Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1356 tot 1360 van 11897
Nummer
1915, nr.12, 10 feb. 1915
Blad
12
Tekst
PANORAMA 92 De Gealliëerden aan het Oos FRANSCHELUCHTSCHEPEN. In het Fransche leger zijn proeven genomen met een nieuw soort luchtschepen, waarvan wij er een. die boven de vestingwerken van Parijs patrouilleert, hierboven in beeld brengen. DE ENGELSCHE RsCRU Op alle mogelijke wijze wordt er voor gezorgd dat de Engelsche recruten zoo spo*; moj georganiseerd om zoodoende L DE ENGELSCHE VLIEGENIERS IN VLAANDEREN. Geregeld staan er een aantal Engelsche vliegmachines gereed, om op het eerste te stijgen en verkenningen te doen boven het vijandelijke kamp. TEGEN HET WATER. De overstrooming van de landen in Vlaanderen maakt het noodzakelijk, dat op sommige plaatsen aarden verhoogingen worden opgeworpen, die dus bij een eventueele overstrooming kleine eilandjes vormen. EEN NEERGESCHOTEN TAUBE. Boven de Fransche linies werd er door Fransche aëroplanes een Taube neergeschoten. Het bleek dat de vliegenier en de verkenner, Kapitein Falkenhayn, een neef van den Duitschen opperbevelhebber, beiden gedood waren OP BEZOEKBIJ C VAN DEN DIJK GEROLD. Engelsche soldaten trachten een militairen wagen, die van den dijk gegleden is, wederom op het droge te brengen. De Koning en Koningin va dezer dagen wederomeen b hospitalen, waar gewonde s DE TELEG A AF Engelsche soldaten ezig z der verbroken legrafi
PDF
Nummer
1915, nr.12, 10 feb. 1915
Blad
13
Tekst
PANORAMA t Oostelijke en Westelijke Front :he reruten te aldershot. zoo spoed mogelijk afgericht zijn, om naar het front te vertrekken. Er worden allerlei wedstrijden de mannen te ,,trainen”. VERDEKT OPGESTELD. Een Fransche mitrailleur, die verdekt is opgesteld, gereed om uit dien schuilhoek den vijand te bestoken. ■ELE )ldaten, broken F HERSTELD. zijnde met het herstellen ische verbindingen. OEK BIJ DE GEWONDEN. i Koningin van Engeland hebben een /ederom een bezoek gebracht aan enkele lar gewonde soldaten worden verpleegd. DE MONTENEGRIJNEN IN DEN OORLOG. Generaal Martinovitch, een der hoofdaanvoerders van het Montenegrijnsche leger, slaat de uitwerking van het geschut gade.- EEN SERVISCH TRANSPORT. Uit de berichten, die ons uit Servië bereiken, blijkt dat de Serviërs alle maatregelen nemen om een nieuwen inval zoo goed mogelijk het hoofd te bieden. I N DE SN EEUW. Montenegriinen hebben hun kleeren in de sneeuw gewasschen en hangen deze nu in de boomen te drogen. OP WEG NAAR DE GRENZEN. De Serviërs gebruiken de rust, die hun op het oogenblik door de Oostenrijkers gegund wordt, om hun troepen op de meest bedreigde plaatsen te concentreeren.
