Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1226 tot 1230 van 11897
Nummer
1914, nr.25, 16 dec. 1914
Blad
01
Tekst
DE DUITSCHE KROONPRINS maakt in zijn automobiel een inspectietocht. Opvallend is het. hoe slecht de prins er uitziet. Men lette op het hoefijzer, dat als een geluksteeken aan den auto bevestigd is. Deze foto werd aan het Westelijke front genomen.
PDF
Nummer
1914, nr.25, 16 dec. 1914
Blad
02
Tekst
HET VLUCHTELINGENKAMP TE NUNSPEET OVERZICHT VAN HET KAMP MET DE GROOTE REEKS BARAKKEN. ederland heeft in de eerste opwelling van welbegrepen en wel te begrijpen medegevoel zijn grenzen opengesteld voor de duizenden en nog eens duizenden, die vanuit ’t Zuiden vluchtend, bij ons wilden binnenkomen. Wij behoeven niet in herhaling te vallen en' geven dus geen relaas van al datgene, wat in groote en in kleine steden, door autoriteiten en door particulieren gedaan werd om helpend tegemoet te treden. Het was te begrijpen, dat; nu deze eerste opwelling voorbij is, het vraagstuk zelf ook in een andere phase getreden is. Uit den aard zijn vele der uitgewekenen weer naar hun land teruggegaan, doch het schijnt niet mogelijk ze allen daar heen te vervoeren. En nu hebben de particulieren en de autoriteiten uit te zien naar een middel, dat als oplossing gelden kan, en dat van meer blijvenden aard is. Wij hebben als poging daartoe het vluchtelingenkamp te Nunspeet te noemen. Er is over dat kamp heel wat te doen geweest. En nog. Een scherpe eritiek heeft haar oordeel gezegd en ook van de daar ondergebrachten zijn klachten gehoord. Voor welk een taak men bij de inrichting van een dergelijke reusachtige menschenverzamelplaats en -onderdak kwam te staan, kan een eenvoudig courantenberichtje, willekeurig uit een der ochtendbladen geknipt, een denkbeeld geven. Het heeft als opschrift ,,Belgische Vluchtelingen” en vertelt: „Naar Londen zijn gisteren van hier vijf vluchtelingen vertrokken. Heden gaan er per extra-trein 35 naar Antwerpen. In de afgeloopen week zijn vertrokken ; naar Antwerpen 654; naar het binnenland, om bij familie hun intrek te nemen 27; naar Londen op diverse data 485; totaal 1166 personen. Naar het kamp te Nunspeet zijn de afgeloopen week vertrokken 2058 vluchtelingen; behalve dezen vertrokken er de afgeloopen week uit de loodsen nog 533, waarbij in aanmerking genomen moet worden, dat op 2, 3 en 4 dezer geen extra-trein naar Antwerpen geloopen heeft.” 2058 Vluchtelingen . .. Realiseert men zich even dit aantal en het zal klaar en duidelijk worden, dat het geen kleinigheid is om deze allen goed te verzorgen. Doch ondanks deze groote moeielijkheid, mag er geen verslapping intreden. Nederland is het aan zichzelf en aan de menschelijkheid verplicht, zijn uiterste best te doen om den onschuldigen slachtoffers van den oorlog 2oo goed mogelijk hulp te verleenen. in dezen vreeselijken worstelstrijd blijft geen enkel van ons zonder nadeel. En het bewustzijn, dat het toch maar weinig had behoeven te schelen of ons was een zelfde lot beschoren geweest, moet ons des te krachtiger doen steunen. Niet half, maar goed. Dat zij ook hierbij het devies. HUISRAAD EN BEDDEGOED VOOR HET KAMP BESTEMD. Maar. . . men overdrijve vooral ook niet naar de andere zijde. Men stelle het niet voor, zooals van sommige zijden gedaan is in een eritiek, welke uit den aard alléén ontstond uit het drijven van het goede hart, alsof Holland niet genoeg doet Wij zelf hebben door de oorlogscrisis zware zorgen. Aan de draagkracht van onze natie worden groote eischen gesteld. Wij moeten niet voor één zaak alléén ^helpen, zooveel andere kwesties vragen onze aandacht. En dit. wij herhalen het, mag niet vergeten worden. De hulp, welke men den