Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1371 tot 1375 van 11897
Nummer
1915, nr.14, 17 feb. 1915
Blad
11
Tekst
107 PANORAMA DE DUITSCHERS IN HET OOSTEN EN WESTEN ’ ? » * i naar het front EEN KORTE RUST Duitsche machinegeweer-troepen wachten op het bevel om op te rukken. OE MODERNE KRIJG, Een waarnemingspost aan den rand van het woud. Alle waarnemingen worden direct verder getelefoneerd. OORLOGS-KRONIEK 22 Jan. Aan het Westelijke front had van de zee tot aan de Leie een hevig artillerie-duel plaats. In de Argonnen is geen wijziging. Ten Noord-Westen van Pont-a-Mousson in het Bois le Prêtre hernamen de Duitschers twintig van de vijfhonderd meter loopgraven, die de Franschen de vorige dagen hadden veroverd. Ten Zuid-Westen van Berry-au-Bac veroverden de Duitschers op de Franschen twee loopgraven, die zij ondanks hevige tegenaanvallen wisten te behouden. Aanvallen der Franschen op de Duitsche stellingen ten Zuiden van St. Mihiel, werden afgeslagen. Ten Noord-Westen van Pont-a-Mousson gelukte het den Duitschers een gedeelte der stellingen, die zij drie dagen te voren hadden verloren, te heroveren. Daarbij werden 4 kanonnen buitgemaakt en ver scheidene krijgsgevangenen genomen. In de Vogeezen, ten Noord-Westen van Sennheim, duren de gevechten nog voort. In OostPruisen is de toestand onveranderd. Een klein gevecht ten Oosten van Lipno verliep voor de Duitschers gunstig. Honderd krijgsgevangenen vielen in Duitsche handen. In de streek ten Westen van de Weichsel, Noordoostelijk van Borzimof, wint de Duitsche aanval terrein.. Een aanval der Pussen ten Westen van Lopusno, Zuidwestelijk van Konskie, werd afgeslagen. In de Boekowina namen de Russen na een gevecht Vorokhta en dreven den vijand, HET BAKKEN VAN OORLOGS0ROOD. Een controleur ziet in een bakkerij te Berlijn toe of het mengen van het meel wei precies volgens de voorschriften gebeurt. die bij Kirlibaba tot het offensief trachtte over te gaan, terug. De Russen namen er een bataljons-commandant, verscheidene officieren en meer dan 150 soldaten gevangen. 23 3an. Ten Zuid-Oosten van Yperen legden de Duitschers meer activiteit aan den dag dan in den laatsten tijd. In de Argonnen wordt zeer verbitterd gestreden, zonder dat er door een der partijen eenig succes behaald wordt. Een nachtelijke aanval der Duitschers in de buurt van Hartmannsweilerkopf is mislukt De strijd duurt voort. — Aan het Oostelijke front is de toestand, ondanks hevige infan terie-aanvallen en artillerie-gevechten var. beide partijen toch zoo goed als ongewij zigd. — In den Kaukasus hebben op alle sectoren onbeteekenende gevechten plaats. Gevechten van meer gewicht werden geleverd aan de overzijde van Tscherok, waar het Russische offensief met succes wordt voorgezet, ondanks hardnekkigen tegenstand der Turken Nabij Ardos veroverden de Russen een Turksch kanon. 24 3an. Onder de Engelsche kust heeft een zeeslag plaats gehad tusschen een Duitsch en een Engelsch eskader. Het Duitsche eskader was gedwongen zich terug te trekken, daar de Engelschen door hun zwaar geschut de overhand wisten te behouden. De Duitsche pantserkruiser ,,Blücher” werd in den grond geboord, waarbij 700 menschenlevens verloren gingen. Volgens de Duitsche lezing is er ook een Engelsche kruiser gezonken. NAAR DE KERK. Kerkgang der Duitsche troepen in Neuf-Ch&tel op den Zondag na de hevige gevechten van onlangs bij Soissons. VEROVERDE KANONNEN. Duitsche soldaten oefenen zich met de veroverde Fransche kanonnen, nadat deze weder hersteld zijn. OP VERKENNING UIT. Duitsche lanciers hebben hun paarden uit de veldstallen gehaald en gaan op verkenning uit. DE NIEUWTJES. Teneinde de mannen in Russisch-Polen spoedig op de hoogte van ’t nieuws te brengen worden couranten en tijdschriften aan een boom gehecht.