PDF
Nummer
1915, nr.12, 10 feb. 1915
Blad
14
Tekst
PANORAMA 94 ÉÉ ONDER N DAK DOOR het rotterdamsch tooneelgezelschap * Van links naar rechts: Mevr. Mertens-de Jaeger, v. Hees, Nico de jong, Poolman, Tartaud, Mevr. Tartaud-Klein. Van links naar rechts: Poolman, Mevr. Tartaud, Tartaud. De inhoud van dit eigenlijk blij-eindig treurspel van den heer Fabricius behandelt de bekeering van een koppigen boer. In het kort komt de inhoud van het stuk op het volgende neer: Een oude boer heeft het land aan een schoondochter; heeft haar zelfs nooit als zoodanig willen erkennen, omdat ze hem een te ,,flodderig” stadsjuffertje was: in plaats van een deeg-degelijke boerendochter. Is dan de moeder dood dan komt de heele familie bijeen om te zien, wat er nou met den ouwe mot En een aangetrouwde zoon. Jan de smidsknecht, en de aangetrouwde dochter van wie we spraken, en die Lena heet, gedragen zich verre-, verreweg ’t beste van de familie. De drie bedrijven geven hiervan zoowel ernstige als vermakelijke scènes, tot aan het einde de algemeene verzoening komt. (foto's H. Berssenbrugge). O O O OOG OM OOG EN TAND OM TAND o o o een heerlijken dag in Juni was er zeker &een gelukkiger mensch op aarde dan Otto StrieninS’ ^et moest Janna Fokker zijn, waarmede hij hand in hand langs het strand te Noordwijk liep. Zij lachten en praatten met eikan(jer ais twee jonge kinderen, die nog geen zorgen kennen. In hun oogen blonk het licht van een wederkeerige liefde en hun harten, zoo luchtig als veertjes, schenen samen te willen wegvluchten op het zachte zomerwindje. Ze bezagen de wereld met de oogen van verliefde jongelieden en vonden dat ze zeer schoon was; de hemel op wiens blauw niet de kleinste wolk een smetje drukte; de groene zee met witgekamde ruggen, die met het gele duinzand wilden spelemeien; de mooie begroeide duinen en de vogels die daar kwinkeleerden; ’t was alles even schoon ’ Janna was een mooi meisje, gracieus met blauwe oogen en aschblond haar en een fijne teint: een meisje waarop ieder moest verheven, zooals dan ook met Otto het geval was geweest van af het eerste oogenblik dat hij vijf jaar geleden Janna Fokker voor het eerst ontmoet had. Janna’s moeder was gestorven, toen zij zelf nog een baby was, te klein om eenige herinnering te hebben bewaard van het origineel der liefelijke beeltenis, die ze in miniatuur in een medaillon om den hals droeg. Tot haar zeventiende jaar was zij onder de hoede van een gouvernante thuis geweest bij haar vader die haar niet uit het oog verliezen wilde. Dat jaar was voor haar een gebeurtenis geweest, want haar gouvernante kreeg eervol ontslag en kort daarop moest haar vader op last der regeeringnaar Indië vertrekken. Zoo kwam het dat Janna Arnhem verliet om bij mevrouw Tullings, een vriendin der familie te gaan logeeren tot haar vader weder zou zijn teruggekeerd. Het was bij mevrouw Tullings dat ze Otto had leeren kennen en spoedig had leeren liefkrijgen, want hij was een flinke jongeman, in wiens handen haar geluk veilig bewaard was. Hoewel Otto niet rijk was, waren zijn positie en voor uitzichten voldoende dat hij het meisje zijner keuze kon vragen zijn vrouw te worden, zooals hij dan ook eenige maanden geleden gedaan had. Zij had hem blijmoedig haar jawoord gegeven, in de hoop dat ook haar vader, die binnen enkele weken thuis verwacht werd, tegen haar verloving geen bezwaar zou hebben. Den dag waarop