Belgen geven moet, zij onbeNAAR HET KAMP. Verplaatsing van huisraad en beddegoed in karren. krompen. Wij hebben er alle interesse bij om een gezonde en krachtig opbloeiende bevolking naast onze grenzen als goede buren te houden. Doch wij hebben er nog grooter interesse bij dat ons eigen volk zoo sterk en zoo krachtig mogelijk gesteund wordt. In verschillende bladen kwamen klachten voor, waaruit bleek, dat het steunen der Belgische vluchtelingen ten koste van eigen menschen ging. Uit medelijden stelde men Belgen aan het werk en hield de deur voor eigen landslieden gesloten. Men kocht van Belgen en zond eigen kooplieden van de deur weg. Daardoor bereikt men juist het tegenovergestelde van wat men wil bereiken. Men houdt de menschen onnoodig hier vast, terwijl het in hun eigen belang en in dat van hun vaderland is, dat zij zich zoo spoedig mogelijk weer in de oude omgeving een werkkring zoeken. Ook geve men er vooral acht op, dat men door al te groote toegevendheid ook niet een ongepaste lafheid in de hand werkt. Zelfs als wij ons nog zoo neutraal voelen en gedragen, mogen wij erkennen en er rekening mee houden, dat in een klein deel van België nog een dapper leger strijdt, dat versterking van flinke, gezonde menschen velen kan en waarvoor het noodig is, dat geen krachten onnut werkeloos blijven. Wij spreken hier opzettelijk niet van de helaas wel eens voorgekomen onaangenaamheden van de zijde dier vluchtelingen, wier gehalte en karakter niet zoo buitengemeen hoog bleek te staan. Zulk een uitschot treft men overal aan en de massa rnag, noch kan er aansprakelijk voor worden gesteld. Doch ook een indirecte overlast, door ongezonde voortrekking, moet men uit den weg gaan. Bij ons artikel geven wij enkele foto’s uit het kamp te Nunspeet. Men weet dat dit plaatsje in een gezonde streek ligt, tamelijk ver van hei gedruisch der groote steden, dus niet hinderlijk en dichtbij genoeg om vervoer en verplaatsing mogelijk te maken. In lange rijen staan de tijdelijke woningen daar en doen onwillekeurig aan een tentoonstellingsterrein in wording denken. Hier wordt de ellende van den oorlog tentoongesteld, zoo zou men kunnen zeggen, als men de vele menschen ziet, die door het krijgsgeweld genoodzaakt werden er een tijdelijk onderdak te zoeken. Wanneer men op de foto’s het groot aantal mannen ziet, die hier aanwezig zijn, en men wel overweegt dat het hier geen interneeringskamp van militairen, doch een verblijfplaats van vrije menschen op neutralen bodem geldt, dan begrijpt men hoe bovenstaande ontboezeming onwillekeurig aan onze pen ontglipte. Dat de bewcners(sters) zich niet allen erg op hun gemak voelen in het kamp te Nunspeet. blijkt uit onderstaand fragment van een brief eener vluchtelinge in de Telegraaf opgenomen: „Met dezen laten wij u weten, dat we hier allen goed aangekomen zijn. Doch het verblijf alhier is een hel voor mij; reeds denzelfden dag werd ik onwel door den erbarmelijken toestand, waarin wij hier verkeeren. Alle menschen verwenschen dit kamp. Het is er om gek te worden en niet om uit te houden. In de loodsen kon het er nog al door. maar hier, neen! dat kan ik niet uithouden. Ik wil naar Antwerpen terug, doch ik kan hier geen papieren krijgen, we zijn hier opgesloten als in een gevangenis en mogen niet buiten de pinnekensdraad. die bewaakt wordt door soldaten. Medegedeeld werd, dat als men papieren heeft, men kon vertrekken naar Antwerpen en wij daarvoor naar den consul moeten schrijven, om deze te verkrijgen.” Wanneer dat alles waar zou zijn, dan was het wel heel treurig. Doch men vergete bij de beoordeeling niet, dat onze zuidelijke naburen vlugbloederiger zijn dan wij, en hun klachten zich daarnaar uiten.
