Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1311 tot 1315 van 11897
Nummer
1915, nr.6, 20 jan. 1915
Blad
15
Tekst
IN HET VLUCHTELINGENKAMP TE BERGEN-OP-ZOOM. Bij goed weer wordt de maaltijd in de open lucht gebruikt. origineel genoeg.'’ „O maar het eindigt heel origineel. Luister maar.’' „De ontrouwe broeder komt thuis, bezweert den dood van zijn broeder en ontvangt de geheele erfenis. Ongelukkigerwijs keert de verongelukte na vijf jaar terug. . . .” „Neen, neen, onmogelijk,” stamelde Vivian, terwijl hij den verteller met verwilderde oogen en doodsbleek gelaat aanzag. „Jouw vervloekte hond !” riep Manning uit, terwijl hij op den ader afsprong, hem met de eene hand bij de keel vatte en metde andere zich pruik en baard van het hoofd trok. „Rrhard 1” hijgde Vivian. „Jij?" „Ji ja, ik ! Jij liet mij, jouw broeder, voor dood op dat eilar; tot mijn beenderen in de zon verbleekt zouden zijn. Jij ham naar huis om van mijn geld een vet leventje te leidt jij ontroofde mij het meisje, dat ik beminde, met je verrekte leugens; jij stal mijn ideeën en schreef daarover boekenie succes hadden. Jij smulde aan uitgezóchte spijzen en inken, terwijl ik, je broeder, verhongerde, verhongerde! Hcje me ?" enade, genade 1" smeekte de lafaard, terwijl hij voor zijn biier op de knieën viel. arlton Vivian, de beroemde auteur, slaat nu een mooi fi r, hè ?" leb medelijden, Richard !’’ k heb lang naar je gezocht, tot ik eindelijk uitvond, dat \an, wonende Belgradostreet 35. eertijds luisterde naar tnaam van William Manning.” i hem bij den schouder vattende, schudde hij hem dooreen siste: „Jou hond! Ze heeft je gelukkig afgewezen, ioorzag je, hè ? En nu is zij mijn ! Voel je je nu zoo BEELDENDE KUNST Naar aanleiding van de tentoonstelling die van 17—24 Januari zal gehouden worden in het gebouw van de Rijksacademie voor Beeldende kunsten aan de Stadhouderskade te Amsterdam, beelden wij hierbij de figuur van Pieter Aerizen af. Deze schilder leefde in de 16e eeuw en heeft in de Oude Kerk te Amsterdam 3 glasloodvensters ontworpen met Bijbelsche voorstellingen. Het Rijksmuseum bewaart van hem een 7-tal werken van Bijbelsche voorstellingen en tafreelen uit het volksleven. Het beeld is vervaardigd door den beeldhouwer Th. van Reyn, die de Prix den Rome heeft verkregen, en wiens portret naast het beeld staat. Het beeld zal in een der nissen van het Stadsmuseum geplaatst worden. schuldig? Schreeuw het dan uit. dat je schuldig ben. jij lafaard !” Toen, met al de kracht van zijn verontwaardiging, wierp hij zijn trouweloozen broeder van zich af. „En nu komt nog een zeer oorspronkelijk slot, beminde broeder," ging Richard voort. „Trek je jas uit, je vest, je linnengoed, alles wat je aan hebt en doe het mijne aan." IN HET VLUCHTELINGENKAMP TE BERGEN-OP-ZOOM. Wanneer er geen werk is wordt de tijd doorgebracht met„kaarten”. Werktuiglijk gehoorzaamde de ander en weldra waren beide mannen van kleeren verwisseld. „Goede hemel !" riep Vivian uit, terwijl hij verbijsterd zichzelf in zijns broeders armelijke plunje bekeek. „Wat is je plan ?" Richard trok hem bij den arm naar den spiegel. „Waarde broeder, ziehier !" zei hij. „We gelijken op elkaar als twee druppelen water. Niemand zal onze ruil bemerken. Vanaf dit oogenblik ben ik Carlton Vivian, en jij Richard Manning, de verworpeling." Bij die woorden vloog de bedrogene naar de bel. maar zijn broeder hield hem terug. „Nog eens die beweging en ik vermoord je," dreigde Richard. Vivian deinsde achteruit, want hij hoorde den haan