanjagen; zijn strengheid is een onverbiddelijke
zachtheid, waaraan geen kind ontkomt zonder het
bedreven kwaad te belijden en te betreuren.
Wie nu de „A. F. C.-ers” zijn ? Natuurlijk willen wij den
inhoud nog niet verklappen van dit even geestig als gevoelig
boek, waarom de jongeren zullen schateren en dat de ou
deren nu en dan de oogen vochtig zal maken. Maar overigens
spreekt het vanzelf : de A. F. C.-ers zijn voetballers ! Echte,
geboren, doortrapte voetballers, die alsukkies van acht jaar
al achter ’n afgekeurden tennisbal aanholden, die bij gebrek
aan beter tegen alles trapten : ’n mop turf, ’n stuk steenkool,
’n bloemkoolstronk, ja, ’n prop bijeengebonden zakdoeken.
Ras-voetballers, die al de dwaasheden van het
onvolprezen spel doorpokten en doormazelden : die beter
schreeuwden dan speelden, ieder met minstens éen signaalfluit
in den mond, zoodat er gefloten kon worden als er een
goal werd gemaakt, gefloten als er géén goal werd gemaakt,
gefloten ter eere van een ruize-kei, gefloten tot bespotting
van ’n keeper die z’n doel uitloopt.
Een verheerlijking, van het voetballen dus ? Allerminst.
De kijk van een verstandig man op een normalen jongen,
een noodzakelijke dosis studie en een gezond spel, benevens
een poging om die drie op gelukkige wijze samen te brengen
We hebben dit boek van een even levenswijzen als jonggebleven
geest uitvoeriger behandeld dan in het algemeen
de ruimte in deze rubriek toelaat. Maar we achten het
noodig, nuttig en — plezierig, te wijzen op een werk dat
tegelijk zoo frisch en kloek, zoo in de beste beteekenis lief
en innig is, zoo luchthartig en zoo ernstig, zoo vol van bezonken
gedachten en niettemin zoo uitgelaten vroolijk. Wanneer
„De A.F.C.-ers” verschijnt — zou ’t dan niet meteen
uitverkocht zijn ? — is onze jongenslileratuur met een niet
genoeg te waardeeren schat verrijkt.
Boekenier.
Het gebruik van plantaardige
Oliën en Vetten.
Uit Delft schrijft men ons ;
Het is van algemeene bekendheid, dat het gebruik van
plantaardige oliën en vetten zich in de laatste jaren over de
geheele wereld enorm heeft uitgebreid. Dit komt niet alleen
door de steeds toenemende vraag van de zijde der vegetariërs,
maar ook, en vooral, omdat de dierlijke vetten sterk
in prijs zijn gestegen en hoe langer hoe meer bij het groote
publiek het denkbeeld vasten voet heeft gekregen, dat het
gebruik van plantaardige oliën en vetten op den duur beter
bevalt en de voorkeur verdient boven dat van dierlijke
vetten.
Indertijd is de fabriek der Delftsche Slaolie begonnen in
ons land een propaganda te voeren, ten einde haar uit
arachide-noten vervaardigd product een grootere plaats in
de keuken te doen innemen dan men vroeger daaraan toekende.
In verschillende steden heeft genoemde fabriek door haar
kok bak- en braadproeven met haar olie laten houden,
waardoor de dames gelegenheid hadden zich te overtuigen,
dat de huismoeder, die op het bereiden van smakelijke spijzen
gesteld is en tevens op haar beurs let, goed doet de Delftsche
Slaolie als b a k- en b r a a d o 1 i e voor het bereiden van
verschillende spijzen te gebruiken. Uit het feit dat de fabrikanten
deze propaganda blijven voortzetten, mag men wel
afleiden, dat de resultaten, die met de demonstraties bereikt
worden, reden tot tevredenheid geven. Er wordt dan ook
geen geheim van gemaakt, dat sedert de fabriek met haar
bak- en braadproeven begon, de omzet van haar olie in alle
streken van ons land reusachtig is gestegen en dat nog dagelijks
huismoeders, die eerst niet konden gelooven dat
Delftsche Slaolie geschikt was voor het bakken en braden
van vele spijzen, dure boter en de eveneens in prijs gestegen
vetten voor een goed deel te vervangen, toch óók de proef
gaan nemen om later trouwe verbruiksters te worden.