PDF
Nummer
1914, nr.25, 16 dec. 1914
Blad
03
Tekst
HOE HET ER NU IN HET OUDE YPEREN UITZIET IN DE PRACHTIGE KATHEDRAAL TE YPEREN. — In een onzer vorige nummers gaven wij enkele foto’s uit het oude stadje Yperen. De schade, die het bombardement toen had aangericht, was nog slechts gedeeltelijk. Nu is er evenwel niet veel meer dan een ruïne over. Ook de beroemde kathedraal is in een ruïne veranderd. Onze foto links geeft het eenige gedeelte van de kathedraal, dat tot nu toe bewaard is gebleven; de foto rechts laat zien hoe een der mooiste schilderijen uit de kathedraal: „De nederlating van het kruis,” door de beschieting heeft geledeu. OORLOGS-KRONIEK. 25 NOV. In Argonne deden de Duitschers eenige aanvallen, die werden afgeslagen. — Op het Oostelijke front komen slechts enkele kanonnades voor. — Het Engelsche oorlogsschip „Bulwark” vergaat voor Sheerness door ontploffing in de kruitkamer. De geheele bemanning omgekomen. — Gedeeltelijke mobilisatie van Portugal. 26 NOV. De Franschen winnen eenig terrein o.a. tusschen Langemarck en Zonnebecke. Een door de Duitschers gevraagde wapenstilstand werd afgewezen. — Op het Westelijke front duurt de strijd voort; hef hevigst bij Lodz. De Russen behaalden eenige plaatselijke successen. — ln Servië zetten de Oostenrijkers hun offensief voort. — Turksche troepen bezetten enkele punten aan het Suez-KanaaL 27 Nov, Op het Westelijke oorlogsterrein winnen de Franschen eenig veld. — Op het Oosfelijke front is de beslissing nog niet gevallen ; de Russen behalen eenige partiëele successen. 28 NOV. De toestand op hef Westelijke front is onveranderd. — De Russen zijn tof Gombin gekomen en maakten zich in hef centrum meester van Brezing en van eenige dorpen in de vlakte van de rivier de Morga: zij maakten vele krijgsgevangenen, namen eenige mitrailleuses en kanonnen. Over ’f algemeen hadden de Russen op ’t front tusschen Weichsel en Warfe succes. — Ook in de Karpathen maakten de Russen vorderingen. 29 NOV. In de omgeving van Yperen, Afrecht en de Vogezen is er hevig gevochten zonder dat er een wijziging in den algemeenen toestand is ontstaan. — Op hef Oostelijke front handhaven de Duitschers zich nog in versterkte stellingen tusschen de Weichsel en de Warfe. Op verscheidene andere punten hadden hevige gevechten plaats waarbij de Russen gevangenen, kanonnen en mitrailleuses namen. Het Oostenrijksche leger, dat de toegangen uit het Oosten naar Krakau verdedigde, werd teruggeslagen. YPEREN IN BRAND. — Stuk voor stuk zijn de beroemde torens van de Hallen en het Stadhuis van Yperen door de beschieting in brand geraakt. 30 Nov. Op hef Westelijke front is de toestand ongewijzigd. — Op hef Oostelijke gevechtsterrein duurt de strijd met groote hevigheid voort zonder tot nog toe een succes voor een der beide partijen te zijn geworden. Volgens Oostenrijksche communiqué s zetten de Oostenrijkers hun offensief in Servië met succes voort. 1 Dec. Óp het Westelijke front duurt de strijd onverminderd voort, zonder echter noemenswaardige veranderingen te geven. — Op hef Oostelijke oorlogsterrein eigenen beide partijen zich succes toe. — Volgens een communiqué van het Engelsche gezantschap werden de Oostenrijkers in Servië herhaaldelijk teruggeslagen. — De Koning van Engeland is aan hef Westelijke front aangekomen. 2 DCC. In België is een opleving in de gevechten merkbaaar; aan de Yser is de strijd hervat; kanongebulder, in Zeeuwsch Vlaanderen merkbaar, duidt er op dat de Engelschen van uit zee ook weer actief zijn. — Op hef Oostelijke front is nog geen beslissing gevallen. — De Öosfenrijkers hadden in Servië ook verder succes met hun optreden. 3 Dec. Op het Westelijke front is de toestand onveranderd: door beide partijen schijnen maatregelen te worden genomen voor een offensief over het geheele front. — Aan het Oosfelijke front duurt de strijd nog voort. Generaal Rennenkampf is ontslagen, omdat hij 2 dagen te laaf de hem aangewezen stellingen, om de Duitschers in te sluiten, innam — Generaal De Wett gevangen genomen. — De Oostenrijkers hebben Belgrado bezet. — In hef inferneeringskamp te Zeist is door de Belgen verzet gepleegd. De Nederlandsche bewakingstroepen schoten. Er vielen 7 dooden, terwijl 24 Belgen gewond werden. 4 Dec. Aan het Westelijke front namen de Franschen aan den rechteroever van de Moezel Lesmenil en Signal Dexon. In de Vogezen namen zij den Fauxberg, bezuiden Le Bonhomme. In den Elzas maakten zij zich meester van hef station Burnhaupf en installeerden zich op de linie Aspach-AspacherbruckeBurnhaupf. IN HET NU TOTAAL VERWOESTE YPEREN. — Een beeld, zooals wij er helaas reeds zoovele uit het zoozeer geteisterde Belgenland hebben moeten geven. Alle typisch-oude Vlaamsche gebouwen in puinhoopen veranderd. Rechts op de foto ziet men de Noordzijde van de beroemde Hallen.