ons verhaal begint, had Janna van haar vader een brief ontvangen, dat hij den volgenden morgen zou thuis komen. Het kwam niet bij haar op, dat hij haar hartewensch eenigen hinderpaal in den weg zou leggen, want hij had steeds al haar verlangens ingewilligd. „Wat zal hij gelukkig zijn,” zei ze tot Otto, „omdat ik zoo gelukkig ben in het bezit van jouw liefde," en hij had haar in de armen genomen en als antwoord teeder gekust. Mevrouw Striening, een weduwe wier man reeds jaren dood was, was ten zeerste ingenomen met de keuze varu haar zoon. Was het wonder dat op dezen mooien zomerdag voor de beide geliefden, die den volgenden morgen hun innigste wenschen vervuld zouden zien, *de wereld zoo schoon en zonnig was ? Weinig bevroedden ze dat niets onbestendiger is dan volmaakt geluk en dat er zich dreigende wolken boven hunne hoofden samenpakten, die den zonnigen hemel van hun geluk voor immer zouden verstoren. * * * Kolonel Fokker arriveerde den volgenden morgen zeer vroeg. Hij had zijn dochter verlaten toen ze een bakvischje was, en hoewel hij begreep, dat ze gegroeid en in voorkomen veranderd zou zijn, was hij ten zeerste verwonderd haar terug te vinden als een jonge dame en het sprekend evenbeeld zijner vroeg gestorven en diep betreurde vrouw. Toen hij haar in de armen sloot en in de oogen keek, zag hij haar moeder weer, zooals hij haar voor het eerst leerde kennen. Was het wonder dat de herinnering aan zijn onherEEN MONUMENT VERNIELD. Het beroemde Russische monument in Galatar bij San Stefano, dat als aandenken aan de gevallen Russen in den TurkschRussischen oorlog * gebouwd werd en dat 500.000 gulden gekost heeft, is door de Turken door middel van dynamiet met den grond gelijk gemaakt. stelbaar verlies, door de sprekende gelijkenis zijner dochter opgewekt, hem een oogenblik droevig stemde ? Zoo zijn vreugde en droefheid vaak onafscheidelijk aan elkaar verbonden. Janna had met Otto afgesproken, dat hij in den namiddag plechtig bij den kolonel aanzoek zou komen doen; in dien tusschentijd zou zij trachten den weg voor hem te effenen. Na baars vaders vreugde over het wederzien, zijn wensch dat ze nu voor langen tijd niet meer van elkander zouden behoeven te scheiden, viel het haar evenwel uiterst moeilijk zich van de opgenomen taak te kwijten. „Ik ben voornemens, Janna,” vertelde de kolonel haar, „mij uit den dienst terug te trekken. We willen nu geheel voor elkander leven. Je moet eens wat meer van de wereld zien; we zullen dus dezen zomer eens een flinke reis gaan maken en dan huur ik tegen den winter een huis in Den Haag. waar jij de gastvrouw wordt." „Waarom hertrouwt u niet, vader?” vroeg Janna, niet zonder bedoeling. „Hertrouwen, kind ?" hernam de kolonel droevig lachende. „Neen, ik heb mijn hart begraven, toen ik je moeder begraven heb. Ik leefde na dien tijd en zal ook in de toekomst slechts leven voor jou !” Otto vond dus den weg niet bereid, toen hij zich kwam aandienen. Het zou in dit geval verstandiger geweest zijn bij een vader, die zoo pas na jarenlange afwezigheid zijn dochter terugvond, met een aanzoek eenigen tijd te wachten; doch leer nu eens een verliefden jongeman geduld te oefenen. Otto vond Janna met haar vader in de huiskamer en keek wel een beetje sip. toen de oude heer hem vroeg waaraan hij de eer van zijn visite te danken had. „Ik dacht dat janna u reeds had ingelicht,” zeide hij. ,.Dat hadden we