Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1251 tot 1255 van 11897
Nummer
1914, nr.26, 23 dec. 1914
Blad
10
Tekst
KONINKL. NEDERL. SIGARENFABRIEKEN Eugène Goulmy&Baar Mad= Recamier 5 cents Sigaar. MENTHE VERTE . COINTREAU LA PLUS FINE MARQUÉ ROTOGRAVURE IS HET IDEAAL-PROCEDÉ VOOR ELK DRUKWERK EN VENTE PARTOUT Het PROUDFIT Losbladige Boek is hetlosbladigeBoek, zich vereenigt, zooals van het dat alle voordeelen in wel van het losbladig gebonden systeem. Kent LI de voordeelen. die het losbladig Boek U geeft? STRIKT ALFABETISCHE VOLGORDE GEEN PAPIERVERLIES GEEN ONNOODIG TRANSPORTEEREN JARENLANG GEBRUIK VRAAGT BESCHRIJVING BUKMAN & SARTORIUS SLOTERDOK Speciaal fabriek voor gebonden en losbladige kantoorboeken. Wenscht U voor Uwen zoon eene goed-betaalde en aangename positie, met weinig kostbare opleiding, vraagt dan ons Prospectus. — Toelating' van nieuwe leerlingen 5 Januari a.s., aanmelding vóór 31 December. 1 he Rotterdam Wireless Training College (Eenige vak- en vormschool voor Draadlooze Telegrafie in Nederland). GebOUW PLAN C, ingang Gelderschestraat 10B (achterzijde Beursstation). MOOIE VORMEN. Wondervolle Buste en blanke huid verkrijgt en behoudt iedere Dame van eiken leeftijd door mijn methode. Uitwendig gebruik. Succes gegar. Zend adres en 5 cents postzegel en U ontvangt gratis inlichtingen. Malson NIEMANN. A dam. Da Costakade 43 M, huis. DE LOCHEMSCHE COOP. ZUIVELFABRIEK verzendt haar prima ROOMBOTER direct aan consumenten, door het geheele Rijk. Depót te AMSTERDAM: DE CLERCQSTRAAT 9. Spier s Meubelmagazijn Haarlemmerstraat 78 - Amsterdam ------------------- TELEFOON 6427 ------------------- Modelkamers: HAARL. HOUTTUINEN 25 ------- Fabriek: TEERKETELSTEEG ------- COMPLETE MEUBILEERING VRAAGT ONZE NIEUWE PRIJSCOURANT 1915 C. L. VAN DEN DONK ’s-Gravenhage - Wagenstraat 41-43 AMEUBLEMENTEN Laat Uwe woning door ons goedkoop en degelijk inrichten. Nieuwe Ontwerpen - Smaakvolle Ensembles I eekeningen en geïllustreerde Prijscourant op aanvraag franco. TELEFOON 867 Franco levering 0 // ï > ; kfi'iA MA; Een Practisch KERSTGESCHENK • v< is een Bon voor fl. 10.50. Salamanderschoenen. Eenheidsprijs W voor Dames en Heeren fl. 8.25. Luxe Afwerking voor Dames en Heeren Slobkousen, Sokken, Kousen. Steeds de nieuwste modellen. Uitstekende pasvormen. Amsterdam kalverstraat 165. Vraagt monsterboek P. Rotterdam. Noordblaak 43.
