Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1271 tot 1275 van 11897
Nummer
1915, nr.1, 1 jan. 1915
Blad
07
Tekst
EEN JUBILEUM AAN „HET HANDELSBLAD”. De heer D. Driessen, administrateur van „Het Handelsblad”, vierde 19 Dec. zijn 25-jarig jubileum. Van links naar rechts dochters v. d. jubilaris, mr. J. Kalff Jr., D. Driessen en echtgenoote, mr. Polak, A. J. Boissevain, Chr. Nuys. DE NEDERLANDSCHE DROGISTEN BON D. Den 20sten Dec. hield de Ned. Drogistenbond zijn Alg. Jaarvergadering in Café Neuf te Amsterdam. da staenen, den ander over hem heen gebogen, het van bloed druipende mes nog in de hand. Zij was evenwel al gewend aan dergelijke droeve tooneelen en in een oogenblik lag ze neergeknield bij den zwaargewonden man. Eenige minuten gingen voorbij, in stilte, het meisje met vaardige, zaohte hand de wonde van den bewustelozen man onderzoekende; de dronkaard als door schrik versteend, onbeholpen er bij staande en het tooneeltje aan zijn voeten aanziende met starren, afwezigen blik. Eindelijk keek het meisje op. „Dank God,” zei ze zacht, ,,de wond is niet doodelijk.” Op dit oogenblik begonnen de klokken van de St. Paul te spelen en uit honderden kelen in de naastbijzijnde straten klonk een vroolijk gezang. Het was Nieuwjaarsdag; de eerste Januari van 1914. * ♦♦ De vagebond schrok van deze uitbarsting van vroolijkheid rondom hem. Hij sloop naar den donkeren hoek en verdween ongemerkt. Het meisje ging intusschen voort den gewonden man te helpen, zoo goed als haar dat in de gegeven omstandigheden mogelijk was. Eindelijk kwam er een politieagent aanstappen en hadden degebiuikelijkeondervragingen plaats. „Ik geloof niet dat de verwonding van doodelijken aard is,” zei de pleegzuster. De politieagent haalde zijn notitieboekje voor den dag, noteerde met ernstig gezicht het uur, de plaats en de opmerkingen van de verpleegster, maakte een korte beschrijving van den gewonden man en het jonge meisje en begon er toen aan te denken dat er ook eenige stappen gedaan moesten worden, om den vagebond op te sporen. „Heb je hem den steek zien geven, zuster?” vroeg hij. „Ik kwam juist te laat,” antwoordde het meisje. „Toen ik hier aankwam, stond er een man in lompen gehuld met een mes in de hand over den gewonde heengebogen.” „Ah !” riep de rustbewaarder uit. „Dat is van belang.” Hij maakte weer eenige aanteekeningen, toen blies hij op zijn duitje, waarop spoedig eenige andere dienaren van Hermandad kwamen aanloopen. „Er moet een* ambulance gehaald worden,” zei de verpleegster, die het van meer belang vond op dit oogenblik den aangevallene te helpen dan den aanvaller te zoeken. „Ik geloof dat het beste is hem naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te brengen.” „Mag ik uw naam ook weten, zuster ?” vroeg de agent die het eerst verschenen was. „Muriel Daventry,” zei het meisje, terwijl ze haar mantel dichtknoopte. „Mary Davenport?” hernam de agent. „Neen, Muriel Daventry I” zei de liefdezuster nu iets luider. De gewonde opende nu de oogen. „Daventry ?” mompelde hij verwonderd. „Muriel Daventry ?” Het meisje keek hem verrast aan. Ze had den man nog nooit gezien. Nu wenkte de gewonde den politieagent zich een weinig naar hem over te buigen. „Ken je me?” vroeg hij. „Ja, mijnheer,” antwoordde de man. „U is mijnheer Bray, directeur van de Zuid-Afrikaansohe bank.” „Juist,” fluisterde de gewonde. „De... man die mij aanviel mag niet vervolgd worden.” De agent keek hem verwonderd aan. „Hieraan kan ik niets doen,” zei hij. „Het recht moet zijn loop hebben.” Denton Bray fronste de wenkbrauwen. „Raaskal