afgesproken." De kolonel keek verwonderd eerst zijn dochter en daarna den jongen man aan. die zenuwachtig met zijn horlogeketting speelde. „Ik begrijp er niets van,” verklaarde de kolonel. „Maar ga zitten; misschien wil mijn dochter de zaak wel uitleggen." En zij deed het. terwijl haars vaders gebronsd gelaat bleek werd en zijn hoofd op de borst zonk. ,,U zegt toch „ja”, papa?” pleitte zij. „Otto heeft mij lief en ik hem !” Allerlei gedachten vervulden op dit oogenblik het brein van den ouden heer; gedachten vol teleurstelling en bitterheid, nu hij bemerkte dat hij zijn dochter alleen teruggevonden had om ze weer, en nu voor goed, te verliezen. Hij zei echter niets, want hij was rechtvaardig genoeg in zichzelf te erkennen, dat hij had kunnen verwachten wat er geschied was. Al zijn toekomstplannen waren nu met één slag vernietigd. „Maar," zei hij eindelijk, „ik ken dezen jongen man niet, Janna. Ik weet niet wie hij is, noch wat hij is, zelfs niet zijn naam. Hij mag . . . .” „Mijn naam, mijnheer, is Otto Striening en . . . .” Nu sprong de kolonel ontsteld op en liep op den jongen man toe. „Otto Striening,” herhaalde hij, terwijl hij hem doordringend aankeek. „En je vader was Koenraad Striening, kapitein bij de genie ?” „Ja, mijnheer I” „Dan, mijnheer Striening, is mijn antwoord : neen, neen, duizendmaal neen. Mijn dochter zal nimmer met je trouwen al waé je de eenige man op de wereld,” riep de kolonel woedend uit. „Ik zag haar liever dood 1” De verandering van de vreedzame stemming in die van bitterheid en haat was even plotseling als onverwachts. Janna zat op haar stoel onbeweeglijk, als versteend, te geschokt om te kunnen weenen. Otto was opgestaan, bleek en verwonderd. „Ik mag zeker wel weten waarom ?” vroeg hij verbolgen. „Voor een dergelijke weigering op deze wijze geuit moeten zeker buitengewone redenen bestaan.” „Je had verstandiger gedaan daarnaar niet te vragen,” antwoordde de kolonel koel. „Het is mijn plicht, mijnheer !” „Je eischt het?” vroeg de kolonel geërgerd. „Als u het zoo gelieft te noemen, ja, ik eisch het, hier en onmiddellijk !”
PDF
Nummer
1915, nr.12, 10 feb. 1915
Blad
15
Tekst
,, I n tegenwoordigheid van mijn dochter?’ ’ „Er is niets waarover ik mij tegenover haar behoef te schamen.” „Dan.... zal ik het u zeggen: uw vader was een dief, mijnheer! En je zoudt willen dat ik aan den zoon van een dief mijn dochter zou uithuwelijken?” Een oogenblik kon Otto niet antwoorden. Het scheen wel of het hem niet mogelijk was de beteekenis der woorden van den kolonel te begrijpen. Toen schreeuwde hij het eindelijk uit: „Je liegt!” „Dat kan niet waar zijn, vader!” kreet Janna, wie de tranen nu langs de wangen stroomden. - „Als je moeder het feit voor je verzwegen heeft, ben ik niet te laken,” zei de kolonel. „Als ze nog in leven is, vraag het haar dan !” „Het is een leugen,” riep Otto weer. „Ik kan het niet gelooven. En al was dit zoo, ben ik verantwoordelijk voor mijns vaders fouten? Mag een zoon worden gestraft voor de misdaad van zijn vader ? Een misdaad waaraan hij geen deel nam? Moet hij even slecht wezen als zijn vader? Dat is niet nobel, dat is schandelijk onbillijK’ En bovendien, mijnheer, ik zeg u het is een leugen !” „Je kent het spreekwoord : de appel valt niet ver van den stam !” was het antwoord van den kolonel. Otto voelde de aanvechting om zijn beleediger tegen den grond te slaan, de tegenwoordigheid