|
JERUZALEM VANAF DEN OLIJFBERG GEZIEN.
Dit is een panorama welke door een z.g. telefotografische opname werd gemaakt, van het stadsdeel, waar eens de Tempel lag. Door den grooten afstand, waarop zij werd genomen, geeft zij
als het ware een overzicht in vogelvlucht. Van den Olijfberg af bekeken, ziet men in ’t midden de Haram esh Sherif, op de plaats waar eens Herodes’ tempel stond.
PALESTINA’S VERLEDEN EN TOEKOMST
is geen land ter wereld, dat in het geestelijk
leven en voor het godsdienstige gevoel van
zoovele volkeren en menschen een zóó belangrijke
rol gespeeld heeft als Palestina.
Wie in den tijd van Kerstmis in een nummer
van Panorama, waarvan de inhoud aan de
gebeurtenissen aan dit feest verbonden, herinnert, over
Palestina schrijft, die behoeft niet uitvoerig aan te geven
welke banden het Christendom met zijne millioenen van
belijders aari het Heilige land binden.
De Mahomedanen ook zien in Jerusalem een hunner
heilige steden. En al is yoor hen Palestina niet van zoo’n
intense waarde, omdat het leven van Mahomed niet met
Palestina zoo sterk is samengegroeid, toch blijft ook voor
hen het land der Vaderen een land, waarvan groote wijding
uitgaat. Dat voorde Joden het Erets Jisroël, het land Israels,
historisch en godsdienstig een onverflauwbare kracht blijft
bezitten is volkomen te begrijpen. Het was toch voor hen
niet alleen een idëeel, doch ook een werkelijk ,,Vaderland"
Palestina heeft een eigenaardige ligging waaruit ook wel te
verklaren valt, waarom juist dit land zoo’n groote beteekenis
had voor de geestelijke beschaving van Europa en
van daar uit voor zoo’n belangrijk deel van de wereld.
Door dit te constateeren profaniseert men in geenendeele.
Waarom was dit land uitverkoren en kon dit land uitverkoren
zijn? Het was overvloeiend van melk en honig.
Zoo zegt de Bijbel.
De vruchtbaarheid van Palestina, de ligging in de onmiddellijke
nabuurschap van de landen, die in de Oudheid
de meest beteekenende waren, Egypte, Perzië, Mesopotanië,
Klein Azië, deze factoren doen het voor het menschelijk
inzicht begrijpelijk zijn dat alle voorwaarden voor
het uitverkoren worden voorhanden waren.
Op dit oogenblik is de toestand van Palestina erger dan
velen op dit Kerstfeest, terwijl hun gedachten in de gewijde
plekken van Betlehem en Jerusalem verwijlen, wel
beseffen. De verkeersweg met Europa is zoo goed als afgesloten.
Oorlogsschepen liggen dreigend voor de kusten. De
invoer, die tot op heden de bewoners moest helpen voeden, de
uitvoer, welke hun welvaart moest bezorgen, liggen stil. Maar
ondanks dezen tegenslag, welke men een tijdelijken hoopt te
mogen noemen, zal de wonderbaarlijke vitaliteit die in het
land nog blijkt te liggen, de opmerkzaamheid waard zijn
van allen, die Palestina uit de oude rust en uit de neergeslagenheid
der verwoesting opgebeurd willen zien.
De mogelijkheid hiervan is bewezen, feitelijk door het
voortzetten van de middelen uit het verleden.
Dit artikel heeft allerminst de bedoeling een betoog over, of
voor de jonge, krachtige beweging te geven, welke onder den
invloed van de renaissance van een volksbewustzijn, is
ontstaan.
Men weet dat onder den naam van Zionisme in de laatste
jaren zulk een streven is naar voren gebracht. Dit zij hier
geconstateerd als een inleiding voor een beschrijving van den
toestand van het land, ontleend aan hetgeen door iemand,
die Palestina korten tijd geleden, doch vóór de tegenwoordige
crisis, bezocht.