niet zoo,” zei hij scherp. „Die man moet vrij blijven, begrepenI Ben ik ernstig gewond ?” vroeg hij nu zich tot de zuster wendende. „Ik geloof het niet,” antwoordde zij. „Een dokter zal het u beter kunnen zeggen.” „Juist. Ik zal in een paar dagen weer in orde zijn. Die man was een oud vriend van mij, agent. Hij was beschonken en wist daarom niet goed wat hij deed.” De politieman perste de lippen op elkaar, zette een plechtig gezicht en vergat een notitie te maken. „Natuurlijk, mijnheer, als het een vriend van u is,” merkte hij op, „maakt dat een onderscheid ! Er was dus geen misdadige opzet?” „Natuurlijk niet,” antwoordde Bray op zwakken toon. „Ais je hem vindt, geef ik je honderd gulden. Ik wil hpm helpen weer een nieuw leven te beginnen.” „Hier is eindelijk de ziekenwagen,” riep het meisje uit met een zucht van verlichting. „O moogt niet meer praten. Het zou u kwaad kunnen doen.” Toen Denton Bray een paar uur later ontwaakte vond hij zichzelf in een particulier ziekenhuis en bij zijn bed zat de verpleegster die hem de eerste hulp verleend had. Hij staarde haar een oogenblik aan met een raadselachtigen blik, toen sloten zijn oogen zich weer. Zij vroeg zich voorts verwonderd af, waarom deze man op zoo eigenaardigen toon haar naam herhaald had en waarom hij gesproken had van den vagebond als van een vriend. „U ligt over iets te mijmeren,” zei ze vriendelijk. „Kan ik wat voor u doen ?” „Ik geloof dat mijn hoofd in de war is,” fluisterde hij met een glimlach. „Kunt u mij ook zeggen welke dag we thans hebben. Ik kan me niets herinneren.” „Het is thans Nieuwjaarsmorgen,” antwoordde zij. WIE HELPT ONS ZOEKEN? WIE HELPT ONS ZOEKEN naar de moeder van dit Belgische vluchtelingetje? Het kind heet JEANE VERME1RSCH. — De ouders woonden te Lokeren. De moeder, Mad. Vermeirsch, bracht het kind bij een oom en tante te Antwerpen, die er mede vluchtten naar Amsterdam. Het kind bevindt zich thans in het Luth. Weeshuis aan de Weteringschans aldaar, waar zeer gaame aanwijzingen worden ingewacht. „Ah, juist,” zei hij. „Ik was de balansen aan het nazien.” Hij sloot de oogen weer en scheen na te denken. „Ik herinner mij dat ik aan klokgelui en gezang hoorde,” ging hij na een paar minuten met zwakke stem voort. „Het moet geweest zijn nadat ik gevallen was. Wat was dat?” „Het was het klokkenspel van de St.-Paul, en iedereen wenschte elkander een gelukkig Nieuwjaar.” Hij zag haar met een zonderlingen blik aan. „Wenschte u ook iemand op dat oogenblik een gelukkig Nieuwjaar ?” vroeg hij plotseling. „Ja,” antwoordde zij hem met een glimlach. „Ik wenschte u in stilte een gelukkig Nieuwjaar en .... en ook den armen stakkerd, die u aangevallen had en daarover zoo verbijsterd was.” „Je had medelijden met ons beiden !” „Ja, om verschillende redenen.” „Vreemd, heel vreemd,” mompelde hij, „dat we elkander weer moesten ontmoeten op die plaats en op den tijd dien we hadden vastgesteld. En toch was het een bloot toeval, want ik was alles vergeten.” Zij dacht dat zijn geest aan het afdwalen was. „U mag niet meer praten,” vermaande zij. „De dokter zegt wel er is geen gevaar, maar u moet rustig blijven.” „Maar ik moet praten,” zei hij nu met krachtiger stem. „U heeft zonder het te weten een rol gespeeld in een wonderlijke comedie. Uw naam is Muriel Daventry ? Heette uw vader niet Charlia Daventry?” „Ja,” antwoordde het meisje. „Vader is reeds vijf jaar dood. Was hij een vriend van u ?” „De beste dien ik ooit gehad heb,” was het rassche bescheid. „Hij leende mij honderd gulden, toen ik niets meer bezat. Ik geloof, dat die