Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1306 tot 1310 van 11897
Nummer
1915, nr.6, 20 jan. 1915
Blad
10
Tekst
WAT ER IN ZUID-AFRIKA GESCHIED IS gaan niot over den opstand van enkele Boerenleiders, tegen het Engelsche gezag, schrijven, noch over het lot dat een De Wet wacht, ook niet over de houding van Botha. Al deze uiterst belangrijke nunten laten wij voor dit oogenblik naast ons liggen, al vormen ze, we geven het gereede toe, uitmuntende onderwerpen om in de Tweede-pagina-rubriek behandeld te zijn of te worden. Ditmaal echter over iets heel anders. Hebt ge er wel eens over nagedacht, gij die dit leest, waarom de Engelschen er zoo als de kippen bij waren om 200 spoedig mogelijk allerlei kleine kolonies, die Duitschland in het Zuiden, daar heelemaal beneden op de kaart van Afrika, bezat, in te pikken. En hebt ge wel ooit goed begrepen wat Duitschland aan al deze plaatsjes voor waarde kon hechten. Heel veel moois en heel veel goeds-beloovend hebben wij er toch nooit van gehoord. De beste, zoo niet de eenige, oplossing van deze vragen is de mededeeling, dat deze oorden uitstekend geschikt waren om ais stations voor draadlooze telegrafie gebruikt te worden. Dat deze stations opgericht zouden zijn om de Zoeloenegers tegemoet te komen, wanneer zij hun verwanten in Europa berichten wilden zenden, of hun souverein eerbiedig wilden huldigen, dat gelooft niemand en dat hoeft ook niemand te gelooven. Wel dat door deze Telefunken-stations, tot ver weg over zee, aan de kruisers en andere met toestellen voor daadlooze telegrafie voorziene vaartuigen, berichten konden worden gegeven en dat deze stations, direct of als schakels in een keten, de verbinding tusschen Europa, den Atlantische- en den Indischen Oceaan vormden. De Duitsche draadlooze telegrafie-stations in oorlog waren. Afrika, zooals deze voor den het resultaat is geweest, dat de Duitschers berichten en mededeelingen hebben gezonden van Hannover naar Amerika, door middel van een station, dat rechtens aan een Engelsche Maatschappij zcu behooren. De Amerikaansche regeering heeft evenwel heel spoedig een eind gemaakt aan dezen vreemden toestand en het station onder controle gesteld. * ♦ ♦ Wat heeft Engeland vervolgens gedaan? Het heeft het station Kamina vernietigd en Dar es Salaam genomen, nu blijft alleen Windhoek over, dat, zooals uit het hier afgebeelde kaartje blijkt, niet zoo gemakkelijk in bezit te nemen is. Het station Windhoek in zijn isolement kan Berlijn per draadlooze niet bereiken, nu Togoland en Dar es Salaam niet meer helpen. Zoo krachtig is de installatie daar niet. Van Kamina uit kregen alle kruisers in het Zuidelijk deel van den Atlantischen Oceaan hun berichten van Berlijn, en via Oost-Afrika gingen deze eveneens van Berlijn—Kamina—Dar es Salaam naar den Indischen Oceaan. Nu is deze band alleen mogelijk, indien er voldoende schepen op zee zijn, die elkaar de berichten kunnen overseinen. * * * Er zou voor Duitschland nog een anderen weg zijn en wel via China. Doch de Chineesche republiek zal er zich wel voor hoeden om zich aan schending der neutraliteit schuldig te maken, zeker nu de bondgenoot der Entente, Japan, zoo dicht bij ligt en de straf heel spoedig op de daad zou volgen. Zijn dus de Keizerrijken op die wijze van de verre-afstandberichten beroofd, de Entente geniet door zijn verschillende stations in alle hoeken van de aarde er groot voordeel van, dat zij begrijpbaar niet ongebruikt laten. Britannië durft vol glorie te beweren, dat het met zijn bondgenooten, niet alleen de zeeën beheerscht, doch ook de ,,draadlooze wereld” onder haar controle heeft. ♦ * * Hoe meer men zich in de vraagstukken verdiept, welke met dezen oorlog in het nauwste verband staan, des te meer betreurt men het, dat al dat strijden onvermijdelijk was, tusschen naties, die elkaar in belang van de heele beschaving en in het direct belang van zichzelf, zooveel beter de hand hadden kunnen reiken. Men vernietigt met één oorlogsdaad het werken van jaren. En ook als men toe moet geven, dat vele van die werken alléén voor krijgsdoeleinden waren opgericht, dan moet men toch veel meer verdedigbaar noemen den weg, die voert van de militaire oogmerken naar de vredelievende, dan die, welke juist andersom gaat. Ondanks alle strijd in natuur en maatschappij, is Vrede de normale. Krijg de abnormale toestand. Zoo moet het tenminste zijn. De Engelschen gaan er heel prat op, dat zij Duitschland in Afrika en den Zuid-Atlantischen Oceaan en den