PDF
Nummer
1914, nr.26, 23 dec. 1914
Blad
11
Tekst
EEN S OMBERE KERSTMIS...? 4 r < E en sombere Kerstmis? Ja — de droevigste wel die in de geschiedenis der menschheid is opgeteekend. Oorlog op aarde . . . Waar nog, argeloos, een Kerstklok luiden mag, wordt haar schuchter geluid door het daverend kanon overstemd. En in den Kerstnacht zullen, als reeds zoovele maanden lang, millioenen strijders, geheele volken, geen krachtiger gevoel kennen dan dat van den haat, geen inniger verlangen dan elkaar dood en ondergang te brengen. Waar, in de landen die elkaar beoorlogen, zullen er gezinnen zijn die zich met dankbaar en rustig gemoed om den lichtenden boom kunnen scharen, niets, niemand betreurend? Uiteengerukt werden ze, die gezinnen, nog een jaar te voren zoo gelukkig en in feestelijke dankbaarheid vereenigd; de Kerstklok werd een doodsklok, rouwklanken luidend over de graven van vaders, broeders, zonen . . . Feller nooit dan juist in dezen oorlog werden geloof en vertrouwen geschokt: het geloofin de kracht der christelijke liefde, het vertrouwen in de gevoelens van menschelijkheid die de volkeren verbinden. Heviger was de schok dan ooit te voren, want nimmer had de overtuiging dat wij op weg waren naar een grooter beschaving, een dieper begrip van saamhoorigheid, een edeler opvatting van recht en humaniteit — nimmer had deze overtuiging vaster ingewerkt dan juist in de beginjaren dezer eeuw. Wie erover nadenkt wat die jaren gebracht hebben aan ernstige pogingen om den wedijver der naties tot een vreedzame te maken, kan niet anders dan afschuw en schrik gevoelen als hij het contrast beseft. Aan de ontwikkeling der individuen, de opheffing der massa werd een zorg gewijd als tot dusver ongekend was; geen middel werd onbeproefd gelaten om de menschheid ervan te doordringen dat voor ruwheid en geweld geen plaats meer bestond in een moderne maatschappij. Vrede, samenwerking, verdraagzaamheid werden van de hoeken der straten verkondigd; voor reinere zeden, zachtmoediger opvattingen, inniger naastenliefde ijverden de grootsten en besten onderons. Ook de twijfelaars, de spotlustigen, de krijgshaltigen konden voor deze idealen gewonnen worden: want was daar ook niet de practische zijde van het vraagstuk, waard om door hen te worden overwogen wier nuchtere natuur, wier zakelijke aanleg zich verzette tegen hetgeen zij hersenschimmen noemden? Hen moest het feit overtuigen dat het uiterst samengestelde, voor wisselingen zoo gevoelig organisme onzer samenleving een wereldoorlog niet meer gedoogde zonder die organisatie hopeloos, reddeloos te vernietigen. De wonderen der nieuwe technische vindingen, de geweldige uitbreiding en versnelling van het wereldverkeer hebben de grenzen vervaagd; geen land is meer afgesloten van het andere, de handel bracht de volken tot elkaar, hun belangen zijn gemeenschappelijk geworden, een ieder is zijn naaste onmisbaar — de menschheid vormt nog slechts één groot raderwerk, naarstig, haastig, rusteloos arbeidend: wie een enkel onderdeel daarvan ruw vernielt, kan het geheel onherstelbaar uiteen doen spatten. Ja, we geloofden het vaster dan ooit: zoowel zede als practijk veroordeelden den oorlog, maakten hem onmogelijk. Te wreeder was de ontgoocheling. Naast het leed, dat millioenen lijden, om hun verwoest vaderland, hun vernield bezit, om de talloozen dooden en verminkten, om het verlies van wat hun lief was — naast dat leed schrijnt ook fel de désilluzie om het gekrenkte rechtsbewustzijn, het geschonden vertrouwen, het ineenstorten van wat door tal van hoogstaande mannen en vrouwen, met toewijding en geduld, met jarenlangen ijver en zelfopoffering, aan toekomsbidealen was opgebouwd. Nooit scheen de vredesgedachte dieper ingeleefd te zijn, geneigder oor te hebben gevonden, nooit leken de kansen voor het blind geweld meer te zijn ingeperkt dan op het oogenblik dat deze redelooze, verbitterde, onmogelijk geachte oorlog uitbrak. Het schoonste waarnaar het menschdom, door de wijzen en goeden onder hen geleid, met zooveel vroomheid trachtte, werd gesmoord in bloed. Het kanon sprak — en alle andere stemmen zwegen. Het recht van den sterkste werd het richtsnoer van elke handeling —en iedere andere leuze moest verstommen. Wat geleerden, denkers, kunstenaars, wijsgeeren