|
PANORAMA 18 —
TURKIJE IN DEN EUROPEESCHEN OORLOG
et klinkt heel onaardig. Het is
zelfs, heel strikt genomen, niet
absoluut neutraal tegenover een
mogendheid, waarmee Nederland
in vollen vrede en vriendschap
leeft, maar waar is het
zeker, dat 99 % van de Nederlanders, als zij
’s morgens hun ochtendblad en bij het neigen
van de zonne hun avondblad doorwerken,
met koortsachtige haast het allerlaatste nieuws
verslinden, dat uit Parijs of Berlijn, Londen
of Petrograd komt, de oorlogsberichten uit
Constantinopel öf geheel overslaan, óf voor
het laatste bewaren. Voorzeker niet pour la
bonne bouche, als een voortreffelijke lekkernij
dus, neen, veeleer als iets waarop het, nou ja,
niet zóó erg aankomt.
Dat Turkije en de Balkanburen Reuter en
Havas altijd veel werk bereiden, daaraan waren
wij allang zoo gewend, dat wij er haast niet
meer aan denken om het in dezen bijzonderen
tijd als iets opmerkenswaardigs te beschouwen.
* *
*
Het is onaardig van ons, het is misschien,
strikt genomen, niet heel neutraal, toegegeven.
Maar het is bovendien ook niet verstandig,
om zoo weinig acht te slaan op wat er in
en door Turkije geschiedt. Want het is werkelijk
uiterst belangrijk, vooral in verband
met den afloop van den oorlog.
In vroegere beschouwingen heeft Panorama
er al op gewezen, wat het voor Rusland
beduidt of er een vriend dan wel een vijand
aan den Bosporus woont en hoe het voor
het Czarenrijk van'het allergrootste gewicht
is, om medezeggingsschap te hebben over de
stemming in het land dat de sleutels der Dardanellen
vasthoudt en daarmee de Zwarte Zee kan open- en dichtsluiten.
Hoe Engeland niet onverschillig kan blijven
voor den invloed van den Kalief, nu, dat weten onze
lezers zeker, en in het vorige nummer hebben wij pas
getracht ’t een en ander omtrent Egypte en
de verhouding van dit land tot Turkije te
zeggen.
Maar daarbij blijft het niet. De geheele
toestand op den Balkan, met alle belangen
die Bulgarije, Griekenland, Servië, Roemenië
en Montenegro, plus Albanië daarbij hebben,
is ook van diepgaande beteekenis voor Oostenrijk-Hongarije,
Duitschland en Rusland.
Deze strijd, welke hoe langer hoe meer
van heel langen adem schijnt te worden, zal,
zooals van alle zijden wordt erkend, een
geheel nieuwe teekening van de kaart van
Europa tengevolge hebben.
En ’t is ontegenzeggelijk niet gemakkelijker
geworden voor hen, die de grenzen der naties
dan zullen hebben te teekenen, nu Turkije,
met het kleine stukje Europeesch gebied dat
dit land nog restte, den bondgenoot werd
van het Keizerrijken-duo, datin midden-Europa
van zoo geweldig groote beteekenis is.
De toekomst teekent zich op die wijze
nog bij lange na niet duidelijk voor ons af.
En den tusschentijd, waarin wij wachten op
wat klaarheid in den politieken mist, die ons
belet vooruit te zien, kunnen wij gebruiken om
wat,,achteruit” te zien. Dat is in dit verband de
historie van het Turksche rijk in Europa nagaan.
♦ *
*
In encyclopedie en gescniedboek vindt ge
die gegevens. Maar we weten het, de mensch is lui van
zijn geboorte af aan, dus veronderstellen wij het maar,
dat een groot deel van onze lezers liever niet met die
zware boeken loopt en er de voorkeur aan geeft, dat
wij hier in korte trekken vertellen, wat wij uit die boeken
der wijsheid opdiepten.
’t Is de moeite waard om het na te gaan. Dat kunt
HETTURKSCHE RIJK IN EUROPA.
De lichte tint geeft den toestand in 1836, de donkere dien van heden.
ge gelooven. Die inval van de Turken was heusch geen
kleinigheid. De vorsten en volkeren van de 15e en 16e
eeuw hebben niet voor niet gesidderd voor dien geweldigen
overweldiger, die het Byzantijnsche keizerrijk had
ingeslokt, Servië veroverd, Hongarijë voor een groot deel
VROUWEN BEZOEKEN HAAR GEWONDE ECHTGENOOTEN.
bezet en die zijn legers tot voor Weenen bracht, terwijl
Venetië voor zijn macht vol‘ rillende angste was.