PDF
Nummer
1915, nr.14, 17 feb. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 108 DE RUSSEN IN POLEN EN GALICIË ACHTER ZIJN PAARD VERBORGEN. De Russische soldaat zoekt bescherming achter zijn paard en bestookt zoodoende den vijand. DE RUSSISCHE ARTILLERIE. De kanonnen worden, zooveel als de hardbevroren grond dit toelaat, door de Russen ingegraven. / HET VERVOER VAN GEWONDE RUSSEN De Russen houden er, zooals onze foto laat zien, een zeer eigenaardige manier op na om hun gewonden te vervoeren. VOOR DE LOOPGRAVEN. Bij een aanval op de vijandelijke, met prikkeldraad versperde loopgraven, hebben deze mannen hun leven moeten laten. DE RUSSISCHE ROODE-KRUISDI ENST. De uitgestrektheid van het terrein waarop gevochten wordt, bemoeilijkt het opsporen der gewonden ten zeerste. EEN MINIATUUR-FORT. Waar de grond te hard is om zich in te graven, worden van boorn stammen Kleine fortjes gemaakt, van waaruit de waarnemingen gedaan worden. DE STRIJD AAN HET SUEZ-KANAAL DE VERSCHANSINGEN AAN HET SUEZ-KANAAL. Zooals bovenstaande foto's ons laten zien, zijn er aan dit hoogst belangrijke punt door de Engelschen, in hoofdzaak bestaande uit Australische troepen, verschansingen en loopgraven gemaakt, van waaruit dus de vijand geducht bestookt kan worden.
PDF
Nummer
1915, nr.14, 17 feb. 1915
Blad
13
Tekst
109 PANORAMA AAN HET FRANSCH-BELGISCHE FRONT DE NIEUWE BELGISCHE RECRUTEN. Een gedeelte van de Belgische recruten is nog niet naar het front vertrokken en wordt nu nog dagelijks geoefend. AUTO-MITRAILLEURS. Door de Franschen en Belgen wordt er druk gebruik gemaakt van mitrailleurs, die op auto’s zijn opgesteld. IN HET ARGONNEWOUD. Een der zware Fransche kanonnen wordt in het Argonnewoud opgesteld. DE BEWAKING VAN DEN SPOORWEG Een Fransche en Engelsche soldaat bij de bewaking van een spoorlijn in Noord-Frankrijk. TEGEN DE VLIEGMACHINES. Een der beroemde Fransche 75 m.m. kanonnen opgesteld om op vijandelijke vliegmachines te schieten. NACHTELIJKE PAT R O U I L LETOC HT E N . ’s Nachts worden er van weerszijden patrouilletochten in bet overstroomde land gehouden. Onze foto toont de terugkomst in den vroegen ochtend van zulk een Belgische patrouilleboot, waarmede den geheelen nacht op het water gezwalkt is. DE GELIEFKOOSDE SPORT. De vrije uren die hun gegund worden, brengt een- groot gedeelte van de Belgische mannen door met voetballen, waarmede zij niet alleen ten doel hebben zich te vermaken, doch ook hun lichamelijke geschiktheid te verhoogen.