door tientallen van eeuwen heen hadden geschapen, werd een leege waan; bespot, veracht, vernield werd hun werk, waaronder het kostelijkste, het kunstrijkste dat een vernuftig brein, een innig gemoed ooit hadden voortgebracht. En zijzelven werden bestemd, als had hun bestaan geen waarde meer, om door een moordend wapen getroffen,door een paardenhoef of het wentelend rad van een stuk geschut vermorzeld te worden. Wat is nog de macht van de grootsten, de besten en edelsten onder ons? Vernietigd wordt de arbeid van hun handen en hun geest. Alleen het kanon heerscht .... * * * En toch .... Een sombere Kerstmis? Neen! Wel sterk en onuitroeibaar moet, diep verborgen onder onze door haat, wraakzucht en strijdlust nu zoo jammerlijk vervormde menschelijke gevoelens, het besefin ons wortelen dat de wereld, dat ons leven onbestaanbaar is zonder het schoone dat kunst en wijsheid ons brachten. Uit de bouwvallen van te gruizel geschoten kerken en paleizen, uit de puinhoopen van verbrande boekerijen en bouwkundige monumenten, uit de vormlooze resten der schoonheid zelf, stijgt herboren, onsterflijk, een nieuwe schoonheid omhoog Hef heeft een oogenblik geleken of zij van dé aarde was weggevaagd, of alleen het geweld oppermachtig was, of we ons voortaan haar zachten troost en haar krachtigen steun moesten ontzeggen. Met eiken nieuwen, ijzeren voetstap verpletterde de overwinnaar een kunstwerk, den roem der eeuwen, te meer. En er spraken zelfs stemmen — dit was wel het verschrikkelijkst van al — die de vernieling prezen om haarzelfs wil. Één recht, één macht was er slechts, en de sterkste oefende die uit. Toen, na een korte poos van lijdelijke ontzetting, sprak die zachte, maar niet te verstikken stem daar binnen in ons, weldra zwellend tot een geluid, dat .de stem van hef kanon overklonk. Hef onsterflijk instinct, dat ons zegt: de wijze is beter dan hij die een stad inneemt, was uit zijn verdooving ontwaakt. We wisten hef vaster dan te voren: boven de wonderbaarlijke volmaking der moordfechniek, boven de tot een toppunt gevoerde feilloosheid der vecht-organisatie staan de gaven der schoonheid; als de namen van hen die, met afgrijselijk vernuft, doodbrengende werktuigen bedachten, lang vergeten zullen zijn, als men de namen van hen, die met één woord het vernietigen van duizenden levens bevalen, niet meer zal weten te spellen — dan zuilen, eeuwig en onsterflijk, oppermachtig en onuitroeibaar, de werken der groote wijzen en kunstenaars uitschitteren boven dood en vernietiging, en geslacht op geslacht zal hun namen met vereering noemen. Neen, we kunnen niet buiten de vertroosting en den steun der kunst; het is ons niet om t even of de eeuwenoude werken van vrome bouwmeesters in puin geworpen worden, of de zangen der groote muziekdichters verstommen, of de geschriften der wijzen en geleerden in brand en rook opgaan! En hef mag ons tot trots en glorie zijn dat in ons land het eerst die sterke stem vernomen werd, zeggend: wij zullen dit niet dulden, ook aan de kunst zal het werk van den Samaritaan geschieden. Machtiger dan hef machfigst geweld was die barmhartige stem, en hij die aan de wereld de wet van zijn zegevierende wapenen naar vrijen lust kon voorschrijven, werd tot luisteren gedwongen. De overwinnaar werd overwonnen door een wapen, geduchter dan hef zijne; op het hoogtepunt van zijn macht, gesteund door hen die zijn vernielingswerk roemden, geen woord van spijt waardig keurden, noodzaakte dat onweersfaanbere wapen hem te verklaren dat hijzelf herstellen zou waf de wielen van zijn zegekar verpletterd hadden. — Wie nu ooren heeft om te hooren, die hoorei De innigste gevoelens der menschheid roepen om het herstel van harmonie en schoonheid, en zelfs de razernij van redeloos losgebroken hartstochten kan die stem niet smoren. Uit den asch der verbrande kunstwerken stijgen de nieuwe tempels op waarin wij, ondanks alles,, het goede, hef ware, hef schoone willen vereeren, in onweerstaanbaren drang. Wederom beteekenf dit Kerstfeest een geboorte: de wedergeboorte van een door geweld niet te verbreken ideaal. Zooals de aarde slechts voortbrengt wanneer zij verscheurd wordt, zoo is hef ook hier: hoe dieper de wond, hoe milder de vrucht. — Een sombere Kerstmis? Neen — het daagt in hef Oosten!