honderd gulden alles was, wat uw vader en moeder bezaten.” „Dat was juist iets voor hem,” zei het meisje met» schitterende oogen. „Ik was een dief,” bekende hij, en toen zij hierop zweeg, herhaalde hij : „Ik zeg u, ik was een dief en moest het land ontvluchten en een anderen naam aannemen.” „Als u een vriend van vader was, is dit niet van belang,” antwoordde zij eenvoudig. „Vindt u het niet verschrikkelijk,” vroeg hij op bitteren toon. „Zoo menigeen doet een misslag, wanneer hij jong is”, zei ze ernstig. „Ik weet dat u het nu niet meer doen zal.” „Neen,” klonk het halfluid. „Thans ben ik millionnair. Sommige menschen zeggen dat beide professies bij elkander hooren.” Hij zweeg plotseling, want hij zag dat zijn cynische toon haar kwetste. Toen begon hij haar te vertellen van haar vader en van de belofte die ze voor 25 jaar hadden afgelegd. „Zonderlinge wereld,” eindigde hij min of meer bewogen. „Charlie was de eenige die zich ernstig had voorgenomen om te komen. En hij weid hierin door den dood verhinderd.” Hij zweeg een oogenblik om zijn gemoedsaandoening te verbergen en ging toen weer kalm voort: „Da man die mij vannacht aanviel was de derde. Ik herkende hem eerst toen hij me den steek gaf. Hij was de eenige van ons drieën, wien het geluk toelachte. Toen ik het land ontvluchtte was hij reeds een beroemd zanger, en dat is er van hem geworden .... En ik .... de slechtste van de drie.... had blind geluk I” „Dan is u Bertiam Wold ?” vroeg ze op belangstellenden toon. Hij knikte. „Heb je van mij gehoord?” „Vader sprak menigmaal van u,” zei zij. „Hij was gewoon te zeggen dat u een der besten was. Eens herinner ik me nog dat hij zei: „Bert komt nog eens op de hoogste sport. Hij is niet iemand om onder te gaan. U ziet hij had gelijk !” De harde blik in ’s mans oogen verzachtte. „Zei hij dat?” vroeg hij nederig. Den volgenden dag werd er een bedelaar opgehaald uit de rivier, en de nieuwsbladen deelden mede dat deze man eenmaal een der beroemdste zangers geweest was. Hij was evenwel van een zwakke natuur en zioh overgevende aan den drank was hij als een onverbeterlijk dronkaard gestorven. De dagbladen meldden voorts dat een vriend uit vroeger gelukkiger dagen voor een fatsoenlijke begrafenis had gezorgd. Geen woord werd achter gerept van de afspraak die een kwarteeuw geleden gemaakt was en zoo tragisoh was afgeloopen. Wat Denton Bray betreft, binnen enkele weken was hij weer aan het hoofd van zijn reusachtige onderneming, ijverig en waakzaam als vroeger. Niets was bekend geworden van zijn ontmoeting, dan dat hij een klein ongeval had gehad, waardoor hij genoodzaakt was geworden eenige dagen rust te nemen. Er had in die weinige dagen echter een groote verandering met hem plaats gehad, een verandering die gevoeld en gezien werd in honderden kleine dingen. Zijn ondergeschikten merkten het spoedig tot hun groot genoegen. Hij was niet meer de ongenaakbare, onverbiddelijke patroon, maar vriéndelijk, toegevend geworden. De meest gevreesde en gehate man werd spoedig de meest geachte man. Zijn vrienden, kennissen, kortom ieder die met hem in aanraking kwam, waren verwonderd over deze onbegrijpelijke verandering in ’s mans karakter. Niemand wist evenwel de reden van dezen ommekeer. Het was omdat de zachte hand eener jonge vrouw in zijn gemoed gegrepen had en al het goede dat hij bezat, maar dat sinds jaren sluimerde, had doen ontwaken. En die veredelende invloed zou nimmer meer van hem wijken, want zij werd één met hem. Muriel Daventry trad in zijn laven op den eersten Januari; dat was zijn Nieuwjaar.