Deze beschrijving moet vele van onze lezers interesseeren,
want er wordt mede aangetoond, hoe het mogelijk
is, om met beperkte middelen, doch met den krachtigen
steun van den onverzettelijken wil een doel te bereiken, dat
men zich voor oogen stelde.
Palestina heette in de latere eeuwen een onvruchtbaarland.
Noch de zwervende Arabieren en de in de steden wonende
Turken, noch de nederzettingen van Christelijke of de
pogingen van Joodsche zijden gedaan, hielpen dezemeening
weerleggen. Toch is het anders geworden.
Uit Rusland trokken jonge geestdriftige Joden naar Palestina
die in het bewerken van het land, dat hun bevrijding
zou geven, een nieuw levensdoel zochten.
Uit hen ontwikkelde zich een soort landbouwer, die men
den intellectueelen boer zou kunnen noemen. Zij verzamelden
zich tot kolonies en begonnen den moeilijken arbeid
van de landontginning. Zij leden ontbering doch zetten
voort, zij ondervonden teleurstelling op teleurstelling, doch
gingen verder, wetend dat van het welslagen van hun
pioniersarbeid zoo intens veel afhing.
Ook in deze worsteling, het begin wellicht van een herlevingsgeschiedenis,
zooals er in de historie der Menschheid
weinige te vinden zijn, komen de „ups and downs”
herhaaldelijk voor.
Heel eigenaardig is het, hoe in Palestina steeds allerlei
invloeden vasten voet trachtten te krijgen. Het land staat
onder Turksche heerschappij, werd grootendeels door
Arabieren bewoond. Rusland wilde het niet geheel aan zijn
invloedsfeer onttrokken zien, Duitsche keizers reisden
erheen, de Franschen probeerden langs den weg van kolonisatie
onder fransch-joodsch toezicht niet zonder medezeggingsschap
te blijven.
De Joden, die in de mogelijkheid van herleving hunner
nationaliteit hoopten, wijdden er steeds meer hun aandacht
aan. En men zal moeten toegeven dat van die zijde wel
het meest practische in deze werd gewerkt. Men toog
aan den arbeid. En wat voor onmogelijk werd gehouden
bleek niet onbereikbaar. Uit den stadbewoner van weleer
groeide een goede plattelander. Over dit leven op het land
schreef de heer Wilh. Loeb, die een reis door Palestina
maakte, destijds in het Handelsblad het volgende.
In het bergland van Galilea, waar de kolonisatie meerendeels
van den laatsten tijd is en men dus zien kan, hoe
het in de nu reeds meer ontwikkelde gedeelten vroeger
geweest moet zijn, kreeg ik het eerst den indruk, in een
joodsch land te zijn. Zoodra het mij mogelijk was, in dagmarschen
van kolonie tot kolonie te komen, dacht ik er
niet meer aan, dat daarbuiten en daartusschen nog mijlen
ver woestenij op bewerking wacht, maar ik had het gevoel
thuis te zijn in een kleine joodsche wereld.
In Palestina zijn verschillende proefnemingen op economisch
gebied in toepassing gebracht. Men heeft er arbeidersgenossenschaften,
communistisch bestuurde farms. Men
heeft getracht het directe pionnierswerk, waarbij de immigranten
zelf het ontginningswerk van meet af aan doen en
het indirecte, waarbij de overtocht en inbezitneming eerst
na bepaalde voorafgaanden arbeid van anderen geschiedt
in practijk te brengen.
Men heeft de groote beteekenis van de vrouw voor het
landbedrijf niet vergeten en de waarde van de wetenschappelijke
opleiding voor het landbouwersbedrijf erkend. Zoo
is men aan den nadeeligen invloed van de goed bedoelde,
doch in dé meeste gevallen verslappende piëteits-hulp
gedeeltelijk kunnen ontkomen.
Vooral Palestina heeft deze soort hulp in ruime mate
gehad. Wat te begrijpen is als men de groote ideële waarde,
welke men in zoovele eeuwen aan dit, het Heilige land,
hechtte, in overweging neemt.