PDF
Nummer
1914, nr.26, 23 dec. 1914
Blad
12
Tekst
, Q C >W Dankgebed, Wilt heden nu treden, /Pdrianus Valerius Zangstem en Piano Langzaam en innig. t i lo-ven van her......... te seer end’ ma...... ken groot sijns lie-ven nae-mens ee - re, die daer nu ornsen ■W- ' & ,W *’T hj ; fe ƒ r' ■ ~VL i £ a Si , vtMk_ - /• CP'fe, > X L z V' X ü» '\XA X’
PDF
Nummer
1914, nr.26, 23 dec. 1914
Blad
13
Tekst
JERUZALEM VANAF DEN OLIJFBERG GEZIEN. Dit is een panorama welke door een z.g. telefotografische opname werd gemaakt, van het stadsdeel, waar eens de Tempel lag. Door den grooten afstand, waarop zij werd genomen, geeft zij als het ware een overzicht in vogelvlucht. Van den Olijfberg af bekeken, ziet men in ’t midden de Haram esh Sherif, op de plaats waar eens Herodes’ tempel stond. PALESTINA’S VERLEDEN EN TOEKOMST is geen land ter wereld, dat in het geestelijk leven en voor het godsdienstige gevoel van zoovele volkeren en menschen een zóó belangrijke rol gespeeld heeft als Palestina. Wie in den tijd van Kerstmis in een nummer van Panorama, waarvan de inhoud aan de gebeurtenissen aan dit feest verbonden, herinnert, over Palestina schrijft, die behoeft niet uitvoerig aan te geven welke banden het Christendom met zijne millioenen van belijders aari het Heilige land binden. De Mahomedanen ook zien in Jerusalem een hunner heilige steden. En al is yoor hen Palestina niet van zoo’n intense waarde, omdat het leven van Mahomed niet met Palestina zoo sterk is samengegroeid, toch blijft ook voor hen het land der Vaderen een land, waarvan groote wijding uitgaat. Dat voorde Joden het Erets Jisroël, het land Israels, historisch en godsdienstig een onverflauwbare kracht blijft bezitten is volkomen te begrijpen. Het was toch voor hen niet alleen een idëeel, doch ook een werkelijk ,,Vaderland" Palestina heeft een eigenaardige ligging waaruit ook wel te verklaren valt, waarom juist dit land zoo’n groote beteekenis had voor de geestelijke beschaving van Europa en van daar uit voor zoo’n belangrijk deel van de wereld. Door dit te constateeren profaniseert men in geenendeele. Waarom was dit land uitverkoren en kon dit land uitverkoren zijn? Het was overvloeiend van melk en honig. Zoo zegt de Bijbel. De vruchtbaarheid van Palestina, de ligging in de onmiddellijke nabuurschap van de landen, die in de Oudheid de meest beteekenende waren, Egypte, Perzië, Mesopotanië, Klein Azië, deze factoren doen het voor het menschelijk inzicht begrijpelijk zijn dat alle voorwaarden voor het uitverkoren worden voorhanden waren. Op dit oogenblik is de toestand van Palestina erger dan velen op dit Kerstfeest, terwijl hun gedachten in de gewijde plekken van Betlehem en Jerusalem verwijlen, wel beseffen. De verkeersweg met Europa is zoo goed als afgesloten. Oorlogsschepen liggen dreigend voor de kusten. De invoer, die tot op heden de bewoners moest helpen voeden, de uitvoer, welke hun welvaart moest bezorgen, liggen stil. Maar ondanks dezen tegenslag, welke men een tijdelijken hoopt te mogen noemen, zal de wonderbaarlijke vitaliteit die in het land nog blijkt te liggen, de opmerkzaamheid waard zijn van allen, die Palestina uit de oude rust en uit de neergeslagenheid der verwoesting opgebeurd willen zien. De mogelijkheid hiervan is bewezen, feitelijk door het voortzetten van de middelen uit het verleden. Dit artikel heeft allerminst de bedoeling een betoog over, of voor de jonge, krachtige beweging te geven, welke onder den invloed van de renaissance van een volksbewustzijn, is ontstaan. Men weet dat onder den naam van Zionisme in de laatste jaren zulk een streven is naar voren gebracht. Dit