PDF
Nummer
1915, nr.2, 6 jan. 1915
Blad
08
Tekst
H. M. DE KONINGIN OP EEN INSPECTIETOCHT IN NOORD-BRABANT. TEN BATE VAN HET STEUNCOMITÉ zijn er door Haagsche Dames uit de eerste kringen op straat Kerstliederen gezongen. MOTTA, de nieuwgekozen President van Zwitserland. Joh. de Cort en lsab. Armirotto. vluchtelingen uit Antwerpen, vierden 15 Dec. in het St.-Jeroensgesticht te Noordwijk hun gouden bruiloft. EEN KERSTFEESTVIERING VER VAN HUIS. De Vereeniging „Tehuis voor Belgische Kinderen”, te Amsterdam, die reeds een 1100 a 1200 kinderen een tehuis heeft bezorgd, heeft voor 540 Belgische kinderen een Kerstfeest georganiseerd. De vlaggetjes met Deensche opschriften drukken den dank uit voor de Denen en de Deensche kinderen, die geld hadden gezonden voor deze Kerstviering. H. W. KEHRER,-f- de algemeen geachte ingezetene van Amsterdam, is de yorige week op 60-jarigen leeftijd overleden. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM gefotografeerd ter gelegenheid van het aftreden van Jhr. Mr. Dr. A. Roëll als burgemeester. Van links naar rechts: W. H. Vliegen; Dr. N. M. Josephus Jitta; Mr. J. A. Baëza, Gem. Secret: Jhr. Mr. Dr. A. Roëll, Burgemeester; F. M. Wibaut; Mr. S. de Vries Czn.; H. J. den Hertog. VOOR DE BELGISCHE VLUCHTELINGEN. De Haagsche voetbalvereeniging Quick heeft ten bate van de Belgische vluchtelingen op Eersten Kerstdag een wedstrijd georganiseerd tegen hier in Holland vertoevende Belgische spelers. Onze foto geeft de Belgische spelers v.l.n.r. DE GANZENMARKT TE PURMERÊND, die elk jaar tegen Kerstmis gehouden wordt, mocht zich ook ditmaal wederom in een druk bezoek verheugen. DE HEYERMANS-HULDE. Ter gelegenheid van Heyerman’s 50en verjaardag en de 500ste opvoering van „Op Hoop van Zegen” is er den bekenden Tooneelschrijver en -directeur een souper aangeboden in American. Bij dit nummer ontvangen onze abonné’s als bijlage de eerste aflevering van onzen nieuwen roman: „’N KWAJONGEN IN AMERIKA”.
PDF
Nummer
1915, nr.2, 6 jan. 1915
Blad
09
Tekst
No. / (27b) 6 Januari WIS. VERSCHIJNT 2 MAAL PER WEEK. AfzondérSijke Nummers f 0.075 UITGAVE A. W. SUTHOFF’S UITöEVERS-MAATSCHAPPU, LEIDEN - RED. EN ADM. DOEZASTRAAT 1, TEL. 1. Engelsche Soldaten in Winterkleeding
PDF
Nummer
1915, nr.2, 6 jan. 1915
Blad
10
Tekst
PANORAMA 10 Egypte in de huidige omstandigheden PANORAMA VAN CAIRO. Door deze overzichtsfoto wordt een fraaie aanblik van de Egyptische hoofdstad gegeven. h ^,«dÖ*55 't 7 t t f r r r ABBAS HILMI, EX-KHEDIVE VAN EGYPTE. et verlicht ontegenzeggelijk onze taak, nu wij in den titel direct de beperking van ons artikel konden geven. Want over Egypte in de oudheid zou zooveel meer te schrijven zijn dan over het Egypte van heden, hoe sterk de aandacht ook op dit moment op het land van den Nijl is gevestigd. Egypte is een land, dat in overoude tijden een beschaving bezat, welke ons tot op heden met de diepste bewondering vervult. Het Egyptische Genie in haar geweldige uitingen zoowel als in haar klein- en toegepaste kunst, kan niet genoeg bestudeerd worden. De beschavingsvormen, de sociale verhoudingen, regeering en volk, zij vormen alle onderwerpen, waarvan véél meer, maar dan ook héél véél méér, te zeggen is, dan in dit korte bestek kan worden vastgelegd. Het land van den Nijl vormt een schakel in de keten der machtige rijken, welke eens de stranden van de Middellandsche zee vormden. Is het niet een wonderlijk verschijnsel, hoe de eens hoog uitblinkende glorie van al deze rijken verbleekte? Egypte, Carthago, het rijk der Moorsche Koningen, Spanje, dat eertijds de wereld be heerschte, Rome, dat nog vroeger het wereldrijk was, Griekenland, het Koninkrijk der Phoeniciërs, Palestina, vormen deze niet te zamen een waardige aansluiting van de Zee, welke in de oudere tijden de wereldhistorie beheerschte? Voor die glorie waren goede redenen, evenzeer als er een oorzaak moet zijn, waarom de Grootmachten van Europa zich thans beijveren om steeds meer vasten voet op Afrikaansch gebied te krijgen. Dat alles is niet toevallig. Laten wij ons niet al te