Indischen Oceaan geïsoleerd hebben. Duitschland bezat immers een station in Togoland (station Kamina), een in Windhoek, dat in Duitsch Zuid-West Afrika ligt en een in Dar es Salaam, in Duitsch Oost-Afrika. De Duitschers, die in Hannover een krachtstation van groote werking hebben, konden van daaruit Kamina bereiken, niet Windhoek of Dar es Salaam; naar Amerika seinden zij via het z.g. Scheepsstation in Sayville, Long Island, doch dit station staat onder controle van Amerika en is dus voor oorlogsdoeleinden niet van zulk een groot gewicht. Een typische bijzonderheid is wel, dat in September 1913 de Marconi-Company, ondanks den tegenstand van den Duitschen Keizer — die zijn .persoonlijken vriend en vertrouwensman, Admiraal Emsmann, oud-gouverneur van Helgoland, naar Londen zond, om de plannen van de Marconi-Company te verijdelen — de grootste macht kreeg in de Fransche Maatschappij, die het Goldschmidt-systeem voor draadlooze telegrafie over grooten afstand bezat. Hiermede verzekerde de Marconi Company zich het recht op de tweeGoldschmidt-stations, die toen gebouwd waren, één te Eilvese bij Neustadt am Ruebenberge in Hannover en het andere te Tuckerton, aan den Atlantischen Oceaan, welke stations het eigendom waren van de Fransche Maatschappij. Ofschoon de Marconi-Company het bedrag van de koopsom voor Tuckerton heeft betaald, zouden de Duitschers verzuimd hebben het station aan genoemde Maatschappij over te dragen en OO OO MARCONI, de uitvinder van de' draadlooze telegrafie. OO OO DE NIEUWE SULTAN VAN EGYPTE, Hussein Kamel, rijdt door de straten van Kaïro. PANORAMA HET MEEST GELEZEN, LJet is heel makkelijk om eigen 1 * uitgave als het meest gelezen, het actueelste, en zoo voort, en zoo voort te bespreken. Doch van veel grooter waarde is het onge ./ijfeld, als anderen, en ongevraagd zoo’n oordeel uitten. Onzen lezers zal het intresseeren om te lezen, wat de correspondent van de N. R. Ct. uit Antwerpen als de meest gelezen Nederlandsche tijdschriften noemt: „In Augustus de Gids, in „September Groot-Nederiand „en Panorama, in October „Panorama en Gids”. Deze opgave spreekt voor zichzelf. Onze Nieuwe Wedstrijd \ I7ij beginnen onzen jaargang met een mededeeling aan onze lezers, waaruit zij * * kunnen afleiden, dat de nieuwe jaargang, door ons met gelijken frisschen moed wordt aangevangen. Niet dat wij gelooven dat zij daaraan twijfelen. De vele bewijzen van instemming en tevredenheid, welke ons van zoovele zijden en ongevraagd bereikten, zijn er even zoovele bewijzen voor, dat PANORAMA door zijn lezers wordt gewaardeerd. Maar wij blijven niet stilstaan. Integendeel, wij gaan verder. En daarom hier ons nieuw plan. Wat ho«dt het Nederlandsche Volk in al zijn lagen op dit oogenblik wel het meeste bezig ? Van zelf spreekt het antwoord: De Oorlog. Wat is voor ons het directe gevolg hiervan, wat geeft ons vertrouwen en doet ons verwachten dat ondanks alle stormen, die om ons heen woeden, ons schip van den Staat in behouden haven zal kunnen blijven? — Onze strijdmacht in mobilisatie! Welnu, up to date als altijd, paart PANORAMA zijn nieuwen wedstrijd aan dit uiterst belangrijk evenement en vraagt zijn lezers mede te dingen naar de prijzen, welke wij uitschrijven voor de best geslaagde fotografische opnamen in verband met de mobilisatie gemaakt. Men mag het onderwerp, de uitvoering, het formaat zelf kiezen, men mag ernstig zijn of vroolijk, binnen- of buitenshuis werken, doch men hoede zich voor opnamen, welke in strijd zijn met de belangen van ’s lands defensie. Want alle kieken die wij ontvangen, zullen voordat zij gepubliceerd worden door den Opperbevelhebber moeten worden goedgekeurd. Daarvoor is het ook’ noodig dat twee afdrukken worden ingezonden. Als prijzen stellen wij beschikbaar: Voor den eersten prijs f 25.—. Voor den vierden prijs f 5. . „ „ tweeden „ „ 15. . „ „ vijfden ) 9 50 „ „ derden „ „ 10.—. » » zesden " ) ” en verder een groot aantal troostprijzen, bestaande uit fraaie Platen, Boekwerken, enz. Inzendingen, welke van een motto moeten zijn voorzien, welk motto in een gesloten enveloppe met vermelding van den naam en adres moet worden herhaald, zende men vóór 15 Februari a. s. franco en goed verpakt aan de Redactie van PANORAMA, Doezastraat 1, Leiden, onder: „Wedstrijd Mobilisatie’’. Wenscht men terugzending, dan voege men postzegels daarvoor bij. Het reproductie-recht der bekroonde foto’s wordt het eigendom der Uitgeefster van PANORAMA. - Vooral twee afdrukken inzenden.