PDF
Nummer
1915, nr.14, 17 feb. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 110 H. E. DE BRUYN. + F. G. C. J. FUNDTER DE BEAUCHENE. Ds. J. K. SNETH- PASTOOR LAGE. t G. F. v. WAGENBERG. Ten huize van zijn moeder is de vorige week in den ouderdom van 50 iaar overleden Mgr. Dr. GISBERT BROM, een broeder van den slechts enkele dagen vroeger overleden beroemden edelsmid Jan Brom. De heer JOS DE KANTER. die 19 Februari a. s. zijn lÖOsten verjaardag hoopt te vieren, bekleedde tot voor enkele jaren het ambt van koster van de R.K. Kerk der Parochie 't Goirke te Tilburg, welk ambt hij gedurende 75 jaren heeft waargenomen. Te Amsterdam is de vorige week op 64-jarigen leeftijd overleden Ds. J. K. SNETHLAGE, predikant der Ned. Herv. Kerk te Amsterdam. De Z.Eerw. heer G. F. VAN WAGENBERC. Pastoor te Sloten (Fr.), Ridder van de Oranje-Nassau-orde die, na meer dan 55-jarige ambtsbediening waarvan 42 jaren te Sloten zijn eervol ontslag heeft gevraagd en verkregen. Zoowel bij Katholieken als Protestanten was Pastoor Van Wagenberg zeer bemind, hetgeen nog schitterend bleek bij zijn in 1909 gevierd gouden jubilé. MAIMOUNÉ G. A. D?ETERLE v t zaten, Tommy en ik, op het terras van het Casino \ V te Biaritz en staarden naar den kalmen blauwen zeespiegel, waarop een tal van scheepjes dreven, waarvan de zeilen op kleine melkwitte stippen geleken. Een vrouw ging langs ons en wij snoven haar parfum op. „Een eigenaardige geur” riep Tommy uit. „Ja, een geur, die me aan een Oostersch parfum en nog iets herinnert,” antwoordde ik. „En wat is dat nog iets?” „Een avontuur, dat ik tien jaar geleden in Egypte beleefd heb en je zeer onwaarschijnlijk zal lijken. * „Cherchez la femme, n’est-ce pas?” .Neen, hier is het juist Cherchez le mari... Neem nog een sorbet.... Ik heb lust je het avontuur te vertellen. De geur van het parfum van die onbekende dame doet mij in eens de geheele geschiedenis opnieuw doorleven.” „Allons I” riep Tommy nieuwsgierig uit. .Tien jaar geleden was ik in Caïroen woonde daar de voorstelling van La Juive in de Fransche opera bij. ïn een der loges, vlak bij het tooneel zat een jonge vrouw van buitengewone schoonheid. Heur haar was even zwart als haar oogen, de teint van haar gelaat en handen was licht bruin. Ze was gekleed in donkerblauwe zijde met een weerschijn als de glans van robijnen. Om haar hals had zij een paarlen collier en haar vingers waren getooid met ringen, die bezet waren met diamanten, saffieren en robijnen. Ik kon m'n oogen van die vrouw niet afwenden en nam mij voor, mij in de pauze aan haar voor te stellen. Ik heb het gedaan en van die kennismaking heb ik veel plezier gehad, zooals je hooren zult. In de gang naar den foyer knoopte ik een gesprek met haar aan. Zij sprak vloeiend Fransch, beweerde uit Mascat te komen en stelde zich aan mij voor als Madame Maimouné Said el Babded, dochtei van den kalief van Mascat. Gedurende de conversatie bleek het mij. dat zij, ondanks H.M. DE KONINGIN VAN BELGIË. Door den heer L. F. Dert te Vlissingen is aan Z. M. den Koning en H. M. de Koningin het verzoek gericht hun portret in den handel te mogen brengen, op welk verzoek goedgunstig is beschikt. Van den Secretaris van H. M. de Koningin ontving de heer Dert het volgende schrijven: „Zeer gevoelig voor uw blijk van verkleefdheid, gelast H M. mij U. hier ingesloten, de gewenschte portretten te laten geworden.” Het portret van den Koninq is hetzelfde als wij eenige weken terug opnamen uit „King Alberrs book”. Het van H. M. de Koningin ontvangen portret plaatsen wij hierboven. haar Oostetsohe afkomst, een hoogst intelligente vrouw was, die met zeer vooruitstrevende ideeën bezield was. Er ging zoo’n charme van haar uit, dat ik voor het eindigen van de pauze, reeds doodelijk verliefd op haar was. Ik inviteerde haar na afloop der voorstelling bij Shepheard te soupeeren, doch er kwam een treurige trek op haar gelaat en zij bedankte mij voor de invitatie. Even ontstond een stilte, die zij verbrak door mij too te fluisteren : „Als U mij morgen wilt zien, kom dan vóór zonsondergang op den hoek van de Rue de Nil; draag ik een tuiltje witte rozen volg