van een revolver overgaan. „Als je het ooit durft wagen mijn identiteit bekend te maken, dan ga jij voor verduistering en poging tot doodslag de gevangenis in. „En broederlief," vervolgde hij, „wat zeg je van het slot van mijn verhaal ?" De ander stond verpletterd, sprakeloos. Richard belde. De dienstbode trad binnen. „Wil je mijnheer eens uitlaten !" gelastte hij. Langzaam, half versufd, stond de man, eens in de wereld bekend als Carlton Vivian, op en liep met onvaste schreden de kamer uit — een verworpeling. En de gewaande Carlton Vivian, een uur vroeger nog Richard Manning, stak een sigarette aan en liet zich met een zucht van voldoening in een der luxe-luierstoelen neervallen. HET NIEUWE GEBOUW VAN DEN HORTUS BOTANICUS TE AMSTERDAM. oensdag 14 Januari had in den Hortus de plechtige opening plaats van het nieuwe gebouw. Prof. Hugo de Kries (3e van links op onze foto) deed in zijn openingsrede uitkomen, welke voordeelen zijn gaan naar Amerika hem zou hebben bezorgd. Ondanks dit alles deed het hem nu toch genoegen, dat hij het zeer vereerende aanbod. indertijd had afgeslagen. EEN NIEUW GEBOUW TE ’S-GRAVEN H AGE. De inkoopvereeniging, „Eendracht maakt macht", die voor een drietal jaren werd opgericht, met 20 leden en het eerste jaar een omzet had van f 70.000 (thans telt de vereeniging reeds 72 leden en had het vorig jaar een omzet van f270000) heeft een eigen gebouw gesticht. Bakkerstraat 5, daar het oude gebouw aan de Nieuwe Malistraat veel te klein was geworden. EEN SCHADUW UIT HET VERLEDEN jgohn Pendergast zou er een eed opgedaan hebben, dat de deur met een slag dichtsloeg, op het oogenblik dat hij de oogen opende. Hij .. - <" v was 200 overtu*&d dat zijn gehoor hem niet bedrogen had, dat hij opstond, naar de deur l,‘liep en den knop omdraaide, doch de deur bleef gesloten en een blik op den sleutel overtuigde hem dat deze nog precies zat, zooals een uur te voren, toen hij de deur voor mogelijke onwelkome bezoekers gesloten had. Hij draaide den sleutel om, deed de deur open, ging de gang in en luisterde. Het was evenwel stil in huis, niet het minste gerucht trof zijn oor. Hij ging dus terug naar zijn kamer, sloot de deur weer, nam in zijn bureaustoel plaats en ging voort met het schrijven van de novelle, waaraan hij voor het diner was bezig geweest. Het wilde echter met zijn werk niet vlotten, zijn gedachten keerden telkens terug tot den droom, dien hij gedurende zijn siësta gehad had. Het was een zonderlinge droom. Terwijl hij zijn middagslaapje deed in zijn rieten luierstoel, zag hij in een visioen in den stoel tegenover hem een ouden man zitten met sneeuwwit haar en bakkebaarden en een mager perkamentachtig gezicht, waarin het linkeroog ontbrak. De grijsaard was gekleed in een zeventiende-eeuwsch kostuum uit den tijd van Karei I. „Ga naar Bradport," had de vreemde gezegd, zich in zijn stoel voorover buigende. „Je moet naar Bradport gaan, zonder aarzelen. Daar is werk voor u te vinden." Pendergast, getroffen door zijn onverklaarbare tegenwoordigheid, had hem toen gevraagd wie hij was, hoe hij hier kwam, waar hij vandaan kwam en wat voor verschil het zou uitmaken of hij naar de Zuidzee-eilanden of naar Bradport zou vertrekken. „Wat moet ik daar doen ?” had hij ten slotte gevraagd. „Laat de dingen hun loop hebben,” had de schim hem geantwoord. En daarna was het visioen /eranderd in andere visioenen, zooals dat in droomen zoo menigmaal voorkomt. Zoo zag Pendergast onder anderen zichzelven visschende in een rivier en uit het