zeer in het nagaan dezer gronden verdiepen. Zij kunnen bestaan in de voor de hand liggende reden om door het protectoraat over of het bezit van deze streken, het afzetgebied voor industrie en handel te vergrooten, maar het kan ook zijn, dat er een verborgen instinct zijn voorwerking doet gelden, omdat eens, bij de gestage afkoeling van den wereldkloot, de landen om den evenaar het langste een bewoonbaar klimaat voor mensch en dier, een bestaanszekerheid voor de onmisbare flora zullen bieden en Afrika dus het werelddeel der toekomst wordt. Wie zal bepalen, welke drijfveeren het lot der menschheid beheerschen? Doch hoe het ook zij, of men zijn geest tot kalme, practische beschouwingen intoomt, of zijn fantasie een gedurfde vaart laat nemen, toegegeven moet worden, dat het eertijds zoo belangrijke Egypte, ook op heden zijn beteekenis als toegangsweg tot’het hart van Afrika behield en in belangrijkheid aanzienlijk toe nam door zijn verdedigingsgeschiktheid voor den kortsten doorgang naar Indië, het Suezkanaal. De Engelschen hebben deze beteekenis niet onderschat en met de handigheid, welke hen bij de tegenstanders zoo gehaat maakt, hebben zij Egypte steeds meer in hun knel gehouden. De loopbaan van Lord Kitchener of Karthoum, den tegenwoordigen minister van oorlog in Groot-Brittanje, is zoo innig met die overmeestering van Egypte verbonden, dat het geen verbazing behoeft te verwekken, hoe in zijn tijd en door een regeering, waarin hij zitting heeft, openlijk het protectoraat in een feitelijke souvereiniteit werd veranderd. Men vergist zich dan ook niet, wanneer men beweert, dat deze oorlog niet gevochten wordt om het AAN HET SUEZKANAAL.. Egyptische soldaten bewaken het Suezkanaal. bezit van Brussel of Calais, noch om den intocht in Parijs, doch dat de toegangen tot Azië en Afrika de inzet vormen van dit zoo bloederige kansspel. * * * Zooals de lezers weten, stond tot voor het uitbreken van dezen oorlog Egypte feitelijk onder Turksche souvereiniteit en heerschte de Khedive Abbas Hilmi onder den Sultan van Turkije, den Kalief, krijgshoofd van den islam, op den troon van Egypte. Abbas Hilmi was door het tweeslachtige van den toestand, uit den aard in een moeilijke positie en het is heel wel te begrijpen, dat hij nu niet bepaald sterk voelde voor den Engelschman, die in zijn Khedivaat feitelijk de heerscher was. Toen de Khedive openlijk de partij van de vijanden van Engeland koos, leek dit voor Groot Brittanje een hachelijk iets. De Egyptenaren en de aan de grenzen van Egypte wonende Muzelmannen hechten zich in den regel zeer aan hun eigen leiders. Het getuigt van politiek inzicht, dat Engeland den oom van den Khedive aanzocht, als Sultan van Egypte, den troon van het overoude rijk te bestijgen. Als Sultan was Hussein uit den aard niet meerde Suzerein van den Constantinopelschen heerscher en door het Sultanaat* werd Egypte een stap hooger gebracht ... in titel! Men ziet uit bovenstaande hoe allerlei motieven van stofïelijken zoowel als van geestelijken aard hun rol spelen, om de beteekenis van Egyp.te in dezen strijd een niet geringe te doen zijn.
PDF
Nummer
1915, nr.2, 6 jan. 1915
Blad
11
Tekst
VAN DE RUSSISCHE GEVECHTSLINIE DE GEWONDE VIJAND. Een Russische boerin geeft een gewonden Oostenrijker melk te drinken. HET EEREMETAAL. De St.-George-orde, verdiend door hun dapperheid, wordt den manschappen door den commandant op de borst gehecht. HET GEVAAR UIT DE LUCHT. Een der uit Duitsche vliegmachines in Warschau neergeworpen bommen. EEN FRISSCHE DRONK. Russische officieren hebben van een der vele kooplieden, die het leger achterna trekken, een verfrissching gekocht. HET RUSSISCHE KANON IN ACTIE. Een inderdaad zeer zeldzame foto, daar het den fotografen slechts hoogst zelden gelukt het oogenblik van het afschieten van het kanon op de gevoelige plaat vast te leggen. Door den hevigen luchtdruk toch bewegen alle voorwerpen zoodanig, dat er op de foto niet veel meer te onderscheiden valt.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1271 tot 1275 van 11897