mij dan niet, want het zou noodlottig voor u en mij kunnen zijn. Heb ik een kanten mouchoir in m’n hand volg mij dan totdat we op een meer afgelegen plek zijn. Ik was verrukt over de spoedige toenadering en gaf haar m’n naamkaartje............. Bij het uitgaan van het theater ging ze in de vestibule langs me, een wolk van parfum achterlatend. Ze stapte in een prachtigen auto, waarin een aanzienlijk Oosterling zat. Den geheelen nacht en ook den volgenden dag heb ik aan die vrouw gedacht en maakte allerlei veronderstellingen, wie toch wel die Oosterling kon zijn.” „Daar twijfel ik geen oogenblik aan F’ merkte Tommy lachend op. Toen het „Allah Akba ah” van da minarets geroepen werd. DE OPENING VAN DE BEURS Na een halfjaar gesloten te zijn geweest is Dinsdag 9 Febr. de Beurs te Amsterdam weder geopend. J. D. EVERS. + Wed. Corn. ROULEAUBROEKMULDER, t In den ouderdom van 73 jaar is te 's-Gravenhage overleden de heer . i. E. DE BRUYN, oud-hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat — Te ’s-Gravenhage is in den ouderdom van 86 jaar overleden de heer J. D. EVERS, oud-eerstaanwezend ingenieur bij den aanleg van Staatsspoorwegen, ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw. — Den len Februari was het 25 jaar geleden dat de heer F. G. C. J. FUNDTER DE BEAUCHENE tot Commissaris van politie re Amsterdam benoemd werd. — De oudste inwoonster van Roermond, de Wed. CORNEL1A ROULEAU—BROEKMULDER is den 5en Februari op 99- jarigen leeftijd overleden. was ik op de afgesproken plaats. Nauwelijks stond ik er of er kwam een rijzige Arabier naar mij toe, die mij een briefje overhandigde, waarin zij haar leedwezen betuigde, dat zij mij moest teleurstellen, doch als ik haar wilde zien moest ik om elf uur aan de Nijlbrug komen, dan zou ik daar haar auto vinden om mij naar haar huis te brengen. Het briefje was in onberispelijk Fransch geschreven en onderteekend met „Ta Maimouné triste”. „Tommy, ik was zoo verliefd op haar, dat ik alles zou willen doen om haar gelukkig te maken. Ik wilde haar uit die omgeving, die haar ongelukkig maakte, weg nemen. Ongelukkig moest ze zijn, die droeve trek op haar gelaat, toen ik haar een souper aanbood, die geheimzinnige afspiaak en nu die onderteekening van dat briefje, dat alles wees er voldoende op. En dan te denken dat zoo’n schoone en hoogst begaafde vrouw, die in de Eurojpbesche salons gevierd zou worden hier misschien niet meer dan de slavin van een dommen Turk was, die haar voor een paar goudstukken gekocht had om haar als pronkstuk in een gouden kooi te zetten .... Tommy, ik had op dat oogenblik wel eiken Oosterling, dien ik zag, kunnen uitdagen F’ „Maar je dacht evenals Hamlet „Wees tot zoo lang stil m’n hart” en je ging naar de Nijlbrug . . . viel Tommy mij in de rede. Juist, jij bent een zeer scherpzinnig mensch. maar al was je de personificatie van Sherlock Holmes of een anderen geïmproviseerden detectief, het einde van de historie zou je toch niet kunnen zeggen. Ik ga verder. Toen ik aan de Nijlbrug kwam stond de auto al op mij te wachten en naast den chauffeur zat de Arabier, die onmiddellijk van den wagen sprongen het portier voor mij opende. Zonder iets te zeggen sloot hij het portier weer en we reden in snelle vaart weg. De wagen was van binnen electrisch verlicht, zoodat het zeer moeilijk was te zien welken weg wij namen. Een tijd lang reden we langs den Nijl, want nu en dan passeerden we een verlichte boot; daarna door een niet breede palmenlaan en vervolgens kwamen we in een park. Vlak bij den ingang liet de chaufeur drie maal den toeter hooren en hield, na nog een klein eind gereden te hebben, stil. De Arabier opende het portier en noodigde mij uit hem te volgen. We DE MAATREGELEN VAN DUITSCHLAND OP ZEE. Het Engelsche stoomschip „LusitaniaT dat aan de lersche kust het bevel ontving de Ameri- Op de „Rotterdam” v. d. Holland-Amerika-lijn, is voor het vertrek de naam v. h. schip alsmede de kaansche vlag te hijschen en onder deze vlag Liverpool binnenstoomde. haven zeer groot op den zijwand geschilderd, ter beveiliging tegen de maatregelen van Duitschland. »r GISBERT BROM : JOS DE KANTER.