Het Palestina van heden toont pas een begin van het
vele, dat er gedaan kan en moet worden om het overvloeien
van melk en honing niet tot een herinnering maar tot een
heerlijke werkelijkheid te maken.
Er is weer een veestapel opgericht, er worden weer
olijfboomen geplant, het druivensap dient weer om wijn
te persen, welke zich een goeden naam heeft weten te
veroveren, amandelen worden er gekweekt, het pluimvee
is niet vergeten.
En bij den arbeid ontkiemt er ook een zuiver nationaal
leven. Men danst na afloop van het werk zijn nationale
dansen, begeleid door het gezang van nationale liederen
en de nationale taal der Vaderen, het Hebreeuwsch, wordt
steeds meer naast het Arabisch als landstaal gehoord.
Omtrent het nieuwe leven in de steden van Palestina
schreef de Heer Loeb in zijn bovengenoemd artikel.
Dit stadsleven vond zijn sterkste belichaming in Jaffa.
Hier nemen de joden in het handelsleven een zeer belangrijke
plaats in. Hun aantal is er in enkele jaren sterk toegenomen.
Terwijl er in 1880 honderd joden woonden, waren er in 1905
al 500 en in 1912 zelfs 10,000. Deze joodsche bevolking leefde
in den beginne verspreid onder de overige bewoners van Jaffa,
totdat men in 1909 er toe overging een kleine joodsohe wijk,
Tel-Awiw, lentedal, te bouwen, tien minuten buiten ’t
eigenlijke Jaffa. De hoop,dat zich hier een eigen joodsch
leven zou ontwikkelen, is verwezenlijkt.
Terwijl Jaffa den indruk eener groezelige, Arabische stad
maakt, met vuile, smalle, steegachtige straten en leelijke,
vervallen huizen, maakt deze nieuwe wijk een verheugenden
modernen indruk. Tel-Awiw doet, wat zijn aanleg betreft,
geheel Europeesch aan : een breede, rechte hoofdstraat,
de Herzl-straat, eenerzijds afgesloten door een poort, andererzijds
door het helder-witte Hebreeuwsche Gymnasium,
dat het geheel beheerscht. Links en rechts vele zijstraten,
met ook weer hare vertakkingen. Een orde en regelmaat
in den stratenaanleg, die een groote tegenstelling vormt
met de systeemlooze mengeling eener Arabische stadsbuurt.
Wanneer men van de steden van Palestina spreekt en
Jerusalem niet genoemd heeft, nu dan heeft men inderdaad
een al te groote leemte gelaten.
Toch schijnt Jerusalem in de hernieuwde bearbeiding
van het land niet die groote plaats in te nemen, welke men
het daarvoor in zijn gedachten zou toekennen
Bij eenig dieper nadenken is dit te begrijpen. Jeruzalem is
wel in de sterkste mate de stadwaarheen zich die neiging van
piëteitsuiting richt en die daardoor ook lichtelijker wordt ge
ëxploiteerd, helaas niet ten voordeele van een gezonden
opbloei. Maar de verwachting is niet ijdel dat een rationeele
ontwikkeling van de herleving in Palestina ook hier haar
uitwerking niet zal missen.
Wanneer de kerstklokken luiden en de gedachten weer
naar de oostelijke kust gaan, welke de Middellandsche
zee tot begrenzing dient, wanneer de sterrenhemel weer
herinnert aan wat tot het verleden behoorde, maar voor
het heden van zoo verstrekkenden invloed bleek, dan mag
men zich ook afvragen of dit nieuw gebeuren, dit toepassen
van nieuwe gedachten op ouden grond de wereld niet weer
langs oude banen tot nieuwe zegeningen zal brengen.
Wat in Palestina aan het worden is wijst op een herleving.
Zij die in het Heilige land geloofden om dat de ideële
banden er hen de aanleiding toegaven, mogen zeker ook in het
huidige Palestina belangstellen, omdat het ondoorgrondelijke
zich wellicht op wonderbaarlijke wijze zou kunnen herhalen.
|