PDF
Nummer
1914, nr.25, 16 dec. 1914
Blad
04
Tekst
PANORAMA OP WEG NAAR DE LOOPGRAVEN. De Fransche dragonders doen, voor zoover hun diensten te paard niet verlangd worden, ook dienst in de loopgraven. Eigenaardig is dat velen hunner de sabel ais een geweer over den schouder dragen. LEDIGE HULZEN. De Franschen verzamelen heel zorgvuldig de ledige hulzen die op het slagveld achterblijven. Zij betalen aan de boeren 30 centimes voor elke gevonden huls, zoodat het wel de moeite loont er naar te zoeken. EEN VERBORGEN FRANSCH KANON. Een groot kanon van de Franschen is onder hooi verborgen, teneinde beveiligd te zijn voor verkenning vanuit luchtschepen. GEPANTSERDE BELGISCHE AUTO. Bewapend met mitrailleuses enz. bewijzen deze voertuigen het Belgische leger goede diensten, vooral bij verkenningen. DE ENGELSCH-INDISCHE VELDARTI LLERI E. Uit Engelsch-Indië zijn er veldbatterijen op het vasteland aangekomen ter versterking van de Engelsche gelederen. VOEDER VOOR DE PAARDEN. Dagelijks worden er in Frankrijk reusachtige massa’s veevoeder aangevoerd, die dan zorgvuldig worden opgestapeld en met zeildoek bedekt. EEN NIEUW WAPEN. Engeland heeft een nieuw wapen in den oorlog gebracht, n.1. bewapende motorrijwielen. Onze foto geeft aan het stuur korporaal Cody, den zoon van den onlangs overleden beroemden Engelschen vliegenier. De Geallieerden aan het Westelijke Front
PDF
Nummer
1914, nr.25, 16 dec. 1914
Blad
05
Tekst
De Duitschers in het Oosten en Westen DE BROODUITDEELI NG. Aan de arme bevolking van Antwerpen, door wie groot gebrek wordt geleden, wordt door de Duitsche soldaten zooveel mogelijk dagelijks brood uitgedeeld. HET HERSTEL. VAN DE BRUGGEN. Een brug in de buurt van Antwerpen, die totaal was vernield, wordt met groote nauwkeurigheid door Duitsche geniesoldaten, ohder leiding van de officieren, hersteld. HET TRANSPORT VAN EEN VLIEGMACHINE. Een Duitsche vliegmachine, die, zooals men ziet, onderaan duidelijk zichtbare herkenningsteekenen heeft, wordt door middel van een automobiel vervoerd. LANGS DEN SPOORWEG. In practische, speciaal daartoe ingerichte wagentjes maken Duitsche inspecteurs inspectietochten langs de spoorbanen. I N H ET WOUD. Deze interessante kiek toont ons den bouw van de onderaardsche steden, die op ingenieuse wijze voor den vijand verborgen zijn. HET MAAL AAN DEN TREIN. Overal in Duitschland zijn aan de stations’tafels opgesteld, waaraan de officieren en soldaten de hun aangeboden hartversterkingen kunnen gebruiken. „LIEBESGABEN ” Met veel animo helpen de Duitsche schoonen mee om door het aanbieden van versnaperingen enz. het den officieren en manschappen zoo aangenaam mogelijk te maken. VORST VON BULOW. De benoeming van den oud-Rijkskanselier tot Duitsch gezant in Italië, heeft overal groot opzien gebaard. Daar v. Bülow in Italië zeer gezien is, verwacht men in Duitschland zeer veel van zijn werk. DE DUITSCHE TROEPEN RUKKEN UIT. Uit een der Antwerpsche vestingen rukken de Duitsche troepen uit tot het maken van een militaire wandeling. VORSTIN VON BULOW De goede ontvangst,-welke vorst Bülow ook vroeger in Rome ten deel viel, houdt zeker verband met ’tfeit, dat zijn vrouw, Maria Boccadelli di Bologna, een afstammelinge van het huis Camporeale, een Jtaliaansche van hooge geboorte is.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1226 tot 1230 van 11897