PDF
Nummer
1915, nr.14, 17 feb. 1915
Blad
15
Tekst
111 s’t.-»ndcn voor een groot Moorsch landhuis, waarvan 4e gevel met arabesken versierd was; de details kon ik niet onderscheiden omdat de nacht duister en het gebouw niet verlicht was. We liepen naar de achterzijde van het huis, waar de Arabier bij oen klein portaal, dat met een zwaar gordijn gesloten was, bleef staan. Hij schoof den voorhang zoo ver open dat ik er juist door kon. Nu waren we in een lange, smalle gang met op den vloer een buitengewoon dik tapijt. De verlichting was electrisch, doch zeer schaarsch, er hingen slechts drie gloeilampjes in roode zijde gehuld. Geen geluid werd gehoord; zelfs ons gaan over het dikke tapijt was geruischloos. Hoe dieper ik de gang inliep, des te zwaarder werd de damp van een zoet-geurig parfum; ik kon niet zien waar het vandaan kwam, omdat de breede rug van den Arabier, die voor mij liep, mij elk uitzicht benam .... Eensklaps werd de stilte verbroken, m’n geleidei zei iets in het Arabisch, dat in dezelfde taal beantwoord werd. Hij week op zij en ik stond weer voor een gordijn, dat door een Berber, die met gekruiste beenen er bij zat, geopend werd. Ik trad binnen en wat ik toen zag, zal ik nimmer vergeten en was het geheele avontuur waard.” ,,’t Begint interessant te worden” zeide Tommy terwijl hij een versche sigaiet aanstak. „Nu,” vervolgde ik, „moest ik eerst m’n oogen aan het Oostersche tableau vivant wennen, voordat ik alles kon onderscheiden. Maimouné lag, bijna geheel in zijden kussens begraven, op een divan, die tegen den muur stond, waaraan een Perzisch tapijt hing. Zij was op Oostersche wijze gekleed, in een crème zijden jak met wijde mouwen en een broek met lange pijpen waaruit de rood gemuilde, kleine voeten staken. Haar kleeding was geheel met kleine paarlen en goud-brocade gegarneerd. Haar mooi kopje lag achterover in een kussen, dat van zijde geweven was en waarvan het dessin veel overeenkomst had met de teekening van een pauwoog-vlinder. Om haar zwart haar boog een gouden ornament met guirlandes van paarlen, diamanten, robijnen en safferen. In het midden, juist waar haar wenkbrauwen bijna samenvloeiden, was een groote diamant gezet en daarboven een aigrette, waarvan aan elk uiteinde der veeien een klein diamantje bevestigd was. Voor de divan zat een panter te snorren, even vreedzaam als onze poes bij den haard. Even spleet het beest de oogleden. toen ik binnen kwam, doch sloot ze weer onmiddellijk. Bij het hoofd en voeteneinde stond een uit koper gedreven reuklamp, waaruit een blauwe damp opsteeg, die het vertrek met een eigenaardig parfum vulde. Het was ongeveer dezelfde geur als waarmede de dame, die ons daareven passeerde. geparfumeerd was en waardoor de herinnering aan mijn avontuur bij mij opgewekt werd. Maimouné lachte mij toe en verzocht mij plaats te nemen. Bij de zwakste beweging, die zij maakte, lichtten de diamanten, saffieren en robijnen en glansden de paarlen......... Zij zeide mij dat het haar speet, dat zij mij had teleurgesteld, doch haar heer. een Armeniër, ruw en onbeschaafd, had haar den geheelen avond niet verlaten en zij was zoo verlangend mij te zien. dat zij besloten had mij bij haar thuis te ontvangen. We spraken over de voorstelling van La Juive, over Egypte en over het leven van een Oostersche vrouw. Eensklaps zeide ze met een stem waaruit een wereld van verlangen sprak : ,,Ik wilde dat ik als een Europeesche kon leven.” „Maar Madame,” riep ik verrukt uit, „dat is niet onmogelijk. U behoeft maar te spreken en ik voer u van hier naar mijn Engeland. Onze reis door Europa zal voor U een* zegetocht zijn, men