van Janna weerhield hem hiervan. Hij wendde zich af en liep naar de deur; daar keerde hij zich om en vroeg aan het meisje, angstig haar antwoord verbeidend : „Jij gelooft het toch niet, Janna?” „Zoo waar ik hier sta, zweer ik, het is waar!” antwoordde de kolonel. „Mijn kind weet niets!” * * ♦ Een half uur later stond Otto voor zijn moeder; zijn oogen vol woede en verdriet; met hijgenden adem; de handen tot vuisten gebald, dat de nagels in zijn vleesch drongen. Mevrouw Striening zat in een lagen stoel, het hoofd in de beide handen en weende alsof haar hart zou breken — „Moeder, je zegt het is waar,” kermde haar zoon, „maar waarom, waarom heb je me het nooit verteld?” — „Ik heb steeds gedacht dat het onnoodig zou zijn,” snikte ze. „Ik wilde het voor goed verbergen.” „De waarheid komt altijd uit, moeder 1” „Maar het was niet jouw fout, mijn jongen,” zei ze. „Jij bent niet aansprakelijk voor je vaders vergrijp.” — Hij grimlachte. „Niet in uw oogen, maar wel in de oogen van de wereld !” „Het is onrechtvaardig, Otto ! Ach, ik ben zoo bedroefd. Ik dacht dat het reeds lang vergeten was, dat elk spoor was uitgewischt en nu na zooveel jaren .... Otto, Otto ! vergeef het mij. Ik verzweeg het om je bestwil!” Hij viel op zijn knieën voor haar neer, zijn armen om haar hals, zijn gelaat tegen het hare, terwijl beider tranen zich vermengden. „Ik vergeef je, moeder,” mompelde hij. „Ik was wreed! Ik heb je verdriet gedaan. Had ik kunnen vermoeden dat het waar was, nimmer zou ik gesproken hebben. Maar ik DE TOESTAND TE DENDERMONDE BLIJKT ZEER ERNSTIG TE ZIJN. Deze kinderen werden 3 Februari door het R.-K. Huisvestigings-Comité te Leiden uit Dendermonde gehaald en van Roosendaal onmiddellijk doorgevoerd naar Horst (Limburg), waar zij allen bij families ondergebracht zijn. De kinderen werden aangetroffen tusschen de puinhoopen van de verwoeste stad. waar zij natuurlijk heel treurig gehuisvest waren (van de 1400 huizen zijn er niet meer dan een honderdtal over). De foto werd genomen op de binnenplaats van het „Steen”, te Antwerpen. Giften worden gaarne door Dr. E. Verviers, 3 Octoberstraat 11a, Leiden, ontvangen. wilde hem zijn leugen teruggeven ! Huil niet, moeder!” Haar snikken hielden eensklaps op en ze lag stil in haar stoel. Hij nam haar handen van haar gelaat en lichte haar hoofd op. „Hemel!” gilde hij uit. „Ze is dood ! Dood ! De schok JAN BROM. t N. VAN VLIET. + S. I. DE VRIES. Te Utrecht is den len Februari na een smartelijk lijden overleden de bekende edelsmid JAN BROM. Van de belangrijkheid zijns levensarbeid voor de Katholieke sierkunst, leggen zijn talrijke werken een sprekende getuigenis af. — Te ’s-Gravenhage is op 67-jarigen leeftijd overleden de heer N. VAN VLÏET, die zich in tal van functies zeer verdienstelijk heeft gemaakt, o.a. als bestuurslid v. d. Gem. Handelscursus. — De heer S. I. DE VRIES te Hoorn, oud-lid v. d. Gemeenteraad aldaar en oprichter der bekende firma te Amsterdam en te Hoorn, die op het oogenblik in de modebranche een zoo belangrijke plaats inneemt, heeft Zondag 31 Januari zijn 90en verjaardag gevierd. vermoordde haar. Moeder, wusteloos bij haar neer. moeder 1” Toen viel hij beDe rechter-commissaris zat in zijn kamer in het gerechtsgebouw, wachtende op zijn equipage die hem naar huis zou voeren. Hij had een drukken dag gehad en voelde zich moe, en toen de gerechtsbode hem meldde dat er een dame was, die