water kwamen verschillende aangezichten boven, aangezichten van oude en jonge menschen, van mannen en vrouwen, mooie en leelijke, aangename xèn onaangename. Sommigen lachten, sommigen weenden en anderen zwoeren eeden van wraak en vergelding. Vuisten werden dreigend uit het water omhoog geheven tot hem, dacht hij, doch toen hij rondkeek, zag hij naast zich den man zitten met het eene oog, het witte haar en de bakkebaarden, die even te voren in den stoel tegenover hem gezeten had. Hij- vroeg den oude wat dit alles beteekende. „Al deze menschen heb ik gedood," zei hij, „en nog vele anderen zullen sterven door mijn schuld als - als gij niet naar Bradport gaat. Daar leeft iemand, die ik wensch te redden. Zij moet gered worden ! Zij is te goed, te jong, te schoon om nu te sterven, is ze niet ?" en hij haalde een medaillonportret te voorschijn, dat aan een blauw lint aan zijn hals hing. Pendergast staarde op een gelaat, zoo lief als hij nog zelden gezien had, een mooi meisjesgelaat in den bloei harer jeugd. „Wil je haar redden ? God zegen je 1” En nu zag hij den man, die weer in den stoei zat als te voren, opstaan, het vertrek verlaten en hoorde hij de kamerdeur dichtslaan met een slag, dien Pendergast opeens uit het land der fantasie in de werkelijkheid terugbracht. (Wordt vervolgd).
PDF
Nummer
1915, nr.6, 20 jan. 1915
Blad
16
Tekst
KONINKL. NEDERL. SIGARENFABRIEKEN Eugène Goulmy&Baar P. SLUIS. V06EL-EN PLUIMVEEVOEDER LA PLUS MENTHE FINE MARQUÉ VERTE . COINTREAU EN VENTE PARTOUT Mad= Recamier 5 cents Sigaar. STOKHUYZEN'S VRUCHTEN LIM. merk „RHENA”. ’t Hoogst bereikte op ’t gebied van Limonade. I. V. Stoomvirictasap- en Jamfabriek, lipten a. d. II. Wenscht U voor Uwen zoon eene goed-betaalde en aangename positie, met weinig kostbare opleiding, vraagt dan ons Prospectus. — Daar op den 5 Januari begonnen cursus alle plaatsen bezet zijn, terwijl nog tal van aanvragen om toelating inkwamen, openen wij voor geschikte jongelieden (15—23 jaar) 18 Januari een parallel-klasse. Tot 6 Februari toelating mogelijk. The Rotterdam Wireless Training College (Eenige vak- en vormschool voor Draadlooze Telegrafie in Nederland). GEBOUW PLAN C, ingang Gelderschestraat 10b (achterzijde Beursstation). Zij, die in werkelijkheid enezing willen vinden bij aalhoofdigheid of ontijdig uitvallen van ’t haar, wenden zich in vertrouwen totJ. OBRATI, Haarkundige, Amsterdam, Zoutsteeg 4. Aan hen, die na onderzoek tot behandeling worden aangenomen, wordt herstel gegarandeerd. Het „Nieuws van den Dag*’ schreef onder meer: Een feit is ’t dat onderscheidene hier wonende personen van allerlei leeftijd getuigen loor hem weder in het bezit van den haardos te zijn gekomen. DRAISMA -vam* VALKENBURG’S LEVERTRAAN-: LEEUWARDENS f3 JBuïtenhavenweg 132 c Schiedam -Telqoon N214 ___ ________ ____________ - -j PXiMLIFKvkn GESM:ÏJzEIOWL^j In antwoord op de vele aanvragen berichten wij, dat wij ons gaarne belasten met het inbinden van Panorama’s. De prijs van band en binden van een geheelen jaargang bedraagt slechts . f 1.60 van een halven jaargang . . . . f 1.30 De losse afleveringen moeten franco worden gezonden aan onze administratie onder bijvoeging van het verschuldigde bedrag alsmede f 0.25 voor franco terugzending. Voor AMSTERDAM kunnen de losse afleveringen onder bijvoeging van het verschuldigde bezorgd worden bij den heer H. J. L. Verhoeven, Reguliersgracht 28, Amsterdam. Voor ROTTERDAM bij den heer F. M. R. StrijbOSCh, Soetendaalsche weg 107, Rotterdam. (wettig gedeponeerd) 3=5lGAAR