PDF
Nummer
1915, nr.6, 20 jan. 1915
Blad
11
Tekst
3 I
PDF
Nummer
1915, nr.6, 20 jan. 1915
Blad
12
Tekst
DE BELGISCHE MITRAILLEURS. In de duinenstreek, waar het dappere Belgische leger nu reeds maanden vertoeft, hebben de voor de mitrailleurs gespannen honden een zeer zware taak. HET BELGISLWE G Belgische kanonniers bezig zijnde met OP MAR Fransche cavalaristen, die hu VERSTERKING VAN DEN INWENDIGEN MENSCH. Belgische artilleristen gebruiken hun maaltijd in het open veld OP DE l_< Belgische infanteristen klimmei boerenwoning om vandaar uit HET HOSPITAAL IN DEN DIERENTUIN TE ANTWERPEN. De laatste Belgische Roode-Kruis ambulance te Antwerpen is nu ook ontbonden. De herstelde gewonden zijn als krijgsgevangenen naar Duitschland vervoerd. OORLOGSELLENDE. Een jonge Belg, gezond den oorlog ingegaan, is voor zijn leven verminkt uit den strijd gekomen.
PDF
Nummer
1915, nr.6, 20 jan. 1915
Blad
13
Tekst
bel.gisc4£ geschut. )ezig zijnde met het nazien hunner kanonnen. Een Belgisch cavalarist voedert zijn trouwen kameraad. OP MARSCH. /alaristen, die hun paarden laten drinken. NAAR HET FRONT. Rplcfisrhe infanterie od weö naar het front. OP DE LOER. infanteristen klimmen op den zolder van een ing om vandaar uit den vijand te bestoken. SLACHTOFFERS VAN DEN OORLOG. Een groepje van de gewonde Belgen, die nu als krijgsgevangenen naar Duitschland zijn gezonden. UIT ANTWERPEN. Vier ongelukkigen, die bij de beschieting van het B fort Waelhem zware brandwonden opliepen E Fransche en Belgische Legers NA EEN VERMOEIENDEN TOCHT.