hem wenschte te spreken, voelde hij weinig lust het verzoek toe te staan. „Ik zal haar morgen ontvangen,” zei hij. „Ze zegt het is voor haar een zaak van het hoogste belang. Het is over het jonge meisje Spencer, dat heden verhoord is. Ik denk dat het haar moeder is.” „Maar ik kan niets voor haar doen, nu.” De bode aarzelde en in de stilte die volgde hoorde de magistraat het gesnik eener vrouw. „Enfin ! Laat haar maar binnenkomen. Ik zal haar .vijf minuten aanhooren. Laat me onmiddellijk weten, wanneer mijn rijtuig voor is.” De dame die binnentrad, was geheel in het zwart gekleed en droeg een zwaren sluier. De rechter-commissaris bood haar een stoel aan en vroeg haar; „U wenscht mij te spreken over Marie Spencer, is ’t niet ?” „Ja,” klonk het antwoord door haar snikken heen. „Ik ben haar moeder. Haar beschuldigers hebben het vergrijp geheel verkeerd voorgesteld. Ik weet zeker dat het niets anders is dan een karakterfout, een geval van kleptomanie, edelachtbare.” „Mijn lieve mevrouw, ik vind het zeer verdrietig voor u,” was het antwoord, „doch ik kan er thans niets meer aan doen. Het recht moet zijn loop hebben. Rijkdom mag geen verontschuldiging zijn voor diefstal, integendeel! Voor een arme die uit wanhoop steelt, zou die verontschuldiging niet kunnen gelden, voor een rijke mag ze niet gelden.” „Maar ze is pas twintig jaar, edelachtbare,” bad de dame. „Denk aan haar toekomst.” „Ik kan niets doen, mevrouw!” De bode klopte aan en trad binnen. ,-,Het rijtuig is voor !” De rechter stond op. „Het spijt me zeer voor u, mevrouw, maar ik kan er thans niets meer aan doen !” De dame stond op, sloeg haar sluier terug, en riep uit, terwijl ze voor hem op de knieën viel : „Ook niet voor mij, Otto?” Hij deinsde achteruit. „Janna Fokker!” riep hij verwonderd uit. „Heb medelijden,” bad zij. „Mijn vader. . . „Vermoordde mijn moeder en vernietigde mijn levensgeluk,” ging hij somber voort. „Het was niet uw schuld, mevrouw Spencer, ik weet het.” De bode trad weer binnen. „Uw rijtuig wacht, edelachtbare!” Otto Striening, oud en grijs op drie en vijftigjarigenleeftijd, nam zijn hoed en stok en ging naar de deur. „Goeden dag,” zei hij tot den bode. „Laat mevrouw uit!” En hiermede vertrok hij, terwijl mevrouw Spencer haar hoofd in haar handen begroef en tranen weende van bitter lijden. U houdt van muziek, niet waar? U hebt Glück, Grieg, Mozart, Scharwenka, en wie al niet meer, beluisterd. Gij hebt U ’n idee gevormd, hebt het beweeg dier muziek gadegeslagen, en toen ge ze hebt zien dansen, gedacht: ja, dat is de lente, dat is de hartstocht, dat het gracielijk bewegen. Dat heeft U de muziek duidelijk gemaakt, en ge hebt gevoeld dat achter iedere muziek ’n bewegen zit, dat door den dans kan worden naar voren gebracht. Maar zoodra hebt ge geen rag-time gehoord, of ge hebt niet meer gadegeslagen, en uw voet heeft’ alleen meegeklopt op den grond, uw hoofd heeft alleen, als hing het plotseling aan ’n draadje, meegeknikt in het rhythme, en ernstig beluisterd hebt ge ’t niet. Ik heb vandaag ’n rag-time zien dansen, waarin je voelde, dat er meer in zit. Daar z i t meer in. Daar zit in, heel het moderner, bewuster verlangen naar wat van het leven om ons, het leven van iederen dag, het leven zooals het reilt en zeilt, te genieten. Dat is de cadans van de talrijke kleine emotie’s, die je doortrillen, bij het gaan door ’n straat, en ’t zien van ’n mooien