Jaartallen leeren is niet ieders fort. Jaartallen onthouden
nog minder, doch wij gelooven, dat het jaartallenreeksje,
dat wij hier geven, in zijn traditioneele kortheid
heel wat vertelt.
Sultan Orchan, daarmee moeten wij beginnen, veroverde
in 1356 Gallipoli en zette zoo vasten
voet op Europeeschen bodem. Vanuit KleinAzië
ging de verovering verder. Umrad I
overwon in 1389 de Serviërs bij Adrianopel.
Men ziet uit dit feit twee dingen. Eerstens
dat de Serviërs hun rijk veel verder uitgestrekt
hadden dan het tegenwoordige Servische
koninkrijk en ten tweede dat het in
den Balkan ook in de alleroudste tijden niet
altijd even rustig was.
Sultan Bajazet I, die van 1389 tot 1403
den schepter zwaaide, overwon in 1396 de
Hongaren. Mohammed II nam in 1453 Constantinopel,
dat hij als hoofdstad van Europeesch
Turkije maakte, wat deze stad tot
op heden bleef. In 1443 viel Bosnië, in 1475
werd de Krim goede buit. Want ook in een
deel van het tegenwoordige Rusland heerschte
de Halve Maan.
Selim 1, die van 1512—’20 regeerde, ging
een anderen kant uit en pikte Syrië en Egypte
aan den haak. Men ziet hieruit dat er een
400 jaar verloopen zijn, sinds de Turken hun
macht over het land der Pyramiden uitstrekten.
Na Selim I kwam de grootste sultan
van allen, Soliman de Tweede, de machtige
En dat diens roem niet op losse gronden
berust, kan de opgave van data en feiten
die hier volgt, u vertellen: In 1521 viel
Belgrado; in 1522 Rhodus; in 1526 veroverde
hij half Hongarije, in 1529 belegerde hij
Weenen. Geen kleinigheid voorwaar.
Na Soliman’s succesvolle regeering kwam
de inzinking, die begon met de nederlaag,
welke Selim II in den Zeeslag van Lepanto
leed. Stuk voor stuk brokkelde het Turksche
rijk af. In 1687 werd Hongarije weer vrij en daarna
kromp het eertijds zoo uitgestrekte Turksche gebied bijkans
tot den Balkan alleen terug. Hoe de Balkanstaten
er in slaagden Turkije tot den omvang terug te brengen,
welke het opheden in Europa heeft, dat herinneren wij
ons nog levendig. Wij hebben deze periode
dan ook meegeleefd.
De, inmenging van Turkije, wij zeiden het
reeds, in het huidige geschil, is van zeer
bijzonderen aard en maakt de oplossing
onmenschelijk moeilijk, evenzeer als de overrompeling
van België dit deed. De DuitschOostenrijksche
invloed dateert niet van jongen
tijd. Het Turksche leger werd door Duitsche
drilmeesters gemoderniseerd. Maar Fransch
geld spekte de zakken van de altijd zwakke
schatkist des eeuwigen Zieken.
Met verwonderlijke lankmoedigheid hebben
de volken van de Triple-Entente in ’t begin
van den oorlog de Turksche wijfeling ontzien.
Verwonderlijk echter slechts in schijn, omdat
in werkelijkheid het den mogendheden van
het allergrootste gewicht was om, koste wat
het wil, vrienden met Turkije te blijven.
Rusland om de Zwarte Zee en den Kaukasus,
Engeland om Egypte en zijn Mohammedaansche
Koloniën, Frankrijk om Algerië en zijn
Islamitische bewoners benevens om de goede
Fransche duiten, die in de Turksche leeningen
vastzaten. Doch Duitschland had nog meer
belang om de schaal naar zijn kant en naar
dien van zijn bondgenoot te laten omslaan.
Turkije als bondgenoot beteekende overwichtsmogelijkheid
op den Balkan, verzwakking van
Rusland, den weg naar Perzië en den invloed in
Indië, gezwegen nog van de kans depetroleum-enkopermijnen
van Rusland te kunnen nemen en voor zichzelf te benutten.
Voor Turkije was de keus moeilijk. Doch hetiste begrijpen
dat de jong-Turken liever de kans waagden, om met Duitschland-Oostenrijk
tot nieuwe machtsmogelijkheid te raken,
dan berustend bij het kleine beetje wat over is, rustig zich
buiten de ruzie te houden.
EEN TURKSCH KAMP. KRIJGSGEVANGENEN IN TURKIJE.
|