zal U fêteeren om uw geestigheid en schoonheid.” Een treurige trek kwam op haar gelaat en ze sohudde ontkennend haar hoofd .... „Zou U dat doen vroeg ze met nadruk. „Ja, dat zal ik —!” Ze stak mij haar linkerhand toe en zeide : „alstl mijn hand kust, geloof ik U.” Ik drukte mijn lippen op haar geurend handie .... Ik voelde een steek in m’n achterhoofd, een hevigen schok door mijn geheele lichaam en ik viel neer......... DE NIEUWE INRICHTING VOOR OOGLIJDERS TE R’DAM. D ank zij een vorstelijke schenking van Vrouwe Maria Caroline Blankenheym is te Rotterdam een fraai gesticht voor Ooglijders geopend kunnen worden. De instelling zelve bestond reeds jaren. Dr. F. v. Moll heeft er duizenden patiënten aan zich verplicht. Het gebouw zelf. aan de Geldersche Kade, liet echter te wenschen over. Op de plaats waar vroeger de oude Engelsche Kerk stond, is nu de inrichting verrezen. Ontworpen en gebouwd naar de plannen van de architecten Nolen en Kromhout, met een fraaien voorgevel en monumentalen toren, biedt het interieur alles wai een modern ziekenhuis bieden kan en is er in de geneeskundige zalen en operatiekamers het laatste wat wetenschap en techniek vermogen bijeen te brengen om het lijden van ooglijders te vergezichts-organen te Dr. v. d. BRUGH. de nieuwe directeur. zachter, en hun kostbare belangstelling van veel autoriteiten en _ het directeurschap aanvaard heef Dr. F. D. A. C. VAN MOLL de na een 4O-jarige ambtsvervulling afgetr. directeur. behouden of genezing te geven. Onder den is de inrichting, waarvan nu Dr. v. d. Brugh aandag 15 Februari officieel geopend. DE NIEUWE OOGLIJDERSINRICHTING TE ROTTERDAM, ontworpen en gebouwd door de architecten Nolen en Kromhout. ..Was de panter jaloersoh geworden of zat de dolk van den Armeniër tusschen je ribben ?” vroeg Tommy lachend. „Neen, geen van beide en als je het slot wilt weten, val me dan niet meer in de rede, en luister maar. Toen ik m’n oogen weer opende lag ik in een kleine kamer met een venster waarvan de jaloezie was neergelaten. Een verpleegster zat bij mijn bed. De witte meubels en de verpleegster schenen zóó snel rond te draaien, dat ik m’n oogen weer moest sluiten. Even later zag ik weer op en nu stonden twee dokters bij m’n bed. Ik kon geen lichaamsdeel bewegen, zelfs m’n tong niet, zoodat ik kunstmatig gevoed moest worden. Langzaam voelde ik het leven in mijn lichaam terug keeren en na een maand mocht ik mijn bed verlaten; eerst toen vernam ik wat er met mij gebeurd was. Men had mij ’s morgens in de donkere Rue Darb-elTarraqua gevonden, liggend tegen een muur en in bewusteloozen toestand. Ik werd naar het hospitaal gebracht, waar het bleek dat ik al minstens een week buiten bewustzijn was en dat men mij aan de binnenzijde van mijn rechterarm een vergiftige injectie gegeven had. De hand van Maimouné was dus ook met een bedwelmende stof overdekt geweest, AANVARING. De vorige week Zondag is op 50 M. van de Noorderpier van den Nieuwen Waterweg het Noorsche stoomschip „Fix“ door het Noorsche stoomschip „Eimstad" aangevaren. Persoonlijke ongelukken kwamen niet voor. PANORAMA want van een injectie wist ik me niets te herinneren. Gedurende den tijd dien ik nog in het hospitaal bewusteloos ben gebleven kwam men door het verraad van Maimouné te weten, wat er met mij gebeurd was en dat is het meest verrassende dat je denken kan. De Armeniër, die haar van den schouwburg gehaald had was noch ’n Armeniër, noch haarechtgenoot. maar haar broer, van beroep een valschc speler, die de mailstoomers en de mondaine steden der wereld zoo nu en dan onveilig maakte. Zij was een Fran£aise, in Algiers geboren