Het vooroordeel, dat men in den aanvang had om olie
in plaats van, of in combinatie mét boter of vet te gebruiken,
is bij vrijwel alle huismoeders geweken sedert deze door het
nemen van proeven in eigen keuken hebben ervaren, dat
Delftsche Slaolie eigenlijk niets anders is dan eenhoogst
zuiver vet in vloeibaren vorm, met een
fijn neutralen smaak. Wie vroeger er niet aan dacht
in deze olie visch, vleesch of croquetjes te bakken, of er
eiergerechten, aardappelen en pannekoeken, flensjes of andere
meelspijzen in gereed te maken, die heeft tegenwoordig
een flesch Delftsche Slaolie steeds voor direct gebruik in de
keukenkast staan.
Eenigen tijd geleden heeft de Delftsche fabriek een tweede
product voor keukengebruik in den handel gebracht dat
bestemd is voor bakken en braden en dat zich tevens uitstekend
leent om er verschillende gerechten mee te stoven.
Het is een vet in vasten vorm, dat volkomen zuiver, voedzaam
en gemakkelijk verteerbaar is. Aan dit zusterproduct
van de Delftsche Slaolie werd de naam Delftsch Plan tenvet
„Delfia” gegeven. Het is ook van plantaardigen oorsprong,
doch uit een andere grondstof gemaakt dan de olie. De verpakking
is op keurige wijze verzorgd. Zij geschiedt nl. in
fraai gedecoreerde bussen van 1 , en 1 ., Kilogram bruto en
in tabletten van 1 , Kilogram netto. De laatste zijn in een'zoo
smakelijk uitziend carton gewikkeld, dat men eerder gelooft
een dikke plak chocolade voor zich te hebben dan een tablet
plantenvet.
Evenals de Delftsche Slaolie dient ook het Plantenvet
„Delfia” ter vervanging van dierlijke vetten. Men kan er
verschillende spijzen mee bakken en braden, en daarnaast
wordt dit vet door den kok der fabriek aanbevolen voor het
maken van gebonden soepen, het stoven van groenten en
het bereiden van gerechten der Indische tafel.
Talrijke kisten met bussen en cartons hebben reeds hun
.NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN
weg naar de kruideniers in óns land gevonden, en verwacht
wordt, dat ook deze jongste tak der Delftsche fabriek
spoedig tot bloei zal komen.
Wie dit stukje leest en meer wil weten van de beide bovengenoemde
plantaardige producten, neme kennis van den
inhoud van het receptenboekje, waarin tal van recepten
en wenken voor het gebruik der Delftsche Slaolie voorkomen.
Hieraan zijn, als een afzonderlijke bijlage, ook recepten
toegevoegd, die betrekking hebben op het gereed maken van
spijzen met het Plantenvet „Delfia”. Met vermelding van
dit blad kan men het receptenboekje met de bijlage schriftelijk
aanvragen bij de afdeeling Reclame der Oliefabrieken
Calvé Delft, waarna het onmiddellijk gratis en franco wordt
toegezonden.
Ten einde misverstand te voorkomen, wordt nog medegedeeld
, dat deze recepten niet verkrijgbaar zijn bij de kruideniers,
die de producten der fabriek verkoopen, maar alleen
en uitsluitend op de demonstraties of bij de fabriek in Delft.
Aan het bovenstaande kunnen wij nog toevoegen, dat in
de volgende week te Leiden bak- en braadproeven met
Delftsche Slaolie en Plantenvet „Delfia” zullen worden
gehouden van Maandag 15 tot en met Vrijdag 19 Februari
a. s., telkens des namiddags van half twee tot half vijf, in
het Café Restaurant de Burcht (Concertzaal de Graanbeurs).
Huismoeders en verdere belangstellenden uit Leiden en omstreken
worden tot het bijwonen dezer demonstraties uitgenoodigd.
De toegang is voor ieder vrij en gaarne wordt gelegenheid
gegeven de bereide spijzen te proeven en aan den
kok en de verdere vertegenwoordigers inlichtingen te vragen
Op Dinsdagavond 16 Februari, worden in genoemde
localiteit door den kok der fabriek van half acht tot tien uur
bak- en braadproeven gegeven speciaal voor dienstboden.
De directie der Oliefabriek verzoekt huismoeders haar dienst
boden verlof tot het bijwonen van een der seriën bak en
braadproeven te willen geven. Iedere serie duurt ruim oen uur.
|