fijn geschoeiden vrouwenvoet, van het zien, voor je in den schouwburg van kleine blonde of zwarte krullen, even bewogen vaak, levendbewogen, tegen het teere blank van de huid, het is de cadans van die spontane verliefdheid op de duizend en een beloften van alles wat lief en mooi wezen kan, en het misschien engros niet is. Vroeger mijmerde je. Liet je je gaan op de walsmuziek als de Donauwellen. Dat was droomen. Dat was geen realiteit. Je hadt er ’n achtergrond van ’n sentimenteelen zonsondergang of ’n maneschijn bij noodig. Dat is uit. Je wordt nu verliefd in ’n tram, op ’n hoek van ’n straat, bij ’n theater-voorstelling of in ’n bioscoop. Je ziet waarop je verliefd wordt. Je weet ’t, je dweept niet meer. Je wilt en je wilt niet. Je laat je gaan en je houdt je in. Je wilt méér en je vréést voor meer. Je tracht vast te houden aan het kleine werkelijke, dat je trof en je drijft tóch door. Het komt op eens en van dichtbij. Het wordt niet geboren uit ’n lang-gekoesterd ideaal, het rijst spontaan voor je, tastbaar, aanwezig. Het is er. En dat trekt je mee onweerstaanbaar. Zoo is de moderne verliefdheid. Zoo is de modërne dans. Ik heb dezen gezien bij Maddy en Willy Encla. Het is de bekoring van het tijdelijke, het aanwezige, de bekoring van lijn, en stand, de bekoring van wat je direct om je ziet, en de bekoring van het te bereiken niet alleen, maar de bekoring vooral van het schoone waardeeren. Een moderne dans is ’n les. ’n Les hoe blij te kunnen zijn, als, wat we aan vreugde bezitten om ons, door ’n emotie levend wordt, ’n Moderne dans is niet de vertolking van het hemelhooge, dat velen slaat met de onmacht het ooit te bereiken, en ’n melancholie om ’t leven nalaat vaak; ’n melancholie, dat we geen góden zijn. ’n Moderne dans geeft van wat we hebben, wat we maken kunnen ervan, de vreugde. En die geeft hij, met al het reeele, het misschien korte, nooit zekere, het stijgende en dalende, het méér-willende en het weer verwerpende van onzen tijd van twijfel en sterk verlangen niet te twijfelen, ’n Moderne dans is ’n episode. De duizendmaal zich herhalende en nooit genoeg beleefde. Hij is telegrafisch kort; in z’n rhythme is het korte tikken van ’n Morsetoestel. Vroeger waren we lyrisch. Nu zijn we beknopt, kort, haast nuchter. De glijingen van ’n Donauwellen hebben plaats gemaakt voor de moderne korte afgebroken cadans van de rag-time’s. Maar de dans lééft nóg. Op het andere rhythme krijgen we onze nieuwe emotie’s, de korte emotie’s om het schoone aanwezige en wat niet meer te bemijmeren is, en onze vreugd geeft er vorm en lijn en schoonheid aan. Maar het is niet eeuwig meer, al is ’t begeeren tijdeloos. Maddy en Willy Encla geven dien dans Na de rag-time’s, de tango, zien we the Hesitation-valse: Hesitation! Armoede en Rijkdom tevens van onzen tijd! CI-DEVANT. DANS-AFTERNOON WILLY en MADDY ENCLA.
PDF
Nummer
1915, nr.12, 10 feb. 1915
Blad
16
Tekst