en de Arabier was haar man en van geboorte een Rus. Dit echtpaar had er een beroep van gemaakt om verschillende levensverzekeringmaatschappijen op te lichten. In Singapore hadden ze eenige jaren geleden een Engelsche maatschappij voor een flink bedrag opgelicht en met mijn onbewuste medewerking een Oostenrijksche. De Rus had zich te Weenen laten verzekeren voor honderdduizend kronen en om dat bedrag machtig te worden kozen ze Cairo tot het terrein hunner operaties. Ze huurden te Gizeh een villa en de schoone Maimouné moest in Cairo oen slachtoffer zoeken, die de functie van dooden echtgenoot te vervullen had. Vreemdelingen, vooral ongehuwden, hadden de voorkeur. Er moeten veel onbewuste sollicitanten geweest zijn, doch geen enkele is in den val geloopen. Met mij hadden ze bepaald geboft. Nu, toen ik met het tot op heden onbekende narcotische middel zoo goed bewerkt was, dat ik voor een doode kon doorgaan, werd ik tot den echtgenoot van Maimouné gepromoveerd. De dokter verklaarde dat ik aan een hartverlamming was overleden en zij liet den Oosten - rijkschen consul daarvan een procesverbaal opmaken. Mijn lijk werd gekist en op den dag van het begraven werd ik er uit genomen en een zak zand daarvoor in de plaats gelegd. De zak zand werd met veel ceremonie en veel geween van Maimouné begraven en ik werd ’s nachts in de Rue Darb-el-Tarraqua gedeponeerd. Ze waren te verstandig om mij voorgoed van de wereld te helpen, want op den een of anderen dag zou mijn verdwijning uitkomen en wie weet of er geen menschen waren, die aanwijzingen konden doen die tot ontdekking zouden kunnen leiden. „Maar de Oostenrijksche consul of de dokter, die je dood geconstateerd had, zou je hebben kunnen vinden . . . .” „Dan had geen van tweeën me herkend ,want men had mij op Oostersche wijze gekleed en m’n geheele lichaam okerkleurig gemaakt, toen ik als lijk moest fungeeren, en nadat ik die onbewuste plicht vervuld had, verkleedden zij mij weer en reinigden m’n corpus....... Maar laat ik vei der gaan. Mijn lijk had honderdduizend kronen opgebracht en die zouden Maimouné en de „Arabier” samen deelen. De pseudo-Arabiei scheen een bedrag van vijftigduizend kronende veel te vinden voor zijn mooie vrouw en streek den geheelen buit alleen op. Maimouné werd daarover zeer boos, en dreigde de zaak bij de justitie aan te geven. Haar echtgenoot wist dat zij met haren broer een nog grootëre oplichterij uitvoerde en hij antwoordde dat indien zij daar toe overging hij alle gepleegde misdaden en bovendien de geschiedenis van Singapore zou aangeven, want hij had daarbij wel het grootste gedeelte van den buit in zijn zak laten glijden, maar was altijd zoo verstandig geweest om bij de uitvoering der trucs een ondergeschikte rol te spelen, zoodat ze hem niet veel konden maken. Maimouné was daardoor zoo angstig geworden, dat ze naar Alexandrië is gevlucht en van daar uit een anoniem briefje naar den Oostenrijkschen Consul heeft geschreven, waarin zij de geheele misdaad beschreef en haar man als den eenigen dader aanwees. Zij heeft de gevolgen van haar schrijven niet afgewacht, maar zich een kogel door de slapen gejaagd. De justitie liet de kist opgraven en toen die zich overtuigd had, dat ze. werkelijk zand bevatte, werd een inval in de villa gedaan, waar men behalve de Oosteische pracht alleen den Berber en den panter aantrof. De pseudo-Arabier en haar broer waren verdwenen. Dit is het avontuur, waaraan ik door het parfum van die vreemde dame herinnerd werd en je kunt er uit leeren. Tommy, dat je nooit te veel moet kijken naar vrouwen met mooie oogen en vooral niet in het verre Oosten. I