PDF
Nummer
1915, nr.6, 20 jan. 1915
Blad
14
Tekst
BEZOEK VAN Z.K.H. PRINS HENDRIK AAN DE ROOD E-KRUISINRICHTINGEN VAN HET COMITÉ VAN H ET NED. ROODE KRUIS v. HEERLEN EN OMGEVING In het midden: Z.K.H. Prins Hendrik, Voorzitter van het Nederlandsche Roode Kruis. Naar rechts: Ch. de Hesselle, Voorzitter van het Comité, C. Biankevoort, Secretaris van het Comité. Dr. A. Widdershoven, Sectie-Commandant der transportcolonne Heerlen, Dr. W. H. Cals, Sectie-commandant der transportcolonne Schaesberg-Eygelshoven, Mr. M A. M. Waszink, Burgemeester van Heerlen, Dr. E. Hustinx, Chirurg. Naar links: Jhr. Mr. E. B. F. F. Wittert van Hoogland, lid van het Hoofdcomité, tevens afgevaardigde van de Nederlandsche afdeeling der Ridders van Malta, Dr. F. de Wever, Penningmeester van het Comité, Directeur-Ceneesheer van het St.-Josephs-Hospitaal te Heerlen, Mevrouw J. Koster, Lid van het Bestuur van het Comité, L. Driessen, Rector van het St.-Josephs-Hospitaal en Sanatorium te Heerlen, R. Pierre, Lid van het Bestuur van het Comité, Dr. A. van Leent, oprichter en leider der verpleegcolonne. De overigen: Leden der verpleeg- en transportcolonne Heerlen en Schaesberg-Eygelshoven. DE ROLLEN VERWISSELD Secretaris gevraagd door een schrijver, die oorspronkelijke onderwerpen zoekt. Bereisdheid en kennis van moderne talen vereischten. Persoonlijk aan te melden ’s avonds tusschen 7 en 9 uur, Belgradostreet 35.” Aldus luidde de advertentie. Richard Manning las dit en slaakte een zucht van verlichting. „Eindelijk,” mompelde hij. Hij ging voor den spiegel van zijn sober gemeubelde slaapkamer staan en zag daarin een net uitzienden jongeman, in den bloei van zijn leven ; doch met niet te helder linnen en afgedragen kleederen. Op zijn gelaat was ontbering te lezen en zijn oogen droegen de onmiskenbare sporen van slapelooze nachten. Hij was moe van het vechten tegen ’s levens noodlot, aan het eind van hoop en geduld en op eenige tientallen guldens na ook aan het eind van zijn geld. Hemel, wat had hij de laatste vijf jaren niet doorgemaakt. „Goede God ! wat zal het einde zijn.?” had hij meermalen in wanhoop zich afgevraagd. En nu, terwijl hij zichzelven beschouwde zei hij : „vanavond zal het einde zijn.” Hij las nog eenmaal de advertentie met een soort van woeste vreugde, die aan zijn gelaatstrekken een onheilspellende uitdrukking gaf. '„Niemand kan ’t nu tegenhouden,” mompelde hij. „De Voorzienigheid heeft dit gezonden.” Hij frommelde de krant tot een bal ineen, smeet dezen op den grond en trapte erop. Toen ging hij de deur uit. „Ik mag er wel wat netter uitzien,” zei hij, en liep een winkel van heerenmodes binnen. Daar kocht hij een nieuwen boord en front, een paar manchetten en een nieuwmodische das. Hij deed alles in den winkel aan. O, wat een genot dat schoone linnen IToen kocht hij nog een nieuwen hoed en een overjas, wandelde als een ander mensch den winkel uit en smeet het pakje met afgelegd linnengoed in een goot. Een straatjongen raapte het op en snelde er mee heen. Richard Manning liep intusschen voort met een grimmige uitdrukking op het gelaat. De klok van deSt. Martin sloeg vijf slagen. „Nog twee uur,” peinsde hij. Hij begaf zich naar een kapperszaak, waar hij een pruik en een baard kocht, trad daarna een restaurant binnen, bestelde een uitgezócht menu met een halven flesch champagne en wist dat hij geen cent meer op zak zou hebben als hij Belgradostreet zou hebben bereikt. Doch wat hinderde het! Van avond zou hij zijn noodlot vinden — of zijn geluk. Hij kocht een fijne sigaar (welk een weelde !), gaf den kellner een fooi, liet een taxi voorkomen en voelde zich een heel ander man, toen hij aan no. 35 Belgradostreet aanschelde. Hij was zijn laatste geld kwijt, doch aan zelfvertrouwen rijker geworden. Hij werd dadelijk, nadat hem was opengedaan, naar een rijkgemeubeld studeervertrek geleid en daar, in een gemakkelijken stoel, vond hij een jongeman in avondtoilet. DE NIEUWBENOEMDE COMMANDANT VAN HET LEGER DES HEILS. Ter vervanging van commandant Ridsdel, die onlangs is vertrokken, is door Generaal Booth benoemd tot commandant voor Nederland van het Leger des Heils, de heer William J. Mac Alonan, van wien hierboven een portret met zijn echtgenoote. DE STAF VAN DE 3e DIVISIE. Ie rij van I. n. r. Veldprediker Majoor Janssen, Kapt. V. M. A.