N.V. Pope's Metaaldraad-Lampenfabriek, Venlo. De oudste Gloeilampenfabriek in Nederland. 10 MAAL MEER LICHT DAN EEN GEWONE LAMP BIJ GELIJK STROOMVERBRUIK OPGERICHT 1889 Spiraal Reflector kost iets meer dan een gewone lamp, maar bezit daartegenover de voordeelen. dat ■ VX» » zij in vertikale richting 10 maal meer licht verspreidt, voorzien is van een afneembaar sneeuwwit porceleinen kapje; terwijl cirkelvormig in t centrum van de lamp de zeer fijn gewonden SPIRAAL Spiraal, vervaardigd van getrokken draad, is elastisch en bestand tegen eiken SChOk Of StOOt. Geen lichtverspreiding naar alle richtingen als bij een gewone lamp. POPE’S Spiraal concentreert het licht op één punt, terwijl de Reflector de lichtstralen omlaag werpt. Speciaal fabrikaat voor kantoren, Magazijnen en Winkels. Verkrijgbaar bij alle Electrotechnische Insfallatie-Bureaux. Verkoopbureaux: Amsterdam; WILLEM VAN RIJN, Keizersgracht 171. Telefoon N. 2621. Soerabaya; KOLFF, VAN DER HOEVEN & BROEKMAN. Bandoeng: N.V. t. v. d. z. VAN DEUTEKOM & WAAL. Groeneveld, Ruempol & C° jpgehangen. Deze Prins Hendrikkade 68. AMSTERDAM. Electro-Technisch Bureau. Telefoonnummers > 4827 en 10421. Telegram Adres: VELDREM. Spier s Meubelmagazijn Haarlemmerstraat 78 - Amsterdam -------------------- TELEFOON 6427 -------------------- Modelkamers: HAARL. HOUTTUINEN 25 -------- Fabriek: TEERKETELSTEEG -------- COMPLETE MEUBILEERING VRAAGT ONZE NIEUWE PRIJSCOURANT 1915 KONINKL NEDERL SIGARENFABRIEKEN E ' f 1 O - Amsterdam - ugene Uouimy&Daar-s-Heriogenbosd. Het in de dagbladen zoo gunstig door H.H Doctoren aanbevolen en beoordeelde recept voor Haarwater: fiir dob5 L/vola STOOM - WASSCHERIJ „De Pelikaan”— Gouda CHEMISCHE WASSCHERIJ TEL. 196 en 253 INT. EN VERVERIJ BAYRUM 85 — LIV0LA DE COMPOSEE 30 MENTHOL CHRIST I. is verkrijgbaar bij: Th. R. DE ZWART, Drogist, Nassaukade 361, Amsterdam. Utrecht: DE ZWART & Co. Nobelstraat 24. Per flacon van 125 gram f0.90, van 250 gram fl.50 Mad™ Recamier 5 cents Sigaar. ROTOGRAVURE IS HET IDEAAL-PROCÉDÉ VOOR ELK DRUKWERK Koopjealijst gratis op aanvraag DE LOCHEMSCHE COÖP. ZUIVELFABRIEK verzendt haar prima ROOMBOTER direct aan consumenten, door het seheele Rijk. Depót te AMSTERDAM: DE CLERCQSTRAAT 9. Frissche Kracht en Gezondheid voor de Ouden van dagen. WINCARNIS UITSTEKEND TONICUM. Bestaande uit prima portwijn, vleeschextract en moutextract. Bekroond met gouden medaille Wereld-tentoonstelling Brussel 1910. WINCARNIS is een zeer aangenaam smakende, toniseerende wijn, aangewezen bij verschillende zwakte-toestanden, uitputting, bloedarmoede en reconvalescentie. Prijs per groote flesch ƒ 3.— per kleine flesch ƒ 2 — Verkrijgbaar bij alle Apothekers en Drogisten; en bij den GeneraalAgent voor Nederland; P. DESSERS, Leidschekade 67, Amsterdam. Onder voortdurende controle van Dr. P. J. SCHIEVEEN BORGMAN, Mosseltrap 2, Rotterdam. GEHEIM. Fabrikant van DOLOMENTO (verbeterd systeem voor effen en gekorreld Houtgraniét), is genegen ’t geheim der fabrikatie te verkOOpen en desgewenscht kooper de bewerking practlsch aan te leeren. Brieven onder letter O, Boekhandel Richel le, Nijmegen. '1NCARMS DE WIJN DES LEVENS Aanbevolen door meer dan 10.000 Doktoren. American Importmg Co. AMERICAN MANUFACTURERS AGENTS 197. KEIZERSGRACHT, AMSTERDAM. Dames! Vanaf f 1.50 zend ik U franco huis een MOOIE HAARVLECHT volgens (oegezonden staal. Van uitgevallen Haren worden mooie Vlechten gemaakt a f 1.— H. DE GROOT, kapper. Aelbrechtskolk 3, Rotterdam. Telefoon 637. Qzet _ 'Cï T® , ■ P) C. ,L. VAN DEN DONK 's-Gravenhage - Wagenstraat 41-43* AMEUBLEMENTEN Laat Uwe woning door ons goedkoop en degelijk inrichten. Nieuwe Ontwerpen - Smaakvolle Ensembles Teekeningen en geïllustreerde Prijscourant op aanvraag Iranco. TELEFOON 867 Franco leven ng NEDERL. R0T0GRAVURE-MAATSCHAPP1J, LEIDEN.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1356 tot 1360 van 11897