A. Hoosendijk Jz. - Vlaardinsen. MOOIE VORMEN. Wondervolle Buste en blanke huid verkrijgt en behoudt iedere Dame van eiken leeftijd door mijn methode. Uitwendig gebruik. Succes gegar. Zendt adres en 5 cents postzegel en U ontvangt gratis inlichtingen. Maison NiEMANN, Adam, Da Costakade 43 M, huis. Douro-Portwijnen. KANTOORVLAC. CHAMPAGNE „QUEEN” Bodega s „Oporto”, R'dam, ’s-Hage, A dam. MEN TEEKENT IN BIJ ELKEN BOEKHANDELAAR GEDENKBOEK ---------------------- VAN DEN------------------------ EUROPEESCHEN OORLOG IN 1914. Onder toezicht van W. A. T. DE MEESTER, Luitenant-Generaal. Oud-Commandant van het Veldleger. Met medewerking van bekwame autoriteiten, o.a. den Kapitein v. d. Generalen Staf, Q. H. H. VAN DOBBEN, Mr. S. DE MEESTER, Dr. H. T. COLEN BRANDER, Gen.-Majoor H. L. VAN OORDT, Mr. C. TH. KRABBE. Compleet in 20 Afleveringen ad 30 Cents. Dit werk, dat nu reeds met een groot succès bekroond is, wordt naar gelang der gebeurtenissen uitgegeven en belooft een boek te worden van blijvende waarde. Uitgave van A. W. SIJTHOFF'S UITGEVERS-MAATSCHAPPU, LEIDEN. NEDERL. R0T0GRAVURE-MAATSCHAPP1J, LEIDEN
PDF
Nummer
1915, nr.7, 22 jan. 1915
Blad
01
Tekst
No. 7 (30a) 22 Januari I91S. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. Afzonderlijke Nummers f0.075 UITGAVE A. W. SIJTHOFF’S UITQEVERS=MAATSCHAPPIJ, LEIDEN - RED. EN ADM. DDEZASTRAAT 1, TEL. 1. HET ZWARE ENGELSCHE GESCHUT. DAT OVER DE MODDERIGE WEGEN IN ZUID-WEST-VLAANDEREN NAAR HET FRONT MOET WORDEN GEBRACHT. ___ ....: è. EEN MOEILIJK TRANSPORT.
PDF
Nummer
1915, nr.7, 22 jan. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 50 DE OORLOGSWAARDE DER PONTONNIERS an de oorlogswaarde der pontonniers valt vooral na deze reuzenworsteling niet meer te tornen. Dat is al begonnen aan de Maas, waarover de Duitsche genie met ware doodsverachting een brug trachtte te slaan, die telkens weer door de Belgische artillerie werd vernield, tot ze er eindelijk in slaagde een punt van overgang te vinden, waar de brugslag betrekkelijk ongestoord kon plaats vinden. Toen konden de Duitsche infanterie en artillerie zich naar de overzijde spoeden en daarmee was het lot der vesting Luik bezegeld. Waarom de Duitsche pontonniers dan niet ommiddellijk op dit veiliger punt den brugslag aanvingen? Lateren tijden zal het voorbehouden zijn, dit donkere punt in een helder licht te zetten, of wel den geesel der kritiek niet te sparen. Immers een der voornaamste werkzaamheden van den commandant is het, een zoodanig punt van overgang te kiezen, dat de brugslag buiten ’s vijands vuurbereik kan plaats hebben 1 Is dit onmogelijk, dan nog moet getracht worden een gedekte plaats te vinden, waar tenminste het voorloopige werk kan gebeuren. Met zooveel mogelijk in elkaar gezette eenheden wordt naar de plek van brugslag gevaren en hier de brug verder voltooid. Wanneer werkelijk alle werkzaamheden onder het vuurbereik der moderne repeteergeweren, mitrailleurs en snelvuurkanonnen moeten geschieden, dan zijn de verliesgaten eenvoudig niet te stoppen, zooals aan de Maas, Yser en Weichsel is bewezen. In tegenstelling met de meeste andere landen, waar De bagagetrein eener pontonafdeeling. de pontonniers tot de Genie behooren, zijn ze in ons land bij de Artillerie ingedeeld. Wij onderscheiden den z.g. Rijdenden en den Varenden Trein. De Rijdende Trein is aan de Divisiën van ons Veldleger toegevoegd. Elke divisie beschikt namelijk over een aantal ponton- en schraagwagens, zoodat tamelijk breede wateren • overbrugd kunnen