-Korps Ruys, Divisiearts Luit.-Kol. Romeijn, Chef v. d. Staf Luit-Kol. Noest, Divisie Comm. Gen.-Maj. van Terwisga, Aalmoezenier Majoor Huys, Comm. v. d. Ver. „Het Roode Kruis” de gep. Gen.-Maj. Lüber, Maj.-Intendant BuschGeertsema, Kapt. Gen. Staf O. I. L. van Genderen Stort, Res, le Luit. der Huzaren Baron Taets van Amerongen tot Woudenberg, le Luit. der Huzaren Labouchère. 2e rij v. 1. n. r. Veldprediker Maj. v. d. Ven, Kapt. de Goeyen, 2e Adj.-Chef v. d. Staf. Kapt. Gen. Staf den Hoed. Adj.-Chef v. d. Staf Kapt. ten Hove, Off. v. Gez. le KL, le Luit. V. M. A.-Korps, Jhr. van Vredenburgh, Div.-Paardenarts Kapt. Baron Bentinck, Kapt. der Veld-Art. du Vijn, le Luit. der Genie van Tarel, Comm. Telegr.-Afd., le Luit.-Kwartierm. Lüger, 2e Luit. V. M. A.-Korps Koolhaas, tijd. Off. v. Gez. 2e KI. Weve. 3e rij v. 1. n. r.: de heer Ruigwolda. toegevoegd Hoofdambt. Telegrafie, le Luit. Kraak, Kapt. V. M. A.-Korps Hombach, Kapt.-Int. Buffordt, Res. le Luit. van Gason. Direct, v. d. Veldpost, le Luit-Int. O. I. L. van Rie, le Luit.-Adjud. Jhr. Laman-Trip, rijd. Paardenarts 2e KI. Westerling, le Luit. v. d. Veld -Art. Goulmy. (foto A. van Beurden). „Mijnheer Allerton,” zei de dienstbode. > De heer stond op. „Zoo,” dacht Richard Manning, „dat is dus Carlton Vivian, die Londen stormenderhand veroverd heeft met zijn boeken. Hij is weinig veranderd.” „Mijnheer, ik kom in antwoord op uw advertentie ....” ging hij luid voort. „O ja, ga zitten.” Manning koos een stoel in de schaduw. Eenige vragen werden gedaan met betrekking tot bekwaamheden, opvoeding enz. Carlton Vivian luisterde met belangstelling naar de hem gegeven inlichtingen „Ik denk dat u wel de geschikte persoon voor mij is,” zei hij. „Goed uiterlijk, welbereisd .... heel goed !” „Ik schrijizelf een weinig,” merkte Manning op. „Werkelijk? en . . . met succes?” „Niet bijzonder ! „Hm 1” „Maar ik heb veel verbeeldingskracht,” ging Manning voort. „Ja, dat is voor deze betrekking ook onmisbaar,” antwoordde Vivian, terwijl hij met zijn vingers op een boek trommelde. „Geef mij eens een schema voor een verhaal, dan kan ik oordeelen of u hierin voldoende bekwaam zijt.” „Luister dan,” zei Manning, terwijl hij voor den schrijver ging staan. „Stel u voor er zijn twee broers, tweelingen als u wilt, ze groeien op als elkanders evenbeeld. Hun karakter is echter verschillend. De een is ondernemend, weinig nauwgezet en heeft in alles succes, de ander is bescheiden, terughoudend, weinig toegankelijk, maar in werkelijkheid de beste van de twee. Beiden vatten liefde op voor hetzelfde meisje. De eerstgenoemde jongeman is niet eerlijk, hij vertelt het meisje allerlei leugens omtrent zijn broeder. Onderwijl komt de moeder der tweelingen te sterven en laat haar vermogen aan de beide broeders na. Dezen, die zich buitenslands bevinden, keeren naar het vaderland terug, doch het schip vergaat in den Stillen Oceaan. De broeders zijn evenwel zoo gelukkig op een stuk wrakhout een der nabijliggende eilanden te bereiken, waar zij eenige maanden onder de inboorlingen doorbrengen. Eindelijk komt er een schip in het gezicht, ze beklimmen een der rotsen om de aandacht van het scheepsvolk op zich te vestigen.” Hij hield even op en keek den beroemden schrijver aan, die beefde als een espeblad. „Scheelt u iets ?” vroeg Manning. „Neen, niets ! Ga voort!” „De ontrouwe broeder wenscht naar het vaderland terug te keeren, om de erfenis voor zich alleen te hebben en het meisje te kunnen trouwen. Wat zal hij doen ? Hij geeft zijn broeder onverhoeds een slag op het hoofd, laat hem voor dood liggen en keert alleen met het schip huiswaarts.” Hier zwijgt hij weer even en zegt dan minzaam : „Misschien kuntunu wel het verhaal vervolgen, mijnheer,” Met een bovenmenschelijke poging gelukt het Carlton Vivian te zeggen : „Het is niet
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1306 tot 1310 van 11897