zij hier geconstateerd als een inleiding voor een beschrijving van den toestand van het land, ontleend aan hetgeen door iemand, die Palestina korten tijd geleden, doch vóór de tegenwoordige crisis, bezocht. Deze beschrijving moet vele van onze lezers interesseeren, want er wordt mede aangetoond, hoe het mogelijk is, om met beperkte middelen, doch met den krachtigen steun van den onverzettelijken wil een doel te bereiken, dat men zich voor oogen stelde. Palestina heette in de latere eeuwen een onvruchtbaarland. Noch de zwervende Arabieren en de in de steden wonende Turken, noch de nederzettingen van Christelijke of de pogingen van Joodsche zijden gedaan, hielpen dezemeening weerleggen. Toch is het anders geworden. Uit Rusland trokken jonge geestdriftige Joden naar Palestina die in het bewerken van het land, dat hun bevrijding zou geven, een nieuw levensdoel zochten. Uit hen ontwikkelde zich een soort landbouwer, die men den intellectueelen boer zou kunnen noemen. Zij verzamelden zich tot kolonies en begonnen den moeilijken arbeid van de landontginning. Zij leden ontbering doch zetten voort, zij ondervonden teleurstelling op teleurstelling, doch gingen verder, wetend dat van het welslagen van hun pioniersarbeid zoo intens veel afhing. Ook in deze worsteling, het begin wellicht van een herlevingsgeschiedenis, zooals er in de historie der Menschheid weinige te vinden zijn, komen de „ups and downs” herhaaldelijk voor. Heel eigenaardig is het, hoe in Palestina steeds allerlei invloeden vasten voet trachtten te krijgen. Het land staat onder Turksche heerschappij, werd grootendeels door Arabieren bewoond. Rusland wilde het niet geheel aan zijn invloedsfeer onttrokken zien, Duitsche keizers reisden erheen, de Franschen probeerden langs den weg van kolonisatie onder fransch-joodsch toezicht niet zonder medezeggingsschap te blijven. De Joden, die in de mogelijkheid van herleving hunner nationaliteit hoopten, wijdden er steeds meer hun aandacht aan. En men zal moeten toegeven dat van die zijde wel het meest practische in deze werd gewerkt. Men toog aan den arbeid. En wat voor onmogelijk werd gehouden bleek niet onbereikbaar. Uit den stadbewoner van weleer groeide een goede plattelander. Over dit leven op het land schreef de heer Wilh. Loeb, die een reis door Palestina maakte, destijds in het Handelsblad het volgende. In het bergland van Galilea, waar de kolonisatie meerendeels van den laatsten tijd is en men dus zien kan, hoe het in de nu reeds meer ontwikkelde gedeelten vroeger geweest moet zijn, kreeg ik het eerst den indruk, in een joodsch land te zijn. Zoodra het mij mogelijk was, in dagmarschen van kolonie tot kolonie te komen, dacht ik er niet meer aan, dat daarbuiten en daartusschen nog mijlen ver woestenij op bewerking wacht, maar ik had het gevoel thuis te zijn in een kleine joodsche wereld. In Palestina zijn verschillende proefnemingen op economisch gebied in toepassing gebracht. Men heeft er arbeidersgenossenschaften, communistisch bestuurde farms. Men heeft getracht het directe pionnierswerk, waarbij de immigranten zelf het ontginningswerk van meet af aan doen en het indirecte, waarbij de overtocht en inbezitneming eerst na bepaalde voorafgaanden arbeid van anderen geschiedt in practijk te brengen. Men heeft de groote beteekenis van de vrouw voor het landbedrijf niet vergeten en de waarde van de wetenschappelijke opleiding voor het landbouwersbedrijf erkend. Zoo is men aan den nadeeligen invloed van de goed bedoelde, doch in dé meeste gevallen verslappende piëteits-hulp gedeeltelijk kunnen ontkomen. Vooral Palestina heeft deze soort hulp