worden. Deze reusachtige wagens, waarvan zij, die beladen zijn met pontons veel op walvisschen gelijken (zie de foto’s), worden getrokken door vier paarden, terwijl tijdens den marsch de pontonniers boven op de wagens plaats nemen. Niet overal wordt dit toegepast, maar het is toch zeer noodig, dat tijdens den marsch de pontonniers kunnen rusten om straks bij den brugslag het toppunt van energie te kunnen ontwikkelen. De practijk heeft aangetoond, dat het ondoenlijk is de pontonniers uren te laten marcheeren en ze daarna nog snel een brug te laten slaan. Schraagwagens zijn noodig, omdat soms de oevers zoodanig zijn, dat schragen geplaatst moeten worden om een behoorlijk bruggehoofd te vormen. Zeer duidelijk is dit te zien op de foto, waarop een water met steile oevers is afgebeeld. In dit geval zijn aan beide zijden zelfs twee schragen noodig om een behoorlijke verbinding met het land te krijgen. Het goede en stevige plaatsen dier schragen kost heel wat moeite en houdt het langste op van den geheelen brugslag. Ik zal de lezers natuurlijk niet vermoeien met de détails van een brugslag. Nadat de commandant van den brugslag verkend heeft, waar de brug gelegd zal moeten worden en waar de werkzaamheden dienen te geschieden, meet of schat hij de breedte van het water. Vervolgens legt hij de richting vast, waarin de brug gelegd zal moeten worden. Het benoodigde aantal wagens wordt intusschen afgeEen pontonafdeeling op marsch. laden. Dit afladen is een heel werk, want reglementair zijn voor het te water laten van een ponton 16 pontonniers noodig. Het gewicht van zoo’n ponton is 480 K.G. en de lengte 7.5 M. In een oogwenk is de keurige marschcolonne van walvisschen als ’t ware uiteengespat. Snel zijn de paarden afgespannen en zooveel mogelijk op een gedekte plaats opgesteld. Tal van rappe pontonniershanden laden de pontons af en na eenigen tijd staan daar de naakte wagens, liggen de pontons te water en is het aan den oever een pele-mêle van'allerhande soort touwwerk, als trossen, reepen, lijnen, touwen en houtwerk, als ribben van diverse afmetingen en brugplanken. En nu maar de brug in elkaar gezet, zoo snel als doenlijk is, want elke minuut vertraging kan van invloed zijn op de beslissing. Vandaar dat ook hier de verdeeling van den arbeid hoogtij viert. Deze sergeant maakt met zijn manschappen een bruggehoofd, gene een brugvak en daar vele handen licht werk maken, is de brug spoedig klaar. Geen spijker of hamer wordt er bij gebruikt. Alle verbindingen geschieden door touw en toch zijn deze zoo stevig, dat straks de artillerie zonder bezwaar de brug kan passeeren. Wanneer de spanning van ponton op ponton 4.80 M. bedraagt, dan is de brugbouw bestand tegen het geregeld overtrekken van troepen en voertuigen, behoorende tot het veldleger (maximum gewricht 2700 KG.). Let wel, dit geldt alles voor den Rijdenden Trein. Bij den Varenden Trein is het materieel veel zwaarder en kan dus weer met heel andere cijfers gewerkt worden. Natuurlijk kan Een pontonbrug met een doorlaat. men oqk de onderlinge afstanden der drijvende ondersteuningslichamen vergrcoten, maar dan wordt de brug lichter en kan alleen infanterie en cavalerie met éénen er overtrekken. Zooals reeds gezegd werd. beschikt de Varende Trein over zwaarder materieel. O. a. beschikt deze over pontons, die 1225 KG. wegen en 9 M. lang zijn. Deze trein is zelfstandig, derhalve niet ondergeschikt aan een der divisiën van het Veldleger en wordt geheel te water vervoerd. Bij vredesoefeningen moet elke