k rnoet in dit stukje streng incognito bewaren. Nog strenger dan anders. Want wat me op de omzwervingen in de hofstad dit maal gebeurde, was een van die vriéndelijke spelingen des lots, waaraan we in ons leven vaak meer prettige ervaringen beleven. Het was in ’n bioscoop. Ik ben dol op bioscopen. Het is veel interessanter dan ’n krant, hoewel je evenals bij iedere krant er je actualiteiten, je cjemengd nieuws, je wetenschappelijk feuilleton, en je roman-bijvoegsel krijgt. Alleen in ‘n bioscoop zie je alles van het begin tot ’t eind, terwijl je in je krant maar telkens ’n eetlepel krijgt Dan, ’n krant is wel eens slecht geschreven. ’n Bioscoop nooit, ’n Bioscoop is ’n levend ding, je doet veel meer zelf mee. Geen lens is zóó slecht, geen oog zóó grijs, of er komt wat van terecht op ’n film; geef daarentegen ’n gemakkelijk te behandelen onderwerp aan ’n slecht journalist, dan bederft ie ’t nóg. Je moest overal bioscopen hebben voor alle dingen, die gebeuren. Politie-rapporten met de bioscoop : wat ’n materiaal bij de terechtzitting: ’n vergadering van de Tweede Kamer met de bioscoop, en ’n gramophoonplaat, die de rede van het een of ander Kamerlid erbij afdraaide. Gemengd nieuws: bioscoop! ’s Avonds kreeg je inplaats van je krant, je film thuis of was je geen abonné, dan maar naar het bioscope-theater! Maar ik dwaal af. Stel nou eens dat je bij je krant, plotseling door ziekte van ’n niet bijster-bije journalist voor de vulling ’n keurig geteekende plaat krijgt, dan is dat zoo ongeveer de verrassing, die ik gisteravond in de Residentie-bioscoop kreeg. Want inplaats van het beroemde drama Severo Torelli, groot drama in 5 bedrijven en een proloog .... gebeurde er iets bijzonders. Eerst ging het licht aan, en toen weer uit, en toen weer aan .... en toen was alleen het verslagen gezicht van den explicateur, den heer Mullens, te zien, die verkondigde, dat ’t drama niet kon doorgaan, dat ’t wèggeraakt was! Stel je voor, de strop! Maar er kwam hulp! Een heer uit het ’t publiek stond op, en vroeg of hij misschien de leemte in ’t programma ontstaan, kon aanvullen met ’n paar Engelsche liedjes. Wie hij was deed er niets toe. Hij was meneer „Hij”. Meneer van Weezel, de pianist, zou accompagneeren. Maar hij kon wel piano-spel, maar niet „Engelsch.” Nieuwe moeilijkheid! Maar ten tweede maal klonk ’n stem van het balcon, ’n quite English women-voice: ..Mr. Albert, can I help you?” En in ’n keurig evening-dress daalt ’n English girl de trappen van het balcon af, de zaal door en dat was Miss Margareth Morris: „She”. Van Weezel stond z’n piano af en zoo ontstond, „Hij. Zij en de piano”! — Ik moet zeggen ’twas ’n allercharmantst duo. Een der aardigste dingen, die ik zag. Eerst zongen ze in het Engelsch: You made me love you, 1 dia not want to do it, toen in het Hollandsch, waarbij Miss Morris zong: lek wau niet fan je hauwe. Daarna zong „hij’’ alleen ’n liedje van „In den Haag daar woont ’n Graaf en z’n zoon heet Jantje”, en ten slotte zongen ze samen weer ’n Enqelsch ding van Billy Williams, ’n naam aien je alleen kan uitspreken met ’n Engelsch gezicht, zooals „Hij” opmerkte. Maar die droge opsomming van het programma, die doet ’t niet. Daarvoor moet je ’t witte slanke figuurtje van Miss Morris aan den zwarten vleugel hebben zien zitten en „Hij ’ in rok c' 'iaast hebben zien staan. Daarvoor moet je gezien hebben haar guitig, vriendelijk gezicht, de charmante virtuositeit van haar accompagnement, de bekorende onbeholpenheid van hare Hollandsche uitspraak, en de prettige jong*»:
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1371 tot 1375 van 11897