in ruime mate gehad. Wat te begrijpen is als men de groote ideële waarde, welke men in zoovele eeuwen aan dit, het Heilige land, hechtte, in overweging neemt. Het Palestina van heden toont pas een begin van het vele, dat er gedaan kan en moet worden om het overvloeien van melk en honing niet tot een herinnering maar tot een heerlijke werkelijkheid te maken. Er is weer een veestapel opgericht, er worden weer olijfboomen geplant, het druivensap dient weer om wijn te persen, welke zich een goeden naam heeft weten te veroveren, amandelen worden er gekweekt, het pluimvee is niet vergeten. En bij den arbeid ontkiemt er ook een zuiver nationaal leven. Men danst na afloop van het werk zijn nationale dansen, begeleid door het gezang van nationale liederen en de nationale taal der Vaderen, het Hebreeuwsch, wordt steeds meer naast het Arabisch als landstaal gehoord. Omtrent het nieuwe leven in de steden van Palestina schreef de Heer Loeb in zijn bovengenoemd artikel. Dit stadsleven vond zijn sterkste belichaming in Jaffa. Hier nemen de joden in het handelsleven een zeer belangrijke plaats in. Hun aantal is er in enkele jaren sterk toegenomen. Terwijl er in 1880 honderd joden woonden, waren er in 1905 al 500 en in 1912 zelfs 10,000. Deze joodsche bevolking leefde in den beginne verspreid onder de overige bewoners van Jaffa, totdat men in 1909 er toe overging een kleine joodsohe wijk, Tel-Awiw, lentedal, te bouwen, tien minuten buiten ’t eigenlijke Jaffa. De hoop,dat zich hier een eigen joodsch leven zou ontwikkelen, is verwezenlijkt. Terwijl Jaffa den indruk eener groezelige, Arabische stad maakt, met vuile, smalle, steegachtige straten en leelijke, vervallen huizen, maakt deze nieuwe wijk een verheugenden modernen indruk. Tel-Awiw doet, wat zijn aanleg betreft, geheel Europeesch aan : een breede, rechte hoofdstraat, de Herzl-straat, eenerzijds afgesloten door een poort, andererzijds door het helder-witte Hebreeuwsche Gymnasium, dat het geheel beheerscht. Links en rechts vele zijstraten, met ook weer hare vertakkingen. Een orde en regelmaat in den stratenaanleg, die een groote tegenstelling vormt met de systeemlooze mengeling eener Arabische stadsbuurt. Wanneer men van de steden van Palestina spreekt en Jerusalem niet genoemd heeft, nu dan heeft men inderdaad een al te groote leemte gelaten. Toch schijnt Jerusalem in de hernieuwde bearbeiding van het land niet die groote plaats in te nemen, welke men het daarvoor in zijn gedachten zou toekennen Bij eenig dieper nadenken is dit te begrijpen. Jeruzalem is wel in de sterkste mate de stadwaarheen zich die neiging van piëteitsuiting richt en die daardoor ook lichtelijker wordt ge­ ëxploiteerd, helaas niet ten voordeele van een gezonden opbloei. Maar de verwachting is niet ijdel dat een rationeele ontwikkeling van de herleving in Palestina ook hier haar uitwerking niet zal missen. Wanneer de kerstklokken luiden en de gedachten weer naar de oostelijke kust gaan, welke de Middellandsche zee tot begrenzing dient, wanneer de sterrenhemel weer herinnert aan wat tot het verleden behoorde, maar voor het heden van zoo verstrekkenden invloed bleek, dan mag men zich ook afvragen of dit nieuw gebeuren, dit toepassen van nieuwe gedachten op ouden grond de wereld niet weer langs oude banen tot nieuwe zegeningen zal brengen. Wat in Palestina aan het worden is wijst op een herleving. Zij die in het Heilige land geloofden om dat de ideële banden er hen de aanleiding toegaven, mogen zeker ook in het huidige Palestina belangstellen, omdat het ondoorgrondelijke zich wellicht op wonderbaarlijke wijze zou kunnen herhalen.