brug over bevaren wateren steeds van een doorlaat van behoorlijke breedte voorzien zijn (zie de foto), in oorlogstijd kan een doorlaat ook uitsluitend bestemd zijn om poging tot vernieling, door het tegen de brug laten drijven van vaartuigen enz., wanneer men er niet in slaagt deze tegen te houden, te verijdelen. De doorlaat moet daartoe liggen in de vaargeul of in den stroomdraad, welke in den regel samenvallen. Bij den varenden trein bedragen de spanningen van ponton op ponton 6,29 M. Natuurlijk moet de brug flink verankerd worden. Seinen worden gegeven op bruggen, voorzien van een doorlaat, tot het regelen van de scheepvaart door de brug. Voor de beveiliging, de bewaking en het onderhoud van de brug en voor het handhaven van de orde zijn bestemd: 1°. De dekkingstroepen. 2°. De stroomwachten. 3°. De brugwacht. 4°. De politiewacht. De dekkingstroepen worden verstrekt door den Algemeenen Bevelhebber der in de nabijheid van het overgangspunt opereerende troepen. Zij hebben tot taak de brug tegen vijandelijke ondernemingen te beveiligen. De bewaking der rivier, van af het slaan tot en met het afbreken van de brug geschiedt door stroomwachten, opgesteld in een vaartuig op de rivier of tegen den wal. Water met steile oevers. De wachten staan met hun nevenwachten aan dezelfde zijde van de brug en met de brugwacht in seingemeenschap en moeten bekend zijn met de standplaatsen der dekkingstroepen, voor eventueele hulp. Door de stroomwachten wordt beslag gelegd op alle vaartuigen, vlotten, boomstammen enz., welke in het te bewaken riviergedeelte worden aangetroffen en deze voorwerpen, tenzij ze kunnen worden gebruikt, onschadelijk gemaakt. De brugwacht is belast met het onderhoud van de brug, het doorlaten van vaartuigen, het onderhouden van de gemeenschap met de stroomwacht en de technische veiligheid bij overgang van troepen. De politiewacht dient tot handhaving van de orde aan de toegangen der brug en in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Ten einde steeds weder over pontonmaterieel te kunnen beschikken op een qventueel ander overgangspunt, moet een pontonbrug zoo spoedig mogelijk door een uit ander materieel worden vervangen. Voor dit doel, alsook om op de groote rivieren over meerdere overgangspunten te kunnen beschikken, worden in oorlogstijd brugtreinen gereed gehouden, geconstrueerd met op de rivieren voorkomende schepen als ondersteuningslichamen en met gedeeltelijk voorbereid en opgelegd materieel, aangeduid met de naam van sc/iïpÊrugmaterieel. Onze pontonniers bestaan grootendeels uit schippers, die dus van jongs af aan gewend zijn op het water te verkeeren en men heeft hen dan ook maar bezig te zien om er van overtuigd te wezen, dat het leggen van bruggen bij ons in goede handen is.
PDF
Nummer
1915, nr.7, 22 jan. 1915
Blad
03
Tekst
51 PANORAMA UIT SERVIË EN MONTENEGRO VOOR HUN GEVALLEN BLOEDVERWANTEN. Servische vrouwen helpen de mannen om de graven, waarin hun gevallen helden ter aarde zijn besteld, zoo netjes mogelijk in orde te brengen. EEN MONTEN EGRIJNSCH E UITKIJKPOST. Vanuit den boom wordt de uitwerking van het geschut waargenomen. IN WINTERKLEEDIJ. Een groot gedeelte van de Montenegrijnen heeft zich voor den winterveldtocht van schapevachten voorzien. DE MONTENEGRIJNSCH E ARTILLERIE. Montenegrijnen, bezig zijnde met het laden van een hunner groote kanonnen. VOOR DEN VIJAND VERBORGEN. Een verdekt opgesteld kanon der Montenegrijnen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1311 tot 1315 van 11897