PDF
Nummer
1914, nr.26, 23 dec. 1914
Blad
14
Tekst
^^^^^igenaardig is het na te gaan, hoe een zoo bij J uitstek christelijk feest als Kerstmis ook nog * wel degelijk verband houdt met heidensche | feesten, met name met de oude Germaansche we Jfë winterfeesten. De geschiedschrijvers vermel- “ den ajs den tijd van Christus’ geboorte, nu wel niet precies 25 December, doch steeds een der laatste dagen van die maand, of ook wel dagen in het begin van Januari. Het was keizer Justinianus, die op 25 December officieel den geboortedag van Christus en de viering van het Kerstfeest vaststelde. In den aanvang duurde het Kerstfeest een viertal dagen; de RoomschKatholieken vieren het feest van den H. Stephanus als den tweeden Kerstdag. In de middeleeuwen werden bij het Kerstfeest kleine zinnebeeldige tooneelspelen opgevoerd, waarbij de geboorte van Christus, de aanbidding der herders, het bezoek der drie Koningen, enzoovoorts, werden vertoond. In deze spelen mengde men geestige alledaagschheden, actualiteiten, en vanuit de verst verwijderde gehuchten en dorpen stroomden de menschen naar deze deels religieuze, deels wereldsche voorstellingen. Deze vertooningen duurden soms vele dagen lang, en we behoeven u wel niet te zeggen, dat het voor de uitvoerders een ontzaggelijk vermoeiend werk daardoor was. Om zich zooveel mogelijk tegen deze vermoeienissen te wapenen, werden van tevoren zeer stevige maaltijden genomen, en vele historieschrijvers willen hierin den oorsprong zien van de gebruikelijke overvloedige kerstmaaltijden. Het lijkt echter wel, of de oorsprong van deze overdadige maaltijden veel vroeger dan de middeleeuwen moet worden gezocht, en wel in de oude heidensche tijden. Omstreeks 21 December staat de zon in haren laagsten stand, en gaandeweg gaat ze vanaf dien datum weer klimmen, om met hare groeiende warmte en langduriger dagen allengs wederom meer en meer de menschheid te verheugen. Op dien tijd wordt de zon, om zoo te zeggen, herboren, en de belofte voor den weldadigen zomer, voor den oogst en de bloemen, voor het leven is dan herboren met haar. De Germanen vierden dit natuurfeest. Evenals aan Joel of Julvatter, den God der vroolijkheid, werd bij dit feest ook aan Thor en Freijr geofferd, en bad men hun zegen af voor den komenden oogsttijd. Men vierde deze feesten met groote maaltijden, waarbij vervaarlijke brooden werden gebakken, een gewoonte waaraan ons Kerstbrood voorzeker niet vreemd is. Nog bakt men in Noorwegen op sommige plaatsen met Kerstmis een fijn gebak van een eigenaardigen vorm, die aan één zijde in een zwijnskop eindigt. Hierbij heeft men vermoedelijk te denken aan het feit, dat het zwijn het aan Freijr gewijde dier is, en bij de Joelfeesten met een groot vertoon van allerlei plechtigheden geslacht werd. Ook was een der eigenaardige gebruiken bij dit winterfeest, dat men elkander ook geschenken gaf, waarvan de gever geheim moest blijven, evenals bij de tegenwoordige kerstmisen sinterklaasgeschenken. Het oude winterfeest was in sommige streken ook gewijd aan de afgestorvenen, die immers omstreeks dezen tijd hunne optochten door de lucht hielden en aan maaltijden en drinkgelagen deelnamen. In de middeleeuwen nu was in Frankrijk bij het kerstfeest een eigenaardige gewoonte in zwang, welke blijkbaar verband met dien oud-heidenschen doodendag houdt. In Frankrijk werden toen namelijk bij de kerstmaaltijden ook voor de gestorven familieleden borden neergezet, en overvloedig met spijzen voorzien. Ook denke men aan het kerstblok in den haard, dat in vroeger tijden in Engeland en Frankrijk met wijn besproeid werd, gezegend en toegesproken. Dit was het zinnebeeld van het vuur, het warmte-, d. i. het levengevende vuur, en dit gebruik kan dus op de wedergeboorte van de zon duiden. Eindelijk denken wij ook aan den kerstboom, hét kerstgeschenk : men leest in oude Noorsche sagen van een boom, die in den eersten nacht van het Joelfeest op al zijn takken lichtjes -draagt, welke door den felsten wind niet zijn te dooven. De takken van een den, het symbool van eeuwige frischheid, aan het brandend haarblok aangestoken, werden spoedig daarop weer uitgebluscht, en men bewaarde den boom tot den volgenden winter om hem dan opnieuw voor hetzelfde doel te gebruiken. Ook het snijden van maretakken en hulst, en het versieren der woningen daarmee, — zooals dat in Engeland, en gaandeweg ook bij ons meer en meer wordt gezien, — is een gebruik herkomstig van de oude Kelten. De brandende boom als symbool van de nieuwgeboren zon 1 Wat kon beter bewaard blijven door de Christenen ? Want de geboorte van de zon was het zinnebeeld van het groote, allergrootste gebeuren : de geboorte van Jezus, dat is : van het licht der wereld. Vermoedelijk zijn er nog meerdere gebruiken bij het Christelijk Kerstfeest, waarin iets van de oud-heidensche gebruiken der winterfeesten wordt teruggevonden. Wij wezen u hierboven slechts de voornaamste aan, en eindigen. Echter niet dan na u een gelukkig Kerstfeest te hebben toegewenscht, lezeressen en lezers. Van harte. NAAR M. PIERREY MET TOESTEMMING VAN DE FIRMA DE AANBIDDING DER HERDERS GOUP1L &. CiE - DEN HAAG KERSTAVOND (EEN VERHAAL UIT DEN OORLOG) waren heel gelukkig geweest, de oude mijnheer en mevrouw Tiele, tot de oorlog kwam. Toen was hun eenige zoon Max, een i°nS officieL ten strijde getrokken, en de ' twee goede oude menschen, die den jongen verafgoodden, bleven bekommerd achter. Ook Max’s verloofde. Else Brandt, de dochter eener bevriende U.nilie uit de buurt, was bezorgd om het lot van den jonkman, die, voortvarend en moedig als hij was, zich wel overal waar gevaar was, zou blootstellen, en die daardoor dus meer kans liep te sneuvelen dan anderen, die minder waaghals, rustig hun plicht deden en niet meer. Dit laatste was allerminst de meening van den jongen man zelven. Die behoorde tot die geestkrachtige menschen, die met hun wil de omstandigheden trachten te dwingen, en daarin dan ook menigmaal slagen. ,,Je leeft gewoon voort,’’ zoo had hij zijn schreienden ouders en verloofde bij het afscheid toegesproken, „je bent niet bevreesd en niet bedroefd, want voor beide is geen reden; met vrees maak je jezelven maar overstuur en minder opgewassen tegen mogelijken, maar heel onwaarschijnlijken tegenslag. Ook aan schreien en andere verdrietigheden moeten jelui niet toegeven; schreien kun je altijd nog, wanneer het slecht met me afloopen mocht. Maar dat zal niet, want ik wil niet sterven, en wat je niet wil, gebeurt niet. Dus, lieve beste zielen, geen gehuil en geen narigheden vóór den tijd. Adieu. En geef me nu maar een fikschen kus, want ik houd allemachtig veel van jullie drieën. Zoo, en je weet het, hè. Met Kerstmis, hoor. En denk aan den boom. Dat heb je nog geen jaar overgeslagen. Dus nü ook niet. Zoo, en nu nog een kus van allemaal. En goeiendag, hoor, beste vader en moeder. En goeiendag, hoor. Els. En van den zomer trouwen we.” Dan had hij den koetsier gewenkt zijn paard aan te zetten. En voort in snellen draf was het gegaan, den grooten landweg op, zijn eveneens reisvaardig regiment tegemoet. En de dagen, weken, maanden waren voorbijgegaan, en het liep tegen Kerstmis. De oude mijnheer en mevrouw Tiele, en ook Else, waren, op raad van Max. al hun